FC Utrecht: No Guts No Glory

Videoland

Een voetbalclub die zijn jubileum wil opluisteren met een documentaire maakt zich kwetsbaar. Daar kan Ajax over meepraten. In het kader van hun honderdjarige bestaan lieten de Amsterdammers in het seizoen 1999-2000 regisseur Roel van Dalen binnen voor de documentaire Ajax: Daar Hoorden Ze Engelen Zingen, een ontluisterende film die uiteindelijk als sluitstuk zou fungeren voor een ronduit dramatisch seizoen.

Dit heeft Frans van Seumeren, grootaandeelhouder van FC Utrecht, er niet van weerhouden om camera’s toe te laten in het vijftigste levensjaar van de club waarin hij al jarenlang hart, ziel en een aanzienlijk geldbedrag steekt. En Van Seumeren zal er ook wel voor hebben gezorgd dat hij bij de samenstelling van FC Utrecht: No Guts No Glory (193 min.), waarin hij zelf de hoofdrol krijgt toebedeeld en ook aandacht is voor goodwill-acties naar de supporters en ‘de maatschappelijke poot’ van de club, een dikke vinger in de pap heeft.

Een treurmars is de zesdelige serie dan ook niet geworden. Al gaat het er soms best stevig aan toe. Als de omstreden Spaanse aanvaller Adrian Dalmau in de wedstrijd tegen ADO Den Haag een rode kaart krijgt en zijn team vervolgens blijft steken op een teleurstellend gelijkspel, wordt hij flink aangepakt. Eerst is het collega-spits Eljero Elia, zelf ook bepaald nog geen succesverhaal, die zijn ‘amigo’ in de kleedkamer ter verantwoording roept. Dreigend: ‘Je hebt geluk dat die camera hier is.’

Daarna krijgt de treurende Spanjaard ten overstaan van al zijn ploeggenoten (en de camera’s in de kleedkamer) ook nog eens van onder uit de zak van trainer René Hake. ‘Hee, Dalmau’, schreeuwt die met overslaande stem. ‘Heb je niks te zeggen tegen de jongens? In plaats van met je hoofd naar beneden te zitten. Je hebt de wedstrijd verkloot met je twee stomme gele kaarten!’ De gifbeker is dan overigens nog lang niet leeg voor de onfortuinlijke spits, die gedurig met zijn vorm blijft worstelen.

Zo levert FC Utrecht: No Guts No Glory uiteindelijk precies wat van dit soort voetbalseries (men neme bijvoorbeeld Tottenham HotspurSunderland en binnenkort Feyenoord) wordt verwacht: een combinatie van flitsend gemonteerde wedstrijdbeelden, begeleid door bombastische muziek (en – aardige toevoeging – het chauvinistische radiocommentaar van RTV Utrecht-verslaggever René van den Berg en oud-speler en -trainer Gert Kruys). En materiaal vanuit het hart van de club: het trainingscomplex, de kleedkamer en de tribune (waar Van Seumeren de camera permanent op zich gericht weet).

Utrechts tocht over hoge toppen en door diepe dalen, die nochtans gewoon is afgesloten met een vertrouwd plekje in de subtop, wordt begeleid door interviews met de trainer, manager, directeur, materiaalman en enkele spelers (de ernstig geblesseerde aanvoerder Willem Janssen en zijn vrouw in het bijzonder). En ook de achterban krijgt natuurlijk spreektijd – van de bloemenverkoper tot de buschauffeur – om het gevoel in de stad te verwoorden. Alle denkbare voetbalclichés worden daarbij nog eens netjes afgestoft. Een gruwel wellicht voor de kritische kijker, maar ‘gefundenes Fressen’ voor iedereen die leeft voor de bal.

De Lijst Van Mengelberg

Moondocs

Van volksheld naar staatsvijand nummer één. Het ‘overkwam’ de immens populaire Nederlandse dirigent Willem Mengelberg, die zich tijdens de Tweede Wereldoorlog tot ontsteltenis van veel landgenoten aan de zijde van de Duitse bezetter schaarde.

De keuze van Mengelberg, volgens zijn biograaf Frits Zwart bepaald geen prettige persoonlijkheid, liet een schokgolf door het land gaan, die 75 jaar na dato op bepaalde plekken nog altijd voor kleine rimpelingen in het water zorgt. ‘De musicus kunnen we prijzen’, zegt David Bazen, de huidige directeur van het Amsterdamse Concertgebouworkest, over de erfenis van het omstreden boegbeeld van zijn orkest. ‘Maar de mens Mengelberg blijft echt een problematische persoon.’

Toch is dat niet alles wat er kan (en moet) worden gezegd over de man die zijn volk zo opzichtig verraadde. De werkelijkheid lijkt genuanceerder dan het verhaal dat ervan is gemaakt. Zo was Mengelberg om te beginnen Duits van origine. Hij kwam op zijn tweede pas naar Nederland. Thuis zou er altijd in zijn moedertaal worden gesproken. Het is dan misschien geen echt excuus voor zijn latere geestdrift voor de nazi’s, zoals bijvoorbeeld nog altijd blijkt uit aantekeningen die de dirigent maakte op oude Duitse kranten, maar maakt die wel begrijpelijker.

En dan blijkt er ook nog een andere kant te zitten aan Mengelbergs positie tijdens de oorlog. Daarop concentreert Jaap van Eyck zich dan ook in De Lijst Van Mengelberg (77 min.). Hij gebruikt niet voor niets het woord ‘lijst’. Dat roept associaties op met Oskar Schindler die tijdens de oorlog bijna elfhonderd Joden redde (of, in een Nederlandse context, De Kinderen Van Truus Wijsmuller). Mengelberg spande zich in woord en daad in voor de Joden in zijn directe omgeving, zijn eigen orkestleden in het bijzonder.

75 Jaar later kunnen hun kinderen er nog steeds van getuigen. En dat doen ze dan ook uitgebreid in deze gedegen film, die met fraaie zwartwit-animaties en klassieke muziek naar een hoger plan wordt getild. Terwijl driekwart van de Nederlandse Joden tijdens de oorlog in vernietigingskampen belandde, werden hun ouders, gekenschetst als mensen ‘die verdienstelijk waren geweest voor de Nederlandse samenleving’, ondergebracht op Landgoed Schaffelaar in Barneveld. Van daaruit konden deze vertegenwoordigers van de culturele elite de oorlog uiteindelijk wél overleven.

‘Zo werkt het nu eenmaal’, zegt historica Pauline Micheels bijna schouderophalend. Ze blijft nochtans hard oordelen over Willem Mengelberg. Die ambiguïteit kenmerkt deze documentaire die weliswaar een onderbelichte kant verkent van de man die na de oorlog een dirigeerverbod kreeg, maar die hem verder helemaal niet probeert vrij te pleiten.

De Lijst Van Mengelberg is hier te zien.

Mijn Seks Is Stuk

VPRO

‘Ga je bij me weg als we nooit meer seks hebben?’ valt Lize Korpershoek meteen met de deur in huis in de persoonlijke documentaire Mijn Seks Is Stuk (34 min.). ‘Kan’, antwoordt haar vriend, televisiepresentator Tim Hofman. ‘Kan ook als we wel weer seks hebben.’ Hij vat de actuele stand van zaken nog even bondig samen: ‘We kunnen uit elkaar gaan.’ Zucht. ‘En we kunnen bij elkaar blijven, maar gewoon geen seks hebben.’

Zodra Lize veilig in een relatie zit, constateert ze zelf, verdwijnt haar lust als sneeuw voor de zon. En dat vindt ze toch wel ‘focking jammer’. Is haar seks definitief stuk of toch nog te repareren? Die vraag ligt ten grondslag aan de beurtelings intieme, spannende en soms ook licht gênante zoektocht die haar vervolgens bij een seksuoloog, lingeriewinkel en tantra-oefening en in gesprek met haar moeder en eerste vriendje brengt.

Tussendoor filmen Tim en Liza elkaar en bespreken ze wat er zoal mis is of gaat: tussen hen of gewoon met haar. Daarbij voel je als buitenstaander soms toch een soort voyeur. Óók omdat het jonge, aantrekkelijke én bekende mensen betreft. Die bovendien enorm mediawijs zijn. Bevragen ze elkaar werkelijk als partner – of toch (ook) als interviewer, die maar al te goed weet wat ‘het publiek’ straks wil zien en horen?

Tegelijkertijd is dat waarschijnlijk ook de reden dat dit privéverhaal, waarmee een taboe inzichtelijk en bespreekbaar wordt gemaakt, in 2019 echt resoneerde bij een groot publiek. De goedkope aandrang om te weten hoe het er bij ‘Tim & Lize’ in de slaapkamer aan toegaat, maakt bovendien al gauw plaats voor oprechte interesse: hoe haal je voor jezelf de druk van de ketel? En hoe ga je er als koppel mee om als seks voor één van de twee niet meer vanzelfsprekend is?

Deze bijdetijdse film, waarvoor Willem Timmers als coregisseur fungeerde, werpt zulke vragen op en vermijdt gelukkig al te gemakkelijke antwoorden.

Guy Weizman – Voorheen/Nadien

Tangerine Tree

‘Probeer het niet te begrijpen’, instrueert Guy Weizman zijn performers. Ze zijn uit de hele wereld overkomen naar Groningen om zijn artistieke visie te verwerkelijken. Energie componeren, noemt hij dat. De Israëlisch-Marokkaanse artistiek leider van het Nederlandse theatergezelschap wil geen voorstellingen maken, zegt hij in deze film van Willem Baptist, maar die tijdens het maakproces zelf ontdekken. 

Guy Weizman – Voorheen/Nadien (55 min.) is dan ook geen typische making of-docu van de nieuwste productie van het Noord Nederlands Toneel. Het wordt ‘een poëtische film’ legt één van de medewerkers in een Droste-achtige scène uit aan een participant. En dat is geen woord te veel gezegd: Baptist vangt Weizmans visuele bombardement in bloemrijke, straf gekadreerde beelden, waaronder fraaie shots vanuit vogelperspectief.

Zo visualiseert hij de gedachtewereld van de man die zichzelf een soort ‘Godfather uit een Marokkaanse maffiafamilie’ noemt, zomaar kan gaan delibreren over het ‘butterfly effect’ en ontregelende telefoongesprekken met zijn moeder in Marokko voert. Het wordt een zinnenprikkelende ontdekkingstocht door een brein dat altijd in overdrive lijkt te staan en dat bij een splitsing al gauw het minst begaanbare pad kiest.

Baptist begeleidt de beeldenpracht met enigmatische oneliners van Weizman, die als hij zijn troepen dirigeert ook wel iets wegheeft van een goeroe.

‘Een blinde man wacht niet totdat het licht is om te beginnen met lopen.’ Frons.

‘Het stijgt op of het blijft dood op de grond.’ Punt.

‘Het lichaam liegt niet.’ Pauze. ‘Nooit.’

‘Het gaat om de schoonheid van onze onmacht.’ Uitroepteken.

En dan zorgen de Coronamaatregelen ervoor dat alle plannen in het honderd lopen. ‘Fúúúck!’ schreeuwt Weizman gefrustreerd. Geen première. Alleen een weerslag op video, van een generale repetitie/voorstelling zonder publiek. Inmiddels begint het te dagen: deze film zou wel eens die voorstelling kunnen zijn. Niets meer, niets minder. Die dus niet zomaar is gemaakt, maar ergens onderweg is ontdekt.

Volg Je Me Nog?

VPRO

Drie jonge vrouwen, lekker ongedwongen op een picknickkleedje in het park. @jolielot maakt nog even gauw een foto. Voor Instagram, waarschijnlijk. Al zijn ze alle drie, zeggen ze tegen elkaar, aan het minderen. Letterlijk.

‘Ik heb nu 185.000 volgers’, vertelt @by.iris.sophia. ‘Maar ik had er eerst 250.000. Dus dat is wel een beetje ingezakt.’

‘Really? Ben je er zoveel kwijtgeraakt?’ vraagt @larissabruijn. ‘Ik ga volgens mij ook omlaag. Ik heb er nu iets van 80.000 of zo. Richting zeventig, zestig, vijftig….’

‘Ik zit nu op 130.000’, stelt @jolielot. ‘Ik ben natuurlijk een half jaar echt stil geweest. Nu dat ik weer actiever word, groei ik wel weer. Maar het is niet meer als vroeger.’

Oftewel: Volg Je Me Nog? (38 min.), een korte documentaire van Willem Timmers (alias @wilmfilm) en Doortje Smithuijsen, die eerder ook het thematisch verwante Mijn Dochter De Vlogger maakte, over drie influencers met een soort midlifecrisis. Ze lijken te worden ingehaald door een nieuwe generatie.

De kijkcijfers dwongen @by.iris.sophia bijvoorbeeld tot voor kort om permanent op reis te zijn. Of ze daar nu zin in had of niet. Haar bedrijf voer er wel bij, maar zij dreigde vast te lopen. Wordt ze niet gewoon te oud voor Instagram? Tijd voor therapie.

@larissabruijn wil vooralsnog van geen ophouden weten. Zij gaat zich richten op haar shopvlog, verkent de plek waar hedendaagse jongeren zijn te vinden, TikTok, en probeert aansluiting te vinden bij de aldaar behoorlijk populaire @drewfelipee.

@jolielot tenslotte is zwanger en worstelt als influencer tevens met haar identiteit. ‘Ik hoop dat mensen het ook leuk vinden om me te blijven volgen in deze nieuwe fase.’ Voor de zekerheid volgt ze een training bij verdiencoach @hannekevanonna.

Ze gaat bovendien op YouTube, om nóg meer van zichzelf te kunnen tonen. ‘Is het een optie om het kind niet te laten zien?’, wil @doortje2000 Smitshuijsen weten als @jolielot de babykamer inricht. ‘Ja.’. Ze denkt even na: ‘Ja, maar als wij er niet tegen zijn, waarom zou het dan een optie zijn om het niet te doen?’

Daar valt natuurlijk weinig tegenin te brengen. Al kun je je afvragen of het fijn is, om op te groeien als vleesgeworden reclamezuil. Om zo oud te worden. Of gewoon volwassen. Dergelijke vragen worden opgeroepen door deze helemaal bijdetijdse film, die ons allen een spiegel voorhoudt. Niet alleen Influencend Nederland.

De Pedaalridder – Het Buitenaardse Leven Van Willem Koopman

RTV Rijnmond

‘Hij reed zo het beeld uit’, zegt stadgenoot Jules Deelder met zijn gebruikelijke gevoel voor theater. Willem Koopman was niet te stoppen tijdens het Nederlands kampioenschap baanwielrennen in 1967. Die titel was voor hem. Dat ene pilletje, net voor de meet, had hij echter beter niet kunnen nemen. De Rotterdammer moest zijn titel inleveren. Hij werd ook geschrapt als partner op de tandem van Jan Janssen, die bij de Olympische Spelen van 1968 zilver won met een andere teamgenoot. Koopman zou de top nooit bereiken en ging de boeken in als dopingzondaar. ‘Een Lance Armstrong avant la lettre’, aldus Deelder.

Daarna ging het rap bergafwaarts met de sprintkampioen: (kleine) criminaliteit, psychisch verval en, uiteindelijk, dakloosheid. Deelder ontmoette hem in de herentoiletten van een Rotterdams café, vertelt hij in de bijzonder vermakelijke documentaire De Pedaalridder – Het Buitenaardse Leven Van Willem Koopman (49 min.) van zijn dochter Ari Deelder uit 2016. Het kwam zelfs tot een transactie tussen de beide heren. Over de details wil de dichter met de rappe tong verder niet uitweiden. Het is immers niet zeker of de deal is verjaard.

Gaandeweg ontwikkelde Koopman een geheel eigen visie op dit aardse bestaan, dat volgens hem ieder moment onder vuur kon worden genomen vanuit het heelal. Voor de zekerheid bouwde hij alvast ruimteschepen met de gesmolten stampers van zijn Tonic. In 1995 vertelde de oud-wielrenner in het televisieprogramma Sportpaleis de Jong zelfs dat hij niet was geboren, maar uit grond kwam en was geleverd door de spin Atlanta. Interviewer Wilfried de Jong sprak de inmiddels wat smoezelige en duidelijk verwarde oudere man niet tegen. ‘Ik ben wereldkampioen op de 300 meter’, vertelde Koopman nog. ‘Met 1100 kilometer per uur.’

Deze film is een geslaagde verbeelding van Koopmans wonderlijke belevingswereld. Ari Deelder heeft scènes uit zijn absurde leven in een theatrale setting laten naspelen door de acteurs Klaas Postmus en Raymond Thiry. Tussendoor plaatst ze interviews met intimi van de man die in Rotterdam een absolute cultstatus heeft verworven. Dat wordt nog eens bevestigd door de sixtiesband The Kik. Die maakte de tributesong Van Wie Hij Was En Wie Hij Is, waarmee dit joyeuze en liefdevolle portret naar een fijne climax wordt gebracht. ‘Ik denk dat Willem ons met zijn manier van praten en leven beschermde tegen de saaiheid van het bestaan’, heeft Wilfried de Jong even daarvoor nog gezegd. Lachend: ‘Als je daarnaar keek, dacht je: ja, zo kun je ook leven!’

Pete En De Bananen

VPRO

Geel van buiten, wit van binnen. Een banaan dus. Zo noemt Pete Wu zichzelf en andere Chinees-Nederlandse jongeren. Ze zitten gevangen tussen de Chinese cultuur van hun ouders en de Nederlandse samenleving, waarbinnen ze zijn opgegroeid. Met verwachtingen en aspiraties als ieder ander, maar in de ogen van hun ouders voorbestemd om een andere banaan te huwen – en een ‘Chinees’ of snackbar over te nemen.

In Pete En De Bananen (58 min.), gemaakt met Willem Timmers, gaat Wu in gesprek met andere Chinees-Nederlandse jongeren over hun liefdesleven en de verwachtingen die zij daarbij ervaren vanuit de gesloten Chinese gemeenschap en de eisen die aan hen worden opgelegd door Nederlanders, voor wie wit en westers nog altijd de norm is (en probeer die maar eens niet te verinnerlijken).

Pete’s zoektocht brengt hem in contact met een jonge vrouw die haar niet-Chinese verloofde jarenlang verborgen hield voor haar vader en moeder, een succesvol Aziatisch model en een voormalige sekstelefoniste die zich specialiseerde in klanten met zogenaamde ‘yellow fever’ (en die eerder is geportretteerd in de documentaire Hallo Met Kyoko). Hij gaat verder voor het eerst op date met een andere Banaan en laat zich doorlichten door een (eveneens Aziatische) therapeute, ontmoetingen die soms nét iets te geconstrueerd aandoen.

Wu en Timmers omlijsten al die gesprekken met gestileerde geel gekleurde sequenties en stijlvolle synthmuziek. Waarbij Pete’s zeer persoonlijke voice-overs een verdiepende laag aanbrengen en echt inzicht geven in zijn zielenleven, dat onlosmakelijk verbonden is met zijn afkomst en de plek waar hij opgroeide. Een manier van zijn, waarbij geel en wit inmiddels volledig door elkaar lopen.

Het Beest Van Harkstede

Videoland

‘Ik wou baas over een vrouw wezen.’

‘Dat kon toen die tijd nooit ver genoeg gaan voor me. Liefst met geweld.

’‘Toen was het alleen maar begeren, hebben en vernietigen.’

Was getekend: Willem van Eijk, alias Het Beest Van Harkstede (123 min.). Deze driedelige true crime-serie is gebaseerd op het boek Anatomie Van Een Seriemoordenaar van Sytze van der Zee, die tevens als verteller fungeert, en put regelmatig uit audio-interviews die misdaadverslaggever Peter R. de Vries deed met de beruchte Nederlandse seriemoordenaar.

Regisseur Marc de Leeuw doet de donkere dagen herleven toen Groningen volledig in de ban was van een serie moorden op vrouwen, die op een tippelzone werkten als prostituee. In 2001 kwam Willem van E. in beeld, een man die destijds al jaren TBS achter de rug had vanwege twee lustmoorden in de jaren zeventig en daarna zonder enige vorm van begeleiding weer de nietsvermoedende wereld in was gestuurd.

Met bronnen als zijn ex-vrouw Adrie, familieleden van zijn slachtoffers, een nicht, dorpsgenoten, een maatschappelijk werkster en gedragswetenschappers schetst De Leeuw het beeld van een angstaanjagende man, volgens een psychologisch rapport ‘een antisociale persoonlijkheid met een psychotische kern’. Een toonbeeld van externe attributie bovendien, dat consequent weigert om zich te laten behandelen.

De filmmaker vergezelt de getuigenissen over ‘het beest’ met video-opnames van een politieverhoor, suggestieve archief- en reconstructiebeelden en talloze onheilspellende muziekjes. Een slordige twintig jaar na dato is het nauwelijks te geloven dat hij zo lang ongestoord zijn gang heeft kunnen gaan. Niet in een of andere achterlijke uithoek van de Verenigde Staten. Gewoon hier, in Nederland.

Dat simpele feit geeft deze aardige serie écht extra lading.

Ring Of Dreams

‘Realiteit is gewoon een kwestie van perspectief’, zegt Tengkwa, de gemaskerde verteller van deze documentaire over Nederlandse showworstelaars. ‘Als je dat snapt, is alles mogelijk.’ Regisseur Willem Baptist begint Ring Of Dreams (70 min.) niet voor niets met deze constatering van de worsteltrainer met het skeletmasker. Die kan tevens dienst doen als leidmotief voor deze surreële film.

Binnen enkele minuten is duidelijk dat dit geen doorsnee observerend portret wordt van een subcultuur met geheel eigen mores. Waarbij doodgewone burgermannen in de ring transformeren tot gemankeerde superhelden, die gezamenlijk een choreografie van spectaculaire gevechtsroutines uitvoeren – al komt dat aspect natuurlijk ook aan de orde in Baptists eigenzinnige kijk op het vaderlandse showworstelwereldje.

De filmmaker benadert de worstelaars van Pro Wrestling Holland eerder als een ensemblecast voor een absurde komedie. Hij alterneert daarbij tussen gestileerde scènes, waarin de eeuwige jongens een soort lullige Hollandse variant op het welbekende Amerikaanse wrestlemania ten tonele voeren, en backstagebeelden van trainingen, kleedkamers en thuis, die echter al even geënsceneerd ogen. De grens tussen realiteit en fictie vervaagt zienderogen.

‘Pro-worstelen is voor het ongetrainde oog een Amerikaans spektakel’, doceert de selfkicker Emil Sitoci, als professioneel worstelaar actief in binnen- en buitenland, tijdens een soort beginnersles voor aspirant-leden. ‘Gespierde, beetje viezige, bezwete mannen, die mekaar in een veel te strak broekje te lijf gaan. Maar dat is voor het ongetrainde oog.’ Sitoci wijst naar zijn flipover. Griekse tragedie, staat erop. Pro-wrestling is volgens hem kunst. ‘Weten jullie überhaupt iets van kunst?’

Hij oogt als een doelbewust gecreëerde karikatuur, de patser die zich onoverwinnelijk waant. Totdat zijn hoogmoed, onvermijdelijk, wordt afgestraft. Het gevaar lijkt in elk geval niet te komen van het nieuwe lid Christian Ace, een slungelige jongen die er nou niet direct uitziet als een absolute prijsvechter. Of van oudgediende UFO Joe, die overweegt om zijn alienbril en blauwe cape definitief op te bergen. ‘Als je moet kiezen tussen schreeuwende fans en je kind dat om je aandacht vraagt’, zegt deze. ‘Dat is lastig.’ Alleen de Dominicaanse beul El Chico lijkt echt een bedreiging. Hij heeft maar één zwakke plek: zijn moeder.

Baptist is er duidelijk niet op uit om van zijn personages mensen van vlees en bloed te maken. Ze blijven ogen alsof ze met een vette knipoog zichzelf acteren. In die zin sluiten vorm en inhoud van Ring Of Dreams, dichtgesmeerd met een plastic synthesizersoundtrack, uitstekend op elkaar aan. Dat maakt het alleen niet direct ook tot een prettige kijkervaring. Of een boeiende vertelling. Uiteindelijk ontworstelt de film zich, net als z’n protagonisten, nooit aan het predicaat ‘aardige gimmick’.

Al kan dat natuurlijk ook aan het ongetrainde oog van deze kijker liggen.

De Schuldmachine

Willem Los / BNNVARA

‘Ik had eerst 4.000 en waarschijnlijk nu zelfs minder’, zegt het ene meisje tegen het andere. Die bekent: ‘Ik zit wel op 13.000 euro of zo.’ Zomaar een gesprek in Amsterdam-Zuidoost tussen twee jongeren met een uitstaande schuld. Één op de vijf Nederlandse jongeren zou inmiddels met problematische schulden kampen. In De Schuldmachine (58 min.) volgt Camiel Zwart enkele van hen. Zij worden begeleid door een vrijwilligersinitiatief dat kiest voor een heel persoonlijke aanpak, onder de noemer ONSbank.

Cliënt Mirelva belt in aanwezigheid van financieel adviseur Willem Los, die in het dagelijks leven werkt bij Delta Lloyd, bijvoorbeeld de belastingdienst om zicht te krijgen op de schuld die ze daar heeft opgebouwd. De jonge vrouw, werkzaam in de kinderopvang, kijkt alsof ze elk moment door een bliksemschicht kan worden getroffen als de man aan de andere kant van de lijn de schade opmaakt. Die valt niet mee: 37.648 euro, inclusief eventuele dwangbevelen. Samen met Los en de ONSbank moet Mirelva een weg uit haar benarde situatie zien te vinden.

Willem Los en zijn medestanders krijgen van doen met bijzonder complexe problematiek die niet met eenvoudige interventies is te verhelpen. Waarbij de schuld van deze jongeren meestal bepaald niet op zichzelf staat en de Nederlandse schuldenindustrie, die bovenop de nominale schuld vaak (exorbitante) kosten en rente zet, de situatie alleen maar lijkt te verergeren. De jongeren zelf, met wie je soms echt krijgt te doen, zien door de bomen allang het bos niet meer.

En dan is er nog dat woud van regels. Mag je een kind, als ze meerderjarig wordt, bijvoorbeeld opzadelen met rekeningen die haar ouders nooit hebben betaald? Of een moeder ervoor verantwoordelijk stellen dat de kinderopvang waar haar kinderen werden opgevangen failliet is gegaan? Het zijn zulke vragen die de bevlogen medewerkers van ONSbank in dit boeiende inkijkje in de schuldhulpverlening moeten zien te tackelen. Teneinde hun cliënten de broodnodige ‘schuldrust‘ te bezorgen.

Acting Straight

Tofik Dibi (l) en Willem Timmers (r) zitten ‘mannelijk’ op de bank / VPRO

‘Zou jij niet op Tofik vallen’, vraagt gelegenheidsinterviewer Sunny Bergman aan Willem Timmers, nadat hij zojuist heeft verteld dat hij vrouwelijke trekken bij jongens een minpunt vindt. De twee makers van Acting Straight (25 min.) beginnen licht gegeneerd te lachen. ‘Dat is venijnig’, reageert Timmers. Hij laat een stilte vallen en antwoordt: ‘nee.’

De kerel naast hem op de bank, voormalig GroenLinks-kamerlid Tofik Dibi, vult aan: ‘Als ik eerlijk ben, dan zou ik ook zeggen dat ik niet persé geen enkel vrouwelijk trekje accepteer – ik bedoel: kijk naar mezelf – maar dat ik wel neig naar een mannelijk ogende jongen.’ En daarmee is, binnen twee minuten, de thematiek van deze boeiende korte documentaire haarscherp neergezet.

Afgaande op de hoofdpersonen van deze korte film moeten veel homo’s weinig hebben van ‘nichten’ of ‘verwijfde gasten’. Ze vallen op mannelijke jongens en willen liefst zelf ook een mannelijke jongen zijn. Is het een vorm van zelfafkeer? vraagt één van de geportretteerde homo’s, die onmatig veel tijd in de sportschool doorbrengt, zich af. En zo ja, vult Willem Timmers aan: zou die schaamte ooit weggaan?

Samen met Dibi laat hij, in een heel geinige sequentie, zien hoe je gewone dagelijkse dingen mannelijk of juist vrouwelijk doet: zitten, praten, dansen, een ijsje eten of zelfs kijken naar je nagels. Homo’s worden bijna gedwongen om te kiezen: gedragen ze zich op en top mannelijk en onderdrukken ze hun vrouwelijke kant? Of voelen ze binnen hun eigen subcultuur daadwerkelijk de ruimte om echt zichzelf te zijn?

I Will Speak, I Will Speak!

I_will_speak_I_will_speak_Shrey_trap

 

Ooit was het niet minder dan een doodvonnis: de mededeling dat je hiv-positief was. Aids richtte in de jaren tachtig en negentig een waar slagveld aan in de internationale homoscene en hield ook gruwelijk huis in Afrika. Nieuwe medicijnen maakten van de fatale ziekte sindsdien een chronische aandoening. Inmiddels valt er behoorlijk goed en lang te leven met hiv. Het stigma is alleen gebleven.

Wereldwijd hebben bijna 37 miljoen het afschrikwekkende virus. Regisseur Willem Aerts en ‘verhalenverteller’ Erwin Kokkelkoren leven zelf al dertig jaar met hiv. Drie jaar lang reisden ze de wereld rond om lotgenoten te ontmoeten en hun verhalen op te tekenen voor de tentoonstelling I Will Speak, I Will Speak! Atlas2018, die komend weekend wordt geopend in de Beurs van Berlage in Amsterdam.

In de bijbehorende documentaire I Will Speak, I Will Speak! (54 min.) worden vijf dragers van het virus geportretteerd: een oudere homoseksueel uit San Francisco die de ‘plaag’ overleefde, de Britse maker van het online tijdschrift Beyond Positive, het Afrikaanse meisje dat bij geboorte al was besmet, een transgender-sekswerker in Cambodja en een voormalige Russische gedetineerde die ooit een drank-en drugsprobleem had.

Stuk voor stuk kampen ze met gevoelens van schaamte, krijgen ze te maken met onbegrip, of zelfs vijandigheid, vanuit hun omgeving en worstelen ze met welke plek het virus inneemt in hun leven. Veertig jaar nadat de onbekende aandoening genadeloos toesloeg, lijkt het acute levensgevaar rond hiv en aids verdwenen. Gebleven is echter de wijze waarop het virus zijn dragers definieert.

Instant Dreams


‘De dood van een vriend’, noemt Christopher Bonanos, de schrijver van het boek Instant: The Story Of Polaroid, ‘t met gevoel voor drama. Dat fatale moment in 2008 waarop Polaroid besloot om te stoppen met de productie van direct klaar-films. Tien jaar later, in een tijdsgewricht waarin letterlijk iedereen aan de lopende band digitale foto’s maakt, zijn er nog steeds romantici die zweren bij analoge fotografie.

De instant film moet opnieuw worden uitgevonden, vinden zij. Zoals bepaalde muziekliefhebbers een terugkeer naar vinyl of cassettebandjes bepleiten. Terug naar imperfectie, de menselijke maat. Het gecompliceerde chemische proces waarmee een Polaroid-foto zichzelf binnen enkele minuten realiseert is alleen bepaald niet gemakkelijk te reproduceren, stelt de gepensioneerde chemicus Stephen Herschen die ooit werkte met de grote man van Polaroid, Edwin Land.

In Instant Dreams, waarvan donderdag de televisieversie (53 min.) wordt uitgezonden, belicht regisseur Willem Baptist een kleine parallelle wereld waarin de Polaroid wordt geïdealiseerd. Dat is beslist een socialere wereld, betoogt pleitbezorger Bonanos. Terwijl je wacht op hoe de foto die je zojuist hebt geschoten zich ontwikkelt, ontstaan er als vanzelf gesprekken. En niet veel later worden de verschillende Polaroids natuurlijk met elkaar vergeleken. Nu gunnen we elkaar niet meer zoveel tijd en aandacht, wil hij maar zeggen.

Baptist laat zijn personages, waaronder ook de Duitse fotografe Stefanie Schneider die de laatste Polaroids uit een speciale koelkast wegwerkt tijdens fotosessies in de Californische woestijn, uitgebreid filosoferen over de hedendaagse tijd en plaatst hun gedachtespinsels in een zinnenprikkelende trip van beeld, geluid en muziek. Instant Dreams bevat geen lineair verteld verhaal en roept meer vragen op dan worden beantwoord, maar overtuigt als volledig gesatureerde snapshot van een verloren tijd, waarin je als kijker even helemaal kunt verdwijnen.