The Yogurt Shop Murders

HBO Max

‘Kunt u beginnen met vertellen hoe uw dochters zijn vermoord?’ Ruim vijftien jaar later geneert Claire Huie zich voor de openingsvraag die ze stelde aan Barbara Ayres-Wilson, de moeder van Jennifer en Sarah Harbison. Achteraf bezien was het wel heel ongevoelig om zo een interview met een rouwende ouder te beginnen, vindt Huie nu, terwijl ze thuis liefdevol haar eigen baby vasthoudt. Ze heeft het beeldmateriaal van haar onderzoek naar de viervoudige moord in Austin, waarmee zij zich in 2009 op de kaart wilde zetten als filmmaakster, nu doorgespeeld aan haar collega Margaret Brown (Descendant).

En die maakt in The Yogurt Shop Murders (239 min.) veelvuldig gebruik van Huies materiaal. Ook van datzelfde interview met de moeder van de zeventien- en vijftienjarige zussen Harbison die op 6 december 1991 samen met hun vriendinnen Eliza Thomas (17) en Amy Ayers (13) werden vermoord in de ‘I Can’t Believe It’s Yogurt!’-winkel in een winkelcentrum te Austin. Ayres-Wilson vertelt bijvoorbeeld hoe ze zelf de vader van haar dochters en andere familieleden moest bellen en hen toen vertelde ‘dat het leven voorbij was’. Daarna hoorde ze alleen nog geschreeuw aan de andere kant van de lijn.

Het is een exemplarische scène voor deze vierdelige true crime-serie. Brown holt niet zomaar hijgend achter de zoektocht naar de daders aan, maar buigt zich vooral over de impact van het misdrijf, dat diepe sporen door de Texaanse gemeenschap en de levens van nabestaanden en direct betrokkenen heeft getrokken. Volgens Eliza Thomas zus Sonora ontwricht zo’n traumatische gebeurtenis het leven van tal van mensen voor meerdere decennia. Als je een broer of zus verliest, weet ze uit eigen ervaring, verlies je bijvoorbeeld ook je ouders. ‘Dat is veel belangrijker dan ontdekken wie ‘t heeft gedaan.’

‘Ik weet dat er ergere dingen zijn gebeurd met mensen’, vat Pam Ayers, die samen met haar echtgenoot Bob en het gehele gezin van hun zoon Shawn participeert in de miniserie, het verlies van haar dertienjarige dochter dertig jaar later geëmotioneerd samen. ‘Maar dat waren niet mijn kinderen.’ De schade is ook niet beperkt gebleven tot de familie. John Jones, de oorspronkelijke leider van het politieonderzoek, zit weliswaar al 153 lichamen bij de afdeling Homicide van de Austin Police Department – want zo tel je de dagen als moordrechercheur – maar is inmiddels wel gediagnosticeerd met PTSS.

En dan zijn er nog de hangjongeren die jarenlang in de gevangenis hebben gezeten voor de Yogurt Shop-moorden. Waren zij daadwerkelijk schuldig of zijn ze tijdens hun politieverhoor simpelweg onder de druk bezweken? Hoewel het er alle schijn van heeft dat zij een valse bekentenis hebben afgelegd, worden ze nog altijd scheef aangekeken. Zo pelt Margaret Brown het schokkende misdrijf helemaal af. Daarbij belicht ze ook de permanente media-aandacht voor de moordzaak en de druk op het politiekorps om de daders te vinden. Die hebben in Austin voor een zeer ongezonde dynamiek gezorgd.

Want zo’n viervoudige moord is nu eenmaal – hoewel je op basis van de talloze andere hap-slik-weg true crime-producties anders zou kunnen vermoeden – geen spannende puzzel die stukje bij beetje moet worden gelegd, waarna het totaalbeeld, niets minder dan de waarheid, zich als vanzelf aandient. Nee, zo’n tragisch misdrijf is eerder te vergelijken met een gigantische krater, waar alle direct betrokkenen omheen proberen te leven en soms ook gewoon keihard invallen. The Yogurt Shop Murders, tot nader order de beste true crime-docu van het jaar, maakt de diepte en reikwijdte daarvan voelbaar.

Intussen stelt de miniserie tevens wezenlijke vragen over het (Amerikaanse) rechtssysteem, de waarde van bekentenissen en de werking van ons geheugen.

Een maand nadat deze true crime-serie werd afgerond, kwam er alsnog klaarheid in de zaak rond de Yogurt Shop-moorden. Die ontwikkeling en de gevolgen daarvan zijn vervat in een aangrijpende epiloog: The Yogurt Shop Murders: The Final Chapter.

Happy Hooker, Lust Om Te Leven

BNNVARA / Witfilm

Iets wat ik altijd weg had gegeven, werd ineens betaald. Het was een openbaring voor Xaviera Hollander, een jonge Nederlandse vrouw die in de Verenigde Staten verzeild was geraakt. In 1971 schreef ze een boek over haar leven als prostituee en bordeelhoudster, dat een internationale bestseller werd: The Happy Hooker. Met die geuzennaam werd ze in de navolgende halve eeuw een icoon van ‘vrijheid blijheid’.

Inmiddels is Hollander, die in 1943 in Nederlands Indië werd geboren als Vera de Vries, al even in de tachtig. Ze is niet meer zo goed ter been, maar haar hoofd werkt prima en ze schrijft ook nog altijd. Ook over niet seks gerelateerde onderwerpen overigens. Haar vroegste herinneringen aan het Jappenkamp, waar het gezin werd gescheiden en haar ouders gruwelijk zijn gefolterd, vervatte ze bijvoorbeeld in het persoonlijke boek Kind Af (2001).

Daar, in die traumatische jeugd en hoe die stiekem altijd heeft doorgewerkt in haar leven, zit ook het drama in Happy Hooker, Lust Om Te Leven (55 min.). Verder verlaat regisseur Barbara Makkinga zich in dit portret vooral op het fraaie archiefmateriaal dat bewaard is gebleven uit de verschillende fasen van Hollanders persoonlijke en publieke bestaan en voorgelezen fragmenten uit haar boeken, die ze lekker tegen elkaar wegsnijdt.

Nadat Hollander een dampende scène uit haar succesboek heeft voorgelezen, volgt bijvoorbeeld een fragment uit het televisieprogramma Klasgenoten (1988), waarin medeleerlingen haar typeren als een ‘oversekste lellebel’. In werkelijkheid had ze ‘het’ echter nog helemaal niet gedaan. Wel zo’n beetje al het andere uitgeprobeerd, overigens. ‘Jullie hebben me gedeeltelijk nog als maagd gekend dus’, houdt ze haar toenmalige klasgenoten voor.

Makkinga heeft verder geen uitgebreide ronde langs Xaviera Hollanders entourage gemaakt. Behalve de hoofdpersoon zelf komt alleen haar vriendin en ex-geliefde Dia Huizinga uitgebreid aan het woord. Daarnaast zijn er scènes van een boekpresentatie en feest van haar zelfbewuste protagonist, die de controle nooit helemaal uit handen lijkt te geven in deze film. Happy Hooker, Lust Om Te Leven laat haar zien zoals ze waarschijnlijk ook gezien wil worden.

Als een vrouw van de wereld, die volgens haar eigen voorwaarden leeft.

Amy Bradley Is Missing

Netflix

De cruise stopt voor niemand. Als Amy Bradley in de nacht van 24 maart 1998 blijkt te zijn verdwenen, kamt de crew van de MS Rhapsody Of The Seas het gehele cruiseschip uit. Tegelijkertijd gaan de ruim tweeduizend andere passagiers gewoon van boord om hun vakantie voort te zetten met een tripje naar Curaçao. Amy, een 23-jarige Amerikaanse vrouw die samen met haar ouders Ron en Iva en haar twee jaar jongere broer Brad een zevendaagse cruise maakt, wordt niet gevonden. Van haar ontbreekt ieder spoor.

Als ze van boord is gevallen, gesprongen of geduwd, stelt de plaatselijke politiechef, dan zou Amy’s lichaam, of op z’n minst een deel ervan, beslist zijn aangespoeld. Is zij dan misschien van boord gesmokkeld? En waarom dan? Om aan haar familie te ontsnappen, ontvoerd door nietsontziende mensensmokkelaars of vertrokken met haar flirt Yellow, de danslustige bassist van de cruiseschipband? Vragen, vragen, vragen… en nauwelijks antwoorden. En laat het dan maar over aan het duo Ari Mark en Phil Lott, dat eerder de true crime-series Murder In The Heartland, The Invisible Pilot en This Is The Zodiac Speaking afleverde, om daar een gesmeerd lopende misdaadproductie van te maken.

De driedelige serie Amy Bradley Is Missing (131 min.) bevat meer dan genoeg dwaalsporen, plotwendingen en cliffhangers voor twee uur onvervalst crimevermaak. Maar of al die sporen, aanwijzingen en getuigen – die Amy tot wel zeven jaar later menen te hebben gezien in een afgelegen duikersbaai bij Curaçao, in een nachtetablissement van bedenkelijk allooi op datzelfde eiland of op een openbaar toilet op Barbados – de waarheid ook maar iets dichterbij brengen? Het leidt in elk geval tot ongemakkelijke scènes, bijvoorbeeld als een jonge vrouw, negentien jaar na Amy’s verdwijning, tijdens een stiekem opgenomen telefoontje haar eigen vader voor het blok probeert te zetten.

Zulke strapatsen zijn zonder twijfel het gevolg van de permanente mediacampagne die Ron en Iva Bradley nu al bijna dertig jaar voeren om aandacht te vragen voor de verdwijning van hun dochter. En daarbij grijpen ze, volledig begrijpelijk, elke strohalm aan. Alles beter, zo lijkt ‘t, dan accepteren dat Amy waarschijnlijk nooit meer terugkomt en – misschien nog wel erger –dat vermoedelijk ook nooit duidelijk zal worden wat er met haar is gebeurd. Talloze onderzoekspistes later eindigt deze miniserie in elk geval met min of meer dezelfde constatering als waarmee ie ook is begonnen: Amy Bradley wordt vermist. En de cruise en het leven stoppen voor niemand.

Jan Brokken Zijn Oorlog

Max

De Nederlandse schrijver Jan Brokken was een buitenbeentje in zijn eigen gezin. Hij, de jongste van drie kinderen, had als enige nooit in Nederlands Indië gewoond. Zijn ouders Han en Olga waren in de jaren dertig naar de Nederlandse kolonie vertrokken, hadden daar Brokkens oudere broers Boris en Michiel gekregen en waren vervolgens alle vier in een Jappenkamp beland. Eenmaal terug in Nederland werd de benjamin Jan geboren, een jongen zonder Indisch verleden. En toch zouden die oorlogstrauma’s ook in zijn leven een belangrijke rol gaan spelen.

Dit is het verhaal van Jan Brokken Zijn Oorlog (55 min.), verteld door de schrijver zelf en vastgelegd door regisseur Nathalie Toisuta. De documentaire bevat tevens de nodige voorgelezen fragmenten uit de drie boeken die Brokken schreef over de Indische geschiedenis van zijn familie: Mijn Kleine Waanzin (2004), De Tuinen Van Buitenzorg (2021) en De Kampschilders (2022). Deze Indië-trilogie kon hij overigens pas voltooien toen alle andere gezinsleden waren overleden. De achterstand die Jan had opgelopen, was tegelijkertijd niet meer in te halen.

In deze reisfilm loopt Jan Brokken, veelal in zijn eentje en begeleid door een weelderige soundtrack, in Indonesië door het schuldige landschap, dat door Toisuta, met veel gebruik van droneshots, bijna idyllisch is vereeuwigd. Tot ontmoetingen met gewone Indonesiërs komt het nauwelijks. Zij worden nooit meer dan decorstukken in het relaas van de schrijver, dat wel wordt geïllustreerd met familiefoto’s en ander archiefmateriaal over Nederlands Indië. Verder zijn het Brokkens woorden, met een zeker gewicht uitgesproken of voorgelezen, die ’t moeten doen.

Lang was er volgens de schrijver weinig begrip voor het leed dat de Nederlanders aan dat andere front van de Tweede Wereldoorlog moesten doorstaan en dat in het gezin Brokken, inmiddels neergestreken in het Zuid-Hollandse dorp Rhoon, nog decennia zou doorwerken in de vorm van psychische en lichamelijke kwalen en drankmisbruik. Alsof ze daar in een soort vakantiekamp hadden gezeten! Via zijn eigen familiegeschiedenis vraagt hij nu nog eens nadrukkelijk aandacht voor dit belangrijke hoofdstuk uit Neerlands koloniale historie, dat de afgelopen jaren weer vol in de belangstelling staat.

My Mom Jayne

HBO Max

Mariska Hargitay was pas drie toen haar moeder Jayne Mansfield op 29 juni 1967 overleed. De Amerikaanse actrice werd slechts 34. Zij ging de entertainmenthistorie in als het ultieme domme blondje, een platvloerse, wellustige en nóg rondborstigere variant op het sekssymbool van de jaren vijftig en zestig, Marilyn Monroe. Want daar was destijds vraag naar in Hollywood.

In de geladen egodocu My Mom Jayne (106 min.) gaat Mansfields ‘baby nummer vier’, zelf ook actrice, op zoek naar wie haar moeder werkelijk was. Daarvoor spreekt ze onder anderen met haar oudere zus Jane Marie en broers Zoltan en Mickey Jr. Zij groeiden samen op in het luxueuze huis dat Jayne in Los Angeles bewoonde met hun (stief)vader, de Hongaarse acteur, bodybuilder en Mr. Universe Mickey Hargitay. En ze waren er ook getuige van hoe hun moeder ten onder ging aan een imago waaraan ze niet meer kon of wilde voldoen.

Illustratief is een fragment uit 1962, waarin zij te gast is in de televisieshow van de comedian Groucho Marx. ‘Je bent eigenlijk helemaal geen dom blondje’, houdt hij haar dan voor. ‘Ik denk dat de mensen moeten weten dat je een slimme, gevoelige en begripvolle persoon bent. En dit is een façade van jou, die niet gebaseerd is op wie je werkelijk bent.’ Mansfield reageert zoals van een vrouw zoals zij wordt verwacht. ‘Dat is lief’, neemt ze de complimenten bescheiden in ontvangst. ‘Dank je.’ Groucho bijt nog even door. ‘Jayne, dit is een soort act. Toch?’

Vera Jayne Palmer (1933-1967), de echte naam van de blonde seksbom, was al op jonge leeftijd beschadigd geraakt en zou haar hele korte bestaan op zoek blijven naar succes en erkenning, eerst overigens nog niet als blondine en ook niet met die verplichte kirstem. Haar dochter Mariska schetst hoe zij als jonge, getalenteerde vrouw klem komt te zitten tussen haar eigen ambities en de mores van haar tijd, maar exploreert gaandeweg ook steeds meer verborgen hoekjes uit het privébestaan van de moeder, waaraan ze zelf eigenlijk nauwelijks herinneringen heeft.

Dit resulteert in brisante onthullingen, die ook de levens van andere Mansfield-erven raken en deze persoonlijke film, waarin Hargitay tevens spreekt met haar vader, stiefmoeder Ellen en haar moeders PR-man Raymond ‘Rusty’ Strait (die een smeuïg boek over Jayne Mansfield schreef), persoonlijke urgentie en een onmiskenbare drive geven. My Mom Jayne ontstijgt zo moeiteloos het niveau van een inwisselbaar sterrenportret, dat is gemaakt door een kind dat die beroemde ouder alsnog recht wil doen of nog eens ongegeneerd op het schild wil hijsen.

Oranje Dromen – Alle Ogen Op De Bal

Human

Waar de droom lang was voorbehouden aan jongens, mijmeren nu ook Nederlandse meisjes over een leven als profvoetballer. In de driedelige serie Oranje Dromen – Alle Ogen Op De Bal (138 min.), het vervolg op Op Weg Naar De Top (2022), volgen Anouk Suntjens en Mildred Roethof ruim twee en een half jaar vier van zulke jonge talenten. Ze willen een contract bemachtigen, spelen bij een Betaald Voetbal Organisatie en liefst ook nog geselecteerd worden voor hun land, De Oranje Leeuwinnen.

Vlinder Ooijens wil bijvoorbeeld slagen bij haar favoriete club Ajax, maar ze heeft wel een extra uitdaging: een zeldzame groeistoornis. Dezelfde als Messi (!). Vlinder moet zichzelf elke dag prikken. Hopelijk lukt het zo nog om de 1.60 meter aan te tikken. Het Marokkaans-Nederlandse talent Aya el Benallali speelt vooral tussen de jongens. Haar vader Khalid heeft daar vanwege zijn geloof wel moeite mee. ‘Van mij mag het vandaag stoppen’, stelt hij onomwonden. ‘Maar ik zie haar niet stoppen.’

Loewé Boid (ADO Den Haag) komt uit een familie van bekende profvoetballers, zoals Sigi en Jeremain Lens. Als eerste meisje gaat zij nu ook proberen om de top te halen. Met haar team doet Loewé mee aan een internationaal toernooi, waarbij ze zich kan meten met de speelsters van Real Madrid en Aston Villa. Aanvaller Rose Ivens klopt intussen al flink aan de deur bij het eerste elftal van FC Twente, een toonaangevende club in het vrouwenvoetbal. Een profcontract lijkt binnen handbereik.

Net als talentvolle jongens hebben deze meisjes geen enkele garantie dat alle tijd en energie die ze nu in hun carrière steken zich straks ook zal uitbetalen. Suntjens en Roethof laten echter zien dat meisjes nog een aantal extra hobbels moeten nemen: ze worden bijvoorbeeld aangemoedigd om bij de jongens te blijven spelen, maar worden dan ook nog wel eens ten faveure van hen aan de kant geschoven. En ze moeten zich vaak zowel bij hun eigen amateurclub als bij een profclub en de KNVB bewijzen.

In dat kader komen ook allerlei insiders van het Nederlandse vrouwenvoetbal aan het woord. Suse van Kleef, de eerste vrouwelijke voetbalcommentator van Nederland, fungeert intussen als verteller en brengt alle verhaallijntjes bij elkaar. Haar teksten liggen er soms nogal dik bovenop en voelen ook wat gekunsteld, zeker als ze een soort live-verslag verzorgt bij de wedstrijden van de hoofdrolspeelsters. Dan gaat de serie nét iets te nadrukkelijk op z’n hurken voor het beoogde jonge publiek.

Oranje Dromen geeft desondanks een aardige inkijk bij een nieuwe generatie voetballende meisjes, voor wie de droom om later kampioen te worden, in de Champions League te spelen en op een groot toernooi uit te komen voor hun land inmiddels net zo vanzelfsprekend is als voor jongens.

The Hold Down

EO

Zijn surfplank voerde hem al naar Marokko, Indonesië, Hawaii, Namibië én Portugal. Want daar, in het woelige water bij het kustplaatsje Nazaré, kun je wedijveren met de hoogste – en gevaarlijkste – golven. En daar wil de Nederlandse big wave-surfer Sacha Bongaertz dus zijn eigen grenzen opzoeken – en zich meten met alle andere surfals van de wereld.

De documentaire The Hold Down (54 min.) van Jan Paul van der Velden oogt als een Nederlandse variant op 100 Foot Wave, de ultieme surfserie over de Amerikaanse crack Garrett McNamara en zijn entourage. Hij zette het slaperige Portugese kustdorp ooit op de kaart als dé plek om epische golven van ruim twintig meter te bedwingen. Sindsdien geldt Nazaré als een soort bedevaartsoord voor big wave-surfers.

Bongaertz lijkt op het eerste gezicht een typische ‘beach boy’ uit de badplaats Scheveningen. De man die nu imposante golven trotseert was ooit echter een jongetje met een ernstige vorm van reuma, dat helemaal vast dreigde te lopen. Totdat hij ontdekte dat water hielp tegen zijn klachten. Al snel was Bongaertz verknocht aan surfen en vond hij in Hans van den Broek van de plaatselijke surfwinkel een mentor.

In deze film paart Van der Velden het kwetsbare persoonlijke verhaal van zijn hoofdpersoon – verteld door hemzelf, zijn (gescheiden) ouders Mark en Katharina en z’n grootouders – aan spectaculaire beelden van zijn duizelingwekkende toeren op de surfplank, die met behulp van drones en point of view-shots zijn vereeuwigd. Sacha Bongaertz is in Nazaré, inmiddels ook zijn eigen surfplek gestart: Ghetto Palace.

In Portugal liggen ook wortels van de Nederlandse surfer. Zijn grootvader José groeide er op en speelde voor de topvoetbalclub Benfica en het nationale elftal, maar koos ineens halsoverkop het ruime sop en verkaste naar het buitenland. Die impulsiviteit ziet Sacha Bongaertz terug bij zijn vader Mark, die is gediagnosticeerd als manisch-depressief. En hij herkent ‘t ook bij zichzelf. Sacha vaart eveneens op de golven van zijn eigen gemoed.

Met een camper en zijn beste vriendin Suus gaat hij in dit geslaagde portret op zoek naar Portugese familieleden die hij nog nooit heeft ontmoet, bezoekt de reumatoloog die hem als jongetje behandelde en fantaseert over surfles voor kinderen met een broze gezondheid. Zodat hij zijn eigen levenservaring, op en naast die plank, kan doorgeven aan jongens en meisjes die dat goed kunnen gebruiken.

Sponsorloper

Prime Video

Hij lijkt niet het type om stil in een hoekje te gaan zitten en zijn verdriet te verwerken. Integendeel, hij wil dat delen, op de één of andere manier omzetten in iets positiefs. En dus bedenkt Jeroen van Veen, alias @Sponsorloper (74 min.), een doldriest plan: hij gaat een jaar lang elke dag tien kilometer hardlopen, om geld in te zamelen voor het Prinses Máxima Centrum in Utrecht.

Want daar werd zijn eigen zoontje Kasper behandeld, als één van de zeshonderd Nederlandse kinderen die jaarlijks kanker krijgen. Ruim duizend dagen was Kasper vaste gast bij de kinderoncologen en begeleiders. Hij groeide er zogezegd op. Met veel plezier. Leerde er lopen, goed praten. En toen, nadat het kwartje talloze malen nét de goede kant op was gevallen, viel ‘t alsnog de verkeerde kant op. Zijn hersentumor werd Kasper begin 2022, op slechts vierjarige leeftijd, toch fataal.

Kasper van Veen behoort tot de ongeveer 120 Nederlandse kinderen die jaarlijks overlijden aan de gevolgen van kanker. Nadat hij drie en een half jaar vaste klant was bij het Prinses Máxima Centrum wil zijn vader Jeroen nu lotgenoten, die nog altijd noodgedwongen de gang naar het Utrechtse ziekenhuis maken, een hart onder de riem steken. Zodat ze weten dat er iemand is die elke dag aan hen denkt. Hij rent zogezegd voor hun leven – en dat van zichzelf, natuurlijk.

In deze docu volgt Jasper Mulder dit proces op de voet: van de marathon van Utrecht in mei 2023 tot de Radio 538 Ochtendrun op 22 maart 2024, als de radiozender Van der Veers initiatief heeft omarmd met de actie ‘help Jeroen aan een miljoen’ en een groot benefietevenement organiseert. Zijn protagonist is het onbetwiste middelpunt van de film – ook omdat Kaspers moeder Charlotte liever buiten beeld blijft en hun andere kinderen zoveel mogelijk uit beeld worden gehouden.

Daarmee wordt Sponsorloper als film wel erg eenzijdig: met Jeroen van Veen vooral lopend – of zich daarop voorbereidend of ervan afkoelend – en tussendoor in zijn eentje terugkijkend op de lijdensweg die ze met Kasper hebben moeten afleggen. Intussen draagt hij alsmaar de, ondanks alles, blijde boodschap van zijn actie uit. Bij dat laatste krijgt hij nog wat hulp van bekendheden zoals Bas Smit, Maan, Maarten van der Weijden, Dafne Schippers en Sunnery James & Ryan Marciano.

Het resultaat is een film die van start naar finish gaat. En dan weer van finish naar start. Over een ouder die zijn kind koste wat het kost bij zich wil houden – al is het dan alleen in zijn hart – en anderen een hart onder de riem wil steken.

Salo: Nee Is Misschien

Witfilm / EO

Zijn naam was vooral verbonden met het grote Ajax van begin jaren zeventig. Salo Muller, de man die Johan Cruijff, Piet Keizer en al die andere sterren van het Nederlandse totaalvoetbal masseerde en verzorgde. Enkele jaren geleden deed hij op een totaal andere manier van zich spreken: Muller dwong de Nederlandse Spoorwegen tot het betalen van vijf miljoen euro schadegeld aan de slachtoffers van de Jodenvervolging.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog vervoerden zij Joodse Nederlanders van Westerbork naar vernietigingskampen zoals Sobibor en Auschwitz. De Spoorwegen kregen daarvoor gewoon betaald. En dat werd weer gefinancierd vanuit ingeleverd Joods geld en sieraden. ‘Dat is roofgeld, bloedgeld’, zegt Muller daarover fel in Salo: Nee Is Misschien (60 min.). ‘De mensen hebben hun eigen treinkaartje betaald naar de gaskamers.’

Nu heeft de inmiddels 89-jarige Joodse Nederlander zijn blik verlegd naar Duitsland: ook Deutsche Bahn moet over de brug vormen. Documentairemaker Joris Postema gebruikt deze campagne als rode draad voor zijn portret van Salo Muller, die het leeuwendeel van zijn familie kwijtraakte tijdens de oorlogsjaren. Zelf moest hij zich staande houden op maar liefst negen onderduikadressen. Naderhand sprak hij nooit meer over de oorlog.

Totdat hij zich in 1995 liet overhalen voor een interview met de Shoah Foundation van Steven Spielberg, die zich ten doel heeft gesteld om de ervaringsverhalen van Holocaust-overlevenden op te tekenen. Dertig jaar later maakt Postema gretig gebruik van dit gesprek, waarin Muller zijn levensverhaal doet. Hij was nog maar zes jaar oud toen zijn ouders in 1942 via de beruchte Hollandsche Schouwburg werden afgevoerd.

Dat is een tamelijk klassiek overleversverhaal, dat later nog extra kleur krijgt als Muller verhaalt over zijn periode bij Ajax. Hij claimt bijvoorbeeld een belangrijke bijrol in de klassieke goal van Johan Cruijff tegen ADO Den Haag: als die vanaf de zijlijn, met een rolletje verbandgaas dat de fysiotherapeut hem net heeft overhandigd, naar binnen komt en met een boogbal over de keeper scoort. ‘Door mijn aanwijzingen en mijn bandje.’

Het interessantst wordt deze tv-docu echter als Muller reageert op actuele ontwikkelingen in Israël, de verkiezingswinst van de PVV, het veelbesproken bezoek van de Israëlische president Herzog aan zijn stad Amsterdam en de rellen na de wedstrijd Ajax – Maccabi Tel Aviv. Hij is strijdbaar en maakt zich zorgen over toenemend antisemitisme. En Joris Postema schroomt niet om ook kritische vragen te stellen.

Dan is Salo: Nee Is Misschien ineens niet meer een film die over het verleden gaat, maar een urgent verhaal over het hier en nu. Waarin Salo Muller uitdrukt wat een deel van de Joodse Nederlanders denkt: ze voelen zich niet meer altijd veilig. Net als toen: in een tijd die nooit mag worden vergeten en toch langzaam van ons lijkt weg te glippen.

De Afhaalchinees: Thuisbezorgd

Omroep Zwart

Toen Kelly-Qian van Binsbergen de veelgeprezen miniserie De Afhaalchinees (2023) afleverde, was ze nog in de overtuiging dat zij niet zo nodig op zoek hoefde naar haar biologische ouders. Ze was heel wat wijzer worden over haar eigen adoptie, door een Zeeuws echtpaar dat een seksshop runde in de grensgemeente Sluis, en interlandelijke adoptie in het algemeen. Ze had tijdens dat persoonlijke proces bovendien haar licht kunnen opsteken bij lotgenoten, adoptieouders en deskundigen. En ze had zo vat gekregen op haar eigen positie als jonge vrouw van Chinese komaf in Nederland.

Toch is er ergens onderweg ook een luikje opengegaan bij Kelly-Qian. In de vierdelige serie De Afhaalchinees: Thuisbezorgd (191 min.) maakt ze met adoptiekameraad Rohan, oorspronkelijk afkomstig uit Sri Lanka, een zogenaamde ‘rootsreis’ naar China. Daar gaat ze met correspondent Cindy Huijgen, die ooit werd geadopteerd vanuit hetzelfde staatsweeshuis in Guiyang als Van Binsbergen zelf, op zoek naar waar ze vandaan komt. Op haar veertiende is ze met haar adoptieouders al eens naar China geweest, maar dat bezoek heeft zeker niet al haar vragen beantwoord.

‘Het enige wat ik voel is verdriet dat ik hier niet terecht ben gekomen en in Nederland ben opgegroeid’, constateert Kelly-Qian onderweg in China. Aan haar was altijd verteld dat ze was gered uit een ‘armoedig, grijs, communistisch en naar land’. Voor het eerst in haar leven voelt ze zich nu echter thuis. Tegelijk wordt ze geconfronteerd met haar eigen beperkingen omdat ze de taal niet spreekt. ‘Vind jij dat zelfs jij, de meest Chinese van alle afhaalchinezen, dat jij ook kan worden thuisbezorgd?’ vraagt ze ostentatief aan Huijgen. ‘Nee, dat denk ik niet’, antwoordt die. ‘Ik ben nog steeds te Hollands ook.’

Vanuit deze reis keert Kelly-Qian in dit tweede seizoen van De Afhaalchinees ook terug naar de mensen en onderwerpen van serie één. Ze gaat in gesprek met enkele geadopteerden die ze eerder sprak, bevraagt verder nieuwe lotgenoten en hun geliefden, laat een ‘kudde’ met volwassen adoptiekinderen reageren op stellingen, organiseert een cirkelgesprek met geadopteerden die te maken kregen met (seksueel) grensoverschrijdend gedrag en heeft individuele ontmoetingen met interlandelijk geadopteerde Nederlanders. Tussendoor steekt ze haar licht op bij diverse deskundigen.

Fluks springt Thuisbezorgd op en neer tussen al die verschillende verhaallijntjes en de landen Nederland en China. Kelly-Qian van Binsbergen houdt de wind er goed onder en leukt de boel op met kekke vormgeving, dik gedramatiseerde scènes en een popi soundtrack, waarin een bijzondere rol is weggelegd voor Aziatische versies van bekende pophits. Met een losse voice-over en het nodige kunst- en vliegwerk – inclusief flashbacks, flashforwards en cliffhangers – probeert ze al die elementen bij elkaar te brengen, de aandacht vast te houden en haar punt te maken.

Die drukte lijkt een afspiegeling van Van Binsbergens expressieve persoonlijkheid en geeft haar werk een eigen signatuur, maar het wordt in dit vervolg wel wat veel van het goede. Voor een deel is deze serie, die werkelijk alle kanten opgaat, bovendien een reprise van het eerste seizoen van De Afhaalchinees. Hoewel de persoonlijke noodzaak van Thuisbezorgd duidelijk is, blijft de echte meerwaarde van dit tweede seizoen dus beperkt – al kan het natuurlijk geen kwaad om nogmaals te attenderen op de schade die interlandelijke adoptie kan veroorzaken.

Flophouse America

Cinema Delicatessen

De afwas doen ze in het bad. Beter: die doet hij. Die moet hij doen. Mikal, de twaalfjarige zoon. Samen met zijn ouders Jason en Tonya woont hij in een aftands Amerikaans motel. Met z’n drieën op een goedkope kamer.

Al te veel gebeurt er in eerste instantie niet in Flophouse America (80 min.), de debuutfilm van de Noorse fotografe Monica Strømdahl. De drie hangen maar wat rond. Mikal verdwijnt het liefst de hele dag in videogames, drukt zich uit in basale gedichten en speelt met de kat. Jason gaat geregeld werken of eten halen en blijft onderweg dan nog wel eens ergens steken. En Tonya lijkt tot heel weinig te komen. Behalve drinken.

Deze documentaire speelt zich vrijwel volledig af op die ene kamer. Soms ontsnapt Mikal even naar de gang of naar de plek in de hal, waar je tegen betaling een wasje kunt draaien. En dan wacht die kamer weer, waar hij als opgroeiende tiener geen enkele privacy heeft, voortdurend wordt gewezen op het feit dat zijn schoolcijfers te wensen overlaten en zijn ouders bepaald niet altijd het goede voorbeeld geven.

Als een vlieg op de muur vangt Strømdahl de situatie in de desolate kamer. Te beginnen met de leegte en landerigheid. Wie heeft er bijvoorbeeld wodka op de kat geknoeid? Met het drinken volgen andere uitdagingen vanzelf. ‘Mikal, maak je uit de voeten’, draagt Jason hem op, als hij met z’n vrouw – en Meatloaf op de speakers – een feestje heeft gebouwd. Ze trekken resoluut een gordijn dicht. Even tijd voor elkaar.

Spanningen en conflicten kunnen niet uitblijven. Mikal wil eigenlijk maar één ding: dat zijn ouders stoppen met drinken. En laat dat nu het enige zijn wat ze niet lijken te kunnen of willen. Het leven – in armoede, zonder uitzicht – is een beest geworden dat ze, zeker moeder, alleen beneveld in de bek durven te kijken. Elke vorm van decorum gaat ondertussen, voor het oog van Strømdahls nietsontziende camera, het raam uit.

‘Het is niet zo erg als je denkt’, houdt Jason Mikal tijdens een conflict voor. ‘Misschien is het erger dan jij door hebt’, riposteert zijn zoon fel, terwijl een stomdronken Tonya het gesprek voortdurend onderbreekt met dwarse opmerkingen. Toch is Flophouse America meer dan een genadeloze strooptocht door Amerika’s onderbuik, waar elke vorm van (mede)menselijkheid wordt geofferd aan de roes van drank of drugs.

Terwijl ze, op die luttele vierkante meters, worstelen met het leven, ontwikkelen Jason en Tonya zich ook tot gelaagde personages, die zeker niet helemaal losgezongen zijn geraakt van de wereld en elkaar. Tegelijkertijd toont deze zielstriemende film via hen wat het hedendaagse Amerika doet met de mensen die nauwelijks kunnen meekomen in de eindeloze ratrace – en het nageslacht dat zij onderweg op de wereld zetten.

Daarmee werpt zich Strømdahl op als pleitbezorger van ‘alle Mikals van deze wereld’. Dat ligt er misschien wat dik bovenop, maar dit familieportret agendeert wel zeer effectief de situatie van de Amerikaanse onderklasse, die ook gemakkelijk kan worden weggezet als ‘trailer trash’. Gelukkig bevat de documentaire, te langen leste, ook nog nét genoeg zonnestralen om enige hoop voor hun toekomst te koesteren.

The Treasure Hunter

Gex Film

De vindplaats is natuurlijk niet met een kruis aangegeven, stelt Jack nog maar eens ten overvloede. De jonge Brit zoekt nu al een jaar of zes, geheel verblind en met één arm op zijn rug gebonden, naar Yamashita’s goud.

Bij de invasie van de Filipijnen, in de beginjaren van de Tweede Wereldoorlog, beroofde de Japanse generaal Tomoyuki Yamashita het land van zijn schatten. En toen de Japanners na de capitulatie weer met de staart tussen de benen uit de Aziatische archipel moesten vertrekken, zou hij volgens plaatselijke legenden het verzamelde goud hebben verstopt in het labyrint van grotten, gangen en tunnels van zijn strijdkrachten.

Jack is ervan overtuigd dat hij die schat kan vinden – en zijn beste vriend Giacomo Gex, die eigenlijk beter zou moeten weten, legt zijn verwoede pogingen om schathemeltjerijk te worden van zeer nabij vast. Één blik op al dat gegraaf en gewroet in claustrofobische kuilen, gangetjes en grotten en een buitenstaander weet genoeg: Jack zal nooit iets vinden en zal desondanks altijd blijven doorgaan. Tot hij er helemaal aan kapot is gegaan.

Steun van zijn ouders hoeft The Treasure Hunter (84 min.) niet te verwachten. Beter: echte steun. Geld is – herstel: wás – er in overvloed. Jacks vader, die ooit een flinke rederij bezat, heeft naar verluidt al miljoenen gepompt in de redeloze queeste van zijn zoon. Het water staat ook hem inmiddels aan de lippen. En Jacks moeder had ’t al niet zo breed. Ook zij legt echter haar laatste cent apart. Zodat ze met z’n allen naar de Gallemiezen gaan.

Het is een tragische geschiedenis. De jonge protagonist, een lastig invoelbaar personage, trekt zijn hele omgeving, inclusief zijn Filipijnse vrouw en kind, mee in zijn verslaving. Plaatselijke huurkrachten zijn er goed mee – al denken zij er vast het hunne van. Totdat Jack zichzelf tot de orde roept en z’n leven weer in het gareel probeert te krijgen. Hij kan natuurlijk ook een normale huisvader worden, die tegen betaling Engelse les geeft.

Dat lijkt eigenlijk wel zo gemakkelijk, maar hoeveel jaren er ook overheen gaan, de goudzucht laat hem nooit helemaal los. Die aap op Jacks rug blijft zich maar roeren, toont Giacomo Gex, in deze donkere en beklemmende film, waarvan het einde, dat geen einde kan zijn, bij het begin al vast lijkt te staan. En dat is ook voor de kijker een ontmoedigende gedachte.

The Trouble With Mr Doodle

Acme Films

Als het aan Sam Cox ligt, is de hele wereld niet meer dan een canvas voor zijn ‘doodles’, de lijntekeningen die de meeste mensen vooral maken om hun gedachten te verzetten. Als kind wilde de jonge Brit al obsessief tekenen, liefst vijftien uur per dag. Gedachteloos de stift ter hand nemen en dan letterlijk elk papier vullen waar je de hand op kunt leggen. Zo blijft de echte wereld ook op afstand. En dat is wel zo prettig, want Sam is nu niet direct een sociale jongen.

Hij ontwikkelt een alter ego: Mr Doodle, een slapstickachtige figuur met een doodlepak aan, die alles voltekent wat hij op zijn pad treft en die via foto’s en filmpjes op social media al snel een populair personage en een gewaardeerde kunstenaar wordt. Sams grote doom is een volledig wit geschilderd huis, dat hij vervolgens, van binnen en van buiten, he-le-maal kan voltekenen met zijn kenmerkende naïeve figuurtjes, voorwerpen en vormen. Tegen die tijd hebben zijn enthousiast ontvangen ‘droedels’ alleen al een behoorlijk ongezond trekje gekregen.

The Trouble With Mr Doodle (88 min.) is een aangrijpend portret van een jonge getalenteerde tekenaar die stilaan volledig doordraait. Totdat Sam Cox zichzelf dood verklaart en daadwerkelijk verder wil als Mr Doodle, een tragische figuur die z’n levensdagen slijt in het nachtmerrieachtige Doodleland. ‘Ik dacht dat ik bevriend was geraakt met Banksy en heel close was met Kanye West’, vertelt hij daarover. ‘Donald Trump vroeg me om te doodelen op de muur tussen de Verenigde Staten en Mexico. Wij gingen samen de hele wereld doodelen!’

Deze film van Jamie D’Cruz, Ed Perkins en Alex Nott maakt alvast een ferme start met die wereld en is volkomen volgedoodeld. Zodat het intimiderende karakter van dat tekenen in Sams leven bijna fysiek voelbaar wordt. De documentaire begon ooit bij het witte huis – wat een project om te documenteren! – maar ontwikkelde zich gaandeweg tot een portret van de wankele man daarachter. De doodles spatten daarin zowat van het scherm af en overweldigen elke plek waarin ze terecht zijn gekomen. Cox zit gevangen in zijn eigen kunst en het manisch vervaardigen daarvan.

The Trouble With Mr Doodle maakt zichtbaar hoe dun en fragiel de lijn kan worden tussen genie en gekte. Het kunstenaarschap wordt voor Sam Cox, zonder dat hij daar zelf vat op krijgt of ’t zelfs maar door heeft, een juk om onder te bezwijken. Sams mentale staat baart natuurlijk ook zijn ouders Andrea en Neill en Oekraïense vriendin Alena ernstige zorgen. Maar hoe red je iemand van zijn zelfverkozen levensmissie?

Spellbound

Blitz/Welch

Spellen is geen spel – en toch ook weer wel. Van de circa negen miljoen Amerikaanse kinderen die meedoen aan spellingswedstrijden, dringen er uiteindelijk maar 249 door tot The Nationals, een tweedaags, landelijk toernooi in Washington, DC. En van hen gaan er daar, voorspelt de begintekst van deze gelauwerde documentaire van Jeffrey Blitz uit 2002 met bijna S-A-R-D-O-N-I-S-C-H genoegen, 248 een spelfout maken.

Spellbound (97 min.) volgt acht van deze spellers tijdens de 72e editie van The Scripps Howard National Spelling Bee in 1999. Eerst worden zij echter geportretteerd in hun T-H-U-I-S-S-I-T-U-A-T-I-E. De deelnemers, doorgaans hooguit twaalf of dertien jaar oud, komen uit alle delen van de Verenigde Staten en zijn soms nooit eerder in de hoofdstad geweest. De winnaar krijgt, behalve natuurlijk eeuwige roem, maar liefst 10.000 dollar.

Er zitten opvallend veel kinderen van buitenlandse afkomst tussen – alsof die zich extra willen/moeten bewijzen. Zoals Angela Arenivar uit Texas, de dochter van Mexicaanse immigranten die zelf nauwelijks Engels spreken. De Indiase ouders van Neil Kadakia zijn bloedfanatiek. Zijn voorbereiding op de wedstrijd wordt gepland als een militaire operatie. Neil oefent 7000 tot 8000 woorden per dag en mediteert ook F-R-E-Q-U-E-N-T.

Het studieuze meisje Nupur Lala, eveneens met wortels in India, deed al eens eerder mee aan de spellingswedstrijd. Toen werd ze in de derde ronde uitgeschakeld. Nu zint ze op sportieve wraak. Nupur moet ’t dit jaar bijvoorbeeld opnemen tegen April DeGideo, die zeker vijf tot zes uur per dag traint om de P-R-E-S-T-I-G-I-E-U-Z-E speltitel te winnen. Aprils ouders stimuleren haar om ook eens gewoon met vriendinnen af te spreken.

Harry Altman, een hyperactief joch uit New York, speelt gitaar, doet graag een robot na en heeft een echt B-E-U-G-E-L-B-E-K-K-I-E. En als hij naar de juiste letters zoekt, wordt zijn hele lijf één groot vraagteken. De alleenstaande moeder van het Afro-Amerikaanse meisje Ashley White weet ’t intussen zeker. ‘My baby gonna win.’ De wens is ongetwijfeld de vader van de gedachte: moeder en dochter kunnen die 10.000 dollar goed gebruiken.

Precies halverwege schakelt Spellbound door naar The Grand Hyatt Hotel voor de wedstrijd. Als de spelopdracht is gegeven, volgt vaak nog de vraag naar de definitie of achtergrond van het woord. En dan staan de spel(l)ers er helemaal alleen voor. S-P-A-N-N-O-N-D-! Nerveus wachten ze na het spellen af of het belletje voor een fout antwoord klinkt. Als het klingelen uitblijft, hoeven ze de wedstrijd (nog) niet te verlaten.

Met I-N-G-E-N-I-E-U-Z-E vormgeving laat Blitz steeds zien wie van de acht hoofdpersonen nog in de race zijn voor de overwinning en hoeveel deelnemers de voorgaande ronden überhaupt hebben overleefd. Bij het laatste deel van de afvalrace, die zowaar live wordt uitgezonden door de Amerikaanse sportzender ESPN, zijn er nog vijf bekende gezichten in competitie. Zij moeten 41 concurrenten afschudden.

Spellbound is echter meer dan een klassieke T-O-E-R-N-O-O-I-D-O-C-U. De wedstrijd is in wezen niet meer dan een arena voor kinderen van allerlei verschillende achtergronden – en niet te vergeten: hun ouders – om hun versie van de American Dream na te jagen. En dat is van alle tijden. In 2020 kwam er dan ook een vervolg op Spellbound, Spelling The Dream, die ook ingaat op waarom spellen zo populair is bij Indiase Amerikanen.

De kinderen van Spellbound zijn nu overigens allang volwassen. In 2015 keek The Smithsonian al wat er toen van de deelnemers was geworden. Op de Wikipedia-pagina van de documentaire is een actuele stand van zaken te vinden.

Separated

MSNBC Films

Het moet een afschrikwekkend effect hebben op potentiële immigranten, zodat die er nog wel een keer over nadenken voordat ze illegaal de Verenigde Staten proberen binnen te komen. Als een ouder met kind wordt aangehouden bij de grens, zijn de instructies van de regering Trump begin 2017 glashelder: direct van elkaar scheiden.

De ouder wordt aangehouden en aangeklaagd, zoon of dochter geboekstaafd als kind zonder ouder en direct overdragen aan het Office of Refugee Resettlement (ORR). Trauma’s gegarandeerd. Die zijn onderdeel van het plan. Ouders en kinderen – baby’s soms nog – worden voor het oog van de wereld uit elkaar gehaald. Al snel ontbreekt het overzicht van welk kind waar terecht is gekomen. Zelfs dat lijkt onderdeel van het plan.

In Separated (92 min.) zoomt Errol Morris in op hoe Donald Trump tijdens zijn eerste ambtstermijn als president (2017-2021) inzet op een populair issue bij zijn achterban: het verder vergrendelen van de grens met Mexico en op alle mogelijke manieren ontmoedigen van met name bewoners van Midden-Amerika om naar het land van de onbegrensde dromen te komen. En als ze daarbij enkele kinderen kwijtraken…

Met direct betrokkenen reconstrueert de documentairemaker in deze film, die is gebaseerd op het boek Separated: Inside An American Tragedy van Jacob Soboroff, hoe dat harteloze beleid tot stand is gekomen. Zijn gesprekpartners kregen doorgaans al snel gewetensnood bij het uitvoeren van de ideeën van met name Trumps Homeland security advisor Stephen Miller, die (natuurlijk) niet participeert in deze documentaire.

Ook Trumps ministers van Justitie, Jeff Sessions, en Binnenlandse Veiligheid, Kirstjen Nielsen, het gezicht van het  ‘family-separation policy’, zijn wel wijzer dan zich te laten bevragen door Morris, die eerder Trumpist Steve Bannon al eens het vuur aan de schenen legde. Scott Lloyd, directeur van het ORR, is de enige die zich voor de camera waagt, maar hij oogt als een omhoog gevallen bureaucraat die ook niet beter weet.

Separated bevat mede daardoor minder (verbaal) vuurwerk dan de meeste Errol Morris-films. Ook doordat hij zich beperkt tot de verwording van het beleid en geen slachtoffers daarvan aan het woord laat (of kan laten). Om hun perspectief toch over het voetlicht te brengen, neemt Morris z’n toevlucht tot gedramatiseerde scènes met een moeder en zoon uit Guatemala, gespeeld door Gabriela Cartol en Diego Armando Lara Lagunes.

Dat blijft voelen als een soort noodgreep, die vooral onderstreept dat eenmaal gescheiden ouders en kinderen veelal volledig uit beeld verdwijnen. Tegelijkertijd doet de Amerikaanse family-separation policy, nu Trumps tweede termijn weer de gebruikelijke turbulentie veroorzaakt, bijna aan als oud nieuws, héél wat Trumpjaren geleden. Terwijl ruim duizend kinderen, enkele jaren na dato, nog altijd niet terecht zijn.

En iedereen die Donald Trump wel eens over immigranten en het sluiten van de grens heeft horen oreren, weet: datzelfde beleid kan zo weer opgestart worden.

American Murder: Gabby Petito

Netflix

Ten einde raad plaatst Nicole Schmidt een bericht op Facebook: ‘Waar is Gabby???’ Ze zet er een foto bij van haar 22-jarige dochter, zittend op een rots. Samen met haar vriend Brian Laundrie is Gabrielle Petito ruim twee maanden eerder, begin juli 2021, in haar camper vertrokken. De twee wilden met de witte Ford Transit Connect een roadtrip door de Verenigde Staten maken. Gabby heeft al die tijd trouw gevlogd, maar is nu al een kleine twee weken volledig van de radar verdwenen en reageert net als Brian nergens meer op.

De titel van deze driedelige true crime-serie verraadt al wat er gebeurd is: American Murder: Gabby Petito (127 min.). Dan blijft het vooral nog de vraag hoe en waarom, want de wie-vraag lijkt na de openingsscène ook al min of meer beantwoord: een agent houdt Gabby en Brian dan staande in Moab, Utah, slechts enkele weken voordat zij vermist zal raken. Hij heeft een melding gekregen over een man die in het openbaar zijn vriendin sloeg. De bodycamera van de agent laat vervolgens zien hoe een ontredderde Gabby de situatie nog enigszins probeert te redden, terwijl Brian ogenschijnlijk ontspannen blijft beweren dat er weinig aan de hand is.

Een mediahype is geboren: wat is er gebeurd met Gabby Petito en welke rol heeft Brian Laundrie, met wie ze zich ruim een jaar eerder heeft verloofd, daarin gespeeld? Met behulp van Petito’s vlogs, haar telefoongegevens en social mediaverkeer kan de politie nauwkeurig reconstrueren hoe het stel eind augustus 2021 in het Grand Teton National Park terecht is gekomen. En met de bodycams van de agenten, die zich ter plaatse en bij het ouderlijk huis van Brian Laundrie melden, kunnen de documentairemakers Julia Willoughby Nason en Michael Gasparro in deze doeltreffende miniserie al even nauwgezet het politieonderzoek opnieuw oproepen.

Zo ontvouwt zich een tragisch verhaal, dat in het oog van de wereld tot z’n ontknoping komt. Die openbaarheid roept ook vragen op: zijn al die Point Of View-beelden van willekeurige politieagenten bijvoorbeeld werkelijk bedoeld om met de wereld te delen? In hoeverre worden verdachten – en mensen uit hun directe omgeving – zo al veroordeeld in ‘the court of public opinion’? Zeker is dat bij een geruchtmakende zaak zoals de verdwijning van Gabby Petito, die ongegeneerd appelleert aan de voyeur in ons, de privacy van de direct betrokkenen er al snel niet meer toe lijkt te doen. Alles wordt geofferd voor het zoeken naar het slachtoffer en de jacht op de dader.

Meiden Van De Keileweg. 25 Jaar Later

Lieke / c: Ivar Schutte / Powned

Met zijn camera bivakkeert hij voortdurend in de schemerzone van het bestaan. Als Roy Dames niet is te vinden in Willems Kantine, rondhangt met zijn Foute Vrienden of de strijd aangaat met randfiguren zoals Emile RatelbandFrank Masmeijer of Rob Scholte, dan filmt hij wel met de vrouwen die ooit hun brood verdienden op de inmiddels gesloten tippelzone in Rotterdam.

Dat resulteerde in 2000 in de rauwe docuserie Meiden Van De Keileweg, met een ongefilterde kijk in de levens van verslaafde vrouwen die hun lichaam verkochten ‘voor een snuif, een base of een shot’. Een kwart eeuw later pakt Dames de draad weer op in Meiden Van De Keileweg. 25 Jaar Later (144 min.), om te kijken hoe ‘t nu met de vrouwen gaat, hoe zij destijds in de straatprostitutie zijn beland en hoe het dagelijks leven daar – in dat hellehol van junks, pooiers en hoerenlopers – nu eigenlijk was.

Lieke zorgde in de oorspronkelijke serie voor enkele onvergetelijke scènes (die sommige mensen nochtans graag zouden vergeten) en is opnieuw van de partij. Ze lijkt clean en woont in een gewoon rijtjeshuis, ergens in Oost-Brabant. Tegelijkertijd heeft ze heel wat te stellen met haar veel jongere vriend Mike. Terwijl Lieke Dames een inkijkje in haar ziel en verleden geeft, vechten de twee vechten als kat en hond. Roy Dames filmt dan gewoon door, ook als de ruzies volledig ontsporen, niet alleen fysiek.

Het leven van Sonja lijkt inmiddels in rustiger vaarwater te zijn gekomen. De vrouw die 25 jaar geleden oogde als een menselijk wrak – graatmager, verwilderde blik in de ogen en nauwelijks een tand in haar mond – zit er tegenwoordig netjes bij, in een opgeruimde woning. Als BDSM-meesteres lijkt ze bovendien verzekerd van een stabiel inkomen. Toch kijkt Sonja met een zekere romantiek terug op de Keileweg, waar ’t volgens haar, op z’n heel eigen manier, ook wel gezellig was. De vrouwen probeerden er te zijn voor elkaar.

Huismoeder Wendy, ook allang afgekickt, heeft soortgelijke gevoelens. De onderlinge kameraadschap op de Keileweg was volgens de immigrante uit de Dominicaanse Republiek, die overigens niet in de oorspronkelijke reeks zat, werkelijk onbetaalbaar. Op de tippelzone voelde ze zich thuis. En dat is minder vreemd dan ‘t lijkt. Als Wendy uitweidt over haar jeugd, waarin geweld en misbruik bijna vanzelfsprekend waren, is het bijna de vraag waar ze anders terecht had moeten komen dan op een soort Keileweg.

Christel tenslotte leeft in geleende tijd. Ze is ernstig ziek. En de man die haar uit het wereldje haalde, een voormalige klant, is inmiddels ook al enkele jaren dood. Door zijn overlijden moest ze tevens hun huis verlaten. Daar heeft ze nog altijd geen vrede mee. In de rug gedekt door een draaiende camera gaat Christel verhaal halen bij zijn familie. En Roy Dames sluit ook aan als ze zich alsnog probeert te verzoenen met haar vader. Die wil daar niets van weten. Hij heeft al lang en breed afscheid genomen van zijn dochter.

Zo bevat deze vierdelige update met de vrouwen van de Keileweg opnieuw een aaneenschakeling van schrijnende verhalen. Over een traumatisch verleden, vervat in nog altijd schokkende beelden, dat vaak al lang vóór die tippelzone begon en waaraan nauwelijks valt te ontsnappen. En een heden dat niet altijd héél veel beter is dan die periode op straat. De aanwezigheid van een camera – van Dames en/of zijn rechterhand Sven Jacobs – helpt ook niet: conflicten lijken eerder en heftiger te escaleren. 

Daarmee krijgt ook deze wat fragmentarische miniserie soms een ranzige realityfeel en een trieste ondertoon – hoewel de meiden er, ondanks alle beschadigingen die ze hebben opgelopen, wel degelijk het beste van proberen te maken.

Under The Surface

Storyhouse

Onder water voelt Anne Verelst zich volledig veilig. In de wereld boven het water staat de Vlaamse dertiger alleen permanent in de overlevingsstand, toont haar neef Guido in de delicate documentaire Under The Surface (77 min.). Ze heeft beperkt zicht en kan zich soms ook maar ternauwernood staande houden in het gewone sociale verkeer.

Anne had een lastige start. Ze werd op 13 april 1989 geboren na slechts zes en een halve maand zwangerschap. Zij woog 800 gram en mocht pas na drie maanden de kraamafdeling verlaten. Al snel merkte haar moeder Marianne dat Anne anders was. Ze zat volgens haar ‘onder d’r eigen stolpke’. Autisme, luidde de officiële diagnose.

Achter die lastige start ging weer een ander pijnlijk verhaal schuil: over Anne’s oma, die na enkele miskramen het medicijn Distilbène kreeg voorgeschreven. Zodat ze gezonde kinderen zou krijgen. Aan de mogelijke bijwerkingen daarvan besteedde destijds niemand aandacht. Haar dochter Marianne, Anne’s moeder, werd zo een DES-dochter.

Pas later werd duidelijk wat de gevolgen van dit kunstmatige vrouwelijke hormoon, dat wereldwijd zo’n tien miljoen slachtoffers zou hebben gemaakt, konden zijn. Belgische DES-vrouwen vragen nog altijd om erkenning. Hun strijd blijft enigszins een Fremdkörper in deze film, die toch vooral een portret van een moeder en dochter wordt.

In ‘mermaiden’, een soort combinatie van freediven en cosplay, heeft Anne zichzelf gevonden. Zij kan ruim drie minuten, op eigen adem, onder water verblijven. ‘De Ariel van de Kempen’, kopte de Gazet van Antwerpen al eens. En met haar oogverblindende staart oogt Anne inderdaad als een zeemeermin uit een sprookjesachtige wereld.

Met prachtige onderwateropnamen maakt haar neef Guido het goddelijke gevoel dat zich dan meester van haar maakt zichtbaar. In het water voelt Anne zich duidelijk volledig veilig en geborgen – net als in de baarmoeder, ben je onwillekeurig geneigd om te denken. Of, zoals ze ‘t zelf uitdrukt: ‘Het water accepteert mij zoals ik ben.’

Guido Verelst vangt zijn nicht daarnaast, ook via vlogs die zij zelf maakt, op haar meest kwetsbare momenten. Als alles haar even te veel wordt. Tegelijkertijd laat hij haar op haar meest ontspannen zien: als ze samen met vader Jef in de auto luidkeels meezingt met Queens Bohemian Rhapsody of op de tandem zit met haar vriend Johnny.

Want in de drie jaar dat Anne Verelst is gefilmd voor dit portret is ook de liefde in haar leven gekomen. Het lijkt voor een voorzichtige ontspanning te zorgen in haar bestaan, niet in het minst bij Annes zorgelijke moeder. Die worstelt met de vragen die elke ouder met een kwetsbaar kind zich stelt: hoe moet ’t straks verder, als ik er niet meer ben?

Afgaande op Under The Surface, een fraaie en sensibele film over een jonge vrouw die haar weg zoekt en uiteindelijk ook wel lijkt te vinden, kan Marianne Annes toekomst met enig vertrouwen tegemoet zien. Want Johnny lijkt toch wel verdacht veel op, inderdaad, prins Erik. En samen leefden zij… – al is het leven natuurlijk geen sprookje.

Merckx

Gusto Entertainment

‘Op de fiets was hij net als zijn vader Jules: serieus, koppig en vasthoudend’, vertelt wielerjournalist Rodrigo Beenkens in deze archieffilm over de grootste wielrenner aller tijden. ‘Maar eenmaal van de fiets af was hij net als zijn moeder Jenny: emotioneel, melancholiek en vrijgevig. De ambivalentie van Eddy Merckx.’

In de documentaire Merckx (83 min.) richten Christophe Hermans en Boris Tilquin zich op de hoogtijdagen van de Belgische wielrenner die, bijvoorbeeld, vijf keer de Tour de France won, eveneens vijfmaal zegevierde in de Ronde van Italië, de Vuelta één keer won en nog eens drie keer wereldkampioen werd. Tussendoor schreef hij ook nog zo ongeveer alle wielerklassiekers op zijn naam. Nee, voor andere wielrenners was er van pakweg 1967 tot 1975 doorgaans héél weinig aan.

Eddy Merckx was een echte vechter die nooit van opgeven wilde weten, stelt zijn Nederlandse coureur Joop Zoetemelk, die mede door de verrichtingen van zijn Belgische rivaal de bijnaam ‘de eeuwige tweede’ verwierf. Verder komen in deze documentaire ook Merckx’s zus Micheline en broer Michel, zijn biograaf Johny Vansevenant, soigneur Guillaume Michiels en zijn concurrenten Jan Janssen, Felice Gimondi, Lucien van Impe, Cyrille Guimard en Bernard Thévenet aan het woord.

Zij blijven buiten beeld. En ook in het fraaie archiefmateriaal is vooral Eddy Merckx zelf te zien: demarrerend, terughalend, klimmend, tijdrijdend en sprintend. Winnend, dat vooral. Een tijd was hij de wielervariant op Duitsland in de boutade ‘voetbal is een eenvoudig spelletje, waarbij 22 mannen negentig minuten achter een bal aanrennen en op het einde Duitsland altijd wint’. Iedere coureur reed zich het snot voor ogen en moest daarna aanzien hoe hij toch weer als eerste de meet passeerde.

De Merckx van na de finish, toen hij zijn fiets definitief in het vet had gezet, bestaat in deze film niet. En zijn jeugd, met een moeder die in eerste instantie weinig fiducie had in de wielercarrière van haar kind en een vader die hardhandig ingreep als het joch weer eens nauwelijks te hanteren was, wordt in tamelijk ruwe pennenstreken afgedaan. Heden ten dage zou Eddy waarschijnlijk met ADHD worden gediagnosticeerd, toentertijd probeerden ze hem gewoon in het gareel te houden.

Hoe hij daar zelf naar kijkt, daarnaar blijft ’t overigens gissen in deze film. De man zelf – en ook zijn echtgenote Claudine, eerder wel prominent aanwezig in Joël Santoni’s Eddy Merckx: La Course En Tête uit 1973 – komen alleen aan bod in archiefinterviews en -reportages. Eddy mag eeuwig jong blijven, de man die Vlamingen en Walen voor de verandering eens trots maakte dat ze Belg waren – al werden wielerfans van buiten de landsgrenzen allengs strontziek van Merckx’s dominantie.

De bijnaam ‘De Kannibaal’ geldt als een weerslag van die weerzin. Merckx was er zelf naar verluidt niet blij mee. Bij de Tour de France van 1975 zou hij de eerste renner in de geschiedenis gaan worden die de ronde zes keer had gewonnen. Een chauvinistische Franse fan kon dat echter niet verkroppen en bracht de Belgische favoriet een slag toe. Merckx reed zich daarna volgens eigen zeggen helemaal kapot. Hij heeft na deze tour ook nauwelijks nog een overwinning van betekenis geboekt. 

Een geboren winnaar was een gewezen winnaar geworden – en Eddy, die enigszins verlegen Belgische jongen, niet langer Merckx, de beste wielrenner van zijn (en wellicht elke) tijd.

The Body Next Door

Videoland

Vooralsnog is het een whoisit, stelt rechercheur Gareth Morgan. In plaats van een whodunnit, waarin de nadruk ligt op het achterhalen van de dader van een misdrijf. Eerst moet de Welshe politie ontdekken wie het slachtoffer is: de man van middelbare leeftijd die zorgvuldig in plastic is gewikkeld en op 24 november 2015 wordt gevonden bij een appartementencomplex in het dorpje Beddau in Zuid-Wales. Pas daarna kan de vraag worden beantwoord wie hem heeft vermoord en vervolgens als een mummie heeft achtergelaten.

Buurvrouw Leigh Sabine zou het antwoord vermoedelijk wel hebben kunnen geven. Zij is alleen een maand voordat The Body Next Door (138 min.) wordt gevonden zelf overleden. De excentrieke dame op leeftijd spreekt tot de verbeelding van de dorpsbewoners, die in deze intrigerende driedelige true crime-serie van Gareth Johnson hun licht laten schijnen over de raadselachtige zaak. Was Leigh nu verpleegster, zangeres of hondenfokster geweest? En waar kwam zij eigenlijk vandaan? Uit Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika of toch gewoon – niet eens zo ver van Wales – uit Reading?

Kortom: whowasshe? Zou het antwoord op die vraag kunnen bijdragen aan een oplossing van het mysterie rond het lijk dat is aangetroffen bij haar appartement aan Trem-Y-Cwn 57 in het voormalige Welshe mijnwerkersdorp? En hoe zit ‘t met die vijf kinderen waarover Leigh Sabine net voor haar dood ineens terloops had gesproken? Bestaan die werkelijk? Of zijn zij een product van de ongebreidelde fantasie van de oudere vrouw, die altijd rookgordijnen rond zich optrok? De ene vraag is nog niet beantwoord in deze puike productie of de volgende dient zich alweer aan.

Whydunnit bijvoorbeeld. Waarom is die onbekende man door wie gedood? Gaandeweg openbaart zich aan de hand van zulke vragen een opzienbarende geschiedenis, die door Gareth Johnson bovendien fraai is vormgegeven en zeer ingenieus wordt uitgepakt. Als een delicaat geoffreerd cadeautje, dat stukje bij beetje z’n geheimen prijsgeeft – en dat dan vaak nét iets anders uitvalt dan de oplettende kijker zelf al had zitten te bedenken. Niet onbelangrijk daarbij: ook terug redenerend blijft het verhaal rond dat vacuüm verpakte lichaam kloppen. En de daarin opgevoerde personages krijgen intussen alsmaar meer diepte.

Trefzeker stevent The Body Next Door zo af op een even ontluisterende als bevredigende ontknoping. Als er nog één laatste vraag wordt beantwoord: whendunnit?