De Verloren Kinderen Van Het Kalifaat

 
Grootvader Houssein wil op zoek naar zijn dochter Meryem en haar twee kinderen. Hij weet nauwelijks waar hij moet zoeken. In Syrië, zoveel is duidelijk. Het verscheurde land waar zijn dochter, samen met Housseins ex-vrouw, enkele jaren eerder is beland. De twee vrouwen hadden zich aansloten bij IS.
 
Sinan Can, met in zijn kielzog regisseur Jochem Pinxteren, vergezelt de (groot)vader in De Verloren Kinderen Van Het Kalifaat (50 min.) naar het hart van de Islamitische Staat. Daar stierf ook Hoesseins jongste zoon Ilyas, eveneens als onderdeel van IS. Op zestienjarige leeftijd, voor een nooit verwezenlijkt ideaal; Islamitische Staat heeft inmiddels de aftocht moeten blazen en een totaal verwoest land achtergelaten.
 
In Racca, het voormalige hoofdkwartier van IS, hangt nog letterlijk de geur van de dood. Die went nooit. Even verderop, op het centrale plein, werden ten overstaan van de lokale bevolking de wekelijkse executies voltrokken. Enkele geradicaliseerde Nederlanders deden er enthousiast aan mee en gingen daarna trots op de foto met de afgehakte hoofden, meldt Can in één van de vele voice-overs waarmee hij de gesprekken en gebeurtenissen tijdens de reis van diepte en context voorziet.
 
Terwijl de twee mannen hun zoektocht vervolgen door de volledig ingestorte Islamitische Staat en spreken met plaatselijke burgers en notabelen, komt één vraag steeds terug: waarom? Wat heeft Syriëgangers zoals Housseins ex-vrouw, dochter en zoon bezield om strijder voor het Kalifaat te worden? Zo stevenen ze af op een aangrijpende ontknoping, waarbij Sinan Can het hoofd opmerkelijk koel weet te houden. Zodat de kijker vooral met prangende vragen achterblijft, in plaats van al te gemakkelijke antwoorden.
 
De complete documentaire is hier te bekijken.

In Het Spoor Van IS

BNNVARA

Mosul, de eerste stop van Sinan Cans reis door Irak en Syrië, is bijna bevrijd van de terreur van Islamitische Staat als hij er arriveert. Ooit moeten er mensen hebben geleefd in de stad waar in 2014 het kalifaat werd uitgeroepen. Nu maakt een stelletje militairen, dat de volledig verwoeste Irakese stad heeft terug veroverd, er selfies met lijken. Gesneuvelde IS-strijders, zeggen ze. Maar het kunnen ook onschuldige slachtoffers zijn, constateert Can. Hij kan het even niet aanzien.

Als één Nederlandse journalist in de afgelopen jaren de gruwelijke nasleep van de Arabische lente in perspectief heeft geplaatst, dan is het de Turkse Nederlander Sinan Can, die zich in 2015 ook al waagde aan de documentaireserie Bloedbroeders over de Armeense genocide. In het tweeluik In Het Spoor Van IS (tweemaal 40 min.), geregisseerd door Jochem Pinxteren, reconstrueert hij de bloedige geschiedenis van de organisatie die zich in korte tijd ontwikkelde tot dé schrik van de westerse wereld.

Can gaat daarvoor terug naar de aanslagen van Osama Bin Ladens Al-Qaeda op 11 september 2001 en de navolgende Amerikaanse inval in Irak en bezoekt, beveiligd door leden van een sjiitische militie, de bijbehorende plekken, zoals de bunker waar de gevallen Irakese dictator Saddam Hoessein zich verschuilde, een brug waaraan twee Amerikaanse beveiligers werden opgehangen en Raqqa, de hoofdstad van Daesh (alias IS) in Syrië.

Op kousenvoeten loopt Sinan Can door het sektarische mijnenveld dat in deze landen is ontstaan en neemt ondertussen, samen met strijders en gewone burgers, de fysieke en menselijke schade op. Met heldere uitleg, indringende persoonlijke verhalen en een arm om iemands schouder schetst hij de achtergronden en nuances van de oorlog. Als geschiedenisles zou dit indringende tweeluik bepaald niet misstaan op middelbare scholen. In Het Spoor Van IS lijkt me tevens een probaat middel tegen al te gemakkelijke oordelen over vluchtelingen uit deze zwaar getroffen regio.