Teaches Of Peaches

Pink Moon

Het zijn bijna onwerkelijke beelden uit 1994: Merrill Nisker, een lieflijk meisje met lang krullend haar speelt met haar akoestische gitaar liedjes voor de jongens en meisjes van de kinderopvang. Slechts zes jaar later fleemt diezelfde jonge vrouw over ‘sucking on my titties like you wanted me, calling me’ in de signatuursong van haar alter ego PeachesFuck The Pain Away. Over dat Canadese meisje, die ‘t ooit probeerde als folkzangeres, laat de inmiddels 58-jarige artiest verder weinig los in Teaches Of Peaches (102 min.).

Des te meer ruimte is er voor de artiest/kunstenaar, die zich opmaakt voor een reprise van haar succesvolle debuutalbum waarnaar deze film van Philipp Fussenegger en Judy Landkammer is vernoemd. Die elektroclashplaat brengt het feministische icoon ook compleet ten gehore in haar tweede thuis Berlijn. Tijdens dat jubileumconcert komt het provocerende, theatrale en uitgesproken seksuele karakter van haar podiumact volledig tot z’n recht. ‘Ik ben niet meer vulgair dan wie dan ook’, beweert ze zelf.

En dat wordt min of meer bevestigd door haar vriend Ellison Glenn alias Black Cracker. Toen hij haar voor het eerst op het podium aan het werk zag, vast half ontkleed en tijdens (het simuleren van) de één of andere seksuele activiteit, dacht hij volgens eigen zeggen dat het elke nacht prijs zou zijn met deze dame. Dat blijkt in de praktijk alleen toch wat genuanceerder te liggen. Het is een kwestie van ‘finding moments to touch the booty’. Zoals menige komiek thuis nu eenmaal ook een sombermans schijnt te zijn.

Als Peaches exploreert ze de vrouwelijke seksualiteit. Met veel bloot of de suggestie daarvan, bijvoorbeeld in die kenmerkende, veel te kleine roze shorts, zodat haar ‘cameltoe’ goed zichtbaar is – en het schaamhaar dat ze, net als haar okselbeharing, weigert bij te werken. Al haar strapatsen worden in context geplaatst door haar modeontwerper Charlie Le Mindu, oud-sidekick Feist en haar voormalige duopartner Chilly Gonzales, die oogt als een kruising tussen Nicholas Cage en Ron Jeremy.

Naar de vrouw achter de artiest en performancekunstenaar blijft ’t ondertussen zoeken in deze uiteindelijk tamelijk conventionele popdocu. Dat ze ooit keelkanker heeft gehad, wordt bijvoorbeeld in enkele zinnen afgedaan. Een voetnoot. En als Fussenegger, naar aanleiding van haar provocerende T-shirt Thank God For Abortion, wil weten of abortus ook een persoonlijk onderwerp is voor haar, wordt ze zowaar even pinnig. Die vraag vindt Peaches ongepast. Alsof zo’n privé-ervaring nodig is om vóór het recht op abortus te zijn.

Op het podium manifesteert ze zich als een fiere vechter voor vrouwen- en LHBTIQ+-rechten, blijkt opnieuw tijdens dat geladen concert in Berlijn, waarnaar dit portret steeds weer terugkeert. Fussenegger en Landkammer snijden van daaruit ook regelmatig naar het verleden, naar performances waarin hun heldin steevast de grenzen van het betamelijke en de goede smaak opzoekt (en overschrijdt). Zoals mannelijke rocksterren ook zo vaak doen – al lopen die beslist niet zo overtuigend over hun eigen publiek.

In 2024 is er overigens nóg een documentaire over Peaches uitgebracht: Marie Losiers Peaches Goes Bananas. Wellicht dat de aandacht daarin meer uitgaat naar Merrill Nisker – al doet de trailer vermoeden dat ’t toch vooral weer heel veel Peaches wordt.

Nomade In Niemandsland

Omroep Zwart

Een leven lang heeft hij gecreëerd en verzameld. Van zijn huis een zeer persoonlijk museum gemaakt. En dan, als de gebreken van de oude dag komen, moet de hele boel ontmanteld worden en hij afscheid nemen van wie ie was. Voor ‘homo universalis’ Felix de Rooy vormt een herseninfarct de aanleiding om afstand te doen van de kunstwerken en objecten in z’n huis te Amsterdam. Black Archives ontfermt zich bijvoorbeeld over zijn Negrophilia-collectie. En het Stedelijk Museum organiseert in 2023 een speciale tentoonstelling: Felix de Rooy – Apocalypse.

‘Felix is voor ons een soort van supervoorbeeld’, vertelt hoofd onderzoek Charl Landvreugd van het Stedelijk in Nomade In Niemandsland (57 min.). Als zwarte filmmaker, beeldend kunstenaar en theatermaker zette De Rooy – geboren op Curaçao en via Mexico, Suriname en New York in Nederland beland – volgens hem in de afgelopen vijftig jaar onderwerpen op de kaart waar ons land eigenlijk helemaal niet klaar voor was en die nu, gezien bijvoorbeeld de Black Lives Matter-protesten en de aandacht voor de vaderlandse slavernijgeschiedenis, actueler zijn dan ooit.

Deze weelderige documentaire van Hester Jonkhout valt direct met de deur in huis met een danssequentie van Justin Brown, waarbij een pronte, door acteur Steven Hooi ingesproken voice-over klinkt: ‘Als erfgenaam van het koloniaal orgasme, als buitenechtelijke bastaard geschrapt uit het Europese testament ontsnap ik aan de gevangenis van genetische en historische identiteit’, stelt De Rooy daarin. ‘Gevlucht naar het mythische land van ‘la rasse mélange’, het niemandsland van het vuilnisbakkenras. Het dolende ras, geboren uit conflict en confrontatie.’

Met hulp van intimi zoals zijn zus Marguerite de Rooy, psychiater Glenn Helberg, producent Barbara Martijn, actrice Helen Kamperveen, kunstenaar Floris Guntelaar, ontwerper René Wissink, theatermaker Maarten van Hinte, cameraman Ernest Dickerson en De Rooys voormalige (film)partner Norman de Palm exploreert Jonkhout vervolgens het gehele terrein dat haar hoofdpersoon in zijn werk heeft bestreken. In de tentoonstelling Wit Over Zwart boog hij zich bijvoorbeeld al in 1989 over zwarte stereotypen in (strip)boeken, speelgoed en reclame.

Mensen zoals hij – zwart, queer en dwars – hebben nu eenmaal een breder perspectief dan vertegenwoordigers van de witte Nederlandse monocultuur en kunnen andermans eurocentrische gedachten omkeren, is de gedachte. Zo maakte De Rooy eens een schilderij van een zwarte Jezus, met een enorme erectie en een regenboog erachter. ‘Zo queer als maar zijn kan’, constateert Charl Landvreugd van het Stedelijk Museum daarover. En een treffend voorbeeld van waarom witte opiniemakers in de afgelopen halve eeuw soms een tandje bij moesten zetten om De Rooy te kunnen bijbenen.

Dit kleurrijke portret, op smaak gebracht met een smeuïge soundtrack, doet de Caribische kunstenaar, die op het Nederlands Film Festival van 2024 nog werd geëerd met het Gouden Kalf voor de Filmcultuur, meer dan recht. Als een essentiële wegbereider voor een nieuw Nederland en inclusieve kunst.

Eno

Film First / Tiger Lily

‘Honour thy error as a hidden intention’, staat er op het eerste memokaartje dat Brian Eno, na een dagje in de studio met zijn toenmalige groep Roxy Music, in 1972 voor zichzelf maakte. Als een soort geheugensteuntje, voor de mens en de kunstenaar in hem. Er zouden er nog veel volgen. ‘If it can be said, it can be said simply’ bijvoorbeeld. ‘It’s quite possible (after all).’ Of: ‘Look most closely at the most embarrassing details and amplify them.’

Samen met de beeldend kunstenaar Peter Schmidt bracht Eno (86 min.) de kaartjes, onder de noemer Oblique Strategies, ook op de markt. En hij zette ze natuurlijk zelf in, bijvoorbeeld bij de opnames voor David Bowies Berlijn-trilogie. De man zelf kan er geanimeerd over vertellen in dit ingenieuze (zelf)portret, dat voor iedereen anders is. Letterlijk: algoritmen bepalen tijdens een screening wat de dan aanwezige kijker krijgt voorgeschoteld.

Documentairemaker Gary Hustwit heeft samen met visueel kunstenaar Brendan Dawes generatieve software ontworpen, waarmee steeds nieuwe scènes, overgangen en sequenties worden gecreëerd op basis van de interviews die hij met Eno heeft gedaan en diens schier onuitputtelijke archief. Elke vertoning van de film is dus anders. Een benadering die perfect aansluit bij de denk- en handelswijze van de muzikant, kunstenaar en algehele creatieveling.

Vanuit zijn eigen werkruimte dwaalt Brian Eno in de televisieversie van deze baanbrekende film, die natuurlijk wel gewoon lineair wordt is opgebouwd, af naar alle uithoeken van zijn werk als schepper van een geheel eigen universum. Een man in zijn hol. Een ‘shed’, maar dan wel een idyllisch gelegen en goed geoutilleerde schuur. Anderen lijkt hij daar niet nodig te hebben. Zoals in deze film ook geen andere personen aan het woord komen.

In de rechttoe rechtaan variant van Hustwits film, die sowieso geen regulier, chronologisch opgebouwd carrièreoverzicht wil worden, komen in elk geval Eno’s werk als producer voor Talking Heads, John Cale en U2 aan de orde, ‘s mans zorg over klimaatverandering en zijn rol als wegbereider van de muziekstroming ‘ambient’ (door menigeen weggezet als zielloos muzikaal behang, waardoor ‘enoësk’ een weinig vleiend predicaat werd) aan de orde.

Welke vorm de algoritmen deze documentaire ook geven, Eno blijft ongetwijfeld eerst en vooral een portret van de kunstenaar en zijn visie, het privéleven van de man daarachter komt slechts zijdelings aan bod in deze intrigerende film over gevoel, concept, creativiteit en experiment.

Bruin Jackson Superstar

NTR

Kunstenaar Bruin Parry heeft weer eens een onbezonnen idee. Als enorme fan van Michael Jackson heeft hij zich nu voorgenomen om diens opvolger te worden als ‘The King of Pop’: Bruin Jackson Superstar (50 min.). ‘Er zijn al te veel kunstenaars met het syndroom van Down’, zegt hij bij het ontbijt tegen zijn familieleden. ‘Maar muziek is mijn echte droom.’

Zijn broer Beau Parry heeft er z’n twijfels bij. ‘Ik vind dat Bruin geweldig veel talent heeft en dat ontzettend benut heeft in de afgelopen jaren’, zegt die. ‘Hij schildert, hij tekent, hij danst, hij kan heel goed fotograferen.’ Bruin is altijd creatief bezig en heeft daarmee ook veel succes. Zijn werk hangt in musea. En als ontwerper werkt hij voor bekende merken. Alleen bij dat zingen denkt Beau: is dat nou echt nodig? ‘Want ja, het is misschien niet zijn grootste talent.’

Zijn ouders Anja en Alain zijn vooral bang dat hun 24-jarige zoon straks op het podium zal worden uitgelachen. Bruin Parry’s vriend en werkgever, beeldend kunstenaar Jan Hoek, is ook niet zo overtuigd van zijn vocale talenten. Hij vindt wel dat Bruin die nauwelijks te definiëren ‘X-factor’ heeft. En Bruins tante Sandra Parry legt alle verwikkelingen rond haar neef, die inmiddels een manager, producer en choreograaf heeft gecharterd voor z’n muzikale carrière, vast op film.

Bruin wil daarnaast ook wel eens een vriendinnetje. Dat is bijna net zo belangrijk als de muzikale carrière, die in nauwe samenwerking met zijn ‘soulmate’ Hoek heel serieus in de steigers wordt gezet. Abel van Gijlswijk (Hang Youth) zegt z’n medewerking toe, Katja Schuurman draaft op in een videoclip en Stefano Keizers levert weer een alter ego (Donny Ronny). Met deze professionele entourage werkt Bruin Parry aan z’n officiële debuutalbum.

Naarmate de presentatie van Cowboy van de Jordaan in de Amsterdamse concertzaal de Melkweg dichterbij komt in de zomer van 2024, registreert tante Sandra echter hoe de spanning bij haar neef toeneemt. Is hij wel in de wieg gelegd voor het podium? En wat zou het meisje dat hij inmiddels op het oog heeft eigenlijk vinden van zijn muzikale verrichtingen? Zijn kompaan Jan Hoek maakt er echter een soort project van om Bruin naar de albumlancering te loodsen.

Dat is natuurlijk ook de vraag die boven deze film hangt: waar zou Bruin als kunstenaar zijn zonder de support van alle profi’s die hem volhartig ondersteunen? En wat is ‘t tegelijkertijd tof dat dat ene chromosoompje meer niet hoeft te betekenen dat je geen kunstenaar kunt worden – al gebiedt de eerlijkheid ook om te zeggen dat de Nederlandse King of Pop ’t inderdaad eerder van z’n creativiteit, charme en geestdrift moet hebben dan van zijn zangkwaliteiten.

Dat mag – en kan – de pret echter niet drukken.

James Ensor. De Man Achter Het Masker

VRT

‘s Mans leven en werk roepen driekwart eeuw na zijn dood nog altijd meer vragen op dan er antwoorden voorhanden zijn. De verschillende sprekers in James Ensor. De Man Achter Het Masker (55 min.) krijgen er hun vinger maar niet achter. Hij is ‘the first Belgian modern artist’ (kunsthistorica Susan Canning), ‘die schilder vanuit de Vlaanderenstraat’ (een buurtgenote die als kind doodsbang voor hem was) en vooral ‘een blijvend intrigerend geval’ (curator Herwig Todts).

Al op de Koninklijke Academie Voor Schone Kunsten in Brussel wilde James Ensor (1860-1949) volgens archivaris Patrick Florizoone de uitzondering zijn – ook al was hij er helemaal geen hoogvlieger. Ensor was ervan overtuigd dat hij uitzonderlijk was. Kunstacademies waren in zijn optiek voor kortzichtigen, voor lieden die het gebaande pad namen. Hij daarentegen wilde raken met zijn werk. ‘Hij cultiveert hoe hij miskend werd’, aldus Florizoone. James Ensors wapen wordt het licht. Compromisloos blijft hij de grenzen opzoeken en laat anderen dan ontzet of bewonderend achter.

De Intrede Van Christus In Brussel, het pièce de résistance van de tegendraadse kunstenaar uit Oostende uit 1889, hangt sinds 1987 in het J. Paul Getty Museum te Los Angeles. Ensor schilderde ‘t op z’n achtentwintigste – als statement en reactie op Dimanche d’Été à La Grande Jatte,het meesterwerk van zijn op dat moment toonaangevende collega Georges Seurat – maar liet het daarna veertig jaar lang hangen in z’n eigen atelier. In LA weten ze er nog altijd niet goed raad mee. Het schilderij is extra hoog opgehangen en omgeven door sculpturen, zodat het de rest niet in de weg zit.

Ensors werk is kleurrijk, agressief, filmisch, provocatief en luguber, toont deze krachtige film van Maarten Vandeursen en Pieter Verbiest, waarin ook Oostendenaar Sam Louwyck, schilder Fred Bervoets en kunstenaar Paul McCarthy hun licht laten schijnen over die enigmatische man met meer vijanden dan vrienden. Vreemd is dat overigens niet. Ook in zijn schilderijen trapt Ensor wild om zich heen. Naar notabelen – men neme bijvoorbeeld Doctrinaire Voeding waarin hij koning Leopold en co letterlijk in de bek van het gewone volk laat schijten – maar ook naar de kunstwereld zelf.

James Ensor wil de hypocrisie blootleggen. Ontmaskeren. Letterlijk: door het veelvuldig gebruik van maskers in zijn schilderijen. Zijn oeuvre heeft nog niets aan kracht ingeboet, betoogt deze documentaire, gezegend met een onheilszwangere soundtrack, die zijn kunst weer helemaal in het nu plaatst. Dat is knap: hoe een man en zijn werk, 75 jaar na zijn dood, weer tot leven worden gewekt. Zodat het mysterie Ensor wordt verlicht en toch blijft voortbestaan.

Jamie Wyeth And The Unflinching Eye

Juno Films

‘Wat nu als hij naar zijn moeder was vernoemd en Jamie James zou heten?’ werpt Timothy Standring, curator van het Denver Museum Of Art, op. ‘Zouden we hier dan ook zitten?’ Jamies achternaam is alleen Wyeth. Hij is een telg van de bekende Amerikaanse kunstenaarsfamilie. Zijn opa N.C. Wyeth (1882-1945), die overigens nog voor zijn geboorte overleed, was een bekende schilder en illustrator. En Jamie’s vader Andrew Wyeth (1917-2009) geldt als één van de belangrijkste Amerikaanse kunstenaars van de twintigste eeuw.

Jamie Wyeth (1946) heeft zich gaandeweg echter aan de schaduw van zijn voorgangers weten te ontworstelen. In deze verzorgde film zoekt filmmaker Glenn Holsten de kunstenaar op in zijn boerderij in het Noordoosten van de Verenigde Staten. In zijn eigen atelier schildert hij, inmiddels toch ook dik in de zeventig, nog altijd als een bezetene. De verfklodders zitten in zijn gezicht als hij in Jamie Wyeth And The Unflinching Eye (tv-versie: 52 min.) samen met familieleden, intimi en kunstkenners vertelt over zijn leven, loopbaan en werk.

Hij verwerft al op jonge leeftijd een naam met iconische portretten van wijlen John F. Kennedy, ‘Mr. Olympia’ Arnold Schwarzenegger en sterdanser Rudolf Nureyev. Volgens Joyce Hill Stoner, curator van het Winterthur Museum, gaat Wyeth te werk als een rechtbanktekenaar, op zoek naar de verhalen achter de gezichten. Artpopheld Andy Warhol wordt via Wyeths nietsontziende blik bijvoorbeeld een onaantrekkelijke voyeur, met kille ogen en een enorme pimpelpaarse neus. Warhol zelf doet er niet al te moeilijk over. Alleen dat paars had wel wat minder gemogen.

Sindsdien heeft Wyeth diezelfde priemende ogen ook gericht op intimi, landschappen én dieren. Een serie over de zeven erfzonden bijvoorbeeld, met zeemeeuwen in de hoofdrol. Het is alsof Wyeth dan doordringt tot het wezen van zijn subjecten en zo de grotere thema’s des levens kan blootleggen. Hij heeft zich zo allang bewezen als een waardig lid van de familiedynastie, betoogt deze film. ‘Zou Jamie het ook hebben gemaakt zonder de Wyeth-naam?’ vraagt Timothy Standring nog maar eens ten overvloede en geeft meteen antwoord. ‘Ja… Ja!’

Herman Brood: Kunst… Begin Drrr Niet An

VPRO

Hij was fan van Little Richard, Blondie én Koningin Beatrix. Zelf wilde Herman Brood (1946-2001), uut Zwolle, ook een idool zijn. Het liefst zou hij de hele dag een camera op zich gericht hebben, bekent Neerlands oer-rock & roller in Herman Brood: Kunst… Begin Drrr Niet An (76 min.). En dat dan live uitzenden in de Amsterdamse Kalverstraat. Hij is nu eenmaal, daar doet ie zelf helemaal niet moeilijk over, ‘aandacht-süchtig’.

Deze film van Gwen Jansen concentreert zich op Broods werk als beeldend kunstenaar – al is de rock & roll, zowel de muziek zelf als de bijbehorende leefstijl, nooit ver weg. De basis van deze documentaire uit 2015 wordt echter gevormd door beelden die tussen 1992 en 2000 werden gemaakt bij kunstliefhebber en galeriehouder Ivo de Lange in Broods geboorteplaats Zwolle. Hij ging daar een paar dagen per maand heen om te schilderen. Volgens kunstenaar Rob Scholte waren zulke schilderbezoekjes een noodzakelijke tegenhanger voor ‘dat maffe leven wat ie als publieke persoonlijkheid in Amsterdam moest leven’.

De kunstenaar Brood had als kind een lui oog en was ook nog kleurenblind, maar werd uiteindelijk net zo’n begrip als het rock & roll-beest Brood. Scholte beschouwt hem zelfs als een geestverwant van Banksy. Uit dit postume portret, waarin verder bijvoorbeeld ook jeugdvriend Hans La Faille, muzikant Bertus Borgers en Frank Black van de Amerikaanse rockband The Pixies aan het woord komen, rijst het beeld van een mediapersoonlijkheid die zijn eigen kunstwerk werd. ‘Ook al gooi ik er met de pet naar, is het nog altijd een Herman Brood’, zegt hij over zijn eigen werken, waarmee hij soms ongegeneerd de spot drijft. ‘En daar heb ik keihard voor gewerkt.’

De showman Brood manifesteert zich ook tijdens een ontmoeting met Desi Bouterse in Suriname. ‘Jij krijgt veel over je heen’, zegt hij tegen de legerleider/politicus die verantwoordelijk wordt gehouden voor de Decembermoorden. ‘Dan moet je wel heel sterk zijn dat je daar niet aan onderdoor gaat.’ Bouterse laat het zich graag aanleunen: ‘Part of the job’, zegt hij schouderophalend. Het is een ongemakkelijk tafereel. Zeker als Brood het Surinaamse kopstuk ook nog een schilderij van een naakte vrouw aanbiedt. ‘Deze doos’, zegt hij erbij. ‘Getiteld: Artiesteningang.’ Tot afgrijzen van zijn vrouw Xandra. ‘Ik vind dat vreselijk. Mijn maag draait ervan om.’

Het is eigen aan het eeuwige joch Herman Brood, zo blijkt opnieuw in deze film over zijn kunstenaarschap. Altijd balancerend op het slappe koord tussen ‘larger than life’ en zelfparodie. Een man ook uit een andere tijd, wiens seks, drugs & rock & roll nu ongetwijfeld als ‘grensoverschrijdend’ zou zijn betiteld. Hij schaamt zich nergens voor – of doet op z’n minst heel overtuigend alsof. Hoewel Brood graag serieus genomen wil worden als kunstenaar, noemt hij zichzelf bijvoorbeeld tegelijkertijd ook een ‘souvenirfabrikant’. Hij legt uit, quasi-serieus: ‘Als je driehonderd schilderijen per week maakt kun je moeilijk overal je ‘soul’ in leggen.’

Typisch Brood: ontwapenend, irritant én goed getroffen in dit liefdevolle portret.

Hockney: I Love View

Amstelfilm

Twee mannen in een auto, op weg naar Normandië. Pratend over kunst, David Hockney in het bijzonder. Regisseur, schrijver en acteur Gerard Jan Rijnders en schilder Pieter Athmer zijn op weg naar Athmers grote held Hockney.

Enige tijd geleden besloot hij de Britse kunstenaar ook al op te zoeken en hem een persoonlijk schilderij te overhandigen. Toen Hockney niet thuis bleek te zijn, heeft Pieter Athmer dat letterlijk over de schutting getild en op diens terrein achtergelaten. Als hij ’t niks vond, schreef de Nederlander erbij, mocht hij het kunstwerk in ‘een speciale cadeauverbrandingsoven’ doen. Die toenaderingspoging is niet verkeerd gevallen.

En dus zijn Athmer en Rijnders, inmiddels bijna dertig jaar bevriend, nu opnieuw onderweg naar Frankrijk. Onderweg zijn ze permanent in gesprek met elkaar. Over de levende legende Hockney, zijn unieke perspectief, baanbrekende werk en opvallende ontdekkingen en hun eigen verhouding daartoe. Hockney: I Love View (70 min.) is de weerslag daarvan: een gesprek op niveau tussen twee heren, vastgelegd met camera’s vanuit de auto.

Het duurt even voordat Rijnders daarbij meer wordt dan geïnteresseerde toehoorder bij de bespiegelingen van zijn vriend. Halverwege, nét voor ze een poging gaan wagen om een, jawel, cadeauverbrandingsoven af te leveren bij David Hockney, zet deze door henzelf geregisseerde documentaire een stap terug in de tijd, naar hun gezamenlijke theaterverleden bij Toneelgroep Amsterdam, waarmee Rijnders furore maakte als artistiek leider.

Zo wordt hun onderlinge relatie, en de rol van Gerard Jan Rijnders daarbinnen, verder uitgediept en nadert deze sympathieke roadmovie, die teven dienst doet als ode aan één van de belangrijkste hedendaagse kunstenaars, zijn onvermijdelijke apotheose: hoeveel perspectief heeft dit spontane plan van twee volwassen jongens en hun hondje Fien? En kan David Hockney hun geste dan waarderen – als hij zijn deur al voor hen opendoet?

Free Space

Marian Markelo en Boris van Berkum / Zeppers / NTR

Wie mag wat maken? vraagt Karin Junger zich af in Free Space (65 min.), de film die ze in samenwerking met schrijver Stephan Sanders heeft gemaakt over de verlegenheid daarover bij veel hedendaagse kunstenaars. Wie bepaalt dat? Op grond waarvan? En hoe ga je om met de kritiek dat je je op het terrein van een ander hebt begeven?

Toen Junger als witte vrouw enkele jaren geleden een documentaire maakte over haar eigen donkere kinderen en hun vrienden (Ik Alleen In De Klas, 2020), kreeg zij volgens eigen zeggen het verwijt dat ze haar ‘white privilege’ misbruikte. Het was niet aan haar om dat verhaal te vertellen. ‘En ik voelde me ineens de vijand’, vertelt ze in een voice-over, bij de start van deze persoonlijke film, die actuele thema’s zoals identiteit, representatie, cancelen, stereotypen en culturele toe-eigening onderzoekt.

Dat blijkt overigens een stuk lastiger dan gedacht. Veel kunstenaars en kenners die Junger benadert zien af van een bijdrage of haken in een later stadium alsnog af. Bang om hun vingers te branden aan een onderwerp, waarbij de emoties hoog kunnen oplopen. Zangeres Anne-Faye Kops, kind van een zwarte moeder en een witte vader, maakte bijvoorbeeld een theaterconcert over haar gemengde afkomst. Die kwam haar, vanwege haar witte voorkomen, op veel kritiek te staan.

Dit roept de vraag op van wie verhalen zijn. Ligt het ‘ownership’ bij de groepen waarover ze gaan? Wie bepaalt wie bij de groep hoort? En mogen leden van een andere groep zich dan niet over zulke verhalen buigen? Bij zijn voorstelling De Gendermonologen heeft theatermaker Raymi Sambo criticasters bijvoorbeeld duidelijk moeten maken dat hij geen voorstellingen maakt óver mensen, maar mét en vanuit hen. Schrijver Ted van Lieshout ervaart dergelijke discussies als ‘verlammend’.

In de samenwerking tussen de Surinaamse wintipriesteres Marian Markelo en de witte Nederlander Boris van Berkum komen twee werelden samen. Ze maken een soort Delftsblauwe wintikunst. Samen willen ze over de bestaande grenzen heen kijken. Want ‘die kunnen ons beperken in het voortbrengen van mooie dingen’, stelt Marian ferm. Als we blijven uitgaan van oprechte interesse in de ander en verbinding met elkaar, ontstaat er waardevol erfgoed dat echt van ons allen is.

Toch is het onvermijdelijk dat verschillende visies over wat van wie is en wat daarbij mag soms flink botsen. ‘If you are cis, straight and white’, schreef kunstenares Angel-Rose Oedit Doebé bijvoorbeeld op een spiegel, ‘this ain’t for you.’ Het werk riep een venijnige reactie op van haar collega Floyd, die zich wilde afzetten tegen ‘woke-populisme’. Deze venijnige clash resulteert in het enerverendste deel van deze film – al roept de afhandeling ervan vragen op. Want wat vindt Angel-Rose van Floyds respons?

Behoedzaam tast Karin Junger in Free Space het werkterrein van hedendaagse kunstenaars af, dat soms verdacht veel op een mijnenveld lijkt. Als laatste sluit ze aan bij Stephan Sanders, die in gesprek gaat met de ‘zwarte’ Amerikaanse schrijver Thomas Chatterton Williams. Hij schrijft in het boek Self-Portrait In Black And White: Unlearning Race (2019) dat hij niet meer wil meedoen aan ‘het Amerikaanse huidspel’. Het antiracistische discours schiet volgens hem z’n doel voorbij.

Jungers conclusie, in deze boeiende en actuele film, lijkt in het verlengde daarvan te liggen: uiteindelijk hebben al die verschillende mensen meer gemeen met elkaar dan dat ze van elkaar verschillen, stelt ze. Bovendien weten ze zelf echt wel wat goed voor hen is.

The Monk

KRO-NCRV / De Boeddhistische Blik

Zelfmoord is geen optie voor een boeddhist’, stelt Nikolaj Blom in de opening van de tweedelige documentaire The Monk (80 min.). Toch lijkt zijn vriend en oud-collega Jan Erik Hansen, alias de Deense bosmonnik ‘Bhante’, wel degelijk aan z’n einde te zijn gekomen in 2019. Hij heeft zeventien jaar geïsoleerd in de bergen van Sri Lanka geleefd.

Het Deense stel Mira Jargil en Christian Sønderby Jepsen zoekt hem daar in 2015 op, om een film over Bhante te maken. Hij mediteert acht uur per dag, leeft celibatair en hoopt ooit het nirwana te bereiken. Met boeddhistische voordrachten op zijn eigen YouTube-kanaal heeft hij bovendien een achterban van 120.000 volgers opgebouwd.

In de periode daarvoor was de Deen een befaamde Deense onderzoeker. Hij werkte aan een AIDS-vaccin en droomde intussen van de Nobelprijs. Het leven leek hem toe te lachen. Hij had geld, status en vrouw en kind. Toch raakte Hansen in de greep van een ernstige depressie. Daarna besloot hij de ratrace in z’n eigen land achter zich te laten.

Over dat verleden praat de Deense monnik overigens liever niet als zijn landgenoten hem in 2015 komen filmen. Voor de film leggen zij drie weken lang zijn dagelijks leven vast. Het moet, zoals Jargil ‘t formuleert in één van haar voice-overs, ‘een reis in de geest van de monnik worden, om ons idee van een goed leven op de proef te stellen’.

Dan zijn de filmmakers nog enthousiast over hun gezamenlijke project. In eigen land bezoeken ze Jans vader, de automonteur Hakon Hansen. ‘Knettergek’, noemt die zijn zoon. ‘Ik heb hem gevraagd, zonder antwoord te krijgen, of hij z’n zoon mist’, zegt de oude man gefrustreerd. Waarna Hakon licht wanhopig verzucht: ‘Kwam hij maar naar huis.’

Kort daarna raken ook Jargil en Sønderby Jepsen gebrouilleerd met de eigengereide monnik. Ze staken hun pogingen om een film te maken. Totdat ze, vier jaar later, een telefoontje krijgen van zijn zoon Thor. Hansen is na zeventien jaar teruggekeerd naar Denenarken en heeft in een boeddhistisch klooster een einde aan zijn leven gemaakt.

Hij laat een harddisk met tweehonderd uur beeldmateriaal uit Sri Lanka na. Zijn daarop de antwoorden te vinden op alle vragen die Hansen met zijn leven heeft opgeroepen? Het filmende duo gaat alsnog op zoek naar de man achter Bhante en spreekt daarbij ook met Thor, Jans ex-vrouw Trine, zijn assistent Linga en enkele voormalige collega’s.

Had hij, zoals Trine wil geloven, het gevoel dat hij de verlichting al had bereikt en dat zijn stoffelijke lichaam hem alleen maar tegenhield om verder te komen? Of is Jan toch ten onder gegaan aan z’n eigen ego, dadendrang en/of gekte? Het is aan zijn nabestaanden om in dit intrigerende portret zin te geven aan de brokstukken van zijn leven.

Of er nog een moraal zit aan dat verhaal? vraagt Sønderby Jepsen aan Thor als die aan het einde van deze queeste het thuis van zijn vader in Sri Lanka bezoekt. ‘Kun je zeggen dat zijn verhaal staat voor de moderne zoekende mens?’ Thor wil er niet aan. Even later formuleert Jargil wel een soort antwoord – ook al is dat per definitie onbevredigend.

‘Misschien moeten we gewoon accepteren’, concludeert zij, ‘dat er geen definitieve antwoorden zijn op de grote levensvragen.’ En daar moeten Jan Erik Hansens nabestaanden – en wij – het maar mee doen.

Coos & De Colafles

Tuvalu Media / BNNVARA

Kijk eens hoe ie loopt, riepen ze hem naderhand na. ‘Je loopt alsof je een colafles in je reet hebt gehad.’ En zo bleef één enkele gebeurtenis op zijn dertiende Coos jarenlang achtervolgen. Intussen werd hij een foute jongen, die doelbewust z’n school verknalde, regelmatig in vechtpartijen verzeild raakte en nogal eens het verkeerde pad opzocht.

Op zijn 38e is de Rotterdamse barbier helemaal klaar met dat verhaal van Coos & De Colafles (50 min.), over die dag waarop hij apestoned helemaal ‘out’ ging aan de waterkant. Hij wilde ’t eigenlijk mee zijn graf innemen, maar het incident blijft zich maar opdringen. Coos heeft daarom ruim een jaar thuisgezeten en wil nu eindelijk eens schoon schip maken.

Hij begint contact te leggen met de ruim twintig oude vrienden die er 25 jaar geleden bij waren. ‘Had ik een beetje meer opgelet en ik had gezien wat ze gingen doen, dan had dat niet gebeurd, hoor, vriend’, zegt zijn voormalige buurmeisje aan de telefoon. Zij windt er geen doekjes om: grensoverschrijdend gedrag. ‘In principe ben je gewoon seksueel misbruikt, hè?’

Terwijl Coos in deze documentaire van Wouter Vogel met kunstenaar Niels Egidius werkt aan een virtual reality-installatie, waarmee hij zijn traumatische ervaring invoelbaar probeert te maken voor zijn ouders, vrouw Jessica en broer Ronald geeft hij steeds meer pijnlijke details prijs over wat er zich destijds heeft afgespeeld en hoe dit hem heeft gevormd.

Intussen werkt deze delicate film toe naar het moment waarop mensen uit de directe omgeving van Coos met een VR-bril op kunnen beleven hoe hij het incident destijds heeft ervaren – en wie van de direct betrokkenen zoveel jaar na dato nog wel/niet bereid is om deze confrontatie aan te gaan.

Be The Fool

Doxy

In de zomer van 2023 komt de jarenlange zoektocht van Jade Moon Finch en zijn zus Scarlet Finch naar het verleden van hun ouders ten einde met een tribute aan hun leven en werk. Barry Finch en Josje Leeger waren in de jaren zestig onderdeel van het hippie-kunstenaarscollectief The Fool, dat sindsdien in de vergetelheid is geraakt. Samen met het andere stel in The Fool, Marijke Kooger en Simon Posthuma (de latere vader van Douwe Bob, met hem ook te zien in de documentaire Whatever Forever, Douwe Bob), bevonden zij zich in Londen, toen die stad het wild kloppende hart van de swingin’ sixties vormde.

Als The Fool, een verwijzing naar de tarotkaart De Dwaas, hielden Barry en Josje zich bezig met kunst, mode, muziek, design, poëzie en fotografie. De avant-garde kunstenaars ontwierpen bijvoorbeeld de winkel van The Beatles (Apple Boutique), brachten een elpee uit die doorgaat voor het allereerste wereldmuziekalbum, ontwierpen daarna in hun eigen boetiek The Chariot in Los Angeles kleding voor artiesten als Jim Morrison, Joni Mitchell en Led Zeppelin, en brachten in de jaren zeventig de muziekcultuur van Ibiza op gang met concerten van Eric Clapton, UB40 en Bob Marley.

In Be The Fool (79 min.) van regisseur Joris Postema maken broer en zus een trip nostalgia langs de plekken die hun ouders hebben gevormd – en die door hen zijn gevormd. Onderweg ontmoeten ze uiteenlopende artiesten zoals Hollies-zanger en Crosby, Stills, Nash & Young-lid Graham Nash (met wie The Fool z’n titelloze debuutalbum opnam), singer-songwriter Donovan (die bij Barry ‘de honger’, de drang om te communiceren, herkende, waarover hij zelf ook beschikte) en Iron Maiden-boegbeeld Bruce Dickinson (de metalzanger, waarvoor Josje ravissante podiumkledij ontwierp).

Tegelijkertijd proberen Jade en Scarlet enkele sleutelscènes uit de nooit uitgevoerde muziekvoorstelling Fools Paradise, een zoektocht naar identiteit die hun ouders ooit schreven na het succes van de musical Hair, alsnog tot leven te brengen met de actrice Marieke op den Akker. Postema gebruikt deze theatrale sequenties om het levensverhaal van The Fool – een personage dat volgens Jade Moon de waarheid vertelt die niemand anders durft uit te spreken – verder in te kaderen. ‘Be the fool’, is de boodschap die hij daar zelf, als zoon en als mens, uit heeft gehaald. Durf de dwaas te zijn.

Achter al die creatieve uitspattingen gaat een tragisch familieverhaal schuil, waarnaar in deze film meermaals wordt gehint en dat uiteindelijk, na enig aandringen door Postema, ook wel ter sprake komt – al wordt nooit helemaal duidelijk wat er precies is gebeurd. Duidelijk is wel dat het verleden, zowel de fraaie buitenkant als de tragische binnenzijde ervan, hen allen heeft getekend. En die woelige geschiedenis is nu zwierig opgetekend voor alle hedendaagse en toekomstige dwazen, die nodig met The Fool in contact moesten worden gebracht.

Trailer Be The Fool

A Revolution On Canvas

HBO Max

De reacties in Iraanse kranten op de tentoonstelling van Nickzad Nodjoumi’s schilderijen in Teherans museum voor moderne kunst zijn in 1980 ronduit vijandig. ‘Nodjoumi’s abnormale denkbeelden zijn slim bedrog’, schrijft de één. ‘Hoe kan de moslimmeerderheid deze schilderijen tolereren?’ vraagt een ander zich af. En: ‘Dat deze verrader mag verdrinken in schaamte.’

Een jaar eerder is de Sjah afgezet als leider van het land. Na de revolutie van 1979 is Iran in de greep geraakt van conservatieve krachten. Nodjoumi voelt zich genoodzaakt om de expositie af te breken en zijn werk achter te laten. Ruim veertig jaar later wordt de inmiddels vanuit de Verenigde Staten opererende kunstenaar nog altijd beschouwd als een essentiële criticaster van het Iraanse regime. Het werk waarmee hij destijds zoveel commotie heeft veroorzaakt is echter spoorloos.

In A Revolution On Canvas (95 min.) gaat Nicky samen met zijn dochter Sara Nodjoumi, die deze documentaire regisseerde met haar man Till Schauder, op zoek naar de verloren schilderijen, die een treffende metafoor vormen voor het verdwenen Iran, waarvan Nickzad en zijn echtgenote Nahid Hagigat, eveneens een vooraanstaande kunstenares en een belangrijk rolmodel voor Iraanse vrouwen, deel hebben uitgemaakt. Een verwesterd land, met een protserige potentaat aan de leiding.

Als jonge kunstenaar verblijft Nickzad in de jaren zestig en zeventig vooral in New York. Hij raakt daar betrokken bij studentenprotesten tegen de Sjah en belandt zo in z’n geboorteland op de radar van de geheime politie Savak. Als de spanningen in Iran eind jaren zeventig oplopen, sluit Sara’s vader zich aan bij de demonstraties tegen de Sjah. Hij heeft de religieuze krachten in zijn land echter onderschat. Zodra zij de macht grijpen is er helemaal geen ruimte meer  voor andersdenkenden zoals hij.

Via Nickzad Nodjoumi en zijn geladen werk, waarin ’s mans woede over de ontwikkelingen in z’n geboorteland natuurlijk is doorgesijpeld, vertellen zijn dochter Sara en haar echtgenoot in deze persoonlijke film het verhaal van de recente geschiedenis van Iran, dat alweer enkele jaren in vuur en vlam staat. Terwijl ze samen met haar ouders het verleden doorneemt realiseert Sara Nodjoumi zich hoeveel de strijd van haar vader hen als gezin heeft gekost, haar moeder in het bijzonder.

Als ze contacten proberen te leggen in Iran om het verdwenen werk van Sara’s vader op te sporen, moeten ze bovendien uiterste voorzichtigheid betrachten. Iedere landgenoot die hen helpt neemt een risico. Het Iraanse regime grijpt zo nodig keihard in, blijkt opnieuw tijdens de vrouwenprotesten in Teheran die met bruut geweld worden neergeslagen. Nickzad Nodjoumi weigert, getuige deze krachtige documentaire, echter nog altijd categorisch om zich de mond te laten snoeren.

Bericht Van Sasha

VPRO

Klanten van een supermarkt in Sint-Petersburg treffen begin 2022 ineens wel heel opmerkelijke teksten aan op de prijskaartjes bij enkele producten:

‘Mijn overgrootvader heeft niet in de Tweede Wereldoorlog gevochten, zodat Rusland een fascistische staat kon worden en vervolgens Oekraïne zou aanvallen.’

‘Het Russische leger heeft een kunstopleiding in Marioepol gebombardeerd. Ongeveer vierhonderd mensen verschansten zich daar voor beschietingen.’

‘Poetin liegt ons al twintig jaar voor via een televisiescherm. Het gevolg van deze leugens is onze bereidheid om oorlog en zinloze doden te rechtvaardigen.’

De teksten zijn afkomstig van de Russische kunstenares Sasha Skochilenko. Op 11 april 2022 wordt ze aangehouden vanwege haar openlijke protest tegen de oorlog. Ze riskeert maar liefst tien jaar gevangenisstraf. In Bericht Van Sasha (54 min.) volgt filmmaker Anna Rudikova de Kafkaëske rechtsgang tegen de moedige jonge vrouw via haar vriendin Sonya en hun beste vriend Lyosha.

Terwijl Sasha in een soort eeuwigdurend voorarrest terecht is gekomen, met steeds weer nieuwe hoorzittingen, moet ze zien te overleven in een smerige, overvolle gevangenis, waar geen rekening wordt gehouden met het glutenvrije dieet dat ze heeft vanwege haar auto-immuun ziekte. De jonge activiste houdt zich onledig met sporten en tekenen, om haar verstand niet te verliezen.

Ook voor haar thuisfront wordt het proces een uitputtingsslag, waarbij ze de strijd aan moeten binden met de veelkoppige en gevoelloze vijand, die eerder ook al was te zien in verwante films als The New Greatness Case en The Dmitriev Affair. Een staatsapparaat dat zich niets gelegen laat liggen aan individuele burgers en rücksichtslos ingrijpt als ze denkt dat die zich niet schikken.

Zo’n nietsontziende opponent onthult tegelijkertijd ook wie echte vrienden zijn. In hun strijd voor gerechtigheid en tegen de machthebbers, die getuige deze grimmige fly on the wall-docu even vaak absurd als bedreigend wordt, steunen Sasha en de haren elkaar door dik en dun. Totdat er na anderhalf jaar eindelijk ‘recht’ wordt gesproken: invrijheidsstelling of toch enkele jaren strafkolonie?

Tinkebell. – Who Killed The Blue Bird?

Blackframe

Kunstenaars zoals zij zijn verhalenvertellers, vertelt Tinkebell bij herhaling in dit psychologische portret dat Judith de Leeuw van haar maakte. En dat is heel verantwoordelijk werk, beweert ze eveneens meerdere malen. Zij stelt dat ze daarmee de wereld wil redden, ook nét iets te vaak. Zoals iedereen zichzelf wel eens heeft horen praten en dan denkt: daar ga ik weer! Altijd dezelfde riedel. Bijna woordelijk hetzelfde als de vorige keer en de keer daarvoor. Het is een idee dat De Leeuw ten volle uitnut in deze collageachtige film over een kunstenaar die haar leven omvormt tot een verhaal.

‘Deze filmmaker en haar team hebben in de afgelopen drie jaar al het bewegende beeld dat ooit van mij is gemaakt verzameld en bekeken’, schrijft Katinka Simonse, alias Tinkebell, daarover in 2022 in een column voor het Parool. ‘Ze haalden mijn oude computers leeg, telefoons, oude video 8-tapes, televisiemateriaal en alles wat vrienden en familie van mij hebben. Ik geloof dat Judith de Leeuw daardoor inmiddels meer van mij weet dan ikzelf.’ En dat laatste heeft ze even daarvoor in Tinkebell. – Who Killed The Blue Bird? (70 min.) in min of meer dezelfde bewoordingen ook al eens beweerd.

Die film wordt daardoor nooit een routineus portret van de omstreden kunstenaar, die er voor heeft gezorgd dat ze uit duizenden herkenbaar is (met kleurrijke kleding en opvallende brillen), van zich deed spreken met een bizar kunstwerk (een handtas, gemaakt van haar eigen kat) en een sleutelrol speelde in de #metoo-kwestie rond een bekende politicus (waarover ze in een zoomcall nog stoom afblaast tegenover de filmmaakster). Al deze verhaalelementen komen wel degelijk langs in deze docu, maar niet netjes geordend. Eerder als willekeurig op tafel gedropte puzzelstukjes. Zoek ’t maar uit.

En dan is er nog het jeugdtrauma, dat alles zou kunnen hebben aangevuurd, maar voor hetzelfde geld ook gewoon een verhaal is waarmee Tinkebell de wereld wil redden – en waarmee zij, en vrijwel dezelfde woorden natuurlijk, ook op het podium belandt. Dat schuurt, irriteert en fascineert. En doet helemaal niet en toch ook weer wel denken aan De Leeuws knarsende film Ruut Weissman – De Hoofdpersoon (2020), waarin de theaterregisseur probeert te dealen met #metoo-beschuldigingen. Ook het levende kunstwerk Tinkebell is een hoofdpersonage ‘you hate to love’ (of precies andersom).

Waar Katinka Simonse continu een verhaal maakt van haar werk en leven – en daarbij steeds weer in verhaallijnen belandt, die ze zelf ook nauwelijks de baas lijkt te kunnen – zoomt Judith de Leeuw in op de persoon achter de woordenvloed. Zonder die het vuur aan de schenen te leggen of juist al te zeer mee te gaan in haar gedachtenspinsels. Een typisch voorbeeld van: show don’t tell – dat doet de hoofdpersoon zelf wel. De kijker mag en kan dan zelf bepalen wie ie wil zien: de kunstenaar, activiste, boze vrouw, verhalenverteller, hysterica, dromer of aandachtsjunk. Of allemaal tegelijk.z

Trailer Tinkebell. – Who Killed The Blue Bird?

De Wereld Van Carlijn

Amstelfilm

Waar op de ene plek het water vrij kan stromen, heerst elders droogte. Cartograaf Carlijn Kingma vind er een treffende metafoor in voor datgene waar onze wereld toch echt om draait: geld. Samen met Martijn Jeroen van der Linden, lector new finance aan de Haagse Hogeschool, en journalist Thomas Bollen van het onderzoeksplatform Follow The Money heeft ze geprobeerd om met dat beeld – geld als, ja, water – het financiële stelsel te vatten in een grote, getekende kaart: Het Waterwerk Van Ons Geld.

Documentairemaker Ariane Greep volgt de Nederlandse kunstenares, opgeleid als architect, tijdens de totstandkoming van dit ambitieuze project. Van het moment dat ze nog ongemakkelijk naar een wit canvas tuurt en tamelijk onzeker zegt: ‘Oh, ik krijg dus nu al helemaal zweethandjes. Dat eerste stuk is gewoon niet zo leuk.’ Tot het moment dat Kingma de laatste hand legt aan de immense, zeer gedetailleerde zwart-wit tekening en zowaar een foutje maakt. Dit moet in allerijl worden hersteld.

Tussendoor volgt Greep het volledige maakproces, dat in totaal zo’n anderhalf jaar onderzoek en maar liefst tweeduizend uur tekenen vergt, en zoomt ze tevens in op de achtergronden van Carlijn Kingma en haar werk. Haar moeder ziet er de tekenervaring van haar dochter op de Vrije School in terug. En Carlijn zelf legt de link met een waterwerk voor kinderen dat haar opa aan de kade van de IJssel in Zutphen heeft gebouwd. Als kleinkind heeft ze daar heel wat uurtjes doorgebracht.

Ariane Greep neemt uitgebreid de tijd om alle ontwikkelingsfasen van het minutieuze Waterwerk te documenteren, waaronder ook enkele, soms best geladen ontmoetingen met vertegenwoordigers van de financiële sector. Want Kingma’s interpretatie van die wereld is bepaald niet waardevrij. Activistisch zelfs. De huidige inrichting van ons geldsysteem vergroot volgens de ‘cartograaf van denkwerelden’ de ongelijkheid in onze samenleving en is dus een politieke zaak die ons allen aangaat.

Tussen al dat monniken- en zendingswerk door, ook op Lowlands en in musea, is er in deze ruim bemeten film, waarin Greeps voice-over in de ik-vorm een beetje een fremdkörper blijft, ook nog ruimte voor leven en liefde – al blijven die toch verbonden met waar het in De Wereld Van Carlijn (92 min.) vooral om lijkt te draaien: het in kaart brengen van het leven om haar heen, teneinde dit te kunnen begrijpen en begrijpelijk te maken.

Samsara

Mooov

Halverwege deze spirituele film wordt iedereen geacht om z’n ogen te sluiten. Ze mogen pas weer open als de geluidssymfonie, die dan al stiekem z’n entree heeft gemaakt, helemaal is verstomd. Zo’n kwartier – en ondanks die gesloten ogen: talloze beelden en indrukken – later. De Spaanse visueel kunstenaar Lois Patiño neemt de kijker mee op de zintuiglijke reis die de ziel van een oude vrouw uit Laos maakt nadat zij is gestorven. Op naar een volgend leven.

Zij is naar de dood begeleid door een plaatselijke jongen, Amid. Vanuit een tempel voor Boeddhistische monniken, ondoorgrondelijke jongens in klassieke oranje gewaden, steekt hij dagelijks met een bootje de rivier over om haar een leidraad voor het hiernamaals te kunnen voorlezen uit een Tibetaans dodenboek. De twee hebben elkaar gevonden in een idyllische omgeving, door Patiño vervat in grootse, kleurrijke 16MM-beelden. Vooral de epische watervallen zijn van een bijna onaardse schoonheid.

En dan voltrekt zich de transitie. De film, waarvan niet direct duidelijk wordt wat nu fictie of non-fictie is, heet niet voor niets Samsara (113 min.), het Sanskrietwoord dat staat voor de cyclus van geboorte, leven, dood en reïncarnatie. De oude vrouw begint aan een nieuw leven, op een andere plek in de wereld: in Zanzibar in Tanzania, nabij het strand en de zee. Waar vrouwen met kleurrijke hoofddoeken zeewier verzamelen, een geitje het levenslicht ziet en de Islam ieders ideeën over leven en dood bepaalt.

Het moge duidelijk zijn: Lois Patiño had bij Samsara beslist geen reguliere documentaire voor ogen. Zijn film is een meditatieve ervaring geworden. En dan niet alleen de virtuele reis door ‘de Bardo, de Intermediaire Realiteit’. Ook de levens daaromheen, de kalme aanloop met de jonge monniken in Laos en het iets levendigere vervolg met de vrouwen en het geitje aan de Afrikaanse kust, vereisen innerlijke rust en betalen die dan, aan eenieder die er zich voor openstelt, vast ook terug.

JDL – Behind The Wall

AVROTROS

‘Ze vertrouwt ons voor geen meter’, zegt één van de Italianen, in zijn eigen taal, over Judith de Leeuw tegen een collega. ‘Klopt’, zegt die, terwijl zij, de Nederlandse straatkunstenaar JDL, er gewoon naast staat. Ze heeft haar lokale medewerkers zojuist de wacht aan gezegd. Één van hen had zich vergist met de markeringen op de wand van een flat in Zuid-Italië. En daardoor dreigt de muurschildering die ze daarop gaat aanbrengen, nummer 4 uit de serie Love Is Stronger Than Death, nu helemaal de mist in te gaan. ‘Daar zakt mijn broek van af’, reageert Judith boos. ‘Hoe dan?’

Het project in de arbeiderswijk Paolo VI in Taranto lijkt niet onder een gelukkig gesternte geboren. De Leeuw heeft al in 62 verschillende landen enorme ‘murals’ gemaakt, realistische muurschilderingen over een maatschappelijk onderwerp. Deze grauwe flat, waarop een vrouw die wordt vastgehouden door onbekende handen moet verschijnen, blijkt echter een flinke uitdaging. Ze wil nu een projector laten komen, om het probleem te verhelpen en ook verdere tijdsdruk te voorkomen. Maar zie zo’n ding maar eens te vinden op een willekeurige zondagmiddag…

De moeizame totstandkoming van het kolossale werk in Taranto fungeert als rode draad voor de documentaire JDL – Behind The Wall (52 min.), waarin regisseur Deborah Faraone Mennella tevens de achtergrond van Judith de Leeuw uitdiept. De twintiger heeft al een woelig leven achter de rug, waarin ze gedurig met jeugdzorg in aanraking is gekomen en ook een tijdje heeft rond gezworven op straat. Toen De Leeuw ontdekte dat ze kon tekenen, heeft zij al haar kaarten daarop gezet. En haar kunst is inderdaad een uitweg gebleken uit een tamelijk uitzichtloze situatie.

Met dat werk wil JDL nu een stem geven aan mensen zoals ze zelf ooit was: zij die niet worden gezien of gehoord. Inmiddels weerklinkt dit geluid, dat wel een beetje doet denken aan vakbroeders als JR en Banksy, in de openbare ruimte van pak ‘m beet Rome, Tblisi en Athene en wordt ze zelfs gevraagd om TedX Talks te geven. Dit succes kan evenwel niet verhullen – en dat maakt dit persoonlijke portret alleen maar interessanter – dat in de succesvolle kunstenaar ook nog altijd een boze en verdrietige dochter en zoekende jonge vrouw verscholen zit.

Want zoals dat gaat: voor de goede kijker toont Judith de Leeuw via haar imposante werk ook zichzelf aan de wereld.

(…)

Karina Beumer

‘Heb je nog een identiteit als je geen geheugen meer hebt?’ vraagt de Brabantse kunstenaar Ron Beumer zich hardop af. ‘Een identiteit heb je als je jezelf kunt onderscheiden van je omgeving’, luidt het antwoord in (…) (24 min.). ‘Als je geen geheugen hebt en je bent alleen maar hier en nu, heb je eigenlijk volgens mij geen ik-besef. Dus dan is er ook niks waar je herinneringen aan kunt ophangen.’

Rons vrouw Inge constateert dat zij samen geen herinneringen meer kunnen maken. Haar man heeft Niet-Aangeboren Hersenletsel (NAH), verdwaalt en vergeet van alles en legt zijn leven daarom vast in dagboeken. En op basis daarvan heeft zijn dochter, kunstenaar Karina Beumer, nu weer deze korte docu gemaakt. Ook omdat hij, met zijn haperende kortetermijngeheugen haar anders misschien vergeet. Die film is geen lineaire of logische vertelling geworden, maar een associatieve en kolderieke tocht door Rons brein en de wereld die daaruit voortkomt, waarbij ook Karina’s decors, papier-maché poppen en gevoel voor humor nog goed van pas komen.

Een verspreking of verschrijving – ontvoering in plaats van ontroering – in een betoog over bomen, die wel eens als metafoor voor onze wijdvertakte hersenen zouden kunnen dienen, is bijvoorbeeld de aanleiding voor een doldwaze kidnapscène door lieden met een Ron-masker op. Je zou immers kunnen betogen dat een deel van Karina’s vader is ontvoerd. Toch? En een andere scène met allerlei open- en dichtslaande deuren staat ongetwijfeld voor de verwarring in Rons hoofd – hij kan de juiste ruimte maar niet vinden – maar zou ook in een gemiddelde klucht van John Lanting bepaald niet hebben misstaan.

Zo slalomt Karina Beumer in dit surrealistische videodagboek over hersenletsel tussen tragedie en komedie door, in de hoop zo tot het hoofd van haar vader door te dringen. Dat lukt haar uiteindelijk zelfs letterlijk. Tenminste, in de kolossale versie die ze daarvan heeft gemaakt met papier-maché. En ook Ron kruipt in zijn eigen hoofd, waar hij in het lange, verstilde eindshot toch wat verweesd oogt. Zoals hij dat tegenwoordig ook een beetje in zijn echte hoofd is.

Pretty Sorrow

NTR

Zit depressie in families? En is het ook genetisch bepaald? Op voorhand lijkt het geen heel opwekkende missie die fotograaf en kunstenaar Jasper Abels zichzelf heeft gesteld. Enige tijd geleden is hij vanuit Parijs teruggekeerd naar zijn geboortegrond in Twente. In een schuur bij het huis van zijn oma, waar hij zelf ook een tijdje heeft gewoond, vindt Abels foto’s van de familie van zijn moeder. Hij wil dat verleden opvrolijken – erop tekenen, borduren en kleuren – zodat mensen misschien ook een beetje kunnen lachen om al die droeve en stemmige beelden uit vervlogen tijden.

Jasper Abels heeft zelf ook wel eens de bodem van de put gezien, vertelt hij in de fraaie documentaire Pretty Sorrow (50 min.) van Klaas Hendrik Slump. En zijn broer Jorrit en zus Ilse kennen die zelfs als geen ander. Zij hebben een einde aan hun leven gemaakt. Op de één of andere manier is ‘t hun ouders daarna toch gelukt om verder te gaan. Het leven mag dan nooit meer een tien worden, vertelt vader Henk nuchter, maar soms nog wel een acht. Het is een troostrijke gedachte – al hebben de traumatische gebeurtenissen natuurlijk wel degelijk een rouwspoor door de familie getrokken.

Dat leed is onvermijdelijk ook doorgesijpeld naar Jaspers werk, dat in de afgelopen jaren al een prominente plek heeft geclaimd in modebladen als Vogue, Harpers Bazaar en Vanity Fair en inmiddels ook is doorgedrongen tot musea. En daar komt die persoonlijke thematiek, mede door de sprookjesachtige en kleurrijke aankleding ervan, in z’n volle omvang tot zijn recht. Als zijn moeder Betsy met een vriendin door een expositie van haar zoon loopt, moet ze toch een paar keer slikken. Daar ziet ze, in allerlei verschillende vormen, representaties van de kinderen die hen zo tragisch zijn ontvallen.

Deze documentaire belicht verder de persoonlijke ontwikkeling van Jasper Abels als mens en kunstenaar en laat hem natuurlijk ook aan het werk zien, in weelderige decors met ravissant uitgedoste modellen, maar komt toch steeds weer terug bij de rouwrand rond zijn leven, vervat in twee afzonderlijke uitvaarten die werkelijk alles anders hebben gemaakt. Het heeft de fotograaf dichter bij zijn ouders gebracht, waarschijnlijk omdat ze ’t zich niet kunnen permitteren om ook elkaar nog te verliezen. Zoals zijn moeder Betsy ’t pijnlijk treffend uitdrukt: ‘Op Jasper moeten we extra zuinig zijn.’

Toch is Pretty Sorrow uiteindelijk geen topzware film geworden. Want net als zijn protagonist vindt Slump ook schoonheid in dit verdriet. En dat biedt weer troost en hoop voor de toekomst.