800 Metros

Netflix

‘Dit is het bewijs dat moslims de glorie en de kracht hebben door de wil van de almachtige God’, zegt Youssef trots in de camera. ‘Jullie zijn zwak en nietig. Dit is voor jullie, vijanden van Allah.’ Samen met zijn kompanen is de jongen in Spanje explosieven aan het maken. ‘Jullie wilden ons omkopen met jullie banen en jullie verhalen’, vult Mohamed aan. ‘Die boeien ons niet. De almachtige God heeft ons gekozen uit miljoenen mensen om jullie bloed te laten huilen.’ Even later poseert hun vriend Younes, die nog danig van zich zal doen spreken, trots met een bomgordel. ‘Die zegt boem!’

De grootspraak van de jongens – mannen kun je het nauwelijks noemen – heeft bijna iets aandoenlijks. Bijna. Hun intenties zijn helder: dood en verderf willen ze zaaien in ‘het land van de ongelovigen’. Allerlei snode plannen zijn al de revue gepasseerd: de Sagrada Familia, Camp Nou of de Eiffeltoren. Vanuit een huis in de Catalaanse gemeente Alcanar bereiden ze hun operatie voor. Intussen maken de jongelingen even jolige als macabere filmpjes. Op 17 augustus 2017 barst de bom. Niet op een openbare plek, maar in het appartement waar ze zelf aan de slag waren.

Toch zal het groepje geradicaliseerde moslims, dat zich spiegelt aan Islamitische Staat, wel degelijk toeslaan: met een wit busje rijdt één van hen op de Ramblas, de bekende wandelpromenade in het centrum van Barcelona, in op winkelende mensen. Dertien willekeurige burgers worden gedood, honderden raken gewond. In de grimmige driedelige documentaireserie 800 Metros (156 min.) reconstrueert Elías Léon met deskundigen, slachtoffers en direct betrokkenen minutieus deze terreurdaad, die met behulp van filmpjes van de daders, beveiligingscamerabeelden en een digitale maquette inzichtelijk wordt gemaakt. Aflevering 1 richt zich op de voorgeschiedenis. In deel 2 staat de dodenrit zelf centraal. En het slot belicht een schietpartij in het nabijgelegen Cambrils waartoe de terroristische cel daarna a l’improviste is overgegaan.

Het is een onrustbarend verhaal. Over ogenschijnlijk doodnormale jongeren, die zijn opgegroeid in een westers land, langzamerhand in de ban raken van een extremistische ideologie en in naam daarvan hun toevlucht nemen tot onmenselijke daden. Het duurt daarna niet lang voordat die, uit puur opportunisme, worden geclaimd door IS. Ze zijn ook koren op de molen van Spanjaarden die sowieso weinig op hebben met de integratie van mensen met een buitenlandse afkomst. En dan worden de slachtoffers en nabestaanden van de ‘martelaren’ na de gruweldag ook nog eens aan hun lot overgelaten.

After A Revolution

IDFA

Tijdens de Libische revolutie van 2011 staan broer en zus tegenover elkaar. Haroun vecht aan de zijde van de omstreden leider Muammar Gaddafi, die het land ruim veertig jaar in een ijzeren greep hield. ‘Dokter’ Myriam heeft zich aan de zijde van de rebellen geschaard. Later, bij de strijd om hun geboortestad Babi Walid, zullen de twee elkaar toch weer vinden in hun verlangen naar een vrij en democratisch land.

In de navolgende jaren volgt Giovanni Buccomino broer en zus als Libië After A Revolution (122 min.) alle wrevel achter zich moet zien te laten. Haroun en Myriam, bijgenaamd Doshka (naar het wapen dat ze droeg tijdens de strijd), doen in die periode danig van zich spreken. Hij restaureert een omstreden heiligdom, zij manifesteert zich als politica. Behalve lof levert hen dit ook jaloezie, woede en vijandschap op. En in het machtsvacuüm dat is ontstaan na Gaddafi’s schijnbaar oneindige regime krijgen ze ook te maken met partijen als de Moslimbroederschap en Islamitische Staat.

Via zijn twee protagonisten en hun dierbaren brengt Buccomino op indringende wijze de nasleep van de Libische burgeroorlog in beeld – of gewoon de voortzetting ervan, met min of meer democratische middelen. Ook die slaat wonden in het lijf en de ziel van de gepassioneerde broer en zus, die hun vertrouwen in de toekomst van hun land dreigen te verliezen. Libië is nog altijd tot op het bot verdeeld en herbergt zoveel strijdige meningen, partijen en belangen dat er weinig nodig is om het land weer te laten afdalen in de donkerste krochten van de hel.

Simple As Water

vanaf 8-3 op HBO Max

Ze wonen al twee maanden in een benauwd koepeltentje op een soort parkeerterrein nabij de haven van Athene. Yasmin al Kadad en haar vier kinderen van negen, zeven, zes en vijf maken er het beste van. Echtgenoot Safwan verblijft al tien maanden in Duitsland. Hopelijk komen ze in aanmerking voor familiehereniging. Hij wordt alleen nog altijd niet officieel erkend als vluchteling. ‘Ik krijg hier hoofdpijn van’, zegt Yasmin moedeloos. ‘Uiteindelijk ga ik wel weer terug naar Syrië.’

De documentaire Simple As Water (99 min.) is een logisch vervolg op heftige films vanuit het hart van de Syrische burgeroorlog, zoals The CaveFor Sama en Last Men In Aleppo. Een portret van een ontheemd volk, dat door die oorlog is uitgestrooid over de wereld. Doodgewone mensen zijn noodgedwongen ‘vreemdelingen’ geworden. Regisseur Megan Mylan (Lost Boys Of Sudan) observeert hoe zij in den vreemde hun verminkte levens opnieuw vorm proberen te geven.

In het Turkse Reyhanli stuit ze bijvoorbeeld op Samra Abo Ghanooj. Haar echtgenoot werd enige tijd geleden gearresteerd. Sindsdien heeft deze moeder van vijf kinderen niets meer van hem vernomen. Zij moet intussen op het land werken om haar kroost te onderhouden en overweegt nu om die onder te brengen in een weeshuis. Oudste zoon Fayez, nog maar twaalf jaar oud, heeft tot dusver als een surrogaat-vader gefungeerd voor haar andere kinderen en ziet helemaal niets in dat plan.

Omar Sabha is in Pennsylvania beland en heeft daar de zorg voor zijn zestienjarige broer Abudi, die gewond is geraakt tijdens de oorlog, op zich genomen. Abudi moet bovendien de opleiding krijgen die hij zelf nooit heeft genoten. En misschien kan de jongen dan ook een verblijfsvergunning voor de Verenigde Staten bemachtigen. Want die lijkt voor Omar zelf, als voormalig lid van de Free Syrian Army, niet te zijn weggelegd. Hij staat officieel te boek als terrorist.

In het thuisland hopen Diaa en haar echtgenoot Hosain ondertussen tegen beter weten in nog altijd op de terugkeer van hun zoon Mohammed. Die werd in Raqqa gevangen genomen door ISIS. Terwijl ze zorgt voor Yazzan, een andere zoon met een verstandelijke beperking, probeert de Syrische vrouw de moed (der wanhoop) erin te houden. In een asielzoekerscentrum te Duitsland wacht Safwan tenslotte ongeduldig af of het Yasmin en hun kinderen lukt om zich bij hen te voegen.

Deze zorgvuldig gecaste hoofdpersonen representeren samen de verschillende aspecten van de oorlog, die zoveel Syriërs van huis en haard heeft verdreven (of, in het geval van Diaa, hun thuis heeft ontmanteld). Mylan komt in het groot opgezette en toch heel intieme Simple As Water héél dicht bij haar protagonisten, zonder dat ze zelf ook een rol voor zichzelf claimt, en schetst via hen overtuigend de ervaring van het volledig ontheemd zijn, achtervolgd door een oorlog waaraan eigenlijk niet valt te ontsnappen.

Children Of The Enemy

‘Te bedenken dat mijn dochter lid is geworden van die terroristische groepering is verschrikkelijk.’ Patricio Galvez, een Chileense muzikant die woonachtig is in Göteborg, kan er met zijn hoofd nog altijd niet bij dat juist Amanda op achttienjarige leeftijd koos voor de Jihad. Hij is haar nu definitief kwijt. Amanda Gonzalez werd op 3 januari 2019 gedood bij een luchtaanval.

‘Ik kon haar niet helpen’, zegt Patricio. ‘Maar ik kan wél iets doen voor de kinderen.’ Zeven heeft zij er achtergelaten, in leeftijd variërend van één tot acht jaar oud. Zonder ouders – want ook vader Michael Skråmo, de beruchte Noorse IS-propagandist, is gesneuveld – verblijven ze in het Syrische opvangkamp al-Hol. Net als talloze andere nakomelingen van geradicaliseerde westerlingen, die zich in de afgelopen jaren hebben aangesloten bij Islamitische Staat.

Van de Zweedse regering heeft Patricio waarschijnlijk niets te verwachten. Veel politici zijn deze kinderen van het Kalifaat – ook al hebben er slechts tachtig de Zweedse nationaliteit en kan hun onschuld nauwelijks worden betwist – liever kwijt dan rijk. Ze blijven tenslotte Children Of The Enemy (96 min.). Er rest grootvader niets anders dan zelf afreizen naar voormalig IS-gebied, om te bekijken of hij van daaruit zijn ondervoede en ziekelijke kleinkinderen naar huis kan krijgen.

Vanuit een ander perspectief belicht deze schrijnende documentaire dezelfde thematiek als The Return: Life After ISIS, een recente film over IS-bruiden, die na de val van het Kalifaat vastzitten in kamp al-Hol omdat hun geboortelanden hen niet terug willen. Het verschil is ook duidelijk: terwijl deze vrouwen zich daadwerkelijk hebben verbonden aan de extremistische ideologie van Islamitische Staat, beschikken Patricio’s kleinkinderen écht over een zuiver geweten.

Galvez wordt op z’n tocht vergezeld door zijn landgenoot Gorki Glaser-Müller. Hij zal steeds directer betrokken raken bij ‘s mans helletocht langs politiek, bureaucratie en journalistiek. Die wordt nog eens bemoeilijkt als ook Patricio’s ex-vrouw zich bij hem meldt. Samen met Amanda bekeerde zij zich enkele jaren geleden tot de Islam. Ze woonde ook enkele jaren in Syrië. Vormt zij nu een veiligheidsrisico voor de kinderen? En moeten die eigenlijk worden beschouwd als moslim?

Voor Patricio Galvez staat bij zulke lastige vragen één ding voorop: de toekomst van zijn kleinkinderen. En Glaser-Müller zit in deze urgente film op de eerste rang bij de emotionele achtbaan waarin hij vervolgens noodgedwongen rondjes maakt. Totdat de hele machinerie tot stilstand komt en duidelijk wordt of Patricio deze nieuwe generatie van zijn familie (voorlopig) kan redden van het Kalifaat.

Sabaya

Islamitische Staat mag dan militair verslagen zijn, de mentaliteit van de strijders van ‘Daesh’ is volgens Mahmud Resho onveranderd. In kamp Al-Hol, een kamp in Syrië waar ruim 70.000 voormalige IS’ers worden vastgehouden, zoekt de onverschrokken Mahmud naar Sabaya (91 min.), Jezidische vrouwen die jarenlang als seksslaaf zijn gebruikt en nog altijd worden vastgehouden door barbaren van Islamitische Staat.

Volgens Shejk Ziyad, Mahmuds collega bij het Jezidi-opvangcentrum in Syrië, worden er nog altijd duizenden meisjes en vrouwen vermist. Die zijn vijf jaar eerder gevangen genomen bij een aanval op hun thuisbasis in Sinjar in Noord-Irak. Sindsdien zijn ze alles kwijtgeraakt: hun naam, hun familie, hun taal, hun religie en – natuurlijk – hun eer. Volledig ontmenselijkt. Gereduceerd tot huissloof, broedkip of seksobject.

De nobele missie van Mahmud en zijn kompanen, op de voet gevolgd door filmmaker Hogir Hirori, is bepaald niet zonder gevaar. Ze begeven zich diep in IS-territorium. In het gigantische tentenkamp moeten ze – met behulp van voormalige sabaya’s, gestoken in een nikab, die zich als infiltrant in het hol van de leeuw wagen – verborgen gehouden Jezidi-meisjes en vrouwen opsporen en thuis afleveren.

Eenmaal buiten het kamp liggen er ook nog allerlei dilemma’s voor de ontheemde vrouwen. In een hartverscheurende scène moet een bevrijde moeder bijvoorbeeld op weg naar huis afscheid nemen van haar zoontje. Het kind is van een Daesh-man. Islamitische Staat vermoordde haar vader, broer en andere familieleden. En nu moet ze haar thuisfront er dus van overtuigen dat het jongetje echt geheel onschuldig is.

In al z’n lelijkheid toont deze indringende film zo hoe Islamitische Staat een volledig ontwrichte gemeenschap heeft achtergelaten, die van zijn echtgenotes en moeders, en dus nageslacht, is beroofd. Kunnen de vrouwen, die met onvervalste heldenmoed uit de klauwen van IS zijn gerukt, bijvoorbeeld nog normaal deel uitmaken van de wereld waartoe ze ooit behoorden? Raken ze ooit het stigma van ‘sabaya’ kwijt?

Hoewel Daesh tegenwoordig noodgedwongen een toontje lager zingt, blijven de horrorjaren dat de fundamentalistische organisatie ongenadig huishield in delen van Irak en Syrië zo als een inktzwarte schaduw over het leven van de Jezidi’s hangen.

The Line

Apple TV

Als ze Islamitische Staat in 2017 uit de Iraakse stad Mosul hebben verjaagd, lijkt het verhaal klaar voor team 7 van de Navy SEALs. Mission accomplished. Op dat moment begint het echter pas voor de Amerikaanse pelotonscommandant Eddie Gallagher en zijn elite-eenheid. De ervaren rot Gallager wordt beschuldigd van oorlogsmisdaden. Door enkele leden van zijn eigen team, welteverstaan.

Die teamleden, en ook Gallagher zelf, komen aan het woord in The Line (226 min.), een vierdelige serie die is gebaseerd op de gelijknamige podcast. De ijzervreter, die van zijn ondergeschikten de bijnaam ‘El Diablo’ (de Duivel) heeft gekregen, kan niet begrijpen wat hij verkeerd heeft gedaan. Hij weet immers wat er van een man wordt gevraagd tijdens oorlog. En ze hebben hun missie toch tot een goed einde gebracht?

Gallaghers ondergeschikten verbazen zich er tegelijkertijd al heel lang over dat hij zo opzichtig pocht over het enorme aantal doden dat hij op zijn geweten heeft. Als ze eenmaal met hem in Irak zijn, zien de SEALs bovendien hoe Eddie een gewonde vijftienjarige krijgsgevangene doodsteekt, er een foto van maakt en die rondstuurt met de boodschap: ‘Deze heb ik te pakken gekregen met mijn jachtmes.’

Zijn teamleden hebben eveneens meegekregen hoe hij – voor de lol? – onschuldige Iraakse burgers neerschiet. Dat is niets minder dan moord met voorbedachte rade. Eddie bestrijdt dit echter met alles wat hij heeft. Als hij wordt opgepakt, zet zijn echtgenote Andrea direct een enorme Free Eddie-campagne op. Ze begint de klokkenluiders in de media bovendien weg te zetten als ‘millennial-SEALs’ die te laf zijn om echt te vechten.

In deze vierdelige serie proberen de documentairemakers Jeff Zimbalist en Doug Shultz er de vinger achter te krijgen wat er precies is gebeurd en hoe de zaak daarna is geëscaleerd. Ze hebben daarbij de beschikking over de oorspronkelijke verhoren en verklaringen in de rechtszaal, maar kunnen ook terugvallen op beelden die de militairen in Mosul hebben geschoten, onder andere met hun eigen helmcamera’s.

Naarmate The Line vordert, krijgt de serie steeds meer het karakter van een rechtbankdrama, waarin de verklaringen van Team Gallagher en de mannen die hem betichten van oorlogsmisdaden keihard botsen en – al dan niet bewerkte – getuigen voor onverwachte verhaalwendingen zorgen. De kwestie krijgt uiteindelijk zelfs een politieke lading als de Amerikaanse president Donald Trump zich er hoogstpersoonlijk mee bemoeit.

Het is een oncomfortabel verhaal, dat vrijwel alleen verliezers heeft opgeleverd. Waaronder, zo laat het zich tenminste aanzien, de waarheid. Dat wordt nog eens benadrukt in de epiloog waarin de zaak vanuit een geheel ander perspectief wordt belicht en Gallagher zelf nog heel even het achterste van zijn tong laat zien.

The Return: Life After ISIS

VPRO

‘Weet jij wat de Jihad echt inhoudt?’ zegt de ene kleuter tegen de andere. ‘De Jihad is belangrijk. Als je een Jihadi bent, kan niemand je pijn doen. Je bent je eigen baas, begrijp je?’ Intussen klauteren ze samen op een geïmproviseerd klimrek in Kamp Al-Roj. ‘En als je sterft als Jihadi, ga je rechtstreeks naar het paradijs.’

De kinderen zijn zojuist met hun moeders gearriveerd in het gevangenenkamp in het Noordoosten van Syrië en zullen daar nog een aanzienlijke tijd verblijven. De vrouwen komen oorspronkelijk uit Groot-Brittannië, Canada, de Verenigde Staten, Duitsland én Nederland. In hun geboortelanden zijn deze ‘bruiden’ van de terreurbeweging Islamitische Staat echter helemaal niet meer welkom. Maar waar moeten ze dan heen? En wat willen ze, ouder en soms wijzer, eigenlijk zelf?

The Return: Life After ISIS (90 min.) portretteert de vrouwen, waaronder Hafida Haddouch en Nawal Hammoudi uit Nederland, terwijl hun leven in de pauzestand staat en er alle gelegenheid is om te reflecteren op hun jeugd in het westen, hun bekering tot de fundamentalistische Islam en hun, veelal ellendige, tijd in het kalifaat. Regisseur Alba Sotorra Clua omkleedt deze herinneringen met beelden van de oorlog tegen Islamitische Staat en propagandavideo’s van de bruten zelf.

Is het voor te stellen dat de westerse tieners – want zo oud waren ze meestal toen ze radicaliseerden – ten prooi vielen aan de perverse IS-ideologie? Of valt het deze zusters van Laura H wel degelijk aan te rekenen dat ze afreisden naar het kalifaat en daar onderdeel werden van een regime dat zich schuldig maakte aan alle mogelijke mensenrechtenschendingen? Ook al kleeft er aan hun eigen handen, omdat ze thuis voor de kinderen moesten zorgen, dan toevallig geen bloed.

‘Ik wil naar huis en niet verplicht worden om hier te zijn’, moppert de Canadese Kimberly, die beweert dat ze zelfs nog nooit een verkeersboete heeft gehad. ‘Waarom wordt me de toegang tot mijn land en kinderen ontzegd?’ Haar begeleidster, de doorgaans vergevingsgezinde Koerdische vrouwenrechtenactiviste Sevinaz Evdike, reageert fel. ‘Jij misschien niet, maar je echtgenoot misschien wel. Hij kan mijn neef vermoord hebben. Mijn buurman. Mijn leraar. Of mijn vriend.’

In kampen zoals Roj bevinden zich zo’n 64.000 vrouwen en kinderen van Islamitische Staat. Deze indringende film ontdoet hen van hun afzichtelijke IS-tronie en geeft hen weer een menselijk gezicht, zónder dat ze daarmee automatisch ook de verantwoordelijkheid voor hun eigen keuzes mogen ontlopen. Verdient Hoda Muthana, een jonge Amerikaanse vrouw die onder de noemer @UmmJihad duizenden opruiende tweets plaatste, bijvoorbeeld ook een tweede kans?

Feit is dat vrouwen zoals zij worden uitgekotst door hun vroegere omgeving, waarnaar ze nu maar al te graag zouden terugkeren. Ze zitten daardoor gevangen in een soort niemandsland tussen de droom die een nachtmerrie werd – óók voor hen – en het andere leven dat hen – vanwege begrijpelijke overwegingen – niet wordt vergund. Dat schept getuige deze krachtige en ook belangwekkende film weliswaar een band, maar lijkt tegelijkertijd ook onhoudbaar. Al is het alleen vanwege die kinderen.

In The Face Of Terror

Dimitri Bontinck vertrekt in 2013 hoogstpersoonlijk naar Syrië. De Belg wil zijn zoon Jejoen ophalen. Die is in de voorgaande jaren geradicaliseerd en onder de invloed gekomen van Sharia4Belgium. Dimitri wil hem ter plaatse uit de klauwen van Islamitische Staat (IS) rukken. Hij haalt echter bakzeil. Als gevolg van zijn bevrijdingspoging wordt zijn zoon alleen beschouwd als een mogelijke spion en vastgezet. Jejoen slaat op de vlucht. Eenmaal thuis beweert de jongen dat hij in een cel heeft gezeten met de gegijzelde fotografen John Cantlie en Jim Foley.

Bontinck besluit contact op te nemen met Foleys ouders. Het Amerikaanse echtpaar wacht al een hele tijd op nieuws over hun oudste zoon. Zoals de Schot Michael Haines in onzekerheid verkeert over het lot van zijn broer David. En Carl en Marsha Mueller zich afvragen of hun enige kind, hulpverleenster Kayla, nog in leven is. Zij worden in deze driedelige documentaireserie gedwongen om In The Face Of Terror (175 min.) te staan. Diane en John Foley krijgen op 19 augustus 2014 zelfs de ergst denkbare klap te verwerken, in de vorm van een ijzingwekkende IS-video, waarin hun zoon voor het oog van de wereld een gruwelijke dood sterft.

Nog enkele andere gegijzelden zullen publiekelijk worden terechtgesteld. Drie IS-terroristen van Britse origine lijken verantwoordelijk. Van hun gevangenen hebben ze de bijnaam ‘The Beatles’ gekregen. Één van hen, de 26-jarige computerprogrammeur Mohammed Emwazi (bijgenaamd Jihadi John) uit West-Londen, zal zelf omkomen bij een Amerikaanse luchtaanval, maar zijn twee trawanten blijken nog in leven. Op initiatief van de nabestaanden van hun slachtoffers wordt in de eerste twee afleveringen van deze serie de jacht geopend op de Britse terroristen, die het kalifaat inmiddels zijn ontvlucht. En Kayla Muellers ouders vinden aanknopingspunten in de zaak van hun dochter, die nu al enkele jaren vermist is.

De derde aflevering van deze kwaliteitsserie van Tim Lawton, waarvoor acteur David Morrissey als voice-over fungeert, staat vreemd genoeg helemaal los van de eerste twee. Hierin wordt een andere vorm van terrorisme belicht: de extreemrechtse aanval op twee moskeeën in het Nieuw-Zeelandse Christchurch, die in maart 2019 meer dan vijftig moslims het leven kostte en ‘live’ werd gestreamd voor een enthousiaste achterban. Met het manifest van de dader in de hand, genaamd The Great Replacement, gaan onderzoekers en voormalige neo-Nazi’s op zoek naar diens banden met de Europese Identitaire Beweging en ultranationalisten in de Verenigde Staten.

Tegelijkertijd proberen de overlevenden en nabestaanden van deze fundamentalisten, aan beide zijden van een vuile oorlog, zin te geven aan het onuitputtelijke verdriet dat hen is toegebracht. Zij zijn uiteindelijk de helden van In The Face Of Terror, dat ondanks alles een soort eerbetoon wordt aan menselijke moed, compassie en veerkracht.

Salah

VPRO

De dag dat hij op zijn tiende Hamid Abaaoud ontmoette werd er een tragische ontwikkeling in gang gezet die zijn leven en dat van talloze anderen voorgoed zou veranderen. Samen met hem zou Salah Abdeslam eerst het dievenpad opgaan in hun gezamenlijke woonplaats Molenbeek. Enkele jaren later volgde de radicalisering die hen, onder de vlag van Islamitische Staat, naar Parijs zou brengen, waar ze op 13 november 2015 participeerden in een gruwelijke terroristische aanslag.

131 onschuldige mensen kwamen daarbij om. Net als zeven handlangers van Salah (180 min.), onder wie diezelfde Hamid. Zelf zou hij nog vier maanden op vrije voeten blijven. Totdat Abdeslam op 18 maart 2016 bij een anti-terreuractie alsnog in de boeien werd geslagen, gewoon in zijn eigen thuisbasis Molenbeek. Slechts vier dagen later zou er echter opnieuw bloed vloeien: bij aanslagen op vliegveld Zaventem te Brussel en het metrostation van Maalbeek vielen op dinsdag 22 maart 35 doden en ruim 340 gewonden.

Deze vierdelige serie van Eric Goens onderzoekt hoe het zover heeft kunnen komen met enkele familieleden van Abdeslam, de oud-leraar die zich over hem ontfermde, zijn advocaat, een islamoloog, de officier van justitie, een terreurexpert en enkele geanonimiseerde leden van de antiterreureenheid. Hun bevindingen worden omkleed met chique reconstructies van de verhoren van de hoofdpersoon zelf, die het niet over zijn hart kon verkrijgen om bij de aanslagen in Parijs ook zichzelf op te blazen.

In de twee laatste afleveringen reconstrueren medewerkers van de luchthaven en de nabestaande van een slachtoffer op indringende wijze de gebeurtenissen op 22 maart 2016 en de gevolgen daarvan voor hen en hun directe omgeving. Het is al met al een even triest als fascinerend relaas, dat talloze vragen oproept. Met de kennis van nu is het bijvoorbeeld bijna niet te bevatten dat een concrete waarschuwing van één van Salahs familieleden niet werd opgepikt door de Belgische justitie en dat Salah bij een groots opgezette arrestatiepoging wist te ontsnappen.

Zulke dramatische ontwikkelingen hebben er in elk geval toe geleid dat hij, als enige overlevende aanslagpleger, nu een status heeft verworven die helemaal niet lijkt te passen bij zijn oorspronkelijke rol en positie in de terreurorganisatie. Salah Abdeslam, de kleine crimineel die zichzelf uiteindelijk niet kon of wilde offeren, leeft voort als één van Europa’s gevaarlijkste terroristen en wint intussen – door te zwijgen en verder te radicaliseren – alleen maar aan mysterie.

Once Upon A Time In Iraq

‘Waar zou u de serie mee beginnen?’ wil de interviewer bij de start van Once Upon A Time In Iraq (295 min.) weten. ‘Jeetje…’, peinst de Amerikaanse oorlogscorrespondent Dexter Filkins (The New York Times). ‘Irak zou niet met 9/11 in verband moeten worden gebracht, maar dat is helaas wel gebeurd.’

Regisseur James Bluemel keert daarna inderdaad terug naar de aanslagen op 11 september 2001, die door de Amerikaanse president George W. Bush als aanleiding werden gebruikt om in het voorjaar van 2003 Irak binnen te vallen. Ook al was (en is) de connectie tussen de terroristische aanval op het Amerikaanse World Trade Center en het Pentagon en het gehate regime van de Iraakse leider Saddam Hoessein nooit overtuigend aangetoond. Hem wilden Amerikaanse neoconservatieven echter al heel lang weg hebben. In elk geval sinds de Golfoorlog, toen president George H. Bush – juist, de vader van – Hoessein begin jaren negentig op zijn plek liet zitten.

Dat is de politieke context, die tot een eindeloze (burger)oorlog en de opkomst van Islamitische Staat zou leiden. Deze tragische geschiedenis wordt in deze krachtige vijfdelige docureeks, met acteur Andy Serkis als verteller, nu eens niet uit de doeken gedaan door politieke kopstukken, hooggeplaatste militairen en topdiplomaten (die in de docuserie The Iraq War al uitgebreid aan het woord zijn gekomen), maar door gewone mensen uit Irak en de Verenigde Staten: burgers, journalisten en soldaten. De mensen die – toen de bombardementen, beschietingen en onthoofdingen begonnen – met hun poten in de modder stonden. Of in het bloed.

En zij hebben nogal wat op hun lever. Een meisje herinnert zich bijvoorbeeld hoe ze een oog verloor door een granaatscherf. Een tolk vertelt hoe hij in een kuil de gevluchte Saddam Hoessein ontdekte. Een Amerikaanse bataljonscommandant realiseert zich nu dat hij langzaam maar zeker helemaal doordraaide. Een Iraakse militair verhaalt over hoe hij als enige een moordpartij van IS overleefde. Een jonge vrouw herinnert zich hoe ze als kind tijdens de komst van het Amerikaanse leger begroette: ‘Zijn jullie Ninja Turtles?’ En één van die soldaten, sergeant Rudy Reyes, laat een fles tequila aanrukken, om zijn verhaal te kunnen doen. ‘Of het ‘t allemaal waard was?’ vraagt Bluemel naderhand. Reyes: ‘Nou ja, dat moet gewoon. Wat is het alternatief?’

Grote geschiedenis, kortom, bezien door gewone mensen, die uitstekend invoelbaar maken hoe het is om te leven of werken te midden van oorlog en terreur. En die nog altijd kampen met de gevolgen daarvan. ‘Waar eindigt dit verhaal?’ vraagt de filmmaker tot besluit aan oorlogsjournalist Dexter Filkins. ‘Ik weet het niet’, antwoordt deze vertwijfeld. ‘Ik denk niet dat er binnenkort een einde aan komt. Er is geen oplossing. In het Midden-Oosten is er geen oplossing. We zijn er nog lang zoet mee.’

Notturno

Cinéart

Hun levens zijn doordesemd met oorlog. Een oneindige strijd, die hen soms tijdelijk in slaap sust en die dan toch weer plotseling kan oplaaien. Al ruim een eeuw. Sinds de val van het Ottomaanse rijk, aan het einde van de Eerste Wereldoorlog.

In het grensgebied tussen Irak, Koerdistan, Syrië en Libanon heeft de bevolking (moeten) leren leven met voortdurend gevaar. Terwijl een eendenjager in het holst van de nacht met zijn kano het water opgaat, klinkt er tussen het rustgevende getsjirp van de krekels bijvoorbeeld regelmatig ratelend geschut. De man kijkt er niet van op.

Intussen zijn er overal militairen die de wacht houden, klaar om in te grijpen als de situatie daar om vraagt. Want Islamitische Staat, dat ongenadig huishield in de regio, is nog altijd niet definitief verslagen. De herinneringen aan het horrorbewind van de terreurbeweging houdt menigeen nog altijd in zijn greep. Niet alleen in de nachtelijke uren.

Gianfranco Rosi vangt die dagelijkse realiteit in Notturno (100 min.) met lange, zorgvuldig gekadreerde en prachtige uitgelichte (nacht)shots, die het oog van een meester verraden. Hij schildert met luchten: van bloedstollend mooi tot ronduit onheilspellend. De camera verroert zich intussen niet en sublimeert de grauwe werkelijkheid van het leven.

Rosi’s aanpak is verder uitgesproken sober. Geen interviews. Geen muziek. En geen duidelijke protagonisten. Gesproken wordt er ook nauwelijks. Of het moet dat gekerm op de psychiatrische afdeling zijn. De repetities voor een geladen toneelvoorstelling. Of het gejammer van een Koerdische moeder die in een verlaten gevangenis haar gestorven zoon betreurt.

In de meest indrukwekkende scène vertellen kinderen aan de hand van zelfgemaakte tekeningen over hun ervaringen met Islamitische Staat. ‘Als de kinderen huilden, werden ze door IS-mannen met een stok geslagen’, zegt een jongetje over zijn tijd in een gevangenenkamp. Hij wijst naar zijn tekening. ‘Dit is hun bloed.’

Kalm observeert Rosi gewone mensen die ‘gewoon’ hun leven leiden. Hele gezinnen op één kamer, soldaten op patrouille en vluchtelingen in een modderig kamp. Nietige wezens, overlevend in het perpetuum mobile van geweld waarin ze ooit terecht zijn gekomen. Het komt allemaal samen in de blik van die ene, in zijn eigen capuchon verscholen tienerjongen, die gepijnigd voor zich uitstaart.

De Puinhopen Van Irak

VPRO

’Ik eet geen vlees en tomatensoep meer’, zegt een grafdelver in de Iraakse hoofdstad Bagdad. ‘Die doen me denken aan de gruwelijkheden. Al die ellende. Onze kleren zaten altijd onder het bloed.’ De man leeft volgens eigen zeggen van brood en thee. En als hij aan al die verminkte lichamen denkt, krijgt-ie helemaal geen hap meer door zijn keel. Hij is helemaal kapot. ‘Ik drink elke dag om te kunnen slapen.’

In de vijfdelige documentaireserie De puinhopen van Irak (125 min.) neemt Sakir Khader de menselijke schade op van de oorlog in het verscheurde land, dat generaties lang met ijzeren vuist werd geregeerd door Saddam Hoessein. De voormalige dictator, in 2003 afgezet door de Amerikanen, is in bepaalde contreien nog altijd populair, constateert de Palestijns Nederlandse filmmaker in één van zijn bespiegelende voice-overs.

En de Amerikanen kunnen bij veel Irakezen nog altijd weinig goed doen. Effenden zij niet gewoon het pad voor Islamitische Staat? ‘We gaan je zo eerst te eten geven’, grapt een man bijvoorbeeld, die door een Amerikaanse scherpschutter een broer verloor, als hij van Khader hoort dat Nederland participeerde in de invasie van Irak door de Verenigde Staten. ‘Daarna maken we je af.’

Hoe dichter hij naar zijn Arabische roots reist, constateert Sakir Khader, hoe groter de conflicten worden. In elke aflevering probeert hij, soms enigszins geforceerd, zijn eigen geschiedenis te verbinden met z’n riskante trips door Irak. Met zijn persoonlijke betrokkenheid, lef en doorzettingsvermogen slaagt hij erin om de tegenstellingen in het land, en het brute geweld dat daaruit voortvloeit, in kaart te brengen via gewone Irakezen.

Net als Sinan Can maakt Khader zo een wereld toegankelijk die we vooral kennen van mistroostige berichten in de media. De boodschap is overigens niet per definitie optimistischer. ‘Misschien ben ik dood wel beter af dan in leven’, stelt de mijnenruimer Hassan bijvoorbeeld mismoedig. Net als veel landgenoten is hij het leven, in elk geval dít leven, moe. Maar hoe kan deze cyclus van geweld worden doorbroken?