Divorce Iranian Style

Als één documentairemaker zich in haar werk sterk heeft gemaakt voor vrouwenrechten, dan is het de Britse regisseur Kim Longinotto. In de afgelopen decennia maakte ze talloze films over vrouwen die opkwamen voor zichzelf en hun seksegenoten; van de Kameroense Sisters In Law (2005) en de strijdsters tegen vrouwenbesnijdenis in The Day I Will Never Forget (2002) tot de Japanse worstelaars van Gaea Girls (2000) en de zogenaamde Rough Aunties (2008), die zich bekommeren om het lot van Zuid-Afrikaanse kinderen.

Voor Divorce Iranian Style (76 min.) uit 1998, bekroond met een BAFTA, filmde Longinotto samen met coregisseur Ziba Mir-Hosseini in een zogenaamde familierechtbank in Teheran. Daar raken de gemoederen behoorlijk verhit als enkele vrouwen besluiten om echtscheiding aan te vragen. Want dat gaat zo maar niet… De zestienjarige Ziba laat zich daardoor echter niet ontmoedigen: ze wil beslist van haar véél oudere echtgenoot af. Ook al betekent dit dat zij, ontdaan van haar maagdelijkheid, voortaan als verschoppeling door het leven moet.

Longinotto en Mir-Hosseini observeren nog enkele andere vrouwen die dreigen vast te lopen in de mannenwereld waartoe ze zijn veroordeeld en die alle zeilen moeten bijzetten om de voogdij over hun kinderen te behouden of uit een ongelukkige relatie te kunnen stappen. De vrouwen praten als Brugman en maken daarbij van hun hart bepaald geen moordkuil. De filmmakers tonen de beschuldigingen, conflicten en onderhandelingen zonder enige opsmuk. Met een verbindende voice-over plaatsen ze de gebeurtenissen alleen in hun context.

Het resultaat is een kale en doeltreffende film, waarmee de positie van Iraanse vrouwen echt tastbaar wordt gemaakt – zonder dat ze meteen worden gereduceerd tot slachtoffer. Fraai is in dat verband een scène waarin een meisje van een jaar of vijf op de plek van de familierechter gaat zitten en feilloos naspeelt hoe die zijn rol invult. ‘Als een vrouw erg haar best doet om met je te leven en respectvol naar je te zijn’, zegt ze tegen een denkbeeldige verdachte, ‘waarom behandel je haar dan zo slecht en toon je geen respect?’

In 2000 keerden Kim Longinotto en Ziba Mir-Hosseini overigens terug naar Teheran voor de documentaire Runaway, waarin ze meisjes in een opvangcentrum portretteren, die zijn weggelopen van huis en een nieuwe draai aan hun leven proberen te geven.

Sunless Shadows

IDFA

Hierbinnen is het geweldig’, zegt een jonge Iraanse vrouw. ‘Buiten is het stomvervelend.’ Zij heeft echter pech: haar straf zit er inmiddels op. Ze mag hooguit nog eens op bezoek komen in de jeugdgevangenis, waar haar vriendinnen nog altijd hun straf uitzitten en gezellig een spelletje Hints doen of elkaar met een waterslang natspuiten.

Het lijkt de omgekeerde wereld in Sunless Shadows (73 min.). In de gevangenis kunnen de jeugdige moslima’s oprecht van hun leven genieten, terwijl de buitenwereld hen voortdurend allerlei beperkingen oplegt. Dat leefklimaat heeft hen ook gebracht tot de wanhoopsdaad waardoor ze ooit in de cel zijn verdwenen: moord op een man. Hun echtgenoot, zwager of vader. Vaak in samenwerking met een zus of moeder. Die laatsten zitten er vaak veel minder florissant bij: ze verblijven in een normale gevangenis, wachtend tot de doodstraf wordt voltrokken.

Documentairemaker Mehrdad Oskouei gaat met de jonge vrouwen in gesprek en geeft hen tevens de kans om een videoboodschap in te spreken. Voor hun familieleden, medeplichtigen óf het slachtoffer. ‘Ik dwong mezelf om met jou te trouwen, ook al was ik nog maar twaalf jaar oud’, zegt een vrouw bijvoorbeeld tegen Hossein, de echtgenoot die ze doodde. ‘Ik geef toe dat ik in eerste instantie niet van je hield. Ik wilde gewoon ontsnappen aan de hel die mijn ouders ‘thuis’ noemden.’ Even later, mismoedig: ‘Helaas bleek jij niet degene die ik nodig had.’

In alle verhalen klinkt de benarde positie van Iraanse vrouwen door. Het is opmerkelijk hoe open ze daarover spreken met ‘oom Mehrdad’. Hij legt tevens vast hoe de meisjes elkaar in een gefingeerd groepsgesprek het vuur aan de schenen leggen: in hoeverre hebben ze hun positie aan zichzelf te danken en zijn ze eigenlijk wel solidair met elkaar? Intussen wordt het wel degelijk voorstelbaar dat deze jonge vrouwen eigenlijk niet eens zo ongelukkig zijn met het feit dat ze ‘de beste jaren van hun leven’ achter slot en grendel doorbrengen.

Love Child

Zij zou gestenigd worden, hij geëxecuteerd. En dus ontvluchten Leila en Sahand in 2012 op stel en sprong hun geboorteland Iran. Ze vluchten allebei ook uit een ongelukkig huwelijk. Met hún buitenechtelijke kind – al moet dat laatste feit via een DNA-test nog officieel worden aangetoond.

Voor dat Love Child (111 min.) is deze nieuwe werkelijkheid een hard gelag. De kleuter Mani wil de oom, die ook nog zijn vader blijkt te zijn, niet accepteren. Hij zet zich als een bezetene af tegen Sahand, die dit lijdzaam over zich heen moet laten komen. Het is een buitengewoon pijnlijke scène die deze observerende documentaire van Eva Mulvad nog verder op scherp zet.

Want de twee geliefden hebben hun onveilige zekerheid ingeruild voor veilige onzekerheid. Totdat hun asielaanvraag is afgehandeld, kunnen ze in relatieve rust leven in een appartement in Turkije. Wat de toekomst brengt, blijft echter ongewis. Leila en Sahand verversen zowat elke minuut de website van de vluchtelingenorganisatie UNHCR, om te bekijken wat de status van hun aanvraag is.

Mulvad mag daarbij ruim zes jaar ongegeneerd meekijken en is tevens welkom bij therapiesessies, waarin man en vrouw, los van elkaar, hun achtergrond en dilemma’s schetsen. Intussen lopen de spanningen in deze pijnlijk intieme film flink op als uitsluitsel over hun lot uitblijft en de belangen van Leila en Sahand uit elkaar (lijken te) gaan lopen.

Op hun donkerste dagen hebben ze vast wel eens gedacht: steniging of executie, was dat niet véél gemakkelijker geweest? Maar dan is er, gelukkig, nog altijd dat liefdeskind.

Enemies: The President, Justice & The FBI

Het is bijna gewoon geworden dat de Amerikaanse president Donald J. Trump (2016-…) zijn eigen Federal Bureau of Investigation de mantel uitveegt. ‘Very sad that the FBI missed all of the many signals sent out by the Florida school shooter’, tweette hij bijvoorbeeld op 18 februari van dit jaar na de ‘school shooting’ in Parkland, om daar vervolgens, volgens die geheel eigen Trump-logica, aan toe te voegen. ‘This is not acceptable. They are spending too much time trying to prove Russian collusion with the Trump campaign – there is no collusion. Get back to the basics and make us all proud!’

Spanningen met de FBI zijn echter bepaald niet alleen voorbehouden aan president Trump. De vierdelige documentaireserie Enemies: The President, Justice & The FBI (258 min.) van Jed Rothstein en Alex Gibney, geïnspireerd door het boek Enemies: A History Of The FBI van Tim Weiner uit 2012, toont aan dat de omgang tussen de regering en binnenlandse veiligheidsdienst vrijwel nooit zonder strubbelingen verloopt. Aflevering 1 richt zich bijvoorbeeld op de gemankeerde vriendschap tussen de legendarische directeur J. Edgar Hoover, een duistere figuur die ruim een halve eeuw directeur was, de mythe van de G-men in het leven riep en zijn macht op alle mogelijke manieren misbruikte, en de enige Amerikaanse president die ooit werd gedwongen om af te treden, Richard Nixon (1968-1974). Zijn pijnlijke vertrek had Nixon mede te danken aan Deep Throat, de geheimzinnige bron die de Washington Post-journalisten Bob Woodward en Carl Bernstein van de ene na de andere scoop voorzag in het Watergate-schandaal. Ruim dertig jaar later werd duidelijk dat achter het mysterieuze pseudoniem een G-man in hart en nieren schuilging, FBI-onderdirecteur Mark Felt.

De relatie tussen een president en de FBI is delicaat en poreus, zo blijkt eveneens uit de tweede en derde aflevering van Enemies als de presidenten Ronald Reagan (1980-1988) en Bill Clinton (1992-2000) in respectievelijk de Iran-contra Affaire en Monicagate verzeild zijn geraakt. Kan de leider in tijden van nood op rugdekking van de inlichtingendienst rekenen of probeert die hem dan juist pootje te lichten? In een gestileerde setting, waarin de geïnterviewden door gebruik van allerlei schermen subtiel in en uit beeld verdwijnen, proberen Rothstein en Gibney met (voormalige) medewerkers, stafleden van Amerikaanse presidenten en auteur Tim Weiner door te dringen tot het wezen van de organisatie. Gezamenlijk slagen ze erin om politieke schandalen waarover door de jaren heen al uitvoerig is bericht van extra context en diepte te voorzien. De parallellen met de voetangels en klemmen van het tijdperk Trump zijn onmiskenbaar. Het verleden is slechts een proloog voor het heden, willen de filmmakers maar zeggen. Zoals ook sommige beeldbepalende figuren van nu opnieuw opduiken in een eerdere crisis, soms in een totaal andere rol.

De afsluitende episode richt bijvoorbeeld de schijnwerper op de bekendste FBI-directeur sinds de diabolische Hoover. In 2004 gaat James Comey als onderminister van justitie de confrontatie aan met de regering van George W. Bush (2000-2008) over diens grootschalige surveillanceprogramma, waarbij gewone Amerikanen stiekem in de gaten worden gehouden. Ruim tien jaar later staat diezelfde Comey, inmiddels directeur van de inlichtingendienst, opnieuw in het middelpunt van de belangstelling. Eerst beschadigt hij de kandidatuur van Hillary Clinton voor het Amerikaanse presidentschap met persverklaringen over haar roekeloze omgang met vertrouwelijke e-mails. Daarna komt hij lijnrecht tegenover de man te staan die het presidentschap vervolgens heeft opgeëist. Trump eist een loyaliteitsverklaring. Als die uitblijft, stuurt hij Comey de laan uit. Daarmee zet hij ongewild het Russiagate-onderzoek in gang, dat wordt geleid door voormalig FBI-directeur Robert Mueller, een vertrouweling van James Comey die ook al aan diens zijde stond tijdens het conflict met de regering Bush. Over geschiedenis die zich blijft herhalen gesproken.

Enemies toont glashelder aan dat de meningsverschillen tussen regering en FBI aan het hart van de Amerikaanse rechtstaat raken. Als de FBI zomaar kan worden aangestuurd door een president, dan wordt de inlichtingendienst al snel een gevaarlijk politiek wapen. Als de FBI echter zijn eigen koers vaart, dan kan de organisatie inderdaad – zoals Trump te pas en vooral te onpas roept – een soort oncontroleerbare ‘deep state’ worden. Een middenweg is, blijkens de in deze miniserie geschetste turbulente historie van de inlichtingendienst, nauwelijks te bewandelen.