Look Away

BBC

De situatie vraagt bijna om misbruik. De relatie tussen rocksterren, aanbeden als goden, en groupies, jonge vrouwen die hen maar al te graag willen aanbidden, is zó ongelijk dat het wel tot grensoverschrijdend gedrag móet leiden. Alsof je een roofdier permanent ogenschijnlijk gewillige – en vaak ook véél te jonge – prooien aanbiedt. Hoe kunnen zulke vrouwen nog een grens trekken of alarm slaan als die rücksichtslos wordt overschreden?

Seks met minderjarige meisjes was sowieso nooit een taboe in de rock & roll en is ook regelmatig verheerlijkt in songs. Sophie Cunningham en Ben Steele starten deze #metoo-documentaire over de rockwereld met enkele treffende voorbeelden. ‘I can see that you’re fifteen years old. I don’t want your ID’, zongen The Rolling Stones in Stray Cat Blues. Ted Nugent nam ook geen blad voor de mond in Jail Bait: ‘Well I don’t care if you’re just thirteen years, you look too good to be true.’ En Iggy Pop pochte over zijn escapades met een tiener in het nummer waaraan deze film zijn titel ontleent, Look Away (87 min.): ‘I slept with Sable when she was thirteen. Her parents were too rich to do anything.’

Daarna komen enkele vrouwen aan het woord over hun ervaringen met beroemde muzikanten, met name in ‘the seventies’, de jaren waarin alles leek te kunnen en mogen. Zo was Julia Holcomb bijvoorbeeld zestien en nét iets te sexy gekleed toen ze in 1973 Aerosmith-zanger Steven Tyler ontmoette. Hij was tien jaar ouder en nam haar mee op tournee. Tyler werd zelfs haar wettelijke voogd. Dat weerhield hem er overigens niet van om haar zwanger te maken. Zij was toen nog altijd maar zeventien. Terwijl hij alweer een ander had. Tyler vereeuwigde haar later, ongevraagd, in het nummer Sweet Emotion en beschreef zijn ‘teen lover’ ook met naam en toenaam in een autobiografie.

Holcombs ervaringen staan bepaald niet op zichzelf. Sheila Kennedy, voormalig Penthouse Pet Of The Year, was wél meerderjarig toen ze Axl Rose ontmoette, maar haar ervaringen met de Guns N’ Roses-zanger waren niet veel beter. Ze merkte al snel dat zij bepaald niet de enige was bij wie de notoire ‘bad boy’, een imago dat hij zorgvuldig cultiveerde, persoonlijke grenzen overschreed. En ook vrouwen die zelf in een band zaten waren niet veilig, volgens Jackie Fuchs. ’Wat mij overkwam was op geen enkele manier rock & roll’, stelt de bassiste van de Amerikaanse meidenrockgroep The Runaways over de man die haar als minderjarig meisje zou hebben verkracht en die ze nog altijd niet bij naam wil noemen – ook al is in deze documentaire glashelder wie ze bedoelt.

Aan de hand van deze slachtofferverhalen, kracht bijgezet door mensen uit de directe entourage van deze rockhelden (die zelf hun vingers overigens niet branden aan hun kant van het verhaal), schetst Look Away de algehele misogynie in de (hard)rocksene. In deze onvervalste mannenwereld – opgeroepen met duistere beelden van clubs, hotelkamers en een stad bij nacht, the city of (broken) dreams Hollywood – zorgt machismo voor status en worden vrouwen, te midden van alle bravoure en drank- en drugsgebruik, nogal eens gereduceerd tot gebruiksvoorwerp. Dat kan – en mag – eigenlijk geen verbazing wekken, maar het wordt in deze #metoo-film nog eens helder uiteengezet en van concrete voorbeelden voorzien.

Subject

Autlook

‘Did he do it?’ schreeuwt een enorm billboard aan de overkant van de straat. Margie Ratliff schrikt ervan als ze haar auto parkeert. ‘De oude poster is terug om ons te achtervolgen’, zegt ze beduusd.

Met het bord kondigt Netflix de re-release aan van The Staircase, een true crime-serie uit 2004 over de moord op Margies moeder Kathleen. Haar vader Michael Peterson geldt daarvoor als verdachte. De oorspronkelijke documentaireserie wordt, samen met het driedelige vervolgseizoen uit 2018, in bijna tweehonderd landen opnieuw uitgebracht. Margie kijkt met gemengde gevoelens terug op haar deelname aan de serie. Alsof ze als tiener permanent onder de microscoop lag – en, ongewild, nog altijd ligt. Haar vader heeft daar veel minder moeite mee. Michael Peterson beschouwt de camera als een probaat middel om zijn verhaal te doen en zijn onschuld te bepleiten.

Ieder taxeert z’n rol in een iconische documentaireproductie op zijn eigen manier. Dat is een terugkerend element in wat gerust een Droste-docu mag worden genoemd: Subject (96 min.), een intrigerende documentaire van Jennifer Tiexiera en Camilla Hall over de hoofdpersonen van documentaires: hoe kijken zij daarop terug en wat heeft die hen gekost en opgeleverd? De één ziet vooral voordelen (zoals voormalig basketbaltalent Arthur Agee uit Hoop Dreams, die bijvoorbeeld, niet onomstreden, heeft meegedeeld in de opbrengsten van de film), een ander is met name negatief (Elaine Friedman, die er als moeder van een getroebleerd gezin zeker niet schadevrij vanaf komt in Capturing The Friedmans).

De meeste personages hebben beide kanten van de medaille leren kennen. ‘Ik was heel erg blij dat ik werd gezien’, vertelt Jesse Friedman bijvoorbeeld, die (onschuldig) in de gevangenis zat vanwege seksueel misbruik van buurtkinderen. ‘Ik was een hele lange tijd onzichtbaar geweest.’ Hij heeft ook zijn latere vrouw ontmoet door de film. Zij zag hem voor het eerst in de documentaire van Andrew Jarecki, begon daarna zijn zaak actief te ondersteunen en legde ook persoonlijk contact. Tegelijkertijd definieert Capturing The Friedmans nog altijd Friedmans leven, hoewel de film gebeurtenissen van tientallen jaren geleden behandelt en nauwelijks iets met zijn huidige bestaan van doen heeft.

Ahmed Hassan is door The Square (2013) één van dé gezichten geworden van het protest op het Egyptische Tahrirplein tijdens de Arabische Lente van 2011. Die bekendheid heeft echter verstrekkende gevolgen voor zijn persoonlijke veiligheid. Susan Reisenbichler, de moeder van The Wolfpack (2015), realiseerde zich door de film over haar getroebleerde gezin pas echt hoe mis het was bij haar thuis. Haar zoon Mukunda Angulo kreeg door de release van de docu dan weer de kans om de wereld te zien die hem jarenlang was onthouden. Hij wil filmmaker worden, maar schat de kans dat hij zich ooit aan een documentaire waagt als bijzonder klein in.

Documentaires zijn een ‘ethische jungle’, constateert regisseur Bing Liu, die in zijn persoonlijke film Minding The Gap de confrontatie met zijn moeder is aangegaan. Dat is ten koste gegaan van hun relatie. Tiexiera en Hall laten ook andere makers zoals Davis Guggenheim, Assia Boundaoui en Evgeny Afineevsky reflecteren op hoe ’t is om met échte personages te werken en hoe je daarvan nooit ‘subjecten’ mag maken. De makers van de documentaires waarvan de hoofdpersonen aan het woord komen in Subject krijgen overigens géén gelegenheid om daarop te reageren. Zij hebben hun kans al gehad bij het maken van hun film. Nu hebben hun protagonisten zelf de regie.

De rollen zijn dus omgedraaid in deze doc², waarin alle ethische aspecten van het vertellen van verhalen over echte mensen aan de orde komen. Als die verhalen eenmaal de wereld in zijn geholpen, is er in elk geval geen weg terug meer, toont de casus van The Staircase. Afgelopen jaar verscheen de dramaserie The Staircase met acteur Colin Firth als Michael Peterson. Sophie Turner – alias Sansa Stark uit Game Of Thrones – speelt daarin Margaret Ratliff. Om deze rol voor te bereiken had de Britse actrice graag willen spreken met de vrouw die ‘tientallen jaren traumatherapie’ nodig heeft gehad om het overlijden van haar moeder en de verwikkelingen daaromheen een plek te geven.

Romy Et Alain, Les Éternels Fiancés

Arte

Wat uiteindelijk een levenslange liefde zal worden, begint als een promotiestunt. Om de aandacht alvast te vestigen op de film Christine (1958), die ze samen gaan opnemen, wacht hoofdrolspeler Alain Delon zijn co-ster Romy Schneider op het Parijse vliegveld Orly op met een enorme bos rode rozen. Die zijn netjes door de productie van de film aangeschaft. De twee hebben elkaar nog nooit ontmoet.

De foto’s van de Franse ‘bad boy’ en de bevallige Duitse actrice, die dan al een filmlegende is door haar suikerzoete rol als de Oostenrijkse keizerin Sissi, kunnen direct de bladen in. Echte liefde tussen de twee iconen van de Europese cinema zal dan niet lang meer uitblijven, volgens de bitterzoete tv-docu Romy Et Alain, Les Éternels Fiancés (52 min.) van regisseur Olivier Monssens.

Terwijl zijn carrière een vlucht neemt, stelt een alwetende verteller, lijkt die van haar echter te stagneren. Illustratief is een interview dat Delon, met Schneider aan zijn zijde, geeft tijdens het filmfestival van Cannes in 1962. Nadat de journalist hen heeft bedankt voor het gesprek, zegt die per abuis ‘tot ziens, Sissi en Alain Delon’. Schneider reageert als door een adder gebeten en toch poeslief: ‘Niet Sissi!’

De sporen van de geliefden beginnen daarna uiteen te lopen en leiden tot een breuk. Pas bij de opnames voor de film La Piscine (1969) ontmoeten Delon en Schneider elkaar weer, waarna ze elkaar nooit meer helemaal loslaten. Voor de geschiedenis van deze twee levens, in de verf gezet met film- en backstagebeelden, gaat Monssens te rade bij hun biografen en de conservator van een Romy Schneider-tentoonstelling.

Regisseur Costa-Gavras, fotograaf Jean-Marie Périer, acteur Sophie Grimaldi, producent Alain Terzain en regisseur Volker Schlöndorff zetten ondertussen de puntjes op de i in dit tijdloze liefdesverhaal over twee Europese filmsterren die zich, waarschijnlijk zonder dat ze het letterlijk hebben uitgesproken, voor het leven met elkaar verbinden. Totdat de dood ook hen scheidt.

Sisterhood

BNNVARA

Op de filmklapper staat de werktitel voor deze documentaire: De Vrouwenfilm. Het is uiteindelijk Sisterhood (55 min.) geworden. Sophie Dros wil daarin praten over vrouw zijn en wat dat betekent. En daarvoor – zagen De Kijkende Man en z’n Vrouw – heeft Dros in een fraaie studiosetting enkele, ja, vrouwen uitgenodigd.

De flamboyante modeontwerpster Anne-Rixt Gast, Vlaamse televisiepersoonlijkheid Jamecia Baker (Ex On The Beach), bodybuildster Maria Wattel en journalist Tatjana Almuli (schrijfster van Knap Voor Een Dik Meisje) vertegenwoordigen verschillende uithoeken van een nieuwe generatie vrouwen, constateren De Kijkende Man en Vrouw eensgezind. Daarnaast spreekt Dros een groepje van vijf tienermeisjes.

Van tevoren legt de filmmaakster uit hoe ze het wil gaan aanpakken. Haar gesprekspartners mogen recht in de camera kijken. ‘Het wordt echt een beetje een gesprek’, zegt ze erbij. ‘Dus je kan ook dingen aan mij vragen.’ En als ze ergens liever niet over praten… Na alle plichtplegingen kan haar met iconische vrouwbeelden sjiek aangeklede interviewfilm beginnen. Met een citaat van Simone de Beauvoir bovendien.

Bij de opnames zijn overigens ook cameraman Boas van Milligen Bielke en geluidsman Gijs Domen betrokken. Zij kijken en luisteren mee als onderwerpen zoals menstruatie, verliefdheid en – vooral – irritante, onveilige of zelfs gevaarlijke mannen worden behandeld en mengen zich uiteindelijk ook voorzichtig in dit gesprek. Dat is ook wel zo prettig voor De Kijkende Man. Anders zou die zich maar een indringer voelen.

Bij gesprekken die volgens zijn Vrouw soms overigens op ‘wijvengezeik’ dreigen uit te lopen. Terwijl alle deelnemers toch vooral niet als een ‘zeikwijf’ gezien willen worden. De Kijkende Man, een witte van middelbare leeftijd bovendien, laat zich nochtans braaf meenemen door deze Vrouwenfilm, waarin uiteenlopende onderwerpen zoals de smurfen (en hun smurfin), dickpics en stalkers ook aan bod komen.

In hun conversatie zit een onverholen pleidooi verscholen voor een zusterschap, een verbond van vrouwen (en mannen, misschien zelfs De Kijkende) die hun onderlinge verhoudingen opnieuw proberen te definiëren. Tenminste, dat is wat Hij – al schrijvende en zijn Vrouw die er naderhand over door wilde praten negerende – uit dat kleine uurtje pregnante en soms ook wat vrijblijvende Vrouwenpraat heeft weten te destilleren.

I Get Knocked Down

Sheffield Doc

Terwijl hij als de eerste de beste burgerlul van 59 zijn hond uitlaat – en als de eerste de beste burgerlul ook diens drol in een zakje deponeert en meeneemt – mijmert Dunstan Bruce over het verleden. Is alles dan voor niets geweest? vraagt hij zich tijdens deze (zoveelste?) midlifecrisis af. Ooit behoorde hij met zijn band Chumbawamba, een stelletje rechtgeaarde anarchisten, toch tot de linkse voorhoede? Nu heeft ook hij zich gewoon overgeleverd aan een wereld met Trump, Brexit en politiegeweld.

I Get Knocked Down (87 min.) zongen Dunstan en zijn rebellenclub uit een kraakpand in de arbeidersstad Leeds ooit in Chumbawamba’s enige echte hit Tubthumping (1997). Gevolgd door de fiere zinsneden: ‘But I get up again. You are never gonna keep me down.’ En dat is precies wat Dunstan nu van plan is in deze documentaire van Sophie Robinson: door met zijn voormalige groepsgenoten het idealistische verleden op rakelen wil hij op de één of andere manier het vuur (terug)vinden voor een strijdbare toekomst.

Dunstan Bruce speelt in zekere zin zichzelf in deze joyeuze film en doet met veel theater en (zelf)spot het verhaal van zijn band, die gaandeweg van anarchopunk opschoof naar salonfähige pop. Hij voert daarbij een interne dialoog met Babyhead, een alter ego met een sardonisch lachend poppenmasker op. ‘Ik wil geen beroemdheid zijn, ik wil het verschil maken’, zegt die bijvoorbeeld als Bruce na een interview in het televisieprogramma Democracy Now! voor een foto poseert met presentatrice Amy Goodman. Babyhead laat vervolgens een korte, theatrale stilte vallen. ‘Lady Gaga zei dat ooit.’

Zo sluit de ‘tone of voice’ van deze docu lekker aan op de modus operandi van de tegendraadse groep, die van ontregelen z’n handelsmerk had gemaakt. ‘Het was altijd veel interessanter om rotzooi te trappen dan binnen de lijntjes te kleuren’, constateert Dunstan Bruce daarover, niet zonder tevredenheid. Zo verkocht Chumbawamba ooit voor grof geld een nummer aan General Motors voor een commercial. Dat bedrag ging vervolgens rechtstreeks naar activisten die campagne voerden tegen de autofabrikant vanwege slechte arbeidsomstandigheden.

Toch wordt Dunstan Bruce – in elk geval voor de film – geplaagd door twijfel: heeft al dat activisme ook maar iets opgeleverd? En zo nee, heeft hij dan al die tijd een leugen geleefd? Hij legt de vragen in deze scherpe, geinige en soms ook bespiegelende documentaire ook voor aan de punky historica Lucy Robinson, linkse filmmaker Ken Loach en activistische band Dream Nails en begint weer een toekomst voor zichzelf te zien als man van middelbare leeftijd. Met zowaar ook een nieuw bandje: Interrobang!?, dat toch ook wel weer aan Chumbawamba doet denken.

The Puppet Master: Hunting The Ultimate Conman

Netflix

Hij dringt hun leven binnen, maakt zich onmisbaar en isoleert hen vervolgens van de rest van de wereld. Sophie en Jake Clifton hebben bijvoorbeeld al jaren geen contact meer met hun moeder Sarah. Eind 2011 ontmoette zij een nieuwe geliefde, ene ‘David’. Die nam het gezin gaandeweg helemaal over en werkte vervolgens de kinderen het huis uit. En daarna verdwenen de twee tortelduifjes zelf met de noorderzon. Sindsdien is Sarah buiten het bereik van haar kinderen geraakt – en blijkt haar spaarrekening geplunderd.

Een al even vreemde kwestie deed zich twintig jaar eerder voor: op verzoek van barman ‘Rob’, die tevens actief was als spion, knapte de student John Atkinson begin jaren negentig enkele klusjes op voor de Britse geheime dienst MI5. Toen er op zijn opleiding een cel van IRA werd ontdekt, sloeg hij samen met zijn medestudenten Sarah en Maria en diezelfde barman op de vlucht. Ze zouden uiteindelijk zo’n tien jaar (!) onderweg zijn, ver weg van alles wat hen lief was. En één man bepaalde alles: serieoplichter Robert Hendy-Freegard.

In The Puppet Master: Hunting The Ultimate Conman (127 min.) deconstrueren Sam Benstead en Gareth Johnson de modus operandi van deze menselijke wurgslang die zijn prooien eerst uiterst behoedzaam benadert en hen daarna bijna ongemerkt de keel dichtknijpt. Ze kleden de herinneringen van Freegards slachtoffers, hun familieleden en de FBI- en Scotland Yard-agenten die op hem jagen bovendien aan met archiefbeelden, geluidsopnamen, spannende muziekjes en gedramatiseerde scènes met acteurs.

Vaardig ontleedt deze driedelige true crime-serie zo de ronduit bizarre geschiedenis van een gewetenloze parasiet en z’n slachtoffers, die hij doelbewust helemaal uitwoont. The Puppet Master begeeft zich daarmee op hetzelfde terrein als Love Fraud, een overrompelende miniserie over een enigmatische Amerikaanse ‘bad guy’ met eveneens een eindeloze stroom slachtoffers, en laat een vergelijkbaar gevoel van diepe verwondering achter: hoe krijgt deze man dit voor elkaar en – vooral – wat drijft hem in godsnaam?

Mist

BNNVARA

Er zijn de verplichte privéfilmpjes, weerslagen van een ogenschijnlijk benijdenswaardige jeugd. Gemaakt door een trotse ouder die vereeuwigt hoe zijn/haar kind, een jong meisje in het officiële tenue van de turnbond, steeds weer boven zichzelf uitstijgt. Ze heeft duidelijk talent en wint ook medailles. Het zijn video’s die ongetwijfeld met familie en vrienden zijn gedeeld. Kijk eens, wat onze Stephanie nu weer heeft gepresteerd!

‘Ik krijg het helemaal benauwd’, zegt een inmiddels volwassen Stephanie Tijmes als ze jaren later haar vaste trainingshal binnenstapt. ‘Gadver!’ Haar herinneringen aan de periode dat ze topsport bedreef worden begeleid door opvallend unheimische muziek. Niet voor niets: waar zij aan denkt bij die formatieve jaren is niet te zien op de filmpjes. ‘Ik heb tien jaar lang elke dag gehoord dat ik lelijk en te dik was’, vertelt de voormalige topturnster in Mist (26 min). ‘En dat ik niet goed was, niet hard genoeg trainde, stijf was.’

Sinds de Amerikaanse documentaires At The Heart Of Gold: Inside The USA Gymnastics Scandal en Athlete A genadeloos de mores blootlegden binnen de Amerikaanse turnwereld, waar ‘tough love’ de norm leek en dat ‘love’ soms dan ook nog eens héél verkeerd werd geïnterpreteerd, is ook grensoverschrijdend gedrag in Nederland op de agenda komen te staan. Stephanies ervaringen doen denken aan die van haar Amerikaanse collega’s. ‘Ze hebben ons afgemaakt, geschreeuwd, gekleineerd, genegeerd, gemanipuleerd.’

Daarmee worstelt ze, getuige deze indringende korte film van Sophie Kalker, nog elke dag. Tijdens therapiesessies probeert de oud-topsporter vat te krijgen op haar problemen, waardoor ze moeite heeft om haar grenzen te bewaken en regelmatig dissocieert. Stephanie is niet de enige, blijkt tijdens een groepsgesprek met voormalige teamgenoten. Stuk voor stuk zitten ze in therapie. ‘Ik heb geprobeerd om te achterhalen of ik überhaupt iemand wist die er niet beschadigd is uitgekomen’, zegt Loes Linders tegen de anderen. ‘Ik ken er geen.’

Dat is een treurige conclusie: veelbelovende meisjes zijn tijdens hun turncarrière ernstig beschadigd geraakt. Niet als gevolg van één enkele trainer die alleen zijn eigen grenzen (er)kende, maar als bijproduct van een breed gedragen benadering van topsport die hen tot grootse prestaties moest aanzetten. ‘Ja, hoe hoop ik dat de toekomst eruit gaat zien?’ zegt Stephanie Tijmes, die ooit als het naïeve kind op al die turnfilmpjes dat giftige systeem binnenstapte. ‘Ik hoop in eerste instantie dat ik gewoon eens een dag kan doorkomen.’

Shelley In Wonderland

Shelley Gish / c: Tess Vermeer

Noem ‘t gerust een cliché of gimmick. Maar als de aspirant-Miss Senior USA en haar concurrenten zich opmaken voor de strijd om de titel, kan er eigenlijk maar één nummer klinken: Oh, Pretty Woman van ‘good old’ Roy Orbison. De soepele gitaarriff transporteert alles en iedereen direct naar de tijd waarin alle deelnemers hun gloriejaren beleefden. Intussen zijn de dames op een leeftijd aanbeland waarop ze – althans volgens eigen zeggen – niet meer worden gezien.

Dat geldt misschien ook wel een beetje voor Shelley Lee Sybil Gish, de hoofdpersoon van deze smakelijke korte documentaire van Sophie Dros. De 63-jarige Miss Senior Utah is duidelijk gespannen voor de missverkiezing en hoe zij zich daarbinnen zal manifesteren. Terwijl concurrenten oefenen op een dansje bij Elvis’ Jailhouse Rock, de harp bespelen of de show proberen te stelen met kleine acrobatiek wil zij excelleren met I Have A Dream van ABBA. Toepasselijk nummer.

Muziek speelt wel vaker een sleutelrol in Shelley In Wonderland (40 min.). In de bus zingen de Golden Girls, met elk hun kroontje parmantig op het hoofd, uit volle borst You Are My Sunshine. Bij de visagie wordt gezamenlijk een enthousiast There’s No Business Like Show Business aangeheven. En daarna laat regisseur Sophie Dros hun verdere verrichtingen tijdens het ‘showgirl-bootcamp’ ook nog eens begeleiden door Cyndi Lauper: Girls Just Wanna Have Fun, juist.

Tussen de bedrijven door kletsen de meiden over hun relaties, echtscheidingen en nieuwe vriendjes en vertelt Shelley op haar hotelkamer het verhaal van haar veelbewogen leven, dat ooit begon bij de Mormoonse Latter-Day Saints-kerkgemeenschap. Die terugblik wordt door Dros vaardig geïllustreerd met enkele fraaie sequenties met familiefoto’s en privévideo’s. Uit de jaren dat de schoonheidskoningin op leeftijd zichzelf zocht en steeds weer kwijtraakte.

En dan is de avond van de Miss Senior-verkiezing aangebroken. I’m a queen, houdt Shelley zichzelf voor. Ze doet dit tenslotte voor zichzelf, niet voor de overwinning. Net als haar concurrenten lijkt ze iets terug te willen vinden dat ergens onderweg verloren is gegaan. In die zin is deze observerende film een soort ode aan de (eeuwige) jeugd, die je nooit helemaal achter je hoeft te laten. Of, anders bezien, die je een leven lang kan blijven achtervolgen.

Menige liedjesschrijver heeft er een compleet songboek aan gewijd.

Sophie: A Murder In West Cork

Netflix

Bij de ruïne van een kasteel op Three Castle Head had ze een geestverschijning. Op die idyllische plek zou een mythisch personage rondwaren dat ooit bij het nabijgelegen meer had gewoond, ‘de witte dame’. De aanblik daarvan maakte Sophie Toscan du Plantier doodsbang. Ze kende de lokale legende die erbij hoorde: als je deze vrouw hebt gezien, zal je binnen een paar uur sterven.

‘Ze werd bevangen door een diepgevoelde, onverklaarbare paniek, slechts enkele uren voordat ze op brute wijze zou worden gedood’, schreef de plaatselijke journalist Ian Bailey later in een artikel over de moord op de Française, op 23 december 1996 in het dorp Schull aan de afgelegen zuidwestkust van Ierland. Sophie werd verminkt langs een weg achtergelaten, ver weg van haar zoon en echtgenoot, de vermaarde filmproducent Daniel Toscan du Plantier, in Frankrijk.

Het onderzoek naar die spraakmakende moord staat vanzelfsprekend centraal in de driedelige true crime-serie Sophie: A Murder In West Cork (164 min.), waarin regisseur John Dower de gebeurtenissen reconstrueert met nabestaanden, de lokale bevolking en vertegenwoordigers van politie en justitie. Gaandeweg komt er ook een verdachte in beeld, die ruim 25 jaar na dato nog altijd stug vasthoudt aan zijn onschuld en zich toch goedgeluimd laat filmen en interviewen.

Deze man – een even intrigerend als complex personage – is één van de troeven van deze slim opgebouwde miniserie: is hij wie hij zegt te zijn? Of toch degene die anderen in hem zien? Hij krijgt in elk geval fijn tegenspel van de toenmalige hoofdcommissaris van de Ierse Garda, Dermot Dwyer, die ‘s mans verhalen ogenschijnlijk geamuseerd probeert te weerleggen. Ook Sophie’s familie en de inwoners van Schull blijven ervan overtuigd: deze vent is zo schuldig als wat.

Dat is een intrigerend uitgangspunt voor een boeiende vertelling, die zich bovendien afspeelt binnen een aansprekend decor: het Ierse platteland, dat zich had ontwikkeld tot een thuishaven voor ‘inwaaiers’, die er stilte, veiligheid of een ander leven hoopten te vinden. Totdat het schokkende misdrijf elk gevoel van (gemoeds)rust rigoureus verstoorde, ook bij de plaatselijke bevolking. Die moet nu al een kwart eeuw met een onopgeloste moord zien te leven. En met een man die daarvan verdacht wordt.

‘Sophie’s ingewikkelde liefdesleven’, kopte journalist Ian Bailey, die vanaf het begin bij de zaak betrokken was, twee dagen na haar dood in The Star. Ze zou volgens hem zijn gedood met een stomp voorwerp en niet seksueel zijn misbruikt.

King Of The Cruise

Halal Amsterdam

‘Ik heb mensen die naar me toekomen en zeggen: jij bent de interessantste persoon die ik ooit heb ontmoet’, vertelt Ronald Reisinger, alsof het niets voorstelt. ‘En dat is inclusief Hillary Clinton.’ Reisinger, die in werkelijkheid een hele trits officiële namen heeft, is niets minder dan de King Of The Cruise (73 min.), de figuur waarmee iedereen op het kolossale cruiseschip een praatje wil maken.

Zóóóó’n interessante man, vinden de Russische dames aan boord. Een baron. Uit Schotland. Vandaar die kilt. Met zijn eigen kasteel, ook. Ascog Castle. Uit de dertiende eeuw. Het jaar 1250, om precies te zijn. Afstammeling bovendien van de familie die Budweiser-bier maakte. Volgens eigen zeggen werd hij niet met een zilveren lepel in zijn mond geboren. Maar met een gouden.

Baron Ronald Busch Reisinger van Inneryne. Is hij echt van adel of gewoon een fantastische fabulant? En wat moeten al zijn sterke verhalen verhullen? De zwaarlijvige Schot schuifelt over het schip, langs het massa-entertainment dat daarop wordt geboden aan welgestelden, en schiet her en der mensen aan, die hij probeert te verrassen met smeuïge verhalen en smakelijke anekdotes.

Regisseur Sophie Dros maakt van Reisinger een tragikomische figuur, de gedroomde hoofdpersoon voor een weldadige film over de schijn van het zijn. Die vervat ze verder in grootse beelden van het luxueuze schip, de oneindige zee en het wezenloze vermaak dat alle passagiers de dag door helpt. Aalgladde we-wachten-op-verbinding-met-Wimbledon muzak maakt de zaak helemaal af.

Trefzeker schetst Dros een volledig geplastificeerde wereld, waarin decadentie en leegte elkaar perfect in evenwicht houden en figuren als Ronnie Reisinger nét voldoende houvast vinden.

Blue Note Records: Beyond The Notes

Een Duitse leeuw en wolf stonden ooit aan de basis van het vermaarde Amerikaanse platenlabel Blue Note Records. De jeugdvrienden Alfred Lion en Francis Wolff ontvluchtten in de jaren dertig de Jodenvervolging in nazi-Duitsland. In hun nieuwe vaderland focusten de twee outsiders zich op hun grote passie, jazz, en richtten in 1939 Blue Note op, een onderneming waarmee waarschijnlijk geen rooie rotcent was te verdienen. Een grotendeels zwart label bovendien, in een veelal witte industrie. Het zou niettemin een groot succes worden.

In Blue Note Records: Beyond The Notes (54 min.) blikken kopstukken als Herbie Hancock, Terrace Martin, Derrick Hodge en de huidige directeur van Blue Note, Don Was, terug op de hoogtijdagen van ‘de Cadillac onder de jazzlabels’, toen grootheden als Miles Davis, Thelonious Monk, John Coltrane, Art Blakey, Lee Morgan, Horace Silver en Sonny Rollins van Lion en Wolff volledige artistieke vrijheid kregen en met speels gemak muzikale grenzen verlegden. In een nieuwe studiosessie zoeken The Blue Note All-Stars intussen de magie van Blue Notes gouden jaren op.

Regisseur Sophie Huber richt zich in deze gedegen televisiedocumentaire compleet op de kunst: de muziek zelf natuurlijk, de bijbehorende coole zwart-wit foto’s en het stijlvolle artwork. Ze tekent ook de revival van het label in de tweede helft van de jaren tachtig op, als Blue Notes onmiskenbare sound wordt opgepikt door hiphoppers, opnieuw in de belangstelling komt te staan en nieuwe sterren als Norah Jones in de vaart der volkeren opstuwt.

Shirkers

Netflix

De wereld van onze jeugd is allang verdwenen. Met elk jaar raken we verder verwijderd van wie we ooit waren en wat we ooit deden. Sandi Tan heeft tenminste de film nog. Althans, had de film nog moeten hebben…

De dwarse tiener uit Singapore liep begin jaren negentig met een wild idee rond. Samen met haar hartsvriendinnen Jasmine Ng (montage) en Sophie Siddique (productie) wilde ze een speelfilm maken. Over een meisje zoals zij. Sterker: ze schreef zelf het script en nam natuurlijk ook de hoofdrol op zich. Shirkers zou de eerste Singaporese indiefilm worden. Een Aziatische zusterfilm van Rushmore en Ghost World, Hollywood-klassiekers die pas jaaaren later zouden worden gemaakt. Maar ergens onderweg viel de droom van Sandi Tan in duigen.

Ruim 25 jaar later is de speelfilm die nooit de bioscoop zou halen uitgelopen op een documentaire. Via de wonderlijke, spannende en uiteindelijk ook tragische verwikkelingen rond Shirkers (97 min.) reconstrueert de kunstzinnige veertiger de wereld van haar jeugd. Het meisje waarvan ze nu denkt dat ze toen was, maar ook de schilderachtige omgeving waarin ze zich toen bewoog. Het Singapore dat is ingehaald door economische voorspoed en voorgoed van gedaante is veranderd.

Daarvoor trekt Tan, die later carrière zou maken als filmcriticus, schrijfster en filmer, alle lades van haar jonge jaren helemaal open: schrijfsels, tekeningen, filmpjes, knipsels, brieven, knutselwerkjes… En de bijbehorende mensen, surrealistische taferelen en overgesatureerde kleuren. Relikwieën van een verloren tijd, die hier op een bijzonder joyeuze manier, met een overdaad aan liefde voor cinema met een rafelrandje, tot leven wordt gewekt.

Al die afzonderlijke brokstukken van een onbezonnen leven worden door Sandi Tan zelf aaneen gepraat tot een boeiend coming of age-drama, waarin ze tevens het geheim probeert te ontrafelen van de enigmatische vaderfiguur Georges Cardona, die haar film destijds slinks de nek omdraaide – en Shirkers, op het Sundance-festival bekroond met de World Cinema Documentary Directing Award, nu indirect een tweede leven en een véél groter publiek heeft bezorgd.

Genderbende

Halal

In de Nederlandse documentaire Genderbende (55 min.) portretteert Sophie Dros vijf jongeren die zich niet thuis voelen bij een traditioneel geslacht. Zij voelen zich soms vrouw en dan weer man. In een wereld die wel dergelijke eenduidige kwalificaties hanteert, proberen ze hun eigen plek te vinden.

Filmmaker Dros brengt dat ongemak gestileerd in beeld. Zo is Genderbende bijvoorbeeld gelardeerd met traditionele man- en vrouwbeelden en wijzen de genderfluïde hoofdpersonen letterlijk aan waar op de lijn tussen masculien en feminien zij zichzelf zien. De documentaire herbergt slechts een beperkt aantal spontane scènes, waaronder een erg treffende ontmoeting van één van de hoofdpersonen met een nagelstyliste die al snel een vriendin opbelt om te vertellen wie/wat ze nu weer heeft ontmoet.

Wat de film aan actie en dramatische ontwikkeling soms een beetje mist, wordt door de boeiende thematiek en overtuigende vormgeving ruimschoots gecompenseerd.