Don’t Put Me In A Box

NTR

Het succes kwam hem niet aanwaaien, stelt de Marokkaans-Belgische choreograaf Sidi Larbi Cherkaoui, die tot 2022 zeven jaar lang de scepter zwaaide bij het Koninklijk Ballet van Vlaanderen, in zijn lange loopbaan werkte met popgrootheden als Beyoncé en Madonna en tegenwoordig artistiek leider is van het Grand Théâtre de Genève.

Of, zoals hij zijn jeugd en de invloed daarvan op z’n artistieke loopbaan in de documentaire Don’t Put Me In A Box (57 min.) van Romain Girard kernachtig samenvat: ‘Pas toen ik vijftien was en wat kilo’s was kwijtgeraakt, de scheiding van mijn ouders had meegemaakt, een door stress veroorzaakte maagperforatie had overleefd, vegetariër was geworden en uit de kast was gekomen, zag ik in dat dansen een existentiële behoefte was, op het masochistische af.’

Larbi Cherkaoui fungeert zelf als verteller van dit bloemrijke (zelf)portret. Hij schuwt ook dan het drama niet. Zowel met taal als dans creëert hij een overdadige beeldenstorm die zowel beklijft als soms ook lam slaat. Terwijl hij zich als choreograaf in pak ‘m beet Japan, Oostenrijk of China te buiten gaat aan het creëren van adembenemende beelden, is er altijd die stem die elke gebeurtenis of emotie inkadert. Daarmee krijgt alles in zijn leven betekenis – en vervolgens ook z’n artistieke weerslag.

Zoals toen ’s mans woede over het onrecht in de wereld plaatsmaakte voor verwarring. ‘Waar het maken van choreografieën eerst heilzaam was keerde mijn kunst, waarmee ik koppig zoveel wilde zeggen en vooral op zoek was naar waardering, zich tegen mij. Er kwam kritiek op de overdaad van mijn choreografieën. En ik raakte ontmoedigd.’ En het dwangmatige denken daaraan sijpelde vervolgens door naar zijn werk – gevolgd door de behoefte om te ‘leven in de leegte’ en alweer een nieuwe voorstelling.

Dat leven, zoals de hoofdpersoon en maker dat in deze gestileerde dansfilm voorstellen, maakt eveneens een geconstrueerde indruk. Groots en meeslepend, dat is ‘t. En, met Instagram als aanjager en uitlaatklep, ook helemaal van deze tijd. Tis het verhaal dat je van een leven, ten volle geleefd natuurlijk, kunt maken – of, zo je wilt, de voorstelling. Met een trefzekere tagline erbij: creëren is mijn overlevingsstrategie.

Devo

Netflix

‘We zijn niet cynisch’, houden de leden van de Amerikaanse new waveband Devo (93 min.) een televisie-interviewer voor. ‘We kijken gewoon het nieuws.’

Het verval is in de jaren zeventig overal zichtbaar. De bandnaam Devo is niet voor niets een afkorting van devolution, ofwel de-evolutie. Het idee dat de mens niet meer is dan een krankzinnige erfgenaam van kannibalistische apen, die zichzelf en de aarde ten gronde zal richten. Alle reden dus om die creatuur en zijn wereld genadeloos te kijk te zetten. Als een Paard van Troje proberen de ‘spudboys’ uit Akron, Ohio, de Amerikaanse entertainmentindustrie binnen te dringen, om die van binnenuit te gaan uithollen met een subversieve combinatie van muziek, theater en filosofie.

Hun artistieke ontdekkingsreis, door henzelf treffend omschreven als ‘een muzikaal laxeermiddel voor een verstopte samenleving’, levert Devo al snel bekende fans op, zoals John Lennon, Jack Nicholson en David Bowie. Die laatste brengt hen ook in contact met Brian Eno, die hun debuutalbum wel wil produceren. De samenwerking met het stronteigenwijze gezelschap zal echter uiterst stroef verlopen. De echte ellende moet dan nog beginnen: een rechtszaak van Warner Brothers, dat een mondelinge deal heeft met de band, die echter tekent bij concurrent Virgin Records.

Toch wel opvallend voor een band die zich zo nadrukkelijk afzet tegen de uitverkoop van de Amerikaanse cultuur, muziek in het bijzonder. In het universum van Devo – en deze zeer vermakelijke documentaire die Chris Smith daarover heeft gemaakt – hoeft dat evenwel helemaal geen contradictie te zijn. Devo spot met alle regels – en zichzelf. De enige echte hit van de groep, Whip It, is daarvan een treffend voorbeeld. Menigeen is in de veronderstelling dat het nummer over SM of masturbatie gaat. Als er een videoclip moet komen, besluit de band daar smakeloos op in te spelen.

In werkelijkheid is de hitsingle, tenminste volgens Devo, bedoeld als een aansporing voor de Democratische president Jimmy Carter, die het bij de verkiezingen van 1980 moet opnemen tegen de door Devo gewantrouwde Republikeinse kandidaat Ronald Reagan. Verkeerd begrepen zijn ondertussen ook de plastic JFK-kapsels die de bandleden in die periode beginnen te dragen, de opvolgers van de rode hoedjes, de zogeheten ‘Energy Domes’, waarmee ze bekend zijn geworden. Hun keurige zijscheidingen worden aangezien voor de haardos van Ronald Reagan, die de verkiezingen natuurlijk zal winnen.

Zo wordt Devo’s permanente rebellie tegen al wat Amerikaans mag worden genoemd, die grofweg Reagans gehele regeerperiode omvat, in dit patente bandportret vlot, prikkelend en lekker speels, met een smakelijke potpourri van archiefmateriaal uit alle uithoeken van de (kunst)wereld(geschiedenis), uitgespeeld. Totdat ook deze volstrekt eigenzinnige groep in zekere zin lopendebandwerk is geworden – en, oh ironie, geen centen meer in het laatje brengt.

Zoekjaar

Windmill / VPRO

‘Weet je zeker dat de rest in orde is?’ vraagt Nadh Lingyun Cao, terwijl hij ongelukkig naar zijn laptop kijkt.

‘Ik weet het niet zeker, antwoordt Joris Koptod Nioky. ‘Ik ben nu eenmaal ook geen expert, maar ik denk dat het wel in orde is’ Hij laat een korte stilte vallen. ‘Alstjeblieft… probeer me te negeren als we filmen.’

‘Moet ik gewoon het nummer veranderen?’ onderbreekt Lingyun Cao hem desondanks.

‘Welk nummer?’

Lingyun Cao doet nóg een poging om de informatie op zijn beeldscherm te vatten. ‘Ik heb gewoon een accountant nodig.’

Even daarvoor heeft de in Nederland woonachtige kunstenaar (33) uit China zich ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Hij had overigens geen andere keus. Als hoogopgeleide migrant heeft Lingyun Cao, na het afronden van zijn studie aan de Gerrit Rietveld Academie, nog een jaar de tijd om werk te vinden, dat minimaal 2400 euro per maand oplevert. Anders moet hij het land na negen jaar verlaten.

Joris maakt een documentaire over dit Zoekjaar (70 min.). Om daarmee een begin te maken heeft hij alvast 18.000 euro subsidie gekregen. Voor deze film dus, waarvoor ie in totaal zo’n drie ton nodig denkt te hebben. Intussen blijft zijn hoofdpersoon worstelen met de Nederlandse bureaucratie. ‘I want to move people’, noteert hij in een schriftje. ‘Console them. Disrupt them. Art is my unconditional gift.’

Dan is allang duidelijk dat de twee zeker geen conventionele vertelling voor ogen hebben, waarbij de hoofdpersoon er aan het eind, na het overwinnen van de nodige administratieve obstakels, al dan niet in slaagt om zichzelf van een baan, klus of project te verzekeren, die voldoende geld binnenbrengt. Zoekjaar wordt een mindfuck van jewelste, op het snijvlak van documentaire, fictie en performancekunst.

Nadh Lingyun Cao, die via ingesproken audioberichtjes diep in z’n binnenste laat kijken, draait zichzelf steeds verder vast en raakt daarvan alsmaar gefrustreerder. Dat zorgt tevens voor botsingen met de man achter (en ook: voor) de camera. ‘Het komt jou zeker wel goed uit dat ik in deze situatie zit’, bijt hij hem toe. ‘Dit is perfect voor die klotefilm van je. Zie je niet waar ik doorheen ga? Heb je dan geen enkele empathie?’

Zulke confrontaties doen denken aan Joris Koptod Nikoys vorige film, waarin hij de degens kruiste met zijn eigen moeder Rian. Dit Ben Ik Niet, voegde zij hem getergd toe, toen ze doorkreeg wat de teneur van die documentaire werd. Bij Lingyun Cao lopen de emoties ook steeds hoger op, totdat het komt tot een soort catharsis, die de filmmaker rücksichtslos vastlegt terwijl hij hem tegelijkertijd tot kalmte probeert te manen.

Zoekjaar wordt daarmee een bijzonder unheimische film – niet in het minst ook door de uitzinnige beeldexperimenten van zowel de kunstenaar als de filmmaker waarmee de ontwikkelingen worden omlijst. Tegendraads, duister en soms bijna onuitstaanbaar. En meta, dat ook. Over de ongemakkelijke verhouding tussen maker en subject, waarbij de één de ander soms harder nodig heeft dan de ander hem – al kan dat zo omdraaien.

Darklands: Are You Ready To Go Deep?

Cinemien

Sinds 2010 wordt Darklands elk jaar nét iets groter. Behoedzaam brengt de Vlaamse organisator Jeroen van Lievenoogen het grootste indoor gay fetishfestival steeds een stapje verder. Totdat het Coronavirus in 2020 roet in het eten gooit en Darklands noodgedwongen pas op de plaats moet maken.

De COVID-19 periode, waarin ook Darklands verliezen moet incasseren en het doorgaan van het festival elke editie weer onzeker is, markeert het meest geladen deel van deze documentaire van Roland Javornik uit 2023, die soms bijna een promofilm lijkt voor het festival dat jaarlijks zo’n zevenduizend homomannen en andere fetishfreaks verleidt om een kleine week hun wildste fantasieën uit te leven in Waagnatie, een oude loods te Antwerpen.

In Darklands: Are You Ready To Go Deep? (84 min.) gunt Van Lievenoogen, net als tijdens het festival terzijde gestaan door zijn creatieve jongere zus Nathalie (die zelf overigens niet tot de doelgroep van alle festiviteiten behoort), eenieder een kijkje achter de schermen bij Darklands, Het festival heeft zich ontwikkeld tot een vrijplaats voor een internationaal publiek, dat zich onbekommerd kan overgeven aan z’n eigen kinky voorkeuren.

Voor deze kleurrijke gemeenschap – van gayporno- en BDSM-liefhebbers tot leer- en furryfreaks – weerspiegelt het festival de ‘pure vrijheid’, die elders in de wereld nog wel eens ontbreekt. Zo bezien heeft deze productie, die toewerkt naar de festivaleditie van 2022, zeker z’n waarde – al is de Darklands-docu wel héél veel braver dan de thematiek van het festival, waar eigenlijk weinig te gek lijkt, doet vermoeden.

The Pilgrimage Of Gilbert And George

Gilbert & George

Twee mensen, één kunstenaar. Al ruim een halve eeuw onafscheidelijk: George Passmore en Gilbert Prousch. Ze zijn hun eigen kunst. Samen dus. Ze ontmoetten elkaar in 1967 tijdens de opleiding beeldhouwen op de Saint Martin’s School Of Art in Londen. Hij, uit het Engelse graafschap Devon. En hij, uit de Italiaanse Dolomieten. Ze vormden subiet een duo. Voor het leven. Met als motto: kunst voor allen.

Getweeën lopen ze in The Pilgrimage Of Gilbert & George (88 min.), statig en liefst volstrekt synchroon, door hun eigen carrière, op weg naar het onvermijdelijke einde. Strak in het pak. Met een uitgestreken gezicht ook. En volstrekt onverstoorbaar. Al hun hele leven willen ze niet tot de gevestigde orde behoren – of erdoor geaccepteerd worden. Bijgestaan door enkele intimi en kenners doen ze in dit dubbelportret van Mike Christie zo hun verhaal. Twee monden, één vertelling.

Over levende standbeelden, ‘eeuwenoude’ houtskooltekeningen, The Dirty Words Pictures, schreeuwerige spandoeken en, jawel, The Naked Shit Pictures. En een kunstenaar met twee hoofden en Iijven, maar slechts één hart. Één idee. Om werk te maken voor een breed publiek, voorbij de linkse kunstelite. ‘We proberen kunst te maken waarmee we de straat op kunnen’, zeggen Gilbert & George. ‘Niet voor de ingewijden, maar voor elke taxichauffeur en elke drugsverslaafde.’

En deze joyeuze film, waarin het symbiotische tweemanschap alle ruimte krijgt én neemt, zet vol de schijnwerper op die directe, kleurrijke en soms ook provocatieve kunst, waarin thema’s als straatcultuur, de AIDS-crisis en religie hun plek hebben gevonden. ‘Veel mensen vragen ons of de werken over onze sterfelijkheid gaan’, zeggen de twee tachtigers, die al bijna zestig jaar met één stem spreken, bepaald niet zonder zelfspot. ‘We vinden het echter nog te vroeg om daar werk over te maken.’

En ook dat lijkt dan weer een sprekend voorbeeld van twee zielen, één gedachte. Als het inmiddels niet gewoon om één ziel gaat….

Porcelain War

Picturehouse / Roco Films

‘Oekraïne is net porselein’, zegt Slava Leontyev. ‘Gemakkelijk te breken, maar onmogelijk te vernietigen.’ Samen met zijn geliefde Anya Stasenko is de Oekraïense kunstenaar dagelijks in de weer met porselein. Hij vormt dierfiguurtjes, bakt die in een oven en overhandigt ze daarna aan haar. En zij beschildert die ‘porcelain beasts’ dan, geïnspireerd door al wat leeft in de natuur, met gedetailleerde en kleurrijke taferelen.

De twee uit Kharkiv, zo’n veertig kilometer van de Russische grens, kennen elkaar al van kinds af aan, maar vormen sinds de kunstacademie echt een onafscheidelijk duo. In een andere tijd zou het Oekraïense stel zich ook alleen met hun kunst hebben beziggehouden. Sinds de Russische aanval in het begin van 2022 staat de wereld van Slava, Anya en hun hond Frodo echter helemaal in vuur en vlam.

Slava’s beste vriend, de schilder Andrey Stefanov, is enkele jaren geleden in Kharkiv komen wonen. Nadat de Russen in 2014 het Oekraïense schiereiland De Krim bezetten, zagen Andrey, zijn vrouw Lena en hun tienerdochters Anya en Sonya daar geen toekomst meer. Nu ’t enige tijd later ook in Kharkiv oorlog is, nemen de twee kameraden Slava en Andrey de camera ter hand om hun levens en land te filmen.

Dat beeldmateriaal heeft z’n weg gevonden naar Porcelain War (87 min.), waarmee Slava en zijn coregisseur Brendan Bellomo tonen hoe die oorlog gewone mensen dwingt om de wapens op te nemen. Slava behoort zelf al enkele jaren tot een speciale legereenheid en is nu ook begonnen met het trainen van burgers als militair. Want dat is de realiteit in Oekraïne: Ruslands beroepsleger staat tegenover vrijwilligers.

Slava’s collega’s in de zogenaamde Saigon-eenheid waren ooit melkveehouder, meubelverkoper, aannemer, grafisch ontwerper, wapenmaker of IT’er. Al die gewone Oekraïners, met hun eigen verhaal en achtergrond, zijn nu omgevormd tot een professionele militaire eenheid. En die wordt naar de frontlinie in Bakhmut gestuurd, een soort Armageddon, om daar ‘het kwaad’ een halt toe te roepen.

Deze meermaals bekroonde film, voor het leeuwendeel door de hoofdpersonen zelf gefilmd, toont echter niet alleen de schermutselingen, veelal met drones, aan het front, maar vangt ook hoe Skava en Anya thuis, in hun kapotgeschoten stad, mens en kunstenaar proberen te blijven. De creativiteit en liefde voor elkaar versus de rücksichtslos verstoorde vrede. Met kunst als probaat beschermingsmiddel.

In de porseleinen uilen, honden én slakken van Slava en Anya, geplaatst in de buitenwereld en virtuoos met animaties tot leven gebracht door BluBlu Studios, komen die conflicterende werelden samen. ‘Slakken reizen met hun huis op hun rug’, vertelt Slava. ‘Een vluchteling is net een naaktslak.’ Hij herkent ‘t bij z’n vriend Andrey, die z’n gezin bij de grens heeft afgeleverd. Hopelijk zijn ze elders veilig.

Slava Leontyev ziet ook een andere kant aan die oorlog. ‘Het is gewoon een kwestie van enorm geluk dat ik zulke bijzondere mensen ben tegengekomen in mijn leven’, stelt hij. ‘In zekere zin compenseert dat een deel van de ellende die zich rondom ons voltrekt.’ Anya vult aan: ‘De oorlog heeft me laten zien hoe goed mensen kunnen zijn. Van tevoren had ik alleen in boeken gelezen over mensen die van binnen schitteren.’

Het is de opmerkelijke slotsom van deze gekantelde ‘oorlogsfilm’ over de rol van verbeeldingskracht, zelfexpressie en vriendschap, nog eens kracht bijgezet overigens door de bezwerende soundtrack van het Oekraïense folkkwartet Dakhabrakha, in tijden van strijd, nood en patriotisme. Als uitdrukking van de, ondanks alles, liefde voor het leven en de vrijheid.

Caravaggio: The Vanished Masterpiece

Terranoa

Is het een echte ‘Caravaggio’, de originele versie van het schilderij Maria Magdalena In Extase dat in 1610 na de dood van de Italiaanse kunstenaar verdween uit Napels? Het kunstwerk werd enkele jaren geleden aangetroffen in een privécollectie en wordt nu gereinigd en in oude glorie hersteld door de restaurateur Cinzia Pasquali. De eigenaars, woonachtig in Umbrië, willen graag anoniem blijven.

In Caravaggio: The Vanished Masterpiece (92 min.) neemt Frédéric Wilner de tijd om te ontdekken of het een authentieke Caravaggio is – of toch één van de vele kopieën of het werk van een navolger. De restauratie dwingt eenieder in elk geval om héél goed te kijken naar het schilderij en de werkwijze van de kunstenaar. De Caravaggio-kenner Mina Gregori is alvast overtuigd geraakt van de echtheid, maar nader onderzoek is gewenst.

Daarvoor probeert Wilner allereerst zicht te krijgen op het leven van Michelangelo Merisi da Caravaggio (1571-1610) zelf, één van de meest invloedrijke kunstenaars van zijn tijd en een inspiratiebron voor zijn Nederlandse vakbroeder Rembrandt van Rijn. Volgens de overlevering was Caravaggio ook een zeer sterke persoonlijkheid met een dwars karakter. Een donkere man, in alle opzichten. Hij schilderde vanuit zijn onderbuik.

En nadat hij overdag maniakaal had gewerkt, in opdracht van de kerk of een gefortuneerde kunstverzamelaar, dook hij de nacht in. In duistere kroegen zocht hij het gezelschap op van dubieuze figuren, vechtersbazen en dames van lichte zeden. Hij toonde zich dan een provocateur die nogal eens in vechtpartijen verzeild raakte. Toen hij daarbij in 1606 ene Ranuccio Tomassoni doodde, moest Caravaggio Rome ontvluchten.

De omstreden kunstenaar nam de wijk naar Napels, op een tocht die hem in de laatste jaren van zijn leven ook nog naar Sicilië en Malta zou brengen. En overal werkte hij zich flink in de nesten. Waar Caravaggio kwam, kwam ruzie. Met kunstwerken probeerde de schilder de schade dan weer te repareren. Frédéric Wilner vervat al die verwikkelingen in gedramatiseerde scènes, die zijn vormgegeven als tot leven gewekte schilderijen.

Door de scandaleuze levenswandel van zijn protagonist is het lastig om zicht te krijgen op diens oeuvre. De kunsthistorici Orietta Verda en Francesca Curti duiken allerlei archieven in, om te ontdekken hoe Maria Magdalena In Extase bij z’n huidige eigenaren terecht is gekomen. Op hun zoektocht stuiten ze bijvoorbeeld op de markiezin Colonna, Caravaggio’s levenslange beschermvrouwe, en de machtige kardinaal Borghese.

En wellicht is het schilderij, als het al authentiek is, ook nog in handen gekomen van een magistraat, die ’s mans erfenis moest afhandelen en die zich het kunstwerk toen zou hebben toegeëigend. Het korte, tumultueuze leven van de schilder en de eeuwenlange nasleep daarvan wordt in Caravaggio: The Vanished Masterpiece in elk geval gepresenteerd als een gigantisch doolhof, dat vervolgens zeer omzichtig wordt verkend.

Trailer Caravaggio: The Vanished Masterpiece

Dit Hoort Bij Ons

NTR

De subsidie is stopgezet, het museum wordt gesloten. Bij de sluiting van De Voorde, het stadsmuseum van Zoetermeer, gaan ze de collectie uitpakken en uitstallen, zodat inwoners van de Zuid-Hollandse gemeente een laatste blik mogen werpen op de vijfduizend museumstukken. Dan kunnen ze samen bepalen: wat mag weg en wat moet beslist in Zoetermeer blijven?

Barbara Makkinga kijkt mee en begeleidt ‘het zorgvuldig en transparant ontzamelen van de hele collectie’ (aldus interim-directeur Hans van de Bunte) met invoelende voice-overs van Georgina Verbaan en bijpassende melancholieke muziek. Museoloog Gerard Rooijakkers verricht eveneens hand- en spandiensten en werpt dan soms elementaire vragen op. ‘Wat hebben de kleinkinderen en kinderen van Zoetermeer toch misdaan dat zij onterfd worden?’ houdt hij medewerkers en geïnteresseerden bijvoorbeeld voor.

Objecten die tijdens de ‘participatieve waardering’ met inwoners van Zoetermeer een lage beoordeling krijgen moeten in elk geval naar elders verkassen. Van andere werken weten de bewoners dan weer zeker: Dit Hoort Bij Ons (59 min.). Die kunnen dan mogelijk een plek krijgen bij de oorspronkelijke eigenaar of in een privécollectie. Tegelijkertijd is er ook onvrede: hebben sommige voorwerpen nu werkelijk geen persoonlijke, emotionele of geschiedkundige waarde voor de gemeenschap?

Het scheidingsproces – en scheiden doet onvermijdelijk lijden – brengt een maatschappelijke dialoog op gang. Jong en oud gaan in gesprek over wat van deze ‘collectie zonder thuis’ waarde heeft en dus behouden moet blijven. Daarmee ontwikkelt deze film zich tot een soort tegenpool van documentaires zoals Marten & OopjenMijn Rembrandt en Made In Holland, waarin gefortuneerde lieden of musea zich beijveren om prestigieuze en vaak ook peperdure kunstwerken aan de eigen collectie toe te voegen.

Zulke bezigheden zijn duidelijk voorbehouden aan ‘the happy few’, terwijl de kunst in Zoetermeer echt van en voor het volk is – of niet. Vrijwel alle objecten gaan dus gepaard met persoonlijke of historische verhalen, waarvan Makkinga er een paar uitlicht in deze interessante documentaire. Intussen belanden de objecten die tot het ‘onvervreemdbaar Zoetermeers erfgoed’ worden gerekend bij de gemeente zelf. En die heeft nog wel een bijzonder plekje: ergens waar voorlopig geen inwoner ze kan zien.

Beijing Spring

Wang Rui

Kunst als teken van vrijheid en daad van protest. Tijdens de zogenaamde Beijing Spring (102 min.), die grofweg van 1978 tot en met 1982 duurt, probeert een generatie Chinese kunstenaars zich te ontworstelen aan de schaduw van Mao’s Culturele Revolutie.

Sinds partijvoorzitter Mao Zedong de revolutie in 1966 heeft uitgeroepen, is ‘t hun (enige) taak geweest om de Communistische Partij en gewone arbeiders, boeren en soldaten te verheerlijken. Mao’s dood, tien jaar later, lijkt echter de grote ommekeer in te luiden. Zijn vrouw Jiang Qing, bijgenaamd Madame Mao, en de zogenaamde Bende van Vier, die China namens de grote leider met ijzeren hand hebben geregeerd, worden opgepakt en berecht. Mao’s Culturele Revolutie lijkt voorbij, maar heeft ongelooflijke hoeveelheden slachtoffers gemaakt en zal nog generaties lang nazingen.

‘Ik heb op het portret van de voorzitter gepoept terwijl ik op het toilet zat’, bekent kunstenaar Kang Wanhua, ogenschijnlijk zonder gêne. Hij legt uit: ‘Ik was een contrarevolutionair en zat in totaal vier jaar in de gevangenis. Ik schilderde achter hun rug om. Mijn familie smokkelde potloden en penselen binnen.’ De piepkleine, uiterst kleurrijke schilderijen die Kang in die periode maakte, waren op geen enkele manier verbonden met de politieke ideeën die hij van de staat moest uitdragen. ‘Als ze me hadden betrapt, was ik ten dode opgeschreven geweest.’

Na Mao’s dood komt er een democratiseringsproces op gang, waarbij er meer artistieke vrijheid lijkt te komen om te schilderen, fotograferen, schrijven, filmen en ontwerpen wat je wilt. Het blijkt een misvatting, laat deze interessante film van Andy Cohen en Gaylen Ross zien. Ook de nieuwe Chinese leider Deng Xiaoping duldt geen serieuze tegenspraak of zelfs maar het verkennen van de grenzen. Als Wei Jingsheng in het politieke tijdschrift Tansuo bijvoorbeeld het artikel ‘Willen we democratie of een nieuwe dictatuur?’ publiceert, is de officiële reactie glashelder: hij wordt gearresteerd.

De Lente van Beijing – vervat in vurige woorden, dwarse exposities en kleurrijke kunstwerken, waaronder zowaar ook naakten – zal nooit uitmonden in zomer. De Muur van de Democratie bij het Plein van de Hemelse Vrede, waar het vrije woord een tijd welig kon tieren, wordt subiet opgedoekt. Het leeuwendeel van de representanten van de Chinese kunststroming, waarvan een belangrijk deel ook aan het woord komt in Beijing Spring, verdwijnt weer het toneel: naar de gevangenis of het buitenland. Een winter van censuur en repressie krijgt China weer in z’n greep.

En vrije geesten worden veroordeeld tot het bestaan van banneling of dissident.

Art Vs War: Banksy And C215 In Borodianka, Ukraine

3D Produzioni srl

Er zit een zekere tegenstrijdigheid in het conserveren van straatkunst. Hoort die niet gegeseld te worden door weer en wind en vervolgens met de tijd op te gaan in z’n natuurlijke omgeving? Toch is een team van restaurateurs vanuit Italië afgereisd naar Borodianka, een Oekraïense stadje op bijna zestig kilometer van de hoofdstad Kyiv, om de kunstwerken van twee buitenlandse kunstenaars veilig te stellen.

‘Straatkunst leeft en sterft doorgaans op de muur’, constateert ook kunstconservator Maria Colonna in deze aardige documentaire over een andere kant van de oorlog in Oekraïne. ‘Als het in verval raakt, komt dat doordat het nu eenmaal bedoeld was als een tijdelijk werk. Maar in dit specifieke geval is het logisch om de kunstwerken los te maken. Ze vormen nu eenmaal een belangrijke en krachtige getuigenis.’ Want de werken die in Borodianka in bewaring worden genomen komen uit de koker van ’s werelds toonaangevende straatkunstenaar Banksy en zijn Franse vakbroeder C215.

Op een muur liet Banksy een graffiti achter van een gymnaste, die een balanceeroefening doet op de ruïne van een gebombardeerd huis. Het meisje zou geïnspireerd kunnen zijn op Kateryna Dyachenko, speculeren plaatselijke bewoners. De elfjarige gymnaste kwam om het leven bij het Russische bombardement van Marioepol. Elders creëerde de Britse kunstenaar, die zijn eigen identiteit zorgvuldig afschermt, een jongetje dat een volwassen judoka (Vladimir Poetin?) over zijn schouder werpt. Zo liet Banksy in totaal zeven kunstwerken achter in het door oorlog verteerde land.

Waar regisseur Michele Pinto en zijn bronnen in Art Vs War: Banksy And C215 In Borodianka, Ukraine (54 min.) moeten gissen naar Banksy’s motieven, staat de Franse kunstenaar Christian Guémy, alias C215, hem gewoon te woord. Hij maakte een aantal muurportretten van standvastige Oekraïners, zoals de jonge bataljonscommandant Dmytro Kotsiubailo. De voormalige schilder, bijgenaamd Da Vinci, werd in december 2021 tot nationale held uitgeroepen door president Volodymyr Zelensky en kwam anderhalf jaar later op 27-jarige leeftijd om het leven.

Guémy vereeuwigde ook het oudere, van oorsprong Russische (!) koppel Mykola en Nina Kupriienko, dat ondanks het oorlogsgeweld weigert om Borodianka te verlaten. C215 heeft van hen een symbool van de Oekraïense onverzettelijkheid gemaakt. Met zijn werk steekt hij, net als Banksy, het belaagde land een hart onder de riem. Tegelijkertijd vertegenwoordigt hun kunst ook een aanzienlijke waarde. Ooit, na de oorlog, kan die misschien de basis vormen voor een museum, stelt cultuurkenner Valentyn Moiseienko in deze interessante film. Een nieuwe start voor het Borodianka van na de oorlog.

The Trouble With Mr Doodle

Acme Films

Als het aan Sam Cox ligt, is de hele wereld niet meer dan een canvas voor zijn ‘doodles’, de lijntekeningen die de meeste mensen vooral maken om hun gedachten te verzetten. Als kind wilde de jonge Brit al obsessief tekenen, liefst vijftien uur per dag. Gedachteloos de stift ter hand nemen en dan letterlijk elk papier vullen waar je de hand op kunt leggen. Zo blijft de echte wereld ook op afstand. En dat is wel zo prettig, want Sam is nu niet direct een sociale jongen.

Hij ontwikkelt een alter ego: Mr Doodle, een slapstickachtige figuur met een doodlepak aan, die alles voltekent wat hij op zijn pad treft en die via foto’s en filmpjes op social media al snel een populair personage en een gewaardeerde kunstenaar wordt. Sams grote doom is een volledig wit geschilderd huis, dat hij vervolgens, van binnen en van buiten, he-le-maal kan voltekenen met zijn kenmerkende naïeve figuurtjes, voorwerpen en vormen. Tegen die tijd hebben zijn enthousiast ontvangen ‘droedels’ alleen al een behoorlijk ongezond trekje gekregen.

The Trouble With Mr Doodle (88 min.) is een aangrijpend portret van een jonge getalenteerde tekenaar die stilaan volledig doordraait. Totdat Sam Cox zichzelf dood verklaart en daadwerkelijk verder wil als Mr Doodle, een tragische figuur die z’n levensdagen slijt in het nachtmerrieachtige Doodleland. ‘Ik dacht dat ik bevriend was geraakt met Banksy en heel close was met Kanye West’, vertelt hij daarover. ‘Donald Trump vroeg me om te doodelen op de muur tussen de Verenigde Staten en Mexico. Wij gingen samen de hele wereld doodelen!’

Deze film van Jamie D’Cruz, Ed Perkins en Alex Nott maakt alvast een ferme start met die wereld en is volkomen volgedoodeld. Zodat het intimiderende karakter van dat tekenen in Sams leven bijna fysiek voelbaar wordt. De documentaire begon ooit bij het witte huis – wat een project om te documenteren! – maar ontwikkelde zich gaandeweg tot een portret van de wankele man daarachter. De doodles spatten daarin zowat van het scherm af en overweldigen elke plek waarin ze terecht zijn gekomen. Cox zit gevangen in zijn eigen kunst en het manisch vervaardigen daarvan.

The Trouble With Mr Doodle maakt zichtbaar hoe dun en fragiel de lijn kan worden tussen genie en gekte. Het kunstenaarschap wordt voor Sam Cox, zonder dat hij daar zelf vat op krijgt of ’t zelfs maar door heeft, een juk om onder te bezwijken. Sams mentale staat baart natuurlijk ook zijn ouders Andrea en Neill en Oekraïense vriendin Alena ernstige zorgen. Maar hoe red je iemand van zijn zelfverkozen levensmissie?

I Am Martin Parr

Dogwoof

Gniffelen mag. Om de openingssequentie van I Am Martin Parr (52 min.), met iconische beelden van de Britse fotograaf. Om het friet etende gezin op een rood bankje, bij een vuilnisbak die niet op z’n taak is berekend. Om het oudere echtpaar dat elkaar nauwelijks een blik waardig gunt in een sfeerloos restaurant. Om de helblonde hanenkam voor een typisch Britse telefooncel. Om de groep nette heren met een zwarte bolhoed, die ogen als overjarige Daltons. En om de baby die er nog nét bij past in de helemaal volgestouwde winkelwagen.

Typisch Martin Parr. Door regisseur Lee Shulman bovendien opgediend met een snuifje punk: White Riot van The Clash. ‘Hij heeft gedaan wat Charlie Chaplin in de stomme film deed’, stelt Parrs collega Mimi Mollica. ‘Komedie en tragedie ineen. Dat bestond nog niet in de fotografie.’ Martin Parr ziet zichzelf echter niet als een humoristische fotograaf. ‘Het leven is gewoon vreemd en grappig.’ En dus zit zijn werk vol met zowel de schoonheid als de lulligheid van het bestaan. Het duurde alleen even voordat dit op waarde werd geschat: anderen verdachten de fotograaf ervan dat hij gewone mensen te kijk zette.

Dat werd pijnlijk duidelijk toen hij in de jaren negentig lid wilde worden van Magnum Photos, het toonaangevende fotografencollectief. De helft van de leden zou ermee stoppen als Martin Parr werd toegelaten, de andere helft als er géén plek voor hem zou zijn. ‘Cultuur heeft iets tegen humor, terwijl humor de cultuur juist tempert’, schampert kunstenaar Grayson Perry daarover. ‘Dat wordt zo onderschat. Er zit zoveel performatieve ernst in de kunst. Mensen denken dat ellende belangrijker is in de kunst dan humor. Humor houdt gewichtigdoenerij en fanatisme binnen de perken.’

Terwijl zijn echtgenote Susie Parr, kunstkenners en collega’s zoals Bruce Gilden, Kavi Pujara en Harry Gruyaert hun licht over hem laten schijnen, toont Shulman hoe Parr, die ernstig ziek is geweest en zich geregeld voortbeweegt met een rollator, onvermoeibaar aan het werk blijft. Hij lijkt overal in de publieke ruimte wel wat van zijn gading te kunnen vinden: in restaurants, op de dansvloer, aan het strand, in een speelhal, achter het stuur of op de markt. ‘Niet lachen, normaal kijken’, zegt hij dan tegen de mensen voor zijn camera en legt hen vervolgens op hun paasbest, allergewoonst of ongemakkelijkst vast.

Volgens eigen zeggen wil Parr ‘de vrijetijdsbesteding van diverse klassen in de westerse wereld vereeuwigen’. Zo heeft hij meteen de wegkwijnende arbeidersklasse in Thatchers Engeland te pakken gekregen en later ook de consumptiemaatschappij en het internationale toerisme van onvergetelijke beelden voorzien. Op die manier heeft de onverzadigbare fotograaf, in de woorden van bassist Mark Bedford van de Britse skaband Madness (die natuurlijk niet ontbreekt in de lekker rafelige soundtrack van I Am Martin Parr), de wereld vastgelegd zoals die was. ‘En niet zoals hij ‘m wilde hebben.’

De bonte kermis aan beelden in dit joyeuze portret zorgt er zelfs voor dat het gewone leven, zoals eenieder van ons dat elke dag aantreft als ie z’n huis verlaat, verdacht veel op een Martin Parr-foto begint te lijken.

Minted

PBS

Zijn NFT’s simpelweg een hype, die inmiddels alweer is overgewaaid? Of hebben ze een blijvende impact op de kunstwereld?

Toen Mike Winkelmann, alias Beeple, in 2007 dagelijks tekeningen begon te maken op zijn computer, had hij in elk geval nooit kunnen vermoeden dat die ooit zouden worden erkend als serieuze kunst – en dat hij daarmee bij het befaamde veilinghuis Christie’s zou belanden. Beeple’s digitale kunstwerk Everydays: The First 5000 Days – een Non-Fungible Token (NFT), met een unieke digitale handtekening – wordt in 2021 verkocht. Tot zijn eigen verbazing verwisselt de collage van eigenaar voor maar liefst 69 miljoen dollar. Tegenwoordig heeft Winkelmann z‘n eigen studio, waarmee hij probeert te doen wat elke toonaangevende kunstenaar volgens hem ooit deed: het vernieuwen van de kunst zoals we die kennen.

En het begon ooit zo aandoenlijk en klein. Met behulp van een floppy disk en personal computer kan Kevin McCoy in Minted (80 min.) nog steeds de originele digitale kunstwerken laten zien die hij in de jaren negentig maakte. Samen met zijn partner Jennifer stond hij destijds voor een enorme uitdaging: hoe maak je unieke werken, die niet eindeloos kunnen worden gekopieerd? De Blockchain-techniek bood uiteindelijk uitkomst. Daardoor konden NFT’s ook het levenslicht zien – al was daar in eerste instantie nog altijd geen droog brood mee te verdienen. Cars (2014), het digitale kunstwerk van Jennifer en Kevin McCoy dat geldt als de allereerste verkochte Non-Fungible Token, bracht bijvoorbeeld slechts twintig dollar op.

Sindsdien is er veel veranderd: NFT’s groeiden uit tot een hype, zowel in de kunstwereld als daarbuiten, en werden daarna onderdeel van een zogenaamde ‘crypto clash’. Nicholas Bruckman verwerkt die ontwikkeling op een toegankelijke manier in deze vlotte, interessante en speels vormgegeven film. Hij doet dat aan de hand van enkele hoofdpersonen. Fotograaf Justin Aversano begon de foto’s van zijn tweelingenproject Twin Flames enkele jaren geleden bijvoorbeeld als NFT te verkopen, kan zichzelf daardoor nu onderhouden en hoeft dus geen commerciële klussen meer aan te nemen. En de Cubaanse kunstenares Kina Matahari, die in eigen land te maken krijgt met censuur, heeft er ook creatieve vrijheid in gevonden.

Verder hebben NFT’s ook hun eigen kwetsbaarheden. Want wie zorgt ervoor dat anderen jouw werk niet als NFT gaan verkopen, zoals de Nederlandse kunstenares Loish gebeurde? Wie treedt er op als je wordt gehackt? Wat te denken van celebrities, zoals Paris Hilton met haar ‘Bored Apes’ bij de talkshow Jimmy Fallon, die een verdienmodel creëren met NFT’s, waarvan de artistieke waarde mag worden betwijfeld? En hoe wordt de markt beïnvloed, of zelfs verziekt, door allerlei lieden die snel rijk denken te kunnen worden met de handel in NFT’s? Wanneer het mis gaat en de markt crasht, is één ding in elk geval duidelijk: niet alleen gewone investeerders gaan het schip in, kunstenaars zoals Justin Aversano en Kina Matahari kunnen zomaar hun (enige) inkomstenbron verliezen.

Shocking Schiaparelli

Shutterstock / Condé Nast

Ze liep al tegen de veertig toen het succes en de erkenning eindelijk kwamen. Als kind van de negentiende eeuw werd een jonge vrouw zoals Elsa Schiaparelli (1890-1973) eigenlijk geacht om vooral níet op te vallen. Door een speling van het lot had zij, het zwarte schaap van een Italiaanse bourgeoisie-familie, op dat moment al heel wat van de wereld gezien. Ze had als au pair gewerkt in Londen, was getrouwd, moeder geworden en weer gescheiden, maakte in de New Yorkse avant-garde scene kennis met de Amerikaanse fotograaf Man Ray en belandde uiteindelijk in Parijs, waar ze haar stiel zou vinden als modeontwerpster.

Ze was in de jaren twintig en dertig net zo beroemd als – of zelfs beroemder dan – haar concurrente Coco Chanel, betoogt Élise Chassaing in het portret Shocking Schiaparelli (53 min.). De tegendraadse designer ontwierp voor de grootste sterren van haar tijd, zoals Marlene Dietrich, Joan Crawford en Mae West. Totdat haar modehuis in 2013 nieuw leven werd ingeblazen, met als voorlopige hoogtepunt Lady Gaga’s optreden in een Schiaparelli-creatie tijdens de inauguratie van de Amerikaanse president Joe Biden, leek haar naam echter definitief uit het collectieve geheugen gewist. Ingehaald en uiteindelijk ook weggevaagd door nieuwe designers, ontwerpen en trends. In 1954 moest Schiaparelli, vanwege een gebrek aan inkomsten, zelfs haar deuren sluiten.

Deze verzorgde film alterneert consequent tussen verleden en heden. Tussen de zeer uitgesproken ontwerpen van een vrije, subversieve geest, die voortdurend op het snijvlak tussen mode en kunst opereerde en daarbij samenwerkte met de wereldberoemde schilder Salvador Dali, filmmaker Jean Cocteau en surrealistische kunstenares Meret Oppenheim, en de verrichtingen van het modehuis dat nog altijd haar naam draagt. Sinds 2019 zwaait Daniel Roseberry daar als artistiek directeur de scepter. ‘Ik ben me er heel erg van bewust dat Elsa een vrouw was, die ook voor vrouwen ontwierp’, vertelt hij. ‘Ik let er heel goed op dat ik niet vanuit een ‘male gaze’ ontwerp voor vrouwen.’

Die link met hedendaagse mode en kunst tilt Shocking Schiaparelli ook uit boven het niveau van een routinematige film over een historische figuur. Chassaing laat bovendien overtuigend zien dat het werk dat Elsa Schiaparelli heeft nagelaten nog altijd zijn weerslag vindt in de outfits van influencers zoals Kim Kardashian, Bella Hadid en Beyoncé.

Pipe Dream

AVROTROS

Hij beschouwde zichzelf ooit als een soort god, zegt ie. Sinds 1990 houdt de Nederlandse kunstenaar Theo Jansen zich al bezig met het maken van ‘strandbeesten’. Terwijl hij, in de openingsscène van dit aan hem gewijde persoonlijke portret, over hen vertelt als ware het levende wezens, is Jansen druk bezig met een soort perpetuum mobile van PVC-buizen dat, eenmaal aangejaagd door de wind, gracieus over het strand schrijdt. ‘Na verloop van tijd werd het steeds duidelijker dat ik meer een slaaf ben dan een god.’

Op ’s mans YouTube-kanaal @strandbeestfilm zijn talloze filmpjes te vinden van Jansens beesten op het Scheveningse strand. Soms lijken ze op rudimentaire vogels of prehistorische skeletten, een andere keer op een reusachtige rups of militaire parade. De meerderheid van zijn creaties mislukt overigens, bekent hij aan het begin van de internationale documentaire Pipe Dream (47 min.). Kunst is voor hem vooral veel spelen. En dan begint het materiaal vanzelf tegen je te praten.

(Zelf)spot is de man daarbij niet vreemd. Jansen realiseert zich dat er een Don Quichot-achtige figuur in hem schuilt. Die kan helemaal opgaan in zijn eigen creaties en wordt door anderen vast regelmatig voor gek versleten. Als hij bezig is met het vervoer van een aantal beesten naar een galerie in het Japanse Osaka, kan Jansen ‘t niet laten om daar dan weer de draak mee te steken. ‘Het is kunst, weet je?’ zegt hij tegen de filmmakers Nikolay Nikolov en Zachary Alfred. Hij laat een korte stilte vallen. ‘Wisten jullie dat niet?’

‘Als ik van mensen af wil zijn, zeg ik meestal dat het kunst is’, vertelt Jansen even later in zijn atelier, nadat hij daar een geïnteresseerde man heeft afgewimpeld. ‘Dan houdt het meestal wel op. Als ik zeg dat het strandbeesten zijn, gaan ze allerlei vragen stellen. Maar als het kunst is, hebben ze medelijden met je.’ Ook hier gaat z’n humor met Jansen op de loop. Zijn werk was al in de hele wereld te zien. Nu staat er ook een tentoonstelling in zijn geboortestad Den Haag op het programma, zijn allereerste in Nederland.

Deze film geeft intussen een alleraardigst inkijkje in de parallelle wereld van Theo Jansen. Zijn strandbeesten lijken uiteindelijk een treffende uiting van ‘s mans ‘irrationeel optimisme’. En hij manifesteert zich zelf als een aimabele paradijsvogel, die helemaal één lijkt te zijn geworden met zijn eigen idee. Jansen wil dan ook dat zijn as wordt uitgestrooid op het strand als hij er niet meer is – en, houdt hij zijn eigen mythe doelbewust in stand, ‘als de beesten hier zelfstandig rondlopen’.

Marion Bloem – Een Meisje Van 70

AVROTROS

Als ze schrijft, is ze gelukkig. Als Marion Bloem afscheid heeft moeten nemen van haar man Ivan Wolffers (1948-2022) zoekt ze echter haar toevlucht tot schilderen. ‘Schrijven is m’n echtgenoot, film maken is m’n vriend, schilderen is m’n minnaar’, vertelt ze in dit persoonlijke portret van regisseur Saskia Vredeveld. ‘Ik deed ’t dus als het ware een beetje stiekem. Ik moest de momenten stelen van het andere werk waar ik van hou.’ Nu, zonder Ivan, is alles alleen anders.

Vredeveld volgt de Indisch-Nederlandse schrijfster voor Marion Bloem – Een Meisje Van 70 (53 min.) in de anderhalf jaar nadat de man, met wie ze ruim een halve eeuw samen was, uit haar leven is weggevallen. Ze werkt toe naar een expositie met haar eveneens overleden zus Joyce in Amersfoort, brengt orde in het huis dat ze samen met Ivan bewoonde (en dat wellicht in de verkoop gaat) en probeert intussen de rouw toe te laten, zonder dat die haar leven volledig op slot mag zetten.

Marion Bloem brak in 1983 door met de roman Geen Gewoon Indisch Meisje, waar zij zelf, als gracieuze schoonheid, op de omslag stond. ‘Ik werd vanaf dat boek ineens belaagd door zestienjarige jongens die beste vrienden met me wilden worden en vroegen of ze konden komen spelen’, herinnert haar zoon Kaja Wolffers zich bij de uitreiking van de Constantijn Huygensprijs aan zijn moeder, slechts een maand na het overlijden van z’n vader. ‘Hun interesse in ongewone Indiase meisjes was… pittig.’

Met vlogjes en persoonlijke berichtjes documenteert zijn moeder het intieme proces dat ze nu doormaakt voor deze film. ‘De zoveelste slechte dag’, schrijft ze bijvoorbeeld aan Vredeveld, als ’t haar even zwaar te moede is. ‘Volgens bevriende weduwen kan dat nog 30 jaar duren.’ Na verloop van tijd begint ze toch ook weer officieel te schrijven. ‘Ik zoek nog’, concludeert Marion Bloem dan. ‘Ik blijf zoeken naar zinnen die mij kunnen vertellen waar ik me bevind en wie ik ben nu hij er niet meer is.’

Via de woorden vindt ze in dit aardige portret zo de weg terug naar het leven, dat niettemin voorgoed veranderd is door de dood.

Marwencol

marwencol.com

In een zelfverzonnen Belgisch dorpje heeft Mark Hogancamp zichzelf teruggevonden. Tijdens een dronken avond op 8 april 2000 werd de 38-jarige Amerikaan door vijf mannen in elkaar geslagen. Hij lag daarna negen dagen in coma en veertig dagen in het ziekenhuis. Zijn zorgverzekeraar was vervolgens niet langer bereid om zijn behandeling te betalen. Hogancamp, die een fikse hersenbeschadiging had opgelopen en bovendien zijn geheugen was kwijtgeraakt, moest z’n eigen boontjes maar gaan doppen.

Met behulp van zijn eigen verbeeldingskracht is de voormalige zuipschuit, die tegenwoordig geen druppel meer drinkt, beland in Marwencol (82 min.), een dorp dat hij in zijn eigen achtertuin heeft gebouwd en laat bewonen door poppen. Hun leven speelt zich af ten tijde van de Tweede Wereldoorlog: stoere G.I. Joe’s, met een verleidelijke Barbie aan hun arm, krijgen ‘t daar geregeld aan de stok met snode SS’ers. In deze zelf gecreëerde wereld kan Mark Hogancamp de liefde beleven of zijn trauma’s verwerken.

Mensen uit zijn directe omgeving in Kingston, New York, kijken er niet meer vreemd van op als ze zichzelf herkennen in een personage, vertellen ze in dit talloze malen bekroonde debuut van documentairemaker Jeff Malmberg (Shangri-La & The Saint Of Second Chances) uit 2010. Hogancamp geeft hen stuk voor stuk een alter ego, zodat hij in dat fictieve dorp in elk geval wordt omringd door vrienden en bekenden. Dan kan hij in het reine komen met zijn verleden en de traumatische avond die hem blijft achtervolgen.

In Marwencol zet de voormalige drinkebroer de werkelijkheid heel nauwgezet naar zijn hand. En met de foto’s die hij van deze geënsceneerde situaties en gebeurtenissen maakt, bouwt Mark Hogancamp zelfs zijn eigen publiek op. In dit delicate portret, rudimentair gefilmd en gemonteerd en met nostalgische muziek aangekleed, registreert Malmberg hoe er zelfs een expositie wordt opgezet. Dit blijkt geen onverdeeld genoegen voor de getroebleerde man, met een verleden dat hij zelf eigenlijk ook liever vergeet.

Deze documentaire toont intussen de kracht van verbeelding. In zijn fantasie kan Hogancamp zijn angsten en frustraties uitleven, dealen met zijn eigen misstappen en zich heel even, in een wereld waarvan hij onmiskenbaar de schepper is, veilig voelen. Dat is een zeer aansprekend idee gebleken. In 2018 heeft regisseur Robert Zemeckis (Back To The Future, Forrest Gump en Who Framed Roger Rabbit?) Marwencol nog gebruikt als uitgangspunt voor een speelfilm met Steve Carrell: Welcome To Marwen.

En Mark Hogancamp heeft er Mark Hogancamp ontdekt: in die dronkenlap – met saillante heimelijke voorkeuren, waarmee hij zijn aanvallers in de kroeg tegen zich in het harnas joeg – bleek zowaar een kunstenaar verborgen te zitten.

Het Universum Van Klaas Gubbels

AVROTROS

Bijna een halve eeuw geleden kocht filmmaker Jan Louter z’n eerste schilderij van Klaas Gubbels. In 1988 maakte hij een radiodocu over de Nederlandse kunstenaar, drie jaar later gevolgd door een televisie-item en in 20023 culminerend in de documentaire Stilleven Van Een Schilder. Ruim twintig jaar later is Louter nog altijd niet uitverteld over de inmiddels negentigjarige schilder, getuige Het Universum Van Klaas Gubbels (52 min.).

Intussen waren er gedurende de jaren ook andere documentairemakers te gast bij de aimabele en opmerkelijk vitale Gubbels, die wordt beschouwd als één van de grootste levende Nederlandse kunstenaars. Louter maakt gretig gebruik van hun werk en incorporeert treffende fragmenten in deze nieuwe film, die daardoor het karakter van een retrospectief krijgt. Van een man die overigens volledig in het heden leeft: hij blijft nog steeds dingen maken, benadrukt Gubbels, die voor hem nieuw zijn.

Klaas Gubbels heeft al zestig jaar z’n eigen atelier in een koetshuis nabij Arnhem. Daar gaat hij nog elke dag, tot vreugde van zijn echtgenote en hemzelf, aan het werk. Dat heeft maar één nadeel, vindt hij: binnen vijf minuten maakt hij er een ‘klerenzooi’ van. Tijdens de opnames van dit verzorgde portret werkt Gubbels in die werkruimte toe naar een overzichtstentoonstelling in Arnhem, de stad waarvan hij ereburger is. Schilderen is voor een ‘mierenneuker’ zoals hij overigens lang niet altijd leuk. Want als ’t niet lukt…

Dat werk ontroert z’n vriend, schrijver en documentairemaker Cherry Duyns. Die prijst de ‘ogenschijnlijke eenvoud’ ervan. Al die potten, kannen en tafels. Iets uit niets maken. Met veel meer detail dan menigeen in eerste instantie ziet. En dat blijft niet onopgemerkt. Want Gubbels mag de negentig dan bijna gepasseerd zijn, z’n werk wordt nog altijd op nieuwe plekken ontdekt. Zo meldt zich een Chinese galeriehoudster die het werk van de Nederlandse kunstenaar in Shanghai onder de aandacht wil brengen.

Alleen zijn stem, die z’n oorspronkelijke diepte heeft verloren, verraadt intussen dat Klaas Gubbels inmiddels tegen de tijd schildert. Alle reden dus om zijn werk te vieren. Met een expositie – ‘als ik zeg dat het kunst is, is het kunst’, staat er op de muur bij de tentoonstelling in Arnhem – en een film die zowel de man als de kunstenaar recht doet.

Ruigoord – Een Kosmisch Lek

Gusto Entertainment

Aan de vooravond van het vijftigjarig bestaan van Ruigoord, in juli 2023, is het de vraag hoe de toekomst van het kunstenaarsdorp eruit ziet. Ontwikkelingen binnen het Amsterdamse havengebied, waar wordt ingezet op vergroening, zetten de situatie in dat, ja, Asterix en Obelix-achtige dorpje behoorlijk onder druk. Voor de bewoners staat één ding als een paal boven water: Ruigoord moet en zal blijven. Een stad als Amsterdam heeft nu eenmaal – in de woorden van één van de oprichters, dichter Hans Plomp – een plek nodig waar de scharrelmens kan bestaan.

Plomp en andere mannen van het eerste uur zoals ‘burgemeester’ Rudolph Stokvis en beeldend kunstenaar Theo Kley speelden tijdens de opnames voor de documentaire Ruigoord – Een Kosmisch Lek (80 min.) van Peter Wingerder nog een prominente rol in de culturele vrijplaats, waar de verbeelding al een halve eeuw aan de macht is. Inmiddels zijn ze alle drie overleden. Het tekent de transitie waarin Ruigoord zich bevindt: hoe kan de kunstenaarsgemeenschap intussen het goede van het verleden behouden en tegelijkertijd toekomstbestendig blijven?

Deze vraag sluimert voortdurend op de achtergrond in deze oogstrelende film over de hippie-enclave en meldt zich zo nu en dan ook op de voorgrond, bijvoorbeeld als vertegenwoordigers van de Stichting Ruigoord in de weer moeten met de gemeente Amsterdam om hun toekomst veilig te stellen. Ze willen een huurcontract voor de lange termijn, een veld waarop ze in die periode evenementen mogen organiseren en – niet te vergeten – de kerk, waarmee ‘t allemaal ooit is begonnen, blijven exploiteren. Die wensen worden niet allemaal automatisch ingewilligd.

Deze documentaire fladdert ondertussen alle kanten op, langs een aantal kleurrijke figuren, de activiteiten die zij op touw zetten en Ruigoords roemruchte historie. Zonder dat Wingerder écht halthoudt. En al te veel context geeft hij doorgaans ook niet. Het bezorgt zijn film een wat fragmentarisch karakter. Er valt méér dan genoeg te kijken – van een uitbundig huwelijksfeest en een heuse Mohawk-ceremonie tot een brand in Ruigoord en een associatieve sequentie over de geschiedenis van de zogenaamde Luchtbus – maar een dwingende verhaallijn ontstaat er zo niet.

Misschien is dat ook wat Ruigoord is en wil zijn – een plek waar niets vastligt en waarvan iedereen zijn eigen beeld mag vormen – maar Ruigoord – Een Kosmisch Lek zou wel hebben gevaren bij iets meer richting en focus.

The Story Of Looking

VPRO

A journey through our visual lives, belooft deze persoonlijke film van Mark Cousins. De Noord-Ierse filmmaker ligt in de openingsscène nog in bed en kijkt naar een oud-interview met de blinde zanger Ray Charles. Die hoeft niet zo nodig te zien, zegt hij. Cousins kan dit nauwelijks bevatten. Hij is nooit klaar met kijken. Stiekem heeft hij zelfs een foto gemaakt van zijn overleden oma in de kist. Die kon hij jarenlang bekijken op z’n oude mobiele telefoon. Totdat ook die dood was.

Nu is al dat kijken voor Cousins in een ander perspectief komen te staan. Want morgen… Enfin, dat vertelt hij later wel in The Story Of Looking (87 min.). Het was oorspronkelijk zijn plan om op te staan en daarna de rest van de dag op pad te gaan in zijn woonplaats Edinburgh, te delen wat hij ziet en te vertellen over de visuele wereld in het algemeen. En toen zag en hoorde hij Ray Charles en kwam de gedachte: wat nu als ik de hele dag in deze donkere kamer, in deze camera obscura, blijf liggen en deel wat ik me voorstel als ik mijn ogen sluit?

Zijn geestesoog produceert beelden te over: van de verschillende fasen in z’n eigen leven, uit de films waarvan hij houdt, over historische en maatschappelijke gebeurtenissen, door de kunstwerken van pak ‘m beet Vincent van Gogh, George Seurat en Frida Kahlo, van de kleuren die hij overal en nergens heeft gezien en via de reacties op Twitter, waar Cousins een oproep plaatst. Associatief doolt de beroepskijker door die wirwar van (zelf)beelden en leidt ons, argeloze kijkers, met zijn uitwaaierende voice-over langs alles wat hij ziet, zag en wil zien.

En als ‘morgen’ achter de rug is in dit toch wel behoorlijk specifieke kijkwerk en Mark Cousins in een zeer intieme scène voorzichtig de pleister van de wonde heeft getrokken, kan hij de schade opnemen – en zich vergewissen van de nieuwe wereld die zich voor zijn en onze ogen opent. Hij blijkt dan zelfs in de toekomst te kunnen kijken.