Inside The Uffizi

Magnet Film / vrijdag 25 september, om 20.30 uur, op NPO2 Extra

De Galleria degli Uffizi is ‘een oneindige Ark van Noach’, stelt Claudio di Benedetto, de filosofisch ingestelde bibliothecaris van het museum in Florence. De imposante kunstcollectie van de ooit zo machtige De’ Medici-familie, die grofweg van de veertiende tot en met de achttiende eeuw alomtegenwoordig was in het huidige Italië, wordt in het hier en nu beschikbaar gemaakt voor een groot publiek. Belangrijker nog, vindt Di Benedetto, is dat de klassieke kunstwerken van onder anderen Leonardo Da Vinci, Michelangelo en Caravaggio ook worden gepreserveerd voor de toekomst.

Voor deze verzorgde documentaire gaan Corinna Belz en Enrique Sánchez Lansch letterlijk Inside The Uffizi (96 min.). Hun camera schrijdt door het museum en geeft onze ogen goed de kost, begeleid door ijle klassieke muziek. Kijken, écht kijken, is het parool. Dat is tegenwoordig geen overbodige luxe, stelt huismeester Fabio Sostegni. Sommige bezoekers zijn zo druk met fotograferen dat ze vergeten om echt te kijken. Je hebt eigenlijk zeker vier dagen nodig om alles goed in je op te nemen, vindt hij. ‘Luister, zelfs iemand zoals ik, die hier praktisch woont, ontdekt na al die jaren nog nieuwe details en vraagt zich af waarom die schilders hebben gedaan wat ze hebben gedaan.’

In dat kijken zit ook de voornaamste kracht van deze film, die geen dwingende verhaallijn heeft. Kijken. Naar Uffizi’s Duitse directeur Eike Schmidt die, afwisselend in vloeiend Italiaans, Engels en Duits, alles in goede banen probeert te leiden – ook als er verschil van mening ontstaat met de Britse kunstenaar Antony Gormley over de plaatsing van één van diens sculpturen. Naar de begeesterde rondleidster die een groep kinderen op de grond laat liggen, zodat ze de plafondschilderingen extra goed kunnen zien. En naar de precieze herstelwerkzaamheden aan een schilderij dat in 1993 ernstig beschadigd is geraakt bij een autobom. Tijdens de restauratie wordt ’t als het ware herboren.

Uit al die los-vast met elkaar verbonden verhaalelementen spreekt een diepe eerbied voor de kunst en de makers daarvan. En dat komt allemaal samen in de krop in de keel van die ene suppoost, die vertelt hoe dankbaar ie is dat hij dagelijks in contact staat met zulke bijzondere kunstwerken. ‘En dat dit mag in zo’n belangrijk museum als het Uffizi maakt het extra speciaal.’

Achter De Tralies Van De Tijd

Dalton / woensdag 23 september, om 21.25 uur, op Canvas

Ooit boezemden ze anderen waarschijnlijk angst in. En ze zijn vast ook bepaald niet voor niets gestraft. Inmiddels zouden de gedetineerden van zaal 1 van de Belgische gevangenis Merksplas echter gebaat zijn bij reguliere ouderenzorg. Op de slaapzaal verblijven 22 gedetineerden op leeftijd. Ze zijn dementerend, bedlegerig of hebben andere ernstige kwalen en leven noodgedwongen in ‘de vergeetput’, een omgeving die helemaal niet is toegerust op hun huidige noden.

Achter De Tralies Van De Tijd (87 min.) moeten zij afscheid van het leven nemen. Want in een rusthuis zijn ze niet welkom. ‘Men ziet vooral het dossier’, stelt gevangenisdirecteur Serge Rooman in deze schrijnende film van Stijn Geenen. ‘En niet de verouderde mens.’ Voor verpleegkundige Anneke en zorgkundige Koen lijken hun daden er dan weer nauwelijks toe te doen. Zij zien simpelweg een mens in nood – geen pedofiel of moordenaar – en verzorgen die met alles wat ze in zich hebben.

Het betrokken tweetal wordt in barre omstandigheden terzijde gestaan door de gedetineerde Michel, die zelf ook al behoorlijk op leeftijd is. Hij springt overal op de afdeling bij en heeft zichzelf inmiddels onmisbaar gemaakt. Koen beschouwt Michel zelfs als een echte collega. Zijn detentie zit er alleen, na drieënhalf jaar, bijna op. Hoe moeten ze zonder hem verder? Wat gaat er nu gebeuren? vraagt Koen zich af. Ook met Michel zelf. Redt hij zich buiten? En hoe dan?

Op zaal 1 kan hij echt iets betekenen, laat Geenen zien. Dat is ook bepaald niet slecht voor Michel zelf. Veel gedetineerden is het desondanks zwaar te moede, zoveel wordt eveneens duidelijk uit dit sombere kijkje in hun bestaan. Hun levens lijken volledig uitzichtloos. Voor zelfmedelijden is geen ruimte in de gevangenis, vindt gedetineerde Bernard desondanks. ‘Je hebt iets gedaan, daarom moet je ervoor boeten ook.’ Ook hij vraagt zich evenwel af wanneer ze genoeg hebben geboet.

Alle direct betrokkenen realiseren zich dat er binnen de huidige omstandigheden geen sprake kan zijn van een ‘waardige detentie’. Achter De Tralies Van De Tijd werpt tegelijk de vraag op of er wel voldoende maatschappelijke bereidheid is om deze mannen, die door de buitenwacht nog altijd eerst en vooral worden aangemerkt als ‘dader’, te bezien als ouderen die een humane laatste levensfase verdienen.

Trustorhärvan

Netflix

Vanuit een Deense gevangenis, waar hij een straf uitzit voor oplichting, begint Joachim Posener halverwege de jaren negentig het ‘Team Moyne’ samen te stellen. Voor een klus, de frauduleuze overname van een beursgenoteerd bedrijf, waarmee ze helemaal gaan binnenlopen. Zijn flamboyante neef Thomas Jisander, ‘consultant’, zal functioneren als z’n postiljon d’amour, terwijl diens maatje Peter Mattsson, kind van een bevoorrechte familie uit Gothenburg, voor de contacten zorgt. Zakenman Lindsay Smallbone wordt de beoogde ‘managing director’. En de Britse Lord Moyne, het zwarte schaap van een familie die fortuin heeft gemaakt met Guinness-bier, moet het geheel voldoende cachet geven. Zij worden Poseners stromannen in de Trustor-affaire.

Posener wil de aankoop van de Zweedse investeringsmaatschappij Trustor financieren met haar eigen kasreserve. Uitroepteken. Zo zet hij in 1997 een enorm oplichtingsschandaal, waarbij honderden miljoenen Zweedse kronen verdwijnen, in gang. Trustor wordt leeg geplunderd. En Posener had naderhand vermoedelijk niet eens de benen hoeven te nemen als zijn patserige neef Thomas, bijgenaamd Mr. No Limit, daarna niet ongegeneerd met geld was gaan smijten. ‘s Mans champagnefeesten in Saint-Tropez worden binnen de kortste keren een begrip. En Jisander laat zich, getuige enkele smakelijke scènes in Trustorhärvan (internationale titel: Inside The Trustor Scandal, 102 min.), nog altijd graag voorstaan op het luxe leven.

‘Als die jongens niet waren gaan pierewaaien aan de Côte d’Azur, waren ze er waarschijnlijk mee weggekomen’, stelt de doorgewinterde financier Björn Björnsson, een hardliner met naar verluidt de bijnaam ‘de Terminator van de zakenwereld’, in deze ferme witte boorden-docu van Karin Af Klintberg. Als er stront aan de knikker blijkt te zijn, moet hij als liquidateur de belangen van de aandeelhouders veiligstellen. Intussen heeft Trustors adjunct-directeur Richard Djursén, volgens Björnsson niet meer dan een ‘useful idiot’, in het openbaar de klappen opgevangen. De affaire zit de brave burgerman Djursén, bijna dertig jaar na dato, nog altijd zeer hoog. Hij gaat zichtbaar gebutst door het leven – al zit ie er tegenwoordig ook opvallend warmpjes bij.

Af Klintberg heeft daarmee enkele van de belangrijkste spelers voor de camera gekregen, waaronder zowaar ook Posener zelf. Hij is al drie decennia een enigma. Op de vlucht voor Interpol wordt ie in zowat elke uithoek van de wereld gespot. Nu de misdrijven zijn verjaard, wil hij er eindelijk openlijk over praten. Samen met de Zweedse rechercheur Jochum Söderström en journalist Gunnar Lindstedt leiden deze Team Moyne-leden de filmmaakster door het doolhof van de Trustor-affaire, waar wetten niet meer dan richtlijnen zijn – voor als het zo uitkomt – en de waarheid een zeer rekbaar begrip blijkt. Zij benadert hen met gezonde scepsis, kadert hun beweringen in met een snedige voice-over en probeert zo de feiten van de fictie te scheiden.

Met die no nonsense-attitude, gepaard aan een gedegen uitleg van allerlei ondoorzichtige malafide constructies en soms een opzichtige knipoog, tekent Trustorhärvan een financieel schandaal op, dat uiteindelijk een nogal ironische uitkomst krijgt. Op rekening van de belastingbetaler.

Poorten Van Europa

VPRO / Scenery

Grensmanagement én mensenrechten. Als de Nederlander Hans Leijtens in 2023 wordt benoemd tot uitvoerend directeur van het Europese grens- en kustwachtagentschap Frontex moet hij beide uitersten zien te verenigen: het samen met de kustwacht en grenspolitie van de individuele lidstaten bewaken van de Europese grenzen, zonder daarmee de mensenrechten te schenden van de migranten die het continent proberen te bereiken.

Het lijkt een onmogelijke balanceeract, die Frontex ook op veel kritiek is komen te staan, met name dat de organisatie ‘pushbacks’, het terugduwen van asielzoekers en migranten over de grens, heeft uitgevoerd of oogluikend heeft toegestaan. Aan Leijtens de taak om schoon schip te maken. Hij kiest daarbij onder andere voor ‘radicale transparantie’ en geeft Tomas Kaan, Els van Driel en Eefje Blankevoort voor deze vierdelige documentaireserie ogenschijnlijk ruimhartig toegang tot zijn organisatie.

Daarmee wordt deze ambitieuze productie een logisch vervolg op Shadow Game (2021), de documentaire over minderjarige vluchtelingen die door Europa zwerven op zoek naar een nieuw thuis, waarmee Van Driel en Blankevoort diverse (inter)nationale prijzen wonnen en die ook meerdere spin-offs opleverde. Poorten Van Europa (186 min.) verbindt de dagelijkse praktijk aan de grens, in safehouses, op zee en aan de kust met de werkelijkheid van het Frontex-hoofdkantoor in Warschau en het Europees Parlement.

De ervaringen van de vrijwilligers van Grupa Granica, die mensen helpen die door Poolse grenswachters dreigen te worden teruggeduwd naar Wit-Rusland, en de Noor Tommy Olsen, die met Aegean Boat Report rapporteert over incidenten op de Middellandse Zee tussen Turkije en Griekenland, staan regelmatig haaks op de boodschap die Leijtens en de betrokken Frontex-woordvoerders Reza Ahmari en Chris Borowski uitdragen. Zij worden soms met de nek aangekeken omdat ze voor de Europese grenswacht werken.

Bij de opleiding van nieuwe medewerkers vestigt Leijtens nadrukkelijk de aandacht op ethisch gedrag. Een fout mag, stelt hij. Maar wie doelbewust over de grens gaat, ligt eruit. ‘For sure.’ Tegelijk houdt de kritiek op zijn organisatie aan. Durft Leijtens wel een vuist te maken naar landen die het niet zo nauw nemen met de mensenrechten? vraagt Europarlementariër Tineke Strik (PRO) zich bijvoorbeeld af. Maakt hij zich zo niet medeplichtig aan de ogenschijnlijke straffeloosheid aan de Europese grenzen?

Incidenten genoeg. Van burgergrenscontroles in Nederland tot de intimiderende Libische kustwacht. Deze miniserie poogt het totale speelveld waarbinnen Frontex opereert – en op de huid wordt gezeten door kritische volgers zoals journalist Romy van Baarsen en de belangenorganisatie Refugees In Libya – in kaart te brengen. Zolang ze afhankelijk blijven van individuele landen, lijken Kaan, Van Driel en Blankevoort te betogen, is het de vraag of de Europese grenswacht niet een verloren wedstrijd speelt.

Speechless

Good Soup Productions

‘De antiracisten, de antifascisten, de antiseksisten, de anti-imperialisten en, natuurlijk, de antikapitalisten’, besluit professor Russell Rickford van Cornell University in New York zijn vlammende speech. ‘Ze blijven ons inspireren. Dus blijf je organiseren en blijf herrie trappen.’ Rickford heeft slechts acht dagen na de aanslagen van Hamas op 7 oktober 2023 – en ruim vóór Israëls verwoestende respons in Gaza – flink van zich doen spreken. De aanval van Hamas is volgens hem ‘exhilarating’ en ‘energizing’.

Op dat moment, in het tweede deel van haar lijvige documentaire Speechless (176 min.), krijgt de zoektocht van Ric Esther Bienstock naar de aanhoudende frictie rond de vrijheid van meningsuiting op Amerikaanse universiteiten een persoonlijk karakter. De filmmaakster is zelf Joods en voelt zich aangesproken door Rickfords agressieve retoriek, nadat gewone Israëlische burgers het slachtoffer zijn geworden van een bloedige aanval. Enkele maanden later steekt de Amerikaanse veteraan Aaron Bushnell zichzelf in brand, om te protesteren tegen Israëls verpletterende optreden in Gaza.

Bienstocks zoektocht is al in 2017 begonnen op het Evergreen State College in Olympia, in de Amerikaanse staat Washington, waar de jaarlijkse ‘Day Of Absence’ voor witte medewerkers een verplichtend karakter heeft gekregen. Docent evolutionaire biologie Bret Weinstein laat zich echter niet zomaar wegsturen van de campus en zet zo een snel ontsporend debat in gang. Op pijnlijke beelden is te zien hoe militante studenten het schoolhoofd George Bridges ongenadig uitkafferen, fascist noemen en beschuldigen van ‘microagressie’ – omdat de man te veel met zijn handen zou praten.

Studenten van het York College in Pennsylvania gaan deze casus vervolgens bestuderen. Met hun docent Erec Smith constateren ze dat het conflict een typisch voorbeeld is van de botsing tussen klassiek links gedachtegoed en ‘Critical Social Justice’, een manier van kijken naar de wereld die ook wel ‘woke’ wordt genoemd. Onderwerpen worden door aanhangers daarvan benaderd vanuit het uitgangspunt van ‘onderdrukker versus onderdrukte’. Niet veel later wordt Smith een ‘white supremacist’ genoemd. Door een witte persoon. Om het helemaal ingewikkeld te maken: Erec Smith is zelf zwart.

Ric Esther Bienstock onderzoekt of de academische vrijheid door zulke ontwikkelingen in gevaar komt. Op diverse plekken verdiept ze zich in hoog oplopende discussies over de onderdrukkende of juist bevrijdende werking van taal, radicale vormen van antiracisme en cancelcultuur, alvorens ze in deel twee het terrein van (vermeende) transfobie betreedt. Ze spreekt met de wetenschappers Carole Hooven, evolutionair bioloog op Harvard, en Kathleen Stock, een filosofe verbonden aan Oxford, die ernstig onder vuur kwamen te liggen en nauwelijks steun van hun collega’s of werkgever ervoeren.

Het open klimaat op universiteiten wordt daarnaast ook onder vuur genomen, laat de filmmaakster zien, door conservatieve activisten zoals Christopher Rufo, Hij verzet zich demonstratief tegen het uitgangspunt van Diversity, Equity en Inclusion (DEI) en krijgt van Florida’s gouverneur Ron DeSantis de kans om de linkse universiteit New College te hervormen. De DEI-directeur wordt direct ontslagen, het genderstudie-programma afgesloten en genderneutrale toiletten verwijderd. Rufo maakt van zijn hart bovendien geen moordkuil, ook niet in deze film, en blijft bijvoorbeeld rustig ‘misgenderen’.

En dat is een terugkerend beeld in deze urgente film, die de ontsporing van het publieke debat pregnant in beeld brengt: aan de frontlinie van de cultuuroorlog is geen enkele ruimte meer voor begrip of nuance. ‘Suck my tranny dick’, schreeuwt de activistische student Libby Harrity bijvoorbeeld tegen Rufo. Waarop die dat provocerend ‘anatomisch incorrect’ noemt en meteen een zaak start tegen Libby, die bij het spugen op de grond zijn tenen zou hebben geraakt. Het schikkingsvoorstel dat uiteindelijk op tafel komt – leave and never come back – is voor de protesterende student een bijzonder bittere pil.

Enige koudwatervrees is in zo’n giftig klimaat best te begrijpen. Voor elke persoon die Ric Esther Bienstock bereid heeft gevonden om voor haar camera plaats te nemen, zijn er dus ook talloze anderen die deze gifbeker liever aan zich voorbij lieten gaan. Zelfcensuur is nu eenmaal een onvermijdelijk bijproduct van een zich vernauwend publiek debat.

Het Nieuwe Rijksmuseum

Column Film / Cinema Delicatessen

Trefzeker schildert Oeke Hoogendijk in deze vierdelige documentaireserie uit 2013 als een moderne Hollandse meester de eindeloze verbouwing van Het Rijksmuseum in Amsterdam, die in 2003 van start is gegaan en daarna alsmaar averij heeft opgelopen. Tien jaar lang bevindt het museum zich in transitie en wordt er over van alles en nog wat gebakkeleid: binnen het museum zelf en met de Fietsersbond, de Rijksgebouwendienst en de ingehuurde architecten uit Sevilla en Parijs.

Hoogendijk werkt in deze vierdelige serie, oorspronkelijk in twee delen uitgebracht in respectievelijk 2008 en 2013 en later ook nog vervat in een speciaal voor de bioscoop gemaakte film, voortdurend met contrast en synergie. Met een verduiveld slimme parallelmontage, waardoor verhaallijnen samenvloeien of op elkaar botsen, smeedt ze een meeslepend epos, waarin eindeloos gedoe over de restauratie van het museumgebouw, gesymboliseerd door een hoogoplopende publieke ruzie over de onderdoorgang en fietserstunnel, wordt gepaard aan datgene wat alle medewerkers van het museum bindt: hun uitputtende kennis van en pure liefde voor kunst. Elk (gerestaureerd) kunstwerk, elke (mogelijke) nieuwe aankoop en, ja ook, elk twistgesprek is doordesemd van pure passie voor het museum en z’n collectie.

Het Nieuwe Rijksmuseum (217 min.) heeft ook zijn eigen ‘helden’ voortgebracht: de degelijke hoofddirecteur Ronald de Leeuw, bijvoorbeeld, die had gehoopt het nieuwe Rijksmuseum op te kunnen leveren voor zijn pensioen. Diens flamboyante opvolger Wim Pijbes, die altijd wel een steen in zijn achterzak lijkt te hebben, om in de vijver te gooien. En de purist Taco Dibbits, die eerst als hoofd conservator 17e eeuw en later als directeur collecties openlijk warm loopt voor de topfunctie (en die in 2016 ook daadwerkelijk hoofddirecteur zal worden). Pijbes claimt later als directeur van een nieuw migratiemuseum ook een prominente rol in The Road To Fenix, terwijl Dibbits vanuit Het Rijksmuseum nog in diverse documentaires (Mijn Rembrandt, Nieuw Licht: Het Rijksmuseum En De Slavernij en De Vereniging Rembrandt) zal figureren.

Behalve deze kopstukken stelen ook talloze stille krachten van Het Rijksmuseum op hun eigen manier de show. De kakkineuze hoofdconservator 18e eeuw Reinier Baarsen bijvoorbeeld, onvermoeibaar druk met het inrichten van zijn ideale ruimte. Huismeester Leo van Gerven, een noeste werker die dagelijks waakt over het gebouw en met een buks jaagt op duiven. En het zachtmoedige hoofd van het Aziatische Paviljoen Menno Fitski, wiens ogen beginnen te glinsteren bij alles wat met de aankoop van twee levensgrote beelden van Japanse tempelwachters heeft te maken. Het zijn boeiende karakters binnen een wereld die, met behulp ook van een kleurrijke klassieke soundtrack, nog niet eerder zo meeslepend in beeld is gebracht. En als alles is overwonnen en uitgevochten, volgt een aangrijpende apotheose: de officiële opening van Het Nieuwe Rijksmuseum.

Sanatorium

MetFilm / VPRO

Ondanks de oorlog blijven er gasten komen. Ooit, in de hoogtijdagen van het Sovjet-regime, kwamen er jaarlijks duizenden bezoekers naar het wellnesscentrum Kuyalnyk om een behandeling met de befaamde modder te krijgen, eens lekker uit te buiken of te herstellen van leed, gebreken of verwondingen. Tegenwoordig moet het Sanatorium (90 min.) in Odessa, aan de zuidkust van Oekraïne, tevreden zijn met een fractie daarvan. Ze proberen gewoon te overleven – niet in het minst omdat het luchtalarm nogal eens afgaat.

Als het zomerseizoen begint, staat het team van vaste medewerkers reeds klaar om ‘t de nieuwe gasten naar de zin te maken. Ze werken vaak al hun halve leven bij Kuyalnyk en zijn volledig vergroeid geraakt met hun job. Medisch Directeur Olena heeft bijvoorbeeld voor elk probleem een luisterend oor. Haar activiteitenleidster en naamgenoot organiseert na 35 jaar nog altijd enthousiast een tafeltennistoernooi, karaokeavond of disco. En Dimitriy, de brombeer aan het hoofd van de technische dienst, scheldt zijn medewerkers steevast aan het werk en maakt daarna weer net zo gemakkelijk een dolletje met hen.

De clientèle die zij ontvangen is al even kleurrijk. Een jonge choreografe bijvoorbeeld, die nu eindelijk eens zwanger hoopt te worden. Een gepensioneerde mijnwerker met psoriasis en veel vrije tijd. Een moeder en haar volwassen zoon die welhaast een Oekraïense variant op de Van Kooten & De Bie-typetjes Carla en Frank van Putten lijken. Een veteraan die herstelt van zijn tijd aan de frontlinie. En een oorlogsweduwe met de vraag hoe ze op haar leeftijd nog alleen verder kan. De Ierse documentairemaker Gar O’Rourke beziet hen in zijn tragikomische debuutfilm stuk voor stuk met een mengeling van compassie en ironie.

Via modderbaden, allerlei andere behandelingen en tijdloos vertier proberen zijn hoofdpersonen in het reine te komen met zichzelf, een nieuwe wending te geven aan hun leven of simpelweg geluk te vinden – al is troost soms ook meer dan genoeg. Dit resulteert in treffende scènes. Onverholen flirtende oudjes. Een bezonken schuifeldans op Careless Whisper. Of een gezamenlijk patriottisch lied op Onafhankelijkheidsdag. Het hersteloord uit lang vervlogen tijden, in al z’n lelijkheid heel fraai vereeuwigd, blijkt nog altijd een geschikte plek om mensen te helen en in tijden van nood een gevoel van saamhorigheid te kweken.

Ever Change A Winning Team

PSV

‘Don’t worry’, zegt Earnest Stewart, directeur voetbalzaken van PSV, bij het begin van het tweeluik Ever Change A Winning Team (109 min.) tegen Ivan Perisic en zijn entourage over de camera die hen filmt. ‘It’s ours.’

Tijdens de transferzomer van 2025 laat de Eindhovense voetbalclub een cameraploeg, onder leiding van Job van der Zon, achter de schermen meekijken voor een documentaire voor het eigen platform, PSV Play. Daarbij blijft ‘t voor een buitenstaander natuurlijk altijd onduidelijk wat er vanwege het clubbelang op de montagetafel is gesneuveld. Er blijft echter genoeg aardigs over.

Zo krijgt Van der Zon toegang tot PSV’s directiekamer, waar Stewart, algemeen directeur Marcel Brands, financieel directeur Jaap van Baar en commercieel directeur Frans Janssen spijkers met koppen moeten slaan in een transferzomer, waarvan op voorhand al duidelijk is dat die hectisch zal worden. Het ‘winning team’, tweemaal achter elkaar kampioen geworden, heeft nieuwe impulsen nodig.

Zij moeten bijvoorbeeld voor de vacature van een centrale verdediger de keuze maken tussen het Spaanse talent Yarek Gasiorowski, waarmee op termijn zogezegd waarde kan worden gecreëerd, en de ervaren Japanner Ko Itakura. Die staat er ongetwijfeld meteen, maar daarop moeten ze dan wel flink afschrijven. De keuze valt op Yarek, Itakura zal enige tijd later bij directe concurrent Ajax tekenen.

Zulke besluiten worden niet in een vacuüm genomen. In de buitenwereld wordt door fans, kenners en transferspecialisten permanent gespeculeerd over wat er bij een club zoals PSV speelt en hoe dit moet worden geduid. Van der Zon maakt dit voelbaar met audiofragmenten uit voetbalpraatprogramma’s en PSV-podcasts. Daarin wordt de spijker even vaak op z’n kop als de plank helemaal misgeslagen.

Als de toonaangevende transferspotter Fabrizio Romano, die erg nauwe banden met bepaalde zaakwaarnemers lijkt te onderhouden, bijvoorbeeld meldt dat PSV een akkoord heeft bereikt met Napoli over de transfer van Noa Lang, ontkent Stewart dit ten stelligste tegenover PSV’s eigen persvoorlichter Nick Tol. ‘Ik stoor me d’r wel aan’, zegt de directeur voetbalzaken later, over alle geruchten en speculatie.

Ook rond aanvoerder Luuk de Jong, die niet wil bijtekenen en voor zichzelf traint, ontstaat veel ruis. ‘We zijn wel PSV’, moppert Frans Janssen, die niet door de spits gegijzeld wil worden, in de directiekamer. ‘Niet FC Luuk de Jong.’ Even later volgt een lekker ongemakkelijke ontmoeting tussen de zojuist aangetrokken nieuwe spits Alassane Pléa en diezelfde De Jong. Of die toch blijft? ‘Dat weet ik nog niet.’

Op het trainingskamp lezen enkele spelers online ook dat er een nieuwe aanvaller is aangetrokken. ‘Komt hij hierheen?’ vraagt Joey Veerman. ‘Hij is goed, hoor.’ Verder komen de huidige spelers van PSV nauwelijks in beeld. De actie speelt zich ditmaal op kantoor af, niet op het veld. Sportjournalist Sjoerd Mossou en presentatrice Maddy Janssen worden nog wel geïntroduceerd als, enigszins overbodige, duiders.

Hoewel PSV zich ook nu niet uitlaat over bedragen – salarissen, transfersommen, bonussen – geeft het tweeluik enig inzicht in de zwarte doos-periode van het voetbaljaar, een proces van aantrekken en afstoten dat onlangs ook al uitgebreid is belicht in de fijne podcast Mino’s Imperium, over de machtige spelersbegeleider Mino Raiola. PSV hakte overigens al eerder met dit bijltje in de miniserie Cody Gakpo – Psalm 20:4.

Ever Change A Winning Team wordt daarmee een extra large-variant op alle Deadline Day-docu’s, al dan niet van clubs zelf, en zoekt daarmee tevens het terrein op dat docuseries zoals Sunderland ‘Til I Die ook bestrijken. Waarbij op voorhand duidelijk is: wat PSV niet wil dat we zien, zien we ook niet.

The Condemned

Red Zed Films & 24 Doc

Het zou de start kunnen zijn van een spannende Hollywood-thriller of actiefilm. In het hart van Rusland. In een bos, groter dan Duitsland. Waar de temperaturen in de winter dalen tot veertig graden onder nul. Op zeven uur rijden van de dichtstbijzijnde stad. Zijn 260 mannen opgesloten. In een gevangenis waar alleen moordenaars zitten. En nu maken The Condemned (79 min.) plannen om te ontsnappen…

Tenminste, als dit geen documentaire was geweest… In werkelijkheid zitten die mannen vast in de Federale Strafkolonie 56 en blijven ze daar voorlopig ook nog wel even zitten. Zij zijn onder te verdelen in twee groepen: 175 veroordeelden leven samen in een zeer hiërarchische gemeenschap, terwijl 85 levenslang gestraften juist alleen in bedompte cellen van vijf vierkante meter wonen op een zwaarbewaakte afdeling.

Zij zitten 23 uur per dag in hun cel en worden gemonitord met beveiligingscamera’s, want ze mogen overdag niet op hun bed gaan liggen. In die cel zijn ze overgeleverd aan hun eigen gedachten. ‘Het is niet moeilijk om iemand te doden’, vertelt Timur Temirov in deze ijzingwekkende film van Nick Read uit 2013. ‘Het is alleen moeilijk om ermee te leven. Ik herinner me al mijn misdaden. Allemaal. Dat is m’n ergste straf.’

Directeur Subkhan Dadashev heeft desondanks nog nooit medelijden gehad met de terroristen, (serie)moordenaars en verkrachters die hij al ruim 25 jaar onder zijn hoede heeft. Ze hebben ‘t er zelf naar gemaakt, vindt hij. Samen zijn ze goed voor maar liefst achthonderd doden. Tot zijn spijt is de doodstraf echter afgeschaft in 1996. Niet lang daarna maakten enkele ter dood veroordeelden er overigens zelf een einde aan.

Vladimir Eremeev zat ook ooit in de dodencel, maar behoort als zestiger inmiddels tot het meubilair van de gevangenisgemeenschap. Daar moet hij zich staande houden binnen een strikt systeem, met geheel eigen regels en codes. Als homo behoort Mikhail Nekrashuk bijvoorbeeld tot de onderklasse. Die bestaat verder uit mannen die zich aan een kind of jongen hebben vergrepen. Zij eten apart, met hun eigen bestek.

In deze beklemmende omgeving, koud en grijs vastgelegd, geeft Read de gedetineerde mannen de gelegenheid om te reflecteren op hun leven en verleden. Zij doen dat opmerkelijk open en zelfkritisch. Ze hebben waarschijnlijk ook weinig meer te verliezen – al is het een enkeling zowaar gelukt om vanuit de gevangenis een relatie te beginnen en kinderen te verwekken. Anderen wachten soms al jaren op contact met een familielid.

The Condemned toont de mens achter het onmens, in een omgeving die van elk menselijk gevoel is ontdaan. In het hart van Rusland. In een bos, groter dan Duitsland. Waar de temperaturen in de winter dalen tot veertig graden onder nul. Op zeven uur rijden van de dichtstbijzijnde stad. Waar – dit is tenslotte allesbehalve Hollywood – ontsnappen onmogelijk is. Zelfs niet aan jezelf.

The World According To Dick Cheney

Showtime

Het hele lijstje vragen wordt zonder problemen afgewikkeld. Zijn belangrijkste karaktereigenschap? Integriteit. Wat hij het meest waardeert in vrienden? Eerlijkheid. Zijn favoriete eten? Spaghetti. En dan valt ie toch even stil, de man die alles zo zeker weet. Bij de vraag wat zijn grootste fout is. ‘Daar denk ik eerlijk gezegd niet zoveel over na, moet ik eerlijk bekennen.’ En dan kan The World According To Dick Cheney (109 min.) daadwerkelijk van start.

Iedereen die vluchtig aan ‘de machtigste vicepresident die de Verenigde Staten ooit hadden’ denkt, roept bij die vraag waarschijnlijk meteen: de Amerikaanse inval in Irak. De respons van president George W. Bush op de terroristische aanslagen van 11 september 2001 – naar verluidt ingefluisterd door Dick Cheney en minister van Defensie Donald Rumsfeld, die nog een appeltje hadden te schillen met de Iraakse leider Saddam Hoessein – liep uit op een bloedige oorlog.

Gedrieën zouden ze zich ontwikkelen tot de kop van Jut voor links Amerika, de hardliners die hun land in alwéér een nodeloze oorlog hadden gestort, op basis van nepbewijs rond Hoesseins vermeende ‘weapons of mass destruction’. Intussen hadden ze in de Iraakse gevangenis Abu Ghraib en het strafkamp Guantanamo Bay ook nog alle mogelijke mensenrechten geschonden bij krijgsgevangenen. ‘Het was belangrijker om succesvol te zijn dan geliefd’, zegt Cheney over de periode na 911.

Op die turbulente jaren ligt vanzelfsprekend ook de nadruk in deze gedegen film van R.J. Cutler (A Perfect CandidateBelushi en Billie Eilish: The World’s A Little Blurry) uit 2013, waarin behalve de Republikeinse mastodont zelf ook zijn vrouw Lynne, enkele politieke vertrouwelingen en gezaghebbende duiders zoals Bob Woodward, Ron Suskind en Jo Becker aan het woord komen. Zij schetsen een politieke loopbaan waarin het doel vrijwel altijd de middelen lijkt te rechtvaardigen.

En ook zijn trouwe vriend Don Rumsfeld ontbreekt niet in dit politieke portret, waarvoor acteur Dennis Haysbert als verteller fungeert. Zij trokken al samen op in de regering van Richard Nixon, vormden later de zogeheten ‘Praetorian Guard’ van diens opvolger Gerald Ford (die tijdens het beschermen van de president zelf ook aanzienlijke macht verwierf) en fungeerden als kloppend hart van het kabinet van George W. Bush, dat hen tot Amerika’s meest gehate mannen zou maken.

In de halve eeuw voordat Donald Trump de macht greep in zijn partij speelde Dick Cheney (1941-2025) eigenlijk bij elke afzonderlijke Republikeinse regering een sleutelrol. En tussendoor was hij ook nog enkele jaren CEO van de oliegigant Halliburton. Een man met macht, statuur en tegenstanders. Het vertrouwde gezicht van (oer)conservatief Amerika, dat zelf vast ook niet had kunnen bedenken dat hij zich ooit niet meer thuis zou kunnen voelen binnen de Republikeinse partij.

Toch is dat precies wat er in de afgelopen jaren is gebeurd: in navolging van zijn dochter Liz, prominent congreslid, heeft Dick Cheney zich als ‘wise old man’ van de Republikeinse partij publiekelijk afgekeerd van de huidige president Trump. De twee hadden nochtans een gemeenschappelijke vijand: James Comey, de man die als onderminister van Justitie vicepresident Cheney de voet dwars zette, werd later als FBI-directeur een gezworen vijand van Donald Trump.

Die heeft de huidige minister van Justitie onlangs opgedragen om Comey te laten vervolgen. En daar scheiden de wegen van de Republikeinse kopstukken. Want zulke acties lijken zelfs voor een ijzervreter zoals Dick Cheney toch echt een brug te ver.

De Wolkenfietsers – Erfenis Van Een Droom

NTR

Ze behoren tot de tweede generatie wolkenfietsers. De broers Ruud en Gijs van de Wint beheren en exploiteren De Nollen, een voormalige vuilnisbelt in de duinen bij Den Helder die door hun vader Rudi gedurende ruim 25 jaar werd omgeturnd tot een levend kunstwerk. In de natuur bij zijn geboortestad maakte hij met bunkers, sculpturen en andere kunstwerken een klein paradijs. In het onderhoud daarvan gaat alleen enorm veel werk inzitten. Bovendien is de boel in z’n huidige vorm nauwelijks rendabel te krijgen.

‘Zorg ervoor dat je ‘t afmaakt!’ hield de kunstenaar zijn zoons voor, voordat hij in 2006 plotseling overleed. En daarvan hebben zij een levensopdracht gemaakt. In de woorden van oudste zoon Ruud: ‘Je boetseert door waar hij gestopt is.’ Buitenmens Ruud fungeert als geweten van De Nollen, de representant van zijn lekker dwarse vader die niets moest hebben van de reguliere kunstwereld. Zijn jongere broer Gijs, een echt mensenmens, zet daar realisme naast. Om te kunnen overleven moet De Nollen ook worden vernieuwd.

In de zeer fraaie documentaire De Wolkenfietsers – Erfenis Van Een Droom (67 min.) volgt Gülsah Dogan de missie van de twee broers, die zelf met hun gezinnen ook in De Nollen zijn neergestreken. Zij leven letterlijk de droom van hun vader. Die wordt, al naar gelang je gezichtspunt, verrijkt/bedreigd door plannen om ook een R.W. van de Wint-museum te starten in de groene oase. Daar zouden de honderden schilderijen, die nu in Van de Wints opslag liggen te verstoffen, toegankelijk kunnen worden gemaakt.

Beoogd directeur Ralph Keuning wil van het museum in wording echter ‘geen mausoleum voor Rudi van de Wint’ maken, maar een bruisende plek waar ook ruimte is voor ‘de Rothko van 28 van nu’. Zo hoopt hij de 7.000 mensen die De Nollen nu per jaar ontvangen op te krikken naar zo’n 50.000 bezoekers. En dat roept bij de conservatoren van de droom van ‘de grootste kosmische kunstenaar’ Rudi van de Wind (1942-2006), zijn zoons Ruud en Gijs, serieuze vragen op. Gaat dit niet in tegen alles waar hun vader voor stond?

Want hun landschap mag dan een levend organisme zijn – bijzonder fraai vastgelegd met (drone)shots – het moet wel een eigen universum blijven. Cultuurclash verzekerd – ook, indirect, tussen de broertjes. Dogan vangt intussen de passie van de twee mannen, die altijd een kind van hun vader zullen blijven. Dit is wat ze zijn. Wat ze waren. En wat ze (willen) blijven. Ook als de meningen uiteenlopen over hoe precies. En ze mogen dan moeilijke tijden hebben gekend, in al die jaren is er nooit ook maar één schilderij verkocht.

Met parallellen tussen heden en verleden, door het vermengen van actuele scènes met de zoons en archiefbeelden van hun vader, laat Gülsah Dogan bovendien zien hoe zij daadwerkelijk een eenheid vormen met de oorsprong van De Nollen. En het ‘buitenlaboratorium’ voor Van de Wints kunst en de verheven vaderliefde van zijn zoons vormt meteen een idyllisch decor voor deze intrigerende parabel over de strijd tegen institutionalisering en het behouden van je idealen. Zonder daarbij te bevriezen in de tijd.

Basisschool Balder

VRT

Als de camera’s op maandag 2 september 2024 beginnen te draaien, staan directeur Mike en de medewerkers van Basisschool Balder (185 min.) voor een heidens karwei. De Nederlandstalige school in de Brusselse achterstandswijk Sint-Gillis krijgt al jaren slechte beoordelingen van de onderwijsinspectie en zal de leskwaliteit snel moeten verbeteren. Intussen is het verloop onder leerkrachten groot, zijn vervangers nauwelijks te vinden en hebben veel leerlingen een leerachterstand. Dat is niet zo vreemd: voor 98 procent van de kinderen is Nederlands niet hun moedertaal.

Vanaf de eerste schooldag staat de druk er dus vol op in deze vierdelige serie, waarin de geplaagde basisschool een heel leerjaar wordt gevolgd. Zeker bij de ervaren juf Tessa, die de problematische zesde klas, waar leerachterstanden en gedragsproblemen hand in hand gaan, vlot moet proberen te trekken. Het is haar al snel zwaar te moede. ‘Ik heb zo hard het gevoel dat ik aan het falen ben’, zegt de juf geëmotioneerd tijdens een uitstapje waarbij ze continu als politieagent moet optreden. ‘Ik zie hen oprecht graag en wil mijn uiterste best doen, maar je krijgt niks terug. Niks!’

Het gedrag van de kinderen, die na dit jaar naar het secundaire onderwijs gaan, is vast niet los te zien van het aantal leerkrachten dat zij in de loop der jaren hebben zien vertrekken. Het idee dat dit aan hen ligt, dat ze hen niet graag zien, lijkt te zijn verinnerlijkt. Sommige ouders maken zich intussen ernstig zorgen over de ontwikkeling van hun kind. Te midden van zulke lastige uitdagingen moet het onderwijs draaiende gehouden worden. ‘Het zakje met oplossingen is leeg tot op de bodem’, constateert adjunct-directeur Sandra onderweg. ‘En er zit een gat in de bodem.’

Basisschool Balder laat het reilen en zeilen binnen de basisschool ogenschijnlijk ongefilterd zien. Zonder de uitdagingen, conflicten en tristesse te verhullen of te verzachten. Tegelijkertijd toont de aangrijpende, knap gecomponeerde documentaireserie ook de enorme toewijding van de Brusselse leerkrachten. Hoe zij zelfs in heel moeilijke omstandigheden momenten creëren waarop een leerling zichzelf en anderen verbaast of er samen lekker lol wordt gemaakt. Dit zorgt meteen voor de lucht, die dit schrijnende verhaal soms ook nodig heeft.

Wanneer het schooljaar naar z’n einde loopt – en ook deze serie z’n afronding krijgt – nadert tevens het moment van de waarheid. Kan Balder alsnog de gevraagde onderwijskwaliteit leveren? Dan is overigens allang duidelijk dat de maatschappelijke opdracht die deze en vergelijkbare scholen krijgen – en die de medewerkers ook aan zichzelf opleggen – binnen de huidige omstandigheden nauwelijks is uit te voeren. Als er geen structurele verbeteringen komen, dreigen zij een generatie af te leveren, die slechts beperkt geëquipeerd is voor de hedendaagse wereld.

Tigre Gente

Green Planet Films

Op de zwarte markt van Guangzhou brengt een set jaguartanden al gauw tweeduizend dollar op. En als er in China vraag is naar een bepaald product, dan komt er vanzelf aanbod. Aan de andere kant van de wereld, in het Boliviaanse natuurpark Madidi, wordt er dus volop illegaal gejaagd op het roofdier, dat net zoals de tijger en neushoorn in z’n voortbestaan wordt bedreigd. Directeur Marcos Uzcuiano heeft zich ten doel gesteld om de Tigre Gente (87 min.) te beschermen.

Voor Uzcuiano is de jaguar een mythisch dier, dat een essentiële rol speelt in het ecosysteem van het regenwoud. In China, waar de freelance journaliste Laurel Chor uit Hong Kong de schimmige handel in kaart probeert te brengen, is het dier in wezen niet meer dan het omhulsel van een verzameling tanden, de populaire hoektanden in het bijzonder. Met een beetje geluk kunnen die bovendien worden verkocht als een nog veel exclusiever product: tijgertanden.

Regisseur Elizabeth Unger sluit in Bolivia aan bij de jacht op illegale stropers en handelaars. Dit leidt bijvoorbeeld tot een enerverende confrontatie op de Tuichi-rivier, waar een boot met vermoedelijk gewapende stropers aan Marcos Uzcuiano en zijn park rangers probeert te ontvluchten. Elders in het Zuid-Amerikaanse land proberen zij, gewapend met een verborgen camera, illegale handelaars in jaguartanden op heterdaad te betrappen en in te rekenen.

Tegelijkertijd probeert Chor te vatten hoe en waarom deze wilde dieren juist in China zo populair zijn geworden en wat die betrokkenheid bij illegale jacht en handel betekent voor China’s imago in de rest van de wereld. Daarmee brengt Tigre Gente de verschillende kanten van de clandestiene dierenhandel, het terrein van zowel kleine krabbelaars als georganiseerde misdaad, helder in beeld.

De Magie Van De TT

Dutch Angle

De eerste editie van de TT in 1925 moet direct als een bom zijn ingeslagen, concludeert directeur Peter Oosterbaan bij het honderdjarig jubileum. Drenthe was destijds een afgelegen, naar binnen gekeerd gebied. De motorisering van het land moest nog echt op gang komen. En toen besloten vijf mannen van de motorclub Assen en omstreken om de eerste motorsnelheidswedstrijd van Nederland te organiseren. ‘Dat heeft een collectief enthousiasme teweeg gebracht. Op de één of andere manier is dat in die vijf generaties, honderd jaar, toch altijd gebleven.’

Die eerste race, over lang niet altijd verharde wegen, is uitgegroeid tot een hoogtepunt op de internationale grand prix-kalender. In het laatste weekend van juni trekt iedere zichzelf respecterende motorsportliefhebber steevast naar Assen. Met de jubileumdocu De Magie Van De TT (99 min.) richt Roy Ferwerda een klein monumentje op voor het Drentse evenement dat een begrip is geworden in binnen- en buitenland. Met beeldmateriaal uit de voorbije honderd jaar construeert hij een soort ideaal TT-weekend, waarin heden en verleden moeiteloos samenvloeien.

Tussendoor spreekt Ferwerda met medewerkers aan de TT, vaste gasten die ‘The Cathedral Of Speed’ al decennia bezoeken en internationale topcoureurs zoals Valentino Rossi, Randy Mamola en Kevin Schwantz. En natuurlijk ontbreken ook de Nederlandse winnaars Wil Hartog, Hans Spaan en (Assenaar) Egbert Streuer niet. Samen geven zij tekst en uitleg bij de collageachtige montage van de voorbereidingen op de Dutch TT, de activiteiten en festiviteiten daaromheen en de race zelf. Er is met de jaren van alles veranderd, behalve de beleving van het evenement.

Dat is uiteindelijk ook de impliciete boodschap van deze liefdevolle archieffilm, die werd gemaakt in opdracht van TT Circuit Assen: niemand – geen winnaar, organisator, bondsofficial, commentator of bezoeker – is groter dan de TT.

Hollywood On Trial

Kanopy

Bent u nu lid, of bent u in het verleden ooit lid geweest, van de Communistische Partij? De vraag zelf is bedoeld als beschuldiging – of de ondervraagde er nu (bevestigend) op antwoordt of niet. Erg veel kans daartoe krijgt ie overigens ook niet. De vragensteller hamert de respons direct af als die hem niet bevalt.

De House Committee Of Un-American Activities (HUAC) is in 1947 communistische infiltratie van Hollywood op het spoor en roept in dat kader allerlei vertegenwoordigers van de Amerikaanse filmindustrie op als getuige en/of verdachte. Enkele principiële regisseurs, acteurs en scenarioschrijvers, die bekend zullen komen te staan als de Hollywood Ten, zijn er in het begin nog van overtuigd dat ze kunnen aantonen dat de uitgangspunten van deze congrescommissie niet stroken met de grondwet. Sterker: dat het on-Amerikaans is om zo iemands persoonlijke overtuigingen te attaqueren.

Zij zullen echter van een koude kermis thuiskomen. Terwijl de Verenigde Staten alsmaar meer in de ban raken van de Koude Oorlog wordt elke vorm van rede terzijde geschoven. Die linkse filmbusiness moet keihard aangepakt worden. Een heksenjacht is aanstaande. Alles wat naar communisme riekt wordt kaltgestellt. De jacht op het rode gevaar zal enkele jaren later zelfs nog een inktzwarte reprise krijgen onder leiding van een nietsontziende communistenjager, de Republikeinse senator Joe McCarthy. Terwijl de Hollywood Ten excessen zoals het McCarthyisme juist had willen voorkomen.

In de voor een Oscar genomineerde documentaire Hollywood On Trial (102 min.) uit 1976 kijkt David Helpern Jr. samen met enkele hoofdrolspelers terug op deze periode, die hun leven en loopbaan volledig heeft ontwricht. Voor menigeen wacht na HUAC de zwarte lijst en gevangenis. De scenaristen Jack Howard Lawson en Dalton Trumbo worden bijvoorbeeld veroordeeld voor minachting van het Amerikaanse congres. ‘Wat mij betreft was dat een volkomen terecht vonnis’, stelt Trumbo bijna dertig jaar later. ‘Ik had niets dan minachting voor het congres. En dat is sindsdien niet meer veranderd.’

De congrescommissie dwingt Hollywood op de knieën. Filmbonzen zoals Louis B. Mayer, Walt Disney en Jack Warner participeren deemoedig in de hoorzittingen. En de acteurs Gary Cooper, Robert Taylor en de latere president Ronald Reagan, destijds voorzitter van de Screen Actors Guild, schuiven eveneens aan bij HUAC, waar natuurlijk ook FBI-directeur J. Edgar Hoover, die achter elke boom een communist ziet, een duit in het zakje komt doen. En zij die in de beklaagdenbank belanden, worden voor een eenvoudige keuze gesteld: zwijgen en op de blaren zitten of spreken en anderen erbij lappen.

Hoewel de film, waarvoor Hollywood-regisseur John Huston als verteller fungeert, inmiddels een halve eeuw oud is en gebeurtenissen belicht die zich zelfs bijna tachtig jaar geleden hebben voorgedaan, is het niet moeilijk om parallellen met het heden te zien. Dit besmette verleden leert dat het publiekelijk aan de schandpaal nagelen van prominente andersdenkenden onvermijdelijk ook anderen monddood maakt – en dat het heel lang duurt voordat de maatschappelijke schade daarvan is gerepareerd. Los nog van de schade die de openbaar aangeklaagden individueel is toegebracht.

Deaf President Now!

Tim, Bridgetta, Greg en Jerry (vlnr) / Apple TV+

Harvey Corson en I. King Jordan mogen de Gallaudet University in Washington D.C. niet gaan leiden. Het universiteitsbestuur geeft in de lente van 1988 de voorkeur aan een vrouw: Elisabeth Zinser. Niet veel later slaat de vlam in de pan. De studenten ervaren de keuze als een persoonlijke belediging en bezetten de campus. Niet omdat Zinser een vrouw is, maar omdat zij kan horen. De toonaangevende dovenuniversiteit moet nu eindelijk eens worden geleid door één van hen.

Deaf President Now! (100 min.) eisen zij. Volgens Jane Bassett Spilman, de voorzitter van Gallaudets Raad van Toezicht, is er echter geen enkele kans dat het besluit wordt teruggedraaid. Deze kruising van Nancy Reagan en Margaret Thatcher toont zich sowieso behoorlijk toondoof. Zij bestaat het bijvoorbeeld om te zeggen dat dove mensen er nog niet klaar voor zijn om te functioneren in een horende wereld. ‘Ach, dat mens!’ reageert Gerald ‘Jerry’ Lee Covell, die zich opwerpt als één van de leiders van de protestactie, bijna veertig jaar later nog altijd als door een adder gebeten. De IJzeren Heinige opstelling van Spilman heeft hun verzet alleen maar gesterkt.

Deze documentaire van Davis Guggenheim en Nyle DiMarco beslaat slechts één enkele week in de lente van 1988. Met de vier sleutelfiguren uit het studentenprotest blikken ze terug op de turbulente dagen, waarop zij de horende wereld tot de orde hebben geroepen. Voorbij is de tijd dat doven niet meetellen of worden gezien als mensen die moeten worden gerepareerd. Een nieuw zelfbewustzijn vat post in hen. Als het schoolbestuur bijvoorbeeld stelt dat het pas weer in gesprek wil als de studenten hun bezetting van de campus opgeven, reageert Jerry op een manier waarvoor geen kennis van gebarentaal nodig is: twee ferm opgestoken middelvingers.

De vier activisten communiceren ook in deze film louter in gebarentaal, elk op hun eigen manier. Ze hebben daarnaast ook ieder een stem gekregen. Covell, een ‘little demon from hell’ die zich beslist niet zo gedwee wilde opstellen als zijn eveneens dove vader, oogt en klinkt bijvoorbeeld als een punker, terwijl de gekozen studentenleider Greg Hlibok nog altijd overkomt als een klassieke diplomaat. De voormalige cheerleader Bridgetta Bourne-Firl, die letterlijk ritme in de gebarenprotesten bracht, communiceert met de vastberadenheid van een zelfbewuste en strijdbare vrouw. En ook de expressieve activist Tim Rarus maakt op z’n geheel eigen manier een zeer geestdriftige indruk.

Gezamenlijk hebben zij eind jaren tachtig de voorhoede gevormd van een emancipatiebeweging, die gaandeweg steeds meer aan kracht wint en daarmee een essentiële rol speelt in de (zelf)acceptatie van doven. De slogan ‘Deaf president now!’ staat daarbij voor de eis om nu eindelijk eens gehoord te worden. En daarmee lijkt deze aangrijpende documentaire zowat een zusterfilm van het gelauwerde Crip Camp: A Disability Revolution (2020), waarin een al even essentieel hoofdstuk van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging wordt belicht. Zij effenen voor dove Amerikanen het pad naar volwaardige deelname aan de samenleving.

Jailbreak: Love On The Run

Netflix

Afgaande op de verhalen van vrienden en collega’s is Vicky White een plichtsgetrouwe, lievige vrouw. In de Florence Lauderdale County Gevangenis maakt ze als adjunct-directeur al zeventien jaar lange werkweken. De 56-jarige alleenstaande blondine staat er goed bekend. Gedetineerden waarderen haar begrip en betrokkenheid.

En dan, in augustus 2020, wordt Casey Cole White overgebracht naar de gevangenis in Alabama. De boomlange kerel staat te boek als uiterst gewelddadig. Hij heeft al 75 jaar cel aan z’n broek gekregen en moet in Florence nog worden berecht voor een geweldsmisdrijf. Een gevaarlijke man. Een rasmanipulator die z’n charme aanwendt om te krijgen wat hij wil, zo is het beeld, en zonodig ook bereid is om zijn toevlucht te nemen tot bruut geweld.

De titel van deze true crime-docu verraadt wat er dan gebeurt: Jailbreak: Love On The Run (88 min.). Op vrijdag 29 april 2022, een dag waarop de gevangenis toevallig minder bemenst is, nemen de twee de benen. Ze blijken al ruim anderhalf jaar in het geniep een relatie te hebben. Tussen november 2020 en februari 2022, ontdekken haar collega’s, heeft Vicky vanuit een onbekend telefoonnummer zeker duizend keer met haar geheime minnaar gebeld.

Tussen alle liefdesverklaringen, telefoonseks en stiekeme plannenmakerij door geeft Casey haar een nauwelijks verholen waarschuwing. ‘Geef niemand anders aandacht waar ik bij ben’, zegt hij achteloos tegen Vicky. ‘Zolang je dat niet doet, kan ik verder alles vergeven.’ Dat kan natuurlijk nooit goed aflopen. En dat doet ‘t dus ook niet. De twee tortelduifjes zijn op weg naar een dramatische ontknoping, die er toch nét weer anders uitziet dan verwacht.

En hun relatie is nog wel zo romantisch begonnen. Als Vicky langs Caseys cel loopt, roept die haar toe: ‘You’ve got a nice ass.’ En zij roept hem daarna niet tot de orde, maar voelt zich gevleid. Hun romance bloeit vervolgens op via (opgenomen) telefoongesprekken en voor de (beveiligings)camera, intieme opnames die het hart vormen van deze ‘op de vlucht’-docu. Alsof privacy er niet meer toe doet als je eenmaal de wet hebt overtreden.

Daar, in de krochten van die ingewikkelde relatie, zit ook de crux van Jailbreak, meer dan in het kat- en muisspel met de politie dat gaandeweg ontstaat.

Staal

Human

Beter een goede buur dan een verre vriend, zegt een medewerker van Tata Steel. De relatie met de bewoners van de buurgemeenten IJmuiden en Wijk aan Zee is essentieel voor het voortbestaan van de staalfabriek. Het voormalige Hoogovens zorgt al ruim honderd jaar voor werkgelegenheid in de IJmond-regio, maar ligt de laatste jaren steeds meer onder vuur vanwege de uitstoot van enorme hoeveelheden CO2 en stikstof.

Staal (200 min.), een vierdelige serie van Pelle Asselbergs en Maaik Krijgsman, belicht het protest tegen de grafietregens en zwarte sneeuw die Tata Steel in de omgeving achterlaat. Die zorgen voor gezondheidsproblemen bij zowel mens als dier. Tegelijkertijd is er aandacht voor het bedrijf zelf, dat onder leiding van de alomtegenwoordige directeur Hans van den Berg z’n deuren opent en permanent in dialoog is met z’n (kritische) buren en de onvrede daar probeert weg te nemen.

Tata Steel is tevens een bron van trots voor de talloze medewerkers van het bedrijf, zoals het ’lastige’ ondernemingsraadlid Mendes Stengs. Zijn zoon werkt inmiddels ook alweer twee jaar bij de fabriek en vertegenwoordigt daarmee de vierde generatie van de familie in het bedrijf, dat zich tegenwoordig sterk maakt om ‘groen staal in een gezonde omgeving’ te gaan produceren. Tot het zover is, moet de huidige productie op peil blijven. Stengs is kritisch en dat wordt niet door iedereen gewaardeerd.

Behalve enkele medewerkers portretteert Staal ook enkele omwonenden die zich verzetten tegen de emissie van Tata of zelfs een tijdje naar het buitenland vertrekken om gezondheidsklachten voor te zijn. Intussen blijft journalist Bart Vuijk van het Noordhollands Dagblad kritische artikelen publiceren over de staalfabriek onder vuur en lopen de spanningen steeds verder op. Ook intern begint ’t wat te rommelen en worden enkele medewerkers, soms tot hun eigen verbazing, op een zijspoor gezet.

De verhalen van al deze personages, waarbij hier en daar nog wel wat losse eindjes blijven liggen, spelen zich af tegen het bijzonder fotogenieke decor van de IJmond, dat door Asselbergs en Krijgsman ook zeer fraai in beeld wordt gebracht. Het industriële karakter van de omgeving wordt bovendien nog eens benadrukt met een rauwe, garage-achtige soundtrack die er erg vet onder – of beter: op – is gelegd. En in de leadermuziek lijkt hart & ziel-zanger Tom Waits zowaar de titel ‘Staal’ te grommen.

Staal wordt daarmee een heel aardig portret van een arbeidersgemeenschap in transitie, waarbij de mastodont uit het industriële tijdperk die nog altijd ieders leven bepaalt zich staande moet zien te houden in de 21e eeuw.

De Vereniging Rembrandt, Een Uitzonderlijk Jaar

NTR

Die naam roept verwarring op: De Vereniging Rembrandt. Alsof de vereniging, in 1883 opgericht door particuliere kunstliefhebbers, zich alleen met Rembrandt van Rijn zou bezighouden. Het ‘collectief mecenaat’ telt tegenwoordig 18.000 leden en heeft inmiddels meer dan 2500 Nederlandse kunstaankopen gesteund. Zonder De Vereniging Rembrandt zou er in eigen land nauwelijks een Hollandse meester zijn te zien, maar de leden ontfermen zich net zo goed over moderne kunst. ‘Elke aankoop is een wonder’, stelt directeur Fusien Bijl de Vroe.

En dan komt er zowaar toch een aanvraag voor de aankoop van een Rembrandt binnen. Van één van de bestuursleden nota bene. Directeur Taco Dibbits van het Rijksmuseum in Amsterdam vraagt een aanzienlijke bijdrage voor de aankoop van De Vaandeldrager, een schilderij uit 1636 dat wellicht kan worden aangekocht van de familie De Rothschild. Zij vragen tweehonderd miljoen voor het kunstwerk, dat zijn dagen al sinds jaar en dag in een kluis te Monte Carlo slijt en niet toegankelijk is voor het publiek. Niet elk bestuurslid is op voorhand even enthousiast.

Terwijl het bestuur onder leiding van voorzitter Arent Fock begint te delibreren over of steun aan het Rijksmuseum nu wel of niet opportuun is, bivakkeert Dibbits op de gang. En als hij terugkeert in de vergadering, laat geen van zijn collega’s iets los. Er kan nog geen knipoogje vanaf, verzucht hij in De Vereniging Rembrandt, Een Uitzonderlijk Jaar (55 min.) van Oeke Hoogendijk, die na Het Nieuwe RijksmuseumMarten & Oopjen: Portret Van Een Huwelijk en Mijn Rembrandt dus monter verder is gegaan met het ontsluiten van het beheer van (inter)nationale kunst door de gegoede burgerij.

De documentairemaakster slaagt er opnieuw in om van een op zichzelf tamelijk elitair onderwerp een toegankelijke film te maken, die bovendien actuele vragen stelt over de manier waarop musea hun collecties samenstellen. Kiezen die bijvoorbeeld niet veel te gemakkelijk voor de grootmeesters van De Gouden Eeuw, die door een gebrek aan interesse van de Nederlandse overheid in de achttiende en negentiende eeuw veelal in buitenlandse handen zijn beland? En souperen die dan niet veel te veel van het beschikbare budget voor kunst en cultuur op?

Fusien Bijl de Vroe laat zich door zulke discussies niet meer van de wijs brengen. ‘Dat is één van de dingen die ik prachtig vind van naar het museum gaan: er hangen geen prijskaartjes meer aan’, stelt ze. ‘Je mag gewoon kijken.’

Der Anschlag – Angriff Auf Den BVB

SkyShowtime

Het lijkt een normale Champions League-avond te worden voor Borussia Dortmund. Dinsdag 11 april 2017, de eerste kwartfinale-wedstrijd tegen AS Monaco. Die Gelbe Wand, de befaamde supportersschare van de Duitse voetbalclub, maakt zich al op om zijn plek in te nemen op de tribunes van BVB’s Signal Iduna Park-stadion.

Buiten het blikveld van de fans zijn er bij de spelersbus, die onderweg is van het hotel naar het stadion, even na zeven uur echter enkele explosieven tot ontploffing gebracht. ‘Ik riep: niet stoppen’, herinnert middenvelder Nuri Sahin zich in Der Anschlag – Angriff Auf Den BVB (Engelse titel: Football Bomber – Attack On Borussia Dortmund, 91 min). ‘Dat weet ik nog, want ik dacht: dit is een aanslag.’ Verdediger Marc Bartra blijkt gewond. ‘Gelukkig waren de artsen snel ter plaatse’, vertelt hij. ‘Ik riep: dokter, ik heb hulp nodig. Mijn arm doet pijn. Ik kan niet bewegen. Ik was versteend.’

Terwijl hulpverleners zich bekommeren om Bartra wordt in allerijl de wedstrijd afgeblazen. Die moet een dag later, tegen de wil van de meeste spelers in, echter alsnog worden gespeeld. Want hoewel de aanslag nog niet is opgeëist, houdt iedereen rekening met Islamitische Staat, dat in de voorgaande jaren terreuracties in Parijs en Brussel heeft uitgevoerd. Geen westerse leider of organisatie wil daarom nu openlijk zwichten voor terreur. En even later wordt op de plaats delict een verklaring aangetroffen die inderdaad begint met de zinsnede ‘Im Namen Allahs’.

Maar moeten de daders werkelijk in de kringen van extremistische moslims worden gezocht? Of is de verwijzing naar IS simpelweg een dwaalspoor? Christian Twente en Markus Brauckmann reconstrueren de aanslag op de BVB-bus, de navolgende verslagenheid bij de spelersgroep en de zoektocht naar de verantwoordelijken met de algemeen directeur, supporters, journalisten, politiemensen en een terrorisme-expert en hebben bovendien enkele kerngebeurtenissen nagebootst. Het is een bijzonder verhaal, dat alleen tamelijk conventioneel wordt verteld.

Deze documentaire doet precies wat ie belooft, maar sprankelt of emotioneert slechts een enkele keer. Hoe bijzonder ’t ook is dat een gewone Dortmund-supporter alle puzzelstukjes bij elkaar legt, zodat er al snel een mogelijke dader in beeld komt. En die blijkt wel heel bijzondere motieven te hebben gehad om rücksichtslos te speculeren met de levens van meer dan twintig mensen.

Trailer Der Anschlag: Angriff Auf den BVB