The Trump Dynasty

A&E

Nicht Mary schreef een kritisch boek. Jongere broer Robert overleed op 71-jarige leeftijd. En Melania, Ivanka, Eric, Tiffany en Don Jr. (en diens vriendin Kimberly) spraken op de Republikeinse presidentscampagne. Niet eerder stond de familie Trump zo nadrukkelijk in de belangstelling als nu, in de nazomer van 2020. En dat allemaal door dat ene familielid: vastgoedman, mediapersoonlijkheid en president Donald. Is hij de logische optelsom van een familie die zich maar al te graag, zo lijkt het althans, wil ontwikkelen tot The Trump Dynasty (245 min.)?

Feit is dat Donald Trump een logische voortzetting lijkt van zijn grootvader Friedrich en vader Fred, twee bijzonder harde en ambitieuze mannen voor wie niets ging boven geld en naam maken. Toen het tijd werd om ruimte te maken voor Donalds generatie, maakte zijn vader daar een genadeloze competitie van. Die kostte zijn oudste zoon en beoogde opvolger Fred Jr. uiteindelijk de kop. Hij zou wegzinken in een alcoholverslaving. En zo ontstond er ruimte voor de zoon die net zo rücksichtslos was als Fred zelf en bovendien een ongelooflijk gevoel voor showbusiness had.

Enter ‘The Donald’, een man die van zichzelf en zijn achternaam een merk maakte en die maar drie dingen belangrijk lijkt te vinden in het leven: winnen, winnen en nog eens winnen. En als dat bijvoorbeeld betekende dat hij onder een valse naam (John Barron) de pers moest bellen om met bullshit een hogere plek op de Forbes-ranglijst van rijkste Amerikanen te claimen, dan deed hij dat zonder problemen, zoals is te horen in tamelijk gênant geluidsmateriaal van die gesprekken. Allemaal (p)art of the deal.

Deze zesdelige serie licht Trumps doopceel met een fijne collectie archiefmateriaal, laat geen onderwerp onbesproken (inclusief duistere zaakjes en geruchten daarover) en voert een imposante lijst sprekers op: klasgenoten, medewerkers, historici, journalisten, critici én prominente medestanders zoals Sean Hannity en Roger Stone. Het fenomeen zelf komt aan het woord via audio-opnamen van interviews die biograaf Michael D’Antonio in 2014 met hem had.

Zo ontstaat een kritisch, compleet en behoorlijk afgewogen overzicht van het leven van een man die als geen ander de Amerikaanse mediacultuur verpersoonlijkt, waarbij opvalt dat de jonge Donald een veel gematigdere indruk maakt dan de karikaturale figuur die nu in de Oval Office huist. Aan zijn kroost, waarvan het nog maar de vraag is of die in staat zal zijn om de Trump-dynastie definitief te vestigen, wordt verder geen enkele aandacht besteed. De kinderen staan volledig in de schaduw van de huidige Trump-patriarch.

Hij zou niet anders willen. Of kunnen.

Mr. Death: The Rise And Fall Of Fred A. Leuchter, Jr.

‘Ik raakte betrokken bij het vervaardigen van executie-apparatuur omdat ik me zorgen maakte over de beroerde staat van de hardware die in veel gevangenissen werd gebruikt.’, vertelt Fred A. Leuchter. Uit louter humanitaire overwegingen, zodat de doodstraf op een gepaste manier kon worden vertrokken, knutselde hij daarom in zijn vrije tijd een elektrische stoel in elkaar, die daarna in half Amerika in gebruik werd genomen. Gortdroog: ‘De apparatuur is volledig gestandaardiseerd en voldoet aan de hedendaagse eisen voor elektrocutie.’

Van het één kwam vervolgens het ander: na de stoel volgde de vraag om een machine te ontwerpen, waarmee dodelijke injecties konden worden gegeven. En later het verzoek om een deugdelijke galg te fabriceren. Zo lukte het Leuchter uiteindelijk, oneerbiedig gezegd, om van z’n hobby zijn beroep te maken. ‘Het moge duidelijk zijn dat ik vóór de doodstraf ben’, zegt de vakman in Mr. Death: The Rise And Fall Of Fred A. Leuchter, Jr. (91 min.). Hij is echter mordicus tegen marteling. De ter dood veroordeelde moet op een humane manier naar zijn einde worden begeleid.

Leuchter zit duidelijk op zijn praatstoel in deze bizarre documentaire van Errol Morris uit 1999. Hij krijgt alle ruimte om uit te wijden over de technische details van de door hem ontworpen werktuigen van de Duivel (al zal hij ze zelf eerder aan God toeschrijven), zijn voorliefde voor koffie én de vernietigingskampen van de nazi’s. Die natuurlijk nooit die functie hebben gehad. Dat spreekt voor zich. De Amerikaanse ingenieur, als getuige-deskundige bij een proces ingezet door de notoire Holocaust-ontkenner Ernst Zündel, kan er tijdens een werkbezoek aan Auschwitz-Birkenau in elk geval geen enkel wetenschappelijk bewijs voor vinden.

‘Het is een ongelofelijk moeilijke klus om honderden mensen tegelijkertijd te executeren’, stelt Leuchter over zijn bezoek aan de gaskamers. ‘Wij hebben al moeite genoeg om één man naar de andere wereld te helpen.’ Bovendien: ‘kogels waren veel gemakkelijker geweest dan dit.’ Morris omwikkelt Leuchters twijfelachtige conclusies in dit psychologische portret met zinnenprikkelende beelden en weelderige muziek en zet er getuigenissen van deskundigen tegenover, die zijn beweringen stuk voor stuk grondig ontmantelen. Is de man een overtuigde antisemiet en/of revisionist? Of gewoon een naïeveling, die zich voor het verkeerde karretje heeft laten spannen?

Won’t You Be My Neighbor?

Fred Rogers ging elke dag op de weegschaal. Hij moest en zou precies 143 pond wegen. Zijn hele leven lang. Een kwestie van ongelofelijke discipline. Die 143 stond ergens voor: I love you, woorden met respectievelijk één, vier en drie letters. Zo sprak hij tegen zichzelf, ongetwijfeld een erfenis van zijn jeugd.

Mister Rogers verspreidde zijn boodschap van liefde decennialang via de Amerikaanse publieke zender PBS. ‘You’re special’, hield hij kinderen voor in zijn kinderprogramma Mr. Rogers’ Neighorhood. Als een lievige Ome Willem, in een kenmerkend oubollig vest, die verdwaald is geraakt in De Fabeltjeskrant.

‘Wat essentieel is in het leven’, zegt hij in de warme documentaire Won’t You Be My Neighbor? (94 min.), ‘is met het blote oog niet te zien.’ Rogers, die studeerde aan het seminarie, vond dat (kinder)televisie een educatieve taak had. Het hoefde niet alleen puur vermaak te bieden en hoefde de kijker niet puur als consument te benaderen.

Met gesprekken, liedjes en een heel arsenaal aan vaste poppen en acteurs maakte hij gevoelige onderwerpen zoals onzekerheid en depressie en actuele thema’s, zoals de oorlog in Vietnam of de moord op Bobby Kennedy, bespreekbaar in de taal en op het niveau van kinderen. Dat oogt nu bijna als anti-televisie: traag, met weinig actie en drama. Klein en menselijk.

Dezelfde kwalificaties zijn toepasbaar op deze verrukkelijke documentaire van Morgan Neville. Het is alsof je naar een beeldbuis-programma uit lang vervlogen tijden zit te kijken. Over een archaïsch ogende televisiedominee, die gaandeweg al zijn idealen over het medium zag vervliegen. Want ‘zijn’ televisie werd steeds meer een podium voor het betere (verbale) gooi- en smijtwerk.

Na afloop van Won’t You Be My Neighbor? rest een onbestemd verlangen naar, in sommige opzichten, betere tijden. Want gewoon een aardige man. Waar zie je die tegenwoordig nog op de (Amerikaanse) televisie?

The Fourth Estate


‘Wow, what a story!’ Hoofdredacteur Dean Baquet staart op de redactievloer van The New York Times voor zich uit. Hij kan het nog altijd niet geloven. Op het televisiescherm is de inauguratie van Donald Trump tot president van de Verenigde Staten te zien. ‘What a fucking story.’ Enkele seconden later heeft Baquet zichzelf herpakt: ‘Okay, let’s go!’

Die no-nonsense woorden vormen het startsein voor één van de spannendste en succesvolste jaren in de historie van ‘The Failing New York Times (aldus diezelfde Trump) én de vierdelige documentaireserie die Liz Garbus daarover maakte. The Fourth Estate zet de deuren van de redactieruimte wijd open. In deel 1 The First 100 Days (87 min.) coveren redacteuren en verslaggevers bijvoorbeeld de benoeming van een nieuwe rechter in het Hooggerechtshof, de MeToo-beschuldigingen tegen Fox News-boegbeeld Bill O’Reilly en – natuurlijk – het veelbesproken Rusland-onderzoek.

The New York Times (slogan: the truth is more important now than ever) moet door concurrentie van Facebook en Google intussen continu zijn verdienmodel aanpassen en is bovendien in een voortdurende concurrentieslag verwikkeld met The Washington Post (slogan: democracy dies in darkness). De twee kranten richten zich met hernieuwde kracht op hun journalistieke kerntaak: het controleren van de macht. Intussen blijft de nieuwe president hen, bedoeld en onbedoeld, van nieuwsverhalen voorzien en bombardeert hij de Amerikaanse pers en passant tot ‘the enemy of the people’.

De serie belicht enkele van die vijanden in het bijzonder. Levende voorbeelden van journalistiek als een full life-job die nooit, werkelijk nooit, ophoudt. Behalve voor hoofdredacteur Baquet en Washington-chef Elisabeth Bumiller geldt dat bijvoorbeeld ook voor Maggie Haberman, de correspondent voor het Witte Huis. Ze volgt Trump al sinds jaar en dag, maar had net als de rest van Amerika niet verwacht dat hij president zou worden. Na de campagne zou ze weer meer thuis zijn, had ze haar kinderen beloofd. Nu maakt ze permanent overuren en zit ze tussen de opnames voor de podcast The Daily door met thuis te facetimen.

Enige tijd later, als pogingen van de Republikeinen om de zorgwet Obamacare te ontmantelen zijn gestrand, krijgt ze op de redactie telefoon van de president zelf. Hij probeert de publicitaire schade te beperken, maar blijft amicaal en relaxt. Het ligt, natuurlijk, aan de Democraten. Na het ontspannen belletje moet Haberman, die ook vaak de gebeten (bloed)hond is bij Trump, linea recta door naar de studio van CNN om duiding te geven. ‘Ik ben zo moe’, verzucht ze in de taxi terug. ‘Maar ik weet ook niet hoe ik moet stoppen.’

Zulke kleine menselijke scènes houden dit grootse verhaal over de staat van de Amerikaanse democratie, en de rol van de journalistiek daarin, in balans. Het geheel wordt op smaak en temperatuur gebracht door de meeslepende muziek van Trent Reznor (Nine Inch Nails) en Atticus Ross. Zij gaven eerder de epische serie The Vietnam War een flinke boost en zorgen nu voor een voortdurend gevoel van urgentie in The Fourth Estate. De traditionele journalistiek doet er (weer) toe, zo wil de serie maar zeggen. Ook al wordt die door Trump en de zijnen regelmatig afgedaan als ‘fake news’.

Al die belletjes, het gezoek, de interviews, dat eindeloze overleg en het gesleutel op de vierkante millimeter aan woorden en zinnen mondt uiteindelijk uit in een symbolische actie: het demonstratief klikken op de blauwe Publish-knop. Waarmee al dat monnikenwerk met een dramatisch gebaar richting krant, website en sociale media, en daarmee de rest van de wereld, wordt ingestuurd. Zo bezien is The Fourth Estate niets minder dan een ode aan vrije media.

Als een soort epiloog verscheen onlangs The Family Business: Trump And Taxes (23 min.) van Jenny Carchman, waarin is te zien hoe drie journalisten van The Times in het financiële verleden van Donald Trump en zijn vader Fred duiken. Op die manier ontkrachten ze de door Trump zelf in het leven geroepen mythe dat hij zijn bedrijf startte met een lening van ‘slechts’ 1 miljoen dollar bij zijn vader, een lening die hij bovendien met een flinke rente moest terugbetalen.

De Baby


Ze had zichzelf wijsgemaakt dat ze een dochter was van koningin Juliana en voor haar eigen veiligheid naar de Verenigde Staten was gebracht. Anderen kenden Anneke Kohnke tijdens de Tweede Wereldoorlog simpelweg als ‘de baby’, een Joods meisje dat na de deportatie van haar ouders opgroeide in een Nederlands pleeggezin.

Fred Blacquière, haar pleegbroertje in die woelige jaren, heeft zijn moeder enkele jaren geleden op haar sterfbed beloofd dat hij op zoek zal gaan naar Anneke, die ze aan het eind van de oorlog uit het oog zijn verloren. Dat is het startpunt van deze prachtige documentaire van Deborah van Dam, de ultieme film over Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De Baby (85 min.) is bepaald geen sjabloonachtige WOII-documentaire, waarin enkele onverschrokken verzetshelden op het schild worden gehesen of juist een tragische Joodse familiegeschiedenis uiteen wordt gezet, zoals de Publieke Omroep elk jaar rond Dodenherdenking en Bevrijdingsdag nog wel eens wil uitzenden. Dit verhaal gaat veel dieper en is nóg confronterender.

De inmiddels in New York woonachtige Anneke, die haar jeugd in de jaren na de oorlog zo ver mogelijk heeft weggedrukt, wordt vanuit Nederland bijna gedwongen om de confrontatie aan te gaan met haar tragische verleden, waarin niets zwart of wit blijkt, om uiteindelijk uit te komen bij het ongemakkelijke heden, dat ook nog vele tinten grijs laat zien.

Het is een schrijnend, bijzonder slim opgebouwd verhaal waarin de kijker, met Anneke, van de ene in de andere verbazing valt. Zo herkent ze zichzelf bijvoorbeeld als baby op een foto met hét symbool van de Jodenvervolging in Nederland, Anne Frank. Ze dacht altijd dat ze dat beeld zelf had verzonnen. Glimlachend: ‘Dus misschien was ik ook wel echt een kind van de koningin.’

De Baby is hier te bekijken.