SanPa: Luci E Tenebre Di San Patrignano

Netflix

San Patrignano mocht dan in de geest van de jaren zestig zijn opgericht en bovendien een commune worden genoemd, oprichter Vincenzo Muccioli was toch eerst en vooral een man van de ‘tough love’. Hij schroomde niet om de ‘gasten’ van zijn afkickcentrum in het Italiaanse Rimini in het openbaar te vernederen, te laten aframmelen of dagenlang vast te ketenen in hun eigen isoleercel. Ze moesten en zouden stoppen met het gebruik van heroïne en/of cocaïne. Goedschiks dan wel kwaadschiks. Zonder hulpmiddelen bovendien. Gewoon ‘cold turkey’.

Veertig jaar na dato heeft de veelbesproken ‘goeroe’, die inmiddels al 25 jaar dood is, nog altijd fervente voor- en tegenstanders. In de vijfdelige serie SanPa: Luci E Tenebre Di San Patrignano (298 min.) krijgen ze alle ruimte om hun kant van het verhaal te doen: Muccioli’s zoon Andrea en broer Pier Andrea, een journalist en tv-presentator die verslag deden van de kwestie SanPa, de rechter die bij de zaak betrokken raakte en diverse ex-verslaafden, onder wie de huidige therapeutisch directeur van de instelling. Voor de één is Muccioli nog altijd een onomstreden rolmodel, voor de ander een machtswellustige charlatan.

Bijna vijf uur speeltijd is alleen wel erg ruim bemeten voor een in essentie tamelijk eenduidig verhaal over een man met een missie – met grootheidswaanzin, zou je voor hetzelfde geld kunnen zeggen – die hard in aanvaring komt met de autoriteiten en gaandeweg steeds meer onder vuur komt te liggen. Regisseur Cosima Spender neemt echt te veel tijd om allerlei deelonderwerpen uit te werken, die ook met een enkele pennenstreek hadden kunnen worden afgedaan.

Daardoor verdwijnt de in wezen interessante thematiek van San Patrignano – hoe hard je mag/moet zijn in de omgang met verslaving en verslaafden – in een brei van uitgebreide beschrijvingen, brisante onthullingen en maatschappelijke ontwikkelingen. Strengere selectie en een hoger verteltempo hadden van SanPa (internationale titel: SanPa: Sins Of The Savior) een véél betere productie gemaakt. Van een uurtje of anderhalf. Hooguit twee.

We Are The Thousand

Niemand is een ster. En iedereen. 250 zangers, 150 bassisten, 250 drummers en – kwestie van de Goden verzoeken – 350 gitaristen. Amateurs. Uit elke uithoek van Italië overgekomen. Op eigen kosten bovendien. Om op een grasveld in Cesena één enkel liedje te gaan spelen. Met duizend mannen, vrouwen en kinderen tegelijk. Learn To Fly. Van de Amerikaanse rockband The Foo Fighters. Omdat zanger Dave Grohl en zijn mannen nodig eens bij hen in Italië moeten komen optreden.

Het was een wild idee van ene Fabio Zaffagnini, dat groter werd dan hij in zijn stoutste dromen had kunnen bedenken. Het duurt in We Are The Thousand (78 min.) niet lang of de droom wordt, na het nemen van de verplichte obstakels, zowaar werkelijkheid. En zie die brok in de keel dan maar eens weg te slikken als argeloze kijker. Learn To Fly, niet voor niets inmiddels meer dan vijftig miljoen keer bekeken op YouTube. Een onwaarschijnlijk mooi moment. Van duizend, op zichzelf net zo onbetekenende, mensen als jij en ik die samen uitgroeien tot iets groots en waarachtigs. Dat ook nog rockt.

Het is de vraag of regisseur Anita Rivaroli daar nog overheen kan komen in deze onweerstaanbare feel good-documentaire, waarin gewone (oudere) jongeren, ook tijdens interviews, even in de spotlights komen te staan. De vervolgstap ligt natuurlijk voor de hand: Grohl en z’n Foo Fighters verleiden om naar Italië te komen. Maar dan? Zaffagnini en z’n kompanen van Rockin’1000 weten opnieuw een list te verzinnen. En de argeloze kijker gaat ook dan weer volledig overstag.

Never Whistle Alone

VPRO

Hoe visualiseer je corruptie? Met een anoniem kantoorgebouw? Gezichtsloze mannen in pak, die een hand op je schouder leggen? Of toch dat glas waarin voor jou een exquise wijn wordt geschonken? Marco Ferrari ging voor zijn klokkenluidersdocu Never Whistle Alone (57 min.) op zoek naar symbolische beelden om de getuigenissen van zijn zeven hoofdpersonen kracht bij te zetten.

Ook voor het verbeelden van de rol van ‘whistleblower’ moest hij zijn hele trukendoos opentrekken: een verborgen microfoontje op een stropdas. Iemand die zichzelf, enigszins gestrest, op een openbaar toilet opneemt in de spiegel. En, ter introductie, mannen en vrouwen die het door hen verzamelde dossier nog eens rangschikken. Verloren aan hun bureau, met nét te veel hoofdruimte. Zodat ze eenzaam en kwetsbaar lijken.

Ferrari begeleidt het verhaal over de misstand die ze aan de kaak stelden, een proces dat zich steeds volgens een vast stramien lijkt te voltrekken, met dreigende muziek. De tegellichters spreken bovendien in de jij-vorm over zichzelf. Alsof ze afstand willen creëren tussen henzelf en hun actie. Óf de kijker bij hun verhaal willen betrekken. In de trant van: dit had jij kunnen zijn (als je het lef had gehad).

‘In je hoofd lopen alle mogelijkheden door elkaar’, vertelt klokkenluider Alessandro Ruffilli bijvoorbeeld. ‘Waarom hebben ze mij dat geld geboden? Heb ik ze op de één of andere manier op de gedachte gebracht dat ze zo hun zin konden krijgen?’ Hij vergelijkt zichzelf met een slachtoffer dat zich schuldig begint te voelen omdat hij is aangevallen, in elkaar geslagen of beroofd. ‘Begrijp je de absurditeit?’

Op een gegeven moment wordt alles onzeker voor deze eenlingen, die zich hebben losgemaakt van hun werkomgeving. Behalve hun eigen morele kompas, dat uiteindelijk geen ruimte laat voor grijs gebied. Het blijft alleen verdomd lastig om koers te houden. Dat zorgt bovendien voor (gerechtvaardigde) paranoia, die deze zorgvuldig geconstrueerde (en soms bijna gekunstelde) film voortdrijft. Op naar de waarheid!

First Team: Juventus

Netflix

Wiljan Vloet liet als algemeen directeur van Sparta ooit camera’s in de kleedkamer installeren. Ze zorgden voor tweespalt binnen de selectie van de Rotterdamse voetbalclub en werden al snel weer verwijderd. Net als Vloet zelf trouwens. Deze documentaireserie over de Italiaanse voetbalclub Juventus belooft een zelfde soort openhartigheid, maar coach Massimiliano Allegri hoeft voorlopig niet te vrezen voor zijn positie. First Team: Juventus (120 min.) is volstrekt ongevaarlijk.

Want deze serie, die voorlopig uit drie afleveringen van ongeveer veertig minuten bestaat en aan het eind van het seizoen wordt afgerond, gaat ongeveer op dezelfde manier om met de werkelijkheid als al die bestsellende voetbalbiografieën die niets minder dan ‘de waarheid’ beloven. Met sterke verhalen, smeuïge details uit de kleedkamer en een enkele, slim uitgevente bekentenis proberen die de schijn van volledige openhartigheid te creëren. Terwijl de hoofdpersonen hun echte zielenroerselen vaak gewoon voor zich kunnen houden.

Dit (zelf)portret van de Turijnse topclub, die al zes keer achter elkaar Italiaans kampioen is geworden, doet min of meer hetzelfde: beelden van tactische besprekingen, sponsorverplichtingen en de spelers thuis suggereren dat de makers de binnenkant van ‘De Oude Dame’ kunnen laten zien. In werkelijkheid blijven ze volledig aan de oppervlakte steken en wordt First Team: Juventus nooit meer dan een gelikte terugblik op de eerste helft van het lopende voetbalseizoen, compleet met de verplichte strakke plaatjes, kekke muziekjes en stuitende voetbalclichés. Een luxe variant op wat we in Nederland Club TV noemen, die alleen voor verstokte Juve-fans is te verteren.