Momentum

BNNVARA

Heeft een jongere, die niet vroegoud is, iets te zoeken in de landelijke politiek? En zo ja, heeft zo iemand dan ook écht kans om te worden gekozen in de Tweede Kamer of moet een jeugdige kandidaat, vanaf een onverkiesbare plek, vooral voor diversiteit op de kieslijst zorgen? Melisa Can en Floris Rijssenbeek volgen in Momentum (40 min.) drie vrouwelijke aspirant-politici die zich tussen de Hoge Heren (en Dames) in Den Haag willen voegen.

Voor de verkiezingen van 2021 heeft Carline van Breugel (26) plek 32 op de D66-lijst bemachtigd. Als ze niet direct wordt gekozen – of, wanneer haar partij deelneemt aan de regering, een opvolgingsplek krijgt – heeft ze 17.000 voorkeursstemmen nodig om in de Tweede Kamer te komen. Een schier onmogelijke opdracht. Hetzelfde geldt voor Mikal Tseggai (26), die al factievoorzitter is van de Partij van de Arbeid in de gemeenteraad van Den Haag. Zij staat op plek 17 van de PvdA-lijst.

Michantely de Jong (29) bivakkeert op de zesde plek bij BIJ1, een politieke partij die voor het eerst in het nationale parlement hoopt te komen. Zij is al tevreden als haar partij, in de persoon van lijsttrekker Sylvana Simons, straks vertegenwoordigd zal zijn in de Tweede Kamer. Hoewel de drie jonge vrouwen dus vanuit de relatieve luwte campagne kunnen voeren, pakken ze het serieus aan en hebben ze zich het jargon ook al heel aardig eigen gemaakt.

Tegelijkertijd vertegenwoordigen Carline, Mikal en Michantely elk op hun eigen manier een nieuw Nederland, waarin de hegemonie van witte mannen (in pakken) niet meer vanzelfsprekend is. Ze hebben ook volop ideeën over hoe dat land er dan uit zou moeten zien. Can en Rijssenbeek volgen hen op weg naar de verkiezingsdag, woensdag 17 maart 2021, en vangen zo, soms een beetje onrustig gefilmd, heel aardig de ambitie en opwinding die de campagne bij hen losmaakt.

En aan het eind, op de dag van de verkiezingen óf als de voorkeursstemmen zijn geteld, loopt de spanning op als duidelijk wordt of hun inspanningen ook daadwerkelijk tot een plek in de Tweede Kamer hebben geleid.

The Bee Gees: How Can You Mend A Broken Heart

Barry Gibb, 75 jaar inmiddels, is de laatste der Bee Gees. De andere twee broers, de tweeling Robin en Maurice, zijn al enige tijd overleden. Met de soundtrack voor de film Saturday Night Fever maakten ze in 1977 het best verkochte album aller tijden. Totdat Michael Jackson hen met Thriller van de troon stootte. Hun muziek leeft echter voort, zoals dat dan zo mooi heet.

Frank Marshall stoft de roerige geschiedenis van de drie gebroeders vakkundig af in The Bee Gees: How Can You Mend A Broken Heart (111 min.). Via interviews met Barry, oude vraaggesprekken met zijn broers, herinneringen van intimi en de verplichte loftuitingen van collega’s (zoals Eric Clapton, Noel Gallagher, Chris Martin en Justin Timberlake; hun bijdragen passen overigens zo in dit hilarische Twitterdraadje) tekent hij hun opkomst, ondergang én wederopstanding op.

Het verhaal moge bekend zijn: hoe de Gibb-broers in de sixties, als een soort Australische surrogaat-Beatles, eerst uiterst succesvol werden, vervolgens ernstig gebrouilleerd raakten en daarna, via het ontdekken van hun eigen falsetstem, de weg omhoog terugvonden in de hoogtijdagen van disco. Met kneiterhits als Stayin’ Alive, How Deep Is Your Love en Night Fever als gevolg – en een positie als pispaal voor alle discohaters.

Intussen raakte hun jongere broer Andy Gibb, die op eigen kracht een tieneridool was geworden, steeds verder in de problemen en begonnen de Bee Gees zich toe te leggen op het produceren van collega’s als Barbra Streisand, Diana Ross en Celine Dion. Totdat de tijd hen definitief inhaalde. Het is een tamelijk stereotiep popverhaal, dat nochtans met veel plezier wordt verteld en natuurlijk helemaal is volgestort met hits.

De Verloren Kinderen Van Het Kalifaat

 
Grootvader Houssein wil op zoek naar zijn dochter Meryem en haar twee kinderen. Hij weet nauwelijks waar hij moet zoeken. In Syrië, zoveel is duidelijk. Het verscheurde land waar zijn dochter, samen met Housseins ex-vrouw, enkele jaren eerder is beland. De twee vrouwen hadden zich aansloten bij IS.
 
Sinan Can, met in zijn kielzog regisseur Jochem Pinxteren, vergezelt de (groot)vader in De Verloren Kinderen Van Het Kalifaat (50 min.) naar het hart van de Islamitische Staat. Daar stierf ook Hoesseins jongste zoon Ilyas, eveneens als onderdeel van IS. Op zestienjarige leeftijd, voor een nooit verwezenlijkt ideaal; Islamitische Staat heeft inmiddels de aftocht moeten blazen en een totaal verwoest land achtergelaten.
 
In Racca, het voormalige hoofdkwartier van IS, hangt nog letterlijk de geur van de dood. Die went nooit. Even verderop, op het centrale plein, werden ten overstaan van de lokale bevolking de wekelijkse executies voltrokken. Enkele geradicaliseerde Nederlanders deden er enthousiast aan mee en gingen daarna trots op de foto met de afgehakte hoofden, meldt Can in één van de vele voice-overs waarmee hij de gesprekken en gebeurtenissen tijdens de reis van diepte en context voorziet.
 
Terwijl de twee mannen hun zoektocht vervolgen door de volledig ingestorte Islamitische Staat en spreken met plaatselijke burgers en notabelen, komt één vraag steeds terug: waarom? Wat heeft Syriëgangers zoals Housseins ex-vrouw, dochter en zoon bezield om strijder voor het Kalifaat te worden? Zo stevenen ze af op een aangrijpende ontknoping, waarbij Sinan Can het hoofd opmerkelijk koel weet te houden. Zodat de kijker vooral met prangende vragen achterblijft, in plaats van al te gemakkelijke antwoorden.
 
De complete documentaire is hier te bekijken.

In Het Spoor Van IS

BNNVARA

Mosul, de eerste stop van Sinan Cans reis door Irak en Syrië, is bijna bevrijd van de terreur van Islamitische Staat als hij er arriveert. Ooit moeten er mensen hebben geleefd in de stad waar in 2014 het kalifaat werd uitgeroepen. Nu maakt een stelletje militairen, dat de volledig verwoeste Irakese stad heeft terug veroverd, er selfies met lijken. Gesneuvelde IS-strijders, zeggen ze. Maar het kunnen ook onschuldige slachtoffers zijn, constateert Can. Hij kan het even niet aanzien.

Als één Nederlandse journalist in de afgelopen jaren de gruwelijke nasleep van de Arabische lente in perspectief heeft geplaatst, dan is het de Turkse Nederlander Sinan Can, die zich in 2015 ook al waagde aan de documentaireserie Bloedbroeders over de Armeense genocide. In het tweeluik In Het Spoor Van IS (tweemaal 40 min.), geregisseerd door Jochem Pinxteren, reconstrueert hij de bloedige geschiedenis van de organisatie die zich in korte tijd ontwikkelde tot dé schrik van de westerse wereld.

Can gaat daarvoor terug naar de aanslagen van Osama Bin Ladens Al-Qaeda op 11 september 2001 en de navolgende Amerikaanse inval in Irak en bezoekt, beveiligd door leden van een sjiitische militie, de bijbehorende plekken, zoals de bunker waar de gevallen Irakese dictator Saddam Hoessein zich verschuilde, een brug waaraan twee Amerikaanse beveiligers werden opgehangen en Raqqa, de hoofdstad van Daesh (alias IS) in Syrië.

Op kousenvoeten loopt Sinan Can door het sektarische mijnenveld dat in deze landen is ontstaan en neemt ondertussen, samen met strijders en gewone burgers, de fysieke en menselijke schade op. Met heldere uitleg, indringende persoonlijke verhalen en een arm om iemands schouder schetst hij de achtergronden en nuances van de oorlog. Als geschiedenisles zou dit indringende tweeluik bepaald niet misstaan op middelbare scholen. In Het Spoor Van IS lijkt me tevens een probaat middel tegen al te gemakkelijke oordelen over vluchtelingen uit deze zwaar getroffen regio.