Moeder Aan De Lijn

MoederaandeLijn_Carin2 (1)

 

Het is toch je moeder. Zoals zij ooit moet hebben verzucht dat jij toch haar kind was en intussen stug doorging met zorgen. Nu zijn de rollen omgedraaid. Mama is hulpbehoevend geworden en jij steun en toeverlaat. Het voelt als de omgekeerde wereld: een kind dat voor z’n ouder moet zorgen. Maar je doet het natuurlijk toch. Je moet ook wel, als onderdeel van de zogenaamde participatiemaatschappij.

In Moeder Aan De Lijn (58 min.) observeert Nelleke Koop drie mantelzorgers tegen wil en dank. Niet dat ze dat nadrukkelijk uitspreken, maar het klinkt door in de talloze telefoontjes die ze plegen met andere familieleden, artsen en verpleegkundigen (en die door de filmmaker worden gebruikt als illustratie van hun gejaagde, letterlijk zorgelijke bestaan). Een soort moedeloze mengeling van plichtsbetrachting en wanhoop, die niet in expliciete quotes hoeft te worden vervat. Interviews blijven dus achterwege.

In hun blikken – triest, moe of gepijnigd – zit alles al opgesloten. De onmacht, het verdriet en de frustratie. Van vrouwen die in de bloei van hun leven alles aan de kant moeten (en willen) zetten voor hun alsmaar hulpelozere moeder. En dus wordt die baan opgezegd, beknibbeld op de tijd met hun kinderen en het eigen behoeftepatroon al helemaal aan de kant gezet. Want die ouder, door Nelleke Koop geportretteerd als niet meer dan een bijpersonage, kan er natuurlijk ook niets aan doen. Het is een gordiaanse knoop, waarin je getuige deze soms schrijnende film helemaal verstrikt kunt raken.

The War Room

Janus Film

Het is een klassiek geworden scène: de hevig geëmotioneerde campagneleider James Carville spreekt op verkiezingsdag zijn troepen toe. Of Bill Clinton daadwerkelijk president wordt, weet hij dan nog niet. ‘Ik was 33 toen ik voor het eerst naar Washington en New York ging’, stamelt Carville. ‘42 toen ik mijn eerste campagne won. En ik ben dankbaar voor jullie allemaal. Jullie hebben deel uitgemaakt van iets bijzonders in mijn leven.’ Zijn mond trekt, tranen dringen zich op. Niet alleen bij hem. ‘En ik zal nooit vergeten wat jullie hebben gedaan. Bedankt!’

‘The Ragin’ cajun’ Carville en zijn rechterhand, glamourboy George Stephanopoulos, zijn de absolute helden van deze ultieme politieke campagnefilm van de direct cinema-pionier D.A. Pennebaker en zijn partner Chris Hegedus. Hun baas Bill Clinton, die ze slim The Comeback Kid dubden, is hooguit een interessant bijpersonage. Als twee politieke generaals zetten Carville en Stephanopoulos de lijnen uit in The War Room (96 min.), zodat hun kandidaat in 1992 de Republikeinse president George Bush kan verslaan en straks zelf leider van de westerse wereld wordt.

Je zou deze presidentscampagne kunnen zien als het startpunt van de (verdere) verruwing van de Amerikaanse politiek, die uiteindelijk in het reality-tv presidentschap van Donald Trump heeft geresulteerd. Gebruikte gouverneur Clinton een condoom?, wil een journalist bijvoorbeeld weten tijdens de persconferentie van Gennifer Flowers, die claimt jarenlang een affaire te hebben gehad met de presidentskandidaat. Zo ongeveer tegelijkertijd lekt uit dat Bill Clinton in de Vietnam-jaren de dienstplicht zou hebben ontdoken.

Die verhalen zijn volgens James Carville, de vuilgebekte southerner die van zijn hart nooit een moordkuil maakt, allemaal ingestoken door de Republikeinse spin doctor Roger Ailes (die later Fox News zal oprichten en daarmee een jarenlange hetze gaat voeren tegen alles wat links of Democratisch is). Intussen onderhoudt de ‘straight talking’ Carville een relatie met Mary Matalin, de stekelige woordvoerdster van de door hem zo gehate Bush-campagne. Over twee geloven op één kussen gesproken.

Carville en Matalin zijn 25 jaar later nog altijd een koppel. Hun huwelijk heeft de presidentschappen van Clinton, Bush jr. en Obama overleefd. Deze klassieke campagnefilm, die met zijn ongeëvenaarde blik in de machinekamer van een presidentscampagne de standaard heeft gezet voor politieke documentaires, maakte van hen celebrities. Hetzelfde geldt voor de mediagenieke George Stephanopoulos. Hij is al jaren anchor van This Week, het zondagochtendprogramma van de Amerikaanse televisiezender ABC.

In 2008 maakten Hegedus en Pennebaker nog een soort terugblikdocumentaire, The Return Of The War Room, waarin alle hoofdpersonen worden bevraagd over de campagne van ‘92 en hun eigen rol daarin. Dat is geen heel bijzondere exercitie geworden. Op het web is er ook nauwelijks meer iets over te vinden.

Ruim dertig jaar later, in aanloop naar de presidentsverkiezingen van 2024, verscheen er bovendien nog een afzonderlijk portret van de hoofdpersoon van The War Room: Carville: Winning Is Everything, Stupid.

Jacques Brel, Fou De Vivre


Hij leeft voort in zijn tijdloze chansons. Over VesoulRosa of Amsterdam. Jacques Brel kan zijn gehoor veertig jaar na zijn overlijden nog steeds in vervoering brengen. Hij zingt niet, hij vertelt muzikale verhalen. Met zijn gedragen stem, de zwierige gebaren waarmee hij die kracht bijzet en het expressieve hoofd dat grootse emoties communiceert en maar blijft transpireren.

De Belgische chansonnier Jacques Brel móest wel een ster worden, zo lijkt het nu. Maar de documentaire Jacques Brel, Fou De Vivre (90 min.) laat zien dat die conclusie alleen achteraf kan worden getrokken. Vóór het succes was er – gewoon – de twijfel, het onbegrip en de armoe. Jackie Brel had ook gewoon in zijn vaders kartonfabriek kunnen blijven steken. Als lid van de door hem verfoeide Brusselse Burgerij.

‘Waarom ben ik niet gewoon zoals de anderen gebleven? vraagt hij zich vertwijfeld af in deze documentaire van Philippe Kohly als al zijn pogingen, aan het begin van de jaren vijftig, om door te breken in Parijs steeds weer lijken te mislukken. In zijn eigen antwoord klinkt de romanticus door: ‘Omdat ik bang was om vroegtijdig dood te gaan, vroegtijdig oud te worden.’ Zou hij het menen? Of paste zo’n uitspraak ook wel bij wie Brel en plein publique wilde zijn?

In deze biopic, die ‘s mans acteercarrière slechts zijdelings behandelt, krijgt de zanger in elk geval ruim baan en vertelt hij, via talloze oude interviewfragmenten, zijn eigen verhaal. Een dominante verteller kadert die met verve in. Jacques Brel, Fou De Vivre is verder op smaak gebracht met enkele geanimeerde scènes en héél véél prachtig concertmateriaal. Van de zanger in optima forma, die niet zonder zijn publiek kon en eeuwig aan zichzelf bleef twijfelen – tot kotsen aan toe. Of zoals Brel zelf, in misschien wel zijn grootste evergreen, op dramatische toon zingt: Ne Me Quitte Pas.

School Life


Hij lijkt een volledig verzuurde knorrepot, zij oogt als een wereldvreemde boekenwurm. Het echtpaar Leyden geeft al 46 jaar les op Headfort School, de enige Ierse kostschool voor kinderen van zeven tot en met twaalf jaar. Daarbij kun je je direct allerlei schrijnende taferelen voorstellen. Van kadaverdiscipline, volstrekte liefdeloosheid en rücksichtslose tucht. Om over het onvermijdelijke misbruik nog maar te zwijgen.

Niets van dat al! De amodieuze John mag dan voortdurend zogenaamde verwijten om zich heen strooien (‘dat waren alle goede noten, maar niet noodzakelijk in de juiste volgorde’) en Amanda kan volledig in vervoering raken van bepaalde poëzie, maar uit alles wat ze doen en zeggen spreekt oprechte betrokkenheid bij ‘hun’ pupillen. Om over de bijbehorende onderkoelde humor nog maar te zwijgen.

Het kettingrokende echtpaar Leyden maakt van de observerende documentaire School Life (97 min.), originele titel In Loco Parentis, een hartverwarmende film. De filmmakers Neasa Ní Chianáin en David Rane portretteren Headfort als een liefdevol tweede thuis, waar de Leydens zich als pedagogisch verantwoorde pseudo-ouders bekommeren om kinderen die vanuit alle windstreken naar het idyllische dorp Kells in County Meath zijn gekomen. Om van de extra aandacht die ze schenken aan enkele kids met uitdagingen nog maar te zwijgen.

Intussen nadert het afscheid voor John en Amanda Leyden, die in 1972 zijn getrouwd en sindsdien altijd hebben gewoond in de voormalige butlerwoning op het Headfort-terrein. Het moment waarop hun welverdiende ouwe dag begint komt zienderogen dichterbij. Om over het afscheid van al die opgroeiende jongens en meisjes nog maar te zwijgen.

Quincy

Netflix

Tijdens z’n inmiddels zeventig jaar omspannende carrière is zijn voornaam niet minder dan een merk geworden: Quincy (123 min.). Achternaam overbodig. Een enkele letter is soms zelfs al genoeg: Q. Zijn imposante loopbaan bracht hem van Frank Sinatra tot Michael Jackson, van Ray Charles tot Steven Spielberg en van Paul McCartney tot Nelson Mandela. Quincy werd intussen ook een icoon van Zwart Amerika.

Je zou bijna vergeten dat de veel gelauwerde producer, muzikant, filmproducent en sociaal activist ooit als een straatratje, met een bijzonder labiele moeder bovendien, opgroeide in de beruchte South Side van Chicago. Zijn lichaam draagt er nog de sporen van. Bij de start van deze onderhoudende documentaire, geregisseerd door zijn dochter Rashida Jones en Allan Hicks, laat hij een litteken op zijn hand zien aan de hiphopproducer (en devote fan) Dr. Dre. Quincy was nog maar zeven toen er een mes doorheen werd gestoken.

En toen, zal hij later in de film met gevoel voor drama vertellen aan rapper Kendrick Lamar, vond hij een piano… Het boefje van weleer ontworstelt zich nochtans nog steeds af en toe aan de ruim tachtigjarige en inmiddels helemaal salonfähige versie van Q. Als hij begin 2015 na alweer een avondje flink doorzakken een beroerte krijgt en op de rand van de dood zweeft, heeft hij na het ontwaken uit zijn coma bijvoorbeeld al snel zijn gevatheid terug. Weet je wie de president is? wil de dienstdoende arts weten. Hij moet de controlevraag tweemaal stellen. Dan klinkt het bijzonder bijdehand: ‘Sarah Palin’.

Deze biopic wisselt ’s mans turbulente levensverhaal af met zijn inspanningen om de opening van The National Museum of African American History and Culture tot een grandioos succes te maken, trip nostalgia’s door het luisterrijke verleden en zijn dappere pogingen om gezond te blijven. De film zit met dik twee uur wel erg ruim in zijn jasje en mist eigenlijk een goed uitgewerkte dramatische opbouw of overtuigend kartelrandje. Maar als eerbetoon van een dochter aan haar vader, die daarmee meteen zijn erfgoed kan veiligstellen, is Quincy zonder twijfel geslaagd.

Bewaren – Of Hoe Te Leven


‘Je ruimt het maar op als ik dood ben.’ De 92-jarige moeder van filmmaakster Digna Sinke zegt het terloops, als een onbelangrijk bijzinnetje. Ze lijkt de spullen die haar dochter aan haar voorlegt in de documentaire Bewaren – Of Hoe Te Leven (52 min.) vooral leuk te vinden. Die roepen allerlei herinneringen op, maar al te veel waarde hecht moeder er blijkbaar niet (meer) aan.

Hoe anders ligt dat voor Digna zelf. Zij bewaart alsof haar leven ervan afhangt. En misschien is dat ook wel zo. Met al haar spullen weet ze vast te houden aan haar verleden en het bestaan in het algemeen, zo beschrijft ze in de voice-overs waarmee deze denkfilm bij elkaar wordt gehouden. Is dat bewaren nog wel van deze tijd? Is zij zélf eigenlijk nog wel van deze tijd?

Sinke stelt prangende vragen, aan andere verzamelaars, aan non-verzamelaars en aan zichzelf. Dat is spitsroeden lopen. Soms slaat de vertelster een wel erg gedragen toon aan en dreigt Bewaren een tobberige film te worden, maar dan volgt er steevast een vlotte scène die de documentaire lucht geeft. Zo geraakt ze bijvoorbeeld in gesprek met enkele minimalisten, digitale nomaden waarvan alle bezittingen in één enkele tas passen – of rondzwerven, ergens in die ongrijpbare cloud.

Een jongen laat haar zijn tattoo zien: ‘live today’. Hij lacht erbij. ‘Wat vind je ervan?’ Sinke twijfelt even. ‘Ja, waarom niet?’ Stilte, twijfel misschien. ‘Wat kun je anders doen?’ De jongen moet weer lachen. ‘Morgen leven’, klinkt het monter. Waarna de filmmaakster haar eigen dilemma op tafel legt. ‘Ik dacht meer aan leven in het verleden.’

Zo raakt de film tevens aan thema’s als ouder worden, verlies dragen en uit de tijd raken. Blijven mensen, zoals Sinke dat zo fraai formuleert in deze voor een Gouden Kalf genomineerde film, ook in de toekomst geborgenheid vinden in dingen? Of gaat de ervaring van het hier en nu dat vasthouden aan materiële dingen straks volledig vervangen? En wat raken we daar dan mee kwijt?

Grey Gardens


Zeker drie keer eerder ben ik aan deze film begonnen. In lijstjes met de beste documentaires aller tijden neemt Grey Gardens (94 min.) uit 1975 meestal een prominente plek in, maar eerlijk gezegd was het mij nog nooit gelukt om hem uit te kijken. Na zo’n drie kwartier haakte ik steevast af. Verveeld, geïrriteerd en he-le-maal suf geluld.

Want kletsen konden de hoogbejaarde Edith Bouvier Beale en haar licht hysterische, inmiddels 56-jarige inwonende dochter Little Edie, zo constateerde ik opnieuw tijdens mijn meest recente kijkpoging. Rebbelen, roddelen en kibbelen. Ze raakten nooit uitgepraat. En tussen de regels door vertelden ze heel veel over zichzelf, elkaar, de high society die hen had voortgebracht en alles waar ze verder toevallig aan moesten denken.

Hoewel de vrouwen vrijwel onafgebroken praatten (of zongen, dansten en performden), ligt het verteltempo van deze documentaire van de legendarische gebroeders Albert en David Maysles (en Ellen Hovde en Muffie Meyer) erg laag. Zoals ze in de jaren zeventig sowieso in slow motion leken te leven. Aan de meeste scènes, waarvan je je afvraagt waarom ze überhaupt in de film moesten, lijkt werkelijk geen einde te komen. Ik heb ditmaal zelfs even overwogen om hem op dubbele snelheid te bekijken via YouTube. Maar zo ga je natuurlijk niet om met belangwekkende kunst.

Even wat achtergrondinformatie dan maar: moeder en dochter waren familie van de fameuze Jackie Kennedy en konden het ooit breed laten hangen, maar die dagen lagen ten tijde van de filmopnames allang achter hen. Net als het huwelijk van amateurzangeres Edith met de vader van Little Edie. Tijdens het filmen, dat een bezoeking moeten zijn geweest voor de Maysles (die steeds in allerlei gesprekken werden betrokken door de twee dames), woonden de twee Edies met een hele roedel katten in het vervallen en vervuilde landhuis Grey Gardens in North Hampton, waar ze ieder moment konden worden uitgezet.

In deze film kun je dus zowel katten als aapjes kijken, concludeerde ik met de nodige zelfvoldoening terwijl ik nogmaals een greep deed in de zak met borrelnootjes. Deze paradijsvogels mochten in elk geval uitbundig met hun veren pronken. Zoals televisieprogramma’s als Showroom, Jambers en Man Bijt Hond later met veel succes een podium zouden bieden aan alle buitenbeentjes, betweters en dorpsgekken die van zich wilden doen spreken. En dus vroeg ik me af: biedt deze klassieke (het volgende woord spreek ik met gefronste wenkbrauwen uit:) ‘documentaire’ werkelijk meer dan zulke veletisieportretjes?

Ik moet het antwoord na de zoveelste kijkbeurt – zo voelde dat soms wéér – opnieuw schuldig blijven. Ik heb de film wel uitgekeken. Uitroepteken. Of beter: uitgezeten. En inmiddels zie ik in Grey Gardens óók een intrigerende karakterstudie van een excentrieke moeder en dochter, een tragikomische ode aan levens in verval en een vergeeld portret van een verloren wereld. Maar om nu te zeggen dat ik deze keer anderhalf uur aan de beeldbuis gekluisterd heb gezeten…

De speelfilmversie van Grey Gardens uit 2009, met in de hoofdrollen Jessica Lange en Drew Barrymore als respectievelijk Big en Little Edie heb ik tot dusver dus schielijk gemeden. En daarin zal voorlopig ook geen verandering komen. Een mens heeft zo zijn grenzen. Maar tot mijn schrik hoorde ik onlangs dat er met ‘lost footage’ nóg een documentaire over het illustere duo Beale is gemaakt, de prequel That Summer (met cameo’s van niemand minder dan Mick Jagger, Truman Capote en Andy Warhol). Dat was even schrikken. Ga ik er straks weer aan beginnen? Moet dat? Kan ik dat eigenlijk wel?

Het Zaad Van Karbaat (2018)


’De baarmoeder lacht me toe’, zegt dokter Jan Karbaat geruststellend terwijl hij met een speculum zaad inbrengt bij een vrouw. Het zijn beelden uit de tijd dat hij zich nog onaantastbaar waande. Enkele decennia later, en met de wetenschap van nu, hebben zijn woorden een totaal andere lading gekregen. Want de beloofde anonieme spermadonor, dat bleek hij zelf.

‘Het is de sport dat het lukt’, lacht de vruchtbaarheidsarts, die stiekem tientallen nakomelingen op de wereld zou zetten, even later naar de camera in beelden uit de documentaire Zwart Zaad (1995). ‘Het is eigenlijk jagen. Het is dus een soort uitdaging. Je probeert zo snel mogelijk aan een vrouw haar wens te voldoen, dat ze dan die zo gewenste baby krijgt.’

Karbaat is mijn verwekker, stelt Joey. ‘Maar ik ben niet zijn kind. Dat gun ik hem niet.’ Zijn moeder, die met haar echtgenoot maar geen kinderen kon krijgen, formuleert het nog scherper in de korte documentaire Het Zaad Van Karbaat (21 min.), de film waarmee Miriam Guttmann afstudeerde aan de Filmacademie en vervolgens de VPRO-documentaireprijs won. ‘Mijn geloof in de mens is helemaal weg.’

In een gestileerde setting vertellen moeder en zoon over hoe de arts, die in het voorjaar van 2017 overleed en tot die tijd duchtig voor God speelde, hun leven en onderlinge relatie heeft beïnvloed. Een andere vrouw en haar dochter worstelen ook nog steeds met de onontkoombare waarheid: Karbaat mag dan een charlatan, narcist en/of oplichter zijn, hij is ook je vader – of de vader van je kind.

Guttmann verbeeldt hun (innerlijke) strijd met een krachtige set gedramatiseerde familieopstellingen, boordevol ongemakkelijke poses en veelbetekenende blikken. Ze maken van Het Zaad Van Karbaat meer dan zomaar een verzameling getuigenissen over het levenswerk van de inmiddels beruchte vruchtbaarheidsarts en de ingrijpende gevolgen daarvan.

Het Zaad Van Karbaat is hier te bekijken. Miriam Guttmann heeft haar afstudeerfilm in 2021 bovendien uitgewerkt tot een groots opgezette driedelige serie met dezelfde titel: Het Zaad Van Karbaat. Engelse titel: Seeds of Deceit.

Het Is Gezien


‘Als God zich opnieuw in Levende Stof gevangen geeft, zal hij als ezel terugkeren, hoogstens in staat een paar lettergrepen te formuleren, miskend en verguisd en geranseld, maar ik zal hem begrijpen en meteen met hem naar bed gaan.’ Aldus schrijver Gerard Reve in zijn roman Nader Tot U. Het leverde hem een aanklacht vanwege godslastering op. Reve moest in de jaren zestig zelfs voor de rechter verschijnen.

Ruim een halve eeuw na het geruchtmakende Ezelproces is het nauwelijks voor te stellen dat een Nederlandse schrijver vanwege zijn werk wordt vervolgd. Kunstenaars worden toch allang niet meer zo openlijk gecensureerd? De documentaire Het Is Gezien (54 min.) van regisseur Erik Lieshout en researcher Tom Rooduijn afficheert zich niettemin als ‘een pleidooi voor de vrijheid van kunst’ en spreekt met vaderlandse kunstenaars die in opspraak zijn geraakt door hun werk.

Om de heksenjacht op pedofielen aan de kaak te stellen meldde schrijver A.H.J. Dautzenberg zich enkele jaren geleden aan als lid van pedofielenvereniging Martijn. Het leverde hem talloze dreigbrieven en ontslag op. ’Er is geen vrij denken, constateert de Vlaamse schrijfster Kristien Hemmerechts over het gebrek aan steun, ook van haar literaire vrienden, dat zij ervoer na de commotie die ontstond rond haar boek over Marc Dutroux’ vrouw Michelle Martin. ‘Er is geen vrij spreken.’

‘Alles waar je niet over mag praten, daar moet je over praten’, stelt cabaretier Hans Teeuwen. ‘Probleem is om het grappig te krijgen.’ Hij maakte van dichtbij mee hoe vriend en ‘kamikazepiloot’ Theo van Gogh werd geslachtofferd voor zijn denkbeelden en zag naderhand hoe de aanslag op het satirische tijdschrift Charlie Hebdo collega-cabaretiers de mond snoerde. Dat mocht hem niet gebeuren.

In Het Is Gezien, in stemmig zwart-wit geschoten en op smaak gebracht met dramatisch getoonzette muziek, getuigen daarnaast advocaat Gerard Spong, schrijver Tom Lanoye, kunstenares Tinkebell en auteur Mano Bouzamour over de (on)vrijheid die zij ervaren binnen hun werk. Ze lezen tevens voor uit het virtuoze pleidooi dat Reve zelf hield voor de rechtbank. Getuige deze krachtige documentaire zijn ’s mans woorden ook in de 21e eeuw nog steeds actueel en relevant.

Onderkomen


’Beetje rustiger, hè?’. De zeventiger Huub heeft het even gehad met Ghullam, die hem zojuist in een balorige bui heeft begroet met ‘alles goed, brother?’. ‘Wie?’, reageert de Afghaanse jongen uitdagend. ‘Je hebt geen verblijfsvergunning’, stelt Huub scherp. ‘Dus je moet je wel een beetje…’ Het was een grapje volgens Ghullam, maar Huub is niet overtuigd. ‘Ja, grapje, ik begrijp het’, zegt hij geïrriteerd. ‘Je bent een grapjas.’

Het is niet altijd pais en vree in de sloopflat te Maastricht, waar drie Afghaanse tieners al enkele jaren de dag door moeten zien te komen met televisie, muziek en sporten. Intussen hopen ze op een verblijfsvergunning. De jongens zijn als minderjarige naar Nederland gekomen en hebben toen een AMV-status (Alleenstaande Minderjarige Vluchteling) gekregen. Gepensioneerde vrijwilligers van VLOT, een plaatselijke afdeling van het Leger des Heils, begeleiden hen nu bij hun pogingen om definitief in Nederland te mogen blijven.

In Onderkomen (69 min.) volgt Jacqueline van Vugt hun gezamenlijke pogingen om een weg te vinden door het Nederlandse asieldoolhof. Nadat eerdere pogingen zijn gestrand, vertellen ze nu hun ware verhaal – of een verhaal waarvan ze denken dat het een verblijfsvergunning oplevert. De één is christen geworden, een ander beroept zich erop dat hij homoseksueel is. Maar of met die nieuwe insteek de poort van Fort Nederland nu wél kan worden opengebroken?

Van Vugt heeft de dramatische levensverhalen van Keiber, Noori en Ghullam en hun ervaringen met de Nederlandse asielprocedure laten visualiseren door enkele studenten van de opleiding Communication & Multimedia Design van de Hogeschool Arnhem Nijmegen. Hun fraaie animaties vormen beslist een meerwaarde voor deze treffende documentaire, maar roepen tegelijkertijd de vraag op hoe waarheidsgetrouw die verbeelding is (en kan zijn) van een verleden dat zo omstreden én bepalend voor de toekomst is.

Ghullam heeft ambities als rapper. Jacqueline van Vugt vroeg voormalig Osdorp Posse-rapper Def P. of hij met de Afghaanse jongen een titelnummer voor de documentaire wilde opnemen.

Reversing Roe

Netflix

Het is een even bekend als naargeestig beeld: een Amerikaans meisje probeert stilletjes een abortuskliniek binnen te glippen, maar wordt opgewacht door enkele luidruchtige demonstranten, die iets in de trant van ‘abortion is murder’ scanderen, borden over ‘America’s holocaust’ omhoog houden en de zwangere vrouw op intimiderende wijze tot een persoonlijk gesprek proberen te verleiden. In naam van de Heer willen ze haar overreden om haar keuze te herzien.

Intussen trekken hun representanten in politiek, kerk en advocatuur onversaagd ten strijde tegen Roe vs. Wade. Tijdens deze rechtszaak in 1973, aangespannen door een anoniem gebleven vrouw met de schuilnaam Jane Roe, werd in 1973 door het toenmalige hooggerechtshof het recht op abortus voor Amerikaanse vrouwen wettelijk vastgesteld. Tot afgrijzen van religieus rechts, dat in de navolgende decennia een genadeloze anti-abortusstrijd ontketende, slim geframed als ‘pro-life’.

Reversing Roe (99 min.) brengt die strijd op een genuanceerde manier in kaart; van de talloze pogingen om de balans in het Amerikaanse hooggerechtshof, de plek waar het gevecht uiteindelijk opnieuw moet worden uitgevochten, naar rechts te doen overhellen tot de talloze wetten en regelingen die op staatsniveau zijn ingevoerd. Zo wordt een vrouw die een abortus wil tegenwoordig in bepaalde staten verplicht om eerst naar een echo van de foetus in haar buik te kijken. Als ze het dan nog zeker weet…

Deze gedegen televisiedocumentaire van Ricki Stern en Anne Sundberglaat zowel pro-lifers als pro-choicers aan het woord en neemt de actuele stand van zaken op; terwijl president Trump met een nieuwe kandidaat het hooggerechtshof een ruk naar rechts probeert te laten maken, neemt het aantal abortusklinieken zienderogen af. In sommige staten is er nog maar één plek over waar vrouwen een abortus kunnen krijgen. Waardoor zij wellicht worden gedwongen om ervan af te zien – of om hun heil in het illegale circuit te gaan zoeken.

Abortus is een typisch ‘wedge issue’ in Amerika. Het zet zowel ter linker- als ter rechterzijde van het politieke spectrum mensen aan tot actie. Een ideaal onderwerp voor documentaires dus. Zo portretteert Emmy-winnaar After Tiller bijvoorbeeld vier artsen die ‘late term abortions’ verrichten nadat hun collega, de abortusarts/’massamoordenaar’ George Tiller, is vermoord.

12th & Delaware van Rachel Grady en Heidi Ewing, die eerder de klassieker Jesus Camp afleverden, richt zich op een plek in Florida waar zowel een abortuskliniek als een ‘crisis pregnancy center’, waar vrouwen een abortus juist uit het hoofd wordt gepraat, is gevestigd.

En Trapped zoomt in op de abortusklinieken die ondanks de stringentere wet- en regelgeving open proberen te blijven.

The Work


‘Pas als iedereen heeft gehuild, mogen we naar huis’, maakten mijn klasgenoten en ik elkaar ooit wijs voor aanvang van enkele vormingsdagen, die hoorden bij de zorgopleiding die ik een grijs verleden volgde. Ik moest eraan denken tijdens de daverende documentaire The Work (89 min.), waarin een groep gedetineerden van de beruchte Folsom Prison én enkele mannen van buiten de gevangenis een gezamenlijke vierdaagse training aangaan.

Ze vertellen de anderen hun diepste trauma’s, kruisen gedurig de degens met elkaar en beleven vrijwel stuk voor stuk een soort catharsis. In een kring zitten ze en kijken elkaar diep in de ogen: de leider van een Crips-gang, het voormalige lid van de Aryan Brotherhood, de native American die helemaal kan doordraaien en… drie gewone mannen van buiten die aan zichzelf willen werken. Elk met hun eigen verhaal en reden om de confrontatie aan te gaan.

Soms wordt het contact fysiek en krijgt één van de mannen letterlijk de opdracht om zich ergens doorheen te vechten. Of geeft hij zichzelf die opdracht. Dan wordt het bijna knokken. Een andere keer wordt iemand uitgedaagd, getergd zelfs, om ‘het’ eruit te gooien. En vrijwel altijd volgen er aan het eind diepgewortelde tranen. Ze worden eruit geperst, gelepeld of geschreeuwd. En daarna zijn er knuffels. Van die typisch mannelijke ‘bear hugs’, die alles weer goed maken. Voor even. Heel even.

Regisseur Jairus McLeary en zijn cameraploeg concentreren zich in The Work op een groep van zo’n vijftien mannen. Van heel dichtbij en zonder enige opsmuk registreren ze de emotionele achtbaan die zij ondergaan. Mannen die zijn getekend door het leven en die zelf op hun beurt het leven van anderen hebben getekend. Ze maken voor de camera ongeremd de verlies- en winstrekening op en proberen zichzelf en elkaar vervolgens weer op koers te krijgen. Dat gaat gepaard met de allerbeste bedoelingen en ook heel wat psychologie van de koude grond.

Maar blijkbaar werkt dat wel; van de gedetineerden die Folsom na deze training hebben verlaten is tot dusver niemand teruggekeerd in de cel. Want die training komt ongenadig hard binnen, zeker bij mannen die nooit eerder over hun gevoelens hebben leren praten – laat staan dat ze die ook aan anderen hebben laten zien. Die ruwe emotie maakt van The Work een film die aanvoelt als een ongenadige kaakslag. Waarna deze kijker, eerlijk gezegd, ook wel een ‘bear hug’ had kunnen gebruiken.

Voetbal Is Oorlog


‘Wat een kutkeeper! Wat een kutkeeper! Wat een kutkeeper! Wat een kutkeeper! Godverdomme. Wat hebben wij toch een kutkeeper, zeg! Verschrikkelijk! Wat een kutkeeper hebben wij, zeg!’ De tirade van Achilles ‘29-trainer Eric Meijers over zijn eigen doelverdediger, afkomstig uit de documentaire Voetbal Is Oorlog (83 min.) van Hans Heijnen, ging in de afgelopen weken viral en vormt een prachtig visitekaartje voor deze film, die echt een groot publiek kan aanspreken.

Voetbalstadions lijken immers de nieuwe kerken, waar de belangrijkste bijzaak des levens wordt beleden als een alles omvattende religie. Ook in de onderste regionen van het Nederlands betaald voetbal lopen de emoties soms hoog op. Zodra ze gras ruiken, krijgen sommige mensen nu eenmaal een waas voor hun ogen. In de kleedkamer krijgt diezelfde keeper, Robbert te Loeke, bijvoorbeeld nog eens van onder uit de zak van technisch manager en assistent-trainer Frans Derks. ‘Kom op, godverdomme!’, schreeuwt hij met overslaande stem. ‘Hou die ballen tegen, man!’

De familie Derks zet de toon bij de voetbalclub van de Groesbeekse middenstand. Broer Harrie is voorzitter, zus Elrie bestuurslid. Grote ambities hebben ze: hun club moet betaald voetbal spelen. Terwijl de grote concurrent, het ooit zo ongenaakbare De Treffers, gewoon bij de amateurs is blijven steken. Door financiële perikelen laat de felbegeerde proflicentie van Achilles ’29 alleen steeds op zich wachten. Grijpt de club boven zijn macht?

De knulligheid en het amateurisme druipen er regelmatig vanaf in deze kostelijke documentaire, zeker als de club ook sportief in zwaar weer terechtkomt. Het team staat stijf onderaan in de Jupiler League. Degradatie naar de amateurs dreigt. De nieuwe Zweeds-Servische spits Emir Smajic moet daarom ‘honey’ zijn voor de goal, volgens trainer Meijers in zijn allerbeste Engels. ‘Horny’, corrigeert zijn assistent Frans Derks. Hitsig.

Als Meijers en de diverse Derksen het tij niet weten te keren, daalt Achilles ’29 straks weer af naar het niveau van de eeuwige rivaal. Die wedijver met De Treffers doet denken aan de clash tussen de Bokken en Geiten), de twee harmonieën van het Limburgse dorpje Thorn waarover Hans Heijnen twintig jaar geleden één van zijn meest geslaagde films maakte. Ook Voetbal Is Oorlog draagt duidelijk zijn signatuur: veel losse gesprekjes met clubmensen en dorpelingen, dik aangezette (klassieke) muziek en een dwingende voice-over (van vaste gast Huub Stapel).

Met die elementen schetst de Nijmeegse filmmaker een hartveroverend portret van een hechte dorpsgemeenschap, rond een voetbalclub in barre tijden. ‘Het is ons niet gegund vandaag’, houdt coach Eric Meijers zijn terneergeslagen ploeg voor na alwéér een nederlaag. Alsof ze daar zelf geen enkele invloed op hebben gehad, maar er een hogere macht is die wikt en beschikt over ‘de helden van de Heikant’. En wie zegt, zou de gezworen Achilles-fan kunnen denken, dat dit opperwezen niet, stiekem, heel stiekem, voor De Treffers is?

Inside Lehman Brothers: The Story Goes On

lehman (1)

 

Als een donderslag bij heldere hemel ‘viel’ tien jaar geleden Lehman Brothers. De Amerikaanse zakenbank dreigde in 2008 bovendien de complete financiële sector met zich mee te trekken in het ravijn. Tijdens de wereldwijde economische crisis die zo ontstond moesten overal overheden bijspringen. Bij banken die als ‘too big to fail’ werden betiteld, maar er in de voorgaande jaren alles aan leken te hebben gedaan om juist die ondergang te bewerkstelligen.

‘Als ik dit zou laten zien aan Stevie Wonder, dan zou zelfs hij het zien’, vertelt Linda Meekes, een voormalige medewerkster van Lehman, als ze een vervalst financieel overzicht laat zien. Samen met enkele collega’s probeerde ze, ruim voordat de bank in 2008 plotseling in een vrije val terecht zou komen, de onregelmatigheden bij haar werkgever al aan de orde te stellen en Lehmans (ram)koers bij te sturen. Het kwam hen op vijandigheid, hoon en pure intimidatie te staan.

In Inside Lehman Brothers: The Story Goes On (85 min.) reconstrueren deze klokkenluiders hoe Lehmans übercompetitieve CEO Dick Fuld, bijgenaamd ‘de gorilla’, en zijn ‘cowboys’ in die jaren zonder enige vorm van scrupules handelden in dubieuze financiële producten en hypotheken. Om er zelf rijk van te worden, zonodig ten koste van hun eigen klanten. Fuld en de zijnen opereerden natuurlijk liefst binnen de wet, maar als het nodig was gingen ze ook gerust erbuiten. En als je daar als eenvoudige medewerker iets van wilde zeggen, zo toont deze stevige documentaire van Jennifer Deschamps aan, was je je baan bepaald niet meer zeker.

Inside Lehman Brothers: The Story Goes On biedt verder geen opzienbarende nieuwe inzichten. De roofdiermentaliteit binnen de financiële sector, zakenbanken zoals Lehman in het bijzonder, is al eerder tot in detail opgetekend in speelfilms en documentaires. Deze film laat echter zien dat er binnen die giftige werkatmosfeer ook wel degelijk medewerkers waren die hun geweten lieten spreken. Terwijl Gorilla Fuld en sommige van zijn cowboys de mede door hen veroorzaakte cris verlieten met een spreekwoordelijke zak geld, bleven zij achter met niet veel meer dan pek en veren.

De financiële crisis van 2008 heeft in de afgelopen jaren al tot een hele serie boeiende, veelal messcherpe documentaires geleid. In Oscar-winnaar Inside Job legt Charles Ferguson bijvoorbeeld enkele hoofdrolspelers ongenadig het vuur aan de schenen.

Enron: The Smartest Guys In The Room richt zich op malversaties bij het energiebedrijf Enron, die in 2001 aan het licht kwamen en zo de crisis van 2008 al min of meer aankondigden.

So Help Me God

VPRO

‘Ik vond niet dat hij zo’n lelijke bakkes had’, constateert de Brusselse onderzoeksrechter Anne Gruwez droogjes na afloop van het verhitte verhoor van een man van Noord-Afrikaanse afkomst. ‘Hij was knap, zelfs.’ De verdachte had haar zelf op dat spoor gezet. ‘U zult mijn lelijke bakkes niet meer zien in België’, klonk het even daarvoor ferm. Daarvoor hoefde ze alleen maar te besluiten dat hij niet zou worden vervolgd.

En toen ze daartoe niet bereid bleek – een aanklacht vanwege diefstal en inbraak zou er komen – was de verdachte woest geworden. ’Edelachtbare. Als u me de cel in stuurt, zal ik na mijn straf naar Syrië gaan’, had hij dreigend gezegd. ‘Ik ga ontploffen.’ Gruwez blijft er stoïcijns onder. Nadat de man is afgevoerd, neemt ze een taartje en concludeert onverstoorbaar dat het ondanks alles toch best een knappe vent is.

Volgende zaak. In haar rommelige kantoortje ontvangt ze als leider van het gerechtelijk onderzoek de ene na de andere verdachte met advocaat. Haar werk varieert van relatief onschuldige kwesties tot ronduit schokkende misdrijven. Aan Anne Gruwez zul je dat echter niet merken. Met een stalen gezicht, messcherpe tong en driftig meetypende vingers leidt ze haar gesprekspartners soepeltjes door de voorliggende strafzaak. En je gaat beslist niet met haar voeten spelen.

Intussen werkt ze in So Help Me God (92 min.) met een cold case-team aan twee onopgeloste moorden op tippelende prostituees uit de jaren negentig. Daarvoor doorkruist Gruwez in haar blauwe eend de gehele stad. Zo start ze bijvoorbeeld een diepgravend onderzoek op het kerkhof (hetgeen resulteert in een bijzonder expliciete scène, die sommigen zwaar op de maag zal liggen). En waar mevrouw de onderzoeksrechter ook komt, ze is mondfiat genoeg om de situatie meester te blijven en demonstreert en passant steeds haar gevoel voor humor.

Daarmee behoudt deze heerlijke no-nonsense film van Jean Libon en Yves Hinant (oorspronkelijke titel: Ni Juge, Ni Soumise) te allen tijde een zekere luchtigheid, ook als er wel héél veel treurnis bij Anne Gruwez over de schutting wordt geworpen. En zij is en blijft de absolute blikvanger van deze tragikomische documentaire, die stiekem meekijkt in het dagelijks leven van een onderzoeksrechter. Met veel bravoure roert ze beroepshalve in het afvoerputje van onze hedendaagse samenleving, waar mensen die zich niet kunnen of willen schikken naar de maatschappelijke mores hun hoofd boven troebel water proberen te houden.

More Human Than Human


Zijn wij getuige van de geboorte van een nieuwe menselijke soort? vraagt verteller Tommy Pallotta zich af bij de start van More Human Than Human (78 min.), een documentaire die hij maakte samen met Femke Wolting. Waarna een filmfragment start met Rutger Hauer, die begint aan zijn onvergetelijke laatste woorden als rebelse androïde in de sciencefiction-hit Blade Runner (1982). Halverwege neemt RoboThespian, een blitse robot uit het Britse Cornwall, het ineens over van Hauer en maakt de monoloog af.

Het ding is gefabriceerd door Engineered Arts, dat acteerrobots maakt. Zelfs dat is blijkbaar geen klus meer voor gewone mensen. Volgens directeur Will Jackson kiest zijn bedrijf gewoon voor het laaghangende fruit. ‘Wat is de eenvoudigste goedbetaalde baan die een mens kan doen? stelt hij laconiek. ‘Brad Pitt. Hoe gemakkelijk is dat!’ Meer dan entertainment hoef je volgens hem niet te verwachten van robots. Dit exemplaar kan overigens ook het angstaanjagende personage van Robert de Niro in Taxi Driver, Travis Bickle. ‘Are you talking to me?’, klinkt het mechanisch.

De aandoenlijke robot relativeert de ideaal- en angstbeelden over artificiële intelligentie (AI) die we al jaren krijgen gevoerd via speelfilms. RoboThespian lijkt in elk geval niet uit op de totale vernietiging van de mensheid. Maar wat betekent de opkomst van AI dan wel voor de mens en kunnen mensen écht communiceren met een machine? Met een speciaal opgezet team neemt Pallotta de proef op de som en probeert een creatieve robot te bouwen, die zijn eigen rol als filmmaker zou kunnen overnemen (en die hem dan ook zou kunnen interviewen).

Het experiment, waaraan ook de bekende speelfilmregisseur Richard Linklater meewerkt, heeft slechts een beperkte meerwaarde. Deze intelligente documentaire heeft ook geen kunstgrepen nodig. Aan de hand van makers en denkers uit de artificiële voorhoede struint More Human Than Human, dat is gelardeerd met smakelijke fragmenten uit klassieke sciencefiction-films, door een nieuwerwetse wereld waarin de digitale assistent Siri je beste vriend kan worden, robots eigen kunst maken en overleden vrienden terugkeren als chatbot.

Dat resulteert in elementaire vragen over het bestaan. Neem de zorgrobot Alice, waarover Sander Burger in 2015 al de documentaire Ik Ben Alice maakte. Na een proefperiode wilden eenzame bejaarden echt niet meer zonder. Ook al ging het om gemechaniseerde empathie. En waarom zou die ook niet genoeg zijn? Hebben we échte empathie nodig? vraagt Pallotta zich af. Sterker: zijn mensen eigenlijk wel in staat tot echte empathie? Of, zoals één van de sprekers het kernachtig formuleert: gaan die robots nou steeds meer op ons lijken? Of begint de mens gewoon steeds meer op een robot te lijken?

Jane


Jane Goodall is als onvermoeibare beschermvrouwe van ’s werelds chimpansees een soort merknaam geworden. Met haar eigen wereldwijde non-profit organisatie, waar je zelfs een aap kunt adopteren. Deze weldadige film gaat terug naar begin jaren zestig toen ze als 26-jarige zonder enige wetenschappelijke ervaring naar Tanzania werd gestuurd om daar een chimpansee-gemeenschap te observeren en zo iets te leren over (de voorvaderen van) de mens.

Haar latere geliefde, de vermaarde Nederlandse natuurfilmer en -fotograaf Hugo van Lawick, maakte prachtig beeldmateriaal van de bevallige Britse met haar onmetelijke liefde voor dieren en de natuur. Materiaal, zonder geluid overigens, dat verloren leek te zijn gegaan. Totdat het in 2014 werd teruggevonden. Honderd uur in totaal. Afgelopen week, 17 jaar na Van Lawicks overlijden, goed voor een Emmy Award. Me ape, you Jane. In alle soorten en maten. Waarbij de man achter de camera zichtbaar fantaseert over ‘me Hugo, you Jane’.

Regisseur Brett Morgen, die eerder ook al een overrompelend mooie biopic maakte over Nirvana-zanger Kurt Cobain, had op alle mogelijke manieren kunnen verdwalen in die overvloedige beeldenpracht, maar heeft er een kleine en intieme vertelling in gevonden, die tevens model staat voor een groter, universeel verhaal. Over hoe intelligente wezens, mensen en dieren, met elkaar samenleven, voor elkaar zorgen of – ja, dat ook! – oorlog voeren.

Jane (90 min.) is bovendien virtuoos gemonteerd. De verhaallijn wordt slim op- en uitgebouwd en op diverse niveaus voorzien van symboliek, waarbij de erg dwingende muziek van Philip Glass uiteindelijk ook helemaal op zijn plek valt. Met deze betoverende film, een fraaie demonstratie van het adagium 1 + 1 = 3, opent Brett Morgen een wonderbaarlijke wereld, waarnaar je eigenlijk steeds zou willen terugkeren.

De Prijs Van De Hemel


Morgen komt waarschijnlijk een jongensdroom uit. In Camp Nou, het imposante voetbalstadion van FC Barcelona, staat PSV-middenvelder Pablo Rosario dan in zijn eerste Champions League-wedstrijd tegenover de superster Lionel Messi. Zes jaar geleden belichtte regisseur Jack Janssen het leven van de dertienjarige Rosario in de documentaire De Prijs Van De Hemel (61 min.).

De verwachtingen zijn dan al hooggespannen rond de HAVO-scholier met de paardenstaart. Volgens zijn jeugdtrainer bij de Amsterdamse amateurclub DWS wordt Pablo Paulino Rosario zelfs beter dan Ruud Gullit, die samen met Frank Rijkaard bij dezelfde vereniging speelde. Hij staat in de belangstelling van Ajax, Feyenoord en zijn huidige werkgever PSV. Vertegenwoordigers van die clubs blijven hem met voorstellen bestoken. Aan Pablo de keuze…

Pa Rosario treedt op als zaakwaarnemer. Ook hij denkt dat zijn zoon de top gaat halen. ‘Hij komt absoluut in het Nederlands elftal te spelen.’ Tegelijkertijd ziet de van oorsprong Dominicaanse spraakwaterval ook beren op de weg. ’Er zijn hele mooie vrouwen die je het hoofd helemaal op hol kunnen brengen’, oreert hij tegen zijn zoon. Pablo moet ervoor zorgen dat hij op een dag ‘een kusje en ketting van de koningin’ krijgt als het Nederlands elftal met hem het WK heeft gewonnen. De jongen zit de preek onbewogen uit.

Tijdens de halve finale van het WK-voetbal in Zuid-Afrika laat Pablo een heel andere kant van zich zien. In een krachtige scène juicht hij (om zijn vriendjes te sarren?) heel nadrukkelijk voor Oranjes tegenstander Uruguay, bij een wedstrijd waarin ook zijn huidige trainer Mark van Bommel actief is. Ineens is ‘Pablito’ weer gewoon een lekker dwarse puber, die school, vriendjes en een alles overwoekerende ‘hobby’ moet zien te combineren en soms gewoon de kont tegen de krib gooit.

Intussen brengt deze observerende documentaire uit 2012 ook treffend de gekte in beeld die kan ontstaan rond jeugdig voetbaltalent, waarbij volwassen mannen hun eigen dromen projecteren op een kind en anderen daar weer een slaatje uit proberen te slaan. Terwijl steeds opnieuw blijkt hoe moeilijk het is om te voorspellen wie er later tegenover Messi komt te staan en wie gedoemd is om weg te kwijnen in de verste uithoeken van het betaalde voetbal.

The Jinx: The Life And Deaths Of Robert Durst


Verdacht van drie afzonderlijke moorden, maar nooit veroordeeld. Ook al heeft Robert Durst toegegeven dat hij één van de lijken in stukken heeft gezaagd en vervolgens in het water heeft gedumpt. Dat is het fascinerende uitgangspunt van de Amerikaanse true crime-klassieker The Jinx: The Life And Deaths Of Robert Durst (268 min.) uit 2015, die in eigen land een ongelofelijke mediahype veroorzaakte.

Meer zou je eigenlijk niet moeten willen weten over deze opzienbarende zesdelige serie, die in zijn geheel online is te bekijken. En ga ook vooral niet googelen op Durst, zijn steenrijke New Yorkse vastgoedfamilie of de moorden waarvan hij wordt verdacht, waaronder die op zijn echtgenote Kathleen McCormack. Je zou op informatie kunnen stuiten die de overrompelende kijkervaring kan vergallen. The Jinx bekijk je bij voorkeur zonder enige verdere voorkennis.

Feit is – voor de nieuwsgierige aagjes onder ons, die zich toch niet kunnen bedwingen – dat Robert Durst een hoofdpersoon is om van te dromen: charmant, gelaagd en totaal onvoorspelbaar. En soms ronduit angstaanjagend. In regisseur Andrew Jarecki, die eerder al de prachtige documentaire Capturing The Friedmans maakte, treft Durst echter een waardig opponent, die samen met hem op zoek gaat naar de waarheid. Daarbij gaan de handschoenen uit en – spoiler alert! – blijven de zendersetjes aan.

Dat is dan ook écht alles wat je hoeft te weten over deze superspannende miniserie, waarin Durst en Jarecki elkaar, zichzelf én de kijker de ene na de andere vernietigende vuistslag geven. Want The Jinx: The Life And Deaths Of Robert Durst is zowel ‘too good to be true’ als ‘too true to be good’.

In het voorjaar verscheen een tweede seizoen van deze true crime-serie: The Jinx Part Two.

The Oslo Diaries


Op 13 september 1993, 25 jaar geleden dus, werd er gedroomd over vrede in de Noorse hoofdstad Oslo. De Israëlische premier Yitzhak Rabinschudde op neutraal terrein de hand van zijn gezworen vijand Yasser Arafat, de leider van de Palestijnse vrijheidsbeweging/terroristische organisatie PLO. En er leek zowaar een reële kans op een permanent staakt het vuren in het explosieve hart van het Midden-Oosten.

Inmiddels weten we helaas wel beter. Ruim twee jaar later, in de turbulente dagen na het tweede Oslo-akkoord van 1995, zou de Joodse kolonist Yigal Amir, een fervente tegenstander van de akkoorden, de Israëlische leider vermoorden en daarmee ook de droom van vrede om zeep helpen. Anno 2018 kunnen we ons de wereld nog altijd nauwelijks voorstellen zonder het deprimerende Palestijns-Israëlische conflict, dat steeds weer opnieuw oplaait.

In The Oslo Diaries (97 min.) wordt de aanloop naar het vredesakkoord, waarbij er in het diepste geheim op het scherp van de snede is onderhandeld, gereconstrueerd met enkele direct betrokkenen. Daarbij putten de filmmakers Mor Loushy en Daniel Sivan ook veelvuldig uit dagboeken die enkele onderhandelaars hebben bijgehouden. Enkele cruciale scènes zijn bovendien gedramatiseerd met acteurs.

Behalve voor het grote politieke verhaal heeft deze boeiende documentaire ook aandacht voor de menselijke kant van het vredesproces; de onderhandelaars zijn elkaar gaandeweg als mens (of zelfs als vriend) gaan zien, in plaats van als gezichtsloze vijand. In hun hart, en dat van veel anderen, groeide intussen de hoop dat er wellicht tóch een uitweg was uit alle ellende. Uiteindelijk is die echter (nog) nooit gevonden.