John Candy: I Like Me

Prime Video

‘Had ik maar meer slechte dingen over hem te zeggen’, begint zijn vriend en collega Bill Murray bij de start van de documentaire John Candy: I Like Me (112 min.) van Colin Hanks. ‘Maar dat is het lastige als je het over John hebt. Mensen hebben weinig slechte dingen over hem te zeggen.’

Dat is een wat ontmoedigende start voor een bijna twee uur durend portret van een comedian, die al ruim dertig jaar dood is. Zeker als daarna de gloedvolle speech van Dan Aykroyd, een andere vriend en collega, bij Candy’s uitvaart op 18 maart 1994 is te horen, begeleid door een wervelende collage van zijn rollen in Hollywood-hits als StripesSplash en Uncle Buck. Prachtvent, vermoedelijk. Maar is nu in wezen niet alles al verteld? 

Vooruit, John Candy (1950-1994) groeide op in de omgeving van Toronto, verloor zijn vader toen hij vijf was en zou altijd het gevoel houden dat hij in geleende tijd leefde. Terwijl de Canadees naam maakte als komiek bij de Amerikaanse sketchshow SCTV, met de bijnaam Johnny Toronto, en vervolgens doorbrak in Hollywood bleef Candy bang dat hij net als zijn vader niet ouder zou worden dan 35. Ook zijn ongezonde levensstijl speelde hem daarbij natuurlijk parten.

Vanwege zijn overgewicht zou hij ook vaak getypecast worden als gezellige en grappige dikkerd. Het succes dat hij zo kreeg kon de pijn die hij daarvan had nooit volledig wegnemen. Vanwege aanhoudende twijfel en onzekerheid besloot de onvervalste ‘people pleaser’ uiteindelijk om in therapie te gaan en een diëtist in te huren. En toen, op de set van de film Wagons East, kreeg John Candy op slechts 43-jarige leeftijd een hartaanval.

Een combinatie van verwanten, waaronder zijn vrouw Rose, zoon Christopher en dochter Jennifer, en collega’s zoals Dan Aykroyd, Martin Short, Steve Martin, Conan O’Brien, Mel Brooks, Macauley Culkin en Tom Hanks plaatsen zijn veel te korte leven nog eens in perspectief. Een sympathieke, getalenteerde en gulle man, als we hen mogen geloven in deze vermakelijke film, die alleen wel een kartelrandje had kunnen gebruiken.

Want naar wat de man nu werkelijk dreef, hoe hij echt was als partner en vader en of hij niet liever in wat zwaardere films had gespeeld, blijft ‘t, ook na bijna twee uur, nog altijd gissen.

Becoming Madonna

Sky

Achteraf lijkt het logisch, voorbestemd bijna, dat Madonna de grootste popster van haar tijd zou worden. Toen ze in 1978 van Michigan naar New York vertrok, lag dat echter nog in de toekomst verscholen. Madonna, dochter van zeer katholieke Italiaanse immigranten, had niet veel meer in haar plunjezak dan geldingsdrang en ambitie. Twaalf jaar later, in 1992, was ze een gearriveerde ster die de ene na de andere hit had gescoord, continu in het middelpunt van de belangstelling stond en net de immens succesvolle Blond Ambition-tour had afgerond. Dat was niet vanzelf gegaan. Falen was geen optie, zegt ze er zelf over.

In Becoming Madonna (92 min.) documenteert Michael Ogden de tussenliggende periode, waarin de gedreven vrouw die is vernoemd naar haar jong overleden moeder haar weg zoekt in de muziekbusiness: als drummer in haar eerste bandje The Breakfast Club, frontvrouw van de Blondie-achtige groep Emma & The Emmy’s en als veilige Pat Benatar-kloon. Totdat ze de juiste mensen tegen het lijf loopt, niet geheel toevallig, en langzaam maar zeker de Madonna wordt die zich enkele decennia zal weten te handhaven in de absolute voorhoede van de popmuziek. Heeft ze ondertussen haar ziel aan de duivel verkocht? vragen mensen uit haar vroegere leven zich dan af.

Ogden reconstrueert de formatieve jaren van deze toonaangevende en beeldbepalende artiest met louter archiefmateriaal, dat buiten beeld wordt ingekaderd door Madonna zelf en intimi zoals haar broer Christopher Ciccone, ex-vriend Dan Gilroy, eerste manager Camille Barbone, clipregisseur Mary Lambert, producer Stephen Bray, videoproducer Sharon Oreck, choreograaf Vincent Paterson en danser Carlton Wilborn. De geschiedenis wordt verder ingekleurd met een soundtrack die behalve uit Madonna-hits zoals Borderline, Like A Virgin, Material Girl, Holiday en Like A Prayer ook uit underground-klassiekers van Talking Heads, The Runaways en Bikini Kill bestaat.

Zo ontstaat niet alleen een compleet overzicht van de wording van het fenomeen Madonna – inclusief haar worsteling met het alomtegenwoordige seksisme in de pers en muziekwereld, turbulente huwelijk met acteur Sean Penn en relatie met de gayscene, die zeker na de AIDS-crisis steeds inniger wordt – maar ook een treffend tijdsbeeld van de jaren tachtig, het decennium waarvan zij een perfecte representant is. Ze topt die onstuimige periode begin jaren negentig af met het scandaleuze boek Sex, misschien wel de ultieme Madonna-productie.

Over Madonna’s Blond Ambition-tour werd in 1991 overigens al de klassieker Madonna: Truth Or Dare uitgebracht. Later volgde de Nederlandse documentaire Strike A Pose (2016), waarin Madonna’s dansers de balans opmaken van hun periode in de entourage van de eigenzinnige wereldster.

The Life And Deaths Of Christopher Lee

Sky

Die diepe, sinistere stem is uit duizenden herkenbaar. Als Saruman, Francisco Scaramanga en – natuurlijk – Graaf Dracula. Van gene zijde vertelt de Britse acteur Christopher Lee (1922-2015) nu zijn levensverhaal – ook al ligt hij in werkelijkheid dus al tien jaar in z’n graf. Maar dat was tijdens zijn filmcarrière eigenlijk ook nooit een beletsel.

‘How do you do? I am Christopher Lee… How do you do? I am Christopher Lee…’ Na even zoeken heeft acteur Peter Serafinowicz Lee’s stem te pakken en kan hij aan dat levensverhaal beginnen. ‘On the 7th of June in the year 2015 I passed away at the age of 93’, gaat hij voortvarend van start. ‘To some this might seem like a defining moment, but not me. Oh no, by then I had become quite accustomed to dying.’

Tegen die tijd heeft zijn stem ook al een gezicht gekregen: van een lange gedistingeerde heer met een donkere oogopslag en strenge wenkbrauwen. Hij lijkt verdacht veel op Christopher Lee, maar beweegt houterig en wordt door een andere man met de hand aangestuurd. Een marionet, juist. En daarmee kan de documentaire The Life And Deaths Of Christopher Lee (102 min.) daadwerkelijk van start.

Over een jonge Britse acteur, afkomstig uit een bevoorrecht milieu, die na een rol als spion (?) tijdens de Tweede Wereldoorlog een tijd anoniem figureert in allerlei films. Totdat hij ineens wordt ontdekt als de infame Graaf Dracula, een horrorheldenrol die hij nog talloze malen, in verschillende gedaanten, zal herhalen in enkele kaskrakers en nog veel meer – en dan formuleren we het sympathiek – B-films.

Christopher Lee heeft zichzelf voorgoed getypecast als slechterik. Voor een James Bond-film, Star Wars én de Lord Of The Rings-trilogie. Al had hij daarin, als enorme Tolkien-fan, liever de goede tovenaar Gandalf gespeeld, vertelt regisseur Peter Jackson. Lee deed zelfs ongevraagd auditie, maar moest toch genoegen nemen met de rol die hem op het lijf was geschreven: de boze tovenaar Saruman.

Met insiders zoals zijn nicht Harriet Walter, actrice Caroline Munro en de filmmakers John Landis en Joe Dante loopt ‘Christopher Lee’ (ofwel: Serafinowicz, ingefluisterd door documentairemaker Jon Spira) onderkoeld en niet zonder zelfspot zijn eigen leven langs. Dat wordt natuurlijk geïllustreerd met talloze (enge) filmfragmenten, terwijl enkele vormende gebeurtenissen zijn vervat in animaties.

In die ruim negentig jaar zitten meer dan genoeg saillante verhalen – ‘s mans oorlogsactiviteiten zouden Lee’s neef Ian Fleming bijvoorbeeld op het spoor hebben gezet van het personage 007 – maar de man zelf komt, ondanks zijn meermaals aangetoonde vermogen om terug te keren uit het graf, toch niet helemaal tot leven. Hij blijft een beetje verscholen achter dat onheilspellende uiterlijk en die stem.

Treffend is wel het tv-interview, nadat hij voor z’n verdiensten is geridderd. Sir Christopher Lee heeft net verteld hoe trots hij is op zijn rollen als Indiase politicus in de kwaliteitsfilm Jinnah, de Bond-schurk in The Man With The Golden Gun en de tragische Saruman. Hij is een vertrouwd gezicht voor meerdere generaties geworden. Waarna de interviewster het gesprek bot afrondt met de woorden ‘Nog steeds de horrorkoning’.

‘De koning van wat?’ reageert Lee, als door een adder gebeten. ‘Ik heb in geen 34 jaar in een horrorfilm gespeeld!’ Heel even valt hij uit zijn rol en klinkt dan bijna net zo gevaarlijk als in zijn beste/slechtste Dracula-jaren.

From Roger Moore With Love

BBC

De kritieken zijn niet mals: ‘Mr. Moore overtuigt niet’, ‘seksistische snob’, ‘eendimensionale vertolking’. De Britse acteur Roger Moore (1927-2017) heeft in 1973 grote schoenen te vullen als hij wordt geselecteerd als de nieuwe James Bond. Hij moet Sean Connery doen vergeten. Tijdens de opnames voor Live And Let Die raakt hij direct betrokken bij een speedbootongeluk, dat gelukkig goed afloopt. En hoewel de recensenten bepaald niet overtuigd zijn, wordt de film wel een commercieel succes.

Moore is subiet een graag geziene gast in het talkshowcircuit, waar hij met zijn gesoigneerde uiterlijk, charme en ‘tongue in cheek’-humor de ideale Roger Moore kan zijn. Roger Moore, het personage. Niet: Roger Moore, het omhoog gevallen jongetje uit de Londense arbeiderswijk Stockwell, die zichzelf uitstekende manieren en een bekakt accent heeft aangeleerd. ‘Roger Moore’ is volgens eigen zeggen zijn grootste creatie. Niet Ivanhoe, niet Simon Templar (ofwel: The Saint). En zelfs niet James Bond.

Met z’n dochter Deborah en zoons Geoffrey en Christian Moore en bekende vrinden zoals Joan Collins, Christopher Walken en Dick Cavett, alsmede de Bond-girls Jane Seymour en Gloria Hendry, regisseur John Glen en zijn opvolger als 007, Pierce Brosnan, wandelt Moore zelf met z’n kenmerkende timbre, timing en zelfspot door zijn eigen leven en loopbaan. Althans: de woorden zijn van hem, afkomstig uit zijn memoires. De stem is van acteur/komiek Steve Coogan, die hier eveneens zijn beste ‘Roger Moore’ doet.

Regisseur Jack Cocker heeft From Roger Moore With Love (78 min.) verder volgestort met filmfragmenten, televisie-interviews met de charmeur zelf én niet eerder vertoonde privé-opnamen en beelden uit ‘s mans persoonlijke archief. Met zijn eigen videocamera filmde de acteur het luxe leven dat hij zelf inmiddels leefde, te midden van andere beroemdheden. Met zijn derde vrouw Luisa, met wie hij uiteindelijk dertig jaar samen zou zijn. Totdat hij weer een nieuwe levensfase in wilde, met een nieuwe vrouw, Kristina.

Dat is een terugkerend element in dit portret: Roger Moore was niet alleen op het scherm als Saint, Persuader of Bond een rokkenjager, ook in het echte leven bleek hij niet altijd ‘every inch a gentlemen’. Moore/Coogan redt er zich echter altijd wel weer uit, met even schmieren of een kwinkslag. En dat is ook meteen een beetje de makke van dit soepele portret: Roger Moore blijft wel heel erg ‘in character’. De man kan comfortabel achter het personage blijven schuilen – al is dat misschien ook wel weer treffend.

Chaplin: Spirit Of The Tramp

Periscoop Film

Na de dood van hun moeder vindt Victoria Chaplin in een afgesloten lade van een kast in hun Zwitserse huis Manoir de Ban een brief die haar vader Charlie heeft ontvangen na het publiceren van zijn autobiografie in 1964. Ze geeft hem aan haar broer Michael, die er helemaal van ondersteboven is. De brief is afkomstig van ene Jack Hill. Hij noemt hun vader een leugenaar. ‘Hallo Charlie, je schrijft over je geboortehuis’, schrijft Hill. ‘Je liegt alleen dat je barst. Je kunt helemaal niet weten waar je bent geboren of wie je eigenlijk bent. Als je ‘t zo nodig wilt weten: je bent geboren in een caravan.’

De wereldberoemde Britse komiek en acteur Charlie Chaplin (1889-1979) – die vader dus – kwam ter wereld op de zogenaamde Black Patch in Smethwick, nabij de Britse industriestad Birmingham. In een Roma-caravan, naar verluidt zelfs van de Gypsy Queen van de gemeenschap, Jack Hills tante. Chaplin had dus ‘zigeunerbloed’ door zijn aderen vloeien en zou zijn jonge jaren in erbarmelijke omstandigheden en diepe armoede doorbrengen. In Chaplin: Spirit Of The Tramp (90 min.) onderzoeken twee kleindochters van Chaplin, de zussen Carmen (regie) en Dolores (productie), hoe die wortels zijn te traceren in ‘s mans leven en werk.

Chaplins oudste zoon, de schrijver Michael J. Chaplin, fungeert daarbij als verteller. Hij wordt terzijde gestaan door zijn broer Christopher (musicus) en zussen Geraldine (actrice), Victoria (circusartiest) en Jane (schrijfster) en gaat verder in gesprek met bekende vertegenwoordigers van de Roma-gemeenschap zoals regisseur Tony Gatlif, schrijver Damian Lebas, regisseur Emir Kusturica en muzikant Stochelo Rosenberg. Stuk voor stuk vinden zij talloze aanknopingspunten in Chaplins oeuvre. Te beginnen natuurlijk bij zijn voornaamste creatie, The Tramp. Een zwerver die zomaar voor een zigeuner kan worden versleten.

Het feit dat Charlie Chaplin in producties als de stomme film-klassieker The Gold Rush (1925) en de genadeloze Hitler-pastiche The Great Dictator (1940) gebruik maakte van composities van Johannes Brahms, die sterk was beïnvloed door Romani-muziek, is minder voor de hand liggend. Of dat de manier waarop hij, in de woorden van Emir Kusturica (de maker van de ultieme gypsy-komedie Black Cat, White Cat), vecht met de zwaartekracht (zoals naderhand treffend wordt geïllustreerd met een slapstick koorddansscène uit The Circus, waarvoor Chaplin in 1928 een Oscar won) ook kan worden verbonden met zijn Roma-roots.

Hoewel de verhaallijn in deze ‘familiefilm’ van The Chaplins, waarin ook Charlies biograaf David Robinson en acteur Johnny Depp nog even kort hun zegje mogen doen, soms wat scherper had gekund en de docu ook stilistisch een beetje een ratjetoe wordt (met interviews, ontmoetingen, archiefbeelden, filmfragmenten en uitzinnige Roma-sequenties) voegt Chaplin: Spirit Of The Tramp wel degelijk een waardevol perspectief toe aan The Real Charlie Chaplin (2021), de documentaire die enkele jaren geleden het definitieve portret leek van de baanbrekende entertainer.

American Murder: Gabby Petito

Netflix

Ten einde raad plaatst Nicole Schmidt een bericht op Facebook: ‘Waar is Gabby???’ Ze zet er een foto bij van haar 22-jarige dochter, zittend op een rots. Samen met haar vriend Brian Laundrie is Gabrielle Petito ruim twee maanden eerder, begin juli 2021, in haar camper vertrokken. De twee wilden met de witte Ford Transit Connect een roadtrip door de Verenigde Staten maken. Gabby heeft al die tijd trouw gevlogd, maar is nu al een kleine twee weken volledig van de radar verdwenen en reageert net als Brian nergens meer op.

De titel van deze driedelige true crime-serie verraadt al wat er gebeurd is: American Murder: Gabby Petito (127 min.). Dan blijft het vooral nog de vraag hoe en waarom, want de wie-vraag lijkt na de openingsscène ook al min of meer beantwoord: een agent houdt Gabby en Brian dan staande in Moab, Utah, slechts enkele weken voordat zij vermist zal raken. Hij heeft een melding gekregen over een man die in het openbaar zijn vriendin sloeg. De bodycamera van de agent laat vervolgens zien hoe een ontredderde Gabby de situatie nog enigszins probeert te redden, terwijl Brian ogenschijnlijk ontspannen blijft beweren dat er weinig aan de hand is.

Een mediahype is geboren: wat is er gebeurd met Gabby Petito en welke rol heeft Brian Laundrie, met wie ze zich ruim een jaar eerder heeft verloofd, daarin gespeeld? Met behulp van Petito’s vlogs, haar telefoongegevens en social mediaverkeer kan de politie nauwkeurig reconstrueren hoe het stel eind augustus 2021 in het Grand Teton National Park terecht is gekomen. En met de bodycams van de agenten, die zich ter plaatse en bij het ouderlijk huis van Brian Laundrie melden, kunnen de documentairemakers Julia Willoughby Nason en Michael Gasparro in deze doeltreffende miniserie al even nauwgezet het politieonderzoek opnieuw oproepen.

Zo ontvouwt zich een tragisch verhaal, dat in het oog van de wereld tot z’n ontknoping komt. Die openbaarheid roept ook vragen op: zijn al die Point Of View-beelden van willekeurige politieagenten bijvoorbeeld werkelijk bedoeld om met de wereld te delen? In hoeverre worden verdachten – en mensen uit hun directe omgeving – zo al veroordeeld in ‘the court of public opinion’? Zeker is dat bij een geruchtmakende zaak zoals de verdwijning van Gabby Petito, die ongegeneerd appelleert aan de voyeur in ons, de privacy van de direct betrokkenen er al snel niet meer toe lijkt te doen. Alles wordt geofferd voor het zoeken naar het slachtoffer en de jacht op de dader.

American Manhunt: O.J. Simpson

Netflix

Op voorhand lijkt American Manhunt: O.J. Simpson (300 min.) een volstrekt overbodige productie. Er is namelijk al een gezaghebbende documentaireserie over de dubbele moord op Nicole Brown, de vrouw van de voormalige American footballer, en haar vriend Ron Goldman op 12 juni 1994: Ezra Edelmans epische vijfdelige reeks O.J.: Made In America, waarin de schokkende misdaad op een imposante manier in z’n historische en maatschappelijke context wordt geplaatst. Met O.J. Simpson, een Afro-Amerikaan die zich vrijwel alleen met witte landgenoten leek op te houden, als een wel heel ongemakkelijk symbool voor Zwart Amerika. De serie werd in 2017 geheel terecht gekozen tot winnaar van de Oscar voor beste documentaire.

En nu is er dus een true crime-productie van Floyd Russ. Waar Edelman uitzoomt, zoomt Russ juist in: op het misdrijf zelf: gemiste sporen, bewijs en getuigen. Op O.J.’s spectaculaire vlucht in een witte Ford Bronco, live uitgezonden op televisie. En op de rechtszaak, eveneens een mediaspektakel zonder weerga. Met uitstekende bronnen, zoals de lekker cynische moorddetective Tom Lange en zijn omstreden collega Mark Fuhrman, die een cruciale rol zal gaan spelen in de verdedigingsstrategie van Simpsons juridische Dream Team. Fuhrman wordt door hen geportretteerd als een door en door racistische rechercheur, die O.J. er willens en wetens bij heeft gelapt. Voor dat eerste is bewijsmateriaal te over, dat tweede lijkt toch wel hoogst twijfelachtig.

Verder bevat deze vierdelige serie bijdragen van onder anderen Ron Goldmans zus Kim, O.J.’s huisgenoot Kato Kaelin, zijn agent Mike Gilbert, O.J.’s en Nicoles vriend Ron Shipp, assistent-aanklager Christopher Darden, DNA-expert Bill Thompson, Simpson-advocaat Carl Douglas, juridisch expert Jeffrey Toobin, jurylid Yolanda Crawford en talkshowhost Geraldo Rivera en andere journalisten die de zaak destijds volgden. Met hen kan Russ zowel diep in de zaak duiken als er van enige afstand naar kijken. En het helpt ongetwijfeld dat de toenmalige verdachte een klein jaar geleden overleed. O.J. Simpsons belangen hoeven niet meer te worden beschermd – hooguit zijn imago. Daar was door latere strapatsen alleen toch al niet meer zoveel van over.

En zo wordt American Manhunt – een titel waaronder in 2023 ook The Boston Marathan Bombing van Floyd Russ werd uitgebracht door Netflix en die later dit voorjaar nog een vervolg over Osama bin Laden lijkt te krijgen – zowaar een heel interessante ontleding van een zaak die in de afgelopen dertig jaar natuurlijk al van voor tot achter is belicht. Niet in het minst door het Amerikaanse karakter van de zaak. Want zelfs een gruwelijke dubbele moord wordt, getuige bijvoorbeeld een DNA-kraswedstrijd en de enige echte O.J.-crimewatch, schaamteloos commercieel uitgevent. Óók door de hoofdverdachte zelf, die er rond de geruchtmakende rechtszaak blijkbaar geen been in zag om geboortekaartjes te verkopen met zijn handtekening erop.

Het tekent de man die, ondanks zijn succesvolle sportcarrière en jarenlange status als nationale knuffelbeer, toch vooral zal worden herinnerd vanwege de moord op zijn ex-vrouw Nicole en Ron Goldman. Of hij die nu heeft gepleegd – en daarvoor zijn toch wel héél sterke aanwijzingen – of niet.

Super/Man: The Christopher Reeve Story

HBO Max

Het is een tafereel dat meer Hollywood is dan Hollywood: een jaar nadat hij bij een wedstrijd van z’n paard is gevallen, laat acteur Christopher Reeve (1952-2004) zich toejuichen tijdens de Oscar-uitreikingen van 1996. Hij heeft een dwarslaesie opgelopen, kan niet meer zelfstandig ademen en is veroordeeld tot een rolstoel. De wereld waarin hij groot is geworden als Clark Kent/Superman verwelkomt hem met een staande ovatie en betraande ogen.

De ontroerende en ook wel enigszins ongemakkelijke scène markeert de overgang van de oude naar de nieuwe Christopher Reeve. Van de acteur die furore had gemaakt als superheld en daarna al enige tijd op z’n retour leek naar de man die ruw was teruggeworpen op zichzelf, fysiek een slap aftreksel van de imposante man van staal die hij ooit was geweest, en zich toen opnieuw zou uitvinden als een held voor alle mensen met een beperking.

Noem dat gerust ook een Hollywood-verhaal, een gestroomlijnde en vast ook behoorlijk geromantiseerde versie van het leven dat de Amerikaanse acteur daadwerkelijk heeft geleid. Zo wordt het tenminste door Ian Bonhôte en Peter Ettedgui gepresenteerd in de documentaire Super/Man: The Christopher Reeve Story (104 min.), een film waarin Reeves leven en loopbaan tot aan het ongeluk en zijn opvallende remonte daarna parallel worden verteld.

Samen met zijn kinderen Matthew, Alexandra en Will, eerste vrouw Gae, vriend John Kerry, arts Steven Kirshblum en bevriende collega’s zoals Susan Sarandon, Jeff Daniels en Glenn Close bewijzen ze Super/Man twintig jaar na zijn dood alle eer. Alleen zijn beste vriend, de komiek Robin Williams, ontbreekt. Die is zelf ook alweer tien jaar dood, maar pakt desondanks een Oscar-waardige bijrol in deze verfilming van Reeves aangrijpende levensverhaal.

Door zijn ongeluk werd Christopher Reeve een betere man, echtgenoot en vader, zo is het gevoel bij de mensen uit zijn directe omgeving. Typisch Hollywood overigens – en vast ook niet onwaar, hooguit wat vet neergezet. En wat Superman – niet de vliegende adonis, maar de breekbare man in de rolstoel – op het gebied van de emancipatie van mensen met een lichamelijke beperking in gang heeft gezet, wordt anno 2024 nog altijd voortgezet door zijn nabestaanden.

Thelma & Louise – Born To Live

AVROTROS

In één beeld is het complete idee van de film vervat: op de achterbank van een auto die door de Verenigde Staten scheurt, een groene Ford Thunderbird cabriolet uit 1966, heeft een mannelijke scharrel plaatsgenomen, terwijl er twee vrouwen aan het stuur zitten. In het Hollywood van begin jaren negentig is dat vloeken in de kerk. De man bepaalt normaal gesproken de weg. En de vrouw zit erbij, mooi te wezen.

Juist daarom is Thelma & Louise ook zo’n bijzondere film. Een feministische roadmovie over twee krachtige vrouwen die hun eigen weg gaan in een wereld waar mannen nog altijd de lakens uitdelen. En die scharrel – gespeeld door een jeugdige Brad Pitt, die naar verluidt Grant Show, Mark Ruffalo en George Clooney heeft afgetroefd – wordt nooit meer dan een aantrekkelijk bijpersonage. Een lustobject, zelfs.

Die film is overigens gebaseerd op het scenario van een vrouwelijke schrijfster, Callie Khourie, en stelt psychologisch, lichamelijk en sociaal geweld van mannen tegenover vrouwen aan de kaak, maar hij werd wel geregisseerd door een man. Ridley Scott heeft dan als filmmaker allang zijn sporen verdiend in Hollywood, met kaskrakers zoals Alien en Blade Runner. Dit wordt echter een totaal ander avontuur.

In de interessante tv-docu Thelma & Louise – Born To Live (53 min.) onderzoeken Leni Mérat en Joséphine Petit de betekenis van Scotts baanbrekende film. Zij plaatsen die nadrukkelijk binnen de filmhistorie, waarbij de traditionele ‘male gaze’ ditmaal vervangen is door een vrouwelijke blik. Veel scènes uit Thelma & Louise lijken reacties of varianten op hoe mannen doorgaans worden geportretteerd door Hollywood.

Via gesprekken met Callie Khouri, producent Mimi Polk, filmsetontwerper Anne Ahrens en de acteurs Christopher McDonald, Stephen Tobolowsky en Jason Beghe, aangevuld met archiefinterviews met Ridley Scott en de hoofdrolspeelsters Geena Davis en Susan Sarandon, krijgen Mérat en Petit zicht op het maakproces van de film en op wat die bij hen en (vrouwen) in de rest van de wereld heeft losgemaakt.

Want toen Thelma & Louise in 1991 werd uitgebracht, kreeg de film niet alleen lof. Critici zagen er ook een onvervalst staaltje ‘male bashing’ of de verheerlijking van geweld tegen mannen in. Met een hedendaagse blik bekeken dealde Callie Khouri’s geesteskind toen al met issues die in de afgelopen jaren binnen de #metoo-beweging en discussies over grensoverschrijdend gedrag aan de orde zijn gesteld. 

Tegelijkertijd is de film er dan weer niet in geslaagd om de positie van vrouwen in Hollywood significant te verbeteren. In dat opzicht is zelfs Thelma & Louise een druppel op een gloeiende plaat gebleken.

The Antisocial Network: Memes To Mayhem

Netflix

Met de wijsheid van nu was het een teken aan de wand: tijdens de animeconventie Otakon in Baltimore, nu zo’n vijftien jaar geleden, brengt een aantal bezoekers, als een zieke grap, de Hitlergroet. ‘De eerste dag schiep moot 4chan en zei: dit is 4chan, brenger van pijn’, declameert een spreker even later. ‘En op dag twee schiep moot Anonymous.’ Waarna iemand uit het publiek ‘Hallelujah’ roept en een man op de grond stuiptrekkende bewegingen begint te maken, alsof hij in de ban is geraakt van een hogere macht.

Het blijkt een keerpunt in de ontwikkeling van het online-platform 4chan, het geesteskind van de Amerikaanse tiener Christopher ‘moot’ Poole waarop gebruikers anoniem met elkaar kunnen communiceren. Dit is een soort vervolg op het Japanse bulletin board system 2channel, dat aan het begin van de 21e eeuw ook al leidde tot extreem gedrag. Opgejut door andere bezoekers van 2chan kaapte een jongen bijvoorbeeld in 2000 een bus bij Neomugicha en doodde één van de passagiers. Later ontwikkelde het textboard zich tot een platform voor extreemrechts in Japan.

In de Verenigde Staten zou 4chan – en de afgeleide daarvan, 8chan – zich sterk maken voor de verkiezing van Donald Trump tot president, QAnon-complotten en de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021. En het begon nog zo ‘onschuldig’, herinneren 4channers van het eerste uur, met namen als Fuxnet, Kirtaner en W.T. Snacks, zich in The Antisocial Network: Memes To Mayhem (85 min.). Met emoji’s, edgy humor, eindeloze scrolls, hacks en zoiets als een rickroll: anderen verleiden om op een suggestieve link te clicken, die dan Rick Astleys corny hit Never Gonna Give You Up oplevert.

Gaandeweg krijgt het anarchistische platform een activistischere vleugel. Daar ook ontstaat de hackgroep Anonymous. De leden dragen, geïnspireerd door de speelfilm V For Vendetta, een Guy Fawkes-masker en doen zich flink gelden. Ze engageren zich met de Occupy Wall Street-beweging, maken de extreemrechtse radiohost Hal Turner het leven onmogelijk en binden via Project Chanology de strijd aan met de Scientology-sekte. Als de hacktivisten ook de Amerikaanse overheid beginnen te belagen, slaat de FBI echter keihard terug en verdwijnen zij en de eerste generatie 4channers van het platform.

Wat daar achterblijft – losers zoals hij, stelt 8chan-oprichter Fredrick Brennan – verruilt subversieve humor al snel voor haat naar alles en iedereen, laten Arthur Jones en Giorgio Angelini (die tevens betrokken was bij het aanverwante Feels Good Man) in deze intrigerende film zien. Tijdens Gamergate komt bijvoorbeeld een ongekende misogynie los. Dit blijkt het startschot voor een bak ellende die over de wereld wordt uitgekieperd en die steeds weer wordt opgepikt op andere sociale media en door reguliere nieuwsmedia. 4chan is een complotland geworden, waarin niemand veilig is.

The Antisocial Network – de titel verwijst natuurlijk naar de speelfilm The Social Network over Facebook en is een soort vervolg op We Are Legion – brengt die desolate wereld op een geheel bijdetijdse manier, met veel gebruik van memes, animaties en screengrabs, over het voetlicht en vormt daarmee een soort tweeluik met The Truth Vs. Alex Jones, een ontluisterende recente film over de gewetenloze complotdenker. Samen tonen deze documentaires de verwoestende werking van enerzijds woede en angst als basis voor een geslaagd verdienmodel en anderzijds anonimiteit als voorwaarde om die ongelimiteerd en straffeloos te kunnen delen.

Het is een deprimerende ontwikkeling die inmiddels op de hele wereld voor plotseling oplaaiende veenbranden zorgt en die ook niet meer zomaar is terug te draaien.

Pathological: The Lies Of Joran van der Sloot

Videoland

Voor Nederlandse misdaadverslaggevers is Joran van der Sloot in de afgelopen twintig jaar ‘the gift that keeps on giving’ gebleken. Hij ontkende eerst in alle toonaarden dat hij schuldig was aan de verdwijning van Natalee Holloway, wilde vervolgens onder druk nog wel eens flink uit zijn slof schieten en liet zich uiteindelijk tóch in de kaarten kijken. Wat heeft een Amerikaanse true crime-docu dan nog te bieden? Behalve de verplichte journalisten, schrijvers en juristen, overspannen muziekjes en cliffhangers en een psychologe, die eerst zegt dat het natuurlijk niet de bedoeling is dat mensen zoals zij publieke figuren gaan analyseren en dan precies dat gaat doen? In elk geval, al even flauw, een andere naam voor de door haar als ‘psychopaat’ gekwalificeerde diabolische jongeling: Jorén vénder Sloet.

Pathological: The Lies Of Joran van der Sloot (94 min.) vertelt twee parallelle verhalen, waartussen exact vijf jaar zit: de verdwijning van de Amerikaanse tiener Natalee Holloway op Aruba op 30 mei 2005 en de moord op Stephany Flores in Peru op 30 mei 2010. Met direct betrokkenen zoals Natalee’s broer Matt en Stephany’s vader Ricardo, vrienden, ooggetuigen en politiemensen brengt regisseur Christopher Cassel de gebeurtenissen in de twee geruchtmakende zaken in kaart. Het duurt bijna drie kwartier voordat daarbij Peter R. de Vries, die in Nederlandse ogen toch een essentiële rol heeft gespeeld in Van der Sloots ontmaskering, voor het eerst opduikt: als hij een bekentenis van Joran heeft verkregen via een verborgen camera-actie met diens ‘vriend’ Patrick van der Eem.

Daarmee komt de verziekte relatie tussen de manipulatieve Nederlander, altijd op zoek naar geld, en de gulzige media pas echt op gang: Joran van der Sloot zorgt ervoor dat hij permanent in de aandacht blijft staan, voedt journalisten de meest bizarre verhalen en probeert daar dan een slaatje uit te slaan. Na een interview in Thailand ontvangt de bekende Fox News-journaliste Greta van Susteren bijvoorbeeld doodleuk een berichtje van hem. ‘Alles wat ik je zojuist heb verteld was een leugen. Ik deed het gewoon voor het geld.’ Het vraaggesprek wordt desondanks gewoon uitgezonden. Fox meldt er alleen bij dat ze Joran inderdaad, een journalistieke doodzonde, voor zijn bijdrage hebben betaald. En de rest van de wereld, in het bijzonder Natalee’s nabestaanden, tast verder in het duister.

Nieuwe inzichten heeft deze misdaaddocu intussen niet te bieden. Joran van der Sloots verhaal wordt wel netjes achter elkaar gezet. En dat krijgt in de gevangenis in Peru, tot afgrijzen van de familieleden van zijn slachtoffers, nog een nieuwe dimensie als hij trouwt met de plaatselijke jonge vrouw Leidy Figueroa en ook vader wordt van haar kind. Even later meldt zich overigens ook nog een vriendin die hij in de cel heeft opgedaan. ‘Ik voel een enorme liefde voor Joran’, zegt deze Eva Pacohuanaco, die beweert dat ze in eerste instantie niet op de hoogte was van zijn misdrijven. ‘Maar het zou beter zijn geweest als ik hem nooit had ontmoet.’ Want Eva zal nog flink in de problemen komen als ze wordt betrapt met cocaïne, die ze op verzoek van Joran de gevangenis in zou hebben gesmokkeld.

Hoewel psychologische duiding van mensen die hem écht goed kennen achterwege blijft, wordt Jorén vénder Sloet in Pathological neergezet als een klassieke psychopaat. Anderen lijken voor hem niet meer dan poppetjes in zijn spel. Voor deze degelijke, soms nét iets te vet aangezette docu geldt in wezen hetzelfde: Jorans slachtoffers worden nooit meer dan bijvangst bij portretteren van een levensgevaarlijke ’creep’. In 2023 wordt Van der Sloot uiteindelijk uitgeleverd aan de Verenigde Staten, waar hij een gedetailleerde bekentenis over Natalee aflegt. Haar moeder Beth accepteert zijn lezing van de feiten en is blij dat er eindelijk officieel een dader is aangewezen voor de verdwijning van haar dochter. Maar of het verhaal daarmee helemaal uit is en Joran nu werkelijk de complete waarheid heeft verteld?

Het zou bijna teleurstellend zijn als hij niet toch nog enkele kaarten in zijn mouw blijkt te hebben. Of wordt zelfs Joran mettertijd ‘the gift that stops giving’?

West Of Memphis

Sony Pictures Classics / Netflix

Al snel gaat het verhaal met de feiten op de loop. Die zijn ook zo gruwelijk dat het niet vreemd is dat ze een kleine schokgolf te weeg brengen: op 6 mei 1993 worden in een greppel nabij West Memphis in Arkansas de levenloze lichamen van drie achtjarige jongetjes aangetroffen. Vastgebonden, misbruikt. Al snel worden er drie plaatselijke tieners gearresteerd. Metalfans, ideale doelwitten voor de dan welig tierende Satanic Panic. De kwetsbaarste van de drie, een zwakbegaafde zeventienjarige jongen genaamd Jessie Misskelley Jr., legt al snel een bekentenis af en beschuldigt meteen ook de andere twee: de rustige tiener Jason Baldwin en een dwarse jongeling die met enige goede wil een diabolische persoonlijkheid is toe te dichten, Damien Echols.

En dan strijkt er een cameraploeg neer in Arkansas, die van het gruwelijke misdrijf in het Amerikaanse zuiden een zaak maakt die internationaal tot de verbeelding spreekt. Met de documentaires Paradise Lost: The Child Murders At Robin Hood Hills (1996), opvolger Paradise Lost 2: Revelations (2000) en sluitstuk Paradise Lost 3: Purgatory (2011) leveren Joe Berlinger en Bruce Sinofsky een onvervalste true crime-klassieker in drie bedrijven af: de Paradise Lost-trilogie. Hun conclusie is dat de drie jonge mannen, die inmiddels al jaren in een cel zitten, niet verantwoordelijk kunnen zijn voor de gewelddadige dood van de kleine Stevie Branch, Michael Moore en Christopher Byers.

Intussen is er een typische true crime-dynamiek op gang gekomen, die tegenwoordig vanzelfsprekend lijkt in dit soort geruchtmakende zaken. Echols, Baldwin en Misskelley krijgen bekendheid als The West Memphis Three. Amateurdetectives (waaronder Lorri Davis, die een relatie krijgt met hoofdverdachte Damien Echols) bijten zich vast in de zaak, bekendheden (Eddie Vedder, Henry Rollins en Natalie Maines) beginnen zich ermee te bemoeien en er komt een serieuze stroom boeken op gang. Overal steken intussen ‘Free The West Memphis Three’-initiatieven de kop op. De documentaire West Of Memphis (147 min.), geproduceerd door Lord Of The Rings-regisseur Peter Jackson en zijn vrouw Fran Walsh uit Nieuw-Zeeland (!), past in die ontwikkeling.

De patente documentaire van Amy Berg, die een jaar na het laatste Paradise Lost-deel wordt uitgebracht, is de weerslag van al die verschillende inspanningen, loopt de zaak nog eens zorgvuldig door en richt zich dan op een nieuwe verdachte. Nadat in het tweede deel van de trilogie van Berlinger en Sinofsky het onvergetelijke larger than life-personage John Mark Byers, de stiefvader van één van de slachtoffertjes, nadrukkelijk naar voren is geschoven als de mogelijke moordenaar – een suggestie die later overigens ook weer is ontkracht – zetten de zelfbenoemde speurders Berg en co. nadrukkelijk in op een andere stiefvader: Terry Hobbs. Na afloop zullen veel kijkers waarschijnlijk niet begrijpen waarom de man, die een relatie heeft gehad met de moeder van Stevie Branch, niet allang achter slot en grendel zit.

Typisch true crime, zou je kunnen zeggen. Het genre bestaat bij de gratie van zulke verontwaardiging. Sinds de film in 2012 is uitgebracht lijkt er alleen geen wezenlijke vooruitgang te zijn geboekt. The West Memphis Three hebben weliswaar een Pyrrusoverwinning geboekt – door een Alford Plea te accepteren, waarbij je formeel verklaart dat je schuldig bent en ondertussen staande houdt dat je onschuldig bent – en verkeren sinds 2011 op vrije voeten. Over wie op 5 mei 1993 die drie onschuldige jongetjes heeft vermoord, is echter nog altijd geen definitief uitsluitsel – al heeft Terry Hobbs, die in 2019 zijn memoires Boxful Of Nightmares uitbracht, voor menigeen nog steeds de schijn tegen.

To End All War: Oppenheimer & The Atomic Bomb

MSNBC

De tragiek van de man en zijn grootste verdienste is al vaak benadrukt. J. Robert Oppenheimer wilde de westerse beschaving redden en ontwierp vervolgens een wapen waarmee elke vorm van beschaving kon worden vernietigd. En de Amerikaanse wetenschapper, over wie regisseur Christopher Nolan onlangs de groots opgezette speelfilm Oppenheimer maakte, besefte dat zelf als geen ander. To End All War: Oppenheimer & The Atomic Bomb (87 min.) vormt het tastbare bewijs. ‘Nu ben ik de Dood geworden’, zegt hij daarin mistroostig. ‘De vernietiger van werelden.’

Door zijn reputatie als outsider en relatie met een overtuigde communiste, ex-vriendin Jean Tatlock, leek de natuurkundige Oppenheimer niet de meest voor de hand liggende kandidaat  om het nucleaire programma van de Verenigde Staten, The Manhattan Project, te gaan leiden en zo het gevaar van nazi-Duitsland te bezweren. ‘Hij had geen grote verdiensten op zijn naam staan’, stelt Gregg Herken, auteur van het boek Brotherhood Of The Bomb. ‘Een wetenschapper die Oppenheimer kende zei zelfs: hij kan niet eens een hotdogkraam runnen.’

En die man moest er dus voor zorgen dat de race tegen het Duitse bomproject, geleid door zijn concullega Werner Heisenberg, werd gewonnen. Vanuit Los Alamos, in de woestijn van New Mexico, zette Oppenheimer met zijn team alles op alles om Hitler voor te blijven. En toen de Duitsers begin 1945 geen bedreiging meer vormden voor de VS – zo betogen enkele historici in deze breed ingestoken, goed gedocumenteerde en subtiel met animaties aangeklede film van Christopher Cassel – werd er een andere vijand gezocht. Want De Bom moest uitgeprobeerd worden!

‘Hoe kon de wereld anders de kracht ervan ontdekken?’ stelt historicus Richard Rhodes (The Making Of The Atomic Bomb). Met dit afschrikwekkende nieuwe wapen hoopten ze bovendien het aantal Amerikaanse slachtoffers in de rest van de oorlog te kunnen beperken. ‘Mijn vader en moeder zijn veteranen uit de Tweede Wereldoorlog’, zegt tv-wetenschapper Bill Nye daarover. ‘Na vier jaar oorlog was er volgens mijn moeder echt niemand die zich afvroeg of het wel ethisch verantwoord was om een nucleair wapen te gebruiken.’ Alles was geoorloofd om de oorlog te verkorten.

‘We hebben meer dan twee miljard dollar geïnvesteerd in de grootste wetenschappelijke gok in de geschiedenis’, declameerde de Amerikaanse president Harry Truman triomfantelijk, nadat een Amerikaans vliegtuig op 6 augustus 1945 een atoombom had gedropt op de Japanse havenstad Hiroshima. ‘En we hebben gewonnen!’ ’t Was een gotspe! ‘Ik herinner me elke seconde,’ vertelt overlevende Hideko Tamura, die zelf de bom overleefde, maar haar halve familie verloor. ‘Ik heb me nog nooit zo hulpeloos gevoeld.’ Drie dagen later zou ook Nagasaki nog worden geslachtofferd.

Robert Oppenheimer werd het gezicht bij die beruchte paddenstoelenwolk. Een wereldwijde bekendheid, die werd gekweld door schuldgevoelens. ‘Hij had geen spijt van zijn rol en werk tijdens de oorlog’, vertelt zijn kleinzoon Charles Oppenheimer. ‘Maar vrijwel direct daarna begon hij al zijn aandacht te richten op het beheersen van de gevolgen ervan.’ En daarmee werd ‘de vader van de atoombom’, in de hoogtijdagen van het McCarthisme, zowaar het slachtoffer van een heksenjacht. De briljante wetenschapper eindigde zijn carrière als een tragische figuur.

No Accident

HBO Max

‘Jews will not replace us’, schreeuwt de meute die op 11 en 12 augustus 2017 door de Amerikaanse stad Charlottesville in Virginia trekt. Met brandende fakkels loopt een combinatie van neonazi’s, alt-righters en leden van de Ku Klux Klan provocerend door de straten. Het is een scharnierpunt in de recente Amerikaanse historie. Na de zogenaamde Unite The Right-rally, waarbij diverse tegendemonstranten gewond raken en één van hen, Heather Heyer, zelfs overlijdt als de extremist James Fields met zijn auto op hen inrijdt, bestaat de Amerikaanse president Donald Trump ‘t om te spreken over ‘very fine people on both sides’.

Negen tegendemonstranten, die zowel lichamelijke als emotionele schade hebben opgelopen in Charlottesville, laten ‘t er echter niet bij zitten. Namens hen starten de advocaten Roberta Kaplan en Karen Dunn in oktober 2017 een civiele rechtszaak tegen de organisatoren van de extreemrechtse rally, die uiteindelijk meer dan vijf jaar in beslag zal nemen. De verdachten zouden collectief raciaal geweld hebben uitgedragen en gepromoot. Gaandeweg blijken zij bovendien, al dan niet rechtstreeks, in contact te staan met mannen die in de navolgende jaren bloedbaden zullen aanrichten in de Tree Of Life-synagoge, de Walmart van El Paso en de Christchurch-moskee in Nieuw-Zeeland.

In No Accident (97 min.) volgt Kristi Jacobson het gedreven advocatenteam en hun cliënten. Zij willen de ‘white supremacists’ publiekelijk aan de kaak stellen en hen liefst ook nog een flinke poot uitdraaien, zodat ze voortaan niet meer de middelen hebben om haatcampagnes te financieren. Daarvoor moeten ze de dwarsverbanden onderzoeken tussen de verschillende extreemrechtse kopstukken en de communicatie tussen hen op het online-platform Discord, waar ze ongefilterd spreken over The Great Replacement (omvolking, in slecht Nederlands), het in scène zetten van gewelddadige confrontaties met Antifa en die dekselse Joden (die je overal de schuld van kan geven).

Vanwege Coronamaatregelen heeft Jacobson niet kunnen filmen tijdens de rechtszaak zelf. Ze gebruikt daarom animaties en audioreconstructies van de verschillende verklaringen. Het echte vuurwerk zit in de verhoren van de verdachten Richard Spencer (een gladjakker, die zich voordoet als het fatsoenlijke gezicht van de beweging en de term alt-right zou hebben gemunt), Christopher Cantwell (een vuilgebekte podcaster, die de Joodse advocaat Michael Bloch tijdens een verhit verhoor plotseling ‘you lying Jew piece of shit’ noemt) en de plaatselijke organisator Jason Kessler (die vooraf allerlei duistere voetsoldaten heeft opgeroepen ‘to fight this shit out’ in Charlottesville).

Het optreden van deze extremisten verraadt zelfvertrouwen. Dat ontlenen ze ongetwijfeld aan de achterban die ze inmiddels in hun eigen duistere uithoek van het internet hebben opgebouwd en de impliciete en expliciete steun die ze van populistische politici krijgen. Met de middelen die de rechtsstaat biedt proberen hun slachtoffers en ideologische tegenstanders hen nu een toontje lager te laten zingen. Deze gedegen film documenteert dat spannende proces vanuit het perspectief van de eisers, die daarbij hun eigen angsten aan de kant moeten zetten, ten faveure van het grotere ideaal. Het is alleen de vraag of ze deze diabolische geest nog terug de fles in kunnen krijgen.

Zolang hun politieke afgod Donald Trump, die zelfs door de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021 nauwelijks electorale schade heeft opgelopen, populair blijft bij een aanzienlijk deel van de Amerikaanse bevolking, laten deze dubieuze kopstukken van extreemrechts zich echt niet zomaar verdrijven naar het verdomhoekje waar ze eigenlijk thuishoren.

Ganz Normale Männer: Die “Vergessene Holocaust”

Netflix

Ze hóefden helemaal niet te schieten. Het is een schokkende constatering, bij de start van Ganz Normale Männer: Der “Vergessene Holocaust” (58 min.). De mannen die in 13 juli 1942 in Polen van dichtbij zo’n 1500 Joodse mannen, vrouwen en kinderen doodschoten, hadden dat bevel naast zich neer kunnen leggen. ‘Als je durfde te zeggen: “ik wil niet schieten” werd je misschien gezien als een lafaard en kreeg je een aantekening in je dossier’, stelt historicus Christopher Browning, wiens boek Ordinary Men als onderlegger fungeerde voor deze film. ‘Maar je werd niet zwaar gestraft.’

Wat was dan toch de motivatie van deze gewone Duitse mannen? vraagt de Britse acteur Brian Cox, die dienst doet als verteller van deze pijnlijke en met acteurs aangeklede historische exploratie, namens regisseur Manfred Oldenburg. Het waren géén bloedfanatieke nazi’s, doorgewinterde criminelen of zorgvuldig geselecteerde psychopaten. De killers leken gewoon een onopvallende dwarsdoorsnede van de burgerbevolking van Hamburg en directe omgeving. Zij zouden zich desondanks te buiten gaan aan gruwelijke oorlogsmisdaden.

Nadat hun geliefde majoor Wilhelm ‘papa’ Trapp het bevel had gegeven, dat hemzelf duidelijk zwaar viel, deed hij zijn mannen zelfs nog een aanbod: ‘Als iemand het niet kan opbrengen kun je eruit stappen en hoef je niet mee te doen.’ Slechts een tiental mannen van het reservepolitiebataljon 101 zou daarvan gebruik maken. De rest reageerde niet, ongetwijfeld in een poging om niet uit de toon te vallen. Zij leverden vervolgens een significante bijdrage aan de beruchte dodenlijsten van de nazi’s, die uiteindelijk miljoenen namen zouden bevatten.

Met historici, psychologen, sociologen en de befaamde jurist Benjamin Ferencz (hoofdaanklager bij het zogenaamde Einsatzgruppen-proces in 1947 en 1948 te Neurenberg, waarbij na de Tweede Wereldoorlog leden van de doodseskaders van de nazi’s werden berecht) onderzoekt Oldenburg wat de mannen achter zulke massa-executies, waarbij dader en slachtoffer oog in oog met elkaar kwamen te staan, heeft bezield? Was het groepsdruk, de ‘sociale straf’ die ongetwijfeld zou volgen? Duidelijk is dat hun gruweldaden ook voor hen niet zonder gevolgen bleven.

‘Veel van de schutters zijn getraumatiseerd door het moorden’, stelt verteller Cox en trekt vervolgens een bijzonder wrange conclusie. ‘Dat is een van de redenen dat eind 1941 grote vernietigingskampen zoals Auschwitz ontstonden. Het proces van massamoord moest effectiever en milder zijn voor de daders.’

Soviet Bus Stops

http://www.sovietbusstops.com

Het is een variant op urbex fotografie, ook wel ‘urban exploring’ genoemd. De Canadese fotograaf Christopher Herwig legt alleen niet zomaar vervallen gebouwen of verlaten plekken vast, maar heeft zijn geheel eigen specialiteit ontwikkeld: Soviet Bus Stops (57 min.).

Hij doorkruist de voormalige Sovjet-Unie, op zoek naar architectonische hoogstandjes. De ‘bushokjesjager’ begint zijn zoektocht in deze roadmovie, die hij samen met Kristoffer Hegnsvad en Nicholas Zajicek maakte, in de Georgische stad Gori, de geboorteplaats van Jozef Stalin. Aan hem ontleent de documentaire ook zijn leidmotief. ‘Ideeën zijn krachtiger dan wapens’, liet de leider, die ruim dertig jaar met ijzeren hand regeerde, ooit optekenen. ‘We gunnen onze vijanden ook geen wapens. Waarom laten ze dan wel ideeën hebben?’

Ondanks deze dreigende taal durfden sommige ontwerpers wel degelijk een eigenzinnige bushalte te imagineren. Je moet ze alleen wel even zien te vinden, in een natie die inmiddels in vijftien afzonderlijke landen uiteen is gevallen. ‘Ondanks hun bescheiden omvang lijken ze zo moedig’, mijmert Herwig in één van de voice-overs, waarmee de film wordt aangestuurd. ‘Waren deze unieke ontwerpen een daad van rebellie? Een discrete roep om hulp in een samenleving waarin alles aan regels was gebonden? Of moeten ze toch worden beschouwd als Sovjet-propaganda?’

En Herwig wil natuurlijk geen ‘useful idiot’ van een verdorven regime worden. De bushokjes, in al hun kleur, lef en creativiteit, ogen in elk geval als een opmerkelijk vertoon van individualisme, in een natie die zwoer bij collectiviteit. Wie ze ooit heeft ontworpen, is lang niet altijd bekend. Als de fotograaf er toevallig één tegen het lijf loopt, springt hij nog net geen gat in de lucht. Stukje bij beetje komt hij zo op zijn tocht, die wordt begeleid door lekker zielloze synthmuziek, toch steeds meer te weten over die volstrekt eigenzinnige kunstwerken langs de weg.

Een masterplan om ze te behouden en als een soort permanente Sovjet-tentoonstelling beschikbaar te houden, ligt er overigens niet. Deze glorie vergaat onherroepelijk, zo lijkt het. Gelukkig heeft Christopher Herwig de foto’s nog – en wij deze oorspronkelijke film, die een nog altijd tot de verbeelding sprekende wereld documenteert via ‘de poëzie van de weg’.

Pretty Baby: Brooke Shields

Hulu

Moet Pretty Baby worden beschouwd als kritiek op het seksualiseren van jonge meisjes? Of is Louis Malles speelfilm uit 1978, over een bordeel in New Orleans aan het begin van de twintigste eeuw, daarvoor veel te ambigu?

Feit is dat de elfjarige Brooke Shields, die in Pretty Baby letterlijk als maagd wordt geserveerd aan een groep begerige mannen en vervolgens per opbod wordt verkocht, het imago van (veel te) jeugdige verleidster overhield aan de film. Zij deed daarin een kusscène, vertelt de Amerikaanse actrice in de tweedelige documentaire Pretty Baby: Brooke Shields (140 min.), terwijl ze in werkelijkheid nog nooit een jongen had gezoend. Haar tegenspeler Keith Carradine, maar liefst zestien jaar ouder, probeerde haar gerust te stellen: ‘Hee, weet je wat? Deze telt niet, we doen alleen net alsof.’

Enkele jaren later mocht de hele wereld getuige zijn van Shields’ seksuele volwassenwording – althans, dat was de suggestie – in de Adam & Eva-achtige film The Blue Lagoon (1980), waarin ze met een helblonde jongen (Christopher Atkins) de liefde leert kennen op een exotisch eiland. Ze was op dat moment vijftien jaar oud en volgens eigen zeggen nog zo groen als gras. Als het ‘sekssymbool’ vervolgens in Endless Love (1981) de liefde moet bedrijven en niet overtuigend genoeg extase acteert, schroomt regisseur Franco Zeffirelli niet om in de teen van de dan zestienjarige actrice te knijpen.

Brooke Shields wordt zo het gezicht van een tijdsgewricht met een andere seksuele moraal, waarin jonge meisjes ongegeneerd als lustobject worden geportretteerd. Die Lolita-fixatie vormt het uitgangspunt voor het eerste deel van deze tweedelige documentaire van Lana Wilson, waarin tevens de getroebleerde relatie met haar alleenstaande, drankzuchtige moeder en manager Teri centraal staat. In werkelijkheid behoudt Shields al die jaren haar onschuld. Zodat ze enige jaren later, in de puriteinse Reagan-jaren, zowaar een symbool van zelfverkozen maagdelijkheid kan worden.

Met dat beeld, van het eeuwig onschuldige jonge meisje, trapt het tweede deel af, waarna de actrice in zowel een carrièrecrisis als #metoo-situatie belandt en zich losmaakt van haar moeder door in een andere ongezonde relatie te stappen, met tennistopper Andre Agassi. Pas later vindt ze haar stiel en de ware liefde. Pretty Baby heeft dan wel iets van zijn oorspronkelijke glans verloren, als de vertelling een wat meer particulier karakter krijgt en ook wel verdacht veel begint te lijken op een klassiek held(in)-overwint-elke-tegenslag-en-komt-er-als-een-herboren-mens-uit verhaal.

Aan het eind van dit (zelf)portret wordt Brooke Shields thuis aan tafel door haar dochters geconfronteerd met Pretty Baby. Volgens hedendaagse maatstaven is die niet oké, vindt Grier. ‘Zitten er naaktscènes in?’ wil Rowan weten. Ja, van mijn elfjarige ik, antwoordt haar moeder. Dat zou nu worden beschouwd als kinderporno, denken de dochters, en is in elk geval niet te vergelijken met wat zij als tiener, helemaal zelf, soms op TikTok of Instagram posten. Waarna de kloof die even dreigt te ontstaan tussen twee verschillende generatie Shields-vrouwen even snel als moeiteloos wordt gedicht.

Want zelfs in Hollywood geldt: blood is thicker than water.

Hans Zimmer – Hollywood Rebel

NTR

Bij Hollywood-blockbusters zoals Pirates Of The Caribbean, Inception en The Da Vinci Code denkt iedere filmfreak direct aan Johnny Depp, Leonardo DiCaprio en Tom Hanks. En op tweede adem wellicht aan de bijbehorende regisseurs Gore Verbinski, Christopher Nolan en Ron Howard. Het zijn echter beslist ook mijlpalen in de carrière van Hans Zimmer, de filmcomponist die inmiddels twee Oscars (The Lion King en Dune: Part One) op de schouw heeft staan – en intussen nog eens negen (!) niet verzilverde nominaties in zijn achterhoofd houdt.

In Hans Zimmer – Hollywood Rebel (52 min.) laat documentairemaker Francis Hanley opdrachtgevers en directe collega’s van de Duitse componist, die inmiddels een ster op de Hollywood Walk Of Fame heeft en zijn eigen studiocomplex Remote Control Productions in Santa Monica runt, aan het woord. Hij is volgens uitvoerend producent Jeffrey Katzenberg bijvoorbeeld een typische verhalenverteller. Collega-componist Henry Jackman vindt dat hij denkt als een uitvinder. En zelf benadrukt Zimmer dat hij geen slaaf van de montage wil zijn.

Hij schrijft voor gewone mensen, stelt Zimmer ook. Zijn soundtracks fabriekt hij zelfs voor een fictieve ijkpersoon: Doris uit Bradford. ‘Ze heeft een grijze jas en is van onbestemde leeftijd’, vertelt de filmcomponist, vast niet voor de eerste keer. ‘Ze heeft twee vreselijk vervelende zoons. Haar haar is slecht geverfd en ze werkt zich de hele week uit de naad. In het weekend kan ze kiezen: ze kan naar de pub om wat te drinken of ze gaat naar één van onze films.’ In Hans Zimmers achterhoofd zit dus voortdurend de vraag: wat zou Doris denken?

Gore, Christopher en Ron zijn in elk geval dik tevreden over ’s mans werk, vertellen ze in dit vermakelijke tv-portret. Zoals ook hun collega’s Stephen Frears (My Beautiful Laundrette), Barry Levinson (Rain Man), Steve McQueen (13 Years A Slave) en Dennis Villeneuve (Dune) zich vol lof uitspreken over de componist die hun speelfilms van extra diepte voorzag. ‘Muziek mag niet als een laag op de film liggen, als saus op vlees’, zegt filmmaker Christoper Nolan, die Zimmer voor zowel Inception als Interstellar, Dunkirk en zijn Batman-films inschakelde. ‘Goede filmmuziek moet zijn ingebakken in het DNA van de film.’

Hoewel in Hans Zimmer – Hollywood Rebel ook zijn zoons Jake en Max en dochters Annabel en Zoë aan het woord komen, blijft Zimmers privéleven vrijwel volledig buiten beschouwing. Dit is een portret van de professional, van een man die ondanks alle loftuitingen, zoals het hoort, aan zichzelf blijft twijfelen. ‘Dit is zo simpel’, zegt hij bijvoorbeeld over de eenvoudige themamuziek die hij schreef voor The Da Vinci Code. ‘Hoe simpeler het wordt, hoe banger ik ben dat ik ontmaskerd word. Er is geen kunstenaar die niet denkt: ze hebben me door, ik word ontmaskerd.’

Ghislaine Maxwell: Filthy Rich

Netflix

‘Ghislaine maakte nooit deel uit van dit gedoe’, stelt een man die het zou kunnen weten bij de start van Ghislaine Maxwell: Filthy Rich (101 min.). ‘Ze was niet betrokken bij het werven van vrouwen.’ Uitroepteken. Het is alleen de vraag of Jeffrey Epstein, via een interviewfragment uit 2009, een geloofwaardige getuige à decharge kan zijn in deze kwestie. Hij is immers de spil van het immense seksueel misbruik-schandaal. En Ghislaine Maxwell geldt als zijn rechterhand en – sinds Epsteins (zelfverkozen?) dood in 2019 – als de enige die daarvoor nog ter verantwoording kan worden geroepen.

Elke streamer/omroep heeft inmiddels zijn eigen documentaire over dit – kuch! – sexy onderwerp. Op Netflix is bijvoorbeeld al de miniserie Jeffrey Epstein: Filthy Rich van Lisa Bryant te vinden. Nu heeft Bryant met Maiken Baird deze opvolger/tegenhanger afgeleverd, die de onsmakelijke modus operandus, slachtofferprofielen en schimmige achtergronden van het malicieuze duo belicht, met ditmaal de nadruk op Epsteins facilitator Maxwell. En daarbij schuiven ook de vaste gezichten, die we inmiddels bijna Epstein-celebrities mogen noemen, weer aan: vriend (en schrijver) Christopher Mason, vriendin (en voormalig model) ‘lady’ Victoria Hervey en kennis (en biografe) Christina Oxenberg. Ook de mediagenieke advocaten van enkele slachtoffers (Sigrid McCawley, David Boies en Brad Edwards) claimen weer, soms met ogenschijnlijk speciaal voor de camera gevoerde gesprekjes, een prominente rol.

Op een verwrongen manier lijken zij een zeker genoegen te beleven aan en garen te spinnen bij het wederom opdiepen van alle schmutzige details – al zal schuldgevoel wellicht ook een rol spelen. Als gevolg van het steeds weer, met veel gevoel voor drama en suspense, opdissen van min of meer dezelfde herinneringen dreigen de slachtofferverklaringen, die vaak ook al eerder op camera zijn verteld, ondertussen aan kracht in te boeten. Alle betrokkenen worden uiteindelijk gereduceerd tot personages in dit moderne horrorverhaal, op maat gesneden voor de tabloids en een groot publiek. Behoudens een globale impressie van de rechtszaak tegen Ghislaine Maxwell en de steun die zij ontvangt van haar eigen familie, bijvoorbeeld via het optuigen van een speciale website, bevat deze verder kundig gemaakte documentaire echter nauwelijks nieuwe elementen, doorkijkjes of inzichten.

De affaire, die blijkbaar tot de diepste krochten van onze verbeelding blijft spreken, wordt alleen nóg verder uitgemolken.

Bobi Wine: The People’s President

National Geographic

In 2021 zijn er weer democratische verkiezingen in Oeganda. Het is alleen wél de bedoeling dat president Yoweri Musveni dan gewoon wordt herkozen. Hij is al sinds 1986 aan de macht en op zijn oude dag bepaald niet van plan om, ondanks een in de grondwet vastgelegde leeftijdsgrens van 75 jaar, plaats te maken voor een ander. Daarom dienen zijn medestanders in 2017 alvast een voorstel in om die wet aan te passen.

Dit besluit werkt als een katalysator voor de oppositie. Die sluit de rijen rond een nieuwe charismatische kandidaat voor de verkiezingen: het nieuwe parlementslid Robert Kyagulanyi Ssentamu. Ofwel: popster Bobi Wine. Een man die stamt uit een getto, immens populair is bij het gewone volk en de potentie heeft om Bobi Wine: The People’s President (120 min.) te worden. ‘What was the purpose of the liberation when we can’t have a peaceful transition?’ zingt de Afrobeat-held, in zijn kenmerkende rode uniform met bijbehorende baret, tijdens een massaal bezochte campagnebijeenkomst. ‘What is the purpose of the constitution when the government disrespects the constitution?’

Waarna de zingende politicus, alsof zijn eigen woorden moeten worden onderstreept, vrijwel direct in de boeien wordt geslagen en aangeklaagd vanwege landverraad. Daardoor komt een internationale ‘Free Bobi Wine’-campagne op gang. Als de nieuwbakken politicus uiteindelijk – gebutst, maar niet gebroken – vrijkomt, is het gevaar nog altijd niet geweken. Want Musveni – de Oegandese leider die, net als al zijn voorgangers, maar geen afstand kan doen van de macht – beseft waarschijnlijk als geen ander: deze man zegt de dingen die ik zelf in mijn jonge jaren zei. Sterker: hij kan slogans als ‘People Power!’ zelfs zingen! Die zou wel eens populairder kunnen worden dan ikzelf ben.

De filmmakers Moses Bwayo en Christopher Sharp sluiten aan bij Wine en zijn moedige echtgenote Barbie Itungo Kyagulanyi en kijken mee bij een verkiezingscampagne die, ondanks Wine’s luchtig klinkende protestsongs, een steeds grimmiger karakter krijgt. Het regime schuwt geen enkel middel, ook het Coronavirus niet, om de uitslag in z’n voordeel te beïnvloeden. Deze observerende documentaire wordt daardoor een soort zusterfilm van Camilla Nielsson’s President (2021), over de steeds verder ontsporende strijd om het presidentschap van Zimbabwe, en schetst een ontluisterend beeld van hoe democratie als dekmantel voor dictatuur wordt gebruikt – of rigoureus de nek wordt omgedraaid.

En het is naïef om te veronderstellen dat dit alleen in continenten zoals Afrika – en niet in het zogenaamde vrije westen – zou kunnen gebeuren.