Girl In The Picture

Netflix

Als de moeder van Tonya Hughes in het voorjaar van 1990 wordt opgebeld met het gruwelijke nieuws dat haar dochter, een stripper uit Oklahoma City, dood langs de kant van de weg is aangetroffen, reageert die resoluut: dat kan helemaal niet, Tonya is al twintig jaar dood. Uitroepteken. En dan blijkt de echtgenoot van ‘Tonya’ al jaren voortvluchtig te zijn. Deze Clarence Hughes, een veel oudere man, houdt er bovendien meerdere valse identiteiten op na en blijkt een flink strafblad te hebben.

Wie is de Girl In The Picture (102 min.) in werkelijkheid en welke rol heeft ‘Clarence Hughes’ gespeeld in haar korte leven? Uitstekende vragen voor een intrigerende true crime-docu, waarin regisseur Skye Borgman stukje bij beetje de tragische geschiedenis ontrafelt van Tonya, haar echtgenoot en de zoon, een tweejarige peuter genaamd Michael, die zij samen opvoedden. Het is een verhaal dat nog diverse onverwachte afslagen zal nemen en op enkele schokkende plekken gaat belanden.

Datzelfde ‘too bad to be true’-verhaal heeft eerder al z’n weg gevonden naar twee boeken van Matt Birkbeck, A Beautiful Child en Finding Sharon, en wordt nu geduldig uitgeserveerd, waarbij Borgman gedurig op en neer springt in de tijd, cruciale verhaalelementen heeft gereconstrueerd en nieuwe bronnen pas introduceert als de vertelling weer een oplawaai kan gebruiken. En al die tijd hangt boven de markt wat de ware identiteit is van de ‘mooie jonge vrouw die gevangen zat in het kwaad’ en wat er is geworden van haar kind.

En als (vrijwel) alle vragen aan het eind zijn beantwoord, dringt pas echt door hoe triest het leven van Tonya Hughes moet zijn geweest. Ze wist zelf niet eens wie ze was.

Mission Joy – Finding Happiness In Troubled Times

Tribeca Film

Zo zie je ze zelden: (morele) leiders die in het openbaar knuffelen, flauwe grapjes maken en gieren van het lachen. Tussen de Zuid-Afrikaanse aartsbisschop Desmond Tutu (1931-2021), één van de meest prominente opponenten van het Apartheidsregime, en de Dalai Lama (1935-), de verbannen (spiritueel) leider van Tibet, was er duidelijk chemie. Als de twee ontvangers van de Nobelprijs voor de Vrede samen waren, gedroegen ze zich volgens Tutu’s dochter Mpho Tutu van Firth als achtjarige kwajongens.

Hoewel er enorme verschillen waren tussen de twee mannen – christen-boeddhist, arm geboren-lid van een prominente familie – was er vanaf hun kennismaking in 1990 een klik tussen de twee iconen. Ze werden vrienden – als dat kan met iemand die je maar een handvol keren in levende lijve hebt ontmoet. In de lente van 2015 namen de twee vijf dagen de tijd voor een ontmoeting in het Indiase domicilie van de Dalai Lama in Dharamsala, die in z’n geheel werd gefilmd. Hun vertrouwelingen Doug Abrams en Thupten Jimpa Langri fungeerden daarbij als moderator.

Het thema? Vreugde in tijden van tegenspoed. Want daarmee hadden ze allebei ervaring genoeg. En ze schreven er samen ook al een boek over: Het Boek Van Vreugde. De documentaire Mission Joy – Finding Happiness In Troubled Times (88 min.) van Louie Psihoyos en Peggy Callahan wordt dan ook een onverhuld pleidooi voor positiviteit, voor het vinden van het licht in de duisternis. Omdenken, zo je wilt. Een treffend voorbeeld daarvan is de Zuid-Afrikaanse Waarheidscommissie- en Verzoeningscommissie. Na het einde van het Apartheidsregime volgde, mede op initiatief van aartsbisschop Tutu, geen Neurenberg-achtig tribunaal, maar een poging tot boetedoening en vergeving.

De levensverhalen van ‘Arch’ en ‘Zijne Heiligheid’ zijn in deze documentaire voor een deel geanimeerd. En hun levensfilosofie wordt ondersteund door enkele wetenschappers, die het belang van positiviteit voor de (geestelijke) gezondheid hebben aangetoond. Vanzelfsprekend is Mission Joy een film geworden, waarin werkelijk geen onvertogen woord valt. Menigeen zal daarvan houden – al moet je er ook wel weer tegen kunnen.

Finding Vivian Maier

In haar opslagruimte vindt hij Vivian Maiers complete leven: jurken, rekeningen, folders, treinkaartjes, schoenen, ongecashte belastingcheques, hoeden en een kunstgebit. Én zo’n honderdduizend fotonegatieven en enkele duizenden filmrolletjes.

Daarvoor had John Maloof in 2007 bij een veiling al een doos met negatieven van de onbekende fotografe op de kop getikt. Hij moest er 380 dollar voor neertellen, herinnert hij zich. Eenmaal thuis kon de jonge historicus en handelaar zijn ogen niet geloven: deze foto’s waren zó goed. Wie was deze vrouw? En waarom had hij nog nooit van haar gehoord?

Een zoektocht op Google leverde niets op. Maloof begon de foto’s zelf maar af te drukken en plaatste ze vervolgens op een fotoblog. Al snel stroomden de enthousiaste reacties binnen. Hij besloot ook andere dozen met haar werk op te sporen en aan te kopen. En toen zocht hij nog maar eens op internet en vond een overlijdensbericht: Vivian Maier (1926-2009).

De mensen die haar bij leven en welzijn hadden gekend, hebben bij de start van Finding Vivian Maier (79 min.), de film die John Maloof over zijn zoektocht maakte met Charlie Siskel, weinig woorden nodig om haar te typeren: paradoxaal. Gedurfd. Geheimzinnig. Excentriek. Gesloten. Hoewel ze soms jaren met haar te maken hadden, bijvoorbeeld als kinderoppas, bleef ze altijd een mysterie voor hen.

Stukje bij beetje komt deze slim opgebouwde film toch dichter bij de vrouw, die zich echter nooit helemaal laat vangen. Ook niet in de zelfportretten die ze maakte. Ze was en bleef een eenzaat, met hele vreemde trekjes. Via haar imposante oeuvre, dat ze altijd voor zichzelf heeft gehouden, openbaart zich echter ook een vrouw die via haar Rolleiflex-camera met mededogen naar de wereld keek.

Deze documentaire, die in 2013 overuren maakte in de Nederlandse filmhuizen en ook hier in kunstkringen een bescheiden Vivian Maier-hype veroorzaakte, kijkt op een vergelijkbare manier naar haar: het is niet moeilijk om een heel klein beetje te gaan houden van deze vrouw die nooit ergens thuis was en daarom maar in haar foto’s ging wonen. Het is alleen de vraag wat ze er zelf van zou hebben gevonden dat daar tegenwoordig, na haar overlijden, zoveel bezoek komt.

Een goed verhaal, zoals Finding Vivian Maier, moet je misschien niet doodchecken. Toch is dat wel degelijk gedaan. Door Pamela Bannos bijvoorbeeld, in de biografie Vivian Maier: A Photographer’s Life And Afterlife. Zij nuanceert het moderne sprookje dat James Maloof heeft gemaakt van Vivian Maiers levensverhaal en de manier waarop hij en zijn concurrenten zich haar hebben toegeëigend.

Finding Vivian Maier is hier te bekijken.

Finding Jack Charlton

‘Dat ben ik’, zegt de oudere man tegen zijn kleindochter als hij zichzelf op het televisiescherm ziet. ‘Dat ben ik. En ik herinner me er niets van.’ Samen met zijn gezin kijkt Jack Charlton naar oude beelden van hoe hij, en zijn onafscheidelijke pet, het één of andere kasteel aanprijst. Hij was decennialang een Bekende Brit: eerst als voetballer van Leeds United en het Engelse nationale elftal, later als coach, met name van Engelands grote rivaal Ierland.

En nu weet hij daar weinig meer van. Charlton is ten prooi gevallen aan dementie, een aandoening die voetballers van zijn generatie gemiddeld drie tot vijf keer zo vaak treft. Als gevolg van de kopduels die hij als boomlange verdediger, bijgenaamd ‘de Giraffe’, jarenlang uitvocht op ‘s werelds velden, zo is de veronderstelling. Samen met zijn meer getalenteerde jongere broer Bobby, met wie hij een moeizame relatie onderhield, werd Jack Charlton in 1966 wereldkampoen met het Engelse nationale voetbalelftal. Dat zijn teamgenoot Geoff Hurst een hattrick scoorde in de finale is hem echter allang ontglipt.

De delicieuze sportdocu Finding Jack Charlton (97 min.) is opgebouwd rond zijn periode als coach van het Ierse elftal, dat hij zelfvertrouwen gaf en eindelijk succes bracht. De opmars van het nationale voetbalteam aan het begin van de jaren negentig fungeerde als vliegwiel voor een nieuw zelfbewustzijn, stellen prominente Ieren als schrijver Roddy Doyle, U2-drummer Larry Mullen en de voormalige Taoiseach Bertie Ahern. Dat had namelijk een flinke deuk opgelopen tijdens ‘The Troubles’ in Noord-Ierland. Charlton, een Engelsman nota bene, bracht het elan terug. Hij werd zo een heuse volksheld, die als eerbetoon zou worden uitgeroepen tot ereburger. Net als Nelson Mandela. ‘De Kennedy-familie, moeder Teresa’, somt zijn oudste zoon John op, waarna hij naar zijn vader kijkt. ‘En dan heb je hem.’

‘s Mans werkwijze wordt in deze documentaire van Gabriel Clarke en Pete Thomas verbeeld via een pilaar waarop alle briefjes die Charlton als coach volkalkte zijn bevestigd. ‘You reap what you sow’, staat er bijvoorbeeld op. ‘Never assume they know and understand.’ En: ‘Be a dictator, but be a nice one.’ Bij dat laatste parasiteerde hij zonder enige twijfel op zijn heerlijke gevoel voor humor. Daarmee nam hij alles en iedereen voor zich in, zo kunnen voormalige pupillen als Paul McGrath, Niall Quinn en Pat Bonner bevestigen. Voor ‘the boss’, hoe eigenzinnig en koppig die ook kon zijn, gingen ze door het vuur.

En op basis van dit puntgave portret van Jack Charlton, een authentiek ‘character’ dat tot zijn dood op 10 juli jongstleden trouw bleef aan zichzelf, is dat niet meer dan logisch. De man mocht zichzelf dan langzaam maar zeker vergeten, dit betekent niet dat hij ook wordt vergeten.

Finding Sally

Documentairemaakster Tamara Mariam Dawit groeide op in Canada. Haar wortels liggen echter in Ethiopië. Als kind van een vooraanstaande diplomaat, die keizer Haile Selassie in het buitenland moest vertegenwoordigen, raakte ze vervreemd van haar moederland. Toen Dawit als dertiger besloot om weer in Addis Abeba, de hoofdstad van het Afrikaanse land, te gaan wonen, ontdekte ze dat ze een tante had, waarover altijd zorgvuldig was gezwegen: Selamawit. Ofwel: aunt Sally.

In de egodocu Finding Sally (75 min.) gaat de verwesterde filmster op zoek naar dat vergeten lid van haar aristocratische familie, een stralende jonge vrouw van wie alleen enkele foto’s bewaard zijn gebleven. En via haar herontdekt Dawit tevens de recente historie van Ethiopië, waar in 1974 rigoureus een einde werd gemaakt aan zowel de geest van de sixties als het regime van de hoogbejaarde Haile Selassie. Het land werd een militaire dictatuur, onder leiding van de nietsontziende militaire junta Derg.

En de goedlachse en idealistische Sally, zo vertellen haar vier zussen en enkele vriendinnen vier decennia later, werd verliefd op de communistische revolutionair Tselote en ging vervolgens ondergronds met hem. Van daaruit bevochten ze samen de nieuwe machthebbers, die een ‘red terror’ ontketenden. De sporen daarvan zijn nog altijd zichtbaar in het Afrikaanse land. En de strijd zou ook het lot van Selamawit en haar echtgenoot bezegelen.

Behalve een zoektocht naar wie haar tante was en wat haar dreef is Finding Sally voor Tamara Dawit ook een manier om haar andere tantes, de geschiedenis van haar familie en de getroebleerde historie van Ethiopië beter te leren kennen. Elk op hun eigen manier moesten ze leren te leven onder zo’n typisch militair schrikbewind. In elke uithoek van de wereld krijgen ze daarmee wel eens te maken. En dat leidt dan jaren later onvermijdelijk tot persoonlijke exploraties van het verleden, zoals deze persoonlijke en ontwapenende film.

Finding The Way Home

HBO

De meeste van de acht miljoen kinderen ter wereld die in een weeshuis verblijven, zijn helemaal geen wees, stellen Jon Alpert en Matthew O’Neill bij aanvang van de documentaire Finding The Way Home (64 min.). Ze zijn gewoon van hun ouders gescheiden door armoede, rampspoed of discriminatie. In deze film worden zes kinderen gevolgd die toch een (nieuw) thuis hebben gevonden.

Ze komen uit landen als Roemenië, Nepal en Brazilië en hun persoonlijke geschiedenis is zonder uitzondering schrijnend: kind van verslaafde ouders, ten prooi gevallen aan mensenhandelaars of gedumpt in een troosteloos opvanghuis voor gehandicapten. Zonder liefhebbende ouders moeten ze op eigen kracht zien uit te groeien tot evenwichtige volwassenen.

De filmmakers portretteren de kinderen binnen hun nieuwe omgeving en bezoeken tevens de plekken waar ze ooit noodgedwongen hun dagen sleten. Hun herinneringen daaraan zijn bovendien vervat in fraaie animaties. Het ontroerendst zijn de portretjes van het spastische Roemeense meisje Maria en de meervoudig gehandicapte tiener Isus uit Bulgarije. Ze waren allebei weggestopt in zo’n typisch somber Oostblok-instituut met bedompte slaapzalen vol ernstig verwaarloosde kinderen.

Liefdevolle pleegmoeders hebben nu de deur voor hen geopend naar een volwaardig bestaan. Op de nieuwe kansen die het leven soms ook biedt ligt de nadruk in deze gedegen, enigszins brave film, waaruit de hoop spreekt dat ook deze jeugdige wereldburgers, en al die andere verweesde kinderen, zich thuis kunnen gaan voelen op deze soms zo liefdeloze aardkloot.

David Bowie: Finding Fame

The KonradsDavie Jones And The King Bees en The Lower Third. Ooit hadden deze popbands stuk voor stuk de pretentie om de wereld te veranderen. Ze stierven echter een stille dood, als willekeurige hobbygroepjes die het lokale jeugdhonk nooit ontstegen. De enige reden dat we ze, ruim een halve eeuw na dato, überhaupt zouden kunnen kennen is omdat één bandlid later alsnog wereldberoemd zou worden.

David Jones, een bijzonder ambitieuze jongeman uit Brixton, versleet negen bands in elf jaar. Op achttienjarige leeftijd had hij zichzelf bovendien een andere achternaam gegeven: Bowie. En daarmee zou het in 1973 ein-de-lijk lukken: met Ziggy Stardust werd David Bowie een ster en kregen bandjes als The Konrads, Davie Jones And The King Bees en The Lower Third alsnog een plek in de pophistorie toebedeeld. Net als bijvoorbeeld – popquizzz!!! – The GolliwogsOn A Friday of The Quarrymen.

De televisiedocumentaire David Bowie: Finding Fame (90 min.), ook wel The First Five Years getiteld, graast het terrein af dat Five Years en The Last Five Years, de twee andere Bowie-films van filmmaker Francis Whately, braak hadden laten liggen: de jaren waarin de Britse zanger nog gewoon één van die would be-popsterren was, met véél meer ambitie dan succes. ‘Amateuristisch klinkende zanger die de verkeerde noten en vals zingt’, noteerde een jurylid van het BBC-programma Pick Of The Pops over één van zijn bandjes. Een andere criticaster: ‘Een tandeloos, nietszeggend ensemble dat een zanger zonder karakter begeleidt.’

Met voormalige bandleden, producers, managers, jeugdvrienden en familieleden schetst Whately, die ook de hoofdpersoon zelf veelvuldig aan het woord laat, vaardig de turbulente jonge jaren van de zoeker die er nog geen idee van heeft dat hij een fenomeen zal worden: het liefdeloze gezin dat hem voortbracht, de klotebaantjes, zijn (mislukte) experimenten met andere kunstvormen, al die naamloze bandjes en projectjes én zijn eerste grote liefdes. Zo werd met veel pijn en moeite de bedding gelegd, waar de veelkleurige rivier David Bowie in de navolgende dikke veertig jaar doorheen kon stromen.