Yo No Me Llamo Rubén Blades

Gema Films

‘Rubén, waarom deze documentaire? Waarom is die belangrijk voor je?’ vraagt regisseur Abner Benaim als salsaster Rubén Blades hem thuis zijn collectie strips heeft laten zien. ‘Ik zal je eerlijk zeggen: ik heb meer verleden dan toekomst’, antwoordt zijn protagonist. ‘Heb je gezien wat er is gebeurd met Prince? Hij stierf op 57-jarige leeftijd, zonder testament.’

Dat wil de begenadigde vertolker van geëngageerde Latijns-Amerikaanse muziek onder geen beding laten gebeuren. Vandaar Yo No Me Llamo Rubén Blades (Engelse titel: Rubén Blades Is Not My Name, 84 min.), een biografie uit 2018. ‘Dit hier is onderdeel van mijn nalatenschap’, stelt de zanger. ‘Ik wil de dingen zeggen die belangrijk voor me zijn. Want als ík ze nu niet zeg en uitleg wat ik bedoel, zullen andere mensen er straks hun interpretatie op loslaten.’

Tegelijkertijd wil hij zijn carrière als artiest zo langzamerhand afsluiten. Er is nog zoveel meer in het leven voor de man die ook jurist is, in talloze films speelde en ooit kandidaat was voor het presidentschap van zijn geboorteland Panama. In dit (zelf)portret loopt hij letterlijk door zijn leven, langs de plekken en mensen die hem hebben gevormd: San Felipe (de stad van zijn jeugd), New York (de plek waar hij carrière maakte) en Cambridge (waar hij studeerde aan Harvard University).

De vermaarde schrijver Gabriel García Márquez noemde Blades ooit ‘de populairste onbekende persoon’. In deze film kijkt die nu terug op een veelbewogen leven en loopbaan, samen met zijn echtgenote Luba Mason, de zoon die hij pas op latere leeftijd leerde kennen en muzikale collega’s zoals Paul Simon, Sting en Andy Montañez. ‘De carrière van een zanger eindigt nooit’, zegt die laatste, bijgenaamd The Godfather Of Salsa. ‘Totdat God Onze Vader de kaars uitblaast.’

‘Ik ben de zanger, populair overal waar ik ga, zingt Rubén Blades tenslotte zelf aan het eind van dit gedegen portret, terwijl hij een aanstekelijk ritme klapt. ‘Maar als de show voorbij is ben ik gewoon maar een mens. En leef ik mijn leven van plezier en verdriet, goede en slechte tijden.’

El Fotógrafo Y El Cartero: El Crimen De Cabezas

Netflix

José Luis Cabezas wordt op 25 januari 1997 gevonden in een brandende Ford Fiësta. Hij heeft handboeien om en blijkt te zijn gedood met een kogel door het hoofd. De moord op de fotojournalist van het Argentijnse tijdschrift Noticias veroorzaakt een golf van verontwaardiging in het Zuid-Amerikaanse land. Zelfs stervoetballer Diego Maradona loopt mee in de navolgende protestmars.

Als eerbetoon houden Cabezas’ vakbroeders bovendien demonstratief hun camera in de lucht. De boodschap is helder: ons krijg je niet klein. Want de moord op hun collega doet denken aan een periode die ze achter de rug dachten te hebben: de dictatuur van generaal Jorge Videla (1976-1981). Inmiddels wordt Argentinië alweer een jaar of acht geleid door president Carlos Menem van de Peronistische Partij. Hij heeft van het Zuid-Amerikaanse land een neoliberaal ‘paradijs’ gemaakt.

In de gedegen documentaire El Fotógrafo Y El Cartero: El Crimen De Cabezas (146 min.) reconstrueert Alejandro Hartmann met direct betrokkenen hoe Cabezas zich met zijn camera meldt op het kruispunt waar politie, georganiseerde misdaad, bedrijfsleven en politiek hun ziel aan de duivel hebben verkocht. Hij maakt daar enkele spraakmakende foto’s, die hem uiteindelijk het leven zullen kosten. Die ene moord openbaart vervolgens een gecompliceerde slangenkuil.

Met een replica van de donkere kamer van zijn protagonist als het sinistere decor voor belangrijke elementen uit het moordonderzoek ploegt Hartmann 25 jaar na dato nog eenmaal door De Zaak Cabezas, die belangrijke politieke en maatschappelijke implicaties zou hebben. ‘Macht hebben is straffeloos zijn’, zegt één van de hoofdverdachten onderweg, met de hoogmoed die inderdaad voor de val blijkt te komen. Want de daders kunnen de dans uiteindelijk niet ontspringen – al komen sommigen met de schrik vrij.

Daarvoor heeft dan wel eerst een onverschrokken journalist moeten sterven. Die gebeurtenis is een ijkpunt geworden in Argentinië. ‘No se olviden de Cabezas’, houden journalisten elkaar voor: vergeet Cabezas niet. En al die anderen – in Rusland, Mexico of Israël – die hun werk als waakhond van de democratie met de dood moeten bekopen.

Point Of Order!

‘Have you no sense of decency, sir?’ Die vraag van Joseph Welch aan senator Joe McCarthy zou de geschiedenisboeken ingaan. Vrij vertaald: hebt u dan geen enkel fatsoen, meneer? De klassiek geworden zinsnede van de professorale advocaat van het Amerikaanse leger aan het adres van de populistische politicus die overal communisten meende te zien, vormt ook de apotheose van deze gortdroge en toch fascinerende documentaire van Emile de Antonio uit 1964.

Point Of Order! (97 min.) volgt chronologisch – in zwart-wit, zonder interviews of toegevoegde muziek – de hoorzittingen van een senaatscommissie in de lente van 1954 rond beschuldigingen tegen McCarthy en zijn meedogenloze rechterhand Roy Cohn, een ploert die later te boek zou komen te staan als één van de gevaarlijkste advocaten van de twintigste eeuw. Zij worden ervan beticht dat ze de Amerikaanse minister van Defensie ernstig onder druk hebben gezet ten faveure van een willekeurige dienstplichtige soldaat. Deze G. David Schine zou Cohns stiekeme geliefde zijn geweest – een suggestie die tijdens het juridische steekspel overigens nooit direct onder woorden wordt gebracht.

De Kwestie Schine lijkt vooral te dienen om de raspopulist McCarthy, die in de voorgaande jaren een heksenjacht op Amerikaanse communisten heeft ontketend, kalt te stellen. De wilde beschuldigingen waarmee de Republikeinse senator uit Wisconsin complete levens ruïneert, moeten koste wat het kost worden gestopt. En dat titanengevecht mondt uit in een wirwar van verbale schermutselingen, juridische haarkloverij en talloze puntjes van orde, die uiteindelijk op maar liefst 187 uur film wordt vastgelegd. De afgewogen selectie die De Antonio daaruit heeft gemaakt werkt soepeltjes toe naar het moment waarop McCarthy, die tijdens de zittingen flink onder vuur heeft gelegen, besluit om terug te slaan.

Hij haalt een jonge kantoorgenoot van Joseph Welch, die communistische sympathieën zou hebben, door het slijk. En leidt daarmee zijn eigen ondergang in. Als Welch klaar is, rest er van de haatzaaier pur sang nog slechts een boer met kiespijn, die zijn ‘beste’ dagen inmiddels achter zich heeft liggen. Joe McCarthy zal drie jaar later op slechts 48-jarige leeftijd overlijden. Een gebroken man, die het collectieve geheugen ingaat als zijn eigen politieke vernietigingsstrategie: het McCarthyisme.

Ed van Thijn: Een Oorlog Die Nooit Overging

BNNVARA

Hij deelde zijn persoonlijke verhaal met heel Nederland, maar kon, of wilde, het niet met zijn eigen kinderen bespreken. Ed van Thijn bleef zijn hele leven dat tienjarige jongetje dat níet stierf in de Tweede Wereldoorlog. ‘Wie ben ik dat ik het heb overleefd?’ vraagt hij zich af tijdens een interview uit 2010. ‘Je ziet ook kinderen voor je die het niet hebben overleefd. Ik denk dan: hoeveel burgemeesters van Amsterdam zouden daaronder hebben gezeten? En wie ben ik dan dat ik dit heb mogen worden?’

Oppervlakkig beschouwd heeft Ed van Thijn (1934-2021) een prachtig leven gehad. Hij was fractievoorzitter van de Partij van de Arbeid in de Tweede Kamer, bekleedde enkele jaren het ambt van minister van Binnenlandse Zaken en werd vervolgens de langstzittende burgemeester van Amsterdam ná die vervloekte oorlog (1983-1994). Daarachter, naast en tussen waren er echter altijd dat schuldgevoel, de angst om daar ‘dik’ over te doen en het verdriet over wat verloren ging, ook in de jaren ná 1945.

In het postume portret Ed van Thijn: Een Oorlog Die Nooit Overging (47 min.) onderzoekt Nathalie Toisuta met de hoofdpersoon zelf (in zijn laatste interview uit 2020), zijn vrouw Odette, dochters Marion en Carla, kleindochter Lisa, vriend Frits Barend, biograaf Willem van Bennekom, historicus Geert Mak, partijgenoot Lodewijk Asscher en Bert Jan Flim, kind van een verzetsstrijder, de tragiek van Van Thijns leven en hoe iedereen in zijn directe omgeving in de schaduw daarvan moest leven. ‘Alles herinnert aan de oorlog’, vertelt zijn vrouw. ‘Alles!’

Hoe bevrijdt een man, die de vanzelfsprekendheid van vrijheid niet kent, zich van de oorlog? Dat lijkt de sleutelvraag van dit waardige eerbetoon aan de ouderwetse burgervader Ed van Thijn, een politicus uit en van een andere tijd: getekend door de oorlog en daardoor, elke dag weer, geïnspireerd om het goede te doen.

Notes From Brussels

In Context Productions

‘Het gevoel dat je onderdeel bent van een groter verhaal, is dat het waard om al je andere behoeften en verlangens te onderdrukken?’ vraagt Nadine van Loon zich halverwege Notes From Brussels (79 min.) af. Ze werkte ooit zelf als politiek medewerker van een Europarlementariër en haakte toen af met een burn-out. Voor haar debuutdocu heeft ze gedurende enkele jaren drie vrouwen gevolgd, die nog altijd werkzaam zijn in Brussel en Straatsburg. En dan begint het toch weer te kriebelen. Had ze niet gewoon wat harder moeten zijn voor zichzelf?

Die persoonlijke insteek voelt soms wat gezocht in deze film over het werk aan de basis van de Europese Droom. De verhalen van de drie geportretteerde vrouwen spreken voor zichzelf. De carrière van de Duitse topambtenaar Beate Gminder heeft een normaal gezinsleven bijvoorbeeld vrijwel onmogelijk gemaakt en de hoeveelheid stress zorgt ook voor gezondheidsproblemen. De Poolse journaliste Joanna Sopinska vraagt zich ondertussen af wanneer ze met haar gezin wil terugkeren naar haar eigen land, dat in de voorgaande jaren steeds verder is geradicaliseerd.

En de jonge Française Anne-Cécile Gault, medewerker van Europarlementariër Nathalie Griesbeck, vraagt zich af of ze nog steeds een lange Europese carrière ambieert. ‘Hoe ik mezelf over tien jaar zie?’ zegt ze in gesprek met twee jonge collega’s. ‘Ik heb werkelijk geen idee.’ Gault hoopt dat ze tegen die tijd kinderen heeft en kan zich niet voorstellen dat ze nog in Brussel werkt. ‘Zou jij geen Europarlementariër willen zijn?’ vraagt ze aan één van de anderen. ‘Nee’, antwoordt die gedecideerd. ‘Nooit!’ vult de derde jonge vrouw aan. ‘Nooit. Nooit.’

Via drie levens die voortdurend van beleidsnota naar vergadering snellen, waarbij er nauwelijks meer ruimte is voor een privéleven, geeft deze film een aardige inkijk in hoe de Europese politiek en bureaucratie direct betrokkenen helemaal kan slopen. Voor hun idealen en/of carrière moeten ze zien te overleven in de Europese arena, waarbinnen het nog verdomd lastig is om een succesje te scoren ook. Of de kosten opwegen tegen de baten? Nadine van Loons antwoord op de vraag die ze halverwege de film opwierp laat zich wel voorspellen.

Ethel

HBO Max

Robert Kennedy is een symbool geworden: de rechterhand van president John F. Kennedy, hoop van een nieuwe generatie én slachtoffer in een golf moordaanslagen die de jaren zestig danig zouden verpesten en ook Martin Luther King, Malcolm X en zijn oudere broer John het leven hebben gekost. Voor filmmaakster Rory Kennedy was hij echter gewoon haar vader.

En voor Ethel (93 min.) was hij Bobby, de echtgenoot met wie ze maar liefst elf kinderen op de wereld zou zetten. De man die ze op 6 juni 1968 moest afgeven. Sirhan Sirhan maakte na een campagnebijeenkomst in Californië en plein public een einde aan zijn leven – al is er bij menigeen, zoals dat gaat bij dit soort ontwrichtende gebeurtenissen, ook twijfel of hij wel de (enige) dader was.

Deze persoonlijke film uit 2012 richt zich op Robert F. Kennedy (1925-1968), de vader, het voorbeeld, de familieman. Herstel: deze persoonlijke film richt zich op Ethel Skakel Kennedy (1928-), de moeder, het voorbeeld, de familievrouw. De mater familias, die in haar eentje al die Kennedy-kinderen richting volwassenheid moest begeleiden. Ze leeft nu al meer dan een halve eeuw zónder Bobby.

Rory, die nog niet geboren was toen haar vader stierf, realiseert zich overigens direct waar de belangrijkste wegversperring naar het wezen van haar moeder zit: recht tegenover haar, vriendelijk glimlachend. Al haar broers en zussen zijn maar al te bereid om haar te woord te staan. Maar de hoofdpersoon zelf… ‘Al deze introspectie,’ verzucht haar moeder op een gegeven moment. ‘Ik haat het!’

Uiteindelijk wordt de soep niet zo heet gegeten als ie is opgediend en blijft geen onderwerp onbesproken: Bobby’s omstreden klus voor senator Joe McCarthy die een kwaadaardige heksenjacht op communisten ontketende, het vliegtuigongeluk dat Ethels ouders het leven kostte, haar aanvaringen met de wet, de rouw na de moorden op John en haar echtgenoot en het (lange) leven ná Bobby.

Samen met haar moeder, broers en zussen – en in de rug gedekt door werkelijk prachtige familiefilmpjes en treffende nieuwsreportages – boetseert Rory Kennedy een hartveroverende vertelling uit dat veelbewogen leven in de kantlijn van grote gebeurtenissen. Daarvan was Ethel overigens zo’n 99 maanden zwanger, misschien wel haar grootste prestatie en in elk geval haar meest tastbare erfenis.

Ethel wordt daarmee zowel een modern sprookje als een messcherp portret van de Verenigde Staten in de tweede helft van de twintigste eeuw, via de familie die als geen ander de Amerikaanse Droom – en de ontmanteling daarvan – belichaamde. En natuurlijk gaat deze egodocu net zoveel over de vader die Rory Kennedy nooit heeft gekend als over de moeder naar wie ze de film heeft vernoemd.

Navalny

Dogwoof

Ze geven elkaar een ‘high five’, Aleksej Navalny en Christo Grozev. Samen hebben ze zojuist het complot om Navalny te vermoorden ontrafeld. Grozev, een Bulgaarse nerd die actief is voor het onderzoekscollectief Bellingcat, heeft eerst allerlei datasets gecombineerd en zo ontdekt wie er verantwoordelijk waren voor de vergiftiging van de Russische oppositieleider. En Navalny zelf heeft de Russische geheimagenten vervolgens vanaf zijn hersteladres in Duitsland onder een valse naam gebeld en voor de camera verleid om details van het complot aan hem prijs te geven. De gesprekken zullen in zijn eigen veelbekeken YouTube-show belanden.

Het is een fascinerende scène: de man die op 20 augustus 2020 ternauwernood een moordaanslag – met het favoriete gif van de Russische geheime dienst FSB: Novitsjok – heeft overleefd luist de professionele killers er nu ijskoud in en haalt zich daarmee wederom de woede op de hals van president Vladimir Poetin, die al enige tijd consequent weigert om zijn naam uit te spreken. Aleksej Navalny is een man met stalen ballen, zo blijkt opnieuw als hij korte tijd later terugkeert naar Rusland. Op het vliegveld van Moskou loopt hij begin 2021, vastberaden, recht in de armen van een arrestatieteam.

De contouren van Navalny’s epische clash met de dictator die zijn land al sinds 2000 in een ijzeren greep houdt en de voorlopige afloop daarvan mogen dan al bekend zijn, in Navalny (99 min.) krijgen ze extra diepte en impact. Regisseur Daniel Roher dringt echt door tot Poetins grote opponent en enkele van zijn getrouwen, waaronder z’n vrouw Yulia en kinderen Dasha en Zakhar. Vanuit die positie aan de binnenkant kan hij vereeuwigen hoe zij de spanningen van het moment proberen te dragen en verdrijven. Tegelijkertijd blijven ze dapper de confrontatie met het Poetin-regime zoeken. Want Navalny en de zijnen weigeren om zich monddood te laten maken – of gewoon dood.

In het centrale interview confronteert de filmmaker zijn hoofdpersoon ook met twijfelachtige episoden uit zijn politieke verleden. Dat wordt hem niet in dank afgenomen door Navalny’s medewerker Maria Pevchikh. De charismatische politicus zelf geeft geen krimp en beantwoordt alle vragen. En als Aleksej Navalny van Roher de camera krijgt om het Russische volk toe te spreken, voor het geval er iets met hem zou gebeuren, houdt hij in deze urgente en enerverende documentaire een vertrouwd klinkend pleidooi voor verzet: ‘Het enige wat het kwaad nodig heeft om te overwinnen is dat goede mensen aan de kant blijven staan.’

Hoewel Aleksej Navalny zelf, als persoon en politicus, in de afgelopen jaren bepaald niet aan de zijlijn is blijven staan, lijkt het nettoresultaat van al die moed en dat doorzettingsvermogen op dit moment uiterst teleurstellend. Want uiteindelijk eindigt deze film, die treffend het verstikkende klimaat in Poetins Rusland blootlegt, gewoon in mineur: met een held die voor onbepaalde tijd achter de tralies is beland. Intussen grossiert zijn opponent in moord en doodslag.

Mission Joy – Finding Happiness In Troubled Times

Tribeca Film

Zo zie je ze zelden: (morele) leiders die in het openbaar knuffelen, flauwe grapjes maken en gieren van het lachen. Tussen de Zuid-Afrikaanse aartsbisschop Desmond Tutu (1931-2021), één van de meest prominente opponenten van het Apartheidsregime, en de Dalai Lama (1935-), de verbannen (spiritueel) leider van Tibet, was er duidelijk chemie. Als de twee ontvangers van de Nobelprijs voor de Vrede samen waren, gedroegen ze zich volgens Tutu’s dochter Mpho Tutu van Firth als achtjarige kwajongens.

Hoewel er enorme verschillen waren tussen de twee mannen – christen-boeddhist, arm geboren-lid van een prominente familie – was er vanaf hun kennismaking in 1990 een klik tussen de twee iconen. Ze werden vrienden – als dat kan met iemand die je maar een handvol keren in levende lijve hebt ontmoet. In de lente van 2015 namen de twee vijf dagen de tijd voor een ontmoeting in het Indiase domicilie van de Dalai Lama in Dharamsala, die in z’n geheel werd gefilmd. Hun vertrouwelingen Doug Abrams en Thupten Jimpa Langri fungeerden daarbij als moderator.

Het thema? Vreugde in tijden van tegenspoed. Want daarmee hadden ze allebei ervaring genoeg. En ze schreven er samen ook al een boek over: Het Boek Van Vreugde. De documentaire Mission Joy – Finding Happiness In Troubled Times (88 min.) van Louie Psihoyos en Peggy Callahan wordt dan ook een onverhuld pleidooi voor positiviteit, voor het vinden van het licht in de duisternis. Omdenken, zo je wilt. Een treffend voorbeeld daarvan is de Zuid-Afrikaanse Waarheidscommissie- en Verzoeningscommissie. Na het einde van het Apartheidsregime volgde, mede op initiatief van aartsbisschop Tutu, geen Neurenberg-achtig tribunaal, maar een poging tot boetedoening en vergeving.

De levensverhalen van ‘Arch’ en ‘Zijne Heiligheid’ zijn in deze documentaire voor een deel geanimeerd. En hun levensfilosofie wordt ondersteund door enkele wetenschappers, die het belang van positiviteit voor de (geestelijke) gezondheid hebben aangetoond. Vanzelfsprekend is Mission Joy een film geworden, waarin werkelijk geen onvertogen woord valt. Menigeen zal daarvan houden – al moet je er ook wel weer tegen kunnen.

Zelensky: A President At War

Ukrainian Presidency/Handout/Anadolu Agency via Getty Images/BNNVARA

Hij werd geboren in de Sovjet-Unie, sprak in zijn jeugd Russisch en heeft zich nu ontpopt tot de Nemesis van Ruslands leider Vladimir Poetin. De moed van de Oekraïense president Volodymyr Zelensky, die de Russische aanval op zijn land vooralsnog glansrijk doorstaat, wordt alom geroemd. Net als zijn mediawijsheid. Geen leider ter wereld communiceert op dit moment, via social media, zo effectief met zijn publiek: z’n eigen burgers, Russen en iedereen die een Derde Wereldoorlog vreest.

Op zo’n oorlog speculeerde hij zelf overigens al in een interview uit mei 2021. Dit conflict, zo voorspelde de Oekraïense leider toen, houdt niet op bij de grens van zijn land. Dat vraaggesprek speelt ook een belangrijke rol in Zelensky: A President At War (44 min.). In dit interessante journalistieke profiel van Dirk Schneider en Claudia Nagel belichten kenners van Oost-Europa, Rusland en Oekraïne de achtergronden van deze ‘oorlogsheld’ tegen wil en dank.

Nog niet zo lang geleden werd Zelensky beschouwd als een omhooggevallen televisiester, die met veel succes de rol van zijn leven, over een Oekraïense Meneer Doorsnee die bijna per ongeluk president van zijn land wordt, in de praktijk mocht gaan brengen. Een man bovendien, die aan de leiband liep van een dubieuze oligarch, Ihor Kolomoisky, en die er, eenmaal in het zadel geholpen, geen been inzag om onwelgevallige meningen de kop in te drukken.

‘Ik was positief verrast door hoe Zelensky zich vanaf het begin van de oorlog heeft opgesteld’, zegt historicus Andriy Portnov, kenner van de Oekraïense geschiedenis. Volgens hem heeft de president bewezen dat hij ‘een briljante politicus’ is. Een echte mediapoliticus ook. Een man die sinds de Russische inval bijvoorbeeld permanent oogt als een verzetsstrijder die recht van het front komt. Zo is hij in een wanhopig stemmende situatie hét symbool van de weerbaarheid van zijn land geworden.

Momentum

BNNVARA

Heeft een jongere, die niet vroegoud is, iets te zoeken in de landelijke politiek? En zo ja, heeft zo iemand dan ook écht kans om te worden gekozen in de Tweede Kamer of moet een jeugdige kandidaat, vanaf een onverkiesbare plek, vooral voor diversiteit op de kieslijst zorgen? Melisa Can en Floris Rijssenbeek volgen in Momentum (40 min.) drie vrouwelijke aspirant-politici die zich tussen de Hoge Heren (en Dames) in Den Haag willen voegen.

Voor de verkiezingen van 2021 heeft Carline van Breugel (26) plek 32 op de D66-lijst bemachtigd. Als ze niet direct wordt gekozen – of, wanneer haar partij deelneemt aan de regering, een opvolgingsplek krijgt – heeft ze 17.000 voorkeursstemmen nodig om in de Tweede Kamer te komen. Een schier onmogelijke opdracht. Hetzelfde geldt voor Mikal Tseggai (26), die al factievoorzitter is van de Partij van de Arbeid in de gemeenteraad van Den Haag. Zij staat op plek 17 van de PvdA-lijst.

Michantely de Jong (29) bivakkeert op de zesde plek bij BIJ1, een politieke partij die voor het eerst in het nationale parlement hoopt te komen. Zij is al tevreden als haar partij, in de persoon van lijsttrekker Sylvana Simons, straks vertegenwoordigd zal zijn in de Tweede Kamer. Hoewel de drie jonge vrouwen dus vanuit de relatieve luwte campagne kunnen voeren, pakken ze het serieus aan en hebben ze zich het jargon ook al heel aardig eigen gemaakt.

Tegelijkertijd vertegenwoordigen Carline, Mikal en Michantely elk op hun eigen manier een nieuw Nederland, waarin de hegemonie van witte mannen (in pakken) niet meer vanzelfsprekend is. Ze hebben ook volop ideeën over hoe dat land er dan uit zou moeten zien. Can en Rijssenbeek volgen hen op weg naar de verkiezingsdag, woensdag 17 maart 2021, en vangen zo, soms een beetje onrustig gefilmd, heel aardig de ambitie en opwinding die de campagne bij hen losmaakt.

En aan het eind, op de dag van de verkiezingen óf als de voorkeursstemmen zijn geteld, loopt de spanning op als duidelijk wordt of hun inspanningen ook daadwerkelijk tot een plek in de Tweede Kamer hebben geleid.

Kampen Om Grønland

Het is een universeel dilemma dat in diverse uithoeken van de wereld opspeelt: een volk, provincie of land wil niet langer onderdeel uitmaken van het grotere geheel waartoe het behoort. Beter: een déél van dit volk, die provincie of dat land wil niet langer deel uitmaken van het geheel. De rest juist wel. Uitroepteken. Zo is een patstelling ontstaan die bij het minste of geringste kan uitmonden in een echt conflict.

Sinds 1721 maakt Groenland, samen met de Faeroër-eilanden, als zelfstandig gebied deel uit van het koninkrijk Denemarken. Meer dan de helft van de 56.000 inwoners van het in Noord-Amerika gelegen eiland wil echter onafhankelijk worden. Maar kan Groenland financieel wel echt op eigen benen staan en is Denemarken bovendien bereid en/of in staat om afstand te doen van het uitgestrekte arctische gebied?

In Kampen Om Grønland (Engelse titel: The Fight For Greenland, 96 min.) toont Kenneth Sorrento hoe een nieuwe generatie Groenlanders zich verhoudt tot deze vragen. De aspirant-politicus Kaaleeraq M Andersen bepleit bijvoorbeeld vrijmaking van Denemarken. Zijn missie heeft een wrange persoonlijke dimensie. Andersen tobt met zijn gezondheid. Voor een optimale behandeling kan hij alleen in een Deens ziekenhuis terecht.

Tillie Martinussen, een concurrent bij de aanstaande parlementsverkiezingen van de net opgerichte Cooperation Party, is er dan weer van overtuigd dat Groenland nooit zelfstandig kan overleven en in z’n eentje wel eens een speelbal zou kunnen worden van internationale grootmachten met snode plannen, zoals China of de Verenigde Staten. Met die mening maakt ze zich bepaald niet bij elke Groenlander geliefd.

In plaats van al die aandacht voor onafhankelijkheid van Denemarken zou er in de ogen van Martinussen veel meer aandacht moeten zijn voor de ernstige problemen van Groenlandse jongeren. Vrijwel permanent maken drank- en drugsmisbruik, seksueel geweld en zelfdoding nieuwe slachtoffers. Dat is een thema waarop ook de strijdbare rapper Josef Tarrak-Petrussen en zijn verloofde Paninnguaq Heilmann aanslaan.

De deplorabele situatie van nieuwe generaties Groenlanders, een fenomeen dat zich bij vrijwel alle onmachtige volkeren voordoet, is hen een doorn in het oog. Zij zoeken naar redenen om weer trots te kunnen zijn op hun oorsprong. Om dat idee zichtbaar uit te dragen hebben ze allebei traditionele Inuit-gezichtstatoeages laten zetten. En dat gevoel van trots op de eigen cultuur willen ze ook meegeven aan hun pasgeboren kind. 

Stuk voor stuk zijn de jongelingen in deze boeiende film, die zich afspeelt tegen een indrukwekkend decor aan het noordelijke uiteinde van de aarde, bezig met het definiëren en uitdragen van hun eigen identiteit als Groenlanders. Daarbij blijken ze best veel gemeen te hebben, maar zijn er ook nog zoveel verschillen dat het verdomd lastig is om het eens te worden én te blijven.

George Wallace: Settin’ The Woods On Fire

PBS

‘Segregation now, segregation tomorrow, segregation forever!’ Met die controversiële slogan, uitgesproken tijdens zijn inauguratiespeech in 1963, nestelde gouverneur George Wallace (1919-1998) zich in Amerikaanse geschiedenisboeken. Op een zwartgerande bladzijde, dat wel. Als de verpersoonlijking van giftige ‘southern pride’.

Die malicieuze woorden waren echter niet zozeer de uiting van een diepgewortelde overtuiging als wel van een politieke keuze van de gouverneur van Alabama, één van de frontlinies in de strijd om burgerrechten voor zwarte Amerikanen. Wallace, die zijn publieke carrière was begonnen als een progressieve politicus, had een pact met de Duivel gesloten. Nadat hij ten onder was gegaan tijdens zijn eerste campagne om het gouverneurschap van de oerconservatieve zuidelijke staat, wist de rasopportunist één ding zeker: hij zou nooit meer ‘outniggered’ worden.

Alleen als spreekbuis van ‘Apartheid’ had Wallace politieke toekomst in Alabama. En daarmee zou hij in de jaren zestig zelfs een landelijke bekende politicus worden, een geduchte outsider bij presidentsverkiezingen. Totdat de loner Arthur Bremer tijdens een campagnebijeenkomst in 1972, voor het oog van de camera, vijf kogels in zijn lijf joeg. George Wallace raakte verlamd en was de rest van zijn leven veroordeeld tot een rolstoel. Hij zou er uiteindelijk een ander mens door worden. Een man die publiekelijk boete wilde doen voor zijn zonden.

Die persoonlijke ontwikkeling – van een positie als spreekbuis van de gewone werkeman via een langgerekte periode als Amerika’s opper-redneck tot een onverwachte remonte als bekeerling – wordt uitputtend, goed gedocumenteerd en afgewogen geboekstaafd in de biografie George Wallace: Settin’ The Woods On Fire (160 min.). Acteur Randy Quaid fungeert als de nuchtere verteller van Wallace’s tumultueuze levensverhaal. Zijn tweede vrouw, zoon George Jr., medewerkers en politieke mede- en tegenstanders zorgen voor de bijbehorende herinneringen. En Hank Williams levert het treffende titelnummer.

George Wallace oogt in deze gelauwerde postume biografie van Daniel McCabe en Paul Stekler uit 2000 toch eerst en vooral als een tragische figuur: een ontzettend begaafde politicus die ten prooi valt aan ongebreidelde machtshonger en daardoor zijn eigen idealen verkwanselt. Hij neemt zijn toevlucht tot de volksmennerspraktijken, die ook moeiteloos zijn te herkennen bij hedendaagse populisten. In wezen heeft elk volk, elk land, elk tijdsgewricht zijn eigen George Wallaces, mannen die feilloos herkennen waar het wringt en dat vervolgens, soms zelfs ondanks henzelf, zonder scrupules exploiteren.

JFK: Destiny Betrayed

Hij heeft de schijn enigszins tegen. In de speelfilm JFK uit 1991 tuigde Oliver Stone met veel bravoure een enorm complot op rond de moord op de Amerikaanse president John F. Kennedy op 22 november 1963. Lee Harvey Oswald, die in het officiële onderzoek van The Warren Commission werd aangemerkt als de ‘lone gunman’, zou in werkelijkheid slechts een zondebok zijn geweest. JFK was in Stone’s vertelling uit de weg geruimd door een samenzwering van de CIA, maffia en anti-Castro activisten.

Oliver Stone’s paranoïde real life-thriller, waarin fictie en non-fictie virtuoos werden vervlochten, veroorzaakte heel wat commotie en dwong de Amerikaanse overheid in de navolgende jaren om allerlei officiële documenten rond de moord vrij te geven. Voor Stone is dat aanleiding om de zaak opnieuw onder de loep te nemen in de vierdelige docuserie JFK: Destiny Betrayed (236 min.). Bewandelt hij daarin het welbekende pad? Geeft hij ongelimiteerd een podium aan gestaalde complotdenkers? Of durft de befaamde regisseur ook zijn oorspronkelijke aannames kritisch te bevragen (en is hij zelfs bereid om zo nodig op zijn schreden terug te keren?)

De gebeurtenissen voor en na de moord op Kennedy, waarbij de actrice Whoopi Goldberg als verteller fungeert, roepen nog altijd veel vragen op. En die worden ook allemaal weer gesteld: over Oswalds vermeende wapen, zijn alibi, ’s mans avonturen in de Sovjet-Unie, de zogenaamde Zapruder-film van de moord, Kennedy’s autopsie, de liquidatie van Oswald zelf, diens connectie met extreemrechtse figuren en de zeer omstreden ‘magic bullet theory’ (de basis voor de officiële conclusie dat de president door één enkele schutter zou zijn gedood). Ondanks wat nieuw bewijsmateriaal verkoopt Stone hier toch vooral oude wijn in nieuwe zakken, verteld bovendien door usual suspects en een nieuwkomer zoals de zoon van John Kennedy’s eveneens vermoorde broer en minister van justitie Bobby Kennedy. Deze Robert Kennedy Jr. heeft in de afgelopen jaren overigens een geduchte reputatie als complotdenker opgebouwd.

Een update van Stone’s eigen speelfilm dus, waarvan hij soms ook gewoon een ronkende scene gebruikt. Definitieve antwoorden blijven uit. Natuurlijk. In de Kennedy-moordzaak, de moeder aller complottheorieën, is er inmiddels zóveel rook dat het vrijwel onmogelijk is om vast te stellen waar het vuur is – áls er al ooit vuur is geweest (behalve een schokkende politieke aanslag). Het interessantst wordt deze miniserie als Oliver Stone zich richt op Kennedy’s buitenlandbeleid, waarbij Donald Sutherland (Mr. X uit JFK) de voice-over verzorgt. De jonge politicus kwam al vóór zijn presidentschap in botsing met hardliners binnen de Amerikaanse overheid, die een veel agressievere politiek voorstonden. En de CIA, de buitenlandse inlichtingendienst, speelde daarin weer een sleutelrol.

Daar vindt Stone, die Kennedy overigens wel erg veel idealisme toedicht, ook nog altijd het motief voor de moord. Dat klinkt ronduit grotesk: een overheidsdienst die zijn eigen ‘commander in chief’ uit de weg ruimt. Tegelijkertijd hield de CIA zich in diezelfde periode zonder twijfel bezig met vuile zaakjes. De pogingen om Fidel Castro, de communistische leider van Cuba, koud te maken zijn inmiddels uitgebreid gedocumenteerd. En de buitenlandse veiligheidsdienst zou ook betrokken (kunnen) zijn geweest bij de moord op de Congolese president Patrice Lumumba, het fatale vliegtuigongeluk van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties Dag Hammarskjöld en – later – het afzetten van de Chileense president Salvador Allende. De CIA was zeker – daarover kan geen misverstand bestaan – in staat om tegenstanders uit de weg te ruimen.

Of de moord op John F. Kennedy een ingenieus complot was of toch het werk van een doorgedraaide eenling? Voor een buitenstaander is dat nauwelijks vast te stellen. Duidelijk is dat Oliver Stone nog altijd op hetzelfde spoor zit als ruim twintig jaar geleden, vooral nieuw bewijs heeft gezocht voor zijn eigen theorieën (bijvoorbeeld een schaduwkiller, Thomas Arthur Vallee, met min of meer hetzelfde profiel als Oswald) en geen serieuze poging heeft gedaan om de kritiek daarop ook te incorporeren.

After A Revolution

IDFA

Tijdens de Libische revolutie van 2011 staan broer en zus tegenover elkaar. Haroun vecht aan de zijde van de omstreden leider Muammar Gaddafi, die het land ruim veertig jaar in een ijzeren greep hield. ‘Dokter’ Myriam heeft zich aan de zijde van de rebellen geschaard. Later, bij de strijd om hun geboortestad Babi Walid, zullen de twee elkaar toch weer vinden in hun verlangen naar een vrij en democratisch land.

In de navolgende jaren volgt Giovanni Buccomino broer en zus als Libië After A Revolution (122 min.) alle wrevel achter zich moet zien te laten. Haroun en Myriam, bijgenaamd Doshka (naar het wapen dat ze droeg tijdens de strijd), doen in die periode danig van zich spreken. Hij restaureert een omstreden heiligdom, zij manifesteert zich als politica. Behalve lof levert hen dit ook jaloezie, woede en vijandschap op. En in het machtsvacuüm dat is ontstaan na Gaddafi’s schijnbaar oneindige regime krijgen ze ook te maken met partijen als de Moslimbroederschap en Islamitische Staat.

Via zijn twee protagonisten en hun dierbaren brengt Buccomino op indringende wijze de nasleep van de Libische burgeroorlog in beeld – of gewoon de voortzetting ervan, met min of meer democratische middelen. Ook die slaat wonden in het lijf en de ziel van de gepassioneerde broer en zus, die hun vertrouwen in de toekomst van hun land dreigen te verliezen. Libië is nog altijd tot op het bot verdeeld en herbergt zoveel strijdige meningen, partijen en belangen dat er weinig nodig is om het land weer te laten afdalen in de donkerste krochten van de hel.

Lincoln’s Dilemma

Apple TV+

Deze documentaireserie over de zestiende president van de Verenigde Staten begint niet voor niets bij de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021. Nu is het land bijna net zo verdeeld als in 1861 toen Abraham Lincoln president werd en de Amerikaanse burgeroorlog slechts een kwestie van tijd was. En daar, in de strijd tussen zuidelijke en noordelijke staten, tussen conservatieve en progressieve krachten, tussen ‘segregationists’ en ‘abolitionists’, tussen slavenhouders en tegenstanders van slavernij, is wellicht ook de huidige tweestelling in de VS geworteld.

Getuige Lincoln’s Dilemma (226 min.), een productie van Jacqueline Olive en Barak Goodman, probeert de toenmalige Amerikaanse president, die tegenwoordig te boek staat als ‘The Great Emancipator’, vooral al die verschillende staten bij elkaar te houden. De eenheid van het land is voor hem belangrijker dan het lot van de slaven en de afschaffing van de slavernij, waarvan hij natuurlijk wel degelijk een verklaard tegenstander is. Lincoln opereert dus eerder als pragmaticus en diplomaat – kortweg als politicus – dan als een gestaalde idealist.

Met een waaier aan vooraanstaande Amerikaanse historici schetsen Olive en Goodman een genuanceerd portret van de gevierde leider, die in oorlogstijd onmogelijke keuzes moet maken. Acteur Jeffrey Wright fungeert als verteller bij de met zwart-wit foto’s, fraaie animaties en een weelderig sounddesign aangeklede vertelling, terwijl collega’s als Bill Camp (‘Honest Abe’ Lincoln) en Leslie Odom, Jr. (de zwarte opinieleider Frederick Douglass, met wie Lincoln na een moeizame start een bijzondere verstandhouding zou opbouwen) de bijbehorende stemmen verzorgen.

Deze historische docuserie slaagt er zo in om zowel de hel van de slavenplantages als de tragiek van het slagveld, waar zwarte soldaten een essentiële rol zouden spelen, op te roepen. Na afloop overheerst het gevoel dat alleen een meestertacticus zoals Abraham Lincoln, die de hoogste prijs zou moeten betalen voor zijn rol in de oorlog, de boel bij elkaar heeft kunnen houden. Zo’n verbindende figuur kan het hedendaagse Amerika ook wel gebruiken. Anders lijkt het opnieuw een kwestie van tijd voordat de strijd rond Het Capitool overslaat naar de verschillende uithoeken van de Unie.

Lincoln’s Dilemma eindigt dus ook weer in 2021, bij de inauguratie van Joe Biden tot president. ‘Een weinig moed kan volstaan’, declameert Amanda Gorman, de 22-jarige zwarte nationale jeugddichter van de VS, bij die gelegenheid. ‘Want veel meer dan erfelijke trots kent de Amerikaan: hij zet stappen in het verleden om de geschiedenis daarna te helen.’

Chernobyl: The New Evidence

VPRO

Sinds de opening in 1977 werd de kerncentrale van Tsjernobyl, gesitueerd in het dunbevolkte noordelijke deel van de toenmalige Sovjet-republiek Oekraïne, omgeven door geheimzinnigheid. En vanaf het begin waren er ook zorgen over de veiligheid, blijkt nu uit honderden geheime rapporten die onlangs zijn opgediept uit KGB-archieven. ‘Tsjernobyl was slecht ontworpen, was slecht gebouwd en werd slecht gerund’, stelt de erg nadrukkelijk aanwezige verteller Rolan Bell in het journalistieke tweeluik Chernobyl: The New Evidence (94 min.).

De kerncentrale was een tijdbom, die elk ogenblik tot ontploffing kon komen. Op 26 april 1986 was het zover: reactor nummer vier explodeerde en zette zo een fatale kettingreactie in gang. Er kwamen dodelijke radioactieve stoffen vrij, die zich al snel verspreidden over de directe omgeving en van daaruit, met de wind, koers zetten richting het westen, de rest van Europa. Niet dat dit de eerste prioriteit leek van de Sovjetleiders. Die concentreerden zich vooral op het wegwerken van de publicitaire ‘fallout’ van de ramp, in plaats van op de gevaren voor mens en aarde.

Een navrant voorbeeld daarvan is hoe ze in het diepste geheim, met vliegtuigen vol gedroogd ijs, regenbuien wisten te veroorzaken. Daarmee slaagden de Sovjets erin om de koers bij te sturen van een radioactieve wolk, die onderweg was naar Moskou. De 1 mei-viering in de hoofdstad kon daardoor zonder problemen doorgaan. Intussen belandde de giftige regen in Kiev, waar deelnemers aan de 1 mei-parade, waaronder veel kinderen, zonder enige vorm van waarschuwing werden blootgesteld aan radioactieve straling. Pas jaren later werden de gevolgen daarvan duidelijk: kanker.

Op basis van onlangs vrijgegeven documenten reconstrueert documentairemaker Andy Webb met medewerkers, omwonenden, militairen, artsen en wetenschappers de aanloop naar en gevolgen van de grootste kernramp uit de geschiedenis, die zich midden in de Koude Oorlog voltrok en nog altijd een schaduw werpt over Tsjernobyl en omgeving. Met soms onverwachte effecten, volgens deze interessante docu. Als een toch wat wrang geluk bij een ongeluk ontstond er in dat niemandsland bijvoorbeeld een soort natuurgebied, waar allerlei wilde dieren een nieuw thuis hebben gevonden.

Mayor Pete

Prime Video

Pete en Chasten hebben onlangs hun pasgeboren tweeling voorgesteld aan de rest van Amerika. Dat is op zich niets bijzonders: ze gedragen zich gewoon als trotse ouders, die het blijde nieuws willen delen met de wereld. Dat blijde nieuws komt dan wel van twee mannen. Getrouwde mannen, welteverstaan. Waarvan er één, Pete Buttigieg, in 2020 bovendien de eerste openlijk homoseksuele presidentskandidaat uit de Amerikaanse historie was. En diezelfde Pete is nu de eerste openlijk homoseksuele minister in de geschiedenis van de Verenigde Staten.

Niet slecht voor ‘een Maltees-Amerikaanse, linkshandige, episcopale, homoseksuele oorlogsveteraan’, die ook al burgemeester was van South Bend, Indiana. Mayor Pete (97 min.) dus. Een man die met zijn kandidatuur voor het presidentschap doelbewust het beeld probeert bij te stellen dat Amerikanen hebben van wie of wat een politicus kan zijn. Tegelijkertijd moet hij er rekening mee houden dat zijn seksualiteit voor sommige landgenoten een onbelangrijk detail is, terwijl het voor anderen zo’n beetje zijn raison d’être is als politicus – of, voor opponenten, reden genoeg om hem te beledigen of ridiculiseren.

Campagne voeren gaat hem desondanks gemakkelijk af, getuige deze documentaire van Jesse Moss, waarin hij wordt gevolgd tijdens zijn opmars bij de Democratische voorverkiezingen. Buttigieg lijkt een natuurtalent. Zelfs als er in zijn eigen gemeente een bescheiden Black Lives Matter-storm opsteekt, trotseert hij die met verve. Waar de meeste politieke docu’s overlopen van conflict, schandalen en slinkse trucs, moet Mayor Pete het echter vooral hebben van het historische karakter van Buttigiegs kandidatuur en de ernst, overtuiging en integriteit waarmee hij zijn missie uitdraagt. In de politiek komt het volgens hem aan op: het spel leren spelen, zonder dat het spel jou verandert.

Dat is een loffelijk uitgangspunt, maar geen basis voor een campagnedocu op het scherpst van de snede à la The War Room of Weiner. Mayor Pete is niettemin een interessante film geworden. Over een man die zo nu en dan echt even in zijn binnenste laat kijken, bijvoorbeeld als hij spreekt over de worsteling met zijn homoseksualiteit, en die zich gaandeweg steeds comfortabeler begint te voelen binnen zijn politieke missie. Zodra duidelijk wordt dat de Democratische nominatie desondanks buiten handbereik blijft, werpt hij opvallend kalm de handdoek in de ring en brengt Moss de film toch adequaat naar een climax, met behulp van Lou Reeds klassieke song Perfect Day.

Als politicus lijkt Pete Buttigieg een nieuwe generatie Witte Mannen te vertegenwoordigen. Wie weet waar het hem, na zijn jaren als minister van Transport in de regering Biden, ooit nog brengt…

Gorbachev. Heaven

VPRO

Tijdens het bekijken van een televisiereportage over zijn verdiensten als laatste leider van de Sovjet-Unie sukkelt hij langzaam in slaap. Michail Gorbatsjov wordt vervolgens ruw gestoord door zijn koekoeksklok. Droomde hij misschien over glasnost en perestrojka, de begrippen die worden geassocieerd met de tijd waarin hij het communistische bewind democratiseerde – en, volgens critici, om zeep hielp? Of is hij in gedachten verdwenen naar de tijd dat zijn vrouw Raisa en hij nog onafscheidelijk waren?

Vitaly Mansky, die eerder met Putin’s Witnesses een film maakte over Gorbatsjovs opvolgers Boris Jeltsin en Vladimir Poetin, bezoekt de voormalige Sovjet-leider in het huis, vlakbij Moskou, dat hij voor de rest van zijn leven in bruikleen heeft gekregen van de staat. Hij leeft er alleen, omringd door enkele getrouwen. Een oude man inmiddels, die zich met een rollator door het huis beweegt. Al zijn kinderen en kleinkinderen zijn woonachtig in het buitenland. Sinds de dood van Raisa komen ze niet meer langs en is hij de zin in en van het leven kwijtgeraakt.

Gorbachev. Heaven (99 min.), de weerslag van wat hij zelf gekscherend ‘een dialoog met een weirdo’ noemt, laat zien dat in zijn broze, bijna negentigjarige lichaam nog altijd een scherpzinnige denker huist, die regelmatig een rookgordijn van woorden optrekt, zo nodig scherp of met de nodige (zelf)spot Mansky’s vragen over zijn (politieke) leven pareert en af en toe zelfs een gedicht reciteert of een zwaarmoedig lied aanheft. Een man met aanmerkelijk meer verleden dan toekomst, dat beseft hij zelf ook wel.

En in de rest van de wereld mag hij dan een held zijn, in eigen land is Gorbatsjov een omstreden oud-leider die nauwelijks waardering krijgt voor het feit dat hij nooit naar de wapens heeft gegrepen toen zijn eigen positie in gevaar kwam. Mansky wil weten hoe hij daar nu op terugkijkt en waarom het steeds maar niet wil lukken met de democratie in Rusland. Het verbale steekspel tussen de filmmaker en zijn hoofdpersoon – meestal mild en ironisch, een enkele keer venijnig – geeft sjeu aan deze kalme, bespiegelende film, die vooral in de smaak zal vallen bij degenen voor wie de Sovjet-Unie en het uiteenvallen daarvan nooit tot het grijze verleden gaan behoren.

The Man Putin Couldn’t Kill

Voor de vlucht had hij nog even geposeerd voor de selfie van een andere passagier. Het had zomaar de allerlaatste foto van hem in levende lijve kunnen worden. 20 augustus 2020. Onderweg van Tomsk in Siberië naar de Russische hoofdstad Moskou werd Aleksej Navalny plotseling ernstig ziek. Hij belandde in coma. De voornaamste criticaster van president Poetin bleek te zijn vergiftigd. Hij overleefde de moordaanslag ternauwernood en werd daarmee, tot nader order, The Man Putin Couldn’t Kill (86 min.).

De aanslag op Navalny past in een naargeestige Russische traditie. Iedereen die Vladimir Poetin publiekelijk de voet dwars zet loopt het risico om te worden neergeschoten, doodgeslagen of vergiftigd. Daarvan zijn legio voorbeelden: van de vergiftigde geheimagent Aleksander Litvinenko tot Navalny’s politieke mentor Boris Nemtsov, die gewoon op straat werd geliquideerd. Deze acties zijn natuurlijk gericht tegen de tegenstanders zelf, maar ook tegen hun directe omgeving. Zij denken nog wel eens goed na voordat ze zich in het openbaar uitspreken tegen de almachtige leider, met dat geheimzinnige KGB-verleden.

Met talloze insiders plaatst regisseur Jon Blair de poging om Navalny definitief kalt te stellen nadrukkelijk binnen die context. Tegelijkertijd duikt hij – aan de hand van wat het onderzoekscollectief Bellingcat daarover heeft ontdekt – ook in de precieze toedracht van de aanslag op Navalny. En die blijkt een stuk klunziger te zijn aangepakt dan verwacht. John le Carré zou er in zijn gelauwerde spionageromans in elk geval niet mee wegkomen. In de woorden van verteller Marcel Theroux: de daders gingen te werk als James Bond-wannabe’s met de kwaliteiten van Rowan Atkinsons karikatuur van een spion, Johnny English.

Aleksej Navalny is zonder enige twijfel als morele winnaar uit die kwestie gekomen – al zit hij inmiddels alweer enige tijd in een Russische cel. Blair schuwt desondanks ook de omstreden elementen uit ‘s mans verleden niet. Zo ontstaat een goed gedocumenteerd portret van een belangrijke opinieleider, waarin sommigen de toekomstige leider van Rusland zien. Zolang die positie wordt geclaimd door ene Vladimir Poetin zijn Navalny en de zijnen hun leven echter bepaald niet zeker. Dat wordt nog eens, wellicht ten overvloede, aangetoond in de apotheose van deze donkere rondgang door Poetins Rusland.

Name Of The Game

IDFA

‘Hoe kan ik zo in godsnaam een verhaal vertellen?’ zegt filmmaker Havard Bustnes tegen zijn hoofdpersoon Trond Giske. Samen zijn ze in Giske’s auto, met daarachter de door hemzelf rood geverfde campagnecaravan (‘Stem Arbeiderpartiet’), onderweg naar enkele politieke bijeenkomsten in Trøndelag. Trond Giske heeft een half jaar eerder moeten aftreden vanwege een #metoo-schandaal, maar wil daar nog altijd niet over praten. Intussen probeert het kopstuk van de Noorse arbeiderspartij toch een comeback te maken.

Bustnes, die zelf als geluidstechnicus voor deze documentaire fungeert, is daarbij aangesloten met zijn cameraman. Het is een spannende uitgangspositie voor een film: de hoofdpersoon heeft een boodschap die de documentairemaker niet zo nodig hoeft te horen. En die probeert z’n protagonist op zijn beurt ontboezemingen te ontlokken die hij eigenlijk niet wil doen. In Name Of The Game (102 min.) gaan ze ‘samen’ op zoek naar een antwoord op de vraag of Giske zo’n typische cynische politicus is of slachtoffer van de omstandigheden (of zelfs van een lafhartige politieke aanval).

In ‘s mans natuurlijke achterland Trøndelag vindt Bustnes vooral medestanders van de politicus. Zij zijn van mening dat hij rücksichtslos is uitgeschakeld. Tussendoor laat de documentairemaker in deze fascinerende Noorse variant op Weiner, het scandaleuze portret van een Amerikaans congreslid dat wordt betrapt op sexting en daarna zijn comeback hoopt te maken als burgemeester van New York, daarom ook partijgenoten van Giske, medestanders en politieke duiders aan het woord. Zij schetsen de achtergronden van de affaire rond de beroepspoliticus en de vuile oorlog die zich daaromheen (in de media) heeft afgespeeld. Daarbij komt ook de hoofdpersoon niet zonder schade vrij.

Met een persoonlijke voice-over, waarin hij vragen stelt over de kwestie rond Trond Giske en zijn eigen verhouding daartoe, laveert Havard Bustnes door het politieke mijnenveld dat rond de beschuldigingen tegen de politicus – en #metoo in het algemeen – is ontstaan. Zo werkt hij in deze spannende en gelaagde politieke thriller toe naar het moment waarop, voorlopig althans, wordt bepaald of Giske’s politieke carrière ten einde is of een glorieuze doorstart maakt.