Anna: Status

Prime Video

Als je imago niet alleen voor de buitenwereld bepaalt wie je bent, moet het verdomd lastig zijn om de controle daarover af te geven aan een willekeurige filmmaker. In Anna: Status (170 min.), waarvan ik tot dusver drie afleveringen heb gezien, twijfelt Anna Nooshin voortdurend over wie of wat ze wil laten zien. Net als Ali B. dat eerder deed in de vergelijkbare productie Ali Bouali. Die conversatie over wat er wel en niet wordt gedeeld voor de camera heeft ongetwijfeld ook tot doel om het belang van dit portret te benadrukken. In de trant van: in deze vierdelige serie laat de befaamde Iraans-Nederlandse influencer Anna Nooshin méér, zo niet álles, zien van zichzelf.

Het is natuurlijk wel de vraag hoeveel ruimte de hoofdpersoon van showrunner Niki Padidar heeft gekregen om te bepalen wat de serie op welke manier mag halen. Wie heeft bijvoorbeeld bedacht om Anna’s eerste sessie met psychiater Glenn Helberg, waarbij ze van binnenuit wordt opgewacht met de camera, te filmen? Wie heeft het initiatief genomen om een soort familiegesprek te organiseren met haar moeder en zus, over hun vluchtverleden en haar gewelddadige vader? En wie heeft het onzalige idee opgevat om acteur Derek de Lint te vragen om een bij vlagen ironische voice-over in te spreken, die de plank af en toe helemaal misslaat?

Anna: Status is over het algemeen tamelijk ruw gefilmd en gemonteerd, zodat de serie een ‘reality’-feel krijgt. Tegelijkertijd oogt ie ook zorgvuldig gestyled. Neem het centrale interview waarin Nooshin het achterste van haar tong lijkt te laten zien. Als ze vertelt over haar kwetsbaarheid, gebrek aan zelfliefde en onvermogen om gelukkig te zijn, zit ze op de grond, tegen een betegelde muur in een soort fabriekssetting. Ze is nauwelijks opgemaakt, draagt onopvallende kleding en kistjes en wordt een beetje van bovenaf gefilmd. Zo, willen de filmmakers/Anna zelf ons duidelijk maken, ziet iemand eruit die zich kwetsbaar opstelt.

In het verleden, in haar geboorteland Iran en de eindeloze tocht langs AZC’s in Nederland, lijkt de sleutel te liggen naar het begrijpen van de persoon Anna Nooshin. Daartegenover staan scènes met het fenomeen Anna Nooshin in de buitenwereld: tijdens fotosessies, bijkletsend met YouTuber Robbert Rodenburg en in een kunstgalerie, waar ze (samen met oud-wielrenner Thomas Dekker) een kunstwerk probeert aan te kopen. Het is duidelijk: in Nooshins leven lijken de binnenkant en de buitenkant soms volledig langs elkaar heen te leven. Duidelijk is ook dat Nooshin een kwetsbaar rolmodel is. Geen slachtoffer overigens, volgens haarzelf, maar een overlever.

In dat opzicht doet deze erg grillige productie enigszins denken aan de twee documentaireseries over een ander omstreden boegbeeld van millennials, Famke Louise De Documentaire en Famke Next. Allebei leven ze een leven waarin het persoonlijke, publieke en zakelijke volledig verknoopt zijn geraakt met elkaar. En waarbij geluk en succes bepaald niet vanzelfsprekend samengaan en soms zelfs op ramkoers met elkaar kunnen liggen.

Drijfvermogen: Over Flotatie, Ras En Andere Drijfveren

NTR

‘Ik ga stoppen.’

‘Waarom? Met acteren?’

‘Ja.’

‘Waar heb je dit in één keer vandaan gehaald? Ik bel je eigenlijk omdat ik een nieuwe klus voor je binnen heb. En het is een heel lekkere ook.’

‘Ja maar, ik heb…’

‘Een voice-over klus voor een nieuwe commercial van een tropisch drankje. En zij zochten iemand die sportief en exotisch overkomt. Ook met een Antilliaans accent. Dus ik dacht eigenlijk direct aan jou. En het is 8000 euro. Één dagje werk.’

Acteur Tarikh Janssen wordt overvallen door het telefoontje van zijn agent Barbara Rasker. Hij had net besloten om te stoppen met acteren – moe van de discriminatie en typecasting binnen de Nederlandse filmwereld – en was vastbesloten om zijn ooit zo veelbelovende zwemcarrière weer op te pakken. Dat Antilliaanse accent kunnen ze krijgen, hoor. ‘In mijn focking reet!’

‘Haat jij witte mensen?’ wil Ivan Barbosa, de maker van de korte documentaire Drijfvermogen: Over Flotatie, Ras En Andere Drijfveren (30 min.), vervolgens weten van zijn hoofdpersoon. ‘Wat zeg je?’ reageert Tarikh verrast. Voordat hij daadwerkelijk antwoord kan geven, heeft Barbosa alweer doorgesneden naar beelden van Carnaval. In kleur. Waarna maker en subject – in zwart-wit, zoals vrijwel de gehele film – in een twistgesprek verzeild raken over de docu zelf. ‘Heeft de NTR jou dit gegeven omdat die Black Lives Matter ineens opkwam?’ bijt Janssen zijn gesprekspartner toe.

Bekvechtend en soms ook gewoon ruziënd gaan de filmer en acteur samen op zoek naar waar het wringt, knarst en woelt tussen zwart en wit, tussen vrienden en tussen geliefden. En binnen in jezelf, natuurlijk. Waarbij de grens tussen fictie, non-fictie en ook satire nergens écht scherp wordt getrokken. Is Tarikh Janssen werkelijk een stereotiepe ‘angry black man’ of speelt hij hem gewoon heel overtuigend? Hij noemt Barbosa in elk rustig een ‘excuusneger’, kibbelt ongegeneerd met zijn blonde vriendin Lonneke Bakker en zoekt zijn heil ook nog bij psychiater Glenn Helberg.

Heeft hij een echte identiteitscrisis of, zoals zijn beste maat Yannick Jozefzoon vermoedt, gewoon de acteurscrisis die er nu eenmaal bij hoort rond je dertigste? Behalve een doelbewuste poging om zowel wit als zwart te ontregelen en provoceren – een intentie die overigens al in de openingssequentie wordt uitgesproken – is Drijfvermogen duidelijk ook een film die aanzet tot (zelf)reflectie.

Een trailer van Drijfvermogen is hier te bekijken.

Three Minutes – A Lengthening

US Memorial Holocaust Museum

Een beeld zegt misschien meer dan duizend woorden, maar dan moet je wel weten waarnaar je kijkt. De drie minuten film die de Joodse Amerikaan David Kurtz maakte tijdens een trip door Europa in 1938 werden in elk geval níet geschoten in het geboortedorp van Kurtz’s vrouw, zo ontdekte hun kleinzoon Glenn. Hij trof de beelden in 2009 bij toeval aan in een oude kast in een familiehuis te Florida.

Toen Glenn Kurtz na maanden zoeken eindelijk een overlevende had opgespoord, hielp die hem binnen enkele ogenblikken uit de droom: nee, al die onbekommerde Joodse mensen, zich ogenschijnlijk nauwelijks bewust van wat hen boven het hoofd hing, kwamen niet uit zijn geboortedorp nabij de grens van Polen en Oekraïne. Teleurstelling. Dan moesten het wel beelden zijn van het stadje Nasielsk, ten noorden van Warschau, de plek waar zijn grootvader is geboren.

De zoektocht van Glenn Kurtz, eerder vervat in zijn boek Three Minutes In Poland (2014), vormt het uitgangspunt voor het intrigerende essay Three Minutes – A Lengthening (69 min.), waarin Bianca Stigter die drie minuten tot in detail ontleedt. In- en uitzoomen. Voor- en achteruit kijken. Speculeren over wat je denkt te zien of daarbij juist de hulp inroepen van een deskundige of getuige (zoals Maurice Chandler, ofwel Moszek Tuchendler, die als jongetje is te zien in de film).

Op zoek naar aanwijzingen voor wie of wat er in beeld is en welke informatie daaruit valt te destilleren, duikt Stigter in de Joodse gemeenschap Nasielsk. De Britse actrice Helena Bonham-Carter fungeert daarbij als verteller, die namens haar alle hoeken en gaten van het materiaal verkent. Van heel praktisch – wie, wat, waar? – tot meer filosofisch. Over de kleur rood bijvoorbeeld. In sommige talen is er voor rood en bloed maar één woord. Rood, de kleur ook die het laatst vervaagt.

De Nederlandse filmmaakster gebruikt verder geen ‘talking heads’. Ze verlaat zich volledig op die dikke drie minuten amateurfilm. Meer is er van de bewoners van het Joodse stadje ook niet bewaard gebleven. Ook niet van de plek waarnaar ze binnen afzienbare tijd vrijwel allemaal zouden verdwijnen, het vernietigingskamp Treblinka. Met die wetenschap krijgen de op zichzelf onschuldige beelden, van mensen die nieuwsgierig naar de camera kijken, onvermijdelijk een loodzware lading.

‘Mijn tante was ongeveer even oud als sommige overlevenden’, zegt Glenn Kurtz. ‘Zij groeide op in Brooklyn. De wereld waarin zij opgroeide is óók verdwenen. En toch, als je naar beelden van Brooklyn uit 1938 kijkt, is dat totaal anders dan bij materiaal uit Nasielsk uit 1938. Vanwege het gevaar dat deze mensen bedreigde en het gegeven dat de wereld waarin zij leefden snel daarna met geweld zou worden vernietigd. In plaats van langzaam, als gevolg van het verstrijken van de tijd.’

Struggle: The Life And Lost Art Of Szukalski

In 1971 stuit de Amerikaanse kunstverzamelaar Glenn Bray op een expressionistische tekening van Copernicus, gemaakt door een onbekende kunstenaar waarvan hij enkele jaren eerder toevallig al eens een indrukwekkend boek heeft gekocht. Stanislav Szukalski, de naam is hem verder onbekend. De man, dik in de tachtig inmiddels, blijkt enkele kilometers verderop te wonen. Bray neemt contact op en raakt bevriend met de hoogbejaarde excentriekeling, die hij al snel begint te zien als een vergeten genie. Hij besluit ‘Stas’ te gaan filmen.

‘Szukalski was de Michelangelo van de twintigste eeuw’, zegt Ernst Fuchs, oprichter van de Weense School Van Fantastisch Realisme in Struggle: The Life And Lost Art of Szukalski (105 min.). Schrijver en uitgever George DiCaprio (ja, de vader van) noemt hem ‘de grootste autodidact van onze tijd’. En schilderes Natalia Fabia zegt: ‘Hij was een soort punkrocker die het niets kon schelen wat anderen dachten.’ In de jaren zeventig leeft deze belangrijke kunstenaar echter in totale anonimiteit in een klein huisje in Californië. Gaandeweg verzamelt zich rond hem een groepje devote kunstliefhebbers, dat zich afvraagt wat er in hemelsnaam mis is gegaan met Szukalski.

Stapsgewijs, met cliffhangers en valkuilen, doet regisseur Irek Dobrowolski uit de doeken wat er is gebeurd met de dwarse beeldhouwer, schilder en tekenaar (die er nog altijd niet voor terugdeinst om andere kunstenaars uit te maken voor ‘fartist’). In dat opzicht doet de film denken aan succesvolle documentaires als Finding Vivian Maier en Searching For Sugar Man, die een kunstenaar en zijn werk toegankelijk maken via een spannende vertelling. Bij Szukalski ligt de crux van zijn verhaal in vaderland Polen, zo betoogt historicus Timothy Snyder (On Tyranny/The Road To Unfreedom), waar de kunstenaar enkele zwarte bladzijden aan zijn oeuvre toevoegde – en waar hij tegenwoordig, in bepaalde kringen, weer opvallend populair is.