Viva Varda!

AVROTROS

Aan het eind van een lang en vruchtbaar leven kwam dan eindelijk de algehele erkenning. De Franse filmmaakster Agnès Varda (1928-2019), die zichzelf zonder (valse) bescheidenheid ‘de grootmoeder van de nouvelle vague’ was gaan noemen, werd bedolven onder oeuvreprijzen: een Palme d’Honneur in 2015 en een ere-Oscar in 2017. Ze oogde toen inmiddels als een uitvergrote versie van zichzelf: een excentrieke oma, met twee kleuren klaar en de goesting om zich eens ongegeneerd te laten fêteren.

Viva Varda! (tv-versie: 53 min.) is een viering van de vrouw en de kunstenaar. ‘Een radicale pionier in het maken van beelden in deze tijd’, aldus collega Atom Egoyan. En een onafhankelijk, origineel, veeleisend, rebels en geestig mens, volgens de andere sprekers in deze vlotte docu van Pierre-Henri Gibert, zoals haar dochter Rosalie, zoon Mathieu, assistenten Didier Rouget en Jacques Royer, actrice Sandrine Bonnaire en de regisseurs Audrey Diwan, Marjolaine Grandjean en Patricia Mazuy.

Ze werd geboren in een welgesteld gezin als Arlette Varda, het kind van de directeur van een staalfabriek, De Antwerpse Titaan. Ze had weinig op met haar vader, maar hield uiteindelijk wel een flinke erfenis aan hem over. Daarmee financierde zij, nadat ze haar naam had veranderd in Agnès, haar eerste film La Pointe Courte (1955). Die wordt beschouwd als een voorloper van de nouvelle vague, de Franse filmstroming die cineasten als Claude Chabrol, Jean-Luc Godard en Francois Truffaut voortbracht.

Varda zou uiteindelijk te eigenzinnig blijken voor willekeurig welke kwalificatie. Steeds vond ze zichzelf opnieuw uit in films waarmee ze handig tussen fictie en non-fictie door slalomde – of de beide genres verbond in een hybride-form. ‘In mijn films verzet ik me een beetje tegen het systeem’, zei ze daar zelf over. ‘Ik zit niet in een bus of limousine. Ik ben te voet in de cinema. Misschien omdat het mijn eigen keus is en ik niet meedoe met het sterrensysteem en het spel niet wil meespelen.’

Agnès Varda brak door met een film over een zangeres die wacht op de uitslag van een kankeronderzoek (Cléo de 5 à 7), maakte in de Verenigde Staten films over hippies en Black Panthers, filmde de winkeliers in haar eigen Parijse straat in Daguerréotypes (1975), vroeg het uiterste van actrice Jane Birkin in Jane B. Par Agnès V. (1988) en ontdekte de intimiteit van een kleine digitale camera in het veel gelauwerde Les Glaneurs Et La Glaneuse (2000).

Intussen onderhield ze een moeizame relatie met de filmwereld (‘een familie waarin iedereen elkaar haat’). Agnès Varda hield er daarnaast ook een kleurrijk leven op na, getuige dit vermakelijke, voor haar doen alleen wel tamelijk conventionele portret. Met een grote liefde, regisseur Jacques Demy, die in alles een tegenpool bleek. Het leidde tot een zoon, echtscheiding en verzoening. Jacques was toen al ernstig ziek. Zijn vrouw probeerde hem te vereeuwigen door een film over hem te maken: Jacquot De Nantes (1991).

‘Zolang we filmen, leeft Jacques nog’, zou ze daarover hebben gezegd. En datzelfde uitgangspunt leek ze later ook op zichzelf toe te passen. Tot het allerlaatst bleef de lekker dwarse Française actief. Met het kostelijke Visages Villages ((2017), gemaakt met haar ruim een halve eeuw jongere zielsverwant JR, sleepte ze zelfs nog een Oscar-nominatie in de wacht. En toen het einde zich daadwerkelijk aandiende, hield Agnès Varda – hoe kan het ook anders? – zelf de regie.

No Estás Sola: La Lucha Contra La Manada

Netflix

‘Wij zeiden: je kunt er geen vijf aan. Zij zei: echt wel. Alle vijf.’
‘Zij koos elk standje.’
‘Ze genoot ervan.’

De vijf vrienden uit Sevilla maakten op 6 juli 2016 ook nog een video van hun avontuur tijdens San Fermín, de jaarlijkse festiviteiten in de Spaanse stad Pamplona die uitmonden in stierenrennen. Zodat ze er later nog eens van konden genieten, vertellen ze in de rechtbank. Het was alsof ze in hun eigen pornofilm speelden. De vijf zijn zich van geen kwaad bewust. Er was zeker geen sprake geweest van verkrachting – al hadden ze van tevoren in hun eigen appgroep, genaamd De Wolvenroedel, nog wel even gespeculeerd over het meenemen van chloroform en touw. ‘Als we allemaal willen verkrachten.’

Hun geanonimiseerde slachtoffer “Lucia” komt in No Estás Sola: La Lucha Contra La Manada (Engelse titel: You Are Not Alone: Fighting The Wolfpack, 102 min.) aan het woord via getuigenissen, die zijn gebaseerd op haar officiële verklaringen en ingesproken door een actrice. Haar verhaal wordt door de filmmakers Almuneda Carracedo en Robert Bahar (El Silencio De Otros) aangevuld met interviews met direct betrokkenen: politieagenten, de aanklager, advocaten en hulpverleners. ‘Hoe vertel ik dit aan mijn moeder?’ zou ze direct na de traumatische gebeurtenis tegen een agente hebben gezegd.

Het onderzoek naar wat er is gebeurd leidt naar een soortgelijk voorval, enkele maanden eerder, waarbij een eveneens geanonimiseerde vrouw, “Paloma”, bij de kermis van Córdoba zou zijn misbruikt door dezelfde vriendengroep, waarvan er één overigens, treffend detail, een Carpe Diem-tatoeage nabij de schaamstreek heeft. Inderdaad: pluk de dag. En de zaak rond de Wolvenbende doet eveneens denken aan de geruchtmakende moord op Nagore Laffage, acht jaar eerder, een knappe verpleegkundige die werd vermoord door de man op wiens avances ze niet wilde ingaan.

Deze stevige docu reconstrueert de rechtsgang tegen de vriendengroep uit Sevilla. De vonnissen die daaruit voortvloeien zorgen voor een storm van verontwaardiging en massale protesten in heel Spanje. Is dit niet gewoon ‘victim blaming’? vraagt menigeen zich af. ‘Zus, wij geloven jou’, houden Spaanse vrouwen “Lucia” intussen voor. Zo zetten ze Spanje’s eigen variant op #metoo in gang. Getuige de weerzinwekkende moraal van het vriendenclubje, ook wel La Manada (de kudde) genoemd, en andere Spanjaarden die hun gedrag rechtvaardigden is dat ook hard nodig.

Zij menen blijkbaar dat je je als man tijdens San Fermín zelf ook als een dolle stier mag gedragen. ‘Één chick met zijn vijven neuken’, zei de Wolvenbende direct na afloop nog tegen elkaar, in die vermaledijde appgroep. ‘Wat een geweldige reis!’

Pact Met De Duivel: In De Wurggreep Van Het Passageproces

Prime Video

Gaan we een deal sluiten met een moordenaar? vragen Officier van Justitie Sander de Haas en zijn collega zich af na een geheim gesprek met Peter la Serpe? Die heeft zojuist uit de eerste hand verklaard over de liquidatie van vastgoedman Kees Houtman in 2005. Durven ze het aan om deze rasopportunist, die al zijn hele leven vuistdiep in het criminele milieu zit, in te zetten als kroongetuige? De Haas twijfelt. Als niet veel later een moord wordt gepleegd, die al min of meer is aangekondigd door La Serpe, komt de zaak alsnog in een stroomversnelling. Tegelijkertijd realiseren de medewerkers van het Ministerie van Justitie zich terdege dat ze een risico nemen. De onderwereld oordeelt vaak heel eenvoudig over lieden die uit de school klappen: zwijgen is zilver, spreken is lood.

De deal leidt tot een rechtszaak tegen enkele criminele kopstukken, die worden beschouwd als de sleutelfiguren van de liquidatiegolf in de Amsterdamse onderwereld. In de zesdelige docuserie Pact Met De Duivel: In De Wurggreep Van Het Passageproces (283 min.) reconstrueren Erica Reijmerink en Peet Gelderblom met kenners van/uit het criminele milieu, rechercheleden, strafrechtadvocaten, officieren van justitie, rechters, hoogleraren strafrecht en misdaadjournalisten het geruchtmakende proces. Zij zijn stuk voor stuk aan de tand gevoeld in een soort verhoorkamer. Hun verklaringen worden omkleed met nieuws- en achtergrondreportages uit de tijd van de liquidaties (1993-2006) en rechtsgang (2007-2017) – al blijft het geheel tamelijk praterig.

Reijmerink en Gelderblom onderbreken hun vertelling zo nu en dan voor een miniprofiel van hoofdrolspelers zoals Dino Soerel en Willem Holleeder (die zelf overigens niet terecht staat tijdens het Passageproces), vragen rechtbanktekenaar Adrien Stanziani om alle sleutelfiguren te portretteren en geven forensisch rechercheur Carina van Leeuwen haar eigen Opsporing Verzocht-momentjes, waarin ze met behulp van maquettes enkele schokkende moorden doorneemt. Zo ontstaat een zeer complete en afgewogen impressie van een rechtszaak, die heel Nederland in z’n greep heeft gehouden. Waarbij verschillende lezingen van wat er is gebeurd naast of tegenover elkaar staan en soms ook nog altijd frontaal met elkaar botsen, met name tussen het Openbaar Ministerie en enkele prominente advocaten.

Dino Soerel ontbreekt in de zeer complete bronnenlijst. Hij heeft van Justitie geen toestemming gekregen om te participeren in de serie. Terwijl het Passageproces – zeker nadat medeverdachte en ‘moordmakelaar’ Fred Ros een deal heeft gesloten als tweede kroongetuige (!) – zich gaandeweg steeds nadrukkelijker op hem begint te richten. Soerels volwassen dochter Rachel treedt in Pact Met De Duivel op als zijn plaatsvervanger. Erg moeilijk wordt het haar niet gemaakt. Ze krijgt de gelegenheid om (weer) een mens van vlees en bloed van hem te maken: een opa bijvoorbeeld die elke Kerst een aardige boodschap stuurt aan zijn kleinkinderen. In elk geval niet de man die naar voren komt uit het Passageproces-dossier, waarin een mensenleven vaak nog geen stuiver waard lijkt.

In een tamelijk lang uitgevallen epiloog zet de miniserie deze grimmige fase in de Nederlandse criminele geschiedenis tot slot nog in hedendaags perspectief. Want de generatie ‘Holleeder’ mag dan een serieus gevaar voor de samenleving hebben gevormd, de volgende lichting criminele kopstukken, kortgezegd de generatie ‘Taghi’, lijkt bereid om nóg verder te gaan, getuige de moorden op de broer van kroongetuige Nabil B., diens advocaat Derk Wiersum en misdaadjournalist Peter R. de Vries. En de opvolger van het Passageproces, het zogenaamde Marengo-proces, is al even tumultueus verlopen. Ridouan Taghi en twee medeverdachten hebben levenslang opgelegd gekregen, kroongetuige Nabil B. toch ook nog tien jaar.

God Save Texas

HBO Max

Zestien jaar en 265 executies later keert de Amerikaanse filmmaker Richard Linklater (Boyhood en de trilogie Before Sunrise/Sunset/Midnight) terug naar zijn geboortegrond, waar hij in 2003 het protest tegen de executie van Delma Banks Jr. bij de gevangenis van Huntsville bijwoonde. Er zijn tegenwoordig maar liefst zeven gevangenissen in dit deel van Texas. Gedetineerden zijn de drijvende kracht achter de plaatselijke economie geworden. In Hometown Prison (87 min.), onderzoekt Linklater de impact van het gevangenissysteem en de doodstraf op Texas, dat inmiddels meer dan honderd penitentiaire inrichtingen telt.

Het eerste deel van het drieluik God Save Texas, dat is geïnspireerd op het gelijknamige boek van Lawrence Wright (die overigens in elke aflevering als klankbord voor de filmmaker van dienst fungeert), verbindt de speelfilms die Linklater heeft gemaakt, zijn eigen levensverhaal en gesprekken met de mensen die hij in zijn Texaanse jaren heeft leren kennen. Stuk voor stuk hebben ze te maken gekregen met het justitiële systeem in de Lone Star State: als gedetineerde, bewaarder, advocaat of lid van het executieteam. Het levert een genuanceerde film op – de blikvanger van de drie – waarmee de bekende regisseur uiteindelijk toch duidelijk stelling neemt tegen de gevangenisindustrie in Texas.

Linklaters collega Alex Stapleton probeert in deel 2, The Price Of Oil (55 min.), het zwarte verhaal van Zwart Texas te vertellen – en de rol van de olie-industrie daarin. Ook zij gebruikt daarvoor haar eigen achtergrond en familie. In dat kader keert ze terug naar de periode van de slavernij. Ook toen die officieel werd afgeschaft, bleef de positie van Afro-Amerikanen in Texas penibel. Zo werden zij, in het midden van de twintigste eeuw, door de racistische Jim Crow-wetten bijvoorbeeld nog altijd buiten reguliere woonprojecten voor Amerikanen met een middeninkomen gehouden. Pas toen in 1948 initiatieven zoals Pleasantville ontstonden, leken de kansen voor zwarte Amerikanen te keren.

Juist deze wijken zouden echter met vervuiling door de fossiele industrie te maken krijgen. In haar eigen familie zijn er mensen ernstig ziek geworden, constateert de filmmaakster. Socioloog Robert Bullard van de Texas Southern University noemt het een typisch geval van ‘environmental racism’ door Big Oil. En dat staat volgens Stapleton dan weer niet op zichzelf. ‘Heb je je ooit afgevraagd waarom je nog nooit een zwarte JR Ewing hebt gezien?’ stelt ze, met een verwijzing naar de schurk uit de populaire tv-serie Dallas, in deze degelijke docu een retorische vraag, waarop het antwoord voor de hand ligt. ‘Dat komt omdat alle grote Amerikaanse oliebedrijven een witte CEO hebben.’

In La Frontera (54 min.), het afsluitende deel van deze Texas-trilogie, belicht Iliana Sosa de problematiek in haar geboorteplek El Paso, waar de grens van oudsher een enorme aantrekkingskracht heeft op immigranten uit Midden-Amerika. Sosa’s ouders zijn ook ooit vanuit Mexico overgekomen en hebben daar twee kinderen op de wereld gezet, die zich eerder Amerikaans dan Mexicaans voelen. Prikkeldraad en een heuse muur moeten tegenwoordig voorkomen dat ‘gelukszoekers’ zoals haar ouders de Verenigde Staten bereiken. Het is de weerslag van een tamelijk vijandige houding tegenover immigranten, die in 2019 ook z’n weerslag heeft gekregen in een ‘mass shooting’, waarbij een witte racist ruim twintig mensen doodde in een Walmart in El Paso.

Gezamenlijk schetsen deze drie televisiedocu’s, vanuit het persoonlijke perspectief van drie plaatselijke en toch gerenommeerde filmmakers, een aardig portret van het moderne Texas, dat zich maar moeilijk los kan maken van zijn beladen historie en ook in het heden nog z’n pregnante issues heeft.

Stranded

Zeitgeist Films

Over sommige onderwerpen raken we nooit uitgesproken – of gefilmd. De Vliegramp in de Andes bijvoorbeeld, nu ruim een halve eeuw geleden. Een vliegtuig met aan boord een Uruguayaans rugbyteam en aanhang, op weg naar een toernooi in Chili, crasht in oktober 1972 op een bergtop. Het toestel wordt uiteengereten, diverse bemanningsleden en passagiers zijn op slag dood en de overlevenden moeten zich te midden van de bergen, sneeuw en ijzige kou zien te redden. Een deel van hen overleeft uiteindelijk maar liefst 72 dagen, onder meer door hun gestorven medepassagiers (deels) op te eten.

Dit ongelooflijke, afschuwwekkende en toch hoopvolle verhaal heeft inmiddels twee ijzersterke speelfilms opgeleverd: Alive (1993) en, ruim dertig jaar later, de Spaanse Oscar-kandidaat La Sociedad De La Nieve (2024). En behalve talloze tv-docu’s heeft de Andesvliegramp ook al geresulteerd in een gezaghebbende documentaire: Stranded (112 min.) uit 2007. Regisseur Gonzalo Arijon groeide op met enkele inzittenden van vlucht 571 van 13 oktober 1972 en wist alle overlevenden van de ramp en enkele familieleden zover te krijgen dat ze wilden meewerken aan zijn film. Samen keerden ze, soms vergezeld door hun inmiddels volwassen kinderen, terug naar de plek des onheils.

De stap om mensenvlees te gaan eten – waarbij de kwalificatie ‘kannibalisme’ toch echt misplaatst lijkt – krijgt daarbij vanzelfsprekend de nodige aandacht. ‘Als je de stap eenmaal hebt gezet en zogezegd aan de overkant bent beland, zie je dat er niets vreemds gebeurt’, vertelt Roberto Canessa, die als arts in opleiding een bijzondere verantwoordelijkheid voelde. ‘Natuurlijk, het was bizar, maar dit was een probleem dat we tenminste zelf konden oplossen.’ Contact met de buitenwereld was een andere zaak. Terwijl hun familie steeds hoop bleef koesteren, hadden de plaatselijke autoriteiten hen eigenlijk al opgegeven. Gewoon wachten op een reddingsactie zou hen dus fataal zijn geworden.

De zestien overlevenden waren volledig op zichzelf en elkaar aangewezen. Daar – in menselijkheid, solidariteit, moed en verbondenheid – zit de kern van hun ontzagwekkende verhaal en deze al even imposante film, die met de getuigenissen van de direct betrokkenen, gereconstrueerde scènes een bezoek aan die ijzige en verlaten gletsjer in de Andes hun ervaring op de grens van leven en dood in het midden van helemaal nergens heel behoorlijk weet te benaderen. Stranded komt tot een climax tijdens een emotioneel weerzien bij de Vallei van de Tranen, waar een gedenkplaats is ingericht voor de 29 slachtoffers van de vliegramp, die er met hun lijf voor zorgden dat de anderen konden leven.

‘Onze ouders leven verder in jullie’, zegt een zoon geëmotioneerd tegen de Andes-veteranen, terwijl ze met zijn allen gearmd in een kring gaan staan.

The Border Crossed Us

Amstel Film

Als we drugs aantreffen kunnen we de waar innemen en vernietigen, legt de bedachtzame hoofdcommissaris Ramon Gonzalez van de grenspolitie van het Texaanse grensstadje La Joya uit. Bij mensensmokkel is dat veel gecompliceerder. ‘Deze mensen worden steeds teruggestuurd en elke keer opnieuw betalen ze weer voor de overtocht.’ Totdat ‘t lukt. Dan verdwijnen ze zogezegd pas van de markt. Het is een weinig hoopgevende constatering en ook bepaald geen stimulerende gedachte voor politiemensen, die permanent met illegalen en smokkelaars worden geconfronteerd.

Dagelijks proberen zo’n achtduizend illegale migranten de Rio Grande-rivier, de grens tussen de Verenigde Staten en Mexico, over te steken. Die rivier behoorde vroeger tot Mexicaans grondgebied, maar fungeert tegenwoordig als toegangspoort naar het land van de onbegrensde mogelijkheden. Ofwel: The Border Crossed Us (72 min.), de nieuwe film van de Nederlands-Puerto Ricaanse documentairemaakster Loretta van der Horst. Zij debuteerde in 2019 met Behind The Blood, een grimmige film over de Hondurese stad San Pedro Sula die gevangen zit in een bloedige drugsoorlog.

Deze documentaire, een portret van enkele agenten van La Joya, is minder heftig en meer bespiegelend van toon. Van der Horst volgt haar hoofdpersonen tijdens patrouilles, verhoren van een verdachte of een inval. Tussendoor laat ze hen uitgebreid aan het woord over een gevecht dat misschien niet is te winnen – maar ook niet níet mag worden gevoerd – en over de impact die dat op henzelf heeft. De één strijkt nog wel eens over zijn hart, een ander houdt zich strikt aan de regels. ‘Als ik mijn werk moet doen’, zegt Manuel Casas bijvoorbeeld ferm, ‘doe ik mijn werk.’

Dat wordt tastbaar tijdens een verhoor dat hij heeft met de, geanonimiseerde, vrouw van een mensensmokkelaar. Zij is druk bezig om een verblijfsvergunning te krijgen, maar kan al haar rechten weer kwijtraken en uitgezet worden als blijkt dat ze betrokken was bij de activiteiten van haar echtgenoot. Casas draait haar kalm de duimschroeven aan, zeker als hij zich toegang verschaft tot haar mobiele telefoon en eens langs al haar berichten, filmpjes en foto’s kan scrollen. ‘Ik weet dat het verkeerd is’, zegt zij uiteindelijk verontschuldigend. Hij reageert koel: ‘Het is méér dan verkeerd.’

Veel smokkelaars komen er, tot grote frustratie van de agenten die hen hebben ingerekend, met een voorwaardelijke straf vanaf. Binnen de kortste keren hervatten ze doorgaans hun activiteiten – en anders zorgt het kartel wel voor vervangers. Zo zitten ze in deze stemmige film, die ’t meer van introspectie en sfeer dan van spanning en sensatie moet hebben, aan beide zijden van de wet en van de grens vast in een somber stemmende situatie, waarin nauwelijks beweging is te krijgen en de rollen, afhankelijk van waar je geboren bent, bovendien tamelijk willekeurig lijken te zijn verdeeld.

L’Affaire Bettencourt: Scandal Chez La Femme La Plus Riche Du Monde

Netflix

Tussen 1997 en 2007 schenkt ‘de rijkste vrouw van de wereld’ Liliane Bettencourt, erfgename en hoofdaandeelhouder van de cosmeticagigant L’Oréal, 917 miljoen euro aan François-Marie Banier, met wie ze innig bevriend is geraakt. Geheel indachtig L’Oréals slogan ‘because you’re worth it.’ Als vervolgens Bettencourts echtgenoot André overlijdt, een bekende politicus met wie ze een tamelijk liefdeloos huwelijk lijkt te hebben gehad, wil de Franse fotograaf dat ze hem ook nog officieel tot erfgenaam maakt. Dat is tegen het zere been van het enige kind van het echtpaar, Françoise Bettencourt-Meyers. Zij komt lijnrecht tegenover haar moeder te staan.

L’Affaire Bettencourt: Scandal Chez La Femme La Plus Riche Du Monde (Engelse titel: The Billionaire, The Butler And The Boyfriend, 149 min.)  is geboren en opent – zoals de driedelige docuserie zelf ronkt – ‘de geheime wereld van de superrijken’. Dat gebeurt alleen op een totaal andere manier dan dochter Françoise, die 21 uur geheime opnamen van haar moeder laat uitlekken, had gedacht. Dit geluidsmateriaal, door een butler gemaakt met een verborgen dictafoon, brengt vooral de pogingen tot belastingontduiking van de Bettencourts, hun verwevenheid met de politieke elite (waaronder de Franse president Nicolas Sarkozy) en het geld dat ze daarnaartoe schuiven onder de aandacht.

De opnamen van dat gebedel om geld en invloed – verrijkt met abstracte, van bovenaf gefilmde scènes met acteurs – vormen het hart van deze miniserie van Baptiste Etchegaray en Maxime Bonnet, waarin ook enkele direct betrokkenen bij de geruchtmakende affaire en volgers van de kwestie tekst en uitleg geven. Gaandeweg komt ook de vraag op tafel of de inmiddels hoogbejaarde Liliane Bettencourt eigenlijk nog wel in staat is om haar eigen geld te beheren en bij de mensen om haar heen het kaf van het koren kan scheiden. Want wie stelt zich daadwerkelijk dienstbaar op voor de rijke dame, goed voor zo’n dertig miljard euro? En wie is alleen uit op een deel van haar fortuin?

L’Affaire Bettencourt brengt dat proces treffend in beeld: hoe de roofdieren zich verzamelen rond een prooi als ze bloed hebben geroken. Because they’re worth it. Aan het rest nog slechts één vraag: komt François-Marie Banier, die de zaak onbedoeld aan het rollen heeft gebracht, werkelijk met de schrik vrij?

La Memoria Infinita

Periscoop Film

‘Laten we het samen doen’, zegt Augusto lachend tegen zijn vrouw, tijdens een lunch in een restaurant. ‘Want als ik ‘t alleen ga proberen met mijn Alzheimer, maak ik er een rotzooi van. Ik herinner me helemaal niets meer en zet mezelf voor schut.’ Pauli kijkt hem liefdevol aan. ‘We zijn drie jaar geleden getrouwd, maar het mooie is dat we elkaar al 23 jaar kennen. Dus we zijn pas getrouwd toen we elkaar al twintig jaar kenden.’

Ontspannen proberen ze vervolgens samen hun allereerste date te reconstrueren. Gaandeweg ontwaakt daarbij Augusto’s geheugen en kan hij meteen verwoorden wat zij voor hem betekent. Pauli krijgt zo wat ze wil. Zij is in deze hartverwarmende film van regisseur Maite Alberdi voortdurend in de weer om Augusto’s brein, verleden en hun late liefde levend te houden.

En dat gebeurt in La Memoria Infinita (Engelse titel: The Eternal Memory, 85 min.) in een ontspannen setting die doet denken aan Alberdi’s eerdere films The Grown-Ups (2016) en The Mole Agent (2020). Het leven zoals de Chileense filmmaakster ‘t presenteert in haar films is zeker niet vrij van pijn of verdriet, maar behoudt wel te allen tijde een optimistische grondtoon.

In zijn vorige leven, dat koste wat het kost behouden moet blijven, was Augusto Gongóra televisiejournalist. Hij maakte ’t tot zijn persoonlijke missie om de misdaden tegen de menselijkheid van het regime van dictator Augusto Pinochet te documenteren, zodat die in het collectieve geheugen konden worden opgeslagen. Pauli Urrutia was ooit minister van cultuur in Chili en is nog altijd actrice.

Terwijl ze zorgt voor haar man – en dat zeer intiem vastlegt met een camera – speelt Pauli ook nog gewoon in voorstellingen. In een fraaie scène laat Alberdi zien hoe ze met haar gezelschap een groots opgezette dansscène repeteert. Augusto doet gewoon lekker mee. Zo gemakkelijk, idyllisch bijna, laat de dementie zich echter niet vangen. Die krijgt haar echtgenoot steeds meer in z’n greep.

‘Het is belangrijk dat je me niet vergeet’, houdt Pauli hem, op een wanhopig ogenblik later in de film, huilend voor. ‘Want ik ben altijd bij je.’ En met al wie hij nog is probeert haar echtgenoot, die soms nauwelijks meer weet wie die vrouw in zijn huis is, haar te troosten. Hij voert ook hele gesprekken met zijn beste vriend: de oudere heer die hem vanuit de spiegel bekijkt.

Met impressies van zijn werk als journalist en televisiemaker en familievideo’s van hun gezamenlijke verleden roept Maite Alberdi tevens de man op die hij ooit was en het stel dat ze nog steeds proberen te zijn. Dat is pijnlijk, maar werkt ook vertroostend. Hoewel hij tegenwoordig een schim is van de charmante en onverschrokken journalist in beeld, heeft hun liefde ogenschijnlijk weinig aan kracht ingeboet.

Dat is tenminste de boodschap van deze ontroerende, met lekker weemoedige muziek aangeklede film, die zowel qua toon als inhoud aansluit bij persoonlijke dementiefilms zoals Liefsteling, Dick Johnson Is Dead en Wei. Intussen houdt Maite Alberdi de totale ontluistering nadrukkelijk buiten de deur.

La Oscuridad De La Luz Del Mundo

Netflix

Ze moeten de apostel dienen. In alles. En alleen het beste is goed voor Hem, als directe afgezant van God. De leider wil natuurlijk ook hun kostbaarste bezit hebben. Dat neemt hij in ontvangst in de beslotenheid van de slaapkamer. Met een zakdoek vangt zijn eerste secretaresse dan het bloed op, dat vervolgens ook nog aan de apostel moet worden getoond. ‘Dat was mijn eerste keer’, vertelt één van de Jane Does, die de leider van de kerkgemeenschap La Luz Del Mundo (LLDM) nu hebben aangeklaagd wegens seksueel misbruik.

De Mexicaanse pater familias Naasón Joaquin Garcia heeft zich altijd onaantastbaar gewaand. Ook omdat hij hoogstpersoonlijk door God is uitverkoren. Net als, heel toevallig, ook zijn vader Samuel en grootvader Eusebio. Zij regeren LLDM samen al een kleine honderd jaar. Ze worden aanbeden als God zelve, baden vanzelfsprekend in weelde en kunnen ook vrijelijk over hun volgelingen beschikken. Anderen kunnen zich bijvoorbeeld nauwelijks voorstellen wat een machtig gevoel het geeft om mannen en vrouwen die elkaar nog nooit hebben ontmoet met elkaar te laten trouwen. Gewoon omdat zij dat hadden bedacht.

En die meisjes, vol leven, gedienstig, onbezoedeld, ja, die blijven een traktatie! Zij zijn bereid om hun onschuld aan God te geven, via de man die door de Heer is uitverkoren. En daarop richt ook de documentaire La Oscuridad De La Luz Del Mundo (114 min.) zich weer. Niet op zijn verdiensten als gepassioneerde redenaar. Niet op de vijf miljoen aanhangers die zich – tenminste, volgens de officiële cijfers – inmiddels laven aan Het Licht Van De Wereld. En ook niet op de imposante tempel die zij in Guadalajara hebben laten bouwen. Nee, Naasóns ruimhartigheid om zorgvuldig geselecteerde meisjes toe te laten tot zijn intieme leven moet het weer ontgelden.

Is dat verhaal nu nog niet vaak genoeg verteld? Zo’n beetje elke film over een religieuze beweging begint en eindigt met een leider die ervan wordt beschuldigd dat hij zich heeft vergrepen aan de macht, het geld en de vrouwen – en dat iedereen die zich daartegen verzet de mond is gesnoerd of direct wordt geëxcommuniceerd. Deze lijvige documentaire van Carlos Perez Osorio heeft in dat opzicht geen nieuwe inzichten te bieden – al wennen de slachtofferverhalen, bijzonder plastisch en emotioneel, echt nooit en blijft ook het feit dat een groot deel van Naasóns aanhangers hem unverfroren in de rug blijft dekken ongenadig steken.

En dan te bedenken dat er nu elders in de wereld vast alweer een nieuwe Naasón Joaquin Garcia is opgestaan, die geld afroomt bij zijn achterban, zelfbedachte Goddelijke ge- en verboden uitvaardigt en de allermooiste Jane Does opeist…

Voor een andere documentaire over het misbruikschandaal binnen LLDM, Unveiled: Surving La Luz Del Mundo, ontwikkelde ik overigens een zeer praktische invuloefening.

La Dama Del Silencio: El Caso Mataviejitas

Netflix

Deze seriemoordenaar heeft het nu eens niet voorzien op jonge meisjes of jongens. Hij heeft het gemunt op bejaarde vrouwen. De Mexicaanse killer, volgens het signalement lang en gezet, maakt rond de eeuwwisseling zeker 49 slachtoffers. Mexico is in rep en roer. Het land heeft geen ‘traditie’ op het gebied van seriemoordenaars. Al zeker zestig jaar Is het verschoond gebleven van het type roofdier dat bij de grote bovenbuur, de Verenigde Staten, bijna op elke hoek van de straat een prooi staat te beloeren.

De onderzoekers gaan in de leer in het buitenland. In Frankrijk hebben ze bijvoorbeeld ervaring met Thierry Paulin. Het ‘beest van Monmartre’ zou zo’n twintig Franse ouderen hebben beroofd en gedood, voordat hij in 1989 stierf aan de gevolgen van AIDS. ‘La Mataviejitas’ blijkt echter nergens mee te vergelijken. Is het bijvoorbeeld wel een (echte) man die in Mexico-Stad weerloze senioren wurgt in hun eigen huis? Of überhaupt één enkele persoon? Zijn er misschien ook ‘copycats’ aan het werk?

Geduldig ontleedt Maria Jose Cuevas de zaak in La Dama Del Silencio: El Caso Mataviejitas (112 min.). Ze neemt de gebeurtenissen min of meer chronologisch door met nabestaanden, opsporingsambtenaren, deskundigen en verdachten. Gaandeweg wordt zo het motief van de moordenaar duidelijk, kunnen er vingerafdrukken worden veiliggesteld en komt gaandeweg ook de dader in beeld. De filmmaakster serveert dit met gevoel voor drama, visuele flair en een zeer uitgesproken klassieke soundtrack uit.

De seriemoordenaar, op heterdaad betrapt door een buurman van één van de slachtoffers, blijkt zowaar een fervent liefhebber van worstelen, die bovendien technieken van deze sport voor malicieuze doeleinden heeft ingezet. De aanhouding van deze dader betekent echter niet dat daarmee alle zaken definitief zijn opgelost. Te elfder ure zet een onverwachte wending de zaak – en ook deze krasse true crime-docu – nog eens goed op zijn kop.

Tax Me If You Can

Periscoop Film

Het is een surrealistische scène: tijdens het World Economic Forum in Davos legt gespreksleider Heather Long, economiejournalist bij The Washington Post, op 23 januari 2019 een vraag voor aan een panel met enkele CEO’s. Het Democratische congreslid Alexandria Ocasio-Cortez heeft een belastingverhoging voor de allerrijkste Amerikanen voorgesteld, zeventig procent voor mensen die meer dan tien miljoen verdienen, om zo de inkomensongelijkheid te verminderen. ‘Michael Dell, ondersteun jij dit idee?’

Nadat de meeste panelleden eens smakelijk hebben gelachen, start de CEO van Dell Technologies zijn antwoord. Dat begint met zijn eigen ideële stichting en eindigt met een uitdaging rond dat hoge belastingpercentage: ‘Noem me één land waar dat heeft gewerkt.’ Erik Bryjnjolfsson, economieprofessor van Stanford University, antwoordt doodgemoedereerd: ‘De Verenigde Staten.’ Hij legt uit: van pak ‘m beet de jaren dertig tot de jaren zestig lag het belastingniveau voor de rijksten ongeveer op dat niveau – of hoger. ‘Dat waren best aardige jaren voor de economische groei.’

’s Mans interventie weerlegt het idee van belasting als gelegaliseerde diefstal. En dat is te herleiden tot de inaugurale rede van de Amerikaanse president Ronald Reagan in 1981, de aanzet voor een neoliberale wind door het vrije westen: de overheid is niet de oplossing van alle maatschappelijke problemen, de overheid is in werkelijkheid zelf het probleem. Laten we de overheid dus uitkleden voordat die ons uitkleedt (of laat zien dat wij, ondanks die gesoigneerde maatpakken, helemaal geen kleren aanhebben). Zo bezien is het acceptabel om belasting te ontwijken of ontduiken.

Juist die gedachte – in het bijzonder bij het rijke deel van de wereld, dat ook de middelen heeft om er serieus werk van te maken – wordt door de Franse documentairemaker Yannick Kergoat genadeloos aan de kaak gesteld in Tax Me If You Can (114 min.). Internationale bedrijven zoals Google die zich bijvoorbeeld bedienen van de zogenaamd Double Irish With A Dutch Sandwich, waarbij Ierland, Bermuda én Nederland (pijnlijk vaak vernoemd in dit even lijvige als vlijmscherpe schotschrift over de belastingmoraal van de bevoorrechten) ervoor zorgden dat het bedrijf nauwelijks belasting betaalde.

Daarbij vinden de handigste jongens van de vrije economie steevast consultants van Deloitte, PricewaterhouseCoopers, KPMG en Ernst & Young, de Big Four van wat eufemistisch ‘belastingoptimalisatie’ wordt genoemd, aan hun zijde. Die tuigen de meest ondoorzichtige constructies op, met brievenbusfirma’s op belastingparadijzen zoals de Kaaiman- of Maagdeneilanden die worden gerund door nepbestuurders en -aandeelhouders. En de gewone – laten we hem nog een keer van stal halen – werkeman wordt geacht om trouw af te blijven dragen.

Dat is in wezen zware en taaie kost – met veel en tamelijk abstracte cijfers en statistieken, dieven die een krijtstreeppak dragen in plaats van een zwart-wit gestreept boevenpak en desko’s die niet per definitie gewone mensentaal spreken – maar Kergoat dient die met Michael Moore-achtige zwier op: animaties die orde in de doelbewust gecreëerde chaos scheppen, vermakelijke tv- en filmfragmenten, koddige muziekjes, een verborgen camera-actie en veel humor. Zo ontstaat een ontluisterend beeld van de Fuck You!-economie, in de traditie van The Corporation en Inside Job.

Een links manifest, zo u wilt, over de moraal die zich blijkbaar als een virus onder ondernemers, bestuurders, politici en financiële deskundigen heeft verspreid: zolang het maar (min of meer) legaal is óf we niet worden betrapt, is in wezen alles geoorloofd.

Andrée Putman: La Grande Dame Du Design

Arte

Volgens interieurdesigner Andrée Putman (1925-2013) hield haar job echt veel meer in dan simpelweg iets moois maken of netjes kleuren met elkaar combineren. ‘Zo praten wij niet’, zegt ze ferm in dit postume portret van regisseur Saléha Gherdane. ‘Het is veel meer: hoe kunnen we het leven een beetje leuker maken? Of: kunnen we vandaag nog iets geks doen?’

Met die attitude werd de steile Française, die oorspronkelijk was opgeleid tot concertpianiste, uiteindelijk toonaangevend. Ook al had ze nooit een officiële kunstopleiding genoten. ’Ze had er gewoon oog voor’, zegt designhistorica Anne Bony. ‘Andrée kon lessen trekken uit wat ze ontdekte in tijdschriften en kranten, door te observeren wat ze om haar heen zag. Daarmee creëerde ze haar eigen alchemie.’

Eind jaren vijftig kon ze als stylist aan de slag voor de Franse winkelketen Prisunic, die de slogan ‘Le beau au prix du laid’ begon te bezigen. Ofwel: schoonheid voor de prijs van lelijkheid. Intussen ontwikkelde de ontwerpster een steeds verfijndere smaak. In de jaren zeventig werd ze zo definitief Andrée Putman: La Grande Dame Du Design (52 min.), een graag geziene gast bovendien in hippe clubs als Le Palace en Studio 54.

Ze ontmoette gelijkgestemden zoals kunstschilder Bram van Velde, filmmaker Peter Greenaway, modeontwerper Karl Lagerfeld en de onvermijdelijke Andy Warhol en kreeg steeds prestigieuzere klussen: van het inrichten van het New Yorkse Morgans Hotel, waar ze de badkamers van klassiek geworden zwart-witte schaakbord-betegeling voorzag, tot het ontwerpen van de eerste verticale tuin in de wereld en het ‘très chic’ interieur voor nieuwe Concorde-vliegtuigen.

In deze verzorgde tv-docu lopen deskundigen en vakbroeders zoals ontwerper Philippe Starck, designer en familievriend  Vincent Darré, galeriehouder Ralph Pucci, modeontwerper Jean-Charles de Castelbajac en architect Elliott Barnes netjes het leven en de carrière van de tijdloze designer door. Daarbij is een speciale rol weggelegd voor dochter Olivia Putman, die de fameuze designstudio van haar moeder heeft voortgezet.

Daar, en op talloze andere plekken in de wereld, heeft Andrée Putman haar sporen nagelaten. In de vorm van zorgvuldig samengestelde interieurs, zelf ontworpen artikelen en een geheel eigen kijk die nog altijd tot de verbeelding spreekt.

L’Affaire Fourniret: Dans La Tête De Monique Olivier

Netflix

Volgens de alomtegenwoordige true crime-doctrine heeft elke seriemoordenaar zijn eigen handelsmerk, dat hem op de één of andere onsmakelijke manier ook ‘sexy’ maakt. Jeffrey Dahmer kwam bijvoorbeeld te boek te staan als een kannibaal die zich letterlijk tegoed deed aan homoseksuele jongens van kleur. Ted Bundy maakte slachtoffers bij de vleet als ‘het type man waarmee je je zus zou laten trouwen’. En de ultieme horrorclown John Wayne Gacy joeg niet alleen kinderen de stuipen op het lijf.

Michel Fourniret, die aan het eind van de twintigste en begin van de eenentwintigste eeuw een spoor van vernieling en verdriet trok door zowel Frankrijk als België, vormde dan weer een angstaanjagend koppel met zijn echtgenote Monique. Zij zou direct betrokken zijn geweest bij gruwelijke ontvoeringen, verkrachtingen en moorden – ook al heeft ze zich naderhand consequent voorgesteld als hulpeloos en onderdanig. Is de vrouw van ‘het Monster van de Ardennen’ zelf ook een monster? Of toch een slachtoffer van deze Europese variant op de diabolische seriemoordenaar?

In L’Affaire Fourniret: Dans La Tête De Monique Olivier (Engelse titel: Monique Olivier: Accessory To Evil, 196 min.) belichten Christophe Astruc en Michelle Fines de huiveringwekkende misdaden van Michel Fourniret, een als mens vermomd roofdier dat in ongeveer dezelfde periode en omgeving actief was als de beruchte kinderverkrachter en -moordenaar Marc Dutroux. Daarbij besteden ze speciale aandacht aan de vrouw met wie hij tijdens een eerdere detentie, vanwege een waslijst aan seksuele delicten, begon te corresponderen en daarna een buitengewoon ongezonde relatie kreeg.

Michel Fourniret was geobsedeerd door maagdelijkheid en sprak vaak met minachting over de veelal zeer jonge meisjes die hij tot zijn slachtoffer maakte. Ze waren niet meer dan ‘membramen op benen’ die hij met zijn ‘regenboog’ wilde ‘doorboren’. En zij verleende hand- en spandiensten, veelal in aanwezigheid van hun eigen kleine kind. Was ook Olivier bang voor hem? vraagt deze vijfdelige serie die nabestaanden, rechercheurs, psychiaters en haar advocaat aan het woord laat. Of deelden de twee gewoon samen een perversie die genadeloos op jonge meisjes en vrouwen werd botgevierd?

Als we Monique Oliviers eigen woorden mogen geloven, was ook zij geen partij voor haar psychopathische echtgenoot. L’Affaire Fourniret biedt daarnaast echter allerlei aanknopingspunten om tot een totaal andere conclusie te komen. Als de gewetenloze killer tijdens een opgraving tegen onderzoeksrechter Francis Nachbar zegt dat het slachtoffer toen hij haar vermoordde ongeveer even oud was als diens dochter nu is, krimpt ook zijn vrouw ineen. Volgens Nachbar zegt ze dan: ‘Het is zo verdrietig. Maar snapt u in welke situatie ík zit?’ Huilend laat Olivier hem dan haar handboeien zien. 

Het zijn dergelijke details die van L’Affaire Fourniret – opgeleverd met de verplichte duistere reconstructies, tijdssprongen, dramatische accenten en cliffhangers – een unheimische kijkervaring maken. Een volwaardige seriemoordenaarsserie, zou je met een verwrongen blik ook kunnen zeggen. Over een man én vrouw – hoe haar gedrag uiteindelijk ook moet worden geduid – waarvan iedereen met (klein)dochters koude rillingen over z’n rug krijgt.

La Cordillera De Los Suenos

Cinéart

Het land van Patrico Guzmáns jeugd is allang weggevaagd. De idealen van die tijd werden vermorzeld tijdens de staatsgreep van 1973, waarmee de gekozen leider Salvador Allende werd afgezet en in Chili een militaire dictatuur zou worden gevestigd, die tot 1990 onder leiding zou staan van de beruchte generaal Augusto Pinochet.

Gebleven is de Andes, het gebergte dat hij keerde kennen via afbeeldingen op lucifersdoosjes en dat tachtig procent van Chili bestrijkt. Het is als een muur die de Chilenen scheidt van de rest van de wereld, zeggen Guzmáns gesprekspartners in deze persoonlijke film. De rugleuning van een stoel, die niet vooruit of achteruit valt. Een moeder waarvan je weet, ook al zie je haar misschien niet, dat ze over je waakt.

In La Cordillera De Los Suenos (85 min.), de afsluiting van zijn trilogie over het land dat hij na de legercoup verliet, brengt Guzmán ze samen: de adembenemende beelden van het Andes-gebergte en zijn eigen herinneringen en die van bevriende kunstenaars aan de tijd dat hun wereld met grof geweld werd omgewoeld. Hij houdt de beide elementen bij elkaar met een kalme, bespiegelende voice-over.

Met beelden van een bevriende cameraman maakt Patricio Guzmán, in 2019 eregast van het IDFA, Chili’s jaren als dictatuur tastbaar, die hem voor het leven zou tekenen en waarvan ook zijn land, bijvoorbeeld in de vorm van een radicaal economisch model en de bijbehorende sociale ongelijkheid, nog altijd de sporen draagt. Alles wat Chili vroeger was is op de schroothoop gegooid, constateert de gelauwerde filmer. Intussen kijkt het Andes-gebergte, la Cordillera, onverstoorbaar toe.