The Super Models

Apple TV+

In eerste instantie is er twijfel. Gaan ze dit werkelijk doen? De vier bevriende topmodellen, uitgegroeid tot het gezicht van hun generatie, moeten er even over nadenken. George Michael heeft hen gevraagd voor een videoclip. De Britse zanger stelt alleen wel een voorwaarde: het is allemaal of niet. Uiteindelijk besluiten ze gezamenlijk om ‘ja’ te zeggen.

Met hun playback-performance in de video voor Freedom! (1990), geregisseerd door David Fincher, stijgen Naomi CampbellCindy CrawfordLinda Evangelista en Christy Turlington nog eens boven zichzelf uit. Modeontwerper Gianni Versace herkent het moment en laat hen vervolgens tijdens zijn show in Milaan samen over de catwalk paraderen, begeleid door Michaels hitsingle. Het wordt een doorslaand succes. ‘Oké, dus zo is ‘t is om een supermodel te zijn’, concludeert Cindy Crawford.

Roger Ross Williams en Larissa Bills hebben het sleutelmoment in hun carrière precies halverwege de vierdelige docuserie The Super Models (214 min.) geplaatst. Van tevoren hebben de vier iconen hun tamelijk rimpelloze weg naar de top geschetst. Daarna volgen de gloriejaren, waarin ze uitgroeien tot een soort Beatles van de modellenwereld. ‘Voor minder dan tienduizend dollar kom ik mijn bed niet uit’, zal Linda Evangelista dan zeggen – een geruchtmakende uitspraak die ze al snel betreurt.

Toonaangevende modeontwerpers Marc Jacobs, Vivienne Westwood, John Galliano, Donna Karan en Michael Kors, die hier stuk voor stuk de loftrompet over hen steken, komen in de schaduw te staan van de vrouwen die hun collectie presenteren. Zij zorgen voor de bravoure en aandacht. Totdat die glamour zich tegen hen gaat keren. Met de opkomst van grunge en hiphop – en de moord op hun pleitbezorger Versace – komt het supermodellentijdperk halverwege de jaren negentig ten einde.

De laatste aflevering plaatst Naomi, Cindy, Linda en Christy in het hier en nu. Ze zijn inmiddels stuk voor stuk de vijftig gepasseerd, laven zich aan het moederschap en koesteren hun zegeningen en/of likken hun wonden. ‘Ik ben een gewoon mens’, zegt Crawford. ‘En het is mijn baan om ‘Cindy Crawford’ te zijn.’ Behalve roem, status en geld heeft het leven in de spotlights, waarbij de camera soms een loden last werd, hen ook voor uitdagingen gesteld: vooroordelen, kritiek en verslavingen.

Het drama zit met name bij Linda Evangelista. Zij moest zich eerst bevrijden uit haar toxische relatie met de Franse modellenagent Gérald Marie (die onlangs opnieuw in opspraak kwam door allerlei #metoo-beschuldigingen, vervat in de documentaireserie Scouting For Girls: Fashion’s Darkest Secret), kampte daarna met allerlei lichamelijke ongemakken en was ook een hele tijd depressief. Jarenlang is ze uit de buurt gebleven van de camera’s, die ooit zielsveel van haar hielden.

Voor deze aansprekende miniserie is het voormalige Canadese topmodel, dat zich erg kwetsbaar opstelt, echter bereid om samen met haar vriendinnen nog eens voor de camera van fotograaf Steven Meisel te poseren. Het is de vanzelfsprekende apotheose van dit groepsportret, van enkele vrouwen die letterlijk beeldbepalend zijn geweest. En het is al even onvermijdelijk dat dan ook die ene hit van wijlen George Michael weer klinkt: Freedom!

Scouting For Girls: Fashion’s Darkest Secret

SkyShowtime

De cliëntenlijst is imposant: van Cindy Crawford en Naomi Campbell tot Stephanie Seymour en Linda Evangelista. Stuk voor stuk hebben ze onder contract gestaan bij het Elite Model Agency dat halverwege de jaren tachtig een gat in de markt ontdekt: met de juiste begeleiding kunnen van fotomodellen zomaar supersterren worden gemaakt. Natuurlijk zit er ook een schaduwzijde aan het lumineuze idee: héél mooie en héél jonge meisjes, kinderen nog, komen moederziel alleen in New York terecht en worden daar volledig afhankelijk van wereldwijze modelscouts. ‘We werden klaargestoomd’, vertelt voormalig topmodel Carré Otis, die ook nog een bescheiden filmcarrière zou hebben en enige tijd was getrouwd met acteur Mickey Rourke. ‘We werden geconditioneerd. In het volle zicht. Het gebeurde niet stiekem. Het was overduidelijk.’

Een trip naar Europa fungeert daarbij als lakmoestest voor de minderjarige meisjes, vertelt de Amerikaanse schrijver en journalist Michael Gross, die uitgebreid sprak met Elite’s topman John Casablancas (1942-2013) en andere kopstukken van de modellenindustrie. Hij schreef er het boek Model: The Ugly Business Of Beautiful Women (1995) over. De Elite-meisjes worden in Parijs overgeleverd aan een Europese vertegenwoordiger, Gérald Marie, die volgens Gross ‘geen greintje fatsoen’ heeft. Carré Otis ontdekt al snel ‘s mans cocaïne én Maries totale gebrek aan moraal, vertelt ze in de eerste aflevering van de ontluisterende driedelige serie Scouting For Girls: Fashion’s Darkest Secret (139 min.). Als zijn vriendin, het Canadese supermodel Linda Evangelista, even uit de buurt is, zoekt Gérald Marie direct seksuele toenadering tot Otis – ongeacht wat zij daar als tiener, in een vreemd land en een nóg vreemdere wereld, zelf van vindt.

‘Ik zou nooit zover gaan om tegen een meisje te zeggen: je moet met me naar bed om op de cover te komen’, stelt Marie, die via zijn advocaat alle beschuldigingen ver van zich werpt, nochtans tijdens een interview met Michael Gross. Audio-opnames van deze gesprekken komen regelmatig terug in deze miniserie van de Britse onderzoeksjournalist Lucy Osborne, die eerder over Marie publiceerde in The Guardian. Helder is dat de piepjonge modellen, vaak nog zonder enige seksuele ervaring, ook worden ingezet om Elite’s feestjes op te luisteren, waar ze zich veel oudere kerels van het lijf moeten zien te houden – ook als ze allang zijn teruggekeerd naar hun hotelkamer. Volgens oud-medewerker Omar Harfouch heeft Gérald Marie daarvoor tevens een ‘praktische reden’: maagden zijn volgens hem niet fotogeniek. ‘Dus kort na hun aankomst moeten ze koste wat het kost ontmaagd worden.’

Als het niet zo bruut en banaal was – en zo nadrukkelijk doet denken aan de #metoo-affaires rond de seksuele roofdieren Jeffrey Epstein en Harvey Weinstein – zou het lachwekkend zijn. Een meisje van veertien of vijftien dat volledig is overgeleverd aan de gunsten van de perverseling Gérald Marie, die er volgens Harfouch zelfs een afvinklijst van maagden op nahoudt, of zijn concurrent Jean-Luc Bunuel van Karin Models, die zich al even bedenkelijk gedraagt, zou echter kunnen denken dat dit de normale gang van zaken is binnen de business. En daar houdt iedereen z’n mond. Zelfs een geruchtmakende uitzending van het televisieprogramma 60 Minutes kan daarin geen verandering brengen. ‘Er heerst een zwijgcultuur in de industrie’, vertelt Marie P. Anderson, die van 1986 tot 1989 als modellenagent werkt bij Elite en dan tevergeefs de noodklok luidt. ‘Want de meeste mensen leven in angst. De industrie heeft me uitgespuugd omdat ik me heb uitgesproken.’

Zo’n veertig jaar later hebben de voormalige topmodellen Carré Otis, Shawna Lee, Jill Dodd en Marianne Shine, publiekelijk ondersteund door Linda Evangelista, alsnog juridische stappen gezet tegen de mannen die zich aan hen vergrepen, Jean-Luc Brunel en Gérald Marie. Zij hebben al die jaren, ondanks enkele publicitaire oprispingen, ongestoord hun gang kunnen gaan. En nu is het nog maar de vraag of hun daden niet zijn verjaard. De woede en het verdriet daarover, gekanaliseerd in de slotaflevering van deze goed gedocumenteerde docuserie, zijn in elk geval beslist nog niet geweken en ook gemakkelijk invoelbaar. Zeker als duidelijk wordt dat modellenbureaus als Elite en Karin ook meisjes hebben geleverd aan een man van wie inmiddels bekend is dat hij een onverzadigbare behoefte had aan minderjarige meisjes. Zo bezien is de wereld, althans het deel ervan dat ‘jeugdige godinnen’ als niet meer dan bijzonder smakelijke handelswaar ziet, toch weer kleiner dan menigeen denkt en vreest.

Extra Handen

Omroep Max

Extra Handen (53 min.) zijn er nodig in de ouderenzorg. De helft van het nieuwe personeel valt binnen twee jaar weer uit, stelt Loes Luca, de verteller van deze fijne tv-film. In Rotterdam is daarom een project gestart om mensen, die al een tijdje in een uitkering zitten en in hun persoonlijk leven ervaring hebben met het zorgen voor een ander, klaar te stomen voor een baan in de zorg. Zes maanden lang krijgen ze één dag per week les en gaan ze twee dagen stage lopen.

Documentairemaker Joost van der Wiel volgt vier van deze aspirant-verzorgenden terwijl ze hun weg zoeken binnen de ouderenzorg en dat werk proberen te combineren met hun privéleven. Ieder heeft daarbij zijn eigen uitdagingen. De Marokkaans-Nederlandse Iman Tahtah (43), moeder van twee dochters, voelt zich bijvoorbeeld als een vis in het water tijdens het contact met de cliënten, maar heeft soms moeite met hoe collega’s invulling geven aan dat werk.

Bibiche Lompole (38), een uit Congo afkomstige moeder van drie kinderen, heeft vooral stress voor en na de werkdag. Hoe zorgt ze er bijvoorbeeld voor dat haar pubers op tijd op school zijn en zij op haar stage? Ilidia ‘Linda’ Tavares (53) is betrokken geraakt bij het Toeslagenschandaal en verloor door Corona bovendien haar baan in de horeca, waarvoor ze soms meerdere diensten op een dag draaide. Haar voornaamste uitdaging in de zorg is nu het bewaken van haar eigen grenzen.

Alleenstaande Marco Hogenboom (56) tenslotte heeft zich jarenlang om zijn vader bekommerd en zorgt nu samen met andere familieleden voor zijn moeder. Hij is een man van twaalf ambachten en dertien ongelukken. Houdt Marco ‘t in de zorg wél vol? Via deze vier personages, die worden geobserveerd tijdens hun werk- en studieactiviteiten, volgt Van der Wiel het dagelijks leven in een ouderenzorginstelling en het project dat een nieuwe impuls aan de bemensing daarvan moet geven.

Of dat daadwerkelijk kan bijdragen aan het op peil brengen en houden van het aantal handen aan het bed valt op basis van Extra Handen niet vast te stellen. Duidelijk is wel dat het mensen met het hart op de goede plek een tweede kans kan bieden op een functie binnen de zorg – al blijkt die ook weer niet voor iedereen weggelegd.

The Stones & Brian Jones

Cherry Pickers

Toen het songschrijversduo Jagger/Richards zich begon te manifesteren, stopten The Rolling Stones langzaam maar zeker met het spelen van covers en verdween Brian Jones, tot dan toe de leider en het muzikale geweten van de Britse groep, stilaan naar de achtergrond. Totdat hij in 1969, overbodig en gefrustreerd, op de ultieme rock & roll-leeftijd van 27 in zijn eigen zwembad verdronk en The Stones definitief de band werden van zanger Mick Jagger en gitarist Keith Richards, de mannen die inmiddels klassiekers zoals (I Can’t Get No) Satisfaction, Jumpin’ Jack Flash en Sympathy For The Devil op hun naam hadden staan.

Hoewel hij als multi-instrumentalist essentieel was voor de initiële sound van de band – probeer Little Red Rooster (slidegitaar), Paint It, Black (sitar), Ruby Tuesday (fluit), Lady Jane (dulcimer) of Under My Thumb (marimba) bijvoorbeeld maar eens voor te stellen zónder zijn muzikale bijdrage – ging Brian Jones toch vooral de geschiedenis in als ‘De overleden Stone’, de man die ten onder ging aan een fatale combinatie van roem, drugs en de swingin’ sixties. Een voetnoot hooguit, goed voor het nodige drama in de beginhoofdstukken, in het verhaal van ‘the greatest rock & roll band in the world’. Het is alsof hij dat bij leven en welzijn al begon te vermoeden. Terwijl Jones, bijvoorbeeld tijdens dat legendarische concert in het Scheveningse Kurhaus dat in 1964 he-le-maal uit de hand liep, nog centraal op het podium stond en Mick, jaloers op Brians aantrekkingskracht op vrouwen, en Keith, die ‘s mans muzikale capaciteiten bewonderde, simpelweg als zijn secondanten oogden.

De befaamde Britse documentairemaker Nick Broomfield (Aileen Wuornos: The Selling Of A Serial Killer, His Big White Self en Tales Of The Grim Sleeper) maakte als veertienjarige jongen een treinreis en ontmoette daarbij een opmerkelijk open en vriendelijke Brian Jones, die een overtuigde treinspotter bleek en zijn favoriete traject, The Great Western, nog maar eens had opgezocht. Ruim zestig jaar later richt Broomfield zich in The Stones & Brian Jones (92 min.) volledig op de man die toen nog het middelpunt was van één van de belangrijkste rockgroepen van de wereld. Zoals er in de voorbije jaren ook films zijn gemaakt over gitarist Ronnie Wood (Somebody Up There Likes Me) en oud-bassist Bill Wyman (The Quiet One). In de vierdelige serie My Life As A Rolling Stone ging de aandacht onlangs bovendien niet alleen uit naar Mick en Keith, maar waren er ook aparte afleveringen over één van Brians opvolgers, Ronnie Wood, en de inmiddels overleden drummer Charlie Watts.

Met fraai archiefmateriaal en de mensen die ertoe deden in zijn leven (waarbij Bill Wyman, die als ‘historisch adviseur’ aan deze documentaire is verbonden, zich opwerpt als enthousiast pleitbezorger) schetst deze film een intiem portret van de getormenteerde man en muzikant Brian Jones. Nadat hij door zijn ouders was buitengetrapt – een beslissing die vader Lewis, getuige een emotionele brief aan zijn zoon, z’n hele leven dwarszat – trok Jones in bij zijn toenmalige vriendin Pat Andrews en hun zoontje Julian Mark. ‘Dit werd een patroon in Brians gedrag’, stelt Broomfield in één van zijn uit duizenden herkenbare voice-overs. ‘Een andere familie omarmen, de dochter bezwangeren en dan ertussen uitknijpen. Dat zou zeker vijf keer gebeuren.’ Al die vriendinnen leken in zekere zin ook op hem. ‘Hij had een hekel aan zichzelf’, vertelt de Franse zangeres/actrice Zouzou, één van de vele exen, waaronder ook Marianne Faithfull en Anita Pallenberg, die aan het woord komen in dit portret. ‘Tegelijkertijd wilde hij vrouwen die op hem leken.’

Dat was Brian Jones ten voeten uit: onuitstaanbaar en toch onweerstaanbaar. Purist, (zelf)twijfelaar én enigma. Een kluis die met deze definitieve (?) biografie alsnog een heel eind wordt gekraakt – al is het de vraag of ie ooit helemaal kan worden geopend.

Queen Of Meth

Discovery+

‘Ik heb er absoluut geen spijt van’, zegt Tom Arnold over het feit dat hij de begrafenis van hun moeder Linda niet heeft bijgewoond.

‘Dat zou wel moeten’, vindt zijn zus Lori.

‘Ze was geen moeder.’

‘Nee, dat niet’, beaamt Lori.

‘Heb jij Josh ooit drugs of alcohol gegeven?’ vraagt Tom even later.

‘Dat zou ik nooit doen’, antwoordt Lori beslist.

‘Waarom niet?’

‘Omdat hij mijn zoon is.’

‘Precies. Zoiets doet een moeder niet.’

‘Ze heeft fouten gemaakt’ erkent Lori.

Tom reageert woedend: ‘Ze heeft je leven verpest.’

Zo bekvechten broer en zus nog even door bij het graf van hun moeder Linda. Tom, die later een bekende komiek/acteur is geworden en ook nog enige roem verwierf als (ex-)echtgenoot van Roseanne Barr, kan niet geloven dat Lori zo laconiek terugkijkt op haar jeugd: Linda liet haar op veertienjarige leeftijd trouwen met een man van 23 met een ongezonde voorkeur voor (te) jonge meisjes. Later kon Lori, aan de zijde van de leider van de motorclub The Grim Reapers, haar tweede echtgenoot Floyd Stockdall, bovendien uitgroeien tot de Queen Of Meth (141 min.).

Lori Arnold zou in de jaren tachtig zo’n tweehonderdduizend dollar per week hebben verdiend met de handel in zelf geproduceerde methamfetamine, die vanuit hun eigen bikerbar The Wild Side in Ottumwa werd verkocht. En daar hebben Lori, haar broers Tom en Scott, vriendinnen en allerlei figuren uit haar ‘white trash’-milieu in Iowa, in deze driedelige serie van Julian P. Hobbs nog genoeg sterke verhalen over te vertellen. Tot erg veel zelfreflectie of berouw komt het overigens niet. Ook niet over de gevolgen van hun gedrag als de Amerikaanse Drug Enforcement Agency binnenvalt, een einde maakt aan de lucratieve handel en ‘Tom Arnolds zus’ de cel instuurt.

Queen Of Meth graaft niet al te diep en is vooral geslaagd als sfeertekening van een gemeenschap, waar meth in de afgelopen decennia flink heeft huisgehouden. Hoewel Lori zegt dat ze niet trots is op haar eigen rol daarin – en de gevolgen van haar handelen voor met name haar zoon Josh betreurt – ontleent ze er op bijna pensioengerechtigde leeftijd ook nog altijd een zekere status aan. Ze dist bijvoorbeeld met zichtbaar plezier allerlei verhalen en anekdotes op, die met allerhande archiefmateriaal, gelikte reconstructiebeelden en stoere rockmuziek zijn geïllustreerd en samen best een vermakelijk geheel vormen.

Billie

‘Ik wil weten waarom alle zangeressen op een gegeven moment kapotgaan’, zegt de befaamde crooner Tony Bennett tegen Billie Holiday’s biograaf Linda Lipnack Kuehl. ‘Zodra ze de top bereiken, gebeurt er iets tragisch. Ik wil weten hoe dat komt.’ Voordat ze haar allesomvattende boek kon uitbrengen over de Amerikaanse jazzlegende, die in 1959 op slechts 44-jarige leeftijd overleed, was de journaliste zelf dood. Lipnack Kuehl, een vertegenwoordiger van de witte middenklasse die ogenschijnlijk niets gemeen had met haar protagonist, stierf op 38-jarige leeftijd in 1978.

De audiocassettes van de gesprekken die de biografe over Holiday voerde met mensen als John Hammond, Bennie Goodman en Count Basie en delen van haar onuitgebrachte manuscript, vormen nu het fundament onder Billie (98 min.) van regisseur James Erskine. Een gloedvol portret van de getormenteerde ‘zwarte zangeres’, die carrière moest zien te maken in een volledig gesegregeerde Verenigde Staten. Soms mocht Holiday niet eens gebruik maken van het toilet in de tent die ze dezelfde avond helemaal in vervoering zou zingen. En terwijl haar witte bandleden na een drukke dag uit mochten rusten in een hotelkamer, probeerde zij de slaap te vatten in de groepsbus of een geparkeerde auto.

Billie Holiday (echte naam: Eleonara Fagan) zou haar grootste hit, de wrange protestsong Strange Fruit, wijden aan dat continue onrecht. Daarmee werd ze een icoon van haar tijd én een geliefd doelwit voor gezagsdragers, die een zwarte vrouw zoals zij maar al te graag een toontje lager lieten zingen. Nu gaf ze die lieden ook wel alle gelegenheid om haar te attaqueren met ongebreideld drugsgebruik, een voorliefde voor foute mannen en promiscuïteit. Holiday zong zoals ze was, zou de enigszins gemakzuchtige conclusie kunnen luiden. Maar waarom wás ze dan zo? Erskine slaagt in dit ge(s)laagde portret, via de interviews die Linda Lipnack Kuehl afnam en slim gebruik van fraaie archiefbeelden, om een geloofwaardig antwoord te formuleren. En tussen de bedrijven door wordt ook die gestorven biograaf niet over het hoofd gezien.

‘Waarom lijkt het alsof zoveel jazzgrootheden al op jonge leeftijd overlijden?’ wilde een interviewer eens weten van Billie Holiday. Die antwoordde: ‘Ik kan die vraag alleen beantwoorden met: we proberen honderd dagen in één dag te leven.’ Zo bezien is ze toch nog behoorlijk oud geworden.

Zie Je Me? Hoor Je Me?

Human

‘Karin ziet jou. En jij ziet Karin’, introduceert één van de zorgverleners van Het Hendrickszhuys de nieuwe Skypekar.

‘Ik snap het niet’, antwoordt een oudere mevrouw, die wordt opgevangen in het Amsterdamse verpleeghuis.

‘Maar vind je het wel leuk?’

‘Eigenlijk niet ‘

‘Maar kijk nou, wat een lieve dochter!’

‘Mama, wat fijn om je te zien’, antwoordt die vanaf het beeldscherm.

‘Kom je straks hier?’ vraagt haar moeder streng.

‘Ja, dat zou ik heel graag willen, maar ik mag nog even de deur niet uit door dat stomme virus.’

‘Welk virus?’ reageert moeder verbaasd. ‘Ik weet van geen virus.’

COVID-19 legt natuurlijk ook documentairemakers allerlei restricties op. In de beperking toont zich evenwel de meester. En dus levert de pandemie ook nieuwe initiatieven en inventieve ideeën op. Die Skypekar is daarvan een geweldig voorbeeld. Daarmee kan Het Hendrickszhuys communiceren met de buitenwereld. En daarvan kan Anne-Marieke Graafmans dan weer een aangrijpende documentaire maken: Zie Je Me? Hoor Je Me? (50 min.).

‘Oh, wat een hel dit, jongen!, verzucht één van de zorgverleners bijvoorbeeld als het virus ook in huis toeslaat. ‘Echt afschuwelijk! Maar goed, we motten nog effe door, hè?’ Het tekent de mentaliteit in het Hendrickszhuys: compassie en onverschrokkenheid.

Ook bij locatiemanager Linda Fokke, die vanwege een niertransplantatie tot de risicogroep behoort en dus noodgedwongen aan huis is gekluisterd. Zo goed en zo kwaad als dat gaat probeert ‘baasie’ haar medewerkers van daaruit bij te staan en al beeldbellend normaal werkoverleg te houden. Als dank krijgt ze soms een virtuele knuffel.

Zie Je Me? Hoor Je Me? laat zo de beste kant zien van (particuliere) ouderenzorg in Nederland. Al maken de omstandigheden het lang niet altijd gemakkelijk om de moed erin te houden. ‘Ik woon hier heel raar’, zegt mevrouw Toorenaar bijvoorbeeld treffend tegen haar familieleden. ‘Aan die kant is dood’, wijst ze naar haar ene buur. Over de andere: ‘En die kant is jarig.’

De lach en de traan zijn altijd maar enkele ogenblikken weg in deze hartveroverende film, die de gevolgen van het Coronavirus voor de kwetsbaarste groep Nederlanders en hun directe omgeving blootlegt.

Zie Je Me? Hoor Je Me? is hier te bekijken.

Linda Ronstadt – The Sound Of My Voice

NTR

Ze is een geboren performer, met een geweldig stembereik. Hoewel Linda Ronstadt zelf geen liedjes schrijft, heeft de Amerikaanse zangeres een geheel eigen signatuur. Tenminste, dat zeggen mensen die het kunnen weten in Linda Ronstadt – The Sound Of My Voice (91 min.). Ze luisteren naar namen als Dolly Parton, Bonnie Raitt, Ry Cooder, Don Henley, Jackson Browne, JD Souther, Aaron Neville en Emmylou Harris en bivakkeerden stuk voor stuk naast Ronstadt terwijl die op het podium of in de studio de sterren van de hemel stond te zingen.

Deze tamelijk routinematige popbio van Rob Epstein en Jeffrey Friedman laat ook nog popprofessionals aan het woord die jarenlang een boterham aan Ronstadt hebben verdiend, zoals platenbaas David Geffen, popjournalist Robert Hilburn en producer John Boylan. Stuk voor stuk lichten ze een tipje van de sluier op van de zeer wendbare zangeres Linda Ronstadt, die met name in de jaren zeventig en tachtig immens succesvol was en tegenwoordig in de luwte leeft.

De vrouw zelf heeft slechts weinig woorden nodig en laat, in steeds wisselende gedaanten en stijlen, horen wat ze zoal in haar mars heeft – waarbij hits als You’re No Good, It’s So Easy en Don’t Know Much (met Aaron Neville) natuurlijk niet (mogen) ontbreken. Het interessantst wordt dit portret als Ronstadt op latere leeftijd echt een eigen koers begint te varen en daarbij ook onverwachte afslagen, richting operette en traditionele Mexicaanse muziek bijvoorbeeld, besluit te nemen. Zo bouwt ze niet alleen een succesvolle, maar uiteindelijk ook een eigenzinnige loopbaan op, die hier nauwgezet en met veel aandacht voor de muziek wordt doorgenomen.

Laurel Canyon: A Place In Time

In Laurel Canyon, een idyllisch deel van Los Angeles, hing magie in de lucht: de geest van de sixties waarde er rond en bracht zijn meest verlichte vertegenwoordigers mee. Ze vormden bands als The Byrds, Love, The Mamas & The Papas, Buffalo Springfield en The Doors. En de fotografen Henry Diltz en Nurit Wilde, de laissez-faire vertellers van dat historische verhaal, keken hun ogen uit en legden voor het nageslacht vast wat zij mochten zien.

Dit babyboomer-tweeluik van Alison Ellwood kijkt ook over de Love & Peace-schutting: de vallei vormde immers niet alleen een toevluchtsoord voor musicerende hippies. Ook Frank Zappa, The Monkees en Alice Cooper hielden er huis. Zodat het er niet te serieus en zoetsappig aan toe zou gaan in Laurel Canyon: A Place In Time (156 min.). En anders kwam Sadie Mae Glutz, één van de vooraanstaande leden van The Manson Family, wel even langs, met haar vriendje Bobby Beausoleil.

Niet veel later zouden deze twee betrokken raken bij de gruwelijke Tate- en LaBianca-moorden, die een rassenoorlog hadden moeten ontketenen. Ideetje van hun leider, de gesjeesde muzikant Charles Manson. Helter Skelter, juist. De oorlog in Vietnam en een volledig uit de hand gelopen concert van The Rolling Stones bij de Altamont-racebaan, waarbij de als beveiligers ingehuurde Hells Angels een zwarte concertganger doodden, zouden de geest van de vrijgevochten jaren zestig, perfect vervat in het nummer Woodstock van Joni Mitchell, vervolgens weer helemaal in de fles doen verdwijnen.

In Laurel Canyon, zo laat het tweede deel van deze verzorgde en ook wat brave documentaire zien, vond er intussen een wisseling van de wacht plaats, waarbij seventieshelden als Jackson Browne, The Flying Burrito Brothers, Bonnie Raitt, The Eagles en Linda Ronstadt het nieuwe decennium een countryfeel meegaven en zo een eigen hoofdstuk toevoegden aan de muziekgeschiedenis van dit glorieuze deel van de ‘City Of Angels’. Wat de rol van Laurel Canyon daarin was – en of de plek überhaupt echt een rol speelde – blijft daarbij een beetje ongewis.

Ellwood verweeft al die verhalen, off screen geduid door de direct betrokkenen, overigens soepeltjes met elkaar en geeft de bijbehorende muziek behoorlijk wat ruimte. Al lijkt haar selectie ook tamelijk willekeurig en zijn de meeste van die zo-maakten-wij-belangwekkende-muziek verhalen al eerder verteld. Een halve eeuw later lijkt het alsof de trip nostalgia naar de helden van Laurel Canyon nu wel vaak genoeg is gemaakt, dat déze tijdgeest even niet meer per se hoeft te worden opgeroepen. Oké, boomer?

Inside Deep Throat

De gimmick is eigenlijk te lachwekkend om nog enige vorm van seksuele opwinding toe te laten: Linda Lovelace zou een clitoris in haar keel hebben. En er is maar één manier om die te stimuleren. Deep throat, juist. Waarbij zij dan óók een orgasme krijgt. Een smakelijke premisse, die het mannelijke publiek destijds natuurlijk héél goed uitkwam.

De Amerikaanse pornofilm, die op 12 juni 1972 in première ging, zou een enorm kassucces worden. Een B-productie die een habbekrats, slechts 25.000 dollar, had gekost en uiteindelijk jarenlang in de bioscoop zou draaien en meer dan zeshonderd miljoen opbracht. Intussen kwam er een serieuze discussie over de vrijheid van meningsuiting op gang (en werd Deep Throat tevens de schuilnaam van de mysterieuze klokkenluider in het Watergate-schandaal).

De lekker schmutzige documentaire Inside Deep Throat (85 min.), een titel die verwijst naar de infame Deep Inside-seksfilmserie, neemt de kijker mee naar de tijd dat pornografie nog werd gezien als een belangrijk onderdeel van de seksuele revolutie en een soort cultuuroorlog met vertegenwoordigers van Conservatief Amerika, zoals de moraalridder Charles Keating, op gang bracht.

De filmmakers Fenton Bailey en Randy Barbato reconstrueren het maakproces van de film (met sleutelfiguren als regisseur Gerard Damiano en acteur Harry Reems), laten erotische kopstukken als Hugh Hefner, Xaviera Hollander en Larry Flynt aan het woord over de bijbehorende industrie en schetsen met opiniemakers als Gore Vidal, Camille Paglia en Norman Mailer het maatschappelijke klimaat (dat bijvoorbeeld gestalte kreeg via de actie porNO).

Het geheel wordt in deze sappige docu uit 2005 opgediend met jofele archiefbeelden, kekke seventiesmuziek én acteur Dennis Hopper als verteller en krijgt nog een rauw randje als de veelbesproken seksfilm blijkt te zijn gefinancierd met maffiageld en de grote ster Linda Lovelace begint te beweren dat ze in werkelijkheid wordt verkracht als ze haar orale arbeid verricht voor de camera.

Missing Allen

Samen maakten ze zeven films. In 2001 zag de Duitse documentairemaker Christian Bauer zich echter genoodzaakt om een film te maken óver zijn Amerikaanse cameraman Allen Ross. Die was ruim vijf jaar eerder, eind 1995, plotseling van de aardbodem verdwenen.

Enkele jaren daarvoor had de zoeker Allen een mysterieuze nieuwe liefde opgedaan, ene Linda Greene (of Jennifer of Genevieve of…), en was hij van zijn geliefde geboortestad Chicago naar Oklahoma verhuisd. Van daaruit stuurde hij de Duitse regisseur ansichtkaarten met tot nadenken stemmende teksten als: ‘I seized the opportunity to seek answers for questions I had not been able to ask’. Of: ‘The masters will shut you up in a pen with others. Then it will be up to you to find a house to enter.’

Na Allens vertrek uit Chicago hadden ze nog een paar keer samen gedraaid, één keer zelfs met diens echtgenote erbij. Tijdens het filmen van een documentaire over de Mississippi-rivier in New Orleans had deze Linda erg opzichtig voor Allens camera gedanst, waarna haar echtgenoot, ogenschijnlijk gegeneerd, zich snel op andere activiteiten had geconcentreerd. Die gezamenlijke draaidag bleek achteraf de laatste keer dat Christian zijn vriend zou zien. Niet lang daarna was Ross weg. Voorgoed, zo leek het.

In Missing Allen (91 min.) probeert Christian Bauer, ondersteund door Allens tweelingbroer Brad, hoogbejaarde vader Laurids en vriendenkring, klaarheid te brengen in de raadselachtige verdwijningszaak. De film is gestructureerd als een zoektocht naar de waarheid. Naar wat er precies is gebeurd met Allen, maar zeker ook naar zijn enigmatische vrouw Linda, die ooit als verpleegster werkte in een hospice, maar liefst vijfmaal eerder getrouwd blijkt te zijn geweest en een eigen religieuze beweging, The Samaritan Foundation, schijnt te leiden.

In de documentaire schakelt Bauer soepel tussen zijn eigen herinneringen aan de cameraman Allen Ross, die daarmee opnieuw tot leven komt, en nieuwe ontwikkelingen in diens zaak, die hem steeds dieper het schaduwleven van zijn vermiste vriend insturen en tegelijkertijd langs enkele schokkende gebeurtenissen in het Amerika van de jaren negentig leiden. Het is een fascinerende tocht, niet voor niets diverse malen in de prijzen gevallen, die stelselmatig weigert om een hijgerige dertien-in-een-dozijn true crime-docu te worden.

Searching For Allen van NBC’s Dateline daarentegen is een typisch Amerikaanse crimestory. De aalgladde reportage uit 2005 geeft wel extra context bij Missing Allen en belicht bovendien wat er na het afronden van Christian Bauers documentaire nog duidelijk is geworden over het lot van Allen Ross. Te bekijken na de documentaire dus.

The Clinton Affair

A&E

Via het verleden kun je het heden begrijpen. Zo maakte de Oscar-winnende documentaireserie O.J.:Made In America enkele jaren geleden de historische context van de Black Lives Matter-beweging inzichtelijk. De zesdelige serie The Clinton Affair (300 min.), over de buitenechtelijke relatie die de Amerikaanse president Clinton halverwege de jaren negentig had met een Witte Huis-stagiaire, schildert al even overtuigend de voorgeschiedenis van het Trumpisme, #metoo en Russiagate.

Het is een klassieke scène geworden. Bill Clinton kijkt recht in de camera. ‘I did not have sexual relations with that woman’, klinkt het ferm. Hij neemt een korte pauze, alsof hij moeite moet doen om zich haar naam te herinneren, en dropt dan de naam die voor eeuwig aan hem verbonden zal blijven: ‘Miss Lewinsky’. Hij vervolgt: ‘I never told anybody to lie. Not a single time. Never! These allegations are false. And I need to go back to work for the American people.’

We weten allemaal hoe het verder zal lopen: Clinton moet toegeven dat hij er een geheel eigen definitie van een seksuele relatie op nahoudt en dat hij wel degelijk een verhouding heeft gehad met ‘that woman’. Het feit dat hij daarover heeft gelogen, en de suggestie dat hij ook Lewinsky zou hebben aangezet om te liegen, leidt tot een afzettingsprocedure. Van een impeachment van de populaire Democratische president zal het echter nooit komen.

Deze fascinerende serie van Blair Foster reconstrueert de seksuele en politieke affaire nauwgezet met enkele belangrijke spelers, zoals openbaar aanklager Ken Starr, Paula Jones (die Clinton eerder al beschuldigde van aanranding), de conservatieve literaire agent Lucianne Goldberg (die belastende telefoongesprekken van Lewinsky in de openbaarheid bracht) en – de grootste troef – Monica Lewinsky zelf. Een vrouw van halverwege veertig inmiddels, die openhartig en (zelf)kritisch terugkijkt op de kwestie die altijd aan haar zal blijven kleven.

In de aftiteling van The Clinton Affair schitteren twee namen vanzelfsprekend door afwezigheid: Bill en Hillary Clinton. Zij hebben niets te winnen bij het opnieuw oprakelen van een oud schandaal, dat volgens Hillary eerst en vooral ‘a vast right-wing conspiracy’ was. ‘Het probleem met het onderzoeken van de Clintons is dat ze zich gedragen alsof ze schuldig zijn’, stelt Solomon Wisenberg, een lid van Ken Starrs team dat het echtpaar destijds onder de loep nam. ‘Of ze nu schuldig zijn of niet.’

Ook Monica Lewinsky’s diabolische vertrouwelinge Linda Tripp ontbreekt helaas in de serie. Zij is het die Goldberg het geheim influistert van Lewinsky’s jurk, waarop een spermavlek van Clinton zou zitten. De literaire agent waarschuwt haar nog: ‘Je moet bereid zijn om haar te verliezen als vriendin.’ Tripp: ‘Dat besluit heb ik al genomen.’ Goldberg adviseert haar vervolgens om haar telefoontjes met Lewinsky op te nemen en speelt het verhaal daarna door aan een journalist van The Washington Post.

De opgenomen en uitgeschreven telefoongesprekken tussen Linda Tripp en Lucianne Goldberg getuigen van een enorm cynisme. Voor het beschadigen van ‘The Big Creep’ is alles geoorloofd, inclusief het misbruiken van het vertrouwen van Tripps naïeve vriendin Lewinsky, die vervolgens wordt blootgesteld aan slutshaming avant la lettre. Zij is de onbetwiste protagonist van deze serie. Dit is in essentie haar verhaal (en dat van haar ouders, die ook aan het woord komen), dat werd opgetekend tijdens twintig uur interview.

The Clinton Affair bevat bovendien een schat aan bijzonder archiefmateriaal, bijvoorbeeld van een bezoekje van Monica en haar vader en stiefmoeder aan Clinton in het Witte Huis, inclusief het maken van de verplichte groepsfoto. Of beelden van een jonge versie van Trump-medewerker Kellyanne Conway, die als opiniemaker van Fox News de regering Clinton ervan beschuldigt dat ze alles ontkent en criticasters belastert. Ook dat oogt onwerkelijk. Het is immers Conway die bijna twintig jaar later hoogstpersoonlijk de term ‘alternative facts’ zal munten.

Deze zesdelige televisiedocu is duidelijk meer dan een naargeestige trip nostalgia. De parallellen met het tijdperk Trump zijn talrijk. De ‘unfortunate encounters’ die Clinton zou hebben gehad met meerdere vrouwen doen bijvoorbeeld denken aan allerlei #metoo-kwesties, waaronder die rond de huidige president. Die wacht op zijn beurt misschien eveneens een impeachmentprocedure als het Russiagate-onderzoek tot dwingende conclusies leidt. En wie zou één van de ‘elves’ zijn geweest, die Hillary’s rechtse samenzwering in stilte juridisch heeft gefaciliteerd? Juist: een man die onlangs het middelpunt was van een gigantisch politiek moddergevecht.

De laag bij de grondse manier waarop de strijd tussen de Democratische president en zijn Republikeinse opponenten wordt uitgevochten en geëxploiteerd lijkt tegenwoordig bovendien gemeengoed te zijn in de (Amerikaanse) politiek. Op een verwrongen manier herhaalt dus ook deze geschiedenis zich.