Jolene

BNNVARA

‘Alles wat je kan bedenken heb ie kapot geslagen’, zegt Jolene Niedick in de openingsscène van deze documentaire over haar leven. Ze staat bij haar auto die he-le-maal in elkaar is getrimd door haar ex-vriend. Hij heeft in de afgelopen drie maanden ook haar voordeur, wasmachine en eetkamertafel onder handen genomen. ‘Voor de rest gaat het wel prima’, constateert ze niettemin monter in plat-Amsterdams. Waarna een lekker accordeonmuziekje inzet en die film kan beginnen.

Ze oogt als een vrouwelijke hooligan: uitdagende kop, trainingspak en opzichtige tatoeages. En dat beeld klopt ook: samen met die agressieve ex maakt ze deel uit van de harde kern van Ajax, de F-side. Daarnaast is Jolene (55 min.) barvrouw in een stripclub en als dertiger ook al moeder van twee tieners. Toen ze zelf werd geboren, was haar eigen moeder net afgekickt. Papa heeft ze nooit gekend. Ze had ooit wel een stiefvader: de voormalige junk, ervaringsdeskundige en gevallen tv-coach Keith Bakker.

Maar ook hij heeft haar in de steek gelaten. Zegt ze. Natúúrlijk. Voor Jolene is het leven één groot gevecht. Met de grote boze buitenwereld, destructieve mannen én zichzelf. Want in de mateloze stuiterbal met die kom-maar-op! blik in de ogen en een uitdagende skelettattoo op haar rechterhand zit – natuurlijk – een kwetsbare vrouw verstopt. Die het bovendien in haar hoofd heeft gehaald om te starten met een studie Toegepaste Psychologie aan de Hogeschool Amsterdam.

Gedurende drie jaar volgt fotografe Elza Jo Tratlehner Jolene voor wat haar allereerste documentaire zal worden. Van Reenens camerawerk blijft ruw, zit kort op de bal en is kordaat gemonteerd, maar dat past precies bij het rauwe karakter van haar bijzonder streetwise hoofdpersonage. Gaandeweg breekt ze bovendien door het schild van de vrouwelijke mannetjesputter en vindt ze het meisje dat de krijger Jolene al die jaren verborgen heeft gehouden. Tegen die tijd is ook de kijker allang ontwapend door deze messcherpe en uiteindelijk ook ontroerende film.

Ook Maria, als baby geadopteerd vanuit Brazilië, leeft snel en op het scherpst van de snede. Met drugs, foute vriendjes en alle bijbehorende bonje. Intussen blijft ze naarstig op zoek naar de liefde. Fotograaf Martijn van de Griendt volgde de onstuimige druktemaker met de Brabantse tongval jarenlang met zijn camera. Het meeslepende resultaat, Maria, I Need Your Lovin’, werd vorig jaar uitgezonden door de NPO en kan worden beschouwd als een soort zusterdocumentaire van Jolene.

A Family Quartet

EO

Het is een doodgewoon familietafereel, de scène waarmee de documentaire A Family Quartet (71 min.) opent. Een kleuter is op de stoel bij de piano geklommen en speelt kinderliedjes. Drie Kleine Kleutertjes natuurlijk. Gevolgd door Jan Huigen In De Ton. Niets wijst erop dat dit kleine meisje zal uitgroeien tot Neerlands meest getalenteerde violiste.

Datzelfde meisje, een ontluikende tiener inmiddels, staat er even later, op het podium van een concertzaal in Oostenrijk, wat verweesd bij als de volwassen orkestleden om haar heen in een vreemde taal met elkaar overleggen. Totdat Noa Wildschut haar viool ter hand neemt, in een fractie van een seconde helemaal één wordt met het instrument en de absolute hoofdrol claimt.

‘Uw dochter is twaalf jaar oud en een beroemd violiste. Denkt u dat ze een wonderkind is?’ wil een interviewster vervolgens weten van moeder en vioolpedagoge Liora Ish-Hurwitz. ‘Dat weet ik niet. Wat is een wonderkind?’, houdt de vrouw, die haar dochters prille loopbaan samen met Noas vader Arjan Wildschut (altviolist) stevig bij de hand neemt, de boot een beetje af. ‘Ze oefent ook heel veel. Als ze dat niet doet, komt het wonder niet.’

Toch is dat maar een deel van de waarheid. Want er was nóg een meisje dat veel oefende om haar droom waar te maken: Noa’s oudere zus Avigal. Onder de bezielende leiding van hun moeder leken de zusjes Wildschut, zo is te zien in talloze familiefilmpjes van het tweetal, op weg naar een glansrijke carrière als musicus. Avigal heeft onderweg echter een andere afslag genomen.

Hoe dat precies ging en waarom dat zo is kun je als kijker wel bedenken, maar blijft in deze direct cinema-film, zonder voice-over of interviews, onbenoemd. Regisseur Simonka de Jong laat sowieso veel onuitgesproken. Ze geeft Avigals activiteiten thuis wel opmerkelijk veel ruimte in een documentaire die over Noa lijkt te gaan. Terwijl haar jongere zusje, in haar eentje, de wereld verovert op viool, leeft Avigal het leven van een normale puber.

Of ze afgunstig is op Noa of soms gewoon moe van alle aandacht die haar gelauwerde zus, ook binnen het gezin Wildschut, ten deel valt? De Jong geeft haar kijkers geen pasklare antwoorden, maar nodigt hen wel uit om tussen de regels door te lezen. Gedurende enkele jaren volgt ze het bevlogen ‘familiekwartet’ en documenteert zo wat er gebeurt met de familie van een ‘wonderkind’.

De Vijfde Bruid

de vijfde

 

In een ander leven had ze misschien barones in ‘Het Land Van Ooit’ kunnen worden. In dit leven werd Petra Timmermans vrouw nummer vijf van kunstenaar Anton Heyboer (1924-2005). Ze oogt als een volledig losgeslagen freule, die niet had misstaan in het inmiddels opgedoekte attractiepark: overdadig aangebrachte make-up, ravissante kleding in de felste kleuren en een enorme hoeveelheid opzichtige sieraden.

Rogier Timmermans heeft zijn tante vijftien jaar niet gezien als hij haar in 2001 opzoekt. Ze woont in een huisje tegenover de woning waar kluizenaar Heyboer met zijn vier andere vrouwen leeft en houdt zich daar onledig met de verkoop van zijn kunst. Ze weet nog precies wanneer het begon, vertelt ze trots tegen haar neef: 3 juni 1982. De dag waarop Petra haar lotsbestemming vond: ene Anton Heyboer.

Die ontboezeming vormt het startpunt van De Vijfde Bruid (68 min.), een fascinerende film uit 2007 waarin Timmermans, aan de hand van het levensverhaal van z’n tante, de geschiedenis van zijn eigen getroebleerde familie ontrafelt. Zijn oma speelt daarin een sleutelrol. Haar dochter Petra blijkt uiteindelijk niet meer dan ‘een inruilwagen’ voor Heyboer, die haar leven op geheel eigen wijze structuur heeft gegeven. Zíjn structuur.

De almachtige man die met strakke hand de lijnen uitzet (en intussen alom wordt aanbeden door zijn eigen harem). Waar hebben we die vaker gezien? Binnen zijn eigen kleine context beschikt Anton Heyboer, die in deze slim opgebouwde documentaire soms overkomt als een raaskallende ouwe zonderling, blijkbaar over een enorme aantrekkingskracht. Hij maakt het leven, in elk geval dat van Petra, klein en overzichtelijk en geeft het tegelijkertijd op een tamelijk verwrongen manier ook weer zin.

The Other F Word


Met dat ene F-woord hadden ze nooit al te veel moeite. Fuck the world. The Police. Of gewoon: You! Arrogante smoel opzetten, middelvinger erbij en klaar was kees. Dat andere F-woord kost de ouder wordende punkers in deze kostelijke documentaire aanmerkelijk meer kruim: father.

The Other F Word (99 min.) uit 2011 is een film die de groeipijnen in beeld brengt van eeuwige pubers, die ondanks zichzelf hebben gekozen voor het vaderschap. ‘You can do any fucked up thing you want to and say “I’m punk”’, zegt Fat Mike, de zanger van de Amerikaanse pretpunkband NOFX, over zijn jonge jaren. Nu maakt hij ‘s ochtends – in een badjas met zebraprint, dat wel – een ontbijt voor zijn dochtertje. Hij moet haar nog wel een keer uitleggen wat die twee SM-meesteressen op zijn linkerbovenarm betekenen.

Hoe zijn we van rebelleren tegen onze eigen ouders in Godsnaam zelf in de ouderrol terecht gekomen? vraagt Pennywise-zanger Jim Lindberg, de hoofdpersoon van deze film van Andrea Blaugrund Nevins, zich in een contemplatieve bui af. Na twintig jaar trouwe dienst overweegt hij om de band, en het bijbehorende bestaan ‘on the road’, te verlaten ten faveure van zijn gezin en een reguliere baan. Daarmee moet hij tevens afstand nemen van de gemeenschap waarin hij als misfit opgroeide en zijn oude strijdmakkers in de steek laten. Met een eventueel vertrek draait Lindberg ook hun punkrockdroom de nek om, zo realiseert hij zich.

Binnen de punkscene is het lastig volwassen worden, ook omdat een groot deel van de mensen om je heen dat ten enenmale weigert én omdat dit natuurlijk ook niet past bij het imago van een obstinate punker. Treffend is in dat verband een scène met Red Hot Chili Peppers-bassist Flea en zijn tienerdochter. Nadat ze samen een stukje op de piano hebben gespeeld, is het vader die zijn middelvinger meent te moeten opsteken naar de camera. Zijn dochter staat er, licht gegeneerd, bij te lachen. Hoe kun je je tegen zo’n ouder afzetten?

Als de relatie ouder-kind, en de rolverwarring die daarmee gepaard kan gaan bij deze mannen, ter sprake wordt gebracht, komt The Other F Word tot de kern: veel van de geportretteerde punkers onderhouden nog altijd een bijzondere moeizame relatie met hun eigen ouders. De boosheid daarover moest – en kwam – eruit via furieuze muziek. Als ze nu worden bevraagd over hun getroebleerde jeugd blijken onverwoestbare iconen als Flea, Rancid-brulboei Lars Frederiksen en Art Alexakis (Everclear) ineens heel kwetsbare jongetjes. Met felkleurd haar, ‘fuck authority’ T-shirts en een overdaad aan tatoeages, dat wel.

Over dat andere F-woord, Fuck, werd in 2005 trouwens ook al een documentaire gemaakt. Op het web is echter nauwelijks meer iets te vinden over het (als ik ’t me goed herinner) vermakelijke F*ck.

Capturing The Friedmans

HBO

De man die altijd gewoon je vader was – en als scheikundeleraar bovendien een gewaardeerd lid van de lokale gemeenschap – blijkt ineens een pedoseksueel te zijn. Tijdens bijlessen thuis heeft hij zich bovendien vergrepen aan buurtkinderen. En, als klap op de vuurpijl, zou je broer Jesse hem daarbij terzijde hebben gestaan. Nee, het leven lacht David Friedman en zijn familie bepaald niet toe.

Regisseur Andrew Jarecki kwam het ongemakkelijke verhaal van Capturing The Friedmans (107 min.) op het spoor toen hij een portret wilde maken van de clown Silly Billy (alias David). Achter de clown bleek – heel clichématig, zou je bijna zeggen – een tragische figuur schuil te gaan, die gebukt ging onder een schokkende familiegeschiedenis met zijn vader en broer (waarin ook moeder Elaine een prominente rol speelt).

Deze openingsfilm van het IDFA in 2003 is geen documentaire met gemakkelijke antwoorden. Jarecki laat de meningen, visies en herinneringen van familieleden, vrienden, slachtoffers, politieagenten en deskundigen over wat er nu precies is gebeurd met elkaar botsen. Hoewel hij zijn eigen standpunt duidelijk laat doorschemeren – de regisseur participeerde later in pogingen om de zaak heropend te krijgen – blijft er tegelijkertijd voldoende ruimte voor twijfel.

Zoals de verhalen over seksueel misbruik, zo blijkt opnieuw in de huidige #MeToo-kwesties, vrijwel altijd worden omgeven met vragen. De feitelijke basis onder eventuele aanklachten is vaak flinterdun. En dan komt het neer op getuigenverklaringen en herinneringen. Waarbij niets zo onbetrouwbaar blijkt als onze waarneming, wat enkele jaren later in Nederland nog eens werd bevestigd bij de geruchtmakende Eper incestzaak. En in hoeverre laten die familiefilmpjes van vader Arnold eigenlijk de werkelijkheid zien?

Capturing The Friedmans keert een ingewikkelde zedenzaak helemaal binnenstebuiten en belandt daarbij in de donkerste hoekjes van een getroebleerd gezin, waarvan de kinderen opmerkelijk genoeg nog altijd meer sympathie lijken te hebben voor hun vader dan voor hun emotioneel afwezige moeder. Zo wordt pijnlijk duidelijk dat geen enkel familielid, onschuldig of niet, ongeschonden uit de strijd komt in deze klassieke documentaire.

My Own Private War

Taskovski

Drie generaties van haar familie zijn in Nederland beland. Haar zoontje Sergej is er geboren en weet niet beter. Haar ouders Vesna en Vojo, in eigen land chemicus en professor, zijn nu respectievelijk vrijwilliger bij vluchtelingenwerk en lid van de schaakclub. Zelf kan Lidija Zelovic zich maar niet losmaken van haar geboorteland. Ze wil de ultieme film maken over de oorlog die hen van huis en haard verdreef.

Zelovic kwam ruim twintig jaar eerder alleen over vanuit het voormalige Joegoslavië, twee jaar later werd ze in Nederland herenigd met haar ouders. In de egodocu My Own Private War (56 min.) uit 2015 haalt ze samen met hen bitterzoete herinneringen op aan haar onbezorgde jeugd in Sarajevo en onderzoekt wat de burgeroorlog bij de mensen uit haar omgeving heeft aangericht (en wat die mensen intussen zelf hebben aangericht).

In haar voormalige ouderlijke huis vindt Zelovic bijvoorbeeld oude liefdesbrieven van haar ouders, relikwieën van een verloren tijd en leven die droef en weemoedig stemmen. En op een onbewaakt ogenblik loopt ze haar neef Zeljko tegen het lijf, die tijdens de oorlog dienst heeft gedaan als Servische sluipschutter. Niemand zit eigenlijk op zijn verhaal te wachten, zo constateert zijn nicht. Voor de buitenwereld is hij ‘gewoon’ een agressor.

Via haar persoonlijke familiegeschiedenis schetst Zelovic zo de verschillende kanten en gevolgen van een oorlog, die natuurlijk louter verliezers kent. Toch is My Own Private War uiteindelijk geen deprimerende film. Te midden van de persoonlijke drama’s vindt de filmmaakster, die confrontaties niet uit de weg gaat, voldoende aanknopingspunten voor een enigszins hoopvolle slotconclusie: ook als je veel (van jezelf) kwijtraakt, is er reden genoeg om te leven.

Kingdom Of Us


Hoe ga je als gezin verder nadat vader een einde aan zijn leven heeft gemaakt? Kun je überhaupt verder? In Kingdom Of Us (109 min.) probeert het Britse gezin Shanks vat te krijgen op haar tragische verleden, om zo ruimte te maken voor een betere toekomst.

Zeven kinderen kregen Paul en Viky. Zes meiden en een jongen. Ze vormden ogenschijnlijk een idyllisch huishouden van Jan Steen. Paul maakte door de jaren het ene na het andere familiefilmpje, waarin hij zijn kinderen regelmatig liefdevol toesprak en -zong. Intussen probeerde hij, veelal in stilte, zijn demonen de baas te blijven.

Regisseur Lucy Cohen volgt het vaderloze gezin enkele jaren nadat Paul zijn leven heeft beëindigd – en daarmee ook de gedachten dat hij zijn vrouw en kinderen met zich mee moest nemen. Ze laat zien hoe ontwrichtend zo’n dramatische gebeurtenis kan zijn. Hoe die filmpjes, liedjes en afscheidsbrief blijven trekken en tegelijkertijd opnieuw zout in de wonden wrijven.

Intussen vragen enkele kinderen zich af of ze wellicht erfelijk belast zijn. Zou Paul, behalve zijn onmiskenbare muzikale talent, ook ‘de monsters in zijn hoofd’ hebben doorgegeven? Het is een ongemakkelijke vraag, waarop in het aangrijpende Kingdom Of Us een al even ongemakkelijk voorlopig antwoord komt.

56 Up


Het was, bot gezegd, letterlijk een kwestie van tijd voordat de eerste van de veertien hoofdpersonen van de legendarische Up-serie zou komen te overlijden. Sinds 1964 maakten ze elke zeven jaar de balans op voor de camera van Michael Apted, die vanaf de allereerste editie bij de documentaireserie betrokken is. Intussen zijn ze net in de zestig en komt dus ook het einde van hun opvallend openbaar geleefde levens nabij.

In 2013 stierf de eerste Up-hoofdpersoon, Lynn Johnson. Een jaar eerder, bij de achtste aflevering 56 Up (137 min.) was de bonte verzameling Britten, geselecteerd uit zowel de working als upper class, nog volledig intact – al is een enkeling onderweg afgehaakt. Het onderliggende thema van deze editie was beeldvorming; in hoeverre herkenden de hoofdpersonen zich in het beeld dat van hen was vastgelegd in het collectieve geheugen?

Hoewel ze zelf regelmatig twijfelen over hun deelname aan de serie, die je ook gerust kun zien als een voorloper van reality-televisie, denk ik niet dat de kunstvorm documentaire, met al z’n beperkingen, ooit dichter bij het echte leven kan komen dan in de Up-serie. Het is alsof je als kijker opgroeit en meeleeft met aansprekende menschen van vleesch en bloed zoals volksjongen Tony, bijstandsoma Jackie en de neuroticus Neil (wier levens door mij nu zelfs tot een enkel woord zijn teruggebracht).

In 2019, nog maar twee jaartjes wachten dus, zal ongetwijfeld 63 Up verschijnen. Michael Apted, die ook allerlei televisieseries en speelfilms (zoals de James Bond-film The World Is Not Enough) regisseerde, is dan 78. Hij is echter vast van plan om tot zijn eigen dood door te gaan met zijn levenswerk, ‘de langstlopende serie op televisie’. Laten we in dat kader onze ‘fingers crossed’ houden en hem intussen een dikke ‘thumbs up’ geven.

Elián


Was het een wonder toen Elián Gonzalez tijdens Thanksgiving 1999 als drenkeling uit het water tussen Cuba en de VS werd gevist? Een vijfjarig jongetje uit Cardenas, aan de Noordzijde van het eiland Cuba, dat uiteindelijk Miami bereikte nadat zijn moeder op zee was verdronken.

In de documentaire Elián (108 min.) van Tim Golden en Ross McDonnell, worden zijn redding en de navolgende mediastorm gereconstrueerd. De filmmakers portretteren de tumultueuze ontwikkelingen rond het mediagenieke joch als de culminatie van het conflict tussen de Verenigde Staten en Fidel Castro’s Cuba.

In die zin is de film vergelijkbaar met OJ: Made in America, het vijfluik over OJ Simpson dat eerder dit jaar de Oscar voor beste documentaire in de wacht sleepte. Het ‘kleine’ verhaal van een kleuter, waaraan zowel vanuit Cuba (zijn vader) als Florida (andere familieleden) gigantisch wordt getrokken, is afgezet tegen het grote conflict: Fidels (vermeende) dictatuur versus de ‘vrijheid’ van Amerika.

De belangen van het kind raken al snel volledig ondergesneeuwd als pro- en anti-Castro activisten in de media alle ruimte krijgen om op hoge toon Eliáns terugkeer naar zijn geboorte-eiland of juist zijn gecontinueerde verblijf in het land van de onbegrensde mogelijkheden te bepleiten.

Het steekspel rond het jongetje zou zelfs, zo betoogt deze enerverende film, een doorslaggevende rol hebben gespeeld in de Amerikaanse verkiezingen van 2000, waarbij een paar honderd (Cubaanse) stemmen in Florida de Republikein George W. Bush president maakten. Over wonderen gesproken.

De Erfenis


27 Jaar na zijn dood is het werk van Ed van der Elsken nog altijd springlevend. Dit voorjaar was er bijvoorbeeld een overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum te Amsterdam, genaamd De Verliefde Camera, die was gewijd aan zijn werk als fotograaf en cineast.

De Erfenis (72 min.) richt zich op het privéleven dat Van der Elsken zelf ook zo vaak gebruikte in zijn werk. De hoofdpersoon van deze indringende documentaire is zijn beschadigde zoon. Daan, die als jongeling behoorlijk ontspoorde, is inmiddels in de vijftig en blijft stelselmatig vastlopen in het leven.

Ironisch genoeg gaat hij nu wederom voor het oog van de camera, ditmaal van zijn goede vriend Joris Postema, op zoek naar zijn jeugd met die beroemde vader en de rol die deze decennia later nog altijd speelt in zijn getormenteerde bestaan.

Wilde Ed echt alleen zijn vader zijn als hij wist dat de camera draaide? Of was en is er meer aan de hand in het leven van zijn zoon Daan van der Elsken? Deze fascinerende film probeert een antwoord te formuleren.

De Stelling Van Foreest, Een Schaakfamilie

VPRO

Een gedistingeerde grijze heer zit, te midden van andere gedistingeerde grijze heren, peinzend over z’n schaakbord gebogen. Tegenover hem wacht een meisje van een jaar of acht. Machteld is de jongste telg van de schaakfamilie Van Foreest. De oudste, grootmeester Jorden, werd onlangs op 17-jarige leeftijd voor het eerst Nederlands kampioen.

De Stelling Van Foreest, Een Schaakfamilie (55 min.) van het vermaarde duo Thomas Doebele en Maarten Schmidt, dat al 25 jaar samen documentaires maakt (voor de VPRO), zet de schijnwerper op de bijzondere familie Van Foreest, die letterlijk de hele wereld schaakmat wil zetten.

Vader en moeder Van Foreest scholen hun vijf zoons en ene dochter thuis. In de tijd die ze daarmee winnen krijgen hun kinderen heuse schaakles (en bekwamen ze zich op de piano). Moeder is zelfs bezig met het ontwikkelen van een eigen app, want de bestaande schaakapps volstaan niet meer voor de Van Foreestjes.

Doebele en Schmidt schetsen een intrigerend portret van een excentriek gezin met een missie. De documentaire doet ook automatisch denken aan een andere film over ontluikend schaaktalent, het schurende portret van de Noorse wereldkampioen Magnus Carlsen.

De Stelling Van Foreest is hier te bekijken.

Life, Animated


Hij publiceerde diverse boeken, schreef voor The New York Times, Esquire en The Wall Street Journal en won met dat werk een felbegeerde Pulitzer Prize. Ron Süskind bekommerde zich altijd om grote maatschappelijke thema’s, zoals de war on terror of de financiële crisis.

En toen was er in 2014 ineens dat ontroerende stuk in The New York Times over zijn autistische zoon Owen, dat inmiddels is uitgemond in een boek en documentaire met dezelfde titel: Life, Animated. Over hoe Owen leerde communiceren via Disney-films (en achter de veelgeprezen journalist ‘gewoon’ een liefdevolle vader bleek schuil te gaan).

Vergelijk ’t met sportjournalist Willem Vissers, die sinds enkele maanden warm en nuchter over zijn verstandelijk gehandicapte zoon Samuel schrijft in De Volkskrant. Het bijbehorende boek is al aangekondigd, wellicht volgt ook daarvan nog eens een documentaire.

Het aangrijpende, voor een Oscar genomineerde Life Animated (92 min.) van regisseur Roger Ross Williams documenteert de pogingen van Ron Süskind en zijn vrouw om contact te krijgen met hun kind, dat gaandeweg zijn eigen plek in de grote boze buitenwereld vindt.

Mommy Dead And Dearest

HBO

Over sommige films moet je vooraf eigenlijk niets lezen. Deze opzienbarende true crime-documentaire over een bizarre moeder-dochter relatie met dodelijke afloop is zo’n film.

Mommy Dead And Dearest (82 min.) van regisseur Erin Lee Carr vertelt een verhaal dat jij niet meer wilt verlaten en dat jou ook niet meer wil verlaten. Waarvoor meteen een aloud cliché voor de dag mag worden gehaald: truth is stranger than fiction.

De Jacht Op Mijn Vader


Schrijfster Karin Amatmoekrim schreef een boek over haar afwezige vader, de in Suriname wereldberoemde taekwando-grootmeester en womanizer Eric Lie, en besloot dat hoogstpersoonlijk aan hem te gaan voorlezen. Die eenvoudige scènes – vader en dochter tegenover elkaar, met het boek ertussen – vormen het hart van de documentaire De Jacht Op Mijn Vader (59 min.).

Via de schrijfster richt regisseur Gülsah Dogan (Liefdeswinter, IDFA-publieksprijswinnaar Naziha’s Lente & De OK-vrouw, een veelbesproken film over Halina Reijn) het vizier op de man, die vooral voor zichzelf leek te leven en een spoor van verlaten liefdes en kroost achterliet.

De motieven van Karin Amatmoekrim om het contact met haar vader te herstellen lijken tamelijk ambigu; wil ze een relatie opbouwen met de man of vooral een boek over hem schrijven? Als ze in een interview een keuze moet maken kiest ze onverwijld voor het laatste. In het in 2016 verschenen boek Tenzij De Vader bedankt ze de man die haar ooit plompverloren op de aarde zette ‘voor uw mooie verhaal’.

Die spanning (tussen man en dochter, maar ook tussen dochter en schrijfster) drijft deze broeierige jacht op een verloren vader naar een geladen climax.

The Origin Of Trouble

KRO-NCRV

In deze korte docu (29 min.) gaat Tessa Pope op zoek naar de redenen achter de scheiding van haar ouders. Dat levert een uiterst spannende film op.

En zoals het hoort in een onvervalste egodocumentaire leert Pope, die de The Origin Of Trouble maakte als afstudeerwerk voor de filmacademie, intussen haar ouders (vader Pope in het bijzonder) én zichzelf beter kennen.