Becoming Cary Grant

‘Iedereen wil Cary Grant zijn’, grapte de befaamde Hollywood-acteur Cary Grant (1904-1986) regelmatig volgens een vroegere kennis. ‘Zelfs ikzelf zou wel Cary Grant willen zijn.’ Cary was dan ook niet meer dan een façade die de beschadigde persoon daarachter uit de wind hield. Die wilde hij uiteindelijk toch beter leren. Grant ging daarom eind jaren vijftig in therapie: een behandeling met LSD.

Becoming Cary Grant (85 min.) put uitgebreid uit een nooit verschenen autobiografie van de man, die in het midden van de twintigste eeuw één van de allergrootste sterren was. De Britse acteur Jonathan Pryce kruipt in de huid van Archie Leach, roept zo diens getroebleerde jeugd in Bristol op en beschrijft van binnenuit zijn opkomst als Cary Grant aan de andere kant van de Atlantische Oceaan.

Behalve over fragmenten uit zijn omvangrijke oeuvre beschikt regisseur Mark Kidel daarbij tevens over beelden die de ondoorgrondelijke Grant zelf in zijn privéleven maakte en die zijn kijk op het leven weerspiegelen. En op het andere geslacht, waarmee hij een moeizame relatie onderhield. Die was rechtstreeks te herleiden tot de relatie met zijn moeder, die hem op jonge leeftijd achterliet bij een vader die snel hertrouwde.

Via therapeutische acid-sessies zou Cary Grant volgens dit verzorgde portret, waarin ook zijn laatste echtgenote en enige kind participeren, de weg terug naar haar en zichzelf weten te vinden. Elke vrouw die hij pijn had gedaan in zijn leven, realiseerde Grant zich, representeerde in zekere zin zijn afwezige moeder. Het voelde als een soort wedergeboorte, een hernieuwde kennismaking met het verweesde Britse jongetje Archie Leach.

My Psychedelic Love Story

Joanna Harcourt-Smith / SHOWTIME.

Allereerst is er gewoon een interview. Met Robert McNamara, Donald Rumsfeld of Steve Bannon. Protagonisten die ver voorbij hun gebruikelijke verhaal gaan. Gedwongen door een enkele indringende vraag of een onverwacht perspectief. Hoewel ze de regie nooit uit handen lijken te geven, komen ze toch op een totaal nieuwe manier in beeld. Ook door de briljante framing van het gesprek. Shots van boven of juist van onder, overshoulder, schuin of van opzij. Elke zinsnede kan daardoor een verrassing opleveren. En krijgt door de bijpassende beeldenpracht, virtuoze vormgeving en urgente soundtrack een onvermoede lading.

Het resulteerde in weergaloze documentaires: The Fog Of War (McNamara), The Unknown Known (Rumsfeld) en American Dharma (Bannon). Zo’n film wilde Joanna Harcourt-Smith ook wel. Gebaseerd op haar eigen boek Tripping The Bardo With Timothy Leary: My Psychedelic Love Story (102 min.). Ook doordat ze zich, na het zien van Errol Morris’ paranoïde serie Wormwood, begon af te vragen of ze in de jaren zeventig misschien, zonder dat ze het zelf in de gaten had, een werktuig van de CIA was geweest. Was haar stormachtige affaire met de LSD-goeroe, die uit een Amerikaanse gevangenis was ontsnapt en sindsdien als balling in Zwitserland verbleef, misschien onderdeel van een sluwe campagne van de buitenlandse veiligheidsdienst om Leary alsnog in de kraag te grijpen?

Die intrigerende vraag vormt het startpunt voor dit met veel verve opgediste levensverhaal van een Zwitsers high society-meisje, doorgewinterde femme fatale en losgeslagen hippie. Als twintiger op drift belandde ze in 1972 midden in de cultuuroorlog van haar tijd. Aan de zijde van de hogepriester van de geestverruimende middelen Timothy Leary, die alles representeerde wat de gevestigde orde toentertijd meende te moeten bevechten. Morris laat Joanna Harcourt-Smith helemaal leeglopen, checkt haar herinneringen zeker niet dood en geeft ze vervolgens vorm als een weelderige LSD-trip, waarin Alice in Wonderland botst op de ‘war on drugs’ van president Richard Nixon, Rolling Stone Keith Richards tegen het lijf loopt en soms in de voetsporen van de beruchte Manson Family dreigt te treden.

De vormgeving van haar monoloog, door Morris slechts een enkele keer onderbroken door een vraag of uitroep van verbazing, is zo overdonderend dat de verhaallijn soms ondergesneeuwd dreigt te raken: hallucinante graphics, schreeuwende krantenkoppen, Tarotkaarten, raak getimede archiefbeelden en bijzonder dwingende muziek. Harcourt-Smith probeert iedereen bij de les te houden met haar opmerkelijke ontboezemingen, kwieke oneliners en slim uitgeserveerde lach. Een typisch Errol Morris-personage kortom, dat onder zijn hoede een geheel eigen web weeft tussen feit en fictie.