Point Of Order!

‘Have you no sense of decency, sir?’ Die vraag van Joseph Welch aan senator Joe McCarthy zou de geschiedenisboeken ingaan. Vrij vertaald: hebt u dan geen enkel fatsoen, meneer? De klassiek geworden zinsnede van de professorale advocaat van het Amerikaanse leger aan het adres van de populistische politicus die overal communisten meende te zien, vormt ook de apotheose van deze gortdroge en toch fascinerende documentaire van Emile de Antonio uit 1964.

Point Of Order! (97 min.) volgt chronologisch – in zwart-wit, zonder interviews of toegevoegde muziek – de hoorzittingen van een senaatscommissie in de lente van 1954 rond beschuldigingen tegen McCarthy en zijn meedogenloze rechterhand Roy Cohn, een ploert die later te boek zou komen te staan als één van de gevaarlijkste advocaten van de twintigste eeuw. Zij worden ervan beticht dat ze de Amerikaanse minister van Defensie ernstig onder druk hebben gezet ten faveure van een willekeurige dienstplichtige soldaat. Deze G. David Schine zou Cohns stiekeme geliefde zijn geweest – een suggestie die tijdens het juridische steekspel overigens nooit direct onder woorden wordt gebracht.

De Kwestie Schine lijkt vooral te dienen om de raspopulist McCarthy, die in de voorgaande jaren een heksenjacht op Amerikaanse communisten heeft ontketend, kalt te stellen. De wilde beschuldigingen waarmee de Republikeinse senator uit Wisconsin complete levens ruïneert, moeten koste wat het kost worden gestopt. En dat titanengevecht mondt uit in een wirwar van verbale schermutselingen, juridische haarkloverij en talloze puntjes van orde, die uiteindelijk op maar liefst 187 uur film wordt vastgelegd. De afgewogen selectie die De Antonio daaruit heeft gemaakt werkt soepeltjes toe naar het moment waarop McCarthy, die tijdens de zittingen flink onder vuur heeft gelegen, besluit om terug te slaan.

Hij haalt een jonge kantoorgenoot van Joseph Welch, die communistische sympathieën zou hebben, door het slijk. En leidt daarmee zijn eigen ondergang in. Als Welch klaar is, rest er van de haatzaaier pur sang nog slechts een boer met kiespijn, die zijn ‘beste’ dagen inmiddels achter zich heeft liggen. Joe McCarthy zal drie jaar later op slechts 48-jarige leeftijd overlijden. Een gebroken man, die het collectieve geheugen ingaat als zijn eigen politieke vernietigingsstrategie: het McCarthyisme.

In The Same Breath

HBO

Het jaar 2020 – en daarmee ook In The Same Breath (98 min) – begint in China als een musicalversie van het leven. Enorme volksmassa’s luiden op een groot plein het nieuwe jaar in met een zoetgevooisd lied. ‘Mijn moederland en ik zijn niet van elkaar te scheiden’, zingen de zorgvuldig geplaceerde mannen en vrouwen, terwijl ze parmantig met een rood vlaggetje zwaaien. ‘Waar ik ook naartoe ga, ik zal haar lof toezingen.’ De Chinese leider Xi Jinping levert eveneens zijn bijdrage aan de feestvreugde. ‘Patriottische gevoelens zorgen voor tranen in onze ogen’, zegt hij op gedragen toon. ‘Patriottisme vormt de ruggengraat van onze natie.’

Op diezelfde 1 januari 2020 is er ook nog ander nieuws, vertelt de Chinese documentairemaker Nanfu Wang, die al negen jaar in de Verenigde Staten woont. De politie van Wuhan laat een officiële verklaring voorlezen op de staatstelevisie: ‘acht mensen zijn bestraft voor het verspreiden van geruchten over een onbekende longziekte.’ Acht doctoren, welteverstaan. Het is een bericht dat al snel naar de achtergrond verdwijnt, ten faveure van de nieuwjaarsactiviteiten. Zo gemakkelijk laat COVID-19 zich echter niet beteugelen. Terwijl de Chinese overheid iedereen die iets wil zeggen over het nieuwe virus de mond probeert te snoeren en een lockdown afkondigt in Wuhan, gaat het verhaal van de pandemie rond op de sociale media.

Het werkelijke verhaal komt zo ook Nanfu Wang ter ore. Ze is inmiddels teruggekeerd naar de VS, maar heeft haar tweejarige zoontje achtergelaten bij haar ouders in China. En dit roept weer wrange herinneringen op aan een oud trauma rond haar vader. Wang voelt zich verplicht om het nieuws over de crisis wereldwijd onder de aandacht te brengen. Ze vraagt allerlei landgenoten om stiekem te gaan filmen. Zo vangt ze de eerste Coronagolf, maar ook hoe de Chinese overheid die met alle mogelijke middelen probeert te framen. Positieve berichtgeving moet er komen, ten koste van (bijna) alles. De staatsmedia werken maar al te graag mee en leveren de heldenverhalen die een gevoel van trots moeten creëren over hoe de heilstaat China de pandemie bezweert.

Genadeloos legt Wang, die in One Child Nation eerder de Chinese eenkindpolitiek fileerde, het menselijke drama, de onvoorstelbare hypocrisie en het bureaucratische gedoe bloot, die de Corona-uitbraak sinds begin 2020 (nee: eind 2019) begeleiden. Halverwege de film schakelt ze even door naar haar huidige thuisbasis, waar de geschiedenis zich op een gênante manier herhaalt. Neem alleen de eerste reactie van Amerikaanse gezagsdragers en deskundigen, die de situatie volledig onderschatten en de humanitaire ramp gewoon laten gebeuren. En de volksmenners natuurlijk, die hun achterban aanpraten dat er sprake is van een ‘plandemic’ waarmee gewone Amerikanen van hun grondrechten worden ontdaan. ‘Accurate informatie is essentieel’, zegt een vrouw met een ‘Make America Great Again’-pet op. ‘We hebben te veel mensen die blindelings de leider volgen. En die leider kan ze zo naar de rand van een klif leiden, waarna ze zich in het ravijn storten.’

Dan keert Nanfu Wang toch weer terug naar haar geboortegrond, waar het communistische bewind een grauwe deken van staatspropaganda – vervat in potsierlijke loftuitingen op ‘China’s superieure systeem’ – blijft leggen over de gruwelen van de eerste Coronagolf. Intussen hebben ziekenhuizen patiënten in kritieke toestand (moeten) weigeren en kunnen mensen in een hospitaal sterven, zonder dat hun verwanten het weten of er een uitvaart komt. Daarmee wordt In The Same Breath, dat uiteindelijk tot een even virtuoze als naargeestige climax wordt gebracht, behalve een verpletterende film over de eerste COVID-19 brandhaard ook een nietsontziend portret van het moderne China.

State Funeral

Mokum

De ene na de andere delegatie komt eer betonen aan de overleden leider. Uit landen zoals Polen, de DDR en Hongarije, natuurlijk. En vertegenwoordigers van communistische partijen uit westerse landen. Ernstig kijkende mannen, en een enkele vrouw, die al even serieus de hand schudden van het officiële ontvangstcomité. De gestorven leidsman beziet de plichtplegingen vanaf foto’s en schilderijen. Hij oogt als een beminnelijke man, een wijze vader des vaderlands.

Even daarvoor is het volk, in elke uithoek van de Sovjet-Unie, tot in detail geïnformeerd over de verslechterende gezondheidstoestand van Jozef Vissarionovich Stalin (1878-1953) en zo voorbereid op diens dood. Taferelen van massale rouw gaan vervolgens vergezeld van een monotone stem die via een omroepsysteem het verzamelde volk toespreekt. ‘Onze vader is overleden’, klinkt het in de gezwollen taal die ook hedendaagse leiders als Kim Jong-un begeleidt en die, als je de zweep nooit hebt gevoeld die op de woorden kan volgen, onvermijdelijk op de lachspieren werkt. ‘Onze harten lopen over van verdriet. Hij zal nooit meer de hand van een kameraad schudden.’

Óf – zo weten alle rouwenden dondersgoed – een kameraad naar de Goelag sturen of in het kader van ‘De Grote Zuivering’ voorgoed laten verdwijnen. Ruim 27 miljoen landgenoten werden onder zijn bewind vermoord. Nog eens vijftien miljoen kameraden stierven de hongerdood. Aan de zwarte kant van Stalins regeerperiode wijdde regisseur Sergei Loznitsa enkele jaren geleden al de documentaire The Trial, waarin de schijnprocessen tegen vooraanstaande Russische wetenschappers worden ontleed, een huiveringwekkende voorbode van de zwartste jaren van zijn schrikbewind.

State Funeral (135 min.) behandelt in een vergelijkbare opzet de vierdaagse plechtigheden rond het overlijden van de dictator in 1953. Met niet eerder vertoond beeldmateriaal reconstrueert Loznitsa minutieus de overdadige rouwrituelen van een land dat los moet komen van de man die de verpersoonlijking van het Sovjetsysteem is geworden en decennialang ieders leven heeft gedomineerd. Van hele volksstammen die blindelings in de grote leider zijn gaan geloven en nu in diepe rouw lijken te zijn verzonken – en anderen die dat voor de zekerheid ook na zijn dood blijven veinzen. Naamloze dienaren van de natie, een politiek idee of gewoon ‘de partij’.

Sergei Loznitsa maakt ook van deze film één lange, lange treurmars: in stijf zwart-wit of juist bloemrijke kleuren, inclusief natuurlijk sprekend communistisch rood. Oneindig gezeul met voluptueuze rouwkransen, begeleid door dramatische klassieke muziek. Door mannen met strakke gezichten en vrouwen die met een zakdoek hun tranen bedwingen. Oprecht dan wel zuiver ritueel verdriet. Het onderscheid is nauwelijks te maken. Net als de plechtigheden na Stalins dood trekt State Funeral zo traag en statig voorbij, een schier eindeloze herhaling van zetten. En net als zijn film over Stalins schijnprocessen is het vastleggen daarvan geschiedkundig van wezenlijk belang, maar vereist dit ook een erg lange adem bij de kijker.

Hoogtijdagen – Portret Van Een Gehavend Gebied

Mokum

Zo’n beetje elk afzonderlijk shot van deze documentaire zou op een ansichtkaart kunnen. Verstuurd vanuit het verre Kola, een schiereiland in het Noordwesten van Rusland. Gelegen in de Poolcirkel. Waar de Sovjet-Unie ooit grootse verwachtingen losmaakte. Over bodemschatten die voor mijnbouw, werkgelegenheid en welvaart zouden gaan zorgen.

Utopia werd gaandeweg echter een Russische variant op Nergenshuizen. Tegenwoordig reppen ze er vooral over verloren tijden. Vergane glorie. En het rijk dat ten onder ging met de filosofie waarop die was gegrondvest: het communisme. Het is een plek geworden van opgepoetste herinneringen, geknakte ambities en – als je meer wilt van het leven – het verlangen om er zo snel mogelijk weg te gaan. Nú, als het kan.

Regisseur Ben van Lieshout vangt de desolate atmosfeer met een film die oogt als een serie bewegende foto’s, waarbij de camera zich nauwelijks verroert en slechts een heel enkele keer rugdekking krijgt van muziek. Hoogtijdagen – Portret Van Een Gehavend Gebied (90 min.) is doortrokken van de scheefgetrokken huizen, verouderde industrie, doodgeslagen leuzen, afgebladderde gebouwen, bergen afval en standbeelden van Sovjet-helden die hun fierheid allang zijn verloren.

Hier en daar lopen of rijden er nog wat verdwaalde Russen door het beeld. Zij slijten hun (laatste) levensdagen in deze sombere uithoek van de aarde, waarin de filmmaker een soort onttakelde schoonheid heeft ontdekt. Onderkoeld vertellen deze achterblijvers over hoe de wereld om hen heen is veranderd en gaandeweg ook hen van hun dromen heeft beroofd. Hoopvol werd onverbiddelijk melancholiek.

Kalm en trefzeker schetst Van Lieshout via Kola en z’n bevolking de opkomst en ondergang van het Russische communisme. Dat is geen meeslepende vertelling geworden – soms een beetje traag en saai zelfs – maar veeleer een soort wrakkenmuseum. Voor een wereld die inmiddels een glorieuze toekomst achter zich heeft liggen.

Martin Luther King Vs. The FBI

Zouden we eigenlijk moeten willen weten wat er op de audiotapes staat die de FBI in de jaren zestig stiekem maakte van burgerrechtenleider Martin Luther King? vraagt één van de sprekers in Martin Luther King Vs. The FBI (106 min.) zich af. Want de schadelijke ‘feiten’ die de G-men van directeur J. Edgar Hoover destijds op slinkse wijze vastlegden hadden slechts één doel: de ‘most dangerous negro in America’ zwartmaken. En het bewijsmateriaal – van Kings buitenechtelijke affaires, ‘s mans rechterhand met communistische antecedenten en zijn vermeende anti-Amerikaanse sympathieën – was bovendien op volstrekt illegale wijze verkregen.

De onlangs vrijgegeven officiële documenten over deze kwestie stellen vooral de FBI – directeur voor het leven Hoover in het bijzonder – in een kwaad daglicht. King, die in de halve eeuw na zijn gewelddadige dood in 1968 is uitgegroeid tot een held van welhaast mythische proporties, blijkt vooral een gewoon mens, met enorme gaven en enkele, ogenschijnlijk heel normale, karakterzwakten. De FBI daarentegen, die destijds nog door menigeen werd beschouwd als een organisatie met louter nobele wetshandhavers, komt daadwerkelijk naar voren als de ‘dark state’ waarover Donald Trump tegenwoordig regelmatig rept. Een in het duister opererende schaduwoverheid, die bijvoorbeeld een brief over Kings seksuele escapades liet opstellen met maar één bedoeling: de zwarte leider te bewegen om een einde aan zijn leven te maken.

Die achterbakse actie vormt één van de schrijnendste episoden uit de jarenlange pogingen van de binnenlandse veiligheidsdienst om, in Hoovers woorden, ‘the most notorious liar in the United States’ onschadelijk te maken. Die campagne wordt in deze boeiende documentaire van Sam Pollard belicht met een combinatie van oude reportages, interviews en slim uitgekozen en geplaatste fragmenten uit klassieke speelfilms. Hij roept daarmee de turbulente sixties en de bijbehorende strijd van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging op. Dat archiefmateriaal wordt, buiten beeld, ingekaderd en van context voorzien door FBI-directeur James Comey, burgerrechtenactivist Andrew Young en diverse FBI-agenten, schrijvers en historici.

MLK/FBI is in eerste instantie een historische reconstructie van een scharnierpunt in de recente geschiedenis van de Verenigde Staten. Tegelijkertijd heeft de film een actuele boodschap: zo lelijk wordt de wereld dus als overheidsfunctionarissen en het justitiële apparaat de vrije hand krijgen om vertolkers van een tegengeluid te betitelen als staatsgevaarlijk en het leven onmogelijk te maken. Een dergelijke waarschuwing resoneert op elke plek waar democratische waarden hoog in het vaandel staan. De illegale audiocassettes die de FBI heeft gemaakt van Martin Luther King blijven overigens zeker tot 2027 achter slot en grendel. Het is de vraag of ze dan het beeld van de legendarische burgerrechtenactivist Martin Luther King Jr., of de man daarachter, nog kunnen of mogen kantelen.

Finding Sally

Documentairemaakster Tamara Mariam Dawit groeide op in Canada. Haar wortels liggen echter in Ethiopië. Als kind van een vooraanstaande diplomaat, die keizer Haile Selassie in het buitenland moest vertegenwoordigen, raakte ze vervreemd van haar moederland. Toen Dawit als dertiger besloot om weer in Addis Abeba, de hoofdstad van het Afrikaanse land, te gaan wonen, ontdekte ze dat ze een tante had, waarover altijd zorgvuldig was gezwegen: Selamawit. Ofwel: aunt Sally.

In de egodocu Finding Sally (75 min.) gaat de verwesterde filmster op zoek naar dat vergeten lid van haar aristocratische familie, een stralende jonge vrouw van wie alleen enkele foto’s bewaard zijn gebleven. En via haar herontdekt Dawit tevens de recente historie van Ethiopië, waar in 1974 rigoureus een einde werd gemaakt aan zowel de geest van de sixties als het regime van de hoogbejaarde Haile Selassie. Het land werd een militaire dictatuur, onder leiding van de nietsontziende militaire junta Derg.

En de goedlachse en idealistische Sally, zo vertellen haar vier zussen en enkele vriendinnen vier decennia later, werd verliefd op de communistische revolutionair Tselote en ging vervolgens ondergronds met hem. Van daaruit bevochten ze samen de nieuwe machthebbers, die een ‘red terror’ ontketenden. De sporen daarvan zijn nog altijd zichtbaar in het Afrikaanse land. En de strijd zou ook het lot van Selamawit en haar echtgenoot bezegelen.

Behalve een zoektocht naar wie haar tante was en wat haar dreef is Finding Sally voor Tamara Dawit ook een manier om haar andere tantes, de geschiedenis van haar familie en de getroebleerde historie van Ethiopië beter te leren kennen. Elk op hun eigen manier moesten ze leren te leven onder zo’n typisch militair schrikbewind. In elke uithoek van de wereld krijgen ze daarmee wel eens te maken. En dat leidt dan jaren later onvermijdelijk tot persoonlijke exploraties van het verleden, zoals deze persoonlijke en ontwapenende film.

The Missing Picture

Het was de dag dat zijn lot, en dat van zijn volledige familie, directe omgeving en het gehele land, definitief werd veranderd. Filmmaker Rithy Panh was dertien toen Pol Pots communistische horde op 17 april 1975 de Cambodjaanse hoofdstad Phnom Penh binnentrok. Twee miljoen mensen werden van huis en haard verdreven, om in kampen te worden heropgevoed en te werken aan de nieuwe heilstaat van de Rode Khmer. ‘Ze hadden hun orders: raak de vijand nooit aan’, realiseerde Panh zich al snel. ‘De vijand, dat ben ik.’

Van individuele mensen met een eigen identiteit moest, met harde hand en honger als ongenadig wapen, een gezichtsloos collectief worden gemaakt. De beelden van de eindeloze ontberingen en het peilloze verdriet dat dit veroorzaakte houden zich nog altijd verscholen in zijn hoofd. Met kleipoppetjes roept Rithy Panh ze opnieuw op. Net als de onbekommerde jeugd die tijdens de Rode Khmer-jaren (1975-1979) genadeloos werd uitgewist.

The Missing Picture (95 min.) vormt de ontroerende weerslag van Panhs diep persoonlijke zoektocht naar dat onzichtbare verleden, die wordt ingekleurd met een intieme voice-over, expressieve muziek en zielsnijdende ensceneringen met zijn personages van klei. Als tegenwicht is er de letterlijke kleurloze verbeelding van de officiële Khmer Rouge-ideologie, propaganda waarin de menselijke maat volledig is uitgevlakt.

Met deze zeer persoonlijke en verduiveld knappe film uit 2013, waarin interviews en andere hoofdpersonen achterwege blijven, hervindt Rithy Panh zo iets van zijn eigen humaniteit, het deel dat het totalitaire regime destijds met alle macht probeerde af te schakelen. Hij brengt tevens zijn familie weer tot leven. Ook al is het dan met klei.

Het bezorgde de Cambodjaanse documentairemaker, die met S21: The Khmer Rouge Killing Machine eerder al een film had gemaakt over Pol Pots lugubere martelfabriek in Phnom Penh, een Oscar-nominatie en een belangrijke prijs op het filmfestival van Cannes. En hopelijk, ergens, ook wat gemoedsrust.

Bully. Coward. Victim. The Story Of Roy Cohn

In de hoogtijdagen van de Koude Oorlog zouden ze Amerikaanse atoomgeheimen hebben doorgespeeld aan aartsvijand de Sovjet-Unie. Het echtpaar Julius en Ethel Rosenberg werd in 1953 ter dood gebracht. Ruim 65 jaar later portretteert hun kleindochter Ivy Meeropol de man die een sleutelrol speelde in hun veroordeling: Roy Cohn (1927-1986), een jonge advocaat die destijds aan de vooravond stond van een prachtige carrière als rechterhand van communistenjager Joe McCarthy, raadsman van de georganiseerde misdaad in New York én lichtend voorbeeld van een jonge, ambitieuze zakenman uit die stad, ene Donald Trump.

Die laatste rol, als mentor van de huidige Amerikaanse president, vormde onlangs al het uitgangspunt voor een andere film over de man die ook wel ‘de verpersoonlijking van slechtheid’ is genoemd: Where’s My Roy Cohn? (2018], een tamelijk traditionele en doeltreffende biografie van Matt Tyrnauer. De openingsscène van Bully. Coward. Victim. The Story Of Roy Cohn (98 min.) maakt direct duidelijk dat Meeropol een persoonlijkere aanpak voor ogen heeft: in oude zwart-wit beelden spreekt ze als klein meisje met haar vader Michael over de terechtstelling van diens ouders. Haar familie heeft aan den lijve ondervonden wat de gevolgen kunnen zijn van de rücksichtslose handelswijze van Cohn, die de verklaring van een belangrijke getuige tegen haar grootouders op een onoorbare manier zou hebben beïnvloed.

Tegelijkertijd probeert de documentairemaakster met bronnen als filmmaker John Waters (die Cohn, als homo die zijn hele leven in de kast bleef, regelmatig tegenkwam op een soort gayparadijs), collega-advocaat Alan Dershowitz (waarmee hij aan de geruchtmakende zaak tegen Claus von Bülow werkte), en roddelcolumniste Cindy Adams (die hij regelmatig van nieuwtjes voorzag over lieden die hij in verlegenheid wilde brengen) ook een tamelijk traditioneel portret van het ‘larger than life’-personage Roy Cohn te schetsen. Die twee verhaallijnen komen alleen niet altijd even soepel samen, waardoor de film soms een wat rommelige indruk maakt.

Via onlangs ontdekte audiocassettes van een interview dat journalist Peter Manso in 1980 met hem deed voor een Playboy-profiel komt de man met de spottende lach, boksersneus en bijzonder kille ogen zelf ook nog aan het woord, waarbij hij nooit om een scherpe oneliner verlegen lijkt te zitten. Behálve als het gaat over zijn eigen seksuele geaardheid en de dodelijke ziekte die hij uiteindelijk zou oplopen, een publiek geheim dat hem, ongewild, tot een belangrijk personage in de theatervoorstelling Angels In America zou maken. Dat verborgen leven krijgt veel aandacht in deze onevenwichtige film, die natuurlijk ook inzoomt op zijn rol als mentor van de jonge Trump, in Cohns ogen een genie met een gouden toekomst.

Van de executie van de Rosenbergs heeft Roy Cohn volgens eigen zeggen nooit ook maar een nacht wakker gelegen. Die kregen gewoon hun verdiende loon. Zelfs als hun zoon Michael Meeropol hem in een tv-programma confronteert met gerommel in de rechtszaak tegen zijn ouders geeft Cohn geen duimbreed toe en houdt vast aan zijn eigen werkelijkheid. Een modus operandi waarvan ook zijn protegé, op wie hij zonder enige twijfel trots zou zijn geweest, als president van de Verenigde Staten zijn handelsmerk heeft gemaakt. Zo leeft Roy Cohn voort: als de man die eerst het McCarthyisme en later Donald Trump (mede) mogelijk maakte.

RK Veulpoepers BV, De Hippies Van Beek

‘De naam Veulpoepers?’ vraagt zanger Zjef Naaijkens met Brabantse tongval en kenmerkende humor. ‘Eigenlijk betekent dat de Veulneukers.’ Hij verduidelijkt: ‘Op z’n Bels.’ De hippiegroep uit Hilvarenbeek was volgens hem ‘absurdisties aktivisties.’ Eenvoudiger gesteld: ze wilden ‘de zaak opnaaien’. Voor een ‘socialistische samenleving’ die ze volgens Naaijkens mede mogelijk gingen maken. ‘Vooruit’, voegt hij met twinkelende oogjes aan dat ‘mede’ toe. ‘We gingen het niet alleen doen.’

In RK Veulpoepers BV, De Hippies Van Beek (75 min.) wordt de hele geschiedenis van de Brabantse rebellenclub, die met name in de jaren zeventig stad en land afreisde om op elke demonstratie of festival aan te treden, nog eens uitgebreid uit de doeken gedaan. Van het ontstaan als typische anarchistische folkband tot de verwording daarvan tot een heuse BV, met een eigen woongroep, café en drukkerij. Waarna de groep (natuurlijk) ten onder ging aan precies die dingen waar ze zich jarenlang in het openbaar, met veel bombarie en humor, tegen had verzet.

Deze documentaire van Joris Hendrix en Frank van Osch, die eerder een film maakte over de eveneens stijflinkse generatie- en provinciegenoot Bots, bevat een karrenvracht aan fraai archiefmateriaal (waaruit glashelder wordt hoe populair die Veulpoepers ooit waren), maar heeft wel een erg anekdotisch karakter (met veel heerlijke verhalen, dat wel). Het is en blijft een verzameling herinneringen van een specifieke groep mensen en wordt nooit meer dan dat. Een exposé van Neerlands linkse protestbands uit de jaren zeventig bijvoorbeeld.

Dat gezegd hebbende: het schelmenverhaal van De Veulpoepers, en het aan hen gelieerde ‘actieorkest’ Fanfare Van De Eeuwigdurende Bijstand, biedt ruim voldoende stof voor vijf kwartier vermaak, waarbij de spanningen tussen het ‘Politburo’ en de anderen de groep uiteindelijk op een opvallend kille wijze de das om zullen doen. Die verwijdering, tussen mensen die samen zijn opgegroeid en jarenlang in één huis hebben gewoond, wordt door de filmmakers slim vervat in een actuele uitvoering van de enige echte (bijna)hit die de Poepers ooit hadden: Café Den Egelantier.

Een nummer dat ze destijds, natuurlijk, niet op televisie wilden playbacken. ‘Ja, een tweede huis in Spanje’, grapt Zjef Naaijkens daarover, geheel in stijl. ‘Had-ie kunnen hebben, heeft-ie niet gedaan!’

The Act Of Killing


Als je iemand een bijzonder ongemakkelijke filmavond wilt bezorgen, schotel hem dan zonder al te veel voorinformatie The Act Of Killing(2012) voor. Ik heb tweemaal een avond – en de bijbehorende nacht en dagen daarna – laten vergallen door de bikkelharde film van Joshua Oppenheimer en begin nooit meer aan een derde kijkbeurt. Terwijl ik dit intik, spuug ik tussen twee vingers door op de grond. Beloofd. Uit puur zelfbehoud overigens.

Tegelijkertijd zou ik iedereen die de film nog niet heeft gezien aanraden om er direct een paar uurtjes voor vrij te maken. The Act Of Killing, de zogenaamde director’s cut zelfs (159 min.). Zorg dan wel voor tissues, een emmertje en enkele hulplijnen, want een walgelijkere kijk op de wrede inborst van dé mens – nee, laten we het comfortabel houden – van sómmige mensen zul je niet snel meer krijgen.

Oppenheimer heeft voormalige Indonesische massamoordenaars, die het land halverwege de jaren zestig enthousiast zuiverden van communisten en andere onwelgevallige landgenoten, gevraagd of ze de hoofdrol willen spelen in een overdadig aangeklede speelfilm over hun eigen heldendaden. De inmiddels bejaarde mannen happen enthousiast toe en kruipen nog eenmaal in de rol van hun leven.

Waar de gemiddelde kijker – hopelijk – een stel voormalige criminelen met een nauwelijks ontwikkeld moreel besef ziet, die tegenwoordig zowaar een soort macabere fanbasis lijken te hebben, menen ze zelf dat die film hen eindelijk die welverdiende roem zal brengen. De camera biedt hen tevens de mogelijkheid om hun vakkennis over te dragen, want hoe kun je nu eigenlijk het beste prikkeldraad om iemands nek wikkelen en waar moet je die dan aantrekken? Wacht, ze demonstreren het wel even.

The Act Of Killing is zo’n film die je nooit meer vergeet – al zou je eigenlijk niets liever willen. Oppenheimer filmde tegelijkertijd overigens ook het aangrijpende The Look Of Silence (2014), een documentaire met een conventionelere opzet, waarin de kant van de slachtoffers van de Indonesische genocide wordt belicht. Ook die film klapt er genadeloos in. Beide documentaires werden genomineerd voor een Oscar en sleepten diverse prijzen in de wacht.

Joshua Oppenheimer is na het filmen van zijn indrukwekkende tweeluik uit Indonesië vertrokken en zal daar ook niet snel terugkeren. ‘Ik kan Indonesië waarschijnlijk zonder problemen in’, vertelde hij halverwege 2015 in een interview met The New York Times. ‘Ik weet alleen niet zeker of ik het land ook weer levend kan verlaten.’