We Met In Virtual Reality

HBO Max

Terwijl de halve wereld eind 2020 in lockdown gaat vanwege de Coronacrisis, zoekt een selecte groep escapisten een andere dimensie op. In de videogame VRChat kunnen ze elkaar, met behulp van de techniek ‘full body tracking’, in elk geval gevoelsmatig fysiek blijven ontmoeten. Regisseur Joe Hunting sluit bij hen aan, observeert hoe ze zich gedragen en spreekt met hen over hun leven in een verbluffende documentaire die zich volledig in die virtuele wereld afspeelt: We Met In Virtual Reality (89 min.).

‘Je kunt degene zijn die je altijd al wilde zijn’, vertelt de Peter Pan-achtige verschijning Toaster, die met zijn exotische vriendin DustBunny alle zorgen vergeet in een spectaculair digitaal pretpark . ‘Je kunt in zekere zin helemaal opnieuw beginnen. In het echte leven heb je te maken met verwachtingen die anderen van je hebben over hoe je dingen moet doen of je moet gedragen. En daarmee kun je het eens zijn of niet. In VR weet niemand wie je bent. Het kan ook niemand schelen wie je was, alleen wie je nu bent. Je bent vrij om te zijn wie je wilt.’

Buitenstaanders moeten in eerste instantie wel een psychologische barrière nemen om mee te kunnen in die beleving. Want mensen van vlees en bloed tonen zich hier via een digitale gedaante, hun avatar. Ze ogen als pak ‘m beet een schattig konijntje, gespierde strijder of voluptueuze vamp. Stoer, sexy en extravagant lijken de norm. Als je in het echte leven – IRL in jargon – weinig kleur denkt te hebben, kan het in de VRChat-gemeenschap doorgaans niet op. Deze personages bewegen zich bovendien in een wereld die voortdurend van sfeer kan veranderen. Het ene moment Disney of The Muppet Show, dan weer The Matrix of Walking With Dinosaurs.

Binnen die onwerkelijke setting vindt Hunting wel degelijk de mensen achter de personages – of beter: de mensen ín de personages. Die verliefd worden, gebarentaal spreken, niet van de drank kunnen afblijven, zich uitleven in dans, non-binair zijn, in het huwelijk treden, lijden aan depressies of al hun fantasieën uitleven. Hun belevenissen worden door hem met veel schwung, bravoure en een dikke soundtrack uitgespeeld. In We Met In Virtual Reality is de verbeelding echt aan de macht. Tegelijkertijd toont deze geheel bijdetijdse film aan dat virtual reality de troost en verbondenheid kan bieden die in de échte wereld soms ontbreekt.

How To Survive A Pandemic

VPRO

In de documentaire How To Survive A Plague uit 2012 blikt regisseur David France (Welcome To Chechnya) terug op de pogingen van LGBT-activisten om de Amerikaanse regering onder druk te zetten om het HIV-virus, dat ongenadig huishoudt in hun gemeenschap, eindelijk eens serieus te nemen. Nu de wereld opnieuw heeft te kampen met een dodelijk virus, presenteert David France een soort opvolger voor deze film die destijds werd genomineerd voor een Oscar. Over de pogingen van wetenschappers om een vaccin tegen het Coronavirus te ontwikkelen en de distributie van dit vaccin.

How To Survive A Pandemic (109 min.) is wel een documentaire met een ander karakter. Waar de strijd tegen AIDS in de jaren tachtig voortdurend gepaard ging met woede en frustratie – omdat het de autoriteiten blijkbaar geen snars kon schelen dat Amerikaanse homoseksuelen en masse stierven – wordt de campagne om een vaccin tegen COVID-19 te ontwikkelen op het eerste gezicht gekenmerkt door eensgezindheid. Alle betrokkenen hebben een gezamenlijk doel. Alleen de regering Trump zorgt zo nu en dan voor reuring, door een openlijke breuk met de World Health Organisation bijvoorbeeld of het zwartmaken van de eminente immunoloog Anthony Fauci, die ook in de AIDS-crisis en How To Survive A Plague al een hoofdrol kreeg toebedeeld.

Toch onthult ook deze breed opgezette film – waarin Science-journalist Jon Cohen, die in alle uithoeken van de wereld belangrijke spelers uit de Coronabestrijding interviewt, als centraal personage wordt ingezet – structurele en dieper liggende problemen. De ontwikkeling van een vaccin wordt weliswaar een doorslaand succes, maar dat heeft een naar bijeffect: bestaande verschillen tussen arm en rijk worden erdoor bestendigd, bijvoorbeeld tussen westerse landen die vaccins over hebben en in reserve houden en armere landen die tekort komen en daardoor slechts een beperkt deel van de bevolking kunnen laten inenten.

Het nettoresultaat daarvan beloopt uiteindelijk al snel een miljoen doden, becijfert France in de aftiteling. Het is een wrange conclusie voor een film die de strijd tegen COVID-19 op diverse plekken in de wereld – van brandhaarden als Brazilië en Zuid-Afrika tot de belangrijke vaccinproducent India – treffend in beeld heeft gebracht. Die slotsom ondermijnt de hoopvolle boodschap die je ook uit How To Survive A Pandemic zou kunnen halen: als we er met z’n allen de schouders onder zetten, zijn we in staat om bergen te verzetten en pandemieën te bedwingen.

Het Dinsdagavondgevoel

Marlou van den Berge

Volgens dirigent Paul Valk hebben ze geen moment overwogen om het niet te doen. ‘Kijk, nu vind ik het heel normaal dat er dingen geannuleerd worden, maar dat had je toch helemaal niet?’ zegt hij over de tijd dat Corona zich voor het eerst meldde in ons leven. ‘Dus je gaat door. Jongens, come on, the show must go on en ga ervoor!’ En dus vertolkte het Amsterdams Gemengd Koor op 8 maart 2020, een maand voor Pasen, gewoon de Johannes Passie in het Concertgebouw. COVID-19 had zich toen al in hun midden genesteld.

Van de 130 koorleden zouden er uiteindelijk maar liefst 102 het Coronavirus krijgen. Één lid overleed, evenals drie partners. Als het koor enige tijd later de draad weer wil oppakken, gaat dat dan ook niet vanzelf. Sommige leden durven nog niet, anderen merken dat ze oefening missen of kortademig zijn. Onder leiding van Valk zullen ze gezamenlijk hun stem weer moeten vinden, om de traumatische ervaring van die eerste Coronagolf achter zich te laten en gewoon weer lekker samen te kunnen zingen.

In Het Dinsdagavondgevoel (60 min.) volgt Marlou van den Berge enkele leden van het koor tijdens de pandemie, die hen het repeteren en optreden bijna onmogelijk maakt. Kan dat eigenlijk wel op anderhalve meter of met een mondkapje? Of moet het werkelijk via Zoom-sessies? ‘We glijden uit elkaar’, constateert bas Reitze de Graaf, die de online-repetities aan zich voorbij laat gaan. ‘Ik voel de band niet meer zo. Dus ik zit een beetje met het idee te spelen om er gewoon maar helemaal mee te stoppen.’

Van den Berge structureert de verwikkelingen bij het Amsterdams Gemengd Koor, die op microniveau laten zien hoe COVID-19 het complete land in zijn greep krijgt en op allerlei plekken tweespalt veroorzaakt, aan de hand van de diverse Corona-persconferenties van Mark Rutte en lardeert de vertelling bovendien met enkele treffende zangstukken. ‘Waar is iedereen gebleven?’ zingt het koor bijvoorbeeld ten tijde van de lockdown van eind 2020. ‘Het beeldscherm lijst me in. Dit is hoe donker klinkt.‘

Het Dinsdagavondgevoel brengt zo treffend in beeld hoe het hoofdstedelijke koor probeert om de boel bij elkaar te houden, in een tijd waarin er verschillende eilandjes dreigen te ontstaan. Het is een uitdagende tijd die hen stuk voor stuk met de neus op de feiten drukt: hoeveel sterker ze samen zijn, als al die verschillende stemmen samenkomen, dan ieder in z’n eentje. Intussen blijft de herinnering aan betere tijden – en de hoop dat die, liefst snel, weer zullen terugkeren.

The Territory

Sundance

Het zou niets minder dan het beloofde land kunnen zijn. Als het inheemse Uru-eu-wau-wau volk, inmiddels uitgedund tot nog maar een kleine tweehonderd zielen, gewoon met rust zou worden gelaten in haar eigen kleine stukje regenwoud. Milieuactivisten pleiten daar ook voor: het Braziliaanse Amazonegebied doet immers dienst als de longen van de aarde en is ook essentieel voor het voortbestaan ervan.

Rio Bonito, een corporatie van landbouwers, staat echter te popelen om op The Territory (85 min.) te gaan boeren. En houthakkers zetten het liefst direct een bijl of zaag in elke boom die ze zien. Een nieuwe stad moet er komen! Voor hen en hun families. Ze zijn desnoods bereid om het halve regenwoud plat te branden en voelen zich daarbij in de rug gesteund door de nieuwe Braziliaanse president Jair Bolsonaro die in 2018 de macht heeft gegrepen.

Regisseur Alex Pritz portretteert in deze krachtige documentaire representanten van de verschillende conflicterende belangen. Zij stevenen onvermijdelijk af op een frontale botsing, waarbij geweld beslist niet kan worden uitgesloten. Zeker als Bilaté, de achttienjarige nieuwe leider van de Uru-eu-wau-wau, besluit om, met traditionele én moderne wapens, de eigen belangen te gaan beschermen en actief het gevecht aan te gaan met al die brutale indringers.

Pritz vangt het weldadige territorium van de inheemse indianenstam intussen in al zijn pracht en praal met zowel grootse als extreme close-up shots en brengt dit met een expressieve soundtrack uitstekend op temperatuur. Met droneshots brengt de gedreven milieuactiviste Neidinha, een strijdmakker van Bilaté, intussen de gevolgen van grootschalige ontbossing in kaart. De conclusie is onvermijdelijk: deze wereld gaat rigoureus veranderen.

Als er geen drastische maatregelen worden genomen, zullen de de Uru-eu-wau-wau, ondanks hun geloof in de rechtvaardigheid van hun strijd, moeten wijken voor wat we vooruitgang plegen te noemen. En dan brengen de indringers in 2020 ook nog een nieuwe bedreiging mee, die de kleine en kwetsbare gemeenschap nog verder dreigt te decimeren…

In The Same Breath

HBO

Het jaar 2020 – en daarmee ook In The Same Breath (98 min) – begint in China als een musicalversie van het leven. Enorme volksmassa’s luiden op een groot plein het nieuwe jaar in met een zoetgevooisd lied. ‘Mijn moederland en ik zijn niet van elkaar te scheiden’, zingen de zorgvuldig geplaceerde mannen en vrouwen, terwijl ze parmantig met een rood vlaggetje zwaaien. ‘Waar ik ook naartoe ga, ik zal haar lof toezingen.’ De Chinese leider Xi Jinping levert eveneens zijn bijdrage aan de feestvreugde. ‘Patriottische gevoelens zorgen voor tranen in onze ogen’, zegt hij op gedragen toon. ‘Patriottisme vormt de ruggengraat van onze natie.’

Op diezelfde 1 januari 2020 is er ook nog ander nieuws, vertelt de Chinese documentairemaker Nanfu Wang, die al negen jaar in de Verenigde Staten woont. De politie van Wuhan laat een officiële verklaring voorlezen op de staatstelevisie: ‘acht mensen zijn bestraft voor het verspreiden van geruchten over een onbekende longziekte.’ Acht doctoren, welteverstaan. Het is een bericht dat al snel naar de achtergrond verdwijnt, ten faveure van de nieuwjaarsactiviteiten. Zo gemakkelijk laat COVID-19 zich echter niet beteugelen. Terwijl de Chinese overheid iedereen die iets wil zeggen over het nieuwe virus de mond probeert te snoeren en een lockdown afkondigt in Wuhan, gaat het verhaal van de pandemie rond op de sociale media.

Het werkelijke verhaal komt zo ook Nanfu Wang ter ore. Ze is inmiddels teruggekeerd naar de VS, maar heeft haar tweejarige zoontje achtergelaten bij haar ouders in China. En dit roept weer wrange herinneringen op aan een oud trauma rond haar vader. Wang voelt zich verplicht om het nieuws over de crisis wereldwijd onder de aandacht te brengen. Ze vraagt allerlei landgenoten om stiekem te gaan filmen. Zo vangt ze de eerste Coronagolf, maar ook hoe de Chinese overheid die met alle mogelijke middelen probeert te framen. Positieve berichtgeving moet er komen, ten koste van (bijna) alles. De staatsmedia werken maar al te graag mee en leveren de heldenverhalen die een gevoel van trots moeten creëren over hoe de heilstaat China de pandemie bezweert.

Genadeloos legt Wang, die in One Child Nation eerder de Chinese eenkindpolitiek fileerde, het menselijke drama, de onvoorstelbare hypocrisie en het bureaucratische gedoe bloot, die de Corona-uitbraak sinds begin 2020 (nee: eind 2019) begeleiden. Halverwege de film schakelt ze even door naar haar huidige thuisbasis, waar de geschiedenis zich op een gênante manier herhaalt. Neem alleen de eerste reactie van Amerikaanse gezagsdragers en deskundigen, die de situatie volledig onderschatten en de humanitaire ramp gewoon laten gebeuren. En de volksmenners natuurlijk, die hun achterban aanpraten dat er sprake is van een ‘plandemic’ waarmee gewone Amerikanen van hun grondrechten worden ontdaan. ‘Accurate informatie is essentieel’, zegt een vrouw met een ‘Make America Great Again’-pet op. ‘We hebben te veel mensen die blindelings de leider volgen. En die leider kan ze zo naar de rand van een klif leiden, waarna ze zich in het ravijn storten.’

Dan keert Nanfu Wang toch weer terug naar haar geboortegrond, waar het communistische bewind een grauwe deken van staatspropaganda – vervat in potsierlijke loftuitingen op ‘China’s superieure systeem’ – blijft leggen over de gruwelen van de eerste Coronagolf. Intussen hebben ziekenhuizen patiënten in kritieke toestand (moeten) weigeren en kunnen mensen in een hospitaal sterven, zonder dat hun verwanten het weten of er een uitvaart komt. Daarmee wordt In The Same Breath, dat uiteindelijk tot een even virtuoze als naargeestige climax wordt gebracht, behalve een verpletterende film over de eerste COVID-19 brandhaard ook een nietsontziend portret van het moderne China.

The First Wave

National Geographic

‘Elke keer als ik naar hem kijk zie ik die jonge kinderen’, zegt verpleegkundige Kellie Wunsch geëmotioneerd, terwijl ze wordt getroost door een collega. ‘Ik heb het gewoon nodig dat het goed met hem gaat.’ Ahmed Ellis, een Afro-Amerikaanse man van halverwege de dertig, had haar verteld over zijn gezin en daarna indringend gevraagd: ‘Laat me alstjeblieft niet sterven!’

Inmiddels is Ellis, in het dagelijks schoolbeveiliger, buiten bewustzijn en geïntubeerd. Als zijn vrouw Alexis en zoontje Austin videobellen naar het ziekenhuis, houdt Kellie de iPad recht voor Ahmeds gezicht en probeert ze hem bij het gesprek te betrekken. Het is echter nog maar de vraag of hij het Coronavirus te boven komt. De artsen en verpleegkundigen van het Long Island Jewish Medical Center moeten daarvoor alle zeilen bijzetten.

In het ziekenhuis in Queens moet ook regelmatig een minuut stilte worden ingelast. Intensieve zorg, beademing en reanimatie kunnen het overlijden van een patiënt lang niet altijd voorkomen. Soms weerklinkt ook ineens Here Comes The Sun van The Beatles op de afdeling. Dan mag iemand van de beademing af. Het zijn de spaarzame momenten waarop er even licht gloort aan het eind van een angstaanjagende tunnel.

Verder lijkt er sprake van permanente crisis in het ziekenhuis in New York, dat in het voorjaar van 2020 tot de grote brandhaarden van The First Wave (93 min.) van COVID-19 behoort. Regisseur Matthew Heineman tekent van binnenuit op hoe het huilen zelfs ervaren krachten soms nader dan het lachen staat. Een eindeloze stroom patiënten belandt uitgeteld in bed, ogenschijnlijk meer dood dan levend. Waarbij het de vraag is of ze dat ooit nog zullen verlaten.

Behalve op Ahmed Ellis richt Heineman zich daarbij op de jonge immigrante Brussels Jabon. Na een keizersnede is ze met haar pasgeboren zoon Lyon in het ziekenhuis terecht gekomen. Haar halve familie is besmet geraakt met het Coronavirus. Verder portretteert hij het team van de betrokken arts Nathalie Dougé, die na de dood van George Floyd betrokken raakt bij Black Lives Matters-demonstraties en op haar werk ziet dat ook COVID-19 minderheden extra hard treft.

Matthew Heineman schuwt het drama niet en heeft er ook gevoel voor: een oog dat langzaam dichtvalt of plotseling wordt opengesperd, de hand die krachteloos probeert te zwaaien of het hoofdschudden van hulpverleners die tevergeefs hebben geprobeerd om het leven van een patiënt te redden. Het zijn tragische beelden van een crisis die we inmiddels uit en te na kennen – ook uit documentaires – en het liefst even zouden vergeten.

The First Wave weet toch door die Coronamoeheid heen te breken. Als een soort shockbehandeling. Zo ernstig was – en is/wordt – het dus in de ziekenhuizen. Tegelijkertijd laat de film ook de medemenselijkheid zien, die juist op zulke momenten komt bovendrijven. Als een patiënt bijvoorbeeld het ziekenhuis mag verlaten om thuis verder aan zijn/haar herstel te werken, gebeurt dat onder luid applaus van het zorgpersoneel.

Zulke verbondenheid in tijden van nood is zeker niet (meer) overal vanzelfsprekend.

People We Come Across

EO

De plaatselijke volwassenen zijn inmiddels immuun voor de ziekte. Daarom verwelkomt Benin gedurende anderhalf jaar, van de zomer van 2017 tot begin 2019, 700 Finse toeristen voor een heel bijzondere vakantie. Zij komen naar het West-Afrikaanse land om te helpen bij de ontwikkeling van een speciaal diarreevaccin. 

De Finse arts Anu Kantele, de leider van het vaccinonderzoek Mama Jaakko, hoopt een vaccin te ontwikkelen dat miljoenen zieke kinderen in ontwikkelingslanden, waaronder 500.000 dodelijke slachtoffers, kan voorkomen. Het uitgangspunt van dit onderzoek is opmerkelijk: de Finse volwassenen stellen zich, onder medische begeleiding, beschikbaar als proefkonijn. Kantele realiseert zich dat ze daarmee een grote verantwoordelijkheid op zich neemt. ‘Maar als ik bang ben om fouten te maken, kan ik nooit iemand helpen’, zegt ze in People We Come Across (52 min.).

Terwijl de Europeanen zo hun bijdrage leveren om ‘een stille pandemie’ te voorkomen, ontdekken ze automatisch de schrijnende armoede in de gemeente Grand-Popo en besluiten ze om de plaatselijke bevolking te gaan helpen. Ze beginnen zwemles te geven, doen een fiets cadeau of leggen uit hoe je maandverband gebruikt. Initiatieven die niet per definitie succes hebben. Het komt zelfs tot een huwelijk. Tussen Heli, een laboratoriummedewerker die tijdens het onderzoek in Benin is gaan wonen, en de plaatselijke visser Gogo Agbodjakin, die eigenlijk ‘veel te jong en te knap voor me’ is.

Als het vaccinonderzoek naar zijn einde loopt zorgt dat in deze interessante documentaire van Mia Halme zowel bij de lokale bevolking als bij hun Finse gasten voor emoties. Hebben ze gezamenlijk een stap kunnen zetten in het bedwingen van een ernstige tropische ziekte? En hoe vervolgen ze hun leven nu los van elkaar, in werelden die in alle opzichten duizenden kilometers van elkaar zijn verwijderd?

Fauci

Disney+

Hij kwam in zijn lange loopbaan tweemaal in de frontlinie van een enorme gezondheidscrisis te staan. Tijdens de AIDS-epidemie van begin jaren tachtig, toen het HIV-virus huishield in de homoseksuele gemeenschap van de Verenigde Staten, werd wetenschapper Anthony Fauci het gezicht van de falende respons van de Regering Reagan. Gay America voelde zich op geen enkele manier serieus genomen en was woedend. AIDS-activist Larry Kramer vergeleek hem zelfs met een moordenaar. Fauci (104 min.) moest zijn benadering echt fundamenteel bijstellen om het tij te kunnen keren. Tegenwoordig wordt de gedreven immunoloog beschouwd als een sleutelfiguur in de bestrijding van AIDS.

Een kleine veertig jaar later zou Anthony Fauci voor nog veel hetere vuren komen te staan en zowaar uitgroeien tot een Bekende Amerikaan. In de loop van 2020 werd hij tijdens de Coronacrisis een haatobject voor elke zichzelf respecterende Trump-supporter. Fire Fauci, scandeerde het publiek tijdens politieke toespraken van de Republikeinse president. Er werd zelfs een wetsvoorstel ingediend om dat daadwerkelijk te regelen. Rechtse talkshowhosts spraken geringschattend over ‘Dr. Doom’ en haalden hem zo’n beetje dagelijks door het slijk. En Donald Trump zelf liet geen gelegenheid onbenut om de bekendste gezondheidsfunctionaris van het land van onder uit de zak te geven.

Anthony Fauci had ‘t er natuurlijk zelf naar gemaakt: hij sprak de Amerikaanse president geregeld tegen als het ging over het Coronavirus en baseerde zich daarbij nog op wetenschappelijk onderzoek ook! Het kwam hem en zijn vrouw en kinderen op serieuze bedreigingen te staan (en maakte van de tachtigjarige Fauci tevens een soort superheld voor Links Amerika). Die pijnlijke episode – nog geen jaar geleden en toch al ver weggezakt in het collectieve geheugen – vormt het centrale verhaal van dit boeiende portret, dat parallel daaraan ook de AIDS-crisis belicht en nog een uitstapje maakt naar de bestrijding van Ebola.

De documentairemakers John Hoffman en Janet Tobias laten behalve Anthony Fauci zelf, zijn echtgenote Christine en hun dochter Jenny ook collega’s, homo-activisten en oud-president George W. Bush en U2-zanger Bono, met wie hij tegen de verspreiding van AIDS in Afrika streed, aan het woord. Uit die gesprekken komt een beeld van Fauci als een onkreukbare overheidsfunctionaris, die zich onvermoeibaar, desnoods ten koste van zijn eigen gezin, inzet voor de goede zaak en daardoor zowel aan het begin (AIDS) als aan het eind (COVID-19) van zijn carrière echt heeft kunnen floreren. Dit portret krijgt daarmee het karakter van een eerbetoon. En dat lijkt niet eens onterecht…

Convergence: Courage In A Crisis

Netflix

De vermoeidheid die ons tijdens de pandemie zelf al overviel – niet alwéér een persconferentie, nóg meer beperkingen of tóch weer onvoorziene complicaties bij het vaccineren/testen – dreigt nu ook de bijbehorende documentaires te overschaduwen. Hoeveel producties over overvolle ziekenhuizen, stervende patiënten, bezorgde of rouwende familieleden, afgelaste activiteiten en volledig ontwrichte samenlevingen kunnen we nog aan? Of beter: zijn we nog bereid om te kijken?

Laat ik voor mezelf spreken. En over deze concrete film: Convergence: Courage In A Crisis (114 min.). Die opent met een lang citaat van de Indiase schrijfster Arundhati Roy, dat eindigt met deze zinsnede: ‘Some believe it’s God’s way of bringing us to our senses.’ Check. Als de vertelling dan begint in de eerste COVID-19 brandhaard Wuhan, is het me direct zwaar te moede: oh nee, we gaan die pandemie nog eens helemaal opnieuw beleven. Zover gaat documentairemaker Orlando von Einsiedel uiteindelijk niet in deze ambitieuze ode aan de helden van de Coronacrisis, maar vrijwel alle elementen in zijn film voelen bekend en vertrouwd – ook al spelen ze zich dan niet af op vertrouwd terrein, maar in Teheran, Sao Paulo of Miami.

Het kost me daardoor moeite om echt mee te gaan in al die persoonlijke verhalen van (buiten)gewone mensen uit alle windstreken die plotseling worden geconfronteerd met het Coronavirus. Hoe persoonlijk en/of indringend die ook zijn en hoe vaardig Von Einsiedel ze ook vertelt. Het interessantst wordt Convergence als de docu misstanden in de periferie van de pandemie (Black Lives Matters of discriminatie op de werkvloer) weergeeft, registreert hoe de universiteit van Oxford in ijl tempo een vaccin probeert te ontwikkelen of een inkijkje geeft bij de World Health Organisation (WHO), de gezondheidsorganisatie die de wereldwijde strijd tegen het virus moet coördineren en intussen voortdurend aanvallen van leiders zoals Donald Trump moet zien te ontwijken.

Bij de WHO hebben ze geen vaccin tegen misplaatst nationalisme, ongelijkheid en armoede, zegt directeur-generaal Tedros Adhanom Ghebreyesus vilein. Hij noemt het Coronavirus een signaal voor de wereldgemeenschap om zich te gaan gedragen en gebruikt daarbij de slogan ‘Build back better’, toevallig ook de leus waarmee Joe Biden op dat moment de presidentsverkiezingen van Trump probeert te winnen. Dat is uiteindelijk ook de boodschap van deze in wezen optimistische film: samen gaan we het anders doen. Right. Tegen de gemeenschapszin in de collectieve versie van de Bill Withers-klassieker Lean On Me, waarmee Convergence wordt afgesloten, blijkt echter zelfs de ernstige vorm van Coronamoeheid die mij al enige tijd in zijn greep houdt uiteindelijk niet bestand.

Le Grain De Sable Dans La Machine

‘Over tien jaar verlangen we terug naar 2020’, stelt milieuactivist Carola Rackete ferm. De echte grote crisis moet in haar ogen nog komen. Het Coronavirus is niet meer dan een voorbode, de aankondiging van een fundamentele afrekening met onze manier van leven. Toch brengt ook die proloog het leven zoals we dat tot dusver hebben geleid al danig in gevaar.

Kijk maar om ons heen. Of luister naar al die deskundigen in Le Grain De Sable Dans La Machine (88 min.): economen, psychologen, filosofen, biologen, epidemiologen, antropologen, sociologen, fysiologen en ecologen. Vanuit hun eigen gezichtspunt belichten ze in deze documentaire van de Belgische filmmaker Alain de Halleux de Coronacrisis en hoe die de wereld in het jaar 2020 volledig heeft ontwricht.

Het virus zelf – volgens eigen zeggen ‘niet meer dan een zandkorrel, een stukje genetische code’ – laat ook van zich horen, in de vorm van een (in Nederland door acteur Stefan de Walle ingesproken) dwingende voice-over. ‘Ik heb alleen maar aangetoond hoe zwak uw immuniteit is’, zegt de snoodaard tamelijk pedant. De mensheid heeft zijn verdediging veronachtzaamd en betaalt daar nu de tol voor. Simpel, toch?

Het virus beschouwt zichzelf helemaal niet als de ziekte, maar simpelweg als een symptoom daarvan. En trouwens, betogen dat stukje genetische code en alle opgevoerde deskundigen, is de mens zelf ook niet een beetje te vergelijken met een virus dat over de aarde raast? Een virus dat – via z’n nefaste samenlevingsmodel, oneerlijke economische systeem en broze democratie – bovendien zijn eigen antistoffen ontwikkelt.

En dat zichzelf op die manier best wel eens zou kunnen vernietigen. Als de klimaatcrisis hem tenminste niet voor is. Het is natuurlijk geen onbekende boodschap die in deze alarmistische film nog eens goed in de verf wordt gezet: zolang wij onszelf niet veranderen, zouden we zomaar met gezwinde spoed onze eigen ondergang tegemoet kunnen gaan. Het is alleen de vraag of ie nu wél aankomt.

Zodat 2020 niet hoeft te worden geboekstaafd als het jaar van het virus, maar van de grote ommekeer.

The Last Cruise

HBO

De vergelijking met de Titanic is onvermijdelijk: op een gegeven moment beginnen de passagiers en bemanningsleden van The Diamond Princess te beseffen dat ze wel eens hun ondergang tegemoet zouden kunnen varen. Niet die van het cruiseschip zelf, op 20 januari 2020 vertrokken uit de haven van Yokohama, maar van alle mensen die daarop bivakkeren. Want met hen is ook het Coronavirus stiekem aan boord gekomen in Japan.

‘Zoals u kunt zien, dames en heren, is de situatie onder controle’, meldt de omroeper van dienst als de eerste van in totaal ruim zevenhonderd slachtoffers van COVID-19 is getraceerd. ‘Er is geen enkele reden tot zorg.’ En dus laten de passagiers van The Diamond Princess zich de maaltijd nog eens goed smaken in de korte documentaire The Last Cruise (49 min.) van Hannah Olson. Ze genieten van het uitzicht en wagen een dansje. Voorlopig het laatste, dat wel.

Want daarna moet het schip, dat inmiddels tien positief getesten telt, toch echt in quarantaine. De passagiers worden geacht de komende veertien dagen op hun kamer te blijven. ‘Bedankt voor de medewerking.’ Nu begint de boodschap bij alle aanwezigen door te dringen. Ze zitten vast op een ‘ghost ship’, waar al snel nog veel meer besmettingen worden bekendgemaakt. Zullen we onze familie ooit nog zien? vraagt kok Maruja, één van de geportretteerde crewleden in deze ‘real life’-rampenfilm, zich zelfs af.

Uit de beelden die de opvarenden zelf maakten tijdens hun verblijf op het ‘Coronaschip’ wordt hun gemoedstoestand duidelijk: bezorgd, onverstoorbaar, melig, opgesloten of wanhopig. Zo wordt bijvoorbeeld een echtpaar gescheiden omdat de vrouw naar de ziekenboeg moet. Haar man probeert zijn gedachten te verzetten met het entertainment dat de achterblijvers krijgen aangeboden: een quiz, enkele goocheltrucs en de cursus servet vouwen. Ditmaal maken ze een roos. ‘Diamond Princess-familie’, klinkt het enthousiast via de intercom. ‘We zijn hier en we staan naast jullie!’

En dat zullen ze blijven doen, in deze beklemmende film. Totdat de bijna drieduizend passagiers, al dan niet veilig, van boord zijn gehaald en terug naar huis kunnen worden vervoerd, in een vliegtuig waarin de Coronapatiënten in een soort plastic tent moeten blijven. Pas dan mogen ook de crewleden, die zich volledig hebben moeten wegcijferen, eindelijk huiswaarts. De Indonesische medewerkers verlaten als allerlaatsten het schip in lockdown, dat ruim een maand wereldnieuws was omdat het de helft van het totale aantal Coronabesmettingen ter wereld, buiten China, aan boord had. Veertien van hen hebben het niet overleefd.

76 Days

MTV

Doordat bijna alle mensen in beeld een astronautenpak dragen, of op zijn minst een mondkapje, is vrijwel niemand herkenbaar: de vrouw die schreeuwt om haar overleden vader. De lui die bijna met geweld een plek in het ziekenhuis proberen af te dwingen. En de oudere man die weigert om zijn paspoort te laten zien en niet kan geloven dat hij het Coronavirus heeft opgelopen.

Het is aangrijpend en treffend tegelijkertijd: dit virus maakt geen onderscheid. Elk van de elf miljoen inwoners van de Chinese stad Wuhan kan COVID-19 krijgen. En is dan aangewezen op de zorg in vier ziekenhuizen, die inmiddels volledig overvraagd zijn. Met artsen en verpleegkundigen die er het beste van proberen te maken. En het soms ook niet meer weten. Echt niet. Overvallen door een pandemie die het normale bestaan helemaal lamlegt.

De stortvloed aan steeds weer nieuwe patiënten dreigt hen in de eerste van de in totaal 76 Days (93 min.) dat de stad in lockdown was volledig te overspoelen. Intussen wordt er op de afdeling gynaecologie een keizersnede uitgevoerd, want het leven gaat zelfs in de meest stressvolle periodes gewoon door. De plastic bak met paspoorten en smartphones van overledenen raakt alleen voller en voller. Alles wordt netjes gedesinfecteerd, natuurlijk.

Gaandeweg beginnen de futuristische zorgfabrieken in deze observerende documentaire van Hao Wu, Weixi Chen en – hij weer! – Anonymous weer te ogen als reguliere ziekenhuizen, met patiënten die zowaar een gezicht blijken te hebben. En hoewel de medewerkers er nog altijd uitzien als zorgrobots, proberen ze wel degelijk humane zorg te verlenen in deze hachelijke tijden. Deze aangrijpende film is een eerbetoon aan de heldendaden die zij tijdens hun werk hebben verricht.

Als de lockdown zijn einde nadert en het eerste gevaar van het Coronavirus lijkt te zijn geweken, is er alleen nog die plastic bak. Daaraan is een loodzware taak verbonden: de persoonlijke bezittingen moeten worden overhandigd aan de nabestaanden van de slachtoffers van de allereerste COVID-19 golf.

Zie Je Me? Hoor Je Me?

Human

‘Karin ziet jou. En jij ziet Karin’, introduceert één van de zorgverleners van Het Hendrickszhuys de nieuwe Skypekar.

‘Ik snap het niet’, antwoordt een oudere mevrouw, die wordt opgevangen in het Amsterdamse verpleeghuis.

‘Maar vind je het wel leuk?’

‘Eigenlijk niet ‘

‘Maar kijk nou, wat een lieve dochter!’

‘Mama, wat fijn om je te zien’, antwoordt die vanaf het beeldscherm.

‘Kom je straks hier?’ vraagt haar moeder streng.

‘Ja, dat zou ik heel graag willen, maar ik mag nog even de deur niet uit door dat stomme virus.’

‘Welk virus?’ reageert moeder verbaasd. ‘Ik weet van geen virus.’

COVID-19 legt natuurlijk ook documentairemakers allerlei restricties op. In de beperking toont zich evenwel de meester. En dus levert de pandemie ook nieuwe initiatieven en inventieve ideeën op. Die Skypekar is daarvan een geweldig voorbeeld. Daarmee kan Het Hendrickszhuys communiceren met de buitenwereld. En daarvan kan Anne-Marieke Graafmans dan weer een aangrijpende documentaire maken: Zie Je Me? Hoor Je Me? (50 min.).

‘Oh, wat een hel dit, jongen!, verzucht één van de zorgverleners bijvoorbeeld als het virus ook in huis toeslaat. ‘Echt afschuwelijk! Maar goed, we motten nog effe door, hè?’ Het tekent de mentaliteit in het Hendrickszhuys: compassie en onverschrokkenheid.

Ook bij locatiemanager Linda Fokke, die vanwege een niertransplantatie tot de risicogroep behoort en dus noodgedwongen aan huis is gekluisterd. Zo goed en zo kwaad als dat gaat probeert ‘baasie’ haar medewerkers van daaruit bij te staan en al beeldbellend normaal werkoverleg te houden. Als dank krijgt ze soms een virtuele knuffel.

Zie Je Me? Hoor Je Me? laat zo de beste kant zien van (particuliere) ouderenzorg in Nederland. Al maken de omstandigheden het lang niet altijd gemakkelijk om de moed erin te houden. ‘Ik woon hier heel raar’, zegt mevrouw Toorenaar bijvoorbeeld treffend tegen haar familieleden. ‘Aan die kant is dood’, wijst ze naar haar ene buur. Over de andere: ‘En die kant is jarig.’

De lach en de traan zijn altijd maar enkele ogenblikken weg in deze hartveroverende film, die de gevolgen van het Coronavirus voor de kwetsbaarste groep Nederlanders en hun directe omgeving blootlegt.

Zie Je Me? Hoor Je Me? is hier te bekijken.

Frontberichten – De Special

BNNVARA

Ze komen uit alle uithoeken van Nederland: Uden, Roermond, Diemen, Rosmalen, Nieuwegein, Breda, Heerde, Leeuwarden, Geldrop, Nunspeet, Schiedam, Oldebroek, Utrecht, Ammerzoden, Zwolle, Tynaarlo, Sint-Oedenrode, Almelo, Zaltbommel, Schaijk, Apeldoorn, Haren, Purmerend, Venlo, Warnsveld of Veldhoven.

Ze werken in het dagelijks leven als wijkverpleegkundige, revalidatiearts, gehandicaptenbegeleider, ambulancemedewerker, huisarts, politieagent, IC-verpleegkundige, locatiemanager van een verpleeghuis, intensivist, maatschappelijk werker, overledenenverzorger, verpleegkundige in een verzorgingshuis, geestelijk verzorger, officier bij de geneeskundige dienst van het leger, schoonmaker van de corona-afdeling, doktersassistent, anesthesiemedewerker of longarts.

En ze luisteren naar namen als Angela, Elsje, Maurits, Kim, Miranda, Theo, Ellen, Wouter, Kim, Gor, Michelle, Geert, Nujen, Rob, Janiek, Eduard, Judith, Charly, Annemieke, Marco, Lin, Cindy, Manon, Thijs, Nick, Rooa, Lotte, Aart en Martine.

Applaus hebben ze gehad. Sterker: we hebben onze handen stukgeklapt. Voor hun werk tijdens de pandemie. En ook voor hun rol in het dagelijkse televisieprogramma Frontberichten, waarvoor ze tot 1 juni jongstleden vlogs verzorgden over de eerste golf van het Coronavirus. Nu blikken deze zorgverleners, aan de hand van bedenker en regisseur Geertjan Lassche, terug op die hectische periode in de documentaire Frontberichten – De Special (56 min.).

Het is een tijdloos document geworden over een onwerkelijke tijd. Niet gemaakt door beleidsmakers of deskundigen, maar door gewone mensen. De spreekwoordelijke handen aan, voor, bij, naast, boven, na en achter het bed. Waarbij, in de woorden van revalidatiearts Maurits, vooral de enorme saamhorigheid in het oog springt.

Samen stijgen ze echt boven zichzelf uit in een tijd die daar ook om vraagt. Iets wat door Lassche nog eens wordt benadrukt met korte nieuwsberichten over de dramatische ontwikkelingen rond COVID-19 en die eenvoudige, maar zeer doeltreffende vormgeving, waarmee in één oogopslag duidelijk wordt dat zij deel uitmaken van een groter geheel. Vele handen maken nu eenmaal licht werk. Dat mag meteen tussen aanhalingstekens: “licht werk”.

En nu gaan ze weer, gewoon, aan dat werk. Beter: dat zijn ze allang.

Totally Under Control

‘We have it totally under control’, beweerde president Donald Trump op 22 januari 2020, toen de eerste Amerikaanse besmetting met het Coronavirus werd vastgesteld. ‘It’s one person, coming in from China. And we have it under control. It’s gonna be just fine.’

Dat zou consequent Trumps boodschap rond COVID-19 blijven: doorlopen, niks aan de hand, het gaat hier geweldig! Totdat meer dan 200.000 Amerikanen aan het virus waren bezweken – bijna een kwart van het totale aantal slachtoffers, op een bevolking die slechts vier procent van de wereldpopulatie uitmaakt – en de Amerikaanse economie bovendien in een ernstige crisis terecht was gekomen. Niet dat Trump daarvan een toontje lager ging zingen, natuurlijk. Zelfs niet toen hij onlangs zelf, net als een deel van zijn directe entourage, besmet raakte met het Coronavirus. 

In deze ontluisterende documentaire, in het geheim gemaakt tijdens het afgelopen half jaar, reconstrueren Alex Gibney, Ophelia Harutyunyan en Suzanne Hillinger met wetenschappers, virologen, medici, klokkenluiders en voormalige overheidsfunctionarissen hoe de Corona-crisis zo gigantisch uit de hand kon lopen in the land of hope and dreams. Het Amerikaanse getalm en gestuntel wordt bovendien afgezet tegen de daadkrachtige respons van Zuid-Korea, dat ongeveer op hetzelfde moment met het virus werd geconfronteerd en het al snel behoorlijk onder controle kreeg.

In de Verenigde Staten leek de wet van Murphy – of laten we het beestje gewoon bij zijn naam noemen: de wet van Trump – van kracht: de lessen van een grootscheepse pandemie-simulatie (Crimson Contagion, 2019) werden compleet genegeerd, met de ontmanteling van het Global Health Security Team ging tegelijkertijd enorm veel expertise verloren en de totale minachting voor wetenschap in het algemeen was ronduit stuitend. Intussen waren er natuurlijk ook lieden en bedrijven die een slaatje uit de situatie konden/mochten slaan. Never waste a good crisis, tenslotte.

En daarbovenop was er dan nog de man zelf en zijn onwezenlijke statements over COVID-19, de gevolgen van het virus en volledig onbewezen en toch enthousiast aangeprezen behandelingen. Als er niet zoveel slachtoffers waren gevallen, veelal binnen sowieso al kwetsbare bevolkingsgroepen, zou je er smakelijk om lachen. Om dat bezoek aan een mondkapjesfabriek in Arizona bijvoorbeeld, waarbij Trump categorisch weigerde om zelf een mondkapje te dragen en iemand toen maar, uit arren moede?, muziek aanzette: Live And Let Die van Guns N’ Roses.

Het zijn dergelijke smeuïge scènes die deze horrordocu over een gigantische leiderschapscrisis en systemisch falen, door Gibney met gevoel voor drama en suspense aan elkaar gesmeed en gepraat, lucht en zelfs een absurdistisch randje geven. Alsof die Coronacrisis zich in een parallel universum voltrekt, waar feiten er niet toe doen, en, geheel naar de wet van Trump, alles draait om beeldvorming. Dus ja, inderdaad, vanuit die optiek bezien hebben ze ‘t daar nog altijd Totally Under Control (124 min.).

Veerkracht: Gevecht Tegen Corona

Videoland

‘Ik ben ervan overtuigd dat u dat Coronavirus hebt en dat uw longen daar heel veel last van hebben’, zegt intensivist Mark van der Kuil tegen Annie Claassen, een oudere patiënte met een zuurstofmasker die uitgeteld op een ziekenhuisbed ligt. De arts stelt voor om haar te verplaatsen naar de Intensive Care. De vrouw uit het Brabantse dorp Odiliapeel moet daarvoor afscheid nemen van haar familie.

Want voor de beademing die ze nodig heeft moet Annie onder narcose. En dat kan wel enkele weken duren. Haar man Willie, die naast zijn vrouw zit en haar hand vasthoudt, schiet ineens helemaal vol. ‘Kumt goed, meid’, zegt hij, niet alleen tegen haar. ‘Ik kan er niet over jokken’, benadrukt Van der Kuil nog maar eens de ernst van de situatie. ‘De kans dat u het niet redt, en dat u het niet overleeft, bestaat wel.’

Terwijl de arts de transfer van Annie Claassen naar de IC regelt, staat haar man verweesd op de gang. Ziet hij zijn vrouw ooit nog levend terug? In het Bernhoven Ziekenhuis in Uden, dat dit voorjaar plotseling in de frontlinie van de Coronacrisis belandde, zijn zulke pijnlijke vragen ineens aan de orde van de dag. Om nog maar te zwijgen over het onmogelijke dilemma dat zich daarna zou kunnen aandienen: wie helpen we wel en wie niet?

De driedelige documentaireserie Veerkracht: Gevecht Tegen Corona (108 min.) volgt van heel dichtbij hoe ziekenhuisdirecteur Geert van den Enden en z’n artsen en verpleegkundigen de zorg op een aanvaardbaar peil proberen te houden terwijl ze geconfronteerd worden met een soort oorlogssituatie. Even knuffelen is er echter niet bij, want ook voor deze zorghelden geldt de anderhalve meternorm.

Regisseur Marc Pos kadert de dramatische gebeurtenissen uit die eerste COVID-19 golf in met terugblik-interviews met enkele kernfiguren uit het ziekenhuis. Die gesprekken geven de ontwikkelingen weliswaar context, maar doorbreken ook een beetje de hectiek van het moment, als nog volstrekt onduidelijk is hoe die pandemie zich gaat ontwikkelen en of de ziekenhuiscapaciteit wel toereikend zal zijn.

En dan wordt dokter Van der Kuil zelf positief getest…

Coronation

Ai Weiwei Films

Als Coronation (113 min.) vorig jaar was uitgebracht, dan hadden we er waarschijnlijk een dystopische thriller van sciencefiction-auteur Philip K. Dick in gezien. Over een volledig gesteriliseerde samenleving met een ziekelijke vorm van smetvrees, waarbij gewone burgers in beschermende kleding en gemondkapt (of toch gemuilkorfd?) door het leven gaan, de straten volledig leeg(geveegd) zijn en artsen en levenloze mensen een verloren gevecht lijken te leveren in een noodhospitaal. Een wereld die natuurlijk ook streng wordt bewaakt. Bij checkpoints staan mannen met een soort thermometerpistool, dat routineus tegen het voorhoofd van voorbijgangers wordt gezet. Bij verhoging volgt verplichte quarantaine.

Nu, na de (eerste) golf van het Coronavirus (ofwel: het nóg meer scifi klinkende COVID-19), weten we wel beter. Zeg overigens niet dat daar niet voor is gewaarschuwd, in een Netflix-serie nota bene. En het begon dus allemaal in China. In een laboratorium, tijdens een mislukt experiment, zal een Dick-adept/complotdenker daar meteen aan toevoegen. Die route slaat de controversiële filmmaker/kunstenaar Ai Weiwei, verbannen uit eigen land, echter niet in. Hij dringt door tot het hart van de eerste brandhaard van het virus, de Chinese miljoenenstad Wuhan, die door de almachtige overheid direct hermetisch is afgesloten. Terwijl collectief het virus in de kiem moest worden gesmoord, kregen gewone Chinezen ziekte, isolatie en de dood te verduren en waren ze genoodzaakt om de bemoeizucht van de overheid over zich heen te laten komen.

Zij voorzagen Weiwei, die zijn ballingschap in Europa doorbrengt, ook van beeldmateriaal. Driehonderd uur maar liefst. Zodat hij inzichtelijk kon maken hoe De Partij ook in tijden van Corona heerst: nieuwe rekruten moeten gewoon de eed afleggen, er wordt een wervend TikTok-dansje geoefend om het wassen van handen te stimuleren en een groep kinderen met mondkapje neemt op commando een overwinningsyell voor China op. Onwerkelijke taferelen. ‘Mensen kunnen bergen verzetten als ze maar samenwerken’, vertolkt een oudere Chinese vrouw nochtans trouw de partijlijn tegenover haar sceptische zoon. ‘Samen kunnen we elk probleem tackelen. Zo gaat het niet in andere landen.’ Onderhuids is er wel degelijk onvrede, potentieel verzet zelfs. Worden (relatief) gezonde patiënten bijvoorbeeld in het ziekenhuis gehouden om de sterftecijfers te drukken?

De totstandkoming van deze menselijke mozaïek van een lockdown, ingekaderd met unheimische synthmuziek en vervreemdende droneshots van de spookstad, is soms ook terug te zien in de film zelf. De personages worden niet of nauwelijks geïntroduceerd en blijven daardoor passanten. Naamloze onderknuppels van het allesomvattende systeem, zo je wilt. Dat geeft deze eerste lange coronadocu een wat fragmentarisch karakter, ook doordat sommige scènes wel heel erg veel ruimte krijgen. Ons Hollywood-brein wacht bovendien op een eenzame held die opstaat en, liefst met een kolossale lasergun, orde op zaken stelt. Of een dwarse arts die alle regels tart en tijdens een genadeloze race tegen de klok alsnog op een vaccin stuit.

Deze dystopie is alleen echt.

Pandemic: How To Prevent An Outbreak

Netflix

Er komt gegarandeerd een nieuwe mutatie van het griepvirus aan, stelt expert Dennis Carroll van de Amerikaanse hulporganisatie USAID. Dit kan bovendien met gemak honderden miljoenen slachtoffers maken. Niet alleen door de dodelijke ziekte zelf, maar ook door de bijbehorende ontwrichting van de samenleving. Ga maar na: de Spaanse Griep van 1918 maakte al meer slachtoffers dan de Eerste en Tweede Wereldoorlog samen: ergens tussen vijftig en honderd miljoen mensen. En sindsdien is de wereld echt véél dichter bevolkt en toegankelijker geworden.

Wetenschappers als Carroll en artsen zoals Syra Madad, die ooit nota bene door de Hollywood-blockbuster Outbreak een fascinatie voor dodelijke virussen ontwikkelde, zijn in de zesdelige docuserie Pandemic: How To Prevent An Outbreak (282 min.) in een voortdurende ratrace verwikkeld met (nieuwe) besmettelijke ziektes: of het nu gaat om SARS en de vogelgriep of om Ebola en het coronavirus, dat afgelopen week de kop opstak in China.

De serie is breed opgezet en portretteert gedreven doktoren en wetenschappers uit alle windstreken; van een gepassioneerde arts die in een overvol ziekenhuis in India lijders aan varkensgriep probeert te redden tot de ambitieuze leiders van een test met varkens in Guatemala. Tegenover hun pogingen om virussen op te sporen, preventieve maatregelen doorgevoerd te krijgen of een universeel vaccin te ontwikkelen staan overtuigde anti-vaxxers uit Oregon, die uit principiële en praktische overwegingen weigeren om hun kinderen te laten inenten.

Pandemic begeeft zich zo in de frontlinie van de oorlog tegen virussen, die op alle mogelijke manieren wordt uitgevochten. Waarbij gewone mensen, die net als iedereen worstelen met hun gezin, geld en geloof, voor niets minder dan het lot van de mensheid, of op zijn minst één enkel mens, boven zichzelf proberen uit te stijgen. Het resultaat is interessant en informatief, maar wordt zelden zo meeslepend als de thematiek wellicht doet vermoeden.