De Erfenis Van Een Verzetsheld

VPRO

De plattegrond van een huis. Een oude foto ervan. ‘Van wie was dat huis?’, wil de interviewer weten. ‘Dat was van een NSB’er geweest.’ Jeugdherinneringen. Aan de petroleumlamp. Banken zonder leuning. Een uitschuifbare tafel. ‘Nee, die klapte niet uit’, meent een andere dochter van verzetsstrijder Johannes Post. ‘Volgens mij was het één tafel.’ Even later: ‘Weet jij toevallig hoe het tafelzeil eruitzag?’

Als de kleuren en het patroon van dat zeil zijn bepaald, het op de keukentafel is gelegd en daar stoelen omheen zijn geplaatst, kan de documentaire De Erfenis Van Een Verzetsheld (55 min.) beginnen. ‘Oh ja, zeg!’ reageert een oudere vrouw met rollator enthousiast als ze het decor van deze interviewdocumentaire van Geertjan Lassche betreedt. ‘Zoals het vroeger was.’ ‘We hadden allemaal een vaste plaats’, vertelt een andere dochter van Johannes Post aan één van zijn kleinkinderen. Die kijkt eens rond: ‘Ziet er wel een beetje krap uit.’

Op hun oude plek in de keuken van de familie Post denken zijn vier nog levende kinderen terug aan hun vader. Lassche helpt de drie inmiddels bejaarde dochters van Johannes Post en zijn ene zoon op weg en stimuleert hen om hun herinneringen te delen met hun eigen kroost, de kleinkinderen van de mythische verzetsheld. De symboliek is helder: een nieuwe generatie wordt ingewijd in de wederwaardigheden van de Tweede Wereldoorlog in Nederland en een belangrijk icoon daarvan.

Ieder heeft zijn eigen kijk op en herinneringen aan de man, die in het boek De Levensroman Van Johannes Post tot bovenmenselijke proporties is opgeblazen. Hun verhalen botsen regelmatig met elkaar. Op de kruispunten bevindt zich waarschijnlijk zoiets als de waarheid. De filmmaker illustreert de getuigenissen met figuratieve zwart-wit beelden van sinistere SS’ers, blaffende nazihonden en de bedompte cel, vanwaaruit Post op 16 juli 1944 naar zijn einde in de duinen bij Overveen zou zijn geleid.

De familie Post, inclusief aangetrouwde familie, gaat intussen op zoek naar de man achter de mythe. Was Johannes een zeer principieel mens of vooral een ongelooflijke avonturier? Had hij een amoureuze relatie met het Joodse meisje Thea, dat door hem als koerier werd ingezet? Én: ben je hem uiteindelijk dankbaar voor zijn verzet of neem je het hem juist kwalijk dat hij alles, waaronder het lot van zijn eigen kinderen, in de waagschaal heeft gesteld?

Het zijn vragen waarop geen eenduidig antwoord valt te formuleren – vragen die al véél vaker zijn gesteld bovendien. Met zijn speelse vorm en insteek formuleert De Erfenis Van Een Verzetsheld, op basis van het welbekende verhaal van het Nederlandse verzet in de Tweede Wereldoorlog en de Jodenvervolging, echter een antwoord dat weer als nieuw klinkt.

Het Voorval: Armando En De Mythe

Amstel Film

Was hij het zelf, de vijftienjarige jongen die in de Tweede Wereldoorlog een Duitse militair doodstak in de bossen bij Amersfoort? Het is een vraag die deze hele film over Armando (1929-2018) drijft. Het voorval, speciaal in het door hemzelf beschreven ‘schuldige landschap’ verfilmd voor deze documentaire, heeft tevens een prominente plek gekregen in het oeuvre van de Nederlandse schrijver/schilder, maar de man zelf wil er eigenlijk niet al te diep op ingaan. Of juist wel?

De hoogbejaarde kunstenaar positioneert zichzelf in Het Voorval: Armando En De Mythe (64 min.) direct als een tegendraadse hoofdpersoon en gesprekspartner. ‘Weet je wat mij een beetje tegenvalt van jullie?’, vraagt hij bij de start van de documentaire aan de filmmakers Sjors Swierstra en Roelof Jan Minneboo. ‘Dat jullie niet meteen gezegd hebben: wat een prachtige schilderijen heb je staan daar.’ Hij bemoeit zich ook met hun werk. Ze kunnen bijvoorbeeld beter niet filmen als hij zegt dat hij zijn werk nu ter plekke laat drogen. ‘Je moet niet merken dat ik het voor het publiek doe.’

‘Nou, kom maar op met die vragen’, klinkt het even later enigszins provocerend. Of: ‘Ik geloof dat je nu iets te ingewikkeld doet.’ En: ‘Laat je niets wijsmaken.’ Zo cultiveert Armando zijn eigen imago van dwarse prijsvechter. Met een minder milde blik zou je hem met gemak ook voor een poseur kunnen verslijten. Hij portretteert zichzelf bijvoorbeeld als een gevoelsarme persoon. ‘Je werk is toch wel gevoelig?’, werpt Roelof Jan Minneboo tegen. ‘Kennelijk. Maar ik weet van niks. Ik maak het. En ik denk er ook niet bij na waarom.’ ‘Kunsthistorici zeggen dat je werk een verwerking van de Tweede Wereldoorlog is’, pareert Minneboo. Armando: ‘Die weten meer dan ik.’

‘Zijn er specifieke tragedies?’ houdt de interviewer aan. ‘Ja, maar die zijn te persoonlijk. Dat gaat niemand wat aan.’ Hij staart voor zich uit en laat een ongemakkelijke stilte vallen. ‘Dat was de laatste vraag.’ Hij bekrachtigt het nog eens, met opgeheven vinger: ‘Dat was de laatste vraag.’ Maar daarmee is het onderwerp natuurlijk nog lang niet afgesloten in dit lekker schurende portret, dat en passant fraai in beeld brengt hoe de film zelf wordt gemaakt en bovendien helemaal voldoet aan wat de kunstenaar zelf zoekt in zijn werk: het moet knarsen, spanning hebben.

Gaandeweg begint Armando steeds meer te ogen als een overjarige bokser wiens klappen niet meer altijd aankomen. De verdediging waarmee hij zichzelf en het verhaal dat hem hoe dan ook vormt probeert te beschermen, verliest zienderogen zijn ondoordringbare karakter. En dan resteert een breekbare man in de allerlaatste fase van zijn leven, die overeind probeert te blijven als de gong al heeft geklonken. Het is een (ont)mytholisering die het fenomeen Armando siert.