The Devil’s Drivers

Amstelfilm

Thuis, op de Westelijke Jordaanoever, is geen droog brood te verdienen. En om in Israël aan de slag te mogen, hebben Palestijnen een werkvergunning nodig. Tenminste, als ze getrouwd zijn. Bij alleenstaande mannen vindt Israël het risico op zelfmoordaanslagen sowieso te groot. Achthonderd kilometer muur moet Palestijnen ervan weerhouden om toch zonder vergunning de oversteek te maken. Bij het zuidelijke dorp Jenba is de muur echter nog niet klaar en kunnen smokkelaars alsnog illegaal arbeiders naar de Israëlische stad Be’er Sheva brengen.

Hamouda Al-Daes uit Yatta, een Palestijnse stad ten zuiden van Hebron, is één van The Devil’s Drivers (93 min.), die voortdurend op en neer pendelen naar Israël. Ze worden opgejaagd door het Israëlische leger, dat ook informanten (tegen wil en dank) inzet om de clandestiene taxichauffeurs en hun passagiers in te kunnen rekenen. Als Hamouda begin 2012 samen met zijn neef/buurman Ismail daadwerkelijk wordt gearresteerd, is zijn vrouw zes maanden zwanger. En hij zit nog altijd in de militaire gevangenis Ofer wanneer zijn zoontje wordt geboren.

Gedurende acht jaar volgen de Duitse filmmaker Daniel Carsenty en zijn collega Mohammed Abugeth de smokkelaars Hamouda en Ismail. Ze nemen bijvoorbeeld met de camera plaats in hun auto voor spannende ritten, waarbij medestanders zoals Ali, een oudere man uit Jenba, een uitkijkpost bemensen. Het komt desondanks menigmaal tot een enerverend kat- en muisspel met het Israëlische leger. Voor Ismail zal één van die smokkeltochten bijzonder slecht aflopen: hij raakt zijdelings betrokken bij de eerste terroristische aanslag van Islamitische Staat in Israël.

Tussendoor portretteren Carsenty en Abugeth de chauffeurs en hun handlangers thuis, bij hun vrouwen en kinderen, een leefomgeving die regelmatig wordt bezocht door agressief opererende Israëlische militairen en inmiddels ook wordt omgeven door Joodse nederzettingen. Zo ontstaat een indringend beeld van de schrijnende situatie van de Palestijnse gemeenschap, die nog eens van context wordt voorzien met prachtige animaties. Het is een tamelijk troosteloos verhaal. Al driekwart eeuw moeten Palestijnen zien te overleven binnen een staat die geen thuis voor hen kan of wil vormen.

Never Stop Dreaming: The Life And Legacy Of Shimon Peres

Netflix

Als na ruim zes minuten de toch al behoorlijk aanwezige klassieke muziek verder aanzwelt en de titel van de documentaire – Never Stop Dreaming: The Life And Legacy Of Shimon Peres (129 min.) – in beeld verschijnt, heeft verteller George Clooney eigenlijk het complete levensverhaal van Peres al afgeraffeld: hij werd geboren in Oost-Europa, ontwikkelde zich in zijn nieuwe vaderland Israël van een onvervalste havik tot een prominente vredesduif en bleef tot op hoge leeftijd politiek actief.

In diezelfde zes minuten hebben drie Amerikaanse presidenten (Bill Clinton, George W. Bush en Barack Obama) alsmede de voormalige Britse premier Tony Blair, zangeres Barbra Streisand en Simon Peres’ zoon Chemi en kleindochter Mika al gul de loftrompet laten schallen over de hoofdpersoon, waarna die de kijker hoogstpersoonlijk nog een persoonlijke opdracht meegeeft. ‘Altijd optimistisch zijn, maar nooit tevreden’, zegt hij. ‘Toe maar, droom!’ En dan heeft deze lijvige (auto)biografie nog ruim twee uur te gaan…

Natuurlijk begint regisseur Richard Trank daarna gewoon weer bij het begin: ‘s mans geboorte op 2 augustus 1923 in het Joodse dorp Vishnjeva in (dan nog) Polen. Hij werkt vervolgens netjes zijn leven af totdat dit in 2016 vredig eindigt. Peres zal in die ruim negentig jaar betrokken raken bij vrijwel alle kerngebeurtenissen in Israëls woelige historie, met als dieptepunt de moord op premier Yithzak Rabin in 1995. Samen sloten ze twee jaar eerder een vredesakkoord met de Palestijnse leider Yasser Arafat.

De gelauwerde hoofdpersoon, zelf ook meermaals minister-president van zijn nieuwe vaderland, krijgt alle ruimte om zijn kant van het verhaal goed in de verf te zetten en wordt daarbij terzijde gestaan door zijn biograaf Michael Bar-Zohar. De film is goed gedocumenteerd en behandelt consciëntieus alle hoogte- en dieptepunten uit het veelbewogen bestaan van deze gelauwerde politieke overlever, maar is tegelijkertijd ook wel erg braaf en conventioneel van opzet. Maar dat was al na zes minuten al glashelder.

Little Palestine: Diary Of A Siege

IDFA

‘Jullie kunnen ons niet verdrijven uit ons eigen kamp’, staat er op een muur gekalkt. In Kamp Yarmouk, in de Syrische hoofdstad Damascus, leven zo’n 100.000 Palestijnen. Sommigen wonen er al sinds 1948, het jaar dat de staat Israël werd gesticht en Palestijnen van hun land werden verdreven. Als in Syrië een heftige burgeroorlog uitbreekt, sluit president Assad het kamp volledig af. De belegering van Yarmouk zal van 2013 tot 2015 duren.

In Little Palestine: Diary Of A Siege (89 min.) legt Abdallah Al Khatib, zelf geboren in het vluchtelingenkamp, samen met enkele vrienden vast hoe het leven in Kamp Yermouk, dat eerder al het strijdtoneel vormde voor de documentaire Dance Or Die, gewoon doorgaat – moet! – als het halve kamp kapot wordt geschoten, een nijpend tekort aan voedsel en medicijnen ontstaat en de gemeente dodelijke slachtoffers krijgt te betreuren.

Terwijl sommige kampbewoners, zoals Abdallahs moeder Umm Mahmoud, zich blijven bekommeren om kwetsbare ouderen, laat de woede in het kamp zich nauwelijks meer beteugelen. Er ontstaan massale protesten over de deplorabele leefomstandigheden en het feit dat de wereld nauwelijks oog lijkt te hebben voor, in de woorden van secretaris-generaal Ban-Ki Moon van de Verenigde Naties, ‘de binnenste cirkel van de hel’.

‘Als je wordt belegerd, is individuele rouw een luxe en geheime rouw een onvergeeflijk verraad’, stelt Al Khatib in één van de filosofische voice-overs waarmee hij zijn schrijnende film aanstuurt. ‘Voor de belegerden is collectieve pijn een verworvenheid en onderdeel van het pad naar overleving. Als je wordt belegerd, verberg je je verdriet niet voor anderen als een held, maar voel je de pijn en huil je met elkaar zoveel je kan.’

Little Palestine wil echter méér zijn dan een oneindige treurzang van woede en verdriet. Te midden van de ravage is er ook ruimte voor hoop, medemenselijkheid en dromen over een betere toekomst. Zo kan er, in een prachtige scène, ineens een gedragen lied klinken als een groepje jongeren, begeleid op piano, gewoon op straat de ellende van zich afzingt. Op de achtergrond klinken schermutselingen, de soundtrack van het leven in het kamp.

En dan moeten Islamitische Staat en de Russen zich nog melden in Kamp Yarmouk…

Blue Box

Norma Productions / VPRO

Een land zonder mensen voor mensen zonder land. Vanuit die gedachte ging Joseph Weits begin jaren dertig aan het werk. Hij probeerde land op te kopen dat later tot de staat Israël zou gaan behoren. Soms kocht hij de grond daarbij onder de voeten van de Palestijnen die erop werkten vandaan. Als hij dan een deal had gesloten met de eigenaar ervan, een rijke Arabier in Damascus, Beiroet of Caïro, was het zijn taak om de werkers van het land te verdrijven. Ondanks gewetensnood zette Weits door, voor de goede zaak.

Hij werd er een held van de Zionistische beweging mee. Toch heeft zijn (achter)kleindochter Michal Weits gaandeweg ambivalente gevoelens gekregen over de man die in de familie op handen wordt gedragen. Haar opa raakte er door de jaren heen van overtuigd dat Joden en Palestijnen niet samen in één land kunnen leven en orkestreerde vervolgens na de Tweede Wereldoorlog dat het land van Palestijnen werd geconfisqueerd en de eigenaren ervan naar het buitenland werden verdreven.

In Blue Box (82 min.) bestudeert Michal Josephs dagboeken om vat te krijgen op wat er toen is gebeurd. Fragmenten daaruit, ingesproken door de acteur Dror Keren, vormen samen met krachtige archiefbeelden het hart van deze persoonlijke film. Daarnaast spreekt de filmmaakster met familieleden over ‘s mans erfenis. Behalve talloze Joodse nederzettingen en verdreven Palestijnen bestaat die ook uit tientallen nazaten die zijn vernoemd naar zijn jongste zoon Yehiam. Die stierf in 1946 bij een bomaanslag en zou Joseph Weits z’n hele leven blijven achtervolgen.

Via het levensverhaal van haar omstreden overgrootvader krijgt Michal Weits grip op de zwangerschap, geboorte en jonge jaren van de staat Israël, waarvan zijzelf een inmiddels volwassen kind is. Daarvoor moet ze in deze spannende exercitie, laverend tussen trots en schaamte, wel het verleden van haar natie en geslacht kritisch tegen het licht houden. En zeker niet al haar familieleden zijn daar even gelukkig mee.

Alsof Ík Palestina Heb Gestolen

Laat Frans ter plekke maar schuiven. Zolang wij als nijvere redactie urgente onderwerpen bedenken en daarbij de juiste mensen binnen harken, haalt hij op locatie, ergens in Nederland, het verhaal wel boven. En van het materiaal waarmee hij vervolgens thuiskomt, boetseren wij dan weer een lopende vertelling.

Zo ongeveer stel ik me voor dat er wordt gewerkt bij &Bromet, het bedrijf waarmee Frans Bromet, dik in de zeventig inmiddels, al jaren de ene na de andere tv docu de wereld instuurt. Geen onderwerp of taboe blijft daarbij onbesproken; van de Amsterdamse taxioorlog tot oorlogstrauma’s, van dementie tot Rechts Nederland en van orgaandonatie tot mannen in de knoop. Frans is bereid om met alles en iedereen in gesprek te gaan.

En nu komt antisemitisme aan de beurt in de degelijke interviewfilm Alsof Ík Palestina Heb Gestolen (57 min.). Of: kritiek op de staat Israël. Ik bedoel: opkomen voor de rechten van Palestijnen. Die dingen mag je niet door elkaar halen of verbinden – al gebeurt dat natuurlijk wel vaak. En het blijkt, steeds weer, verdomd lastig om het één van het ander te onderscheiden – en onderweg niet te worden uitgemaakt voor Israël-propagandist of antisemiet.

De kwestie Palestina-Israël is sinds jaar en dag een gigantisch mijnenveld, waar vrijwel niemand ongeschonden uit tevoorschijn komt. Frans Bromet stapt er nochtans dapper in. Eerst gaat hij op bezoek bij Joodse Nederlanders die te maken hebben gekregen met intimidatie en geweld. Daarna begeeft hij zich op de Amsterdamse Dam tussen demonstranten voor een vrij Palestina en de zelfverklaarde Vrienden van Israël. Beide partijen krijgen een podium.

Hij gaat verder in gesprek met de directeur van het CIDI en laat ook criticasters daarvan, van de organisaties Een Ander Joods Geluid en The Rights Forum, aan het woord. Waarna influencer Youness Ouaali, die ooit de woede van Joods Nederland over zich afriep met een anti-Israël statement, zijn beklag mag doen over hoe elke discussie wordt gekaapt door antisemitisme-roepers en oud-premier Dries van Agt geëmotioneerd tegen het beleid van de staat Israël pleit.

In deze serieuze, soms wat lang uitgevallen gesprekken – waarbij er (natuurlijk) ook verschil van mening is of Jodenhaat in Nederland nu toeneemt of niet en wie dat dan kan/mag bepalen – gaat Bromet op zoek naar de scheidslijn tussen kritiek op Israël en antisemitisme. Waarbij het de vraag blijft of die echt is te trekken. De vraag stellen lijkt ook in dit geval hem… juist.

En daarna, als alles is benoemd en de kwestie toch nog lang niet is uitgepraat, staat vast alweer volgende draaiklus in de agenda van Frans…

Debriefing Drone-Operator

Human

Alleen de joystick ontbreekt. Waarmee je over het zwart-witte land op het beeldscherm kunt bewegen. En straks, op het moment suprême, zult afdrukken. Debriefing Drone-Operator (10 min.) brengt je virtueel naar Afghanistan of de Gazastrook. In het hart van de strijd tegen de Taliban, Al-Qaeda of Palestijnse strijders. Én in de positie om te beschikken over leven en dood.

Zoals de mannen die je ondertussen hoort in deze korte videobrief van Jack Faber. ‘We hadden er jaren naartoe gewerkt, maar je kunt niet vergeten dat je uiteindelijk hebt meegewerkt aan de dood van iemand, zegt één van de drone-bestuurders. ‘Vanuit de lucht kun je niet inzoomen’, stelt een collega. ‘Je ziet geen mensen, geen gezichten. Dat is gemakkelijker te verwerken.’

Zonder geluid en ogenschijnlijk doelloos beweegt je cursor tegelijkertijd over het scherm. Hoog boven de bordkartonnen gebouwen, rijdende speelgoedauto’s en een enkel bewegend poppetje. Totdat het doel is geïdentificeerd. Dramatische muziek zwelt aan. De tijd van zoeken, nadenken of twijfelen is voorbij. Vuur! Een explosie maakt zich meester van het beeldscherm.

Zoals in de shooter games die je wellicht al eens hebt gespeeld. Dertienduizend drone-aanvallen werden er zo al uitgevoerd, naar verluidt duizenden tegenstanders uitgeschakeld. Vanaf een veilige afstand. ‘Ik trek geen champagne open en maak geen vreugdedans’, houdt een operator je voor. ‘Maar ik vergiet ook geen tranen en kan ’s nachts goed slapen.’

GAME OVER

‘Til Kingdom Come

IDFA

Totdat de grote eindstrijd losbarst bij Armageddon, waarbij ze volgens de Bijbel recht tegenover elkaar komen te staan, trekken evangelische Amerikanen en Israëlische Joden gezamenlijk op. Teneinde Het Beloofde Land van een bloeiend bestaan te verzekeren. Het is een ‘strategische samenwerking van God’, die de twee partijen vooralsnog geen windeieren legt. Aan beide zijden van de Atlantische Oceaan werd in 2018 het besluit van de regering Trump om Jeruzalem te erkennen als Israëls hoofdstad en de Amerikaanse ambassade naar die stad te verplaatsen bijvoorbeeld met gejuich begroet.

Jaarlijks doneren conservatieve christenen zo’n 130 miljoen dollar aan The International Fellowship Of Christians And Jews van Yechiel Eckstein en zijn dochter/beoogde opvolger Yael, die in ‘Til Kingdom Come (76 min.) het Amerikaanse heartland afreist om hun boodschap te verkondigen en de bijbehorende giften te incasseren. Dat geld wordt naar verluidt besteed aan Israëliërs die onder de armoedegrens leven, Holocaust-overlevenden en ‘veiligheidsprojecten’. Joodse kolonisten zijn in elk geval bepaald niet ongelukkig met hun werk. Palestijnen, de christenen (!) in het bijzonder, voelen zich intussen ongehoord en behandeld als tweederangs burgers die het land uit worden gejaagd.

‘Waarin verschilt dat van moslims, die zeggen dat ze een mandaat hebben om een Jihad te starten en alle ongelovigen van hun land te verdrijven’, vraagt de Palestijnse dominee Munther Isaac van The Evangelical Lutheran Christmas Church in Bethlehem bijvoorbeeld aan zijn Amerikaanse collega Boyd Bingham IV, die net als zijn vader en grootvader predikant is van de Binghamtown Baptist Church in een tobbend stukje Kentucky. ‘Omdat zij niet ónze God aanbidden’, is het ontluisterende antwoord. Even later is de jeugdige Bingham, die in deze delicate documentaire de spreekwoordelijke godsvruchtige Amerikaan met een vuurwapen vertegenwoordigt, nog duidelijker: volgens de Bijbel is dit Heilig Land. Daarbij passen helemaal geen Palestijnen, christelijk of niet.

Het is een rechtlijnige wijze van denken – nee: geloven – en een gewiekste manier van opereren die steeds weer de kop opsteekt in ‘Til Kingdom Come. De Israëlische filmmaakster Maya Zinshtein, die eerder de oerrechtse voetbalclub Beitar Jerusalem F.C. portretteerde in de explosieve documentaire Forever Pure, maakt daarin een rondgang langs kerkgemeenschappen, lobbygroepen en organisaties die De Joodse Zaak dienen en laat diverse sleutelfiguren daarvan, zoals de Amerikaanse tv-dominee Pat Robertson die de twee partijen bij elkaar bracht, aan het woord. Zo legt ze een labyrint van connecties bloot, dat een nieuw licht werpt op de vooralsnog bijzonder succesvolle Amerikaans-Israëlische combi.

Tenminste, totdat de Messias zich meldt in het Beloofde Land…

Skies Above Hebron

Doxy

‘Soldaat!’ roept de Joodse overbuurvrouw naar militairen van de legerpost als de Palestijnse broers Amer (11) en Anas (7) te dichtbij komen met de duiven die ze houden op hun dak. Tegen de jongens: ‘Deze plek is niet van jullie. Wegwezen!’

‘Ga zelf weg’, roepen ze terug. ‘Houd je mond!’ De broers weten dan al hoe laat het is. ‘Nu komen de soldaten eraan’, zegt Anas. Hij maakt er schietgeluiden en –bewegingen bij. Als de Israëlische militairen zich daadwerkelijk melden, raken de gemoederen snel verhit. ‘Ik zweer bij God dat ik je hoofd verbrijzel als je mijn zoon meeneemt’, zegt de moeder van de broers.

‘Ze hebben iets gedaan’, legt één van de soldaten uit. ‘We moeten ze boven aan een officier laten zien. Alle kinderen. Nu! Anders kom ik vannacht terug en arresteer ik iedereen in huis.’

Skies Above Hebron (56 min.) is nauwelijks vijf minuten onderweg en de situatieschets is compleet: Hebron, een stad aan de Westelijke Jordaanoever waar de Palestijnse bevolking en Joodse kolonisten op voet van oorlog met elkaar leven. Het is de plek waar de broers Quneibi en een andere Palestijnse jongen, Marwaan Sharabati, opgroeien. Die heeft als elfjarige al een foto gemaakt van een ‘martelaar’ die werd doodgeschoten door een Israëlische soldaat.

‘Ik was daar aan het spelen’, vertelt hij, bij zijn huis tegenover een grote Israëlische nederzetting. ‘Daar beneden viel hij neer, bij die witte steen. Hij vervolgt: ‘Een oude kolonist richtte zijn geweer op me. Hij schoot en ik bukte. De kogel ging net langs me heen.’ Toen kwamen er soldaten, die het geheugenkaartje van Marwaans telefoon wilden hebben. Dat liet hij niet gebeuren. Met vastberaden blik toont de jongen zijn foto. Die gun je geen enkel kind.

Esther Hertog en Paul King volgen de opgroeiende jongens gedurende enkele jaren. Het conflict dat rondom hen woedt werkt vormend. Ook zij worden, of ze dat nu willen of niet, meegezogen in de tragische waan van de dag. Waarbij camera’s worden ingezet als wapen, kinderen aan een waterpijp lurken om de stress te managen en Joden, en Joodse kinderen, automatisch tot vijand worden gebombardeerd.

Totdat iedereen, zo laat Skies Above Hebron trefzeker zien, zijn voorbestemde plek in de strijd heeft ingenomen of eieren voor z’n geld besluit te kiezen. Intussen proberen Amer en Anas gewoon hun duiven in leven te houden. In een wereld die daarin geen potentieel vredessymbool herkent, maar ze gewoon betrekt in de strijd.

When Are You Coming Back, Kees?

Movies That Matter

Terug naar ‘het geroofde land’. In 1987 maakte Kees Schaap als filmstudent De Kinderen Van Mevrouw Al Areidy, een documentaire over enkele Palestijnen die zich verzetten tegen de Israëlische bezetting van hun geboortegrond. Die film is echter nooit uitgezonden en heeft dus geen enkel verschil gemaakt. Schaap voelt zich er nog altijd schuldig over. Terwijl zijn eigen carrière daarna goed op gang kwam, raakten zijn Palestijnse vrienden alleen maar verder in de verdrukking. Joodse kolonisten pikten stelselmatig hun land in.

Samen met zijn zoon Mark besluit de Nederlandse filmmaker zijn toenmalige hoofdpersonen te gaan opzoeken. Schaap heeft de voormalige strijder Adnan Al Areidy, diens moeder Oem Mohammed en zijn eigen vertaler Hisham Sharabati 31 jaar niet gezien. When Are You Coming Back, Kees? (54 min.) is de weerslag van die trip nostalgia naar de Westelijke Jordaanoever, waarbij Kees herinneringen ophaalt en de balans opmaakt met zijn oude kameraden en zijn zoon met hun kinderen in gesprek gaat.

Kees en Mark Schaap doorsnijden hun lotgevallen met passages uit de dertig jaar oude documentaire. Uiteindelijk moet het ook tot een vertoning van die film komen, zodat pa Schaap eindelijk, en dat voelt wat gekunsteld, zijn excuses kan aanbieden aan de familie Al Areidy. Ook zijn film heeft hun land niet kunnen redden. Intussen kan die nieuwe documentaire, constateert zoon Mark nuchter, misschien bewerkstelligen dat diezelfde familie voor het eerst in tijden weer eens als eenheid opereert.

De Puinhopen Van Irak

VPRO

’Ik eet geen vlees en tomatensoep meer’, zegt een grafdelver in de Iraakse hoofdstad Bagdad. ‘Die doen me denken aan de gruwelijkheden. Al die ellende. Onze kleren zaten altijd onder het bloed.’ De man leeft volgens eigen zeggen van brood en thee. En als hij aan al die verminkte lichamen denkt, krijgt-ie helemaal geen hap meer door zijn keel. Hij is helemaal kapot. ‘Ik drink elke dag om te kunnen slapen.’

In de vijfdelige documentaireserie De puinhopen van Irak (125 min.) neemt Sakir Khader de menselijke schade op van de oorlog in het verscheurde land, dat generaties lang met ijzeren vuist werd geregeerd door Saddam Hoessein. De voormalige dictator, in 2003 afgezet door de Amerikanen, is in bepaalde contreien nog altijd populair, constateert de Palestijns Nederlandse filmmaker in één van zijn bespiegelende voice-overs.

En de Amerikanen kunnen bij veel Irakezen nog altijd weinig goed doen. Effenden zij niet gewoon het pad voor Islamitische Staat? ‘We gaan je zo eerst te eten geven’, grapt een man bijvoorbeeld, die door een Amerikaanse scherpschutter een broer verloor, als hij van Khader hoort dat Nederland participeerde in de invasie van Irak door de Verenigde Staten. ‘Daarna maken we je af.’

Hoe dichter hij naar zijn Arabische roots reist, constateert Sakir Khader, hoe groter de conflicten worden. In elke aflevering probeert hij, soms enigszins geforceerd, zijn eigen geschiedenis te verbinden met z’n riskante trips door Irak. Met zijn persoonlijke betrokkenheid, lef en doorzettingsvermogen slaagt hij erin om de tegenstellingen in het land, en het brute geweld dat daaruit voortvloeit, in kaart te brengen via gewone Irakezen.

Net als Sinan Can maakt Khader zo een wereld toegankelijk die we vooral kennen van mistroostige berichten in de media. De boodschap is overigens niet per definitie optimistischer. ‘Misschien ben ik dood wel beter af dan in leven’, stelt de mijnenruimer Hassan bijvoorbeeld mismoedig. Net als veel landgenoten is hij het leven, in elk geval dít leven, moe. Maar hoe kan deze cyclus van geweld worden doorbroken?

Little Stars Of Bethlehem

NTR

Het zijn doodgewone kinderen. Na de Dode Zee willen ze ook wel eens een echte zee zien: de Noordzee. Waarin je echt ongegeneerd lol kunt maken. Het is sowieso een opwindende tijd voor de Little Stars Of Bethlehem (48 min.). De Palestijnse kinderen zijn uitgenodigd om tijdens de Cello Biënnale van 2018 op te komen treden in het verre Amsterdam. De meesten zijn nog nooit buiten Bethlehem geweest. Laat staan in het buitenland.

De acht kleine cellisten zijn geboren en getogen in een Palestijns vluchtelingenkamp, waar de tenten inmiddels zijn vervangen door min of meer normale woningen. De meeste ouders bewaren echter nog steeds de sleutel van het huis dat ze ooit moesten achterlaten, vertelt Fabienne van Eck, de Nederlandse artistiek directeur van het plaatselijke muziekproject Sounds Of Palestine.

Zulke families hebben doorgaans wel wat anders aan hun hoofd dan muziekles voor hun kinderen. Juist daarom, betoogt Van Eck, is het zo belangrijk dat deze vaak getraumatiseerde jongens en meisjes in contact worden gebracht met muziek. Het werken met lokale kinderen is voor haar echt een soort roeping. Nadat ze was afgestudeerd aan het Nederlandse conservatorium, reisde Van Eck af naar Bethlehem om daar werk te gaan doen dat haar uiteindelijk veel belangrijker leek dan het spelen in een Nederlands orkest.

Regisseur Shariff Nasr portretteert de protegés van Fabienne van Eck eerst in hun eigen omgeving en volgt hen vervolgens tijdens hun muzikale trip naar het vrije Westen. Dat levert innemende taferelen op, van kinderen die even loskomen van hun beladen leefomgeving en weer, juist, kind mogen zijn. Het is ontroerend om te zien hoe ze bijvoorbeeld met grote ogen in de trein naar buiten zitten te kijken, zich wagen aan haring happen of, in het ouderlijk huis van Fabienne, hagelslag op hun boterham strooien.

Wat voor ons, westerlingen uit een land dat al decennia vrede kent, volstrekt normale activiteiten zijn, is voor deze oorlogskinderen een heuse belevenis. Daarmee krijgt het tweede deel van deze televisiedocu wel een hoog toeristisch gehalte. Pas zodra de Palestijnse kinderen, als onderdeel van een veel groter kinderorkest, aan het eind van deze observerende film het podium op mogen, komt ook de muziek, die hen deze trip heeft bezorgd en die hen nog altijd een kans op een ander leven zou kunnen geven, weer echt centraal te staan.

Palestina Bestaat Niet

Ze dachten dat ze huis en haard voor even verlieten, een paar weken misschien, maar ruim zeventig jaar later is het leeuwendeel van de ruim 700.000 inwoners van Palestina die naar de hele wereld uitzwierven nog altijd niet teruggekeerd naar hun geboorteland. Op 15 mei gedenken Palestijnen jaarlijks de Nakba, de verdrijving van hun volk in 1948, waarna in ‘hun’ land de staat Israël kon worden gesticht. Sindsdien woedt ook het Israëlisch-Palestijnse conflict, een brandhaard die in de afgelopen decennia ook de rest van de wereld regelmatig in vuur en vlam heeft gezet.

Samir El Hreish is op tweejarige leeftijd met zijn ouders naar Nederland vertrokken vanuit de Palestijnse stad Jaffa. Hun huis, waarvan nog geen foto bewaard is gebleven, zouden ze toen tijdelijk in bewaring hebben gegeven bij een andere Palestijnse familie, de Hinns. Als Samir en zijn Nederlandse vrouw Suzanne op internet op zoek gaan naar die familienaam, stuiten ze op de Amerikaanse televisiedominee Benny Hinn. En die is toevallig binnenkort in Nederland voor enkele erediensten. Met een brief van diens opa in de hand besluiten ze de even bekende als omstreden pastor te benaderen, het startpunt van een zoektocht naar Samirs oorsprong en de omgeving waarin hij werd geboren.

Behalve het echtpaar El Hreish volgt regisseur Simone Tangelder in de melancholieke documentaire Palestina Bestaat Niet (57 min.) nog enkele andere, in Nederland woonachtige Palestijnen, waaronder een oudere vrouw die zich na vertrek uit haar geboorteland in Syrië heeft gevestigd en onlangs, vele jaren later, opnieuw gedwongen heeft moeten verkassen naar Nederland. Met een mengeling van weemoed, onbegrip en woede kijken ze naar hun verloren land en proberen ze de Nakba, het Arabische woord voor catastrofe, een plek te geven in hun huidige bestaan. Intussen lijkt Palestina, zeker sinds de Amerikaanse regering in 2017 Jeruzalem heeft erkend als hoofdstad van Israël, alleen in hun hart nog te bestaan.

Western Arabs

‘Met deze film hoopte ik mijn vader beter te leren kennen’, stelt de Deens-Palestijnse filmmaker Omar Shargawi halverwege Western Arabs (77 min.). ‘Dichter bij hem te komen. Hem te raken in zijn ziel.’ Even daarvoor lijkt de explosieve relatie met zijn vader Munir, waarin het al gedurig heeft gerommeld en geknetterd, echter definitief op de klippen te zijn gelopen. ‘Je hebt nooit iets om ons gegeven’, voegde Omar hem via de telefoon toe. Waarna zijn ‘Babba’ had geantwoord: ‘Je moet me maar gewoon vergeten.’ En de hoorn op de haak had gesmeten.

Over en uit, zo oogde het. Dit zou nooit meer goed komen. Misschien leken vader en zoon, ondanks de generatiekloof die hen verscheurde en de verschillende werelden waarin ze opgroeiden, stiekem wel te veel op elkaar. Tegelijkertijd: dit is een film. En we moeten nog zo’n drie kwartier. Omar en Babba, één van de eerste Palestijnen die vanuit Gaza naar Denemarken vluchtte, zullen elkaar in deze broeierige egodocu op de één of andere manier moeten vinden. Koste wat het kost. Intussen vraagt Omar zich af hoe hij de relatie met zijn eigen dochter Amina wél gezond kan houden.

Wees gerust, dit is geen Hollywood-film. Verre van dat, zelfs. Over deze vader-zoon relatie wordt geen suikerlaagje gestrooid. Zelfs niet aan het eind, als Omar inmiddels al twaalf jaar in de familiekring filmt. Het beeld is rudimentair, de toon bikkelhard. De verhouding ouder-kind wordt tot aan de kern afgepeld met hoog oplopende ruzies, slepende conflicten en een enkel moment van wederzijds begrip. Wat rest zijn twee uiterst temperamentvolle mannen, die gevangen zitten tussen twee culturen, erdoor vermorzeld worden bijna. En hun woede koelen op elkaar – en daardoor op zichzelf.

Western Arabs is geen prettige kijkervaring. En dat was vast ook de bedoeling. De explosieve relatie tussen de vluchteling Munir en zijn zoon, die met typische tweede generatie-problematiek kampt, is vervat in een grimmige, zelfs wat exhibitionistische film, die van binnenuit optekent hoe een familie kan imploderen door een nog altijd verder etterend verleden.

The Oslo Diaries


Op 13 september 1993, 25 jaar geleden dus, werd er gedroomd over vrede in de Noorse hoofdstad Oslo. De Israëlische premier Yitzhak Rabinschudde op neutraal terrein de hand van zijn gezworen vijand Yasser Arafat, de leider van de Palestijnse vrijheidsbeweging/terroristische organisatie PLO. En er leek zowaar een reële kans op een permanent staakt het vuren in het explosieve hart van het Midden-Oosten.

Inmiddels weten we helaas wel beter. Ruim twee jaar later, in de turbulente dagen na het tweede Oslo-akkoord van 1995, zou de Joodse kolonist Yigal Amir, een fervente tegenstander van de akkoorden, de Israëlische leider vermoorden en daarmee ook de droom van vrede om zeep helpen. Anno 2018 kunnen we ons de wereld nog altijd nauwelijks voorstellen zonder het deprimerende Palestijns-Israëlische conflict, dat steeds weer opnieuw oplaait.

In The Oslo Diaries (97 min.) wordt de aanloop naar het vredesakkoord, waarbij er in het diepste geheim op het scherp van de snede is onderhandeld, gereconstrueerd met enkele direct betrokkenen. Daarbij putten de filmmakers Mor Loushy en Daniel Sivan ook veelvuldig uit dagboeken die enkele onderhandelaars hebben bijgehouden. Enkele cruciale scènes zijn bovendien gedramatiseerd met acteurs.

Behalve voor het grote politieke verhaal heeft deze boeiende documentaire ook aandacht voor de menselijke kant van het vredesproces; de onderhandelaars zijn elkaar gaandeweg als mens (of zelfs als vriend) gaan zien, in plaats van als gezichtsloze vijand. In hun hart, en dat van veel anderen, groeide intussen de hoop dat er wellicht tóch een uitweg was uit alle ellende. Uiteindelijk is die echter (nog) nooit gevonden.

Muhi – Generally Temporary


Al zolang hij leeft, zit de dood Muhammad, liefkozend Muhi genoemd, op de hielen. Het vierjarige jongetje heeft een auto-immuunziekte die hem zomaar fataal zou kunnen worden. Deze aandoening heeft Muhi al zijn handen en voeten gekost. Om zijn prille leven te redden moesten die worden geamputeerd.

Het leven heeft Muhi nóg een beroerde kaart gegeven; hij is Palestijns en verblijft in een Israëlisch ziekenhuis. Vanwege veiligheidsoverwegingen mag hij het gebouw niet verlaten. Hij heeft zijn moeder, die is achtergebleven in Gaza, dus al enkele jaren niet gezien. Alleen zijn grootvader Abu Naim, een familieman met een groot hart, bivakkeert al vier jaar aan zijn zijde.

Als Muhi’s moeder voor 48 uur een visum krijgt om de vijfde verjaardag van haar zoon bij te wonen, is ze verrast dat hij haar überhaupt nog herkent. Ze ziet ook voor het eerst hoe hij tóch heeft leren lopen. Tegelijkertijd ontdekt ze dat Muhi langzaam maar zeker vervreemd raakt van zijn roots. Hij telt nog steeds in het Arabisch, maar zingt Joodse liedjes.

De observerende documentaire Muhi – Generally Temporary (87 min.) van Rina Castelnuevo-Hollander en Tamir Elterman laat zien hoe het schattige jongetje gedijt in zijn eigen kleine wereldje waarin tegenstellingen verdampen, terwijl zijn opa en de rest van de familie steeds weer worden opgeslokt door het Palestijns-Israëlische conflict en de praktische complicaties die dat met zich meebrengt. Zeker als het noodlot weer ongenadig toeslaat…

Mohammad & Jafar

2mei_Mohammad_en_Jafar_1993_©NTR

 

‘Je kunt de jongen wel uit het kamp halen, maar het kamp niet uit de jongen, zeggen ze hier’, stelt Marcel Goedhart halverwege zijn film Mohammad & Jafar (54 min.). Hij volgt al 25 jaar twee jongens uit Dheisheh, een Palestijns kamp nabij Bethlehem, op de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever. Het kamp is intussen een soort stad geworden, Mohammad en Jafar mannen van tegen de veertig. Zo’n beetje alles is in die jaren veranderd. Behalve die ene droom.

Het verlangen om terug te keren naar hun geboortegrond, het dorp Sufla dat hun voorouders in 1948 onder druk van Israëlische troepen hebben moeten verlaten, is nooit gestorven en leeft inmiddels voort in de volgende generatie van Dheisheh. Via de levens van twee gewone mannen vertelt Goedhart zo het verhaal van een ontheemd volk dat met het aanstaande zeventigjarige bestaan van de staat Israël nog steeds hartstochtelijk hunkert naar zijn eigen land.

Hij volgt daarbij de werkwijze van Michael Apted in de legendarische Up-serie; met tussenpozen van enkele jaren bezoekt Goedhart de gematigde Mohammad en de van nature wat militantere Jafar en legt dan hun persoonlijke leven en ontwikkeling vast. In de montage snijdt hij heden en verleden door elkaar, zodat hun vroegere dromen botsen op de realiteit van vele jaren later. Tegelijkertijd laat hij zien of oude wonden zijn geheeld of nog elk moment kunnen worden opengereten.

Ooit beschouwden de twee oude vrienden zichzelf als strijders in de Intifadah. Met stenen als voornaamste wapen vochten ze tegen de bezetter. Voor hetzelfde geld waren ze allebei martelaar geworden. Een kwart eeuw later zijn ze allebei nog springlevend. Gehavend door diezelfde strijd, dat wel. Jafar spendeerde enkele jaren in een gevangenis, Mohammad verloor al op jonge leeftijd zijn vader. Door een Israëlische sluipschutter, zo weet hij zeker.

Nu wil Mohammad zelf vader worden. Jafar vreest intussen dat zijn zoon in zijn voetsporen zal treden. Zal hij uiteindelijk ook met de schrik vrij komen of toch eindigen als martelaar? Over een jaar of acht mag Marcel Goedhart daarover rapporteren in het volgende hoofdstuk van dit boeiende documentaire-feuilleton over twee heel gewone mannen, Mohammad en Jafar, in heel ongewone omstandigheden.

Five Broken Cameras


Er lag een enorme berg beeldmateriaal. Zonder begin of einde. De Palestijnse cameraman Emad Burnat zag door de bomen allang het bos niet meer. Totdat hij toch een logische structuur vond: de vijf camera’s waarmee hij al die beelden had geschoten. Elk exemplaar vertelde zijn eigen verhaal. En met die vijf verhalen had Burnat zijn film.

En Five Broken Cameras (53 min.) is een ronduit verpletterende film geworden. Een diep menselijke aanklacht tegen Israëls nederzettingenpolitiek, verteld vanuit Palestijns perspectief. Burnat legt vast hoe zijn dorp Bil’in op de westelijke Jordaanoever, van oudsher Palestijns terrein, langzaam maar zeker wordt ingesloten door oprukkende Joodse kolonisten en het Israëlische leger dat hun komst faciliteert.

Het verhaal van Bil’in begint gaandeweg te lijken op een soort navrante variant op dat ene dorpje uit de Asterix en Obelix-strips, dat zich met de moed der wanhoop blijft verzetten tegen de grote overheerser. Een dorpje met zijn eigen heethoofden, diplomaten en martelaren. Binnen die explosieve atmosfeer probeert filmer én vader Emad Burnat, ondersteund door zijn Israëlische co-regisseur Guy Davidi, het hoofd enigszins koel, zijn camera enigszins steady en zijn gezin enigszins veilig te houden.

Behalve de voorspelbare kritiek – mag een Palestijn samenwerken met een Jood bij een film over zo’n precair onderwerp? – bezorgde hem dat ook de publieksprijs op het IDFA van 2012, de allereerste Palestijnse Emmy Award én een Oscar-nominatie. In de aanloop naar die uitreiking, waarbij Searching For Sugar Man er met de prijs vandoor ging, werd Burnat nog een tijd vastgehouden op het vliegveld van Los Angeles. Hij zou niet de juiste papieren bij zich hebben gehad. Zou hij zijn zesde camera toen thuis hebben gelaten?

Arna’s Children

Kanopy

Even registreren op de website van het documentairefestival IDFA, dat woensdag van start gaat in Amsterdam, en je kunt talloze documentaires, veelal gratis, bekijken. Zoals bijvoorbeeld Arna’s Children (57 min), een aangrijpende film uit 2003 over een Palestijnse kindertheatergroep, die tijdens de tweede Intifada, waarbij Israël en de Palestijnen weer eens lijnrecht tegenover elkaar stonden, op het podium met allerlei gevoelens leerde omgaan.

Juliano Mer Khamis vertelt het verhaal van zijn onverzettelijke moeder Arna, een Joodse vrouw die een Palestijnse man trouwde en in de jaren negentig een theater runde in het vluchtelingenkamp Jenin. Arna en haar zoon probeerden een groepje Palestijnse kinderen enthousiast te maken voor acteren, in de hoop hen daarmee te kunnen behoeden voor de burgeroorlog die rondom hen woedde.

Enkele jaren later, vijf jaar na de dood van zijn moeder en het opdoeken van haar theatertje, keert Juliano terug naar Jenin om de balans op te maken. Wat is er geworden van de enthousiaste theatermakers? Hebben ze zich weten te ontworstelen aan de voetangels en klemmen van hun dagelijks bestaan? Of zijn ze ‘gewoon’ onderdeel geworden van het alles verslindende conflict en uitgegroeid tot martelaar (of terrorist, afhankelijk vanaf welke kant je naar het conflict kijkt)?

Het antwoord in deze bekroonde documentaire stemt helaas weinig hoopvol. Daarbij speelt ook het lot van de filmmaker, Juliano Mer Khanis, een belangrijke rol. In 2011 werd hij bij het verlaten van het theater, waarmee hij samen met zijn moeder de wereld wilde verbeteren, neergeschoten door een gemaskerde schutter. Drie jaar eerder had hij zijn dood zelf al voorspeld. Voor deze moord is tot dusver overigens niemand veroordeeld.

Death In The Terminal


18 Oktober 2015. De radiozender Radio Darom laat ‘hete, mediterrane muziek’ neerdwarrelen over het Beersheba-busstation in Israël. Mensen zijn op weg naar hun bus, pinnen nog even of wachten op hun verbinding. En dan, in de vorm van enkele oorverdovende knallen, barst de spreekwoordelijke bom.

De aanslag, waarbij uiteindelijk drie dodelijke slachtoffers zullen vallen, veroorzaakt blinde paniek en chaos. Het beeld wordt zwart. In vuurrode letters verschijnt de titel van de documentaire: Death In The Terminal (50 min.). We zijn nauwelijks twee minuten onderweg. Beveiligers, militairen en onverschrokken helden snellen toe. De jacht op de schutter(s) is geopend.

Het verhaal van die klopjacht wordt in deze beklemmende film, die vorig jaar tot beste middellange documentaire werd verkozen tijdens het IDFA, verteld met beelden van mobiele telefoons en beveiligingscamera’s op het busstation. Beelden die zijn gelekt naar de Israëlische filmmakers. Tali Shemesh en Asaf Sudry laten daarnaast ook diverse ooggetuigen aan het woord, die elk vanuit hun perspectief de gebeurtenissen reconstrueren (en elkaar daarbij soms ook tegenspreken).

Al snel hebben de jagers hun prooi te pakken: een man uit Eritrea, waarop de omstanders maar al te graag hun woede willen koelen. Noem het gerust een volksgericht. Zou deze ususal suspect ook nog een bomgordel om hebben? En waarom loopt hij rond op sandalen?

Disturbing The Peace


Een hoopvolle documentaire over het al eeuwig durende conflict tussen Israël en de Palestijnen? Die zag ik even niet aankomen. Disturbing The Peace (87 min.) zet de schijnwerper op de zogenaamde Strijders Voor Vrede, Israëli’s en Palestijnen die zich samen sterk maken voor het afzweren van de wapens.

De benaming ‘strijders’ is niet voor niets gekozen; de betrokken vredestichters hebben stuk voor stuk een heftig verleden bij één van de strijdende partijen. Dat maakt hun verzoening met een eeuwige vijand juist zo overtuigend.

Zelfs de alleenstaande moeder die zich ooit opmaakte voor een zelfmoordaanslag (en zich daarbij niet realiseerde dat er geen ideaal groter kan zijn dan je eigen kind) is helemaal bijgedraaid en nu een overtuigd lid van de Combatants For Peace.

De vredesvechters zijn bepaald niet onomstreden, zo wordt ook glashelder uit deze sterke film van Stephen Apkon en Andrew Young. In de strijd die nog altijd hoog oplaait tussen Israëli’s en Palestijnen worden ze van beide kanten van verraad beschuldigd. Intussen blijven ze doorwerken aan hun ideaal: vrede op de plek waar de strijdende partijen al decennia in de loopgraven liggen.