Anil Ramdas: Nooit Meer Thuis

Hij was ‘de beroemdste allochtoon van Nederland’, aldus schrijver Stephan Sanders, die volgens eigen zeggen een bijzonder moeizame vriendschap met Anil Ramdas onderhield en samen met hem het televisieprogramma Het Blauwe Licht presenteerde. Het was ‘een stem die ik mis in het politieke debat van vandaag’, zegt Ramdas’ vriend en collega Pieter Hilhorst. ‘Overnight was hij een ster’, herinnert zijn collega bij De Groene Xandra Schutte zich. ‘Het was ook of hij er uiterlijk door veranderde. Alsof hij groter werd.’ De ‘Tamil-tijger’ van een oude redactiefoto, waarop een iel mannetje met een snorretje is te zien, werd volgens Schutte ineens een mooie jongen.

Zo staat Anil Ramdas ook in ons geheugen gegrift (áls hij daarin al een plek heeft verworven; roem komt én gaat nu eenmaal te paard). Als een gesoigneerde, welbespraakte en nadenkende schrijver, presentator en intellectueel van Surinaams-Hindoestaanse afkomst. Hij werd in de tweede helft van de twintigste eeuw een gewaardeerde opiniemaker, mocht opdraven als Zomergast en bemachtigde later een correspondentschap in India. Ogenschijnlijk een geslaagd man. Een migrant ook, die zijn eigen plek had verworven in zijn nieuwe vaderland. Gaandeweg begon hij zich echter steeds meer een vreemde te voelen in Nederland.

Dat is tevens de centrale thematiek van Anil Ramdas: Nooit Meer Thuis (58 min.), een touchant portret van de man, die halverwege de jaren zeventig naar Nederland verkaste en aan het begin van de 21e eeuw door de politieke ontwikkelingen rond Pim Fortuyn, Theo van Gogh en Geert Wilders steeds meer in het nauw werd gedreven. Een mismatch met zijn omgeving, zoals hij het zelf formuleert. Of was hij gewoon jaloers op die nieuwe ‘troetelallochtoon’ Ayaan Hirsi Ali?, zoals Stephan Sanders hem fijntjes voorhoudt in een radio-interview. Dat gevoel van totale vervreemding dat Anil Ramdas, die tevens een drankprobleem ontwikkelde, moet hebben ervaren, wordt door filmmaker Paul Cohen vervat in steeds terugkerende sequenties van hectische stadsbeelden. Zijn natuurlijke biotoop is een wezensvreemde wereld geworden.

Cohen portretteert de eerzuchtige Ramdas verder via diens talrijke media-optredens, zijn schrijfwerk en interviews met de mensen die hem echt kennen, zoals Ramdas’ zus Kawita, zijn biografe Karin Amatmoekrim en ‘s mans jeugdvriend Emile Echteld, de Creoolse jongen die hem vroeger in Paramaribo beschermde tegen bullebakken en die later in de Bijlmerbajes terecht zou komen. Cohen confronteert hen tevens met audiofragmenten van de man die in 2012, op zijn eigen verjaardag nota bene, op 54-jarige leeftijd zijn leven beëindigde. Óf, als je zoals Emile gelooft in reïncarnatie: begon aan een volgend bestaan.

The Zen Diaries Of Garry Shandling

 

‘Zorg dat je nooit verliefd wordt op een hoertje’, houdt voormalig talkshow-host Jay Leno jonge comedians voor, die willen overleven in de showbusiness. ‘Want dan wordt je hart gebroken.’ Aan het lijdend voorwerp van deze documentaire, de Amerikaanse komiek Garry Shandling, was dat goedbedoelde advies niet besteed: ’Op dit moment vraag ik me af: ben ik grappig?’, klinkt het bloedserieus in deze uitputtende biografie. ‘Ben ik net zo grappig als ik ooit was? Word ik ooit weer grappig?’

Zijn voormalige protégé Judd Apatow, die zelf inmiddels zijn sporen verdiende als executive producer van films als The 40 Year Old Virgin en Knocked Up en de series Girls en Love, maakte een liefdevol eerbetoon aan de invloedrijke stand up-comedian en maker van de baanbrekende televisieprogramma’s It’s Garry Shandling’s Show (1986-1990) en The Larry Sanders Show (1992-1998). Een man die zijn publiek niet alleen wilde behagen, maar ook probeerde uit te dagen.

Garry Shandling, die in 2016 op 66-jarige leeftijd overleed, was een typische clown: in het openbaar had hij altijd de lach aan zijn kont, maar achter de schermen bleef hij gedurig twijfelen, tieren en somberen. Illustratief is een anekdote van vriend, collega-comedian en vader in de gesuikerde serie Full House Bob Saget: na zijn doorbraak-performance in The Tonight Show van Johnny Carson kon Shandling nauwelijks stoppen met huilen. Zijn grote droom was uitgekomen. Wat viel er nu nog te bereiken in het leven?

Die tobberige natuur werkt als een tweesnijdend zwaard in de tweedelige documentaire The Zen Diaries Of Garry Shandling (256 min.); het geeft een verklaring voor het succes van de comedian, die in zijn werk op z’n Koot en Bies zichzelf zocht en vervolgens rücksichtslos zijn eigen neuroses uitventte, en werpt tevens een licht op waarom dat succes tegelijkertijd nooit tot echt levensgeluk leidde. Een rechtszaak tegen zijn eigen manager ontregelde bijvoorbeeld ook de vriendschap met Saget. Die kan zijn verdriet daarover nog altijd nauwelijks weggeslikt krijgen.

Met mensen uit Shandlings directe omgeving (waaronder comedians en acteurs als Jim Carrey, Conan O’Brien, Jeffrey Tambor, Sacha Baron Cohen, Sarah Silverman, Jerry Seinfeld en David Duchovny) reconstrueert Apatow op meeslepende wijze het leven van zijn voormalige mentor, een man die hen stuk voor stuk heeft gemaakt én geraakt. Na afloop van deze hagiografie – want dat is het uiteindelijk, met al zijn mitsen en maren – overheerst in eerste instantie vooral mededogen met de toch wat tragische figuur Garry Shandling. Totdat zijn glorieuze oeuvre zich weer opdringt…