Take That

Netflix

De jongens waarvan vrijwel elk meisjeshart in de jaren negentig sneller ging kloppen, zijn inmiddels mannen van middelbare leeftijd geworden. Tijd om te reflecteren, oude glorie te laten herleven en – cynisch bekeken – nog eens te cashen.

Na documentaireproducties over The Backstreet Boys, *NSYNC en Boyzone en portretten van de blikvangers van deze groepen, zoals de tragische broers Nick en Aaron Carter en het Britse enfant terrible Robbie Williams, komt nu Williams’ boyband aan de beurt: Take That (153 min.), de Engelse tegenhanger van de Amerikaanse trendsetter New Kids On The Block (die nog altijd wacht op een serieuze documentaire).

Herstel: niet Williams’ boyband, maar de boyband van Gary Barlow. De absolute spil van het vijftal, door dik en dun gesteund door de bedenker van de groep, Nigel Martin-Smith. Die interne dynamiek lijkt vragen om problemen. Die komen er dus ook. Als Take Thats populariteit bizarre proporties aanneemt, lopen ook de stress en druk op. En dan zijn er altijd weer leden die denken dat hun deel toch echt meer is dan de som der delen.

Bij Take That is het in eerste instantie Robbie Williams die niet meer in de pas wil lopen. En dan duurt het niet lang voordat ook Gary Barlow solo door wil, wat sowieso al z’n oorspronkelijke plan was. Take That geeft in 1996 voor een studio vol hysterische tienermeisjes z’n aller-aller-allerlaatste optreden in, jawel, Ivo Niehes TV Show. Aflevering 2 van deze miniserie van David Soutar is dan alleen pas een minuut of een tien onderweg.

De jarenlange vete tussen Gary en Robbie moet dan nog op gang komen, terwijl de andere groepsleden oplopen tegen de grenzen van het leven van een ex-popster. Stuk voor stuk kijken ze in deze miniserie openhartig terug op de opkomst, ondergang en – tuurlijk! – wederopstanding van hun band. Soutar houdt hen daarbij volledig buiten beeld, zodat die mannen van middelbare leeftijd er blijven uitzien als appetijtelijke boys.

En ondanks alle stress, kinnesinne en onderlinge competitie stevenen ze zo af op de onvermijdelijke conclusie van deze trip nostalgia, verwoord door één van de huidige Take Thatters: ‘Het was het allemaal waard. Echt waar!’

Tyst I Klassen

HBO Max

Een geanonimiseerde man stuit op een downloadsite, waar hij naar verluidt op zoek is naar een martial arts-film, op ‘creepshots’: stiekem gemaakte foto’s en filmpjes van jonge meisjes. Hij ziet meteen iets opmerkelijks: de plek waar de beelden zijn gemaakt is duidelijk te herkennen. Het gaat om een internationale privéschool in de Zweedse stad Karlstad.

En het kost hem al even weinig moeite om te ontdekken wie de maker is van het ongepaste beeldmateriaal: een recreatieleider van deze Internationella Engelska Skolan, die zich online Waney Larway noemt. De schoolmedewerker heeft heimelijk leerlingen gefilmd en laat soms ook een zogeheten ‘cum tribute’ achter op die beelden.

De anonieme man wil niet in de zaak betrokken raken, zegt hij in de driedelige serie Tyst I Klassen (Engelse titel Quiet In Class, 126 min.). Daarom schakelt ie niet de politie in, maar stuurt eerst een bericht met screenshots naar de plaatselijke krant, Värmlands Folkblad, en daarna een brief naar de rector van de Engelska Skolan.

Daar lijkt de zaak te stranden. Binnen de school heerst een zwijgcultuur. Lastige zaken worden achter gesloten deuren afgehandeld. Meisjes die zich beklagen over ongepast gedrag van de recreatieleider, vertellen ze geëmotioneerd in deze miniserie, worden steeds afgewimpeld. Hun verhalen kunnen schadelijk zijn voor het imago van de school.

En dan neemt de zaak, aan het einde van de eerste aflevering, ineens een opmerkelijke wending, die de verwikkelingen in deze uitgekiende productie van Fredrik Öjes, aangekleed met chatverkeer van de verdachten en gevisualiseerd met erg suggestieve gedramatiseerde scènes, toch even in een ander perspectief plaatsen.

De keuze om de serie zo een oplawaai te geven voelt enigszins ongepast als dit crime-verhaallijntje wordt afgezet tegenover het grotere geheel: van meisjes die weliswaar gekleed zijn gefilmd en gefotografeerd – met een ongezonde interesse voor bepaalde lichaamsdelen – maar zich wel degelijk misbruikt voelen en niet serieus zijn genomen.

De Zweedse tieners en hun ouders zullen moeten leven met de gedachte dat een man met volstrekt ongepaste gedachten en ernstig grensoverschrijdend gedrag jarenlang min of meer vrij spel heeft gekregen op hun school en dat ze nooit zeker zullen weten wie zijn beelden heeft gezien – of, de gedachte alleen, wie die nog gaat zien.

De Bus Naar Mostar

BNNVARA / De Haaien

Er was in feite geen weg terug meer. De 26 meisjes van een Joegoslavisch handbalteam, in leeftijd uiteenlopend van dertien tot en met achttien jaar, waren in 1992 naar het Noord-Hollandse dorp Oosterblokker gekomen voor een pinkstertoernooi. Ze zouden een dag of tien blijven. Daarop hadden ook hun gastouders zich ingesteld. En toen bracht Joško Stanic, de voorzitter van de handbalclub van Mostar en initiatiefnemer van hun trip naar Nederland, een videoband mee uit hun geboorteland. De tieners konden daarop met eigen ogen zien dat hun stad inmiddels helemaal kapot geschoten was.

Achteraf bezien was het een omslagpunt, concluderen enkele speelsters ruim dertig jaar later in de driedelige docuserie De Bus Naar Mostar (128 min.). Het tafereel is destijds ook vastgelegd: een groep meisjes in een willekeurige Nederlandse woonkamer kijkt ontzet naar de ravage die er op hun geboortegrond is aangericht. Ze hebben geen keuze: alles beter dan daar. Een half leven verder woont de helft van de handbalsters nog altijd hier. Ze hebben in Nederland een bestaan opgebouwd. Als, ja, vluchteling. En in de wetenschap dat hun families en vrienden in barre omstandigheden moesten zien te overleven.

Onder begeleiding van psycholoog Iva Bicanic maken vier van deze vrouwen nu een symbolische reis, met de bus terug naar waar ze ooit, 33 jaar geleden, zijn vertrokken. ‘Het is maar voor een paar dagen’, grapt één van hen naar de Hollandse vrienden die zijn gekomen om hen uit te zwaaien. ‘Daar gaan die buitenlanders uit Blokker’, vult een ander geëmotioneerd aan. Onderweg komen er in deze miniserie van Yvette Nieuwstad, die voortborduurt op het boek De Bus Uit Mostar van GerBen van ’t Hek en Rens Lieman, natuurlijk allerlei herinneringen boven aan de heenreis die al snel meer dan zomaar een pleziertripje werd.

Tegelijk blijkt het geheugen ook trucs met Tea, Lidija, Mirela en Lemja uit te hebben uitgehaald. Niet alles wat ze nu tegenkomen strookt met hun herinneringen. Om voor eens en altijd duidelijkheid te krijgen, leggen ze in de bus alle brieven en dagboeken naast elkaar en maken een sluitende tijdlijn. En eenmaal op de plaats van bestemming, het Mostar van hun jeugd, gaan ze in gesprek met de achterblijvers – al gaat dat niet bij iedereen van harte. Want de oorlog blijkt ook ruim dertig jaar na dato nog altijd lastig terrein. En die heeft tevens de 26 tienermeisjes, die naar de andere kant van Europa werden gestuurd, ernstig beschadigd.

Via archiefbeelden van hoe ’t de handbalsters en hun gastgezinnen destijds verging in het verre Nederland brengt Yvette Nieuwstad ook dat beladen verleden in beeld. Daarnaast kijkt ze in het hier en nu mee bij de activiteiten, ontmoetingen en gesprekken van haar hoofdpersonen en begeleidt die met een toepasselijke Balkan-soundtrack. Iva Bicanic verbindt de verschillende elementen intussen met een bespiegelende voice-over. Samen fabriceren ze zo een solide verslag van een bewogen trip. Waarbij alle betrokkenen, zoals ‘t hoort bij een roadmovie, ook een innerlijke reis maken en daar gelouterd uitkomen.

Het verleden mag dan niet definitief afgesloten zijn, het heeft wel meer z’n plek gevonden.

Fred And Rose West: A British Horror Story

Netflix

In wezen was het een simpele zaak, stelt rechercheur Russ Williams in Fred And Rose West: A British Horror Story (156 min.). Fred had de moorden op de vrouwen, die in het voorjaar van 1994 in hun huis aan 25 Cromwell Street in Gloucester waren aangetroffen, immers al bekend. Daar hoefden ze geen energie meer in te steken. ‘Het was wel lastig om de slachtoffers te identificeren en te bepalen wat we met Rose zouden doen.’ Want in hoeverre was Freds echtgenote op de hoogte van de moorden of er zelfs bij betrokken?

Als de verbouwereerde politie van Gloucestershire ‘t aan Fred West zelf vraagt, zoals in deze driedelige true crime-serie van Dan Dewsbury is te horen in onrustbarende geluidsopnames van zijn verhoren, is hij heel stellig: Rose wist nergens van. Ook wanneer hun voormalige oppas Carol Owens beweert dat mevrouw West al in 1972 betrokken was bij ernstig seksueel geweld tegen haar, wimpelt hij dat resoluut af. ‘Absolute rubbish.’ Toch is de kous daarmee bepaald niet af: Rose West lijkt wel degelijk bijgedragen te hebben aan de moordlust van haar echtgenoot.

Zij was pas vijftien toen ze de 27-jarige weduwnaar Fred in 1969 leerde kennen. Vanaf dat moment waren ze onafscheidelijk. Het lot had hen ook al snel voor het leven verbonden: Rose was binnen een jaar zwanger van hun eerste kind, Heather. En die zou ruim de twintig jaar later de strafzaak tegen haar ouders aan het rollen brengen. Niet bewust overigens. Zij behoorde tot de eerste slachtoffers die werden gevonden. Al jaren grapten de andere kinderen West dat ze onder de patio zouden eindigen als ze zich misdroegen. Net als Heather, die sinds 1986 werd vermist.

In deze miniserie zijn zowel homevideo’s en privéfoto’s van de familie West opgenomen als unheimische beelden van hoe Fred de Britse politie rondleidt in de directe omgeving van hun woning. Bijna achteloos wijst hij aan waar ze naar lijken moeten zoeken. Het is een huiveringwekkend tafereel: een onopvallende morsige man die zonder omhaal van woorden de meest gruwelijke misdrijven bekent. De slachtoffers, veelal ontheemde jonge meisjes, werden gedumpt als een zak botten. Enkele nabestaanden slagen er nochtans in om weer mensen van vlees en bloed van hen te maken.

A British Horror Story richt zich verder vrijwel volledig op de strafzaak tegen het gedegenereerde echtpaar en de wandaden waaraan zij zich schuldig hebben gemaakt. De karakters, achtergrond en motieven van de twee blijven grotendeels buiten beeld. Dat is echt een gemis. Hoewel de miniserie zich zeker niet schuldig hoeft te maken aan de ‘seksualisering’ van seriemoordenaars, zoals elders nog wel eens gebeurt, blijven er hier wel héél veel vragen open. Hoe ontdekten ze bijvoorbeeld bij elkaar dat de ander net zulke perfide neigingen had? En hoe konden ze daar zo lang mee wegkomen?

Een deel van de antwoorden is in elk geval te vinden in andere documentaires, zoals Fred West: The Glasgow Years en Rose West, Born Evil?.

Omarm Me

DOCS By Pupkin / EO

Ik voel me machteloos eenzaam gevangen in mijn lichaam

Een volstrekt normale jongen, in een volstrekt onwillig lijf. Freek is begin twintig, houdt van meisjes, Ajax en muziek en heeft een onweerstaanbare lach. Zijn lichaam lijkt alleen een kerker. Freek leeft continu met pijn, zit in een rolstoel en is zeer beperkt in zijn communicatie. Zomaar een praatje maken is vrijwel onmogelijk. Hij is aangewezen op een toetsenbord, waarmee hij met zijn ogen en veel geduld en doorzettingsvermogen elementaire boodschappen kan formuleren. Samen met de mensen om hem heen wordt zo duidelijk wat hij wil en wat er in hem omgaat.

Ik ben al tig x geopereerd

Maar de pijn komt steeds terug

In de observerende documentaire Omarm Me (54 min.) portretteert Wytzia Soetenhorst de Nederlandse twintiger die ernstig wordt belemmerd door zijn lichamelijke beperking. Freek is opgegroeid in een liefdevolle omgeving en heeft een uitgebreid sociaal netwerk. Zij gaan met hem op stap, nemen hem mee naar activiteiten en reizen samen naar het buitenland. Freek blijft alleen wel volledig afhankelijk van hen. Hij kan nooit zomaar opgaan in de menigte of gewoon zijn eigen ding doen.

Iedereen gaat door. En ik blijf stilstaan. Ik heb een stem, maar ik kan niet meepraten

Soetenhorst dringt diep door in het dagelijks bestaan van Freek en zijn ouders en vrienden. Ze probeert om dat vanuit zijn perspectief te laten zien en kiest gaandeweg samen met hem ook een stem uit, die klinkt zoals hij in een beter leven zou hebben geklonken. Want hoezeer iedereen ook z’n best doet, voor Freek hoeft dit leven niet meer zo. En dat is, afgaande op hordes die hij in zijn leven permanent moet nemen, helemaal niet vreemd. Hij kan en zal nooit de persoon zijn die hij in zijn hoofd is.

Ik verlang naar de vrijheid. Dat ik los ben van mijn lichaam. Dat mijn lichaam doet wat ik wil

Hij straalt het lang niet altijd uit in Omarm Me, maar voor zichzelf is Freek er wel uit: hij ervaart uitzichtloos en ondraaglijk lijden. Dat is natuurlijk een buitengewoon pijnlijke conclusie, getrokken bovendien door iemand die nog heel jong is en nooit onbekommerd van het leven heeft kunnen genieten. Zijn keuze wordt in deze sensibele en aangrijpende film, die ook oog houdt voor de liefde en lol in het leven van Freek, uitstekend invoelbaar gemaakt. En dat maakt indruk.

In de bokswereld mag je nooit zeggen dat je opgeeft. Dan ben je een lafaard. Maar ik ga deze wet doorbreken

Boyzone: Life, Death And Boybands

SkyShowtime

Na het eerste televisieoptreden van Boyzone in 1993 – van zingen kwam ’t niet, het bleef bij dansen – kegelde initiatiefnemer Louis Walsh zonder duidelijke reden twee bandleden eruit. Ze pasten er toch niet helemaal tussen, waarschijnlijk. Toen waren er nog maar vier over. ‘Ik moest ze laten weten dat ze op elk moment vervangen konden worden’, legt Walsh uit. De jongens in zijn boyband moesten hongerig en ambitieus blijven en mochten niets voor vanzelfsprekend aannemen.

Nu had de manager alleen nog een nieuw groepslid nodig. Want vijf was volgens hem het ideale aantal voor zo’n jongensband. Als er dan eentje z’n biezen pakte, had ie er nog genoeg over om gewoon door te kunnen gaan. Walsh rekruteerde Michael Graham, die altijd een Fremdkörper zou blijven in de groep. En daarmee was ‘de Ierse Take That’ compleet, klaar om de wereld te veroveren. Tenminste, het vrouwelijke deel. Beter: de meisjes. Daarvan moesten de harten sneller gaan kloppen.

De driedelige docuserie Boyzone: Life, Death And Boybands (145 min.) van Sophie Oliver is een opvallend open, kritische en schrijnende terugblik op de carrière van de vijf Adonissen uit Dublin en hun gehaaide manager Louis Walsh, een man die al net zo rücksichtslos opereerde als Frank Farian, de bedenker van Milli Vanilli, en Lou Pearlman, de manager van Backstreet Boys en *NSYNC, popacts waarover in de afgelopen jaren ook smeuïge documentaireproducties zijn uitgebracht.

Alleen kwam daarin de man die achter de schermen aan alle touwtjes trekt zelf niet aan het woord. Hier wel. En Walsh spreekt niet met meel in de mond. Volgens journalist Paul Martin van de tabloid The Irish Mirror, tabloid, gefilmd in een schemerige parkeergarage, was de Boyzone-manager een geweldige bespeler van de pers. Walsh gaf hen vaak carte blanche en verzon zonder problemen allerlei onzinverhalen over de groep om maar in beeld te blijven, desnoods over de rug van zijn jongens.

Zo kreeg Martins coververhaal ‘Baby Spice & Boyzone Steve are live and kissing’ een wrange nasmaak. Want Boyzone-kanjer Stephen Gately, waarvan menig meisjeshart sneller ging kloppen, was in werkelijkheid homo. In 1999 kwam dat alsnog uit. ‘Iemand verraadde hem’, herinnert Boyzone-voorman Ronan Keating zich, ‘en deed Steo in de uitverkoop.’ Het verhaal bereikte vervolgens showbizzjournalist Rav Singh van The Sun, de concurrent van The Irish Mirror. En die had niet geaarzeld.

‘Boyzone-ster Stephen Gately koos The Sun om z’n moedige mededeling te doen’, leest Keating 25 jaar later voor uit de krant. ‘Flikker op! Hij heeft niet gekozen.’ De hele groep was destijds verontwaardigd over wat er met hun vriend en collega gebeurde. ‘Hij was er niet klaar voor, die arme jongen’, zegt Shane Lynch. ‘Hij was zo bang.’ Manager Walsh kan een glimlach echter niet onderdrukken als hij The Sun onder ogen krijgt. ‘Goed om te zien’, zegt hij tevreden. ‘Hij haalde de voorpagina.’

De tabloids zouden een dubieuze rol blijven spelen in de bandhistorie, in het bijzonder na Gately’s overlijden in 2009. En de verhoudingen in de groep zouden daarna ernstig verzuren, waardoor de verplichte reünietournee, die dit soort docu’s doorgaans aftopt, er in Boyzone’s geval echt niet in lijkt te zitten. Alhoewel? Ronan Keating, Shane Lynch en Keith Duffy zeggen niet direct nee. Alleen Mikey Graham, die altijd twijfels heeft gehouden bij het boybandbestaan, staat vooralsnog niet te springen.

Louis Walsh zou in elk geval helemaal niets veranderen aan de voorbije dertig jaar. ‘Het was misschien niet perfect’, zegt hij triomfantelijk. ‘Maar het was perfect voor mij.’

Meisjes Van De Goede Herder

VPRO

‘Lang, mager meisje’, leest oud-pupil Lies Vissers in haar eigen dossier. ‘Infantiel’. En: ‘probleemkind.’ Toen Lies twaalf was, overleed haar vader. Moeder kon de opvoeding alleen niet aan. En dus werd de oudere vrouw halverwege de jaren zestig als tiener naar één van de vijf Nederlandse kloosters van de Zusters van de Goede Herder-congregatie gebracht. Daar werd ze volgens eigen zeggen ‘gedepersonaliseerd’ en voor het leven beschadigd.

Joke de Smit was één van de 20.000 andere ‘gevallen meisjes’ die als tiener bij de katholieke kloosterorde werden ondergebracht. Ze kregen er werk in naaiateliers en wasserettes toebedeeld en werden flink afgeknepen door de aldaar werkzame nonnen. Joke ervoer het als een bijzonder liefdeloze omgeving, een soort jeugdgevangenis. ‘Vanaf dat moment ben ik heel rebels geworden.’ Samen met Lies, met wie ze een lekker no-nonsense duo vormt, en zeventien andere beschadigde vrouwen heeft zij nu advocaat Liesbeth Zegveld in de arm genomen om de Goede Herder voor de rechter te dagen.

Documentairemaakster Britta Hosman sluit voor de vierdelige serie Meisjes Van De Goede Herder (208 min.) drie jaar lang bij hen aan, maar laat ook de gedaagden aan het woord: de huidige directeur van de congregatie, Hubert Janssen, en de laatste nog levende en inmiddels behoorlijk fragiele Zusters. Zij geven een gezicht aan het repressieve systeem dat ook internationaal steeds meer onder vuur is komen te liggen. In Ierland bijvoorbeeld, waar wantoestanden bij de zogenaamde Magdalene Laundries voor veel ophef en aangrijpende slachtofferverhalen hebben gezorgd. 

Waar de verhalen over de Zusters van de Goede Herder – geïllustreerd met fraaie zwart-wit beelden uit een verloren tijd, die zich nochtans tot dik in de jaren negentig heeft uitgestrekt – ook vandaan komen, ze bevatten steeds dezelfde elementen: vernedering, tucht en dwangarbeid. Ook in Nederland, waar de meisjes aan het werk werden gezet voor het koninklijk huis en bedrijven als C&A en Vroom en Dreesman. De kloosterorde stak de opbrengst daarvan in eigen zak. Het is één van de onderwerpen die worden opgebracht tijdens de rechtszaak tegen de katholieke congregatie.

Met een bespiegelende voice-over, waarmee ze op z’n Schuldigs of Stuks ook in het hoofd van haar personages probeert te kruipen, kadert Hosman alle ontwikkelingen in. Ze schuwt ook confronterende vragen aan de huidige leiding van de Herder niet. Directeur Janssen stelt zich dan tot taak om de zaken nog zoveel mogelijk in een positief daglicht te plaatsen. Hij loopt daarbij alleen gedurig achter de feiten aan. Het ene verwijt is nog niet (min of meer) gecounterd of de volgende kwestie dient zich alweer aan. Anonieme graven op het Goede Herder-terrein in Almelo bijvoorbeeld.

Welk verhalen zijn daarin verdwenen en kunnen alsnog worden opgediept? In hoeverre laat een verleden dat zo gebrekkig is gedocumenteerd zich sowieso nog volledig reconstrueren en mag je daarover met hedendaagse ogen oordelen? En (hoe) kunnen misstanden met terugwerkende kracht worden gerepareerd? Is erkenning dan genoeg? Deze delicate en doortimmerde miniserie, die kritisch en toch afgewogen bericht over een nog altijd zeer gevoelige kwestie, kadert het terrein zorgvuldig in en brengt tevens nieuwe zaken aan het licht over een verleden dat pas kan afgesloten als er rekenschap over is afgelegd.

You Were My First Boyfriend

HBO Max

‘Is dit een eerbetoon of een traumaoefening?’ vraagt de Amerikaanse veertiger Cecilia Aldarondo aan haar zus Laura, terwijl ze samen de videoclip Crucify van Tori Amos, een toonaangevende artiest uit hun tienerjaren, proberen na te spelen. ‘Maar jij bent prachtig’, reageert Laura. Cecilia is niet overtuigd: ‘Ik ben het verkeerde soort mooi.’ Ze probeert haar tranen weg te poetsen. ‘Wat maakt het uit dat je een andere maat hebt?’ probeert haar zus. Cecilia laat zich echter niet van de wijs brengen. ‘Ze noemden me niet voor niets dik.’ Even later liggen de twee alweer in een deuk om al die ‘dunne, saaie mensen’. Cecilia: ‘Als je zo dun bent, waar blijft je ziel dan?’

Eenmaal uitgelachen beginnen de zussen alsnog aan een minutieuze reconstructie van de clip van Tori Amos, die voor hen destijds gold als de belichaming van krachtige vrouwelijkheid. In de egodocu You Were My First Boyfriend (93 min.) roept Cecilia Aldarondo nog meer onuitwisbare herinneringen aan haar tijd als onhandige puber in Winter Park, Florida op. Ze ontmoet bijvoorbeeld de jongen, een kalende man inmiddels, op wie ze jarenlang heimelijk verliefd was, bezoekt een schoolreünie en reconstrueert, terwijl de persoon in kwestie meekijkt, een scène waarin de populaire meisjes van haar school een gezet klasgenootje pesten en zij zelf niet ingrijpt.

Met acteurs en mensen uit haar directe omgeving reconstrueert ze enkele ijkpunten van haar jeugd. De ene keer proest Cecilia ’t dan uit van het lachen, een andere keer is ze tot tranen toe geroerd. Want die tienerjaren waren voor haar, een onzekere puber met wortels in Puerto Rico, bepaald geen onverdeeld genoegen. Ze wilde populair zijn, maar dat lukte maar niet. En van de vriendin die ze wél had – de nerdy Caroline, die nog een sleutelrol zal spelen in deze film – nam ze uiteindelijk afstand. Van het kijken naar Monty Python, praten in filmquotes en naspelen van scènes uit Wayne’s World word je immers ook niet per se een High Class-type.

‘Waarom bewaar ik de dingen die me pijn doen?’ vraagt Cecilia zich nu af. Waarom koester ik niet gewoon de dingen waarop ik trots ben of die me blij maken? Deze particuliere film, die toch ook wel weer herkenbaar is voor iedereen die een onzekere tiener is geweest (en wie was dat niet?), is haar poging om in het reine te komen met de trauma’s van haar jeugdjaren en die een nieuwe plek te geven in het leven dat ze nu leidt als volwassen vrouw. De vorm die ze daarvoor kiest is best origineel, maar wat die nu precies oplevert? Kun je bijvoorbeeld werkelijk een vriendschap leren begrijpen door samen met een actrice enkele herinneringen na te spelen?

In deze verlate teencomedy, aangekleed met signatuursongs van Pearl Jam en Buffalo Tom, natuurlijk wel. Aan het eind van de zoektocht ligt, zoals het hoort bij een Amerikaanse film, een wijze levensles te wachten. En Cecilia Aldarondo neemt die natuurlijk gretig in ontvangst. Waarna ze in de slotscène nog een hommage brengt aan twee van haar favoriete films, Big en Postcards From The Edge.

La Oscuridad De La Luz Del Mundo

Netflix

Ze moeten de apostel dienen. In alles. En alleen het beste is goed voor Hem, als directe afgezant van God. De leider wil natuurlijk ook hun kostbaarste bezit hebben. Dat neemt hij in ontvangst in de beslotenheid van de slaapkamer. Met een zakdoek vangt zijn eerste secretaresse dan het bloed op, dat vervolgens ook nog aan de apostel moet worden getoond. ‘Dat was mijn eerste keer’, vertelt één van de Jane Does, die de leider van de kerkgemeenschap La Luz Del Mundo (LLDM) nu hebben aangeklaagd wegens seksueel misbruik.

De Mexicaanse pater familias Naasón Joaquin Garcia heeft zich altijd onaantastbaar gewaand. Ook omdat hij hoogstpersoonlijk door God is uitverkoren. Net als, heel toevallig, ook zijn vader Samuel en grootvader Eusebio. Zij regeren LLDM samen al een kleine honderd jaar. Ze worden aanbeden als God zelve, baden vanzelfsprekend in weelde en kunnen ook vrijelijk over hun volgelingen beschikken. Anderen kunnen zich bijvoorbeeld nauwelijks voorstellen wat een machtig gevoel het geeft om mannen en vrouwen die elkaar nog nooit hebben ontmoet met elkaar te laten trouwen. Gewoon omdat zij dat hadden bedacht.

En die meisjes, vol leven, gedienstig, onbezoedeld, ja, die blijven een traktatie! Zij zijn bereid om hun onschuld aan God te geven, via de man die door de Heer is uitverkoren. En daarop richt ook de documentaire La Oscuridad De La Luz Del Mundo (114 min.) zich weer. Niet op zijn verdiensten als gepassioneerde redenaar. Niet op de vijf miljoen aanhangers die zich – tenminste, volgens de officiële cijfers – inmiddels laven aan Het Licht Van De Wereld. En ook niet op de imposante tempel die zij in Guadalajara hebben laten bouwen. Nee, Naasóns ruimhartigheid om zorgvuldig geselecteerde meisjes toe te laten tot zijn intieme leven moet het weer ontgelden.

Is dat verhaal nu nog niet vaak genoeg verteld? Zo’n beetje elke film over een religieuze beweging begint en eindigt met een leider die ervan wordt beschuldigd dat hij zich heeft vergrepen aan de macht, het geld en de vrouwen – en dat iedereen die zich daartegen verzet de mond is gesnoerd of direct wordt geëxcommuniceerd. Deze lijvige documentaire van Carlos Perez Osorio heeft in dat opzicht geen nieuwe inzichten te bieden – al wennen de slachtofferverhalen, bijzonder plastisch en emotioneel, echt nooit en blijft ook het feit dat een groot deel van Naasóns aanhangers hem unverfroren in de rug blijft dekken ongenadig steken.

En dan te bedenken dat er nu elders in de wereld vast alweer een nieuwe Naasón Joaquin Garcia is opgestaan, die geld afroomt bij zijn achterban, zelfbedachte Goddelijke ge- en verboden uitvaardigt en de allermooiste Jane Does opeist…

Voor een andere documentaire over het misbruikschandaal binnen LLDM, Unveiled: Surving La Luz Del Mundo, ontwikkelde ik overigens een zeer praktische invuloefening.

Look Away

BBC

De situatie vraagt bijna om misbruik. De relatie tussen rocksterren, aanbeden als goden, en groupies, jonge vrouwen die hen maar al te graag willen aanbidden, is zó ongelijk dat het wel tot grensoverschrijdend gedrag móet leiden. Alsof je een roofdier permanent ogenschijnlijk gewillige – en vaak ook véél te jonge – prooien aanbiedt. Hoe kunnen zulke vrouwen nog een grens trekken of alarm slaan als die rücksichtslos wordt overschreden?

Seks met minderjarige meisjes was sowieso nooit een taboe in de rock & roll en is ook regelmatig verheerlijkt in songs. Sophie Cunningham en Ben Steele starten deze #metoo-documentaire over de rockwereld met enkele treffende voorbeelden. ‘I can see that you’re fifteen years old. I don’t want your ID’, zongen The Rolling Stones in Stray Cat Blues. Ted Nugent nam ook geen blad voor de mond in Jail Bait: ‘Well I don’t care if you’re just thirteen years, you look too good to be true.’ En Iggy Pop pochte over zijn escapades met een tiener in het nummer waaraan deze film zijn titel ontleent, Look Away (87 min.): ‘I slept with Sable when she was thirteen. Her parents were too rich to do anything.’

Daarna komen enkele vrouwen aan het woord over hun ervaringen met beroemde muzikanten, met name in ‘the seventies’, de jaren waarin alles leek te kunnen en mogen. Zo was Julia Holcomb bijvoorbeeld zestien en nét iets te sexy gekleed toen ze in 1973 Aerosmith-zanger Steven Tyler ontmoette. Hij was tien jaar ouder en nam haar mee op tournee. Tyler werd zelfs haar wettelijke voogd. Dat weerhield hem er overigens niet van om haar zwanger te maken. Zij was toen nog altijd maar zeventien. Terwijl hij alweer een ander had. Tyler vereeuwigde haar later, ongevraagd, in het nummer Sweet Emotion en beschreef zijn ‘teen lover’ ook met naam en toenaam in een autobiografie.

Holcombs ervaringen staan bepaald niet op zichzelf. Sheila Kennedy, voormalig Penthouse Pet Of The Year, was wél meerderjarig toen ze Axl Rose ontmoette, maar haar ervaringen met de Guns N’ Roses-zanger waren niet veel beter. Ze merkte al snel dat zij bepaald niet de enige was bij wie de notoire ‘bad boy’, een imago dat hij zorgvuldig cultiveerde, persoonlijke grenzen overschreed. En ook vrouwen die zelf in een band zaten waren niet veilig, volgens Jackie Fuchs. ’Wat mij overkwam was op geen enkele manier rock & roll’, stelt de bassiste van de Amerikaanse meidenrockgroep The Runaways over de man die haar als minderjarig meisje zou hebben verkracht en die ze nog altijd niet bij naam wil noemen – ook al is in deze documentaire glashelder wie ze bedoelt.

Aan de hand van deze slachtofferverhalen, kracht bijgezet door mensen uit de directe entourage van deze rockhelden (die zelf hun vingers overigens niet branden aan hun kant van het verhaal), schetst Look Away de algehele misogynie in de (hard)rocksene. In deze onvervalste mannenwereld – opgeroepen met duistere beelden van clubs, hotelkamers en een stad bij nacht, the city of (broken) dreams Hollywood – zorgt machismo voor status en worden vrouwen, te midden van alle bravoure en drank- en drugsgebruik, nogal eens gereduceerd tot gebruiksvoorwerp. Dat kan – en mag – eigenlijk geen verbazing wekken, maar het wordt in deze #metoo-film nog eens helder uiteengezet en van concrete voorbeelden voorzien.

Dating Death

Sky

Dat je jezelf op de gedachte betrapt: dit heb ik al eens eerder gezien. Beter bovendien. Al die pratende hoofden. Getuigen. Familieleden. Politiemannen. Openbaar aanklagers. Journalisten, natuurlijk. Mensen die van ‘hem’ bijna hun beroep hebben gemaakt. Streep ‘bijna’ gerust weg. En de slachtoffers. Willekeurige Amerikaanse vrouwen. Meisjes, beter gezegd. De slachtoffers van een, checks notes, seksueel roofdier. Seriemoordenaar, juist. De enkeling die het kan navertellen doet dat ook. Been there, denkt de geoefende true crime-kijker desondanks. Done that. Daartegen is geen gimmick bestand (zoals: ‘hij’ heeft ooit aan een bekende, lékker dubbelzinnige datingshow op de Amerikaanse televisie deelgenomen en wij hebben de beelden!).

En dat je dan pas bedenkt: this is real, mán! Niet de pennenvrucht van een verknipte geest, maar de dadendrang van een verknipte geest. Herstel: van een psychisch gestoorde man. Die best gewoon oogt – overigens ook niet súperaantrekkelijk, al wordt het verhaal daarvan natuurlijk wel een stuk smeuïger – maar het van binnen helemaal niet is. Geen larger than life-personage, maar een levensechte man. Écht echt, zeg maar. Rodney Alcala, oud-militair en fotograaf in Californië. Een man die zijn eigen macabere invulling gaf aan de vrije liefde die de tweede helft van de sixties in z’n greep kreeg. En die in de jaren zeventig onder een andere naam, John Berger, van geen ophouden wist. Zijn, jawel, ‘body count’ zou al gauw zijn opgelopen tot honderd. Of meer. Of, ja, minder. Niemand die het precies weet. Al is dat geen beletsel om er tóch over te speculeren.

Dating Death (123 min.) dus. Een driedelige docuserie van David Harvey. Tamelijk routineus gemaakt: veel sprekers, aangekleed met een hele smak archiefbeelden en dichtgesmeerd met tamelijk platte muziek. Weerzinwekkende misdaden van een psychopaat, tot in detail doorgelicht. De plaatsen delict. Het politieonderzoek. De rechtszaak. Een hervertelling van een, nou ja, smakelijk verhaal. Geen nieuwe inzichten verder. Gewoon één van de vele seriemoordenaars – te situeren tussen pak ‘m beet Ted Bundy en Richard Ramirez – die tussen de jaren zestig en tachtig nu eenmaal actief waren in Amerika. Alan R. Warren, auteur van het boek The Killing Game over Alcala, heeft daarvoor wel een verklaring: ‘Een groot deel van die generatie is opgevoed door ouders, vaders in het bijzonder, die terugkwamen van de oorlog. Zij waren doorgaans niet affectief naar hun kinderen.’

En zulke liefdeloos aan de wereld toevertrouwde jongeren werden dus, denkt de doorgewinterde true crimer even welwillend mee, losgelaten in een tijd waarin alles mocht en kon. Dat móest wel tot een hele generatie lustmoordenaars leiden. Het is, in een wereld waarin wij ons verlustigen aan misdaad, al even onvermijdelijk dat daarover een eindeloze stroom boeken, films, podcasts en documentaires op gang is komen. Die we gewoon kunnen gaan uitzitten – of links laten liggen. Omdat de ene n(auwelijks )iets toevoegt aan de andere. Behalve de kick van het griezelen. The horror, the horror! Zoiets. Zonder dat we, écht, iets wijzer worden. En dan gewoon nóg een rondje. In de afzichtelijke achtbaan van de dood. Waar ditmaal Rodney Acala, of het monster dat we van hem hebben gemaakt, aan de knoppen zit.

Zulke gedachten dus…

Trailer Dating Death

Murder In Big Horn

Showtime

‘Voor ons zijn dit geen true crime-verhalen’, zegt journalist Luella Brien, waarvan in 1977 tante DeeDee verdween, met ingehouden emotie. ‘De slachtoffers komen uit onze families.’ Al decennia zijn de ‘native Americans’ van Big Horn County, Montana, zich er maar al te zeer van bewust dat er jonge vrouwen, meisjes nog, uit hun midden verdwijnen. Verder kraait er echter geen haan naar deze MMIW (Missing/Murdered Indigenous Women).

Totdat Henny Scott in 2018 plotseling verdwijnt na een feestje op The Northern Cheyenne Reservation. Het veertienjarige meisje wordt enkele weken later dood aangetroffen in de sneeuw. Omdat ze op het indianenreservaat zelf is gevonden moet het Bureau of Indian Affairs (BIA) van Lame Deer in actie komen. En die kan de hulp inroepen van de FBI. Zoals de sheriff van Big Horn County dan weer verantwoordelijk is voor een ander deel van het grotere gebied, The Crow Reservation. Afhankelijk van het slachtoffer, de (onbekende) dader, plaats delict en de plek waar het lichaam wordt aangetroffen. Dat probleem speelt direct op als ruim een half jaar later een ander indiaans meisje, Kaysera Stops Pretty Places, dood wordt gevonden. Er zijn aanwijzingen dat ze wellicht is vermoord. En dan raakt op 1 januari 2020 ook de zestienjarige Selena Not Afraid nog vermist.

Dat juist het leefgebied van de Cheyenne- en Crow-stammen juridisch braak ligt, is natuurlijk geen toeval. ‘Native Americans’ werden aan het einde van de negentiende eeuw aan hun lot overgelaten, in de hoop dat ze stilletjes zouden opgaan in de ‘gewone’ bevolking of zouden uitsterven. Reservaten groeiden uit tot plekken van werkeloosheid, armoede, gokken en verslaving. Door Big Horn County loopt bovendien nog de Interstate 90, die als doorvoerroute van en naar Canada kan fungeren voor drugs, vrouwen en andere illegale handel. Zo wordt de traditionele angst gevoed voor de witte man, die zich van oudsher op indianenvrouwen richt om via hen de complete gemeenschap te ontwrichten, zo is het algehele gevoel. Neem bijvoorbeeld Pocahontas. Van haar romance met kapitein John Smith is een prachtige Disney-liefde gemaakt, maar in werkelijkheid was ze waarschijnlijk slachtoffer van mensenhandel.

Die geladen geschiedenis en maatschappelijke context zorgen ervoor dat Murder In Big Horn (157 min.) nooit een routineuze true crime-productie wordt. Zeker omdat er ook nog een andere kant aan datzelfde verhaal zit: de misstanden binnen het reservaat zelf, waar huiselijk geweld en seksueel misbruik schering en inslag lijken. Veel meer dan een zoektocht naar de daders van de tientallen ‘native women’ die in de afgelopen decennia zijn verdwenen is deze sfeervolle driedelige docuserie van Razelle Benally en Matthew Galkin een portret van een getroebleerde gemeenschap, die in z’n hart – de vrouwen en meisjes – wordt getroffen. ‘Every child matters’, stelt een leus over de MMIW. Dat moet het uitgangspunt worden, vinden strijdbare vrouwen zoals Luella Brien. In plaats van ‘another dead indian’.

Who Is Ghislaine Maxwell?

Starz

Van de ene ploert naar de andere. Dat is oppervlakkig beschouwd de portee van Ghislaine Maxwells turbulente levensverhaal. Eerst diende ze zich te verhouden tot haar vader Robert Maxwell, eigenaar van diverse Britse kranten en een onvervalste potentaat die regelmatig een loopje nam met de wet. Daarna volgde Jeffrey Epstein, een man die nooit genoeg kreeg van (te) jonge meisjes, minimaal drie orgasmes per dag wilde hebben en ook haar ondergang, eind 2021 vervat in een gevangenisstraf van twintig jaar, zou inluiden.

Daarmee wordt zij, het Britse elitemeisje dat Epsteins partner in crime was geworden, echter schromelijk tekort gedaan, getuige de driedelige docuserie Who Is Ghislaine Maxwell? (140 min.) van Erica Gornall. Ghislaine was een essentieel instrument in hun verwrongen stiel. Zij fungeerde als vaardige ronselaar die de stroom ontheemde tieners op gang hield en die hen, als een verknipte moederfiguur, een soort schijnzekerheid bood binnen het ‘seksueel piramidespel’ dat ze, zonder dat zij het doorhadden, speelden. Zodat Jeffrey, z’n (bekende) vrinden én zijzelf hun gang konden gaan.

‘Hij had een aandachtsspanne van drie seconden’, vertelde Epsteins voormalige vriend Stuart Pivar eens aan de Amerikaanse journalist Leland Nally, die het netwerk van Jeffrey Epstein en Ghislaine Maxwell in kaart probeerde te brengen en minutieus alle namen in hun beruchte zwarte boekje nabelde. Volgens Pivar leed Epstein aan satyriasis, de mannelijke tegenhanger van nymfomanie. ‘Hij onderbrak gesprekken en veranderde van onderwerp’, illustreert hij ’s mans onophoudelijke geslachtsdrift. ‘Dan zei hij: Wat heeft dat met kutjes te maken?’

Op hun eigen – echt waar! – Maagdeneilanden ontvingen Epstein en Mawell behalve tienermeisjes ook de machtigen der aarde, weet het eikenhouten beheerdersechtpaar Miles en Cathy Alexander, dat in deze miniserie voor het eerst z’n verhaal doet. Ghislaine was bijvoorbeeld ‘heel hecht’ met de in opspraak geraakte Britse prins Andrew. Met alle gevolgen van dien. Verder komen studiegenoten, medewerkers, kennissen, collega’s, een lid van Maxwells voormalige schoonfamilie en natuurlijk de slachtoffers en hun advocaten aan het woord.

Tezamen ontsluiten zij het inmiddels welbekende verhaal van de charmante, wereldse en berekenende vrouw, die jarenlang een handel in minderjarige meisjes bestierde en die zich ondertussen doodleuk het imago van milieuactivist aanmat. Een verhaal ook over hoe de mondiale elite steeds met alles lijkt weg te komen. De serie toont tevens hoe Maxwell als het doek is gevallen uiterlijk onbewogen haar publieke ontmaskering en de navolgende juridische stappen ondergaat. Alsof ze zich eigenlijk niet kan voorstellen dat dit haar, en mensen zoals zij, kan overkomen.

‘Ze moeten zich schamen’, zegt Gretchen Rhodes, één van de ‘overlevers’, heel treffend over het collectieve verdriet van de slachtoffers van Maxwell en Epstein. ‘Zíj moeten zich schamen.’ Ze heeft even een ogenblik nodig om haar emotie weg te slikken. ‘En niet ik.’

Zoals dat tegenwoordig gaat met tot de verbeelding sprekende schandalen zijn aan Jeffrey Epstein en Ghislaine Maxwell inmiddels meerdere documentaireseries gewijd. Van Jeffrey Epstein: Filthy Rich en Surviving Jeffrey Epstein over hem tot Epstein’s Shadow: Ghislaine Maxwell, Ghislaine Maxwell: Filthy Rich en Ghislaine: Partner In Crime over haar.

Jimmy Savile: A British Horror Story

Netflix

Hij kan met gemak voor een dorpsgek worden versleten. En dat wordt hij ook: de bekendste dorpsgek van het hele land. Die tevens dienst doet als televisiepresentator, verslaggever, deejay, fondsenwerver en algehele mascotte. Jimmy Savile (1926-2011) is dan misschien een eigenaardige jongen, lijken ze in het Verenigd Koninkrijk te denken, maar het is wel ‘onze’ eigenaardige jongen. Hij wordt razendpopulair. Een volksheld pur sang, die geen kwaad lijkt te kunnen doen.

En dus kan het zomaar gebeuren dat Jimmy, met die boerse kop, tamelijk oenige glimlach en uitzinnige blonde haardos, tijdens zijn carrière van ruim een halve eeuw aan de zijde belandt van grootheden zoals premier Margaret Thatcher, de paus en Lady Di (en tevens een penvriend wordt van haar echtgenoot Charles). ‘Een man van het volk mag onder het volk zijn’, zoals televisiecriticus Mark Lawson het uitdrukt in de tweedelige docu Jimmy Savile: A British Horror Story (170 min.) van Rowan Deacon. Hij laat even een stilte vallen. ‘Daardoor zijn er vreselijke dingen gebeurd.’

Want er zijn al die tijd ook geruchten. Over kleine meisjes. Die kunnen evenwel niet voorkomen dat Savile in 1990 wordt geridderd, de apotheose van het eerste deel van deze documentaire. Daarin is te zien hoe hij met televisieprogramma’s zoals Jimmy’ll Fix It – waarin hij, werkelijk waar!, kinderwensen vervult – en breed uitgemeten vrijwilligerswerk en liefdadigheidsacties uitgroeit tot een publieksfavoriet. Als je al die elementen, met de wijsheid van nu, opnieuw bekijkt, is het vrijwel onmogelijk om níet te zien wat hij ondertussen achter de schermen uitvreet.

Hij maakt er zelf ook gedurig grappen over. Wat voor avonturen heb je beleefd? vraagt een verslaggever hem bijvoorbeeld als hij in de jaren zeventig, voor de camera natuurlijk, een week gaat joggen voor een goed doel. ‘Zoveel avonturen dat mijn zaak donderdag voorkomt in meerdere regio’s’, antwoordt Jimmy Savile. ‘We vertrekken meestal vrij snel als we ergens hebben geslapen. Wanneer alle vriendjes, broers en vader je komen zoeken met geweren, vinden ze alleen een dieselwolk en een oliedruppel.’ Hij kan zulke dingen zeggen, zonder dat iemand er iets van denkt. Enkele gesprekspartners van toen kunnen het nu nauwelijks aanzien.

In het tweede deel van de docu wordt de pleister echt van de collectieve wonde getrokken en komt de volle omvang van het leed dat deze onverbeterlijke kindermisbruiker heeft veroorzaakt in beeld. En ook dan wordt weer pijnlijk duidelijk dat hij er zelf eigenlijk nooit een geheim van heeft gemaakt. ‘Soms help ik de jongens’, vertelt Savile bijvoorbeeld over zijn vrijwilligerswerk in een ziekenhuis te Leeds. ‘En soms, als niemand kijkt, help ik de meiden. We stoeien gewoon wat en ik maak me verdienstelijk als er een patiënt is die mijn specialiteit nodig heeft.’ De verslaggever kan er wel om lachen.

Dat schaapachtige gelach, in alle soorten en maten, is zo mogelijk bijna nog schrijnender dan het misbruik zelf. De sociaal handige Jimmy is alles en iedereen steeds te slim af. Dat is ook de portee van deze geladen productie die zich in tegenstelling tot de meeste seksueel misbruik- of #metoo-documentaires niet op de slachtofferverhalen richt – slechts één misbruikt kind komt aan het woord, tegen het einde van het tweeluik – maar op de manier waarop de pedofiel Savile al die jaren ongestoord zijn gang kan gaan. Niet door een groot complot, zo lijkt het, maar omdat hij nu eenmaal Jimmy is. Een eigenaardige jongen die nooit kwaad in de zin lijkt te hebben.

Johnny Par Johnny

Netflix

Johnny Hallyday? Een nep-Elvis, de Franse evenknie van Rob de Nijs, een halfbakken Jean-Paul Belmondo. Zoiets. Niet geïnteresseerd. En dan start de vijfdelige docuserie Johnny Par Johnny (172 min.), een portret van de Franse zanger/acteur. ‘Was er ooit een dag dat je trots op jezelf was?’ wil een interviewer, te midden van een flashy montage van hoogtepunten uit ‘s mans lange loopbaan, weten in de openingsscène. ‘Weet ik niet. Nooit over nagedacht.’

De interviewer vraagt door: ‘Een dag waarop je van jezelf walgde?’ Johnny Hallyday (1943-2017) denkt even na terwijl zijn gesprekspartner hem een ontboezeming probeert te ontlokken. ‘Ja’, zegt hij te langen leste, ogenschijnlijk schuldbewust. ‘Daar baal je vast van’, houdt de interviewer aan. ‘Nee’, antwoordt Hallyday ferm. Hij laat vervolgens zijn tanden zien. Een glimlach. Soort van. En dan is het zover: ook de niet Hallyday-fan is helemaal verkocht.

Nog bijna drie uur te gaan. Van dat ongenaakbare gelaat. De onmiskenbare oerkracht daarachter. En, niet te vergeten, als spiegel van een getormenteerde ziel: die ogen. Helblauw. Hard. Dodelijk, als het moet. In deze serie snijden de makers Alexandre Danchin en Jonathan Gallaud interviewfragmenten uit allerlei tijdsgewrichten dwars door elkaar heen. Zoveel verschillende incarnaties van Johnny. Elke keer nét anders. En toch precies hetzelfde. Onweerstaanbaar.

James Dean, Herman Brood, Elvis in Vegas, Mad Max en Johnny Cash ineen. Een onverbeterlijke meidengek, drinkebroer, cokesnuiver, brokkenpiloot, tabloidster, potsenmaker, has-been, rijpe man, pseudo-Hells Angel en megalomane rockster. In een groter dan grootst leven kreeg hij, tussen alle optredens, affaires en drinkgelagen door, ook nog te maken met belastingontduiking, een zelfmoordpoging, Russische roulette, een auto-ongeluk en een mislukte Amerikaanse droom.

Alle hoogte- en dieptepunten hebben hun plek gevonden binnen een hallucinante, bombastische en opwindende vertelling, ingekaderd met off screen-quotes van mensen die de man achter de ster hebben leren kennen. Het turbulente leven van Jean-Philippe Smet, alias Johnny Hallyday, dat doortrokken lijkt te zijn geweest van pure doodsverachting of -drift – tis maar hoe je ernaar kijkt – en dat hier met ontzettend veel bravoure wordt opgediend.

Epstein’s Shadow: Ghislaine Maxwell

Viaplay

Wie staat er op de foto met Donald Trump, Mick Jagger, Elon Musk, Naomi Campbell, Bill Clinton, Paris Hilton, Rupert Murdoch, Michael Caine en de Britse koningin Elizabeth? Nee, geen regeringsleider, filmster of topsporter. Ghislaine Maxwell, een Britse socialite die floreerde op recepties, premières en cocktailparty’s en bovendien zou hebben gefungeerd als postiljon d’amour voor Jeffrey Epstein.

Dat klinkt een stuk mooier dan het was. Ghislaine Maxwell faciliteerde ‘s mans misbruik. Als vrouw legde zij de rode loper uit voor talloze minderjarige meisjes, waaraan Epstein en zijn trawanten, onder wie naar verluidt de Britse prins Andrew, zich dan konden vergrijpen. Volgens schrijfster Anna Pasternak, die haar leerde kennen op de universiteit van Oxford, is Maxwell daarom misschien nog wel meer schuldig dan Epstein. ‘Zij heeft haar geslacht verraden.’

In de driedelige serie Epstein’s Shadow: Ghislaine Maxwell (161 min.), die volgt op diverse docuseries over Epstein zelf en zijn met complotten omgeven dood in de gevangenis, verdiept Barbara Shearer zich in deze omstreden vrouw. Het roofdier Jeffrey Epstein was, opnieuw volgens de uitgesproken Pasternak, eigenlijk een soort nieuwe versie van haar bullebak van een vader, de tamelijk louche mediamagnaat Robert Maxwell. Net als Epstein zou hij op mysterieuze wijze om het leven komen.

Met veel verschillende ‘talking heads’ uit Maxwells periferie, waaronder ook huisvriend Christopher Mason en Ghislaines voormalige vriendin Lady Victoria Hervey, probeert Shearer vat te krijgen op haar omstreden hoofdpersonage, dat vanzelfsprekend zelf geen medewerking heeft verleend aan de serie. De stelligheid waarmee secundaire bronnen zoals Anna Pasternak, die in de afgelopen jaren nauwelijks directe toegang lijken te hebben gehad tot Maxwell, haar gedrag duiden wekt enige verbazing. Naar wat Ghislaine echt beweegt is het ook voor hen gissen.

Als psychologisch portret laat de serie dus nogal wat te wensen over. De meerwaarde zit hem met name in het perspectief: de getuigenverklaringen van slachtoffers, want die ontbreken natuurlijk ook niet in Epstein’s Shadow, richten zich vooral op de rol van Ghislaine Maxwell als de vrouw die het grootschalige seksueel misbruik mogelijk maakte. Of ze dat louter als rechterhand van Jeffrey Epstein deed of daar zelf ook een pervers genoegen aan beleefde blijft daarbij de vraag.

Zoals ook boven de markt blijft hangen wie er verder nu precies betrokken waren bij de verdorven escapades van het tweetal en of die, zoals complotdenkers beweren, doelbewust in de doofpot zijn gestopt. En was Ghislaine Maxwell, net als haar vader, stiekem in dienst van de Israëlische geheime dienst? Vragen te over in deze wat gemakkelijke miniserie. De antwoorden laten alleen op zich wachten – en zijn ook niet allemaal beantwoord tijdens de rechtszaak tegen haar die onlangs werd afgerond.