Het Is Gezien


‘Als God zich opnieuw in Levende Stof gevangen geeft, zal hij als ezel terugkeren, hoogstens in staat een paar lettergrepen te formuleren, miskend en verguisd en geranseld, maar ik zal hem begrijpen en meteen met hem naar bed gaan.’ Aldus schrijver Gerard Reve in zijn roman Nader Tot U. Het leverde hem een aanklacht vanwege godslastering op. Reve moest in de jaren zestig zelfs voor de rechter verschijnen.

Ruim een halve eeuw na het geruchtmakende Ezelproces is het nauwelijks voor te stellen dat een Nederlandse schrijver vanwege zijn werk wordt vervolgd. Kunstenaars worden toch allang niet meer zo openlijk gecensureerd? De documentaire Het Is Gezien (54 min.) van regisseur Erik Lieshout en researcher Tom Rooduijn afficheert zich niettemin als ‘een pleidooi voor de vrijheid van kunst’ en spreekt met vaderlandse kunstenaars die in opspraak zijn geraakt door hun werk.

Om de heksenjacht op pedofielen aan de kaak te stellen meldde schrijver A.H.J. Dautzenberg zich enkele jaren geleden aan als lid van pedofielenvereniging Martijn. Het leverde hem talloze dreigbrieven en ontslag op. ’Er is geen vrij denken, constateert de Vlaamse schrijfster Kristien Hemmerechts over het gebrek aan steun, ook van haar literaire vrienden, dat zij ervoer na de commotie die ontstond rond haar boek over Marc Dutroux’ vrouw Michelle Martin. ‘Er is geen vrij spreken.’

‘Alles waar je niet over mag praten, daar moet je over praten’, stelt cabaretier Hans Teeuwen. ‘Probleem is om het grappig te krijgen.’ Hij maakte van dichtbij mee hoe vriend en ‘kamikazepiloot’ Theo van Gogh werd geslachtofferd voor zijn denkbeelden en zag naderhand hoe de aanslag op het satirische tijdschrift Charlie Hebdo collega-cabaretiers de mond snoerde. Dat mocht hem niet gebeuren.

In Het Is Gezien, in stemmig zwart-wit geschoten en op smaak gebracht met dramatisch getoonzette muziek, getuigen daarnaast advocaat Gerard Spong, schrijver Tom Lanoye, kunstenares Tinkebell en auteur Mano Bouzamour over de (on)vrijheid die zij ervaren binnen hun werk. Ze lezen tevens voor uit het virtuoze pleidooi dat Reve zelf hield voor de rechtbank. Getuige deze krachtige documentaire zijn ’s mans woorden ook in de 21e eeuw nog steeds actueel en relevant.

Morisot – Moed, Storm En Liefde

Zeppers

Is het een zelfportret van Berthe Morisot, dat de Nederlandse filmmaker Klaas Bense onlangs op de kop heeft getikt? Met het schilderij onder de arm gaat hij op zoek naar de Franse kunstenares (1841-1895), die mede aan de wieg stond van het impressionisme. Als moeder van deze invloedrijke kunststroming is ze allang in de vergetelheid geraakt, terwijl de vele vaders ervan – illustere namen als Monet, Dégas en Renoir – wereldberoemd werden.

Met behulp van dagboekfragmenten, duiding door Morisots biografe Dominique Bona en enkele kunstkenners en natuurlijk haar beeldige werk reconstrueert Bense in Morisot – Moed, Storm En Liefde (54 min.) het leven van een getalenteerde en strijdbare vrouw die gevangen zat in de sociale regels van haar tijd. Hij doorsnijdt Morisots levensverhaal, dat na 54 jaar abrupt tot stilstand kwam, met de ervaringen van hedendaagse vrouwen zoals de rapper Cayene en model/kunstenares Perienne Christian en beelden van begaafde vrouwelijke skaters, fietsers en voetballers in Parijs.

Zij representeren ogenschijnlijk een vrijheid en blijheid die voor Morisot nooit was weggelegd, maar hebben bij nadere beschouwing met min of meer dezelfde rolpatronen te maken als de vrouw die hen nog altijd inspireert. Met deze verzorgde film houdt Bense zo een pleidooi voor gelijkwaardigheid tussen man en vrouw. En hij komt, via een achterkleinzoon van Berthe Morisot, ondertussen natuurlijk ook meer te weten over zijn eigen aankoop.

The End Of Fear


‘Het is een onvervangbaar werk wat vermoord is’, aldus Wim Beeren, de toenmalige directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam. Het is 21 maart 1986. Een ‘verwarde’ 31-jarige man heeft met een stanleymes Who’s Afraid Of Red, Yellow And Blue III toegetakeld. Het omstreden schilderij van Barnett Newman, in 1969 aangekocht voor een kleine 300.000 gulden en inmiddels ettelijke miljoenen waard, heeft maar liefst vijftien messteken te verwerken gekregen.

Newmans abstracte werk riep wel vaker agressie op. Vier jaar eerder werd in de Nationalgalerie van Berlijn ook al een ander schilderij van de Amerikaanse kunstenaar aangevallen. Barbara Visser onderzoekt in The End of Fear (69 min.) de achtergronden van deze ingrijpende acties, die een felle discussie binnen de kunstwereld weerspiegelden, en het bijzonder moeizame, door schandalen omgeven restauratieproces van Newmans enorme doek.

De ‘moordverdachte’, een onbekende realistische kunstenaar die abstractie in de kunst als ‘een plaag’ zag en die vanuit de achtergrond ook een rol speelt in deze documentaire, had wel een bijdrage willen leveren aan de restauratie van het grotendeels rode doek, zo verklaart zijn advocaat tijdens de rechtszaak. ‘Juist dit werk zou zich prima lenen voor een goedkope replica.’ Hij wilde er nog net geen plaatselijk schildersbedrijf voor inhuren. Het is overigens nog maar de vraag of de ingehuurde Amerikaanse restaurateur Daniel Goldreyer het er veel beter vanaf heeft gebracht.

Intussen heeft Barbara Vissser de jonge kunstenares Renske van Enckevort gevraagd om voor deze zorgvuldig gestileerde film, waarin primaire kleuren een prominente plek hebben gekregen, een eigen versie te maken van Who’s Afraid Of Red, Yellow And Blue III. Aan de hand daarvan stelt The End Of Fear elementaire vragen over kunst en dringt zich ook de vraag op wie in dit geval de kunstenaar is: degene die verantwoordelijk is voor het concept of degene die dat vervolgens, op geheel eigen wijze, heeft uitgewerkt?

Visages Villages


Je kunt allerlei grote woorden verbinden aan deze film en het bijbehorende kunstproject: lofzang op de gewone man, een eerste stap in diens empowerment en het vergroten van sociale cohesie in het algemeen. Je kunt ook gewoon een hopeloos romantische viering van het leven zien in Visages Villages (93 min.), een kostelijke roadmovie van de bijna negentigjarige nouvelle vague-filmster Agnès Varda en de ruim een halve eeuw jongere fotograffiti-kunstenaar JR.

Het idee is even simpel als effectief: Varda en JR reizen samen in een mobiele fotostudio door het platteland van Frankrijk. Ze ontmoeten plaatselijke bewoners, fotograferen hen en maken van die foto’s grote prints die ze op treffende plekken in de directe omgeving plakken. Gewone mensen worden zo letterlijk metershoge helden. De laatste bewoonster van een rij mijnwerkerswoningen, die op de nominatie staan om te worden gesloopt, wordt bijvoorbeeld vereeuwigd op de muur. Net als enkele mannen die er jarenlang naar het diepste der aarde afdaalden.

Het is geen kunst voor de eeuwigheid; regen, wind of gewoon overijverige ambtenaren kunnen wat vandaag nog fier of olijk op een muur prijkt morgen zomaar hebben weggewerkt. Dat is ook niet erg. Het speelse duo is dan alweer op een volgende plek. Bij boeren die de hoorns van geiten wegbranden en anderen die daartegen ageren. Bij een sympathieke postbode die heel aardig blijkt te kunnen schilderen. Of bij dokwerkers in de haven van Le Havre, waar ze nu eens de vrouwen in het zonnetje zetten – of beter: op een enorme stapel containers.

Gaandeweg verdiept ook de band tussen de twee reisgenoten zich en krijgt deze documentaire een wat introspectiever karakter – al blijft er altijd meer dan genoeg lucht om het hart. Hij stelt haar voor aan zijn grootmoeder, zij neemt hem mee naar plekken waar nog onvoltooid verleden ligt. Tijd om daarmee aan de slag te gaan! Want alleen nostalgie is aan de hoogbejaarde filmmaakster nog altijd niet besteed. Ze barst van de levenslust en wil nieuwe beelden creëren zolang haar ogen, die zienderogen slechter worden, het toelaten. En hij is oprecht geïnteresseerd in alles en iedereen.

Samen maken ze van Visages Villages, ook wel bekend onder de Engelse titel Faces Places, een aanstekelijke ode aan het bestaan, waarin het gewone algauw heel bijzonder wordt.

De Vijfde Bruid

de vijfde

 

In een ander leven had ze misschien barones in ‘Het Land Van Ooit’ kunnen worden. In dit leven werd Petra Timmermans vrouw nummer vijf van kunstenaar Anton Heyboer (1924-2005). Ze oogt als een volledig losgeslagen freule, die niet had misstaan in het inmiddels opgedoekte attractiepark: overdadig aangebrachte make-up, ravissante kleding in de felste kleuren en een enorme hoeveelheid opzichtige sieraden.

Rogier Timmermans heeft zijn tante vijftien jaar niet gezien als hij haar in 2001 opzoekt. Ze woont in een huisje tegenover de woning waar kluizenaar Heyboer met zijn vier andere vrouwen leeft en houdt zich daar onledig met de verkoop van zijn kunst. Ze weet nog precies wanneer het begon, vertelt ze trots tegen haar neef: 3 juni 1982. De dag waarop Petra haar lotsbestemming vond: ene Anton Heyboer.

Die ontboezeming vormt het startpunt van De Vijfde Bruid (68 min.), een fascinerende film uit 2007 waarin Timmermans, aan de hand van het levensverhaal van z’n tante, de geschiedenis van zijn eigen getroebleerde familie ontrafelt. Zijn oma speelt daarin een sleutelrol. Haar dochter Petra blijkt uiteindelijk niet meer dan ‘een inruilwagen’ voor Heyboer, die haar leven op geheel eigen wijze structuur heeft gegeven. Zíjn structuur.

De almachtige man die met strakke hand de lijnen uitzet (en intussen alom wordt aanbeden door zijn eigen harem). Waar hebben we die vaker gezien? Binnen zijn eigen kleine context beschikt Anton Heyboer, die in deze slim opgebouwde documentaire soms overkomt als een raaskallende ouwe zonderling, blijkbaar over een enorme aantrekkingskracht. Hij maakt het leven, in elk geval dat van Petra, klein en overzichtelijk en geeft het tegelijkertijd op een tamelijk verwrongen manier ook weer zin.

Heaven Is A Traffic Jam On The 405


De Oscar voor beste korte documentaire ging eerder dit jaar geheel terecht naar Heaven Is A Traffic Jam On The 405 (40 min.), een aangrijpende kleine film over de getormenteerde Amerikaanse kunstenares Mindy Alper die kampt met smetvrees, dwangneuroses en depressies en tussen de problemen door prachtige tekeningen, sculpturen en schilderijen maakt.

Ze voelt zich nooit gelukkiger dan in een file op haar vaste stukje snelweg, waar ze naar de auto’s en mensen kan kijken. Haar eigen kleine stukje hemel. In deze film van Frank Stiefel daalt ze ook regelmatig af naar haar eigen hel, waar innerlijke demonen (opgeroepen door haar vader en moeder?) een normaal leven vaak onmogelijk maken.

Jan Wolkers Spreekt…

NTR

‘Een andere Wolkers dan het cliché van de letterkundige branieschopper.’ Deze documentaire, die tien jaar na zijn dood wordt uitgebracht, legt de lat vanaf het begin hoog. Is het werkelijk mogelijk om het beeld van een gevierde schrijver/kunstenaar, die een heel publiek leven heeft geleid, te doen kantelen?

Voor Jan Wolkers Spreekt… (55 min.) heeft Wim van der Aar toegang gekregen tot privé-opnamen van Jans weduwe Karina Wolkers, die hij heeft aangevuld met een variëteit aan beeld- en geluidsmateriaal, zoals bijvoorbeeld b-roll beelden van de verfilming van Turks Fruit en Wolkers’ allereerste televisie-interview, waarin hij zich opmerkelijk dienstbaar opstelt naar de letterlijk hoog boven hem verheven interviewer.

Van der Aar vist die grabbelton met liefde leeg, waarbij de nadruk ligt op Wolkers’ Amsterdamse bloeiperiode van 1963 tot 1977. Uit dat laatste jaar stamt ook een interviewfragment met Jan Fillekers, dat helemaal aan het eind van de film is geplaatst. Daarin neemt de schrijver alvast een voorschot op zijn eigen nalatenschap.

Jan Wolkers beweert dat hij altijd zijn manuscripten verbrandt en zojuist het originele typoscript van zijn onlangs verschenen roman De Kus heeft geslachtofferd. ‘Ze vinden van mij niks terug’, zegt hij ferm (nadat we bijna een uur naar materiaal uit ‘s mans archief hebben zitten kijken). ‘Het boek, het eindproduct, dat is het. Dat ben ik.’

Zou Jan Wolkers destijds al hebben geweten dat dit je reinste onzin was? Op 19 oktober jongstleden, zijn tiende sterfdag, verscheen ook al Het Litteken Van De Dood. Een boek, geschreven door Onno Blom, de biograaf die Wolkers vlak voor zijn dood zelf aanwees. Blijkbaar wilde de grote schrijver toen allang zijn sporen niet meer uitwissen.

Burden


‘Leonardo da Vinci. Vincent van Gogh. Pablo Picasso. Chris Burden.’ In een zelfgemaakte promovideo uit 1976 plaatst Chris Burden zichzelf tussen de allergrootste kunstenaars uit de wereldgeschiedenis. Al is nooit iets wat het lijkt bij deze spraakmakende performance-kunstenaar.

De bruisende documentaire Burden (90 min.) laat zien dat zijn werk vrijwel altijd een pijnlijk, gewelddadig of sado-masochistisch karakter had. Zo liet Burden zich tijdens zijn opleiding eens vijf dagen opsluiten in een veeeel te klein kleedkamerkastje, werd hij als een moderne Jezus-figuur aan een Volkswagen gekruisigd en biechtte hij later in het openbaar een buitenechtelijke relatie op (waarvan zijn vrouw nog niet op de hoogte was).

Toch gaat Burden vooral de geschiedenis is als de man die zich, in het kader van zijn pièce de résistance Shoot, in 1971 voor de camera liet beschieten met een pistool. Een beeld dat aan hem bleef kleven, ook toen hij zich ging bezighouden met geheel andere kunst.

Deze scherpe en grappige film van Timothy Marrinan en Richard Dewey zoekt nadrukkelijk de vraag op of kunst pijn mag/moet doen. En waar o waar ligt eigenlijk de grens tussen kunst en gekte?