Immigration Nation

Netflix

Voordat Donald Trump aan het begin van zijn presidentschap de immigratiedienst van tienduizend extra manschappen voorzag en een zero tolerance-beleid afkondigde, richtte The US Immigration and Customs Enforcement (ICE) zich vooral op illegalen met een strafblad. Nu moest de jacht worden geopend op álle mensen zonder verblijfsvergunning in de Verenigde Staten.

Sindsdien kan er bij iemand die al jarenlang in het land van de onbegrensde dromen woont zomaar ineens een geharnast team deportatie-agenten voor de deur staan met een uitzettingsbevel. Hij of zij krijgt dan nog nét de tijd om afscheid te nemen van z’n directe familie en wordt daarna, in de verplichte handboeien, afgevoerd naar een cellencomplex. Van daaruit wordt het gedwongen vertrek naar het land van herkomst, ook als de persoon in kwestie daar in werkelijkheid nooit heeft gewoond, in gang gezet.

En als de ICE-medewerkers tijdens de operatie toevallig andere illegalen aantreffen worden ook die direct ingerekend. Voor deze ‘collaterals’ mogen ze zelfs op een complimentje rekenen van hun directe collega’s. Die krikken de cijfers zo lekker op. ‘De wet is de wet’, dreunt een Homeland Security-functionaris trouw één van de dogma’s van zijn job op in de schrijnende docuserie Immigration Nation (373 min.). Ze zijn tenslotte niet voor niets ‘wetshandhavers’ en ‘doen ook maar gewoon hun werk’.

Zelfs als dat betekent dat ze daarbij ouders en kinderen van elkaar moeten scheiden. Een paardenmiddel dat een afschrikwekkend effect moet hebben en dat regelmatig resulteert in onmenselijke toestanden. ‘Haar moeder is vermoord’, zegt gedetineerde Erin Ramos bijvoorbeeld geëmotioneerd nadat zijn dochtertje elders, op een voor hem onbekende plek, is ondergebracht. ‘Ze zag alles wat er gebeurde. Wat haar moeder overkwam… En het doet pijn dat ik nu niet weet wat er met m’n dochter gebeurt.’

Net als enkele andere illegale ouders bivakkeert Ramos al enkele maanden in een soort niemandsland, waarbij zowel terugkeer naar z’n geboorteland als hereniging met zijn kind uitblijft. Die hardvochtige aanpak zorgt voor gewetensnood bij enkele van de wat meer empathische immigratiemedewerkers, die door Christina Clusiau en Shaul Schwartz in deze zesdelige serie van zeer dichtbij worden gevolgd, blijkbaar met toestemming van hun werkgever.

Anderen, de hardliners, varen wel bij de omstreden nieuwe koers. ‘Er is een bepaalde… ik noem het geen blijheid maar… voldoening in het uitzetten van mensen die hier niet thuishoren’, zegt een deportatie-supervisor zelfs zonder enige gêne. De rechter heeft zijn beslissing genomen. Hijzelf is nu niet meer dan ‘de taxichauffeur die ze van A naar B brengt’. En dat doet de man dus met liefde en plezier. It’s all in a day’s work for ICE-man, zullen we maar zeggen.

In wezen zijn alle casussen in Immigration Nation – of het nu gaat om uitgebuite illegale werkkrachten, de tienduizenden wachtende asielzoekers in de Mexicaanse grensplaats Ciudad Juárez of uitgezette Amerikaanse oorlogsveteranen – pijnlijke varianten op één en hetzelfde thema, dat in deze heftige, soms ook wat fragmentarische miniserie van alle kanten wordt belicht: hoe, waar en waarom begrenzen we elkaar? En wie heeft daarbij de overhand?

Het draait uiteindelijk om gewone mensen in de knel die de gok hebben gewaagd en hun geluk elders zijn gaan beproeven. In een land dat in wezen vrijwel volledig uit immigranten bestaat en dat zich tóch met vrijwel alle middelen te weer stelt tegen hun komst. Dat grimmige en aangrijpende uitgangspunt wordt vertaald in een vlijmscherpe aanklacht tegen de (virtuele) muur die Trump, net als overigens veel van zijn voorgangers, rond Amerika heeft opgetrokken.

Rabot

 

De drie Rabottorens in Gent doen een beetje denken aan Pruitt-Igoe, het Amerikaanse flatgebouw in Saint Louis dat halverwege de jaren vijftig werd opgeleverd als een wonder van stedenbouwkundige vernieuwing en al in 1972 letterlijk is opgeblazen. In sneltreinvaart verworden tot een niet meer te redden getto (een tragedie die is vastgelegd in de documentaire The Pruitt-Igoe Myth: An Urban History). Ook in de Rabottorens wilde je ooit wonen. Ooit. Tegenwoordig leven er vooral mensen die weinig keuze hebben.

Het aftakelingsproces heeft zich in Gent over meerdere decennia voltrokken, maar inmiddels worden de flats in de volkse Rabotwijk toch echt stelselmatig ontmanteld. De verhuisdozen gaan er bij wijze van spreken van hand tot hand. De allerlaatste bewoners zitten er intussen hun tijd uit. Ze kunnen of willen geen kant op – of kunnen niet wachten totdat ze de deur van de met vunzige en discriminerende leuzen volgekalkte lift voor de allerlaatste keer achter zich dicht mogen trekken.

In deze grijsgrauwe documentaire portretteert Christina Vandekerckhovede bewoners van één van de woontorens. Een deprimerende kolos aan de Van Cleeflaan, tevens een gewilde plek voor Gentenaren die het leven moe zijn. Met compassie vereeuwigt de Belgische filmmaakster de treurnis in Rabot (95 min.). Ze vindt er memorabele hoofdpersonen, zoals een Ghanese vrouw met enorme stemmingswisselingen en haar beschonken ex-echtgenoot, enkele (voormalige) verslaafden die vooral uit de problemen moeten zien te blijven en een hoogbejaarde man die nog steeds minutieus al zijn uitgaven noteert.

Vandekerckhove vertelt hun verhalen niet lineair, maar laat snapshots uit hun levens zien en gebruikt die als bouwstenen voor een tragische vertelling, waarbinnen de (aanstaande) sloop van de flat het onvermijdelijke einde moet vormen. Er wordt gestaard, gevreten, lawaai gemaakt, gepaft, obsessief verzameld, gesproken met consumptie en – natuurlijk! – gezopen. In een armoedig decor, waar de verf afbladdert en het behang van de muren komt.

En dan zet één van de bewoners, een oudere alleenstaande man, om de eenzaamheid te verdrijven Love Me Tender van Elvis Presley op en fabriceert Vandekerkhove er een prachtig trieste sequentie van, die nog wel even nazindert. Na ruim anderhalf uur Rabot overheerst uiteindelijk een desolaat gevoel. Van armoe en verval. Van leven dat zijn glans verliest – of gewoon nooit heeft gehad.