Audible

Netflix

‘Als ze je treiteren, ga er dan niet op in’, houdt de footballcoach zijn pupil Amaree voor tijdens de wedstrijd. ‘Hou je kalm.’ In de strijd om het high school-kampioenschap van de Amerikaanse staat Maryland heeft hij de onstuimige jongeling de hele wedstrijd nodig. Het gaat er stevig aan toe. Alles voor de winst. En dan gaan Amaree en zijn team tóch de bietenbrug op. Voor de eerste keer in heel lange tijd. Ze zijn verslagen. Letterlijk.

De setting in deze korte docu is typisch Amerikaans: het gepassioneerde gevecht om de overwinning, ondersteund door enthousiaste cheerleaders en gade geslagen door bewonderaars op de tribune. Een klassieke sportfilm, over jeugdig talent dat zich naar boven probeert te vechten en zo belangrijke levenslessen leert. Lekker dramatisch getoonzet ook. Alleen de titel, Audible (38 min.), verraadt dat Amaree en zijn teamgenoten een bijzondere middelbare school vertegenwoordigen: de Maryland School For The Deaf.

De zeventienjarige Amaree is de enige dove in zijn familie. Hij voelt zich daardoor soms alleen. Heeft zijn vader het gezin misschien verlaten vanwege hem? vraagt de zwarte tiener zich af, terwijl hij voorzichtig de band met die onbekende ouder probeert te herstellen. En dan is er nog Teddy, een vriend die naar een gewone school ging. Het is niet goed met hem afgelopen. Die dramatische gebeurtenis is een sleutelmoment geworden in de jonge levens van Amaree en zijn vrienden. Zo kan het dus gaan in de buitenwereld, waarnaar ze zelf ook al een heel eind op weg zijn.

Met deze krachtige film slaagt regisseur Matt Ogens erin om de belevingswereld van dove jongeren van binnenuit te belichten. In grote delen van de film wordt alleen gebarentaal gesproken. Geluid speelt desondanks een belangrijke rol. Als al dan niet bedoeld communicatiemiddel. Als iets wat je niet hoort, maar wel ervaart. En als een wereld waarvan je deel uitmaakt, zonder er ooit bij te horen. Ogens smeert de boel bovendien, soms nét iets te nadrukkelijk, dicht met tamelijk bombastische muziek. Om kijkers die de gebarentaal niet machtig zijn een oorverdovende stilte te besparen.

Audible wordt zo een immersieve beleving, een onderdompeling in de dovencultuur. Waarin tieners gewone tienerdingen doen – dansen, flirten en praten over het leven – en toch op buitengewone wijze in de wereld staan.

We Are: The Brooklyn Saints

Netflix

Zij moeten het beter krijgen dan ze het zelf hebben gehad. En ze moeten beter worden dan zij zelf ooit zijn geweest. American football is voor de begeleiders van The Brooklyn Saints van levensbelang. Via sport brengen ze de kinderen die aan hen zijn toevertrouwd normen en waarden bij. En met een beetje geluk worden de kids zo goed dat ze er een sportbeurs mee verdienen. Daarmee zijn ze verzekerd van een goede opleiding – en een leven buiten Brooklyn.

Want de New Yorkse wijk heeft nog altijd een reputatie. Sommige tegenstanders komen zelfs liever niet naar Brooklyn om tegen één van de jeugdteams van The Saints uit te komen. Documentairemaker Rudy Valdez portretteert in deze vierdelige serie enkele spelertjes van de club, hun directe verwanten en de gedreven vrijwilligers, voor wie American Football vooral een voertuig is om te komen tot zelfontplooiing.

Dat gaat gepaard met ontzettend veel goede bedoelingen, de nodige (tough) love en alle denkbare sportclichés. We Are: The Brooklyn Saints (189 min.) betreedt daarmee het terrein dat ook schoolseries als America To Me en Klassen bestrijken. Ditmaal zijn het alleen geen professionals die zich bekommeren om de opgroeiende kinderen, maar bevlogen mannen die weten wat het is als niet alles in je leven vanzelf op zijn plek valt en willen dat de volgende generatie ‘t op dat gebied beter treft.

Dat wordt prachtig geïllustreerd als het onder negen-team in het kader van teambuilding gaat kamperen. ‘Hoeveel van jullie hebben hier politie of een ambulance gezien?’ vraagt de bevlogen coach Gawuala aan zijn jongens. ‘Niemand, hè? Daarom doen we dit. Om jullie uit je dagelijkse omgeving te halen.’ Terwijl hij hen levenslessen probeert bij te brengen, moet Gawuala zelf een job zien te vinden. Hij zit sinds enige tijd werkeloos thuis en is bang dat hij voor een eventuele nieuwe baan zijn coachschap, waarmee hij zijn eigen leven zin en richting geeft, eraan moet geven.

Eerst en vooral is deze serie een verhaal over mannen, groot en klein, die vooruit proberen te komen. Waarbij ‘vaders’ zoals Gawuala, vaak afwezig in het leven van dit soort opgroeiende jongens, een hoofdrol claimen. In elke tegenvaller vinden ze een kans om zo’n typisch Amerikaanse peptalk te geven. Die recht vanuit het hart komt. En daar meestal ook lijkt te landen.

Killer Inside: The Mind Of Aaron Hernandez

Netflix

De parallellen met de geruchtmakende zaak rond O.J. Simpson zijn onmiskenbaar: bekende footballer komt in beeld als verdachte van moord en wordt zo het middelpunt van een enorme mediahype. Aaron Hernandez neemt zelfs nog even de benen in een witte SUV – als een bijna onwerkelijk eerbetoon aan OJ’s legendarische vlucht in een al even witte Ford Bronco, die destijds door nieuwshelikopters werd gevolgd en als BREAKING NEWS live op televisie was te zien.

Van het kaliber O.J.: Made In America, de Oscar-winnende serie over de gevallen footballster Simpson, is Killer Inside: The Mind Of Aaron Hernandez (201 min.) echter niet. De driedelige serie van Geno McDermott reikt minder ver en diep. Dit is geen exposé over het moderne Amerika. Toch wordt de zaak tegen de quarterback van The New England Patriots, die zijn zwager in spé Odin Lloyd zou hebben vermoord, wel degelijk in een breder kader geplaatst: van een door testosteron gedreven subcultuur, waarin bepaalde verhalen onbespreekbaar zijn.

McDermott neemt alleen nogal de tijd om de achtergrond van de American footballer, diens carrière en zijn huidige levenswandel uit de doeken te doen met mensen uit zijn directe omgeving, gezagsdragers en (sport)journalisten. De protagonist zelf hult zich intussen, vanwege overigens héél begrijpelijke redenen, in stilzwijgen. Hij is alleen te zien in de rechtszaal en te horen in telefoongesprekken met zijn vriendin, moeder, manager, personal assistant en maten.

Zij verhalen daarnaast over een man met twee gezichten, die nog wel eens meer onoorbare zaken op zijn geweten zou kunnen hebben. Een man ook met een geheim, zo beweren althans mensen die het zouden kunnen weten, dat hem tot een outcast in zijn eigen wereld zou kunnen maken – en een wandelende tijdbom in de onze. Én een man met een gebrek, waarvan hij zelf geen idee heeft – en de rest van zijn wereld niets wil weten.

Met deze elementen werkt deze degelijke miniserie, die tamelijk traag op gang komt, toch nog toe naar een ferme apotheose.

The Australian Dream

Sport belichaamt de essentie van wat een samenleving definieert, zegt één van de sprekers in The Australian Dream (106 min.). Daarmee vertolkt hij ongetwijfeld ook de mening van de Britse filmmaker Daniel Gordon, die inmiddels meerdere meeslepende sportdocu’s op zijn conto heeft staan, zoals 9,79, Hillsborough en The Fall. Films waarvoor de sport zelf uiteindelijk niet meer is dan een decor voor verhalen over hypocrisie, mediahypes en/of discriminatie.

Gordons nieuwste film speelt zich af binnen de Australian Football League, ‘rugby Ozzy style’, en heeft in de goedlachse sterspeler Adam Goodes van The Sydney Swans een aansprekende protagonist. De populaire footballer, in 2014 verkozen tot Australiër van het jaar, komt ineens publiekelijk onder vuur te liggen als hij zich begint te verzetten tegen het openlijke racisme (‘aap’) waarmee hij als aboriginal soms wordt bejegend.

Via ‘Goodesy’ belicht Gordon de uiterst ongemakkelijke relatie van Australië met zijn oorspronkelijke bewoners. Wat voor gewone Aussies Onafhankelijkheidsdag heet, wordt door aboriginals bijvoorbeeld beschouwd als Invasiedag. Terwijl de rest van het land ongegeneerd feestviert, rouwen zij om een cultuur die na 60.000 jaar rücksichtslos om zeep is geholpen en bewenen ze hun doden, gewonden en verminkten.

Die geschiedenis heeft ook een verpletterend effect op hun zelfbeeld. ‘De kans dat een inheems kind in de gevangenis belandt is groter dan dat het de middelbare school afmaakt’, stelt de prominente journalist Stan Grant, zelf van Wiradjuri-afkomst, tijdens een geruchtmakende speech. Als kind probeerde hij in bad altijd zijn kleur eraf te wassen, vertelt hij in deze onthutsende documentaire.

Hoewel The Australian Dream zich aan het andere eind van de wereld afspeelt, gaat de film ontegenzeggelijk ook over ons. Over hoe ook Nederland nog altijd moeite heeft om z’n eigen koloniale geschiedenis te accepteren. En over hoe we blijven steggelen over Zwarte Piet en racisme in voetbalstadions.

Roll Red Roll

De soundtrack voor de langste nacht van haar leven kwam van Nirvana: Rape Me. De jongens, footballers van een plaatselijke middelbare school, voegden meteen de daad bij het woord. En ‘Jane Doe’ was het slachtoffer. Gewillig of niet? Want dat is na afloop van het ‘feest’ de sleutelvraag: was het anonieme zestienjarige meisje een bereidwillige participant, een sletje dat zich dronken liet voeren? Of toch slachtoffer van een groepsverkrachting, die naderhand door de daders en hun verlekkerd meekijkende vrienden via sociale media enthousiast werd uitgevent?

Plaats van handeling is Steubenville, een arbeidersstadje in Ohio, dat trots is op het American footballteam van de Big Red High School (strijdkreet: Roll Red Roll). En juist twee spelers van die ploeg, Trent Mays en Ma’lik Richmond, raken in augustus 2012 in opspraak vanwege een al te uitbundige zaterdagavond. Het slachtoffer zelf herinnert zich niets, maar de talloze SMS’jes, foto’s en social media-berichtjes van de footballers spreken boekdelen over wat er heeft plaatsgevonden op het gezellige feestje van het stel.

In de lokale gemeenschap is nochtans lang niet iedereen overtuigd van de slechte intenties van ‘hun’ jongens, getuige Roll Red Roll (80 min.). Het gaat volgens sommige Ohioans om een typisch ‘she said, he said’-verhaal. Ze zal er, zo wordt er dan zo treffend bijgezegd, zelf wel om gevraagd hebben. Dat lijkt op zijn beurt een typisch geval van ‘victim blaming’. Hoewel het slachtoffer, om heel begrijpelijke redenen, verstek laat gaan in deze film, weet regisseur Nancy Schwartzman met beelden van getuigenverklaringen en verhoren de zaak toch helder over het voetlicht te brengen.

Ze accentueert die in deze gedegen documentaire zo nu en dan met agressieve metalmuziek en kadert de gebeurtenissen in met de misdaadblogger die de zaak aan het rollen bracht, enkele activisten (#OccupySteubenville) die er een landelijk nieuwsverhaal van maakten en de rechercheur, aanklager en advocaten van dienst. Gezamenlijk schetsen ze een zorgwekkend portret van Average America, waar tienerjongens in de 21e eeuw er (blijkbaar) nog altijd geen been zien in het gebruiken van een (laveloos) meisje voor eigen gerief en de volwassenen om hen heen dat vergoelijken of zelfs in de doofpot proberen te stoppen.

Student Athlete

HBO

Miljoenen kinderen dromen ervan, maar slechts voor een enkeling is een carrière als topsporter daadwerkelijk weggelegd. Elk jaar vindt er een enorme schifting plaats, waarbij een enkele droom voorlopig in leven wordt gehouden terwijl talloze andere worden vertrapt. Bij de voornaamste Amerikaanse sporten, football en basketbal, vindt die selectie voor een belangrijk deel plaats binnen de zogenaamde collegeteams.

Daarbij is iets vreemds aan de hand. Terwijl de schoolteams floreren en hun coaches dik betaald worden, moeten de Student Athletes (88 min.) koste wat het kost amateur blijven. Anders verliezen ze wellicht hun toegang tot een profloopbaan. Deze ‘studenten’ verdienen werkelijk geen rooie rotcent en moeten zich soms in de gekste bochten wringen om te overleven. Dat kan alleen in Amerika, zou je zeggen.

Die misstand is slechts één van de prangende kwesties die wordt aangesneden in deze gedegen film van Sharmeen Obaid-Chinoy en Trish Dalton, waarin enkele (voormalige) talenten worden gevolgd en een gewezen coach en anonieme Nike-medewerker aan het woord komt. Zij trekken zich het lot aan van de jonge helden, die in hun tienerjaren roofbouw plegen op hun lijf en zich zonder problemen laten exploiteren. Terwijl het nog maar de vraag is of ze ooit in aanmerking komen voor een profcontract.

De talenten die vandaag een biedingsoorlog kunnen ontketenen hebben morgen, vanwege een blessure of domme pech, misschien al een glorieuze toekomst achter zich. En dan is er, gelukkig, ook nog altijd die ene positieve uitzondering, die tegen alle verwachtingen een plek in het elitecorps verovert.