Coexistence, My Ass!

Autlook

Nu ze al 32 is, maakt het haar familie niet meer uit of ze met een Jood trouwt of niet, vertelt de Israëlische stand-up comedian Noam Shuster Eliassi in 2019 op de Arabische televisiezender i24 News. Zolang ze maar trouwt. In die tijd zoeken de gezworen vijanden Israël en Saoedi-Arabië net toenadering tot elkaar. Noam ziet haar kans schoon. Één en één is twee. ‘Ik dacht bij mezelf: ik wil niet zomaar iemand’, stelt ze olijk. ‘Ik mik hoog. En weet je wie ik zie als ik omhoog kijk? MBS.’ Ze kijkt recht in de camera en richt zich direct tot de omstreden Saoedische kroonprins Mohammad bin Salman: ‘You want peace in the Middle East, you’ll have a piece of this. Wink-wink.’

Ze gaat direct ‘viral’. Het blijkt een breekpunt voor Shuster, die haar carrière als vredeszoeker bij de Verenigde Naties heeft ingeruild voor een microfoon en podium en ineens een groot publiek bereikt. Ze kan daar overigens smakelijk over vertellen in haar one-woman show Coexistence, My Ass! (91 min.). Zoals ook haar jeugd in de ‘oase van vrede’ Neve Shalom / Wahat Al-Salam, een dorp waar Israëliërs en Arabieren uit vrije wil zijn gaan samenwonen, met een vette knipoog wordt belicht. Ze leerde er als kind zowel Hebreeuws als Arabisch, ontmoette haar beste (Palestijnse) vriendin Ranin en mocht bloemen overhandigen aan prominente gasten zoals Hillary Clinton en Jane Fonda.

Die stand-up comedyshow vormt tevens de onderlegger voor deze ferme documentaire van Amber Fares, die via haar protagonist de recente historie van de Israëli’s en Palestijnen belicht. Dat begint nog tamelijk luchtig, met veel ruimte voor Shusters (zelf)relativerende humor, maar wordt richting de verkiezingen van 2023, waarbij Benjamin Netanyahu en enkele radicaal-rechtse partijen aan de macht komen, allengs grimmiger. Een man noemt Noam bijvoorbeeld ‘een vijand van de staat’. Ja, beaamt zij, ‘een vijand van de fascistische staat’. De terroristische aanslagen van 7 oktober 2023 en Israëls vernietigende respons in Gaza moeten op dat moment nog komen.

Ook de overtuigingen van vredesactivisten zoals Noam Shuster Eliassi worden dan, getuige deze verfrissende film over een zwaarbeladen onderwerp, danig op de proef gesteld. Haar gevoel voor humor, broodnodig in deze hachelijke tijden, dreigt haar in de steek te laten – ook al lijkt ze zowaar, op de valreep, nog wel een kerel aan de haak te hebben geslagen.

Paikar

Baldr

‘Verhuizen naar een veiligere plek is geen ontsnapping aan de omstandigheden’, constateert Dawood Hilmandi aan het einde van deze zeer persoonlijke film. ‘Het is een strijd om te overleven. Misschien is in leven blijven mijn enige daad van verzet, in een tijd waarin het leven goedkoop is.’

Die sombere conclusie is de slotsom van een geladen zoektocht naar verbinding. Met het land van zijn geboorte (Afghanistan), het land waar hij opgroeide (Iran) en het land waar hij tegenwoordig woonachtig is (Nederland). En met zijn familie, die verspreid is geraakt over de hele wereld. Zijn autoritaire vader Mohammad Yousef Amin Hilmandi, kortweg ‘Baba’ genoemd, in het bijzonder.

Een man met een onbuigzaam karakter. Ooit een bekende strijder en commandant van de Moedjahedien, inmiddels schrijver en geestelijke. Met Dawoods moeder, zijn derde vrouw, heeft Baba zeven kinderen. En veertien in totaal. Hij is geen gemakkelijke vader. Als zijn zoon hem na een tragisch verlies in de familie opzoekt in zijn huidige thuisbasis Iran, zit hij bepaald niet te wachten op moeilijke vragen.

Paikar (97 min.) – ofwel: krijger – zet echter door. Dawood wil Baba dwingen tot reflectie. Contact. Nabijheid. De hardvochtige oude man laat zich alleen niet zomaar ontdooien. ‘Ik zag onderdrukking en tirannie en hoorde vloeken vanaf mijn vroegste kinderjaren totdat ik een jonge man was met een baard en snor’, legt ie uit. Ofwel: hij weet niet beter, kan niet anders en wil dat ook helemaal niet.

Baba laat zich uiteindelijk wel verleiden tot een reis naar hun land van herkomst. ‘Ik hield van dit land’, zegt Baba als ze door Afghanistan trekken. ‘Maar dit land heeft nooit van mij gehouden.’ Vader moet soms zelfs een hoofddoek omdoen, want dat land is nog altijd vol gevaren voor hem. Tegelijk is er wel degelijk toenadering tot zijn zoon. Samen bezoeken ze ook Dawoods geboortehuis in Qala-I-Naw. 

Daar krijgt vader zelf even de camera in de hand gedrukt. Hilmandi begeleidt de tocht die hij met hem aflegt, ook mentaal, verder met een poëtische, bijna gefluisterde voice-over. Zo overbrugt hij tevens de afstand tussen de verschillende verhaalelementen, vult andere scènes aan en zorgt voor houvast als Baba terugkeert naar Iran en z’n zoon met zijn moeder achterblijft in Afghanistan.

COVID-19 begint dan ook hun wereld in een ijzeren greep te krijgen en zet de afwikkeling van deze schrijnende film in gang. ‘Ik ben een zwerver geworden in deze wereld, Baba’, constateert Dawood Hilmandi dan. ‘Ik heb alleen de kracht niet om te vertrekken en ontbeer de wil om te blijven.’

Inside China: The Battle For Tibet

ITVX

De Dalai Lama, het boeddhistische boegbeeld van het Tibetaanse verzet tegen de Chinese overheersing, wordt dit jaar negentig. Als de spirituele leider van het Aziatische land komt te overlijden, moet er een opvolger worden gekozen. Die keuze wordt in principe gemaakt door zijn minder bekende tegenhanger, de zogeheten Panchen Lama. Alleen: die is in 1995 op zesjarige leeftijd op mysterieuze wijze verdwenen.

De Chinese machthebbers zouden er dertig jaar geleden wel eens hoogstpersoonlijk voor kunnen hebben gezorgd dat de Panchen Lama van het toneel verdween. Zodat zij nu een eigen kandidaat naar voren kunnen schuiven als hun vanuit India opererende Nemesis, de Dalai Lama, het tijdelijke voor het eeuwige verwisselt. De inmiddels 75-jarige knechting van het weerspannige Tibet kan dan probleemloos worden voortgezet.

Sinds 1950 is de wil van de Chinese communistische partij al wet in het boeddhistische land, dat alsmaar steviger onder de knoet wordt gehouden en zoveel mogelijk is afgeschermd van de rest van de wereld. Voor de docu Inside China: The Battle For Tibet (57 min.) gaat een journalist met de schuilnaam ‘Chang’ zelf poolshoogte nemen in ‘de autonome Chinese regio’, die al zo lang een onafhankelijk land wil zijn.

Zijn opnames met een verborgen camera onderstrepen hoe de Tibetaanse cultuur en religie genadeloos worden onderdrukt, maar vormen uiteindelijk slechts een zijspoor in deze interessante documentaire van Gesbeen Mohammad over de turbulente recente historie van Tibet, de manier waarop China de Tibetaanse identiteit onderdrukt en de sleutelrol daarin voor de twee geestelijke leiders, de Dalai Lama en de Panchen Lama.

Mohammad spreekt met gevluchte Tibetanen zoals de boeddhistische monnik Arjia Rinpoche, wetenschapper Gyal Lo en dissidente Namkyi. Verder vertelt de Britse wetenschapper Robert Barnett hoe hij in de jaren negentig een document in handen kreeg, waarin uitvoerig stond beschreven hoe China de strijd tegen het separatisme wilde voeren. ‘Om een slang te doden, moeten we eerst zijn kop afhakken.’

Als het China lukt om z’n eigen Panchen Lama na het overlijden van de Dalai Lama te laten bepalen wie diens opvolger wordt, dan is de ‘culturele genocide’ waarover de Tibetaanse leider in ballingschap al zo lang waarschuwt vrijwel voltooid. Tibet dreigt dan, in de woorden van Inside China’s verteller Caroline Catz, ‘langzaam weggevaagd te worden’. Wat rest is een onbeduidende Chinese regio, ontdaan van z’n hart en ziel.

De Chinese reactie op deze docu laat zich intussen raden en is net voor de aftiteling opgenomen. Kort gezegd: die ‘zit vol met vooroordelen en valse beschuldigingen’. Waarvan akte.

Trailer Inside China: The Battle For Tibet

Free At Last: Onopgeloste Verhalen Over Apartheid

VPRO

Ruim veertig jaar was Zuid-Afrika, onder de noemer Apartheid, een volledig gesegregeerd land. Een kleine minderheid van witte Afrikaners, veelal van Nederlandse afkomst, regeerde met harde hard over de zwarte meerderheid van de bevolking. Nelson Mandela, de leider van het African National Congress (ANC) zat bijvoorbeeld bijna dertig jaar in de beruchte gevangenis van Robbeneiland.

Premier Hendrik Verwoerd (1958-1966), die wordt beschouwd als de architect van Apartheid, bleef volgens zijn kleinzoon Wilhelm altijd stug volhouden dat het systeem een voorbeeld van ‘goed nabuurschap’ was: iedere etnische groep kreeg immers z’n eigen thuisland. Toen Apartheid in 1990 officieel werd afgeschaft en Mandela enkele jaren later president werd namens het ANC, had de zwarte bevolking echter nog heel wat wonden te likken.

Via een Truth & Reconciliation Commission (TRC) probeerde Zuid-Afrika in die jaren schoon schip te maken. De driedelige docuserie Free At Last: Onopgeloste Verhalen Over Apartheid (152 min.) van Xoliswa Sithole, Misha Wessel en Thomas Blom laat zien dat zo’n waarheidscommissie zeker geen wondermiddel is. Van de driehonderd zaken die de TRC destijds wilde laten vervolgen, heeft er nog niet één tot een veroordeling of gevangenisstraf geleid.

De wonden van het bloedbad in Sharpeville in 1960, waarbij de Zuid-Afrikaanse politie het vuur opende op ongewapende demonstranten tegen de Apartheidspolitiek, blijken ruim zestig jaar later bijvoorbeeld nog altijd niet geheeld. Volgens nabestaanden en direct betrokkenen waren er destijds veel meer doden dan het officiële aantal van 69. Erkenning daarvoor is altijd uitgebleven – zoals ook het lot van sommige slachtoffers nog altijd onduidelijk is.

De politieke activist Ahmed Timol zou verder in 1971 uit het raam zijn gesprongen bij het John Vorster Square Police Station in Johannesburg. Zijn broer Mohammad is ervan overtuigd dat hij in werkelijkheid naar beneden is geduwd. Die mening wordt gedeeld door Tilana Stander, de dochter van politieman Joao Rodrigues. Hij zou verantwoordelijk zijn geweest voor de marteling en dood van Timol. Zijn dochter besluit nu om het onderzoek een handje te helpen.

Via zulke voorbeelden toont deze krachtige miniserie, waarvoor de Zuid-Afrikaanse journaliste Iman Rappetti als verteller fungeert, hoe het verleden nog altijd de hedendaagse verhoudingen dicteert. Chappie Klopper, die als voormalig lid van het moordcommando Vlakplaas tegen z’n ex-collega’s getuigde en zich nu voor het eerst voor de camera uitspreekt over zijn eenheid, moet bijvoorbeeld nog altijd over zijn schouder kijken. Hij voelt zich nergens veilig.

Ephraim Mfalapitsa wordt eveneens gehaat. Hij was ooit lid van de gewapende ANC-vleugel MK, maar verliet de organisatie omdat hij medeplichtig werd gemaakt aan een interne afrekening. Tegenwoordig staat hij te boek als de informant die in 1982 de de zogenaamde ‘Cosas Four’ verlinkte bij Vlakplaas. De vader van Tshepo Mokgatle werd daarna vermoord door het commando. Sindsdien vecht zijn zoon, destijds nauwelijks een maand oud, tevergeefs voor gerechtigheid.

‘Mensen zoals ik, die hebben gemoord, moeten praten’, stelt Stefaans Coetzee, een voormalig lid van een witte extreemrechtse militie dat tot inkeer is gekomen. ‘Die verhalen zijn nodig om Zuid-Afrika te laten helen.’ Dat gaat alleen zeker niet vanzelf. Zolang bepaalde (in)direct betrokkenen de verantwoordelijkheid voor hun daden kunnen ontlopen, blijven het verdriet en de pijn van slachtoffers en nabestaanden onverminderd opspelen en voor spanningen zorgen.

Afgaande op Free At Last gaan er nog wel wat jaren overheen voordat Zuid-Afrika zich definitief heeft bevrijd van het juk van Apartheid.

Son Of The Mullah

IDFA

Als Son Of The Mullah (100 min.) kent Ruhollah Zam het Iraanse regime natuurlijk van binnenuit. Zijn vader Mohammed bekleedde jarenlang een belangrijke positie binnen de Islamitische republiek. Als onderdeel van diens entourage leerde Ruhollah diverse kopstukken en hun verwanten kennen. Hij kon al snel niet meer aanzien hoe zij hun positie misbruikten, stiekem baadden in weelde en zich dan ook niets van de strenge religieuze regels aantrokken.

Als de Iraanse filmmaakster Nahid Persson, die vanuit haar huidige thuisland Zweden een gestage stroom kritische films heeft afgeleverd, hem eind 2018 opzoekt in zijn afgeschermde en beveiligde woning in Parijs, geldt Zam inmiddels als één van de bekendste criticasters van het Iraanse bewind. Met zijn eigen Amad News heeft hij een voortrekkersrol gehad bij de grootschalige protesten van 2017/2018 en stelt hij onvermoeibaar misstanden en corruptie in zijn geboorteland aan de kaak.

De Ruhollah Zam die Persson ontmoet maakt desondanks een montere en vrolijke indruk. Hij hangt wel permanent aan de lijn met één van zijn anonieme bronnen. Zij spelen hem onthullende informatie of clandestiene beelden toe. Samen met zijn Mahsa en twee dochters moet hij zich intussen de handlangers van het regime van het lijf zien te houden. Elke nieuwe persoon die aanklopt met saillante nieuwtjes kan een informant of geheimagent zijn, die hem in de val probeert te lokken.

Nahid Persson, die net als in haar vorige film over de Iraanse journaliste en mensenrechtenactiviste Masih Alinejad (Be My Voice, 2021) zelf ook wel erg graag een rol in beeld wil spelen, weet soms niet wat ze ervan moet denken. Hoe zorgvuldig en betrouwbaar is Ruhollah Zam zelf eigenlijk? Is zijn steun en toeverlaat Shirin wel volledig te vertrouwen? En hoe moet de miljonair die zich plotseling heeft gemeld met plannen voor een nieuw televisiestation worden ingeschat?

Ze gaat te rade bij Zams collega Ali Javanmardi, die zich afvraagt of de Zoon van de Mullah nog wel voorzichtig genoeg is. Niemand is immers voor de volle honderd procent te vertrouwen. Zo stevent deze eikenhouten film, die van binnenuit een nog altijd actuele en urgente kwestie behandelt, af op een dramatische apotheose, waarin de arm van het Iraanse bewind toch weer langer blijkt dan al gevreesd – en Ruhollah Zam de zoveelste martelaar voor het vrije woord in zijn land wordt.

The Power Of Big Oil

VPRO

Het is moeilijk om níet woest te worden van deze nauwgezette reconstructie van de pogingen van de fossiele industrie om het Amerikaanse klimaatbeleid te ontregelen. Eind jaren zeventig laat oliemaatschappij ExxonMobil enkele wetenschappers de rol van de mens bij de opwarming van de aarde onderzoeken. De conclusie liegt er niet om: als het verbruik van fossiele brandstoffen niet wordt teruggedrongen, zal het klimaat significant veranderen. ‘Het is onze morele verantwoordelijkheid om ons onderzoek te publiceren’, leest wetenschapper Martin Hoffert voor uit het rapport. ‘Als we dat nalaten, is dat een inbreuk op Exxons ethische opvattingen over eerlijkheid en integriteit.’

Toch is dat precies wat er gebeurt: het rapport over klimaatverandering verdwijnt in de diepste lade. Want volgens de topmannen van multinationals zoals ExxonMobil is er geen praktisch en betaalbaar alternatief voor fossiele brandstof. Om hun eigen bedrijvigheid te beschermen beginnen ze zich dus actief bezig te houden met klimaatontkenning. Dat start met het zaaien van twijfel over wetenschappelijke bevindingen – via dik betaalde opiniemakers, die hun sporen vaak al hebben verdiend als vertegenwoordiger van de tabaksindustrie, en belangenorganisaties met neutraal klinkende namen als de Global Climate Coalition – en eindigt met agressieve desinformatiecampagnes en juridische procedures.

De meeste beslissers en uitvoerders van dat beleid zeggen natuurlijk beleefd ‘nee’ als ze door Robin Barnwell en Gesbeen Mohammad worden gevraagd om daarover eens tekst en uitleg te geven in het tweeluik The Power Of Big Oil (107 min.). Daarbij hebben ze tenslotte helemaal niets te winnen. De (dappere) uitzondering die wel plaatsneemt voor de camera kan een trotse glimlach vaak nauwelijks onderdrukken: dat hebben ze toch maar mooi voor elkaar gekregen met hun denktanks, pseudowetenschappers en straffe PR-trucs. En deze lieden zijn al zo vaak gevraagd naar de maatschappelijke implicaties van hun werk dat ze daarvan ook niet meer van hun stoel vallen (al trekt een enkeling – en dat valt te waarderen – wél en plein public het boetekleed aan).

‘Om de klimaatcrisis op te lossen moeten we de desinformatie-crisis oplossen’, zegt het Democratische congreslid Ro Khanna, die onlangs de CEO’s van de grote brandstofconcerns flink aan de tand heeft gevoeld, niet voor niets aan het eind van dit ontluisterende betoog in twee bedrijven. Heel veel hoop valt er uit het voorgaande relaas evenwel niet te putten. Zolang er op de korte termijn nog altijd winst is te maken, blijft het aantrekkelijk om de lange termijn-gevolgen van het gekozen beleid gewoon te negeren. Die zijn, zoals dat dan gaat, voor hun en onze kinderen en kleinkinderen.

All That Breathes

Dogwoof

Vanaf het adembenemende openingsshot – van een stad bij nacht waar allerlei verschillende dieren hun kans schoon zien en op zoek gaan naar voedsel – is glashelder dat de Indiase filmmaker Shaunak Sen in All That Breathes (94 min.), winnaar van de World Cinema Grand Jury Prize op het Sundance Festival en de L’Oeil d’Or op het Film Festival van Cannes, een wonderbaarlijke wereld gaat openen. Een wereld die steeds nieuwe geheimen prijsgeeft.

In de Indiase metropool New Delhi, overbevolkt en vervuild, vangen de broers Mohammad Saud en Nadeem Shehzad in hun eigen Wildlife Rescue gewonde roofvogels op, met name zwarte wouwen. Die kunnen door het drukkende weer zomaar uit de lucht vallen en moeten dan weer opgelapt worden. ‘Als andere vogels in de lucht vliegen, zie je dat ze daarvoor moeite moeten doen’, verklaren de broers, in één van de filosofische voice-overs die als anker voor de film fungeren, hun liefde voor de zwarte wouw. ‘Maar de wouw zwemt, zagen we vroeger als we door een gat in het tentdoek keken. Een luie stip op de horizon.’

De zwarte wouwen hebben zich echter wel degelijk aangepast aan hun urbane omgeving. Ze gebruiken bijvoorbeeld sigarettenpeuken om zich te beschermen tegen parasieten. Andere vogels slaan dan weer een hogere toon aan om boven het verkeerslawaai uit te komen. Shanauk Sens cameramannen Ben Bernhard en Riju Das excelleren in het vereeuwigen van al die verschillende levende wezens in een door de mens gecreëerde omgeving. Hun camerawerk – met zinsbegoochelende scherpteverleggingen, spiegelingen in het water en kalme bewegingen naar een parallelle gebeurtenis – maakt van deze film een weldadige kijkervaring.

Terwijl de twee broers en hun vaste vrijwilliger Salik Rehman, die in een prachtige observerende scène ineens zijn bril verliest aan een vrijpostige wouw, zich in hun werkplaats ontfermen over gehavende dieren en proberen externe financiering voor hun activiteiten te vinden, spelen op de achtergrond spanningen tussen verschillende facties en religies. Als praktiserende moslims proberen Saud en Nadeem daar zoveel mogelijk buiten te blijven, zeker als het geweld even verderop in de stad flink oplaait. Hun werk met de roofvogels, waarvan de situatie eveneens steeds nijpender lijkt te worden, verschaft hen daarvoor een alibi.

All That Breathes wordt zo een levendig portret van de twee broers, maar schildert met onvergetelijke beelden – een verzameling zwarte wouwen die lijkt te poseren als een soort koninklijke familie, bijvoorbeeld, of een jong uiltje dat lekker in een teiltje wordt gebadderd – tevens hun intrigerende biotoop. Zo wordt inzichtelijk gemaakt hoe veelzijdig, gecompliceerd en oogverblindend het bestaan in een metropool kan zijn en hoe al die levens, van mens en dier, daar met elkaar verknoopt zijn geraakt.

Hostages

HBO

Als de Verenigde Staten in de jaren zeventig met één land in de Golfregio bevriend waren, dan was ‘t met het Iran van de Sjah van Perzië, een man die al bijna veertig jaar leefde en regeerde als een vorst en zonder scrupules ingreep als iets hem niet zinde. Net als zijn Amerikaanse boezemvrienden, die hem altijd de hand boven het hoofd hadden gehouden, werd de Sjah echter volledig verrast door de opkomst van een opponent, de conservatieve geestelijk leider Ayatollah Khomeini.

En met diens Islamitische Revolutie kreeg ineens ook het al langer sluimerende anti-Amerikanisme vrij spel in Iran. Dit culmineerde op 4 november 1979 in de gijzeling van 63 medewerkers van de Amerikaanse ambassade in Teheran, een crisis die uiteindelijk 444 dagen (!) in beslag zou nemen en de Amerikaanse president Jimmy Carter de kop kostte. Op 19 januari 1981, de dag waarop zijn opvolger Ronald Reagan werd ingezworen, kwamen de gegijzelden eindelijk vrij.

Hostages (240 min.) reconstrueert met gijzelnemers, gegijzelden, familieleden, journalisten, historici, diplomaten en politici uit beide landen de dramatische actie. Die heeft voor een permanente verzuring gezorgd in de toch al zeer ingewikkelde relatie tussen Iran en de VS. Daarvoor werd ooit de basis gelegd in de jaren vijftig. Toen zette de Amerikaanse inlichtingendienst CIA met een coup de Democratisch gekozen leider Mohammad Mossadeq af en bracht de Sjah (weer) aan de macht.

Deze vierdelige serie van Maro ChermayeffAbbas Motlagh en Sam Pollard plaatst de gijzelingscrisis (inclusief faliekant mislukte bevrijdingspoging) nadrukkelijk binnen die historische context, illustreert met (opnieuw opgediept) archiefmateriaal hoe die kon uitgroeien tot een soort real life-televisiedrama en schetst de gecompliceerde afwikkeling ervan, waarbij Carter de allerlaatste nacht van zijn presidentschap doorhaalt om alsnog tot een deal te komen met de gijzelnemers.

De volgende president – en zijn voormalige tegenstrever – Ronald Reagan kan vervolgens met de eer gaan strijken. Willen de Iraniërs simpelweg Jimmy Carter vernederen? Of heeft Team Reagan, in het diepste geheim, met de gijzelnemers onderhandeld, zodat de terugkeer van de gegijzelde Amerikanen wordt uitgesteld tot ná de machtsoverdracht in de Verenigde Staten? Daarover is het laatste woord nog altijd niet gezegd, ook niet in dit stevig doortimmerde stukje geschiedschrijving.

Feit is dat de regering Reagan in 1986 verwikkeld zal raken in het zogenaamde Iran-contra schandaal. Met de illegale verkoop van wapens aan Iran hebben de Amerikanen stiekem rechtse rebellen in Nicaragua gefinancierd. Los daarvan heeft de gijzeling ook diepe wonden geslagen bij de slachtoffers, die veertien maanden in soms barre omstandigheden moesten zien te overleven. En die ervaring speelt, getuige enkele emotionele scènes in Hostages, nog altijd een belangrijke rol in hun leven.

The Dissident

Het begint bijna een trend te worden: meerdere Amerikaanse documentaires over één en hetzelfde onderwerp, die binnen een kort tijdsbestek worden uitgebracht. Na concurrerende films over Trump-fluisteraar Roy Cohn, misbruik in de Amerikaanse turnwereld en zangeres Whitney Houston zijn er nu twee ambitieuze producties over de moord op de Saoedische journalist Jamal Khashoggi: eerst Kingdom Of Silence van Rick Rowley, geproduceerd door het bedrijf van Alex Gibney. En nu The Dissident (117 min.) van Bryan Fogel, die met zijn vorige film Icarus, over het Russische dopingschandaal, een Oscar won.

Fogels voornaamste troeven zijn Jamal Khashoggi’s verloofde Hatice Cengiz en zijn jongere vriend Omar Abdulaziz Akzahrani, die samen met hem (online) de strijd aanbond met het huidige Saoedische regime. Behalve hun herinneringen aan de man en aan wat zij aan zijn zijde meemaakten hebben ze ook audio-opnamen van persoonlijke telefoongesprekken en appverkeer beschikbaar gesteld. Die geven echt inzicht in Khashoggi’s belevingswereld en hoe hij steeds nadrukkelijker de hete adem van de wraakzuchtige Saoedische kroonprins Mohammad bin Salman (MBS) in zijn nek begint te voelen.

Ook het gevecht op sociale media om de befaamde dissident monddood te maken of juist een stem te geven krijgt een prominente plek en is met animaties meeslepend verbeeld in deze sowieso bijzonder vet vormgegeven film. Deze tweede Khashoggi-docu concentreert zich daarnaast vooral op het onderzoek naar de marteling en moord, met daarin ook een prominente rol voor enkele medewerkers van het Turkse justitieapparaat. Zij hebben de gruwelijke gebeurtenissen op 2 oktober 2018 op het Saoedische consulaat in Istanboel tot in detail uitgespit.

Khashoggi’s complexe levensloop, zijn positie in de recente historie van Saoedi-Arabië en de ingewikkelde relatie van dat land met de Verenigde Staten (van president Donald Trump) worden in Kingdom Of Silence, dat de kwestie meer met een helikopterview bekijkt, echt beter uitgediept. De Jamal Khashoggi van The Dissident lijkt vooral een typische Hollywood-held: een koene ridder, zonder smetjes of krasjes, die zich met gevaar voor eigen lijf en leden verzet tegen dictatoriale tendensen in zijn geboorteland. Hoewel ook Bryan Fogel dus een knap gemaakte en enerverende documentaire over deze onverkwikkelijke kwestie heeft afgeleverd, verdient Rick Rowleys film daardoor toch de voorkeur.

Kingdom Of Silence

Showtime

Hij was gaandeweg verworden tot persona non grata in het land dat hij jarenlang had gediend en vertegenwoordigd. Toen Jamal Khashoggi na zijn verbanning uit Saoedi-Arabië in 2017 venijnige columns over het nieuwe regime begon te publiceren voor de Amerikaanse krant The Washington Post, was hij ook zijn leven niet meer zeker. Wetende hoe dat uiteindelijk op 2 oktober 2018 zou eindigen, in een geïmproviseerde martelkamer op de Saoedische ambassade te Istanboel, grenst zijn moed om zich toch te blijven uitspreken aan het ongelooflijke.

Tegelijkertijd toont Kingdom Of Silence (98 min.) ook hoe gecompliceerd Khashoggi’s leven was. Tijdens zijn lange loopbaan raakte hij bijvoorbeeld bevriend met de jonge Osama Bin Laden en was hij zowel voorstander van de omstreden Irak-oorlog als van de Arabische Lente. Als prominente journalist en opiniemaker onderhield hij bovendien nauwe banden met een bepaalde tak van de Saudische koninklijke familie, die geleidelijk aan uit de gratie zou raken. Net als hijzelf. Jamal Khashoggi werd zo de verpersoonlijking van het voortdurende gekonkel in het Saoedische koninkrijk en de giftige relatie van het land met de altijd weer berekenend opererende Verenigde Staten.

Met zijn echtgenote en Saoedische en Amerikaanse vrienden, collega’s, diplomaten en politici belicht documentairemaker Rick Rowley zowel het leven van de man als de ontwikkeling van zijn land. Waarbij Khashoggi steeds nadrukkelijker in het vizier kwam van kroonprins en minister van defensie Mohammad bin Salman, voor het gemak ook wel MBS genoemd. Als in: MBS wilde hem een kopje kleiner maken. Hij zag uiteindelijk zijn kans schoon omdat er in de Verenigde Staten een man aan de macht was, die het Saoedische bewind geen enkele beperking meer oplegde, zolang het maar voor olie en dollars bleef zorgen. ‘Het gaat mij om Amerika’, aldus president Trump. ‘We gaan niet honderden miljarden dollars aan orders opgeven, zodat Rusland of China die van ons kunnen afpikken. Voor mij is het heel simpel: America first.’

De cynische Amerikaanse diplomaat David Rundell windt er in deze sterke documentaire, die uiteindelijk afstevent op een onontkoombare dramatische climax, ook al geen doekjes om. ‘We hebben politieke en economische redenen om een relatie te onderhouden met Saoedi-Arabië. Saoedi-Arabië is een strategische partner. En dat is uiteindelijk belangrijker dan de dood van één enkel mens.’

Inmiddels is er een tweede grote documentaire uitgebracht over de Khashoggi-affaire, The Dissident van Oscar-winnaar Bryan Fogel. Deze film concentreert meer op de moordzaak zelf en plaatst die slechts beperkt in de recente Saoedische historie en relatie met de Verenigde Staten.

Kleine Germanen – Eine Kindheid In Der Rechten Szene

’In de dierenwereld is het net als bij de mensen’, leest opa bij het haardvuur voor aan zijn kleindochter Elsa. ‘Er zijn trotse en nobele dieren zoals de adelaar. En er is schurftig ongedierte zoals ratten. De eerste soort moet je respecteren, maar hoed je voor die anderen, want zij tasten ons prachtige land aan.’

Niet veel later is de kleine blonde Elsa in een gevecht op leven en dood verwikkeld met zo’n kolossale rat. Hij beschikt over een joekel van een neus, draagt een zwarte hoed en heeft opvallende pijes, de pijpenkrullen die kenmerkend zijn voor orthodoxe Joden. Vanzelfsprekend wint Elsa. Zij behoort immers tot een superieur ras.

De geanimeerde scènes rond vertelster Elsa, gebaseerd op het verhaal van een vrouw die in een nationaalsocialistische traditie werd opgevoed en daarna al snel in neonazistische kringen belandde, vormen de rode draad van Kleine Germanen – Eine Kindheid In Der Rechten Szene (86 min.), waarin Duitse en Oostenrijkse kopstukken van extreemrechts worden geportretteerd.

In die contreien houdt bijvoorbeeld ook Sigrid Schüssler zich regelmatig op. ‘Ik ben moeder van vier kinderen’, zegt ze. ‘Dat is mijn voornaamste bezigheid.’ Daarnaast spreekt de goedlachse Duitse vrouw volgens eigen zeggen wel eens bij openbare manifestaties van Pegida en aanverwante clubs. Wat ik nog meer doe? vraagt ze vervolgens lachend. ‘Ik sta voor de rechter.’

De volgende scène maakt duidelijk waarom Schüssler regelmatig wordt aangeklaagd. ‘Luister niet naar de Lügenpresse’, schreeuwt ze tijdens een manifestatie tegen haar gehoor. ‘Kijk wat er gebeurt. Hoe ze op school liegen tegen je kinderen. Hoe die kapot worden gemaakt door een walgelijke, onnatuurlijke, veel te vroege seksualisering. Hoe de homocultus in dit land wordt omarmd!’

Het is één van de weinige keren dat de filmmakers Mohammad Farrokhmanesh en Frank Geiger het lelijke gezicht van radicaal-rechts laten zien in deze intrigerende documentaire. Ze leggen de Pegida-leden en Identitairen niet op de pijnbank, maar laten hen vanuit zichzelf vertellen. Over hun opvoeding, levenswijze en normen en waarden.

Die bedachtzame aanpak, waarbij deskundigen off screen verdere duiding geven, contrasteert soms met de tamelijk vet aangezette animatie-verhaallijn rond Elsa, waarin de personages wél het achterste van hun tong laten zien en de ingehuurde stemacteurs zich nogal eens schuldig maken aan overacting. Archetypische nazi’s, zoiets.

Dit laat onverlet dat Kleine Germanen treffend een wereld inzichtelijk maakt, die meestal buiten beeld blijft. Niet via de gebruikelijke harde confrontaties, maar op een empathische manier: hoe zijn deze ogenschijnlijk volstrekt normale mensen tot zo’n extreem gedachtegoed gekomen? En kunnen zij zichzelf nog bevrijden uit dat nest van adelaars (dat bedreigd wordt door ratten)?

Saving Face

‘Ik word nooit meer zoals God me ooit heeft gemaakt, maar hopelijk wordt het nog wat beter voor mij’, zegt een Pakistaans meisje, dat haar halve gezicht achter een sluier moet verbergen.

‘Het kostte één seconde om mijn leven te ruïneren’, stelt een andere vrouw, die een oog dreigt te verliezen. Nadat de 39-jarige Zakia echtscheiding wilde aanvragen, werd ze door haar eigen man Pervez geattaqueerd. ‘Één seconde.’

‘Mijn echtgenoot gooide zuur op me’, vertelt Rukhsana bedremmeld. ‘En mijn schoonzus gooide daar benzine bij. Toen heeft mijn schoonmoeder een lucifer aangestoken en me in brand gezet.’

Het zijn gruwelijke herinneringen, waarbij het relaas van Rukhsana nog eens extra pijnlijk aandoet. Want zij woont inmiddels weer in bij diezelfde schoonfamilie. Het lukte de 25-jarige vrouw niet om zelfstandig haar kinderen te onderhouden, vertelt ze huilend. Rukhsana heeft daarom vrede moeten sluiten met de mensen die haar voor het leven hebben verminkt en woont nu ook weer op de plek waar de aanval heeft plaatsgevonden.

Yasir, haar wat sullig ogende echtgenoot, ontkent die overigens. Volgens hem heeft zijn vrouw het zichzelf aangedaan. Per ongeluk, in een hysterische bui. Kijk maar eens om je heen op de brandwondenafdeling van het ziekenhuis, zegt hij. ‘99 Procent van de vrouwen daar heeft zichzelf verbrand.’ Yasir heeft zelf overigens een opvallende brandwond op zijn rechterhand. ‘Die is van het doven van het vuur’, zegt hij hakkelend, als daar eens naar wordt gevraagd.

Bij het verhaal van de gehavende Rukhsana krijgt zelfs Mohammad Jawad het even te kwaad. In een hospitaal te Islamabad probeert de Britse plastische chirurg, van oorsprong Pakistaans, de vrouwen te helpen. Saving Face (40 min.) juist. Als in: het gezicht repareren. Maar ook: als poging van de betrokken mannen om gezichtsverlies te voorkomen of beperken. En daarvoor is in bepaalde kringen, blijkbaar, heel veel geoorloofd.

Per jaar worden in Pakistan ongeveer honderd vrouwen ongenadig toegetakeld met zulke zuuraanvallen. Deze indringende korte documentaire van Daniel Junge en Sharmeen Obaid Chinoy, in 2012 beloond met een Oscar, stelt die kwestie nadrukkelijk aan de orde en brengt tevens het verschrikkelijke leed dat de vrouwen is berokkend in beeld. En het doet bijna letterlijk pijn om dat te aanschouwen.

Saving Face kreeg overigens nog wel een naar staartje via een in de pers breed uitgemeten conflict tussen Rukhsana en filmmaakster Sharmeen Obaid Chinoy. Die laatste zou haar allerlei beloften hebben gedaan, die nooit zijn nagekomen.

Mohammad & Jafar

2mei_Mohammad_en_Jafar_1993_©NTR

 

‘Je kunt de jongen wel uit het kamp halen, maar het kamp niet uit de jongen, zeggen ze hier’, stelt Marcel Goedhart halverwege zijn film Mohammad & Jafar (54 min.). Hij volgt al 25 jaar twee jongens uit Dheisheh, een Palestijns kamp nabij Bethlehem, op de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever. Het kamp is intussen een soort stad geworden, Mohammad en Jafar mannen van tegen de veertig. Zo’n beetje alles is in die jaren veranderd. Behalve die ene droom.

Het verlangen om terug te keren naar hun geboortegrond, het dorp Sufla dat hun voorouders in 1948 onder druk van Israëlische troepen hebben moeten verlaten, is nooit gestorven en leeft inmiddels voort in de volgende generatie van Dheisheh. Via de levens van twee gewone mannen vertelt Goedhart zo het verhaal van een ontheemd volk dat met het aanstaande zeventigjarige bestaan van de staat Israël nog steeds hartstochtelijk hunkert naar zijn eigen land.

Hij volgt daarbij de werkwijze van Michael Apted in de legendarische Up-serie; met tussenpozen van enkele jaren bezoekt Goedhart de gematigde Mohammad en de van nature wat militantere Jafar en legt dan hun persoonlijke leven en ontwikkeling vast. In de montage snijdt hij heden en verleden door elkaar, zodat hun vroegere dromen botsen op de realiteit van vele jaren later. Tegelijkertijd laat hij zien of oude wonden zijn geheeld of nog elk moment kunnen worden opengereten.

Ooit beschouwden de twee oude vrienden zichzelf als strijders in de Intifadah. Met stenen als voornaamste wapen vochten ze tegen de bezetter. Voor hetzelfde geld waren ze allebei martelaar geworden. Een kwart eeuw later zijn ze allebei nog springlevend. Gehavend door diezelfde strijd, dat wel. Jafar spendeerde enkele jaren in een gevangenis, Mohammad verloor al op jonge leeftijd zijn vader. Door een Israëlische sluipschutter, zo weet hij zeker.

Nu wil Mohammad zelf vader worden. Jafar vreest intussen dat zijn zoon in zijn voetsporen zal treden. Zal hij uiteindelijk ook met de schrik vrij komen of toch eindigen als martelaar? Over een jaar of acht mag Marcel Goedhart daarover rapporteren in het volgende hoofdstuk van dit boeiende documentaire-feuilleton over twee heel gewone mannen, Mohammad en Jafar, in heel ongewone omstandigheden.