Rasti Rostelli: The Show Must Go On

Videoland

Marc Dutroux kostte hem bijna dertig jaar geleden zijn carrière. Althans, dat is de premisse van de tweedelige documentaire Rasti Rostelli: The Show Must Go On (84 min.), die toevallig wordt uitgebracht op het moment dat de ‘meesterhypnotiseur’ een comeback wil maken. Zijn drijfveren? Voormalig voorprogramma Hans Klok windt er geen doekjes om: ‘Ik denk geld. Want hij heeft altijd een hoop geld nodig. Maar misschien heb ik ‘t helemaal mis. Misschien hunkert hij wel naar de publieke aandacht.’

‘Ik heb meer dan vijftig- tot zestigduizend mensen gehypnotiseerd op het podium’, stelt de Arubaanse Nederlander Rasti Rostelli (echte naam: Roland van den Berg) over zijn glorieperiode in de jaren tachtig en negentig. De beelden daarvan spreken nog altijd tot de verbeelding: een goeroe-achtige verschijning laat hoogzwangere mannen op het podium bevallen, geeft enkele vrouwen ondraaglijke jeuk door een voodoopop te kriebelen en praat anderen aan dat ze helemaal naakt op het plankier staan. Verbijsterend, tussen hemel en aarde laverend topamusement! Of toch smakeloos en ethisch bijzonder twijfelachtig leedvermaak?

Dit gelikte portret past in een soort herwaardering van de goeroes/charlatans uit het recente verleden, die eerder al resulteerde in miniseries zoals Jomanda: Lady Of The Light en Op Hete Kolen: Het Leven Volgens Emile Ratelband. Het procedé is bekend: een omstreden hoofdpersoon, enkele intimi (zus Ilva van den Berg, jeugdvriend Glenn Pocorni, protégé Menno Bandini en neef/technicus Ricardo Tuinenburg Muis), een paar mediatypes die hem ter wille zijn geweest (Fayah Lourens, die door Rasti van haar wijnverslaving zou zijn afgeholpen, en de ‘Brutale Meiden’ Jennifer de Jong en Tatum Dagelet) en criticasters zoals hoogleraar klinische psychologie Willem van der Does en Jan Willem Nienhuys van de Stichting Skepsis.

Regisseur Manon Hoornstra lardeert Rostelli’s comebackverhaal, dat nog wel wat open eindjes bevat, met spraakmakende fragmenten uit zijn vroegere shows, smeert de boel dicht met zo’n beetje de halve top 100 van de jaren tachtig en heeft daarnaast nog één uitgesproken troef achter de hand: de Vlaming Philippe Coppens. Als achttienjarige was hij in 1995 te gast bij een Rasti Rostelli-show in het Casino te Blankenberge. Nadat Coppens onder hypnose met ontbloot bovenlijf een showtje bleek te hebben weggegeven als ‘de beste danser van The Chippendales’, kreeg hij vrijkaarten om de dag erop terug te komen. Die gaf hij door aan twee vriendinnen met wie hij op vakantie was.

En zo kwam het monster dat Marc Dutroux heet in Rasti Rostelli’s leven.

See You In Vegas

Wouter Klok was hoofd van een basisschool. Toen overleed in 2002 zijn vader Klaas en had Wouters jongere broer Hans ineens behoefte aan extra ondersteuning. En dus zegde Wouter zijn baan op en ging de PR doen voor zijn broer, die al van kinds af aan wereldberoemd wil worden als illusionist. Inmiddels heeft Hans zijn zinnen gezet op een internationale doorbraak. Daarvoor wordt, samen met Joop van den Ende’s bedrijf Stage Entertainment, een geheel nieuwe onderneming opgetuigd.

See You In Vegas (80 min.), heeft Hans alvast gezegd tijdens zijn laatste show in pretpark Duinrell, waar hij enige tijd een vaste klus had. Hij is er wel klaar mee. Op naar nieuwe avonturen! Het is alleen de vraag of Wouter daar wel deel van uitmaakt. Past hij nog in de ambities van zijn broer? ‘Hij moet ‘t effe verdienen’, zegt Hans, als de plannen voor een groots opgezette show steeds serieuzere vormen beginnen aan te nemen. ‘Dat is ‘t gewoon. Hij moet ‘t gewoon effe even verdienen.’

Het lijkt, in elk geval in dit verband, een beetje ‘the story of Wouter’s life’. Want ook deze documentaire van Antoinette Beumer en Maik Krijgsman uit 2007 draait natuurlijk niet om de droom van Wouter Klok. Het is opnieuw zijn broer Hans die – woordgrap-waarschuwing! – de klok slaat. Niet alleen in het leven van zijn broer, overigens. Als alles goed gaat, is hij degene die straks onsterfelijk is, stelt zijn technisch assistent bijvoorbeeld nuchter. ‘Op mijn grafsteen komt echt niet te staan: Ton Vink, het hulpje van Hans Klok.’

Wordt het misschien ‘See You In IJmuiden’ voor Wouter Klok? Bij hem zit in elk geval een belangrijk deel van het drama van deze vlotte film. Hoewel ook de meesterillusionist zelf soms zo z’n twijfels heeft. ‘Waar doe je het uiteindelijk allemaal voor?’ vraagt Hans zich op een Amerikaanse hotelkamer af. ‘Niks is natuurlijk vergankelijker dan roem. En helemaal in ons vak. Een filmster laat nog films na, een schrijver laat nog boeken na. Wat laat je na als magician?’ Een herinnering, vooral.

See You In Vegas laat mooi zien hoe de levenslange droom van één enkele man een groep mensen kan binden en ook weer verdelen. Want Hans Kloks ideaal, zoveel is uiteindelijk iedereen wel duidelijk, gaat boven hen allemaal. Ook Wouter hoeft zich dus geen illusies te maken: dit avontuur kan natuurlijk eindigen in een protserig theater in het Amerikaanse Sin City, maar voor hetzelfde geld ook op een willekeurige basisschool in Nergenshuizen, Nederland. Hoe dan ook: see you there!

Dit Was Aad, Goedenavond

KRO-NCRV

‘Hoe kan dat nou, iemand die zoveel betekend heeft voor de Nederlandse televisie?’ vraagt Mark van den Heuvel zich enigszins verontwaardigd af, als hij samen met zijn zus Caroline ontdekt dat hun vader Aad ontbreekt op de Wall of Fame van museum Beeld & Geluid te Hilversum. ‘Met Brandpunt, met de Alles Is Anders-show, met de J.C.J. Van Speykshow, met Ook Dat Nog!, waar ook vier miljoen mensen naar keken. Ja, dan mag er toch op zijn minst wel iets tastbaars hier te vinden zijn.’

Het overlijden van journalist en televisiemaker Aad van den Heuvel ging in de zomer van 2020 ook al enigszins verloren in het nieuws over de Coronacrisis. Zijn kinderen Mark en Caroline, die in navolging van hun vader eveneens in de journalistiek terecht zijn gekomen, betreuren dat. Met Dit Was Aad, Goedenavond (50 min.) richten ze alsnog een televisiemonumentje op voor de man die zij overigens consequent ‘Aad’ noemen, een pionier die altijd de wijde wereld opzocht en mede daardoor als vader wat op afstand bleef.

Mark bezoekt bijvoorbeeld samen met zijn jeugdvriend Matthijs van Nieuwkerk idyllische plekken uit hun jeugd die ze associëren met Aad, gaat op audiëntie bij Joop van den Ende en ontmoet Youp van ‘t Hek, die doorbrak met een optreden in een tv-programma van zijn vader. Caroline spreekt op haar beurt af met collega’s als Catherine Keyl en Fons de Poel, kijkt met cameraman Ron van der Lugt ruw materiaal uit Rwanda terug en zoekt Aads weduwe Annette op, om beelden uit hun privé-archief te bekijken.

Hun vader had last van het tegendeel van heimwee. ‘Fernweh’, noemde Aad van den Heuvel dat zelf. Hij wilde zijn waar het gebeurde. En dus deed hij bijvoorbeeld vanuit Memphis verslag van de moord op Martin Luther King, was hij ooggetuige van een bombardement in Biafra en kon hij de Indonesische leider Soekarno net voordat die afstand moest doen van de macht nog een vileine vraag stellen. Toen hij later in zijn carrière aan het lichtere werk begon, bleef zijn betrokkenheid bij de wereld.

Volgens Anna Visser, met wie Aad van den Heuvel de idealistische omroep Llink oprichtte, was hij ‘behoorlijk woke voor een witte oude man’. En zo gaat hij ook de herinnering in: als een westerse journalist die altijd over de grenzen van zijn eigen wereld heen wilde kijken.

Leven In Limbo

Human

Ze leven tussen hoop en vrees, wal en schip, en kastje en muur. Omdat ze niet kunnen bewijzen wie ze zijn, vastzitten in een heilloze situatie of niet terug willen of kunnen naar waar ze ooit thuis waren. Naar schatting telt Nederland zo’n 50.000 ongedocumenteerden. Daarvan wonen er dan weer ongeveer 5.000 in Rotterdam. Zonder verblijfsvergunning, recht op werk of onderwijs en perspectief op een ‘normaal’ leven in het land waar ze soms al tientallen jaren verblijven.

De vierdelige docuserie Leven In Limbo (160 min.), waarvoor acteur Gijs Scholten van Aschat de stevig aangezette voice-over verzorgt, portretteert een aantal van deze illegalen tijdens hun dagelijks leven. Ze worden ondersteund door het Rotterdams Ongedocumenteerden Steunpunt (ROS), dat is gehuisvest in de voormalige rooms-katholieke kerk ‘De Doortocht’ in Katendrecht. Die begeleiding is vooral een kwestie van pappen en nathouden, stelt één van de oprichters Connie van den Broek. Ze beantwoorden vragen, steken de helpende hand toe en verzorgen gratis Nederlandse les. Want bij de officiële lessen zijn hun cliënten niet welkom. Die worden immers geacht om het land te verlaten.

‘Ik wil eigenlijk niet wonen in een stad waar mensen doodgaan op straat’, stelt Van den Broek. Tegelijkertijd denkt hij ook praktisch: zelfs op de zwarte arbeidsmarkt is het voor deze uitgeprocedeerden handig als ze Nederlands kunnen. Ishmail een man uit Sierra Leone, is dat stadium allang voorbij. Hij heeft zelfs een eigen dichtbundel uit: Landschap Van Mijn Ziel. De 19-jarige Emilia beheerst de taal eveneens prima. De kans dat ze hier mag blijven is echter klein. Ze is in Nederland opgegroeid, maar heeft zich na een periode in Brazilië te laat, ná haar achttiende verjaardag, weer bij haar Braziliaanse moeder in Rotterdam gevoegd. Als volwassen vrouw heeft ze nu nauwelijks kans op een verblijfsvergunning.

Soms roepen die levensverhalen ook vragen op, zoals bijvoorbeeld het treurige relaas van Amro. Hij werd volgens eigen zeggen geboren in Frankrijk, heeft een Marokkaanse vader en woont al veertig jaar in Nederland, tegenwoordig in een klein hok nabij het water waarvoor hij elke dag over een hek moet klimmen. Frankrijk kent hem niet, Marokko accepteert hem niet en Nederland wil hem niet. Het is een hopeloos stemmende situatie, zoveel is duidelijk. Maar is dat ook het complete (achtergrond)verhaal? Daar ligt echter niet de focus van Leven in Limbo. Regisseur Martijn Heijne richt zich op de kleine menselijke verhalen. Hij laat zien hoe het is om te (over)leven in de illegaliteit en geeft personen die we doorgaan alleen kennen van statistieken – of zelfs dat vaak niet eens – een gezicht.

Soms tegen beter weten in houden ze in deze empathische miniserie hoop op een (legale) toekomst in Nederland. Ook omdat, volgens de gedreven Connie van den Broek, hoop nu eenmaal het laatste is wat sterft in een mens. Mede door Nederlanders met het hart op de goede plek zoals hij, overigens. Die ook nog beschikken over een inventieve geest, zo blijkt in het laatste deel. ‘Ik realiseer me ook wel dat ik een lot uit de loterij heb gehad’, zegt Van den Broek. ‘Zoals heel veel mensen in Nederland een lot uit de loterij hebben, als je dat op mondiale schaal gaat bekijken.’ Hij laat een korte stilte vallen. ‘En dat ik met dat lot uit de loterij tegen iemand anders ga zeggen: ja, jij hebt dat lot niet. En zoek het maar uit…’

Kinderen Van Zwarte Bevrijders: Half An American

WNL

Negerin, noemden ze haar soms. En hij werd wel eens Zwarte Piet genoemd. Andere kinderen mochten niet met hen spelen. Of ze wreven over hun arm, om te zien of die huidskleur misschien afgaf. Officieel hadden Wanda van der Kleij en Cor Linssen een witte vader, maar iedereen die goed keek wist wel beter. Zij móesten afstammen van een zwarte man. Een soldaat uit het Amerikaanse leger, om precies te zijn, één van de strijders die Limburg aan het eind van de Tweede Wereldoorlog bevrijdde van de Duitsers.

Historica Mieke Kirkels, die het boek Kinderen Van Zwarte Bevrijders schreef, en de Amerikaanse schrijver Joe Wilson Jr. kunnen in Kinderen Van Zwarte Bevrijders: Half An American (52 min.) alles vertellen over de zwarte militairen in het Amerikaanse leger en hun rol in de bevrijding van West-Europa. Gaandeweg melden ook researcher Eric van den Berg, en in mindere mate regisseur Bram Endedijk, zich in hun eigen documentaire. Van den Berg vraagt Wanda en Cor of hij in DNA-banken op zoek mag naar hun biologische vader.

Dat onderzoek vormt de basis voor deze aardige tv-docu, die thematisch sterk verwant is met Hans Heijnens documentaire Zwarte Limburgers (2018): lukt het om directe verwanten van Wanda van der Kleij en Cor Linssen te vinden? En staan zij ervoor open om Nederlandse familieleden te leren kennen? Half An American wordt een emotionele reis, met enkele onvervalste Surprise Show-elementen. ‘Ik had al zoiets dat jullie me voor het blok zouden zetten’, zegt Cor bijvoorbeeld tegen de filmmakers als zij hem nieuwe informatie gaan geven over zijn afkomst.

Het spoor leidt onvermijdelijk naar Amerika, waar zwarte inwoners ten tijde van de Tweede Wereldoorlog nog werden beschouwd als tweederangs burgers en een deel van de wortels van Wanda en Cor liggen.

Het Dinsdagavondgevoel

Marlou van den Berge

Volgens dirigent Paul Valk hebben ze geen moment overwogen om het niet te doen. ‘Kijk, nu vind ik het heel normaal dat er dingen geannuleerd worden, maar dat had je toch helemaal niet?’ zegt hij over de tijd dat Corona zich voor het eerst meldde in ons leven. ‘Dus je gaat door. Jongens, come on, the show must go on en ga ervoor!’ En dus vertolkte het Amsterdams Gemengd Koor op 8 maart 2020, een maand voor Pasen, gewoon de Johannes Passie in het Concertgebouw. COVID-19 had zich toen al in hun midden genesteld.

Van de 130 koorleden zouden er uiteindelijk maar liefst 102 het Coronavirus krijgen. Één lid overleed, evenals drie partners. Als het koor enige tijd later de draad weer wil oppakken, gaat dat dan ook niet vanzelf. Sommige leden durven nog niet, anderen merken dat ze oefening missen of kortademig zijn. Onder leiding van Valk zullen ze gezamenlijk hun stem weer moeten vinden, om de traumatische ervaring van die eerste Coronagolf achter zich te laten en gewoon weer lekker samen te kunnen zingen.

In Het Dinsdagavondgevoel (60 min.) volgt Marlou van den Berge enkele leden van het koor tijdens de pandemie, die hen het repeteren en optreden bijna onmogelijk maakt. Kan dat eigenlijk wel op anderhalve meter of met een mondkapje? Of moet het werkelijk via Zoom-sessies? ‘We glijden uit elkaar’, constateert bas Reitze de Graaf, die de online-repetities aan zich voorbij laat gaan. ‘Ik voel de band niet meer zo. Dus ik zit een beetje met het idee te spelen om er gewoon maar helemaal mee te stoppen.’

Van den Berge structureert de verwikkelingen bij het Amsterdams Gemengd Koor, die op microniveau laten zien hoe COVID-19 het complete land in zijn greep krijgt en op allerlei plekken tweespalt veroorzaakt, aan de hand van de diverse Corona-persconferenties van Mark Rutte en lardeert de vertelling bovendien met enkele treffende zangstukken. ‘Waar is iedereen gebleven?’ zingt het koor bijvoorbeeld ten tijde van de lockdown van eind 2020. ‘Het beeldscherm lijst me in. Dit is hoe donker klinkt.‘

Het Dinsdagavondgevoel brengt zo treffend in beeld hoe het hoofdstedelijke koor probeert om de boel bij elkaar te houden, in een tijd waarin er verschillende eilandjes dreigen te ontstaan. Het is een uitdagende tijd die hen stuk voor stuk met de neus op de feiten drukt: hoeveel sterker ze samen zijn, als al die verschillende stemmen samenkomen, dan ieder in z’n eentje. Intussen blijft de herinnering aan betere tijden – en de hoop dat die, liefst snel, weer zullen terugkeren.

FC Utrecht: No Guts No Glory

Videoland

Een voetbalclub die zijn jubileum wil opluisteren met een documentaire maakt zich kwetsbaar. Daar kan Ajax over meepraten. In het kader van hun honderdjarige bestaan lieten de Amsterdammers in het seizoen 1999-2000 regisseur Roel van Dalen binnen voor de documentaire Ajax: Daar Hoorden Ze Engelen Zingen, een ontluisterende film die uiteindelijk als sluitstuk zou fungeren voor een ronduit dramatisch seizoen.

Dit heeft Frans van Seumeren, grootaandeelhouder van FC Utrecht, er niet van weerhouden om camera’s toe te laten in het vijftigste levensjaar van de club waarin hij al jarenlang hart, ziel en een aanzienlijk geldbedrag steekt. En Van Seumeren zal er ook wel voor hebben gezorgd dat hij bij de samenstelling van FC Utrecht: No Guts No Glory (193 min.), waarin hij zelf de hoofdrol krijgt toebedeeld en ook aandacht is voor goodwill-acties naar de supporters en ‘de maatschappelijke poot’ van de club, een dikke vinger in de pap heeft.

Een treurmars is de zesdelige serie dan ook niet geworden. Al gaat het er soms best stevig aan toe. Als de omstreden Spaanse aanvaller Adrian Dalmau in de wedstrijd tegen ADO Den Haag een rode kaart krijgt en zijn team vervolgens blijft steken op een teleurstellend gelijkspel, wordt hij flink aangepakt. Eerst is het collega-spits Eljero Elia, zelf ook bepaald nog geen succesverhaal, die zijn ‘amigo’ in de kleedkamer ter verantwoording roept. Dreigend: ‘Je hebt geluk dat die camera hier is.’

Daarna krijgt de treurende Spanjaard ten overstaan van al zijn ploeggenoten (en de camera’s in de kleedkamer) ook nog eens van onder uit de zak van trainer René Hake. ‘Hee, Dalmau’, schreeuwt die met overslaande stem. ‘Heb je niks te zeggen tegen de jongens? In plaats van met je hoofd naar beneden te zitten. Je hebt de wedstrijd verkloot met je twee stomme gele kaarten!’ De gifbeker is dan overigens nog lang niet leeg voor de onfortuinlijke spits, die gedurig met zijn vorm blijft worstelen.

Zo levert FC Utrecht: No Guts No Glory uiteindelijk precies wat van dit soort voetbalseries (men neme bijvoorbeeld Tottenham HotspurSunderland en binnenkort Feyenoord) wordt verwacht: een combinatie van flitsend gemonteerde wedstrijdbeelden, begeleid door bombastische muziek (en – aardige toevoeging – het chauvinistische radiocommentaar van RTV Utrecht-verslaggever René van den Berg en oud-speler en -trainer Gert Kruys). En materiaal vanuit het hart van de club: het trainingscomplex, de kleedkamer en de tribune (waar Van Seumeren de camera permanent op zich gericht weet).

Utrechts tocht over hoge toppen en door diepe dalen, die nochtans gewoon is afgesloten met een vertrouwd plekje in de subtop, wordt begeleid door interviews met de trainer, manager, directeur, materiaalman en enkele spelers (de ernstig geblesseerde aanvoerder Willem Janssen en zijn vrouw in het bijzonder). En ook de achterban krijgt natuurlijk spreektijd – van de bloemenverkoper tot de buschauffeur – om het gevoel in de stad te verwoorden. Alle denkbare voetbalclichés worden daarbij nog eens netjes afgestoft. Een gruwel wellicht voor de kritische kijker, maar ‘gefundenes Fressen’ voor iedereen die leeft voor de bal.