De Roze Revolutie

VPRO

‘Laten we elkaar geen mietje noemen: 248 Bis moet weg’, stond er op een protestbord. Begin 1969, een half jaar voor de fameuze Stonewall-rellen in New York, vond in Amsterdam een demonstratie voor homorechten plaats. Het was naar verluidt de allereerste in de wereld. ‘De demonstratie is gericht tegen artikel 248 Bis van het wetboek van strafrecht dat homoseksueel contact tussen meerderjarigen en minderjarigen strafbaar stelt’, stelt een strijdbare studentenwoordvoerder Joke Swiebel. ‘En bovendien zijn de organisaties die hier aanwezig zijn van mening dat dit artikel de opvang van de jongere homofielen en ook van minderjarige homofielen in de weg staat.’

Ruim vijftig jaar later moet Swiebel er een beetje om lachen dat ze het woord ‘homofielen’ gebruikt, een term die sindsdien een ongemakkelijke connotatie heeft gekregen. In de eerste aflevering van De Roze Revolutie (180 min.) blikt ze met Michiel van Erp terug op de protestactie die als startpunt van de homo-emancipatie in Nederland geldt. De vierdelige serie belicht deze ontwikkeling via de tijdloze thema’s verzet, solidariteit, identiteit en vrijheid. Van Erp ontvangt zijn gasten, die gezamenlijk alle aspecten en generaties van de vaderlandse LGBT-historie representeren, in een studiosetting, waar op grote schermen archiefbeelden worden geprojecteerd. Zo ontstaat een soort hybride van documentaire en talkshow, waarbij het wel de vraag is wat de meerwaarde van die studio is. Tot echte interactie tussen verschillende standpunten, ervaringen of generaties komt het slechts beperkt.

De voornaamste troeven van deze serie, waarin Michiel van Erp op een onnadrukkelijke manier ook zijn eigen ontwikkeling als homoseksuele man heeft verwerkt, zijn de diversiteit van de sprekers en het confronterende, grappige en aangrijpende archiefmateriaal waarmee hun persoonlijke herinneringen, sfeerimpressies en bevindingen tot leven worden gewekt. Vanuit een relatief eenduidige emancipatiebeweging – die met de termen homoseksueel, lesbisch en biseksueel vrijwel volledig kon worden ingekaderd – is met vallen en opstaan een veelkleurige gemeenschap met allerlei losse identiteiten ontstaan, onder de (huidige) noemer LGBTQIA+. Verschillende subgroepen claimen daarbinnen hun eigen plek. Zij zorgen ervoor dat de beweging nog altijd niets van zijn oorspronkelijke strijdvaardigheid heeft verloren.

Van Erp vindt in zijn gesprekken de juiste mixture van nieuwsgierigheid, empathie en no-nonsense en leidt zijn publiek daarmee langs belangrijke ijkpunten als de AIDS-crisis, de openstelling van het huwelijk en de, ondanks alle verworvenheden, toch nog steeds opspelende homohaat. Vergeleken met vijftig jaar geleden leven LGBT’ers tegenwoordig in een totaal andere wereld. En toch is die, getuige deze interessante serie, nog altijd niet zo vanzelfsprekend als de wereld waarin hetero’s – cisgenders, in hedendaags jargon – kunnen bivakkeren.

De Jongens Van De Broederweg

EO

Er wordt luidkeels gezongen. En gedronken natuurlijk. ‘t Is en blijft tenslotte een studentenvereniging. Gewoon nette jongens en meisjes die nog even de bloemetjes buiten zetten, zou je denken. Totdat de plicht roept en het volwassen bestaan een aanvang neemt. Als buitenstaander zie je er in elk geval niet aan af dat een belangrijk deel van de aanwezigen zich geroepen voelt tot God. Ze studeren theologie en zijn voorbestemd om predikant te worden.

In de verzorgde korte documentaire De Jongens Van De Broederweg (30 min.) worden drie jongens geportretteerd, die samen in een studentenhuis te Kampen wonen en zich voorbereiden op een leven als dominee. Natuurlijk kampen ze soms met twijfels over hun lotsbestemming. ‘Soms heb je wel zoiets van: ja, het had me ook wel leuk geleken om wat anders te doen’, zegt Ben van Steenis, die op een stoel naast een kratje Jupiler-bier zit. In de weekends thuis in Bleskensgraaf werkt hij gewoon bij een tanktransportbedrijf en hangt hij rond met zijn oude vrienden. Toch blijft het geloof roepen. ‘Gewoon voor God leven. En als ik daarmee bezig kan zijn, vind ik dat gewoon mooi.’

Via de drie dominees in spe brengt filmmaker Michiel van de Kamp de toekomst van gelovig Nederland in beeld. Tweedejaars student Simon Haverkamp loopt bijvoorbeeld stage en mag zijn eerste preek verzorgen in de voor hem onbekende gemeente Steenwijk. Onderweg naar dat grote moment raakt hij alleen verdwaald. ‘Ik heb ’t er wel voor over’, constateert hij over zijn roeping. ‘Maar ik weet niet of ik het aankan.’ Martin Kamp is intussen bijna afgestudeerd. Hij gaat een beetje gebukt onder de verwachtingen die het ambt oproept. Een predikant moet in zijn ogen zonder zonden zijn. ‘Ik voel me daar toch een beetje los van staan.’ Misschien is jeugdwerk toch meer iets voor hem?

Zo zijn de twintigers, net als hun leeftijdsgenoten, op zoek naar hoe ze hun volwassen leven willen invullen. Welke rol zal God daarin spelen? En kunnen ze de eenzaamheid van het predikantschap wel aan? Van de Kamp maakt een sfeervolle momentopname, met drie jonge mensen die aan de vooravond staan van wat een betekenisvol leven moet worden. Hij gaat daarbij de plekken waar het schuurt, knarst of wringt niet uit de weg, maar zoekt die ook niet doelbewust op. Dat resulteert in een empathisch portret van een nieuwe kerkgeneratie.

De Wereld Aan Je Voeten

Mitchell / VPRO

‘Wat ligt er op jonge leeftijd toch al veel vast, hè?’ verzucht Mijn Medekijker als De Wereld Aan Je Voeten (80 min.) een kwartiertje onderweg is. In deze documentaire volgt Michiel van Erp enkele Utrechtse jongeren van hun tiende tot hun achttiende jaar. En, inderdaad, op tienjarige leeftijd is vaak al precies uit te tekenen hoe (het leven van) de achttienjarige versie van het desbetreffende kind eruit zal zien. Is het nature of toch nurture wat we menen te zien?

‘Give me a child until he is seven and I will give you the man’, luidt niet voor niets het parool van de klassieke documentaireserie waaraan deze Nederlandse film, die voortborduurt op Van Erps televisieserie Tijd Van Je Leven (2011-2015), schatplichtig is: Michael Apteds wereldberoemde Up-serie, waarvoor een groep zevenjarige Britse kinderen sinds 1964 elke zeven jaar is opgezocht. Ze zijn inmiddels 63 en zo langzamerhand in de winter van hun leven aanbeland.

Van Erps documentaire is natuurlijk over een veel kortere periode opgenomen, met hoofdpersonen die bovendien op een leeftijd zijn dat ze écht niet alles willen of kunnen delen. Toch komen ze regelmatig raak uit de hoek. Zo moet Medekijker bijvoorbeeld flink lachen om de reactie van stratenmaker Mitchell op de vraag of de relatie van zijn ouders een voorbeeld is voor wat hij met zijn nieuwe vriendinnetje wil. De jongen laat er geen misverstand over bestaan: ‘Nou nee.’

Ook zijn ouders op de achtergrond kunnen er smakelijk om lachen. Later krijgt het verhaal echter nog een staartje. Liefdes- en relatieperikelen zijn er sowieso volop in De Wereld Aan Je Voeten. In de gezinnen van de hoofdpersonen, maar ook bij henzelf. ‘Ach gos’, reageert Medekijker bijvoorbeeld medelevend als het schattige tienermeisje Luka moet huilen omdat haar vriendje het na drie maanden heeft uitgemaakt. Enige tijd later heeft ze serieuze plannen met een andere jongen.

Van Erp monteert zijn hoofdpersonen door elkaar heen, waardoor de film echt als één geheel voelt. Erg diep reiken de portretjes niet, maar gezamenlijk schetsen ze een heel aardig beeld van een nieuwe generatie Nederlanders die nu over de drempel van volwassenheid stapt. ‘Wel leuk, wel vermakelijk’, constateert Mijn Medekijker na afloop. ‘Het geeft je wel te denken over wat ons nog te wachten staat.’

Erwin Olaf – The Legacy

Erwin en Teun / NTR

Hij noemt het één van de grootste dilemma’s van zijn leven. Z’n moeder is de allerlaatste fase van haar leven ingegaan. Intussen komt een fotoshoot in Palm Springs in de Verenigde Staten, die hij hoogstpersoonlijk heeft gefinancierd, zienderogen dichterbij. En Erwin Olaf, die zelf inmiddels ook de leeftijd heeft bereikt dat het tijd is voor een retrospectief, kan het zich niet veroorloven om die af te blazen. In meerdere opzichten.

De vergankelijkheid van het leven is een terugkerend thema in de documentaire Erwin Olaf – The Legacy (76 min.). Met zijn vroegere vriend Teun maakt hij bijvoorbeeld een reprise van Getting Close, een naaktfoto van hen beiden uit 1985. Toen kenden ze elkaar net. Op Getting Close Again (2018) zijn twee gelouterde mannen te zien. Mannen ook waarvoor het einde in zicht komt. Teun is ernstig ziek. Erwin zelf kampt met longemfyseem, een degeneratieve aandoening die hem regelmatig de adem beneemt en steeds meer begint te belemmeren in zijn loopbaan.

Eerder dit jaar was er in het Haags Gemeentemuseum en Fotomuseum een grote overzichtstentoonstelling van Olaf met de ambitieuze nieuwe fotoserie Palm Springs. Vanaf 3 juli volgt een expositie met eigen werk en werk van zijn voornaamste inspiratiebronnen in het Rijksmuseum in Amsterdam (waaraan hij inmiddels een deel van zijn beste foto’s heeft overgedragen, zodat die toegankelijk blijven voor toekomstige generaties). Intussen wordt de gevierde fotograaf in deze film van Michiel van Erp gedwongen om de balans op te maken en zich af te vragen hoeveel lucht er nog in zijn toekomst zit. Zijn arts raadt hem in elk geval dringend aan om een tandje terug te schakelen.

Erwin Olaf – The Legacy is dan ook niet zomaar een ‘sentimental journey’ door leven en werk van een belangwekkende Nederlandse kunstenaar. Het is een film over een man die beseft dat de tijd hem op de hielen zit. Elke ambitieus nieuw project kost meer kruim dan het vorige en zou wel eens het laatste in zijn soort kunnen zijn. Zo moest Olaf eerder dit jaar het regisseren van zijn allereerste speelfilm, een verfilming van Arthur Japins Een Schitterend Gebrek, vanwege zijn lichamelijke klachten staken. 2019, het jaar waarin hij zestig werd, lijkt daarom een uitgelezen gelegenheid te zijn om Erwin Olafs majestueuze oeuvre uitbundig te vieren. Deze boeiende documentaire past prima in dat plaatje.

The Bastard

‘Ik moet eerlijk zijn: dat was niet zo netjes.’ Joop Hoek maakt er halfhartige aanhalingstekens bij in de lucht. Goedgeluimd vertelt hij over zijn vertrek uit Ethiopië. Na enkele jaren werken bij een suikerfabriek van HVA besloot hij om thuis in Nederland te gaan studeren. Maar, zo beloofde hij zijn plaatselijke geliefde tegen beter weten in: ik kom terug. Hij liet haar achter met hun driejarige kind.

Enkele decennia later krijgt Joops zoon Michiel in het Friese dorp Oudemirdum een telefoontje van het Rode Kruis. Of hij ooit van een halfbroer in Ethiopië heeft gehoord? De man, ene Daniel, zit in de gevangenis van Addis Abeba en wil in contact komen met zijn Nederlandse familie. Michiel reist af naar Ethiopië en heeft daar een emotionele eerste ontmoeting met zijn halfbroer. Daniel Hoek heeft nog wel een verrassing voor hem in petto: hij zit in de cel vanwege moord.

Met de kennismaking tussen de twee bloedbroeders als startpunt construeert regisseur Floris-Jan van Luyn een virtuoze vertelling over familiesystemen en hoe meerdere generaties daarin de weg kwijt kunnen raken. Daniel is ergens onderweg verdwaald tussen twee werelden, de armoedige aardse van zijn moeder, waarin hij volledig ontspoorde, en de imaginaire van zijn Europese vader, waarover hij fabuleuze fantasieën koesterde. Met papa Hoek is het alleen niet al te veel beter gesteld.

Het blijft in The Bastard (84 min.) knarsen en schuren tussen het miskende kind, dat in Afrika helemaal op drift is geraakt, en zijn achteloze vader, die zwarte mensen eigenlijk sowieso wantrouwt en vindt dat Nederlanders hun DNA moeten behouden en niet zomaar moeten ‘opmengen’. Gaandeweg, in hun parallel vertelde levensgeschiedenissen, blijken de twee totaal verschillende mannen echter meer gemeen te hebben dan wie dan ook had kunnen bedenken.

Van Luyn speelt intussen ingenieus met het op- en uitbouwen van de voornaamste karakters en de sympathie van de kijker, die steeds op het verkeerde been wordt gezet. The Bastard, winnaar van een Gouden Vlinder op het Movies That Matter-festival en genomineerd voor een Gouden Kalf, is daardoor een ronduit fascinerende film die afwisselend streelt, schuurt en ontroert en de kijker na bijna anderhalf uur, in de woorden van de broer van de bastaard, helemaal ‘flabbergasted’ achterlaat.

Zonder twijfel: één van de beste documentaires van dit jaar. Zo niet de allerbeste…

The Bastard vindt zijn oorsprong in twee journalistieke verhalen van Dick Wittenberg in NRC, Bloedbroeders uit 2007 en Een Echte Nederlander uit 2008.

Daniël Hoek schreef zelf bovendien een boek over zijn leven, De Vergeten Nederlanders.

Leve De Vrijwilliger


Achter het land van Zwarte Piet, #metoo en de dividendbelasting gaat – ik zou het soms zelf ook bijna vergeten – nog een geheel ander Nederland schuil: het land van gewone Nederlanders die gewoon, heel gewoon, goed proberen te doen. Michiel van Erp portretteert deze parallelle wereld in de constructieve documentaire Leve De Vrijwilliger! (53 min.).

Kun je bij het werk de vrijwilliger bedenken?, bedacht ik me, vanuit mijn rol als (zogenaamd) kritische kijker, bij het begin van de film. Waar vind je de idealisten, de zorgers en de mensen die zelf ook wel om een praatje verlegen zitten? Na tien minuten heb ik de vraag omgedraaid: waar vind je ze eigenlijk niet? Bij het geboortehotel, de amateurvoetbalclub, het ziekenhuis en de zwerfkattenopvang is er in elk geval geen gebrek aan optimistische handen-uit-de-mouwen types.

Van Erps karakteristieke voiceover leidt de kijker soepeltjes door die wirwar van mensen en klusjes. Daarbij ontbreekt de ironische ondertoon die zijn vroege werk vaak kenmerkte. Hij kiest ook niet voor een traditionele verteltrant, waarbij enkele hoofdpersonen gedurende de hele film worden gevolgd, maar vormt een mozaïek van allerlei losse, nauwelijks met elkaar verbonden elementen. Een risicovolle aanpak. Want krijgt de kijker op die manier voldoende houvast?

Leve De Vrijwilliger! houdt de aandacht echter moeiteloos vast. De onverkort positivistische toon van de film werkt bovendien echt aanstekelijk. En als koning Willem-Alexander op bezoek komt bij een tuinproject voor (verslaafde) daklozen in Apeldoorn raakte ik als verstokte Republikein zelfs even ontroerd. Zo gaat elke vorm van cynisme voor een ogenblik aan de kant bij/voor dit caleidoscopisch portret van een Nederland, waarin eigenlijk iedereen zich thuis kan en mag voelen.

Een Hart Voor Heerlen

hartvoor

 

Heerlen, de lelijkste stad van het zuiden. Verslaggever Aart Zeeman was er in de jaren negentig vaste gast. Als hij verloedering, prostitutie of drugsoverlast in beeld wilde brengen, kon hij bijna blind afreizen naar het gevaarlijke stadscentrum van Heerlen. Gegarandeerd slecht nieuws. Sinds de sluiting van de plaatselijke steenkoolmijnen, een halve eeuw geleden, had de Limburgse stad elke vorm van grandeur verloren.

Enter Heerlenaar Michel Huisman. Kunstenaar van beroep en een uitgesproken hater van de goedkope en smakeloze architectuur die zijn geboortestad grondig heeft verpest. In een onbezonnen bui stampte hij een ambitieus plan voor een nieuw stadshart uit de grond, dat tot zijn eigen verbazing werd omarmd door het stadsbestuur.

Aart Zeeman zoekt de flamboyante Huisman op en loopt in Een Hart Voor Heerlen (50 min.) samen met hem door zijn geesteskind in aanbouw, het Maankwartier. Met het eigenzinnige project, dat over ruim een jaar klaar zou moeten zijn, heeft hij zowel vrienden voor het leven als gezworen vijanden gemaakt. Sommigen zien in hem een ziener, anderen vinden hem maar een vervelende praatjesmaker en luchtfietser.

Die tegenstanders hebben zijn leven behoorlijk verziekt, aldus Huisman. Nooit eerder kreeg hij in zijn carrière zoveel stront over zich heen als tijdens dit ene, toevallige uitstapje naar de architectuur. Die botsing tussen de droom van een kunstenaar en de zakelijke dadendrang van bepaalde politici en vastgoedmannen geven deze onderhoudende journalistieke documentaire een lekker kartelrandje.