Young Plato

Soilsiu Films

‘The Troubles’ mogen dan al enige tijd tot het verleden behoren. In de grauwe straten van Ardoyne, een arbeidersbuurt in de Noord-Ierse hoofdstad Belfast, zijn de tegenstellingen tussen loyalisten en republikeinen nog altijd overal zichtbaar. ‘End British internment of Irish republicans’, eist één van de vele kenmerkende muurschilderingen. En elders wordt een ode gebracht aan de gevallen strijders van de ‘Marrowbone Belfast Brigade’.

Het hier en nu kent dan weer zijn eigen problemen. ‘Parasite drug dealers leave our kids alone!’ schreeuwt een poster, met daarop een wel erg plastische injectiespuit. Binnen die harde omgeving probeert directeur (en Elvis-fan) Kevin McArevey van de Holy Cross Boys’ Primary School, zo’n man waarvan je stante pede gaat houden, zijn jongens met filosofielessen voor te bereiden op het leven. Hij laat hen denken. Over de wereld, de ander en zichzelf.

In Young Plato (99 min.) kijken Declan McGrath en Neasa Ní Chianáin, die eerder samen met David Rane het hartverwarmende School Life regisseerde) mee hoe hij de kinderen (en ook hun ouders) op een heel eenvoudige manier, met een filosofiebord, ideeënverzamelaar en socratische kring bijvoorbeeld, laat kennismaken met Aristoteles, Plato, en Seneca en zo aanzet tot (zelf)reflectie. Mag je ooit je woede koelen op een ander? vraagt hij bijvoorbeeld aan de jongens in schooluniform. Waarna er een genuanceerd groepsgesprek ontstaat.

McArevey confronteert hen tegelijkertijd ook met beelden van twintig jaar eerder, van heftige onlusten tussen katholieken en protestanten bij de Holly Cross Girls School. Geweld als ultieme consequentie van je niet willen of kunnen verplaatsen in de ander. Speels, met humor en recht voor zijn raap geeft McAvey zijn leerlingen, die natuurlijk af ten toe flink hun hoofd stoten, zo een plek om samen betere mensen te creëren en daarmee ook een betere wereld.

Young Plato wordt uiteindelijk een heel optimistische film, over de kracht van onderwijs. Een goede leraar kan daadwerkelijk het verschil maken. Óók – of júist – op beschadigde plekken zoals Belfast. Het zit allemaal vervat in een nieuwe muurschildering, op de plek waar ouders en kinderen elkaar voor en na school ontmoeten. Conor, één van McArevey’s jongens, is daarop afgebeeld als De Denker van Auguste Rodin, in schoolkostuum te midden van grote denkers.

‘To find yourself, think for yourself.’

Catching A Killer: A Diary from The Grave

Channel 4

Als de gepensioneerde Britse schooldirectrice Ann Moore-Martin uit het kleine plaatsje Maids Moreton in mei 2017 onder verdachte omstandigheden komt te overlijden, besluit de plaatselijke politie om ook een sterfgeval van twee jaar eerder te onderzoeken: de dood van haar buurman, de leraar Engels Peter Farquhar. Die leek destijds te zijn gestorven aan een alcoholvergiftiging.

De twee sterfgevallen hebben één ding met elkaar gemeen: de overledenen hadden allebei een innige vriendschap opgebouwd met Ben Field, een 26-jarige jongeman die in opleiding is om Anglicaans priester te worden. En hij is door hen allebei opgenomen in hun testament. Hoofdrechercheur Mark Glover voelt aan z’n water dat er iets niet klopt. Dit zou wel eens een dubbele moord kunnen zijn.

In Catching A Killer: A Diary from The Grave (82 min.) sluiten Jezza Neumann en Jess Stevenson aan bij het politieonderzoek dat vervolgens op gang komt. Ze kijken mee als het rechercheteam van Thames Valley stuit op Peters dagboek en besluit om zijn lichaam op te graven. Daar zit ook meteen de kracht van deze misdaaddocu: de zaak wordt niet achteraf gereconstrueerd maar ontwikkelt zich echt voor de camera.

De filmmakers lijken toegang te hebben gekregen tot alle belangrijke ontwikkelingen in de zaak, leggen die als de spreekwoordelijke vlieg op de muur vast en presenteren de gebeurtenissen vervolgens zonder al te veel poespas. Via uitgebreide interviews met agenten, verwanten en getuigen worden bovendien Fields doopceel gelicht en de beschuldigingen tegen hem gedetailleerd in kaart gebracht. 

Het resultaat is een interessant inkijkje bij een moordonderzoek, dat uiteindelijk enkele jaren in beslag zal nemen. Glover en zijn teamleden moeten over een heel lange adem beschikken om de schuldigen in de kraag te kunnen vatten.

Herr Bachmann Und Seine Klasse

Elk kind heeft (hopelijk) op zijn minst één leraar of lerares die ‘m z’n leven lang bij blijft. Dieter Bachmann, een onderwijzer op leeftijd uit de Duitse industriestad Stadtallendorf, is voor menigeen zo’n leerkracht. Een onconventionele man met hart voor de kinderen in zijn klas.

Die zijn doorgaans tussen twaalf en veertien jaar oud en stuk voor stuk van buitenlandse komaf. Als kinderen van gastarbeiders moeten ze zich hun nieuwe land en taal eigen maken. Daarbij vinden ze Bachmann, en zijn geheel eigen onderwijsmethodes, altijd aan hun zijde. Hij leert hen bijvoorbeeld de Duitse taal via een onnavolgbaar verhaal over de relatie tussen een tafel en een gitaar, gaat met enkele jongens beeldhouwen of daagt een meisje tijdens een gesprek met haar vader uit om eens een liedje te zingen.

Muziek beschouwt de charismatische hoofdpersoon van Herr Bachmann Und Seine Klasse (217 min.) sowieso als een ideaal smeermiddel voor zijn leerlingen. Samen oefenen ze bijvoorbeeld de gitaarriff van Smoke On The Water, zingen Jolene of spelen het door hemzelf, tamelijk onvast, gezongen Knockin’ On Heaven’s Door. Hij creëert zo een prettig en veilig leerklimaat, waarin ruimte is voor elk kind om zich fijn te voelen, de taal te leren en zich te ontwikkelen. Onderwijs lijkt voor hem eerst en vooral te draaien om ‘bildung’: de tieners moeten kunnen worden wie ze in potentie zijn. 

Het personage Dieter Bachmann, die steevast een beanie en lekker relaxte kleding draagt, staat daarmee in een mooie documentaire-traditie van inspirerende leerkrachten. Hij oogt als een soort oudere jongere-mixture van Kiet Engels (De Kinderen Van Juf Kiet), Georges Lopez (Être Et Avoir) en de juffen Astrid Brugman en Jolanda Rietel (Klassen). Als oude rot heeft hij altijd wijze raad of bemoedigende woorden bij de hand, maar Bachmann durft soms ook stevig in te grijpen. Onder zijn bezielende (bege)leiding komen enkele leerlingen dan ook echt tot volle wasdom.

Regisseur Maria Speth observeert de leraar zowel in klassensituaties als tijdens gesprekken met individuele leerlingen. Zonder verdere toevoegingen – geen muziek dus of interviews – bouwt ze daarmee haar vertelling. Speth neemt haar tijd. Deze documentaire heeft daardoor een aanzienlijke lengte gekregen. Ruim drieënhalf uur is wel erg veel van het goede, hoewel Herr Bachmann beslist een personage is dat onder de huid kruipt en daar echt van geen wijken wil weten. En niet alleen bij de pupillen, die hij aan het einde van de film los zal moeten laten in de wijde wereld.