82 Dagen In De Hel

BNNVARA

Sinds 1933 heeft de productie van Azovstal in Marioepol alleen tijdens de Tweede Wereldoorlog enkele jaren stilgelegen. Als Rusland begin 2022 de aanval opent op Oekraïne, worden de werkzaamheden in de staalfabriek, aan de rand van de havenstad, echter direct gestaakt. Onder het uitgestrekte complex, waar in normale tijden zo’n 25.000 mensen werken, bevindt zich een netwerk van ongeveer 35 bunkers – een soort ondergrondse parkeergarages – dat nu als schuilplek beschikbaar wordt gesteld voor inwoners die hun huis willen of moeten ontvluchten.

Het is donker en muf in Marioepols belegerde fort, dat steeds verder volloopt. Zo’n vierduizend burgers en militairen van het omstreden Azovbataljon schuilen in het labyrint onder het fabriekscomplex voor de Russische aanvallen en bombardementen. Ze zien nauwelijks daglicht, hebben geen internet en raken volledig afgesloten van de buitenwereld. Over die 82 Dagen In De Hel (141 min.), die ook min of meer de 20 Days In Mariupol van de gelijknamige Oscar-winnende documentaire van Mstyslav Chernov omvatten, is er nu een driedelige serie van Joanie de Rijke en Jasper Christiaens.

Enkele inwoners van de Oekraïense stad, vlakbij de Russische grens, en soldaten blikken terug op die hachelijke maanden in het voorjaar van 2022. Met een fraaie combinatie van animaties en persoonlijke foto’s worden, ter introductie, hun vroegere levens gevisualiseerd, voordat de bommen begonnen te vallen op hun huizen, scholen en winkels en zo hun normale bestaan wegvaagden. De periode in Azovstal, waar in een onwerkelijke situatie een soort alternatieve samenleving ontstaat, komt vervolgens tot leven via hun indringende persoonlijke getuigenissen en filmpjes die ze daar maakten.

Tussendoor belicht verteller Jeroen Pauw, met behulp van overzichtskaartjes, het verloop van de oorlog om hen heen en de gevolgen voor hun positie in die omsingelde megabunker. Terwijl Russische bommen ervoor zorgen dat de vloeren schudden en de muren afbrokkelen, het voedseltekort steeds nijpender wordt en angst vrijwel iedereen in z’n greep krijgt, komt ook de onderlinge solidariteit onder druk te staan. De barre leefomstandigheden en permanente dreiging halen uit de één het allerslechtste naar boven, terwijl een ander in Azovstal juist de beste versie van zichzelf wordt.

Na zo’n twee maanden wordt er een zogenaamde groene corridor ingesteld. Het Russische leger biedt burgers tijdelijk een vrijgeleide om de staalfabriek te verlaten. Militairen van het Azovbataljon, die door de Russen worden beschouwd als nazi’s, krijgen slechts één optie: totale overgave. En daarna worden ze als krijgsgevangene, bepaald niet volgens de regels van het humanitair oorlogsrecht, keihard aangepakt. Net als de gewone inwoners van Marioepol verlaten zij Azov met ervaringen om een leven lang op te kauwen en een diepgevoelde haat naar al wat Russisch is.

En de tijd in Azov blijft hen, getuige deze indringende reconstructie, waarschijnlijk nog lang achtervolgen. ‘Nog steeds wil ik altijd genoeg eten in huis hebben’, vertelt de 34-jarige verkoopster Victoria bijvoorbeeld. ‘Ik bewaar altijd voedsel in blik. En een tas met documenten voor noodgevallen.’

Trailer 82 Dagen In De Hel

Front Row

Scenery / Banijay / Cinema Delicatessen

Zij vechten de oorlog aan het culturele front, constateert de Oekraïense veteraan Oleksandr Teren Budko, alias Sasha, over zijn landgenoten van de United Ukranian Ballet Company. Het dansgezelschap werd begin 2022 opgericht na de aanval van Rusland op Oekraïne, opereert tegenwoordig vanuit Den Haag en bestaat uit zestig gevluchte dansers.

Stuk voor stuk hebben zij zich te verhouden tot de oorlog, vervat in beelden van het front. De broer van Violetta Hurko lid van het corps de ballet, dient bijvoorbeeld in het leger. Zij is bang dat het verkeerd met hem afloopt. Soms schuilt ze even in zijn soldatenjas. Solodanser Vladyslav Bondar maakt zich zorgen over zijn vader die eveneens voor zijn land vecht. ‘Als ik er niet meer ben’, zegt hij tegen zijn zoon, ‘is het jouw beurt om ons land te verdedigen.’

Eerste solist Alexis Tutunnique voelt zich intussen schuldig: terwijl hij naar het buitenland is uitgeweken om te dansen, stellen leeftijdsgenoten hun leven in de waagschaal. Hij zet de documentaire Front Row (75 min.) definitief in gang. Als Tutunnique ontdekt dat Sasha in de omgeving verblijft, nodigt hij hem uit om de voorstelling Giselle bij te wonen. De voormalige soldaat heeft nog nooit een balletuitvoering bijgewoond.

Vanuit de zaal verbaast hij zich erover hoe hoog de dansers springen. ‘Ik heb nu nog meer waardering voor benen dan vroeger’, zegt Sasha met gevoel voor understatement. Want zelf is hij aan het front zijn beide onderbenen kwijtgeraakt. De voormalige barista en grafisch vormgever is voortaan aangewezen op beenprothesen. Dat weerhoudt Sasha niet van een opvallend idee: hij wil zijn strijd voortzetten op het toneel. Ofwel: meedoen aan een voorstelling.

Daarmee heeft de Nederlandse documentairemaakster Miriam Guttmann het warm kloppende hart voor haar sfeervolle exploratie van de rol en waarde van kunst in tijden van oorlog te pakken. Niet iedereen in het gezelschap is alleen even enthousiast over de toevoeging van een oorlogsveteraan met een lichamelijke beperking. Danseres Iryna Zhalovska, die met haar dochtertje Sofia in Nederland verblijft, vreest dat het een mislukking wordt.

Terwijl de United Ukranian Ballet Company toewerkt naar de première van dat nieuwe werk, waarmee de dansers ‘hun kracht, hun trots, hun vastberadenheid, hun liefde voor Oekraïne en de drang om haar cultuur in stand te houden’ willen uitdrukken, ontstaat er een hechte vriendschap tussen Alexis en Sasha, twee jonge mannen die in andere tijden waarschijnlijk nooit elkaars gezelschap zouden hebben opgezocht en die nu door het lot zijn verbonden.

Tijdens de geladen en fraai vereeuwigde uitvoering van het oorlogsballet, de vanzelfsprekende apotheose van deze krachtige film, komt het vervolgens allemaal samen: de moed, het doorzettingsvermogen en de eendracht. En het verlies, de rouw en het verdriet van Oekraïne. In kunst die schoonheid aan zeggingskracht paart – en met beide benen, prothesen of niet, in de hedendaagse tijd en wereld staat.

Ben Ik Een Moordenaar?

Doxy

De gebeurtenissen op 7 oktober 2023 in Israël en de navolgende respons in Gaza hebben Simonka de Jong opnieuw aangezet. Hoe kan ‘t dat mensen in staat zijn om te doden? En schuilt er ook in haar – ze kan er zich eigenlijk niets bij voorstellen – een persoon die een ander mens van het leven zou kunnen beroven? Ofwel: Ben Ik Een Moordenaar? (53 min.).

Met die vraag gaat De Jong op pad. Het is zeker in haar geval een beladen kwestie. Haar ene opa Karl zat vijf jaar in Auschwitz, terwijl bijna de hele familie van haar andere opa Loe, de bekende chroniqueur van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog, werd vermoord in Sobibor. Ze heeft haar hele leven geprobeerd om daar zo min mogelijk aan te denken. Simonka de Jong wil, vertelt ze in één van de voice-overs waarmee ze deze persoonlijke film begeleidt, haar eigen gevoeligheid beschermen. Niet verharden.

Ben ik te zacht voor deze wereld? vraagt ze zich tegelijk af. Of ben ik gewoon naïef? Als haar zoons zich vermaken met een schietgame, kan ze ’t al bijna niet aanzien. Uiteindelijk laat De Jong zich overtuigen om ook eens achter zo’n digitale loop van een geweer te kruipen en simpelweg te schieten. In Israël spreekt ze verder met voormalig sluipschutter Nadav Weiman, inmiddels actief bij Breaking The Silence, een veteranenorganisatie die kritisch is op het Israëlische leger. Hij kent deze ervaring uit het echte leven en is ervan overtuigd dat iedereen, in de ‘juiste’ omstandigheden, in staat is om te doden.

Dat is tevens de boodschap van Alette Smeulers, hoogleraar internationale misdrijven: juist denken dat ’t jou nooit zal overkomen is gevaarlijk. En dus probeert De Jong zich over te geven aan een antiterreur-, veiligheids- en afweertraining bij het Israëlische leger, waar ze in nagebootste crisissituaties wordt gebracht en een automatisch wapen in haar handen krijgt gedrukt, met de uitdrukkelijke boodschap om er eens mee te vuren. Wat maakt dit los in haar, de Nederlandse vrouw die wars wil zijn van elke vorm van geweld?

Durft ze tijdens therapiesessies ook de woede over wat haar eigen familie tijdens de oorlog is aangedaan, voor het nageslacht vereeuwigd op het Nationaal Holocaust Namenmonument in Amsterdam, toe te laten? En hoe wapenen anderen, zoals de voormalige Israëlische schietinstructrice Becca Strober, de Palestijnse vredesactivist Issa Amro en haar eigen zoons, zich tegen de onvermijdelijke drang om wild om zich heen te slaan als ze worden bedreigd – en zo van slachtoffer dader te worden?

Ben Ik Een Moordenaar?, aangezet met geladen klassieke muziek, wordt daarmee een interessante en actuele persoonlijke zoektocht naar het geweld dat in ons allen schuilt: een afschrikwekkend beest dat recht in de ogen moet worden gekeken om het, in elk geval voorlopig, koest te kunnen houden.

Ukraine: Enemy In The Woods

BBC

Het bos doorkruisen kan een helletocht worden. De 99 Oekraïense militairen van het Berlingo Bataljon, belast met het beschermen van een strategisch gelegen spoorlijn bij het Kupiansk-bos, worden onder vuur genomen, moeten langs landmijnen slalommen, kunnen achtervolgd worden door drones, ontwijken inslaande granaten en stappen ondertussen over dode Russen.

Eenmaal aangekomen in hun loopgraaf of op hun uitvalsbasis, na een barre tocht door de sneeuw of regen, is het gevaar nog altijd niet geweken. De vijand kan altijd en overal toeslaan. Zoals zij zelf ook proberen te doen, bijvoorbeeld met drones. Zo’n aanval, waarbij ze zelf meekijken, via een beeldscherm, lijkt verdacht veel op een schietgame. En dan helpt ‘t als je het doelwit niet als een individu, als mens, beschouwt.

In de grimmige documentaire Ukraine: Enemy In The Woods (59 min.) volgt Jamie Roberts het infanteriebataljon eind 2023 tijdens een zeven weekse missie aan het oostfront, waar ze het Russische leger proberen weg te houden bij de spoorlijn, die de vijand toegang zou verschaffen tot de rest van het land. Een belangrijk deel van de beelden in deze film is afkomstig van bodycams van de Oekraïense militairen.

Dit is een weerslag van hoe zij de strijd beleven. Al die mannen aan de andere kant van de frontlinie blijven gezichtsloze vijanden – die dus in de pan mogen, móeten, worden gehakt. ‘We doden een heleboel Orks’, zegt commandant Dmytro, terwijl hij de schermutselingen via een monitor volgt. ‘We doden er duizend. En dan sturen ze gewoon weer duizend andere.’ Dmytro geniet ervan als hij ‘hun vlees’ ziet vliegen.

‘The best job ever!’ zeggen ze ook in een cynische bui tegen elkaar, vrij naar Brad Pitts personage Doc Collier in de speelfilm Fury. Het lijkt de enige manier om ook mentaal te overleven. Want steeds weer is er nieuw verlies om te verstouwen. In een bedompte opslagruimte liggen op een vormeloze hoop de spullen van de mannen die hen onlangs zijn ontvallen. De Oekraïense militairen worden er hard, bitter en wraakzuchtig van.

‘Iedereen vecht voor z’n kinderen, voor de toekomst’, stelt de jonge genezerik Natalia, de enige vrouw in het gezelschap. ‘Zodat we in een vrij land kunnen leven.’ Die droom willen ze koste wat het kost levend houden, blijkt uit de terugblikinterviews waarmee Roberts de gevechtsacties, opgeleverd met een continu dreigende en stuwende soundtrack, inkadert. En ‘die homo’s’ – nee, subtiel gaat ’t er niet aan toe – moeten verjaagd worden.

En dan zit hun missie erop. Na zeven weken roteert het Berlingo Bataljon weer uit. Van de 99 soldaten die het bos zijn ingegaan, blijven er tien achter.

Fly

National Geographic

‘Als jij er niet meer bent wanneer deze film uitkomt’, vraagt documentairemaker Shaul Schwarz bij de start van Fly (110 min.) aan Scotty Bob Morgan, ‘wat wil je dan dat mensen ervan opsteken?’ Als de vraag, die later in de film nog extra lading zal krijgen, wordt gesteld, begint de Amerikaanse basejumper te lachen. ‘Daar geef ik geen antwoord op, want ik zal er nog zijn.’

Al een jaar of negen springt de Irak-veteraan Morgan vrijwel wekelijks in z’n wingsuit van duizelingwekkende hoogten. Als een menselijke vleermuis scheert hij dan zo dicht mogelijk over de boomtoppen of vliegt hij verdacht laag bij de grond. Het is therapeutisch, zegt hij. En levensgevaarlijk, dat ook. Zijn moeder krijgt regelmatig de vraag waarom ze eigenlijk geen bezwaar maakt. ‘Ik zeg dan: Scott zou niet gelukkig zijn als hij niet kon vliegen.’

Dat lijkt eveneens op te gaan voor de andere hoofdpersonen van deze duizelingwekkende film, waarvoor Schwarz samen met coregisseur Christina Clusiau zeven jaar lang in het gezelschap van enkele doorgewinterde basejumpers verkeerde, terwijl die hun leven, bijna routineus, in de waagschaal stelden. Zeker Marta Empinotti kent de mogelijke gevolgen: haar vriend Steve kwam in 1987 om het leven. Na een korte pauze begon ze echter toch weer te jumpen.

Inmiddels springt Marta met haar huidige partner Jimmy Pouchert weer alsof haar leven ervan afhangt. Ze organiseren ook groepsreizen, waarbij nieuwelingen die enerverende combinatie van vrijheid en gevaar kunnen leren kennen. Marta vergelijkt basejumpen met een religieuze ervaring. Haar vriend is er al even verknocht aan. Hij ervaart na die eerste afzet een gevoel van absolute gelukzaligheid en verlegt daarom steeds zijn eigen grenzen. Op het roekeloze af.

De bekende Noorse basejumper Espen Fadnes ging als kind voor het eerst de bergen in met zijn vader, een gedreven klimmer. Van hem leerde hij dat je best risico mag nemen voor je plezier. Zijn Britse vriendin Amber Forte heeft eigenlijk een hekel aan de angst en het gevaar, maar zij houdt dan weer van de vrijheid van het basejumpen. Samen met Espen stort ze zich regelmatig de diepte in. De twee excelleren in synchroon skydiven en doen ook mee aan wedstrijden.

Fly toont deze waaghalzen op hun allerbest: als ze daadwerkelijk een ultieme droom van de menselijke soort lijken waar te maken en even kunnen vliegen. Met behulp van geavanceerde camera’s, drones en GoPro’s leggen Clusiau en Schwarz hun vervaarlijke vluchten op een werkelijk adembenemende manier vast. Tegelijkertijd zijn er de zegeningen van hun persoonlijke levens: relationeel geluk, vriendschap en het gezinsleven. Ook dan lijken ze af en toe te zweven.

Daartegenover staat de redenen waarom ze soms de vlucht naar voren kiezen en de pijn en het verdriet als het dan tóch een keer misgaat. Fly herbergt bijvoorbeeld net zoveel spanning als de documentaires Free Solo en Skywalkers: A Love Story – waarin de hoofdpersonen, een klimmer die bergwanden opgaat zonder zekering en een koppel dat illegaal de hoogste toppen van de wereld beklimt, eveneens opzichtig het lot tarten – maar belicht daarnaast ook het bijbehorende drama.

De gedachte dat ze er zelf om hebben gevraagd als het misgaat, volstaat dan niet. Wie eenmaal mee is gegaan in hun spannende avonturen, heeft gezien wie de mensen achter die aerodynamische vleermuispakken zijn en een idee denkt te hebben gekregen over waarom ze doen wat ze doen, leeft onvermijdelijk ook hartstochtelijk mee als het onvermijdelijke dan tóch gebeurt in deze bijzonder enerverende en aangrijpende film.

No Other Land

Cherry Pickers

Dertien jaar zijn er verstreken sinds Five Broken Cameras. En nu is die verpletterende documentaire gewoon opnieuw gemaakt, ditmaal onder de noemer No Other Land (92 min.). De rol van protagonist, een Palestijnse man die met een camera het verhaal van zijn bedreigde gemeenschap optekent, wordt ditmaal vertolkt door Basel Adra, een voormalig rechtenstudent die elk geloof in de wet is kwijtgeraakt.

Als burgerjournalist documenteert hij hoe Masafer Yatta, een kleine gemeenschap van zo’n twintig bergdorpen op de Westelijke Jordaanoever, sinds de zomer van 2019 wordt geattaqueerd door het Israëlische leger en bulldozers. De plek die Basel en zijn familie, vrienden en dorpsgenoten thuis noemen is door het Israëlische hooggerechtshof uitgeroepen tot militair trainingsgebied. En dus rijden er al snel tevens tanks rond, ook om de oorspronkelijke bewoners, desnoods met grof geweld, te verdrijven.

‘Ik ben hier zeventig jaar geleden geboren’, zegt één van de dorpelingen tegen de Israëlische militair die de leiding heeft over de uitzetting. Deze ‘Ilan’ gaat dan het officiële ‘vernietigingsbevel’ halen en verspreidt dit onder de inwoners van Masafer Yatta. Alles wordt vernietigd. Hun huizen, dorp, leven. We hebben geen ander land, zegt een vrouw scherp tegen een journalist. Ze beginnen dus meteen te herbouwen. Totdat hardhandig – en met dramatische gevolgen – ook hun bouwgereedschap wordt afgepakt.

Basel filmt alle verwikkelingen, bericht daarover op sociale media en komt zo zelf ook in het vizier van het Israëlische leger. Hij sluit intussen vriendschap met Yuval Abraham, een jonge Israëlische journalist uit Be’er Sheva die zich het lot van Adra en zijn gemeenschap aantrekt. Hij gelooft nog in verandering. ‘Enthousiastelingen zoals jij willen dat de bezetting binnen tien dagen wordt beëindigd’, maant Basel hem tot kalmte. Hij weet inmiddels wel beter: zij leven nu al decennia in deze uitzichtloze situatie.

Gaandeweg, als het conflict verder escaleert en ook Joodse kolonisten zich in het gebied melden, wordt ook de idealistische Israëliër echter steeds nadrukkelijker geconfronteerd met agressie van landgenoten. Als Yuval filmt bij de vernietiging van alweer een Palestijns dorp, begint een man hem bijvoorbeeld met z’n telefoon te filmen. ‘Hier is een jood die ze helpt’, zegt hij tegen z’n eigen publiek. En, daarna tegen Yuval: ‘Je bent te zien op Facebook. Mensen kennen je nu en zullen je weten te vinden.’

Het filmen voor deze indringende film van een Palestijns-Israëlisch collectief, bestaande uit de hoofdpersonen Basel Adra en Yuval Abraham en hun collega’s Rachel Szor en Hamdan Ballal, nam uiteindelijk ruim vier jaar in beslag. Daarna maakten de terroristische aanslagen van Hamas op 7 oktober 2023 en Israëls respons daarop de situatie in Masafer Yatta helemaal onmogelijk. Ook de voorgaande vier jaar, waarin het conflict zich alleen maar verdiepte en verbreedde, stemden buitengewoon somber.

De gedachten van een willekeurige buitenstaander gaan onvermijdelijk dertien jaar terug in de tijd. Naar Five Broken Cameras, die andere zielstriemende film over in wezen precies hetzelfde verhaal. Sindsdien zijn ze niets opgeschoten. Sterker: er is nog veel meer verloren gegaan. Te beginnen met, zoals ’t zich nu laat aanzien, elke vorm van hoop.

Shadow World: Inside The Global Arms Trade

Dillywood / Louverture Films

‘Er zijn maar twee dingen die ertoe doen in de business: geld en seks’, stelt Riccardo Privitera van Talisman Europe Ltd. ‘De rest is onzin.’ De handelaar in wapens en militaire uitrusting zit niet om oneliners verlegen in Shadow World: Inside The Global Arms Trade (94 min.), een ontluisterend exposé over het zogenaamde militair-industrieel complex. ‘Politici zijn net prostituees’, stelt hij bijvoorbeeld unverfroren. ‘Alleen véél duurder.’

Het is een idee dat documentairemaker Johan Grimonprez verder uitwerkt in deze essayistische film uit 2016, die is gebaseerd op een boek van Andrew Feinstein over de verwevenheid van politiek en wapenindustrie. Die komt pijnlijk duidelijk naar voren in de jaren tachtig als de Amerikaanse president Ronald Reagan en de Britse premier Margaret Thatcher weliswaar met de mond belijden dat ze tegen terrorisme zijn, maar in werkelijkheid dubieuze wapendeals sluiten met de Saudi’s. En daarbij moet dan, onder de tafel, stevig worden betaald voor ‘consultancydiensten’. Ofwel: smeergeld.

Grimonprez belandt vervolgens bij een fragment van Reagan en Thatchers inspiratiebron: de econoom Milton Friedman. ‘Wat is hebzucht?’ houdt de eminente pleitbezorger van het ongebreidelde kapitalisme zijn gehoor voor bij een openbaar interview. ‘Wij zijn zélf natuurlijk niet hebberig’, zegt hij lachend. ‘Dat zijn al die anderen. De wereld draait nu eenmaal om allerlei individuen die hun eigen belang najagen.’ En als je die gedachte maar ver genoeg doortrekt, kan het idee van ‘nooit meer oorlog’ uitmonden in een permanente oorlog, waar Jan en alleman z’n voordeel mee doet.

Doordat we hebzucht tot het leidende principe van onze samenleving hebben gemaakt, stelt de Indiase historicus Vijay Prashad, gaat de wereld kapot. Leiders die een groot deel van hun budget willen besteden aan wapens en defensie maken in zijn ogen een morele keuze. ‘Militarisme is belangrijker dan het welzijn van de bevolking.’ Dit uitgangspunt wordt in deze docu van talloze gezichten voorzien. Van Bandar bin Sultan bijvoorbeeld, de Saudische prins die als oliemannetje fungeert bij talloze schimmige wapendeals, waarbij nogal eens wat aan de strijkstok blijft hangen.

Of de hautaine blik van de Amerikaanse minister van Defensie, Donald Rumsfeld. Hij wordt beschouwd als de architect van de Irak-oorlog die president George W. Bush in 2003 startte. Als er beelden van een zakelijk onderonsje tussen Rumsfeld en de Iraakse leider Saddam Hoessein van enkele jaren eerder worden getoond in een tv-programma, reageert hij als door een adder gebeten. ‘Waar heb je deze beelden vandaan?’ bijt hij de interviewer toe. ‘Van de Iraakse televisie zeker?’ Dit hebben we uit ons eigen archief gehaald, reageert die rustig. Rumsfeld: ‘Goh, wat toevallig! Daar zit ik dan…’

Dick Cheney, vicepresident van diezelfde Bush, is eveneens een icoon geworden van de vermenging van business en eh…, ja, oorlog. Hij maakte diverse keren gebruik van de draaideur tussen de Amerikaanse overheid en de wapenindustrie en kon, toen er weer strijd moest worden geleverd, zijn voormalige werkgever Halliburton dus allerlei lucratieve opdrachten toespelen. Het is, kortom, niet moeilijk om cynisch te worden van Shadow World, dat met kritische journalisten zoals Robert Fisk, Jeremy Scahill en Chris Hedges de strijd optekent van privilege en macht tegen gerechtigheid en waarheid.

Een episch gevecht, waarbij alleen meestal de bevoorrechte enkeling wint – en de rest maar blijft verliezen.

A Time For Burning

Contemporary Films

We hebben jullie historie bestudeerd, begint de jonge Afro-Amerikaanse kapper Ernie Chambers, die later nog zal worden verkozen tot het parlement van de staat Nebraska, tegen pastor Bill Youngdahl van de Omaha Augustana Lutheran Church. Jullie zijn niet degenen die ‘We Shall Overcome’ zongen. Jullie breken beloften. Jullie liegen. Julie verkrachten hele landen en volkeren. Jullie geloof is niet serieus te nemen. En jullie wetten stellen ook niks voor, zo bleek onlangs weer in Alabama.

‘Wat ons betreft is jullie Jezus besmet’, vat Chambers nog even samen voor de witte pastor, die contact wilde zoeken met een nabijgelegen zwarte kerk. ‘Net als al het andere dat jullie ons proberen op te leggen.’ Youngdahl, met al z’n goede bedoelingen, druipt af. Hij deelt in grote lijnen Ernie Chambers’ analyse, maar er zit niets anders op: ze zullen de scherven moeten lijmen. Hij gaat zijn eigen, witte, Lutherse congregatie in contact brengen met de Afro-Amerikaanse gemeenschap.

Daarvoor moet de progressieve pastor echter ook in zijn eigen kerkgemeenschap nog praten als Brugman. Kan de Omaha Augustana Lutheran Church zoveel reuring wel aan? Sommige leden zitten bepaald niet te wachten op ‘geforceerde integratie’. De timing is niet goed, vinden zij. En die zal waarschijnlijk ook nooit goed worden, denkt een kritische kijker er meteen achteraan. Sommige ontwikkelingen komen nu eenmaal altijd te vroeg en moeten worden uitgesteld tot Sint Juttemis.

De observerende documentaire A Time For Burning (56 min.) van Bill Jersey en Barbara Connell speelt zich af in 1965, als de Verenigde Staten in vuur en vlam staan door de strijd van Afro-Amerikanen tegen segregatie. Zij eisen hun burgerrechten op, maar vinden bij de kerk doorgaans geen gewillig gehoor. Tot onbegrip van sommige notabelen. Zeker als het gaat om zwarte soldaten die hebben gevochten in Vietnam. Zij worden in eigen land vaak nog als tweederangs burgers behandeld.

‘Als zo’n ‘negro’ terugkeert en bij mij om een baan komt vragen’, zegt Omaha’s burgemeester Alexander V. Sorensen bijvoorbeeld tijdens een speech voor lokale kerkleiders, ‘ben ik niet de burgemeester die gaat zeggen dat hij niet gekwalificeerd is. Voor jou hebben we geen werk. En als hij met z’n gezin naar een fatsoenlijke woning wil, gaat deze burgemeester ook niet zeggen: sorry, jouw huid is zwart. Je bent voor de rest van je leven veroordeeld tot een getto.’

‘Als de kerk zich hier niet mee gaat bemoeien’, besluit Sorensen alarmistisch. ‘Dan vrees ik voor onze toekomst.’ Hij onderschat echter de weerzin binnen de christelijke gemeenschap om daadwerkelijk te integreren, laat deze klassieke direct cinema-film, in 1967 genomineerd voor een Oscar, feilloos zien. Youngdahls loffelijke initiatief zal vastlopen in een drijfzand van onwil, bureaucratie en geouwehoer. Want daarin kun je, om Jan Schaefer tamelijk bruusk te parafraseren, ook niet bidden.

The Blue Angels

Prime Video

Zes mannen, zes jets, één team. Uitroepteken. Familie, zogezegd. Elk jaar starten The Blue Angels (92 min.) in januari met een wintertraining van drie maanden in El Centro in Californië. Daarna zijn de Amerikaanse legerpiloten en hun crew klaar om samen acht maanden lang door de Verenigde Staten te trekken met een spetterende, tot in detail gechoreografeerde vliegshow.

Dat gaat in deze gestroomlijnde film van Paul Crowder gepaard met een overdaad aan ronkende vliegtuigmotoren, muziek en teksten. Intussen mogen de stoere, rechtschapen en typisch Amerikaanse piloten zich verliezen in twirls, loops en simulaties, die spectaculair zijn vastgelegd, ook vanuit de cockpit. De ‘all American boys’ blijven intussen, net als hun toestellen, altijd in formatie.

Nergens zit een weerhaakje, nooit schuurt het ergens en van enige vorm van (zelf)relativering is al helemaal geen sprake. Het zou toch wel prettig zijn geweest als er één chagrijnige monteur, eentje maar, met een verwassen T-shirt, slobberbroek en shaggie in z’n mondhoek tussen had gelopen. Zeikend over de baas, mopperend over moeder de vrouw en lonkend naar een goudgele rakker.

Maar ja, zulke types worden er natuurlijk consequent uitgefilterd tijdens het strenge selectieproces. Daarbij kijken ze volgens eigen zeggen naar talent, passie en persoonlijkheid. Het resultaat laat zich voorspellen: zes ideale schoonzonen, waaraan kraak noch smaak zit. En dat geldt eveneens voor de ideale schoondochter, die gaandeweg wordt geselecteerd voor het vliegdemonstratieteam.

Dat team beweegt zich in een volstrekt procedurele wereld, waarin niets aan het toeval kan worden overgelaten. Deze documentaire is daarvan een uitstekende weerslag. The Blue Angels wordt nooit meer dan een soort real life-variant op de Top Gun-franchise, die zich gedurende de jaren heeft bewezen als een effectieve promotool voor het Pentagon en de Amerikaanse krijgsmacht.

Ook deze film, waarin natuurlijk ook lekker sentimenteel eer wordt betoond aan de gevallen Engelen, lijkt vooral bedoeld om het elitegezelschap, en daarmee het complete leger, de hemel in te prijzen. Niet te versmaden ‘eye candy’ dus voor eenieder die nooit voorbij de vluchtsimulator is gekomen en nu bereid is om niet verder te kijken dan zijn neus lang is – en tamelijk zielloos propagandamateriaal voor alle anderen.

We Steal Secrets: The Story Of WikiLeaks

Universal Pictures

De slogan is even provocerend als zelfvoldaan: ‘WikiLeaks: giving us the truth when everyone else refuses to.’ Op het levensgrote billboard, langs een Amerikaanse weg, staat tevens een ‘holier than thou’- achtige foto van voorman Julian Assange. Die neemt tijdens interviews ook geen blad voor de mond en noemt WikiLeaks zonder terughoudendheid ‘de machtigste inlichtingendienst op aarde, een inlichtingendienst van het volk’.

Als Alex Gibney in 2013 de documentaire We Steal Secrets: The Story Of WikiLeaks (129 min.) oplevert, is Assange alomtegenwoordig in de media. Zijn klokkenluiderswebsite WikiLeaks heeft in 2010 de spraakmakende Collateral Murder-video, waarin is te zien hoe een Amerikaanse gevechtshelikopter in Irak gewone burgers en journalisten neermaait, de wereld in gestuurd. En hijzelf geldt als een belangrijke voorvechter van de vrijheid van meningsuiting, die structureel de gevestigde orde tegen de haren in blijft strijken – en zo ook het noodlot tart.

Inmiddels zit Assange alweer zo’n twaalf jaar vast in Groot-Brittannië, waar hij vecht tegen uitlevering aan de Verenigde Staten (vervat in de documentaire Ithaka: A Fight To Free Julian Assange). Ook zijn reputatie ligt aan gruzelementen: WikiLeaks zou tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 hebben samengespannen met Rusland, om Donald Trump aan de winst te helpen. Hij is een banneling geworden. Een dubieuze figuur, waarvoor alleen verstokte strijders voor de persvrijheid zich nog sterk maken. Van de Robin Hood-achtige status die Assange ooit genoot, is niets meer over.

Gibney verdiept zich in het verleden van zijn enigmatische hoofdpersoon. Als de hacker Mendax, alias Nobele Leugenaar, is hij in zijn geboorteland Australië betrokken geweest bij diverse ontregelende acties. Hij ontleedt verder alle controverses waarin Assange verzeild raakt en laat tegelijk zien hoe hij overduidelijk geniet van alle aandacht die hem ten deel valt. In de slipstream van de permanente commotie rond Julian Assange voltrekt zich ondertussen het drama rond de klokkenluider Bradley Manning, die vanuit Bagdad ultrageheime informatie naar WikiLeaks heeft doorgespeeld.

‘I just… couldn’t let these things stay inside of the system and inside of my head’, schrijft deze bradass87 in vertrouwelijke berichten aan de Amerikaanse hacker Adrian Lamo. ‘I’m just weird, I guess. I… care?’ Informatieanalist Manning, die later in transitie zal gaan en zich dan Chelsea begint te noemen (zoals is te zien in de documentaire XY Chelsea), wordt er vervolgens ingeluisd door Lamo, een man die, getuige bijvoorbeeld een scène waarin hij opzichtig met een ‘snitch’-pet poseert, in zijn eigen spionagefilm lijkt te leven. Hij zorgt ervoor dat Manning wordt gearresteerd.

Intussen komt Julian Assange ook steeds meer onder vuur te liggen vanwege vermeend seksueel geweld tegen twee Zweedse vrouwen, de basis voor de penibele situatie waarin hij ruim tien jaar later nog altijd zit. Alex Gibney spaart de onverbeterlijke ‘selfkicker’, die als kat in het nauw rare sprongen begint te maken, niet in deze intrigerende, spannende en fraai vormgegeven film. Tegelijkertijd kraakt hij ook harde noten over de manier waarop Assange door zijn tegenstanders wordt aangepakt, waarbij de vraag boven de markt hangt of ook hij erin is geluisd.

Voor Chelsea Manning, die een zware periode beleeft in detentie, heeft Gibney duidelijk meer compassie. Zij is uiteindelijk de ware held van We Steal Secrets.

An American Bombing – The Road To April 19th

HBO Max

Zoals wel vaker bij een terroristische aanslag valt de verdenking vrijwel meteen op buitenlanders. Na de bomaanslag op het Alfred P. Murrah Federal Building in Oklahoma City, waarbij in totaal 168 doden vallen, denkt menigeen dat de daders in het Midden-Oosten moeten worden gezocht. En het is dat er in 1995 nog geen sociale media waren, anders waren de speculaties over hun ras, nationaliteit en religie ongetwijfeld direct ’viral’ gegaan op het wereldwijde web.

Vanwege de datum van de aanslag, 19 april, denkt FBI-agent Danny Coulson echter aan andere verdachten: dit zijn vermoedelijk ’bubba’s’, kinkels uit het Amerikaanse hartland. Precies twee jaar eerder, op 19 april 1993 vond namelijk de belegering van de Branch Davidians van sekteleider David Koresh plaats in het Texaanse Waco. Die dag geldt sindsdien als een ijkpunt voor extreemrechtse milities. Vanuit ‘Waco’ loopt er via pak ‘m beet Ruby Ridge, Oklahoma, 9/11, de ‘birther movement’ en QAnon een rechtstreekse lijn naar de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021.

Ook de Amerikaanse president Bill Clinton vermoedt bij ‘Oklahoma’ daders uit eigen land. Sterker: hij ziet een link met Arkansas, de staat waarvan hij jarenlang gouverneur was. Kerry Noble, een voormalig lid van de militie The Covenant, The Sword And The Arm Of The Lord (CSA) uit Noord-Arkansas, bevestigt in An American Bombing – The Road To April 19th (99 min.) dat zij inderdaad bezig zijn geweest met voorbereidingen voor een aanslag op het Murrah Building. Vanwege een ongeluk, dat werd opgevat als een teken van God, staakte CSA echter z’n pogingen. 

Het idee is daarna opgepikt door een gefrustreerde Golfoorlog-veteraan met anti-overheidssympathieën. Timothy McVeigh parkeerde op 19 april 1995 een met explosieven volgeladen truck voor het overheidsgebouw en wordt zo een extreemrechts icoon. Toevallig (?) zou Richard Wayne Snell, één van CSA’s kopstukken, op die dag ter dood worden gebracht, vanwege de moord op een zwarte agent, Louis Bryant. En 19 april is natuurlijk ook Patriots’ Day, de dag waarop in 1775 het eerste schot van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog zou zijn gelost.

Voer voor complotdenkers, zou je zeggen. Of beter: voor complotmákers, leden van een samenzwering om de Amerikaanse regering omver te werpen. Marc Levin en Daphne Pinkerson, de makers van deze boeiende en urgente film, plaatsen hen binnen de filosofie van ‘leiderloos verzet’, waarbij zogenaamde ‘lone wolves’ het vuile werk opknappen. Zónder dat ze nadrukkelijk worden aangestuurd door de leiders van de beweging. Tegelijkertijd zijn hun daden wel degelijk een resultante van het gedachtengoed en de modus operandi van deze bijzonder radicale beweging.

Die wordt met behulp van diverse direct betrokkenen, waaronder een jeugdvriendin van Timothy McVeigh en zijn advocaat, in kaart gebracht en binnen z’n context geplaatst. Het boek The Turner Diaries bijvoorbeeld, de Bijbel van elke rechtgeaarde rechtsextremist. Er is speciale aandacht voor de handlangers van de ‘homegrown terrorist’, Terry Nichols en Michael Fortier. McVeigh ontmoette hen na zijn uitzending in de Golfregio op Fort Benning. Kazernes lijken sowieso ideale plekken om nieuwe voetsoldaten te rekruteren. Genoeg woede en oorlogskennis om serieuze schade aan te richten.

‘Er is zoveel veranderd sinds onze strijd in de jaren tachtig’, stelt Kerry Noble, die afstand heeft genomen van zijn extremistische verleden. ‘Extremisme is zo normaal geworden. Daar hoopten wij op. Nu zie ik dat en het beangstigt me.’ Tijdens de bestorming van het Capitool leek de geest van Timothy McVeigh rond te waren, vindt ook Bill Clinton. ‘De woorden en argumenten die hij destijds gebruikte zijn nu doorgedrongen tot de mainstream’, stelt de voormalige president. ‘Alsof hij toch gewonnen heeft…’

Forced Out

SkyShowtime

In 1967 wordt homoseksualiteit in Groot-Brittannië gedecriminaliseerd. In het Britse leger zijn LHBTIQ+’ers echter nog steeds niet welkom. Als ze uit de kast komen, kunnen ze zomaar worden ontslagen. Ofwel: Forced Out (96 min.). Noodgedwongen leven ze dus een dubbelleven, verbergen hun seksuele geaardheid en moeten alle grappen over homo’s en lesbiennes maar zien te verduren.

Voor Craig Jones, die bijna twintig jaar in de Royal Navy dient, is zijn functie niet zomaar een baan, maar een manier van leven. Zijn leven. ‘Ik besefte toen niet dat ik de vrede en vrijheden verdedigde die mijzelf ontzegd zouden worden’, zegt de Britse soldaat, die tijdens ‘The Troubles’ in Noord-Ierland is gestationeerd, over de heksenjacht waarvan hij het slachtoffer wordt. ‘Simpelweg omdat ik homo was.’

Deze gedegen film van Luke Korzun Martin start met de ervaringsverhalen van kapelmeester Robert Ely en verpleegkundige Elaine Chambers, geïllustreerd met een reconstructie van wat hen is overkomen. Zij hebben hun persoonlijk leven jarenlang zorgvuldig afgeschermd en komen dan toch – waarschijnlijk omdat ze er door een ander bij zijn gelapt – op de radar bij de zogenaamde Special Investigation Branch.

Caroline Meagher weet uit eigen ervaring hoever deze militaire inlichtingendienst gaat om LHBTIQ+’ers te (laten) ‘outen’. Als oud-medewerker kent ze de kaartenbakken met potentiële verdachten, die in de gaten worden gehouden en onderzocht. Meagher heeft ongetwijfeld wel eens op haar eigen naam gezocht in het systeem. Want ja: het voormalige schaap in wolfskleren blijkt zelf ook lesbisch.

Ely en Chambers besluiten om in actie te komen na hun ontslag vanwege ‘onnatuurlijk gedrag’. De twee oud-militairen starten de belangenvereniging Rank Outsiders, waarmee ze het verbod op homoseksuelen in het Britse leger aanvechten voor het gerecht. Vanuit de politiek of legertop hebben ze geen steun te verwachten. Die blijven stug beweren dat gays het moreel van de troepen ondermijnen.

Deze documentaire, volledig verteld vanuit het perspectief van de gay-militairen en hun pleitbezorgers, reconstrueert de lange, pijnlijke campagne om de LHBTIQ+-ban, gestut met vooroordelen en homofobie (niveau: gevallen zeepje onder de douche), eindelijk van tafel te krijgen. Want deze oorlog – de ondertitel van deze stevige film spreekt van: their fight for pride – mogen ze beslist niet verliezen.

Heart Of Invictus

Netflix

Niet de beste atleten worden geselecteerd voor de Invictus Games in Den Haag, een groots opgezet sportevenement voor gewonde oorlogsveteranen, maar wie er zelf het meeste behoefte aan heeft. Stuk voor stuk hebben de deelnemers, in totaal ruim vijfhonderd sporters uit zeventien landen, psychische en/of lichamelijke klachten overgehouden aan hun tijd in het leger en kunnen ze maar moeilijk aarden in de ‘burgermaatschappij’.

Terwijl de atleten zich in de vijfdelige serie Heart Of Invictus (261 min.) voorbereiden op de Games, die door het Coronavirus pas in het voorjaar van 2022 kunnen plaatsvinden, dreigt er oorlog in Oekraïne. Boogschutter Yuliia ‘Taira’ Paievska, een stoere militaire paramedicus, ziet haar deelname in gevaar komen. Net als haar teamgenoten moet zij de belangen van haar land afwegen tegen haar eigen welzijn. Die keuze is echter snel gemaakt, met dramatische gevolgen.

Regisseur Orlando von Einsiedel (The White HelmetsVirunga & Convergence: Courage In A Crisis) verweeft het tragische relaas van de Oekraïense boogschutter met persoonlijke portretten van sporters uit Groot-Brittannië, Denemarken, Canada, Zuid-Korea en de Verenigde Staten. Het gaat om gebroken mensen die, via deelname aan het jaarlijkse toernooi, weer heel willen worden. Dit gaat onvermijdelijk gepaard met de crises, doorbraken en zeges die ook een docuserie nodig heeft.

De promo voor de Invictus Games ligt er intussen nét iets te dik bovenop. De verschillende wedstrijdonderdelen krijgen, zeker in de tweede helft van de serie, wel erg veel ruimte. Net als de activiteiten van initiatiefnemer Prins Harry. Hij diende een korte periode als militair in Afghanistan en kwam daarvan beschadigd terug. Heart Of Invictus lijkt vooral een verlengstuk van de persoonlijke missie die daaruit voortkwam: deze Games.

Dit laat onverlet dat de worsteling van fragiele mensen die hun beperkingen achter zich proberen te laten – of in elk geval hanteerbaar willen maken – ook hier weer voor aangrijpende taferelen zorgt. De sociaal ongemakkelijke Brit bijvoorbeeld, die als rugby-aanvoerder ineens boven zichzelf uitstijgt. Of een Canadese veteraan die eindelijk durft te bekennen dat hij nog altijd stevig drinkt. En de stoere Deense soldaat die naar zijn kinderen weer een liefdevolle vader kan zijn.

Via de Invictus Games, althans dat wil deze serie ons doen geloven, hebben ze de stap richting zichzelf en de toekomst definitief kunnen zetten.

Hearts And Minds

Military Report

Als er één land met zelfvertrouwen uit de Tweede Wereldoorlog is gekomen, dan moet het de Verenigde Staten zijn. Het idee van Amerika als politieagent van de wereld heeft zich dan stevig in het collectieve zelfbeeld vastgezet. Een militaire kracht ten positieve. Onoverwinnelijk. En voortgedreven door hoogdravende idealen.

Deze Oscar-winnende anti-oorlogsfilm uit 1974, waarin Amerika’s tragische exercitie in Vietnam wordt belicht, maakt voor eens en altijd korte metten met dat idee. Het superioriteitsgevoel van de VS – op een treffende manier belichaamd door fier zingende soldaten uit de musical This Is The Army, die beweren dat ze ‘dressed up for victory’ zijn en beslist ‘won’t stop winning’ – wordt door regisseur Peter Davis op alle mogelijke manieren uitgekleed. Tot er niet veel meer rest dan militair jargon als ‘kill ratio’, ‘free fire zones’ en ‘search & destroy’. Of, zoals Amerikaanse Vietnam-veteranen hun modus operandi tegenover elkaar kortweg samenvatten: ‘kill some gooks’.

Davis start bij het begin. ‘Ons idee over vooruitgang beperkt zich niet tot ons eigen land’, zegt de Amerikaanse president Harry Truman (1945-1953), met gevoel voor understatement. ‘Dat delen we met mensen in de hele wereld.’ Zijn woorden worden direct gevolgd door bombardementen en beschietingen in Vietnam. Die beelden zijn een logisch gevolg van de acties van Trumans opvolgers. Van Eisenhouwers domino-theorie, dat de hele wereld direct communistisch wordt als ze Vietnam laten vallen, via Kennedy’s eenzijdige blik op het licht aan het eind van de tunnel tot Johnsons larmoyante betoog dat ze de Hearts And Minds (112 min.) van de plaatselijke bevolking moeten winnen.

Tegenover verdedigers van die doctrine, zoals ideoloog Walt Rostow, generaal William Westmoreland en de voormalige krijgsgevangene George Coker, plaatst Davis enkele landgenoten met gewetensbezwaren, een dienstweigeraar én defensieanalist Daniel Ellsberg, die geheime documenten over de oorlog lekte, de Pentagon Papers. Ellsberg windt er geen doekjes om: ‘We willen er niet aan dat dit onze oorlog is, want dat zou inhouden dat we moeten erkennen dat de slachtoffers die aan beide zijden zijn gevallen een gevolg zijn van ons eigen beleid en dat we misschien aan de verkeerde kant vechten. Wij vechten niet alleen aan de verkeerde kant, wij zíjn de verkeerde kant.’

Voor die stelling is zonder al te veel moeite bewijs te vinden. Davis laat vaak eerst de arrogante onwetendheid van Amerikaanse beslissers zien en daarna de dood en destructie die zij aan het andere eind van de wereld zaaien. Gewone Vietnamezen tonen vervolgens wat er werkelijk in hun harten en hoofden omgaat en hoe ze kapot gaan van verdriet om wat er bij hen, in hun familie of onder hun volk is aangericht. ‘De Oriëntaal hecht nu eenmaal niet zoveel waarde aan het leven’, bestaat William Westmoreland, die vier jaar lang bevelhebber van de Amerikaanse troepen in Vietnam was, ‘t desondanks te zeggen. ‘Het leven is overvloedig en goedkoop in de Oriënt.’

Intussen blijft de Amerikaanse generaal ziende blind en horende doof voor de rol die hij en de zijnen daarin hebben gespeeld – en die glashelder is voor iedereen die dit krachtige schotschrift tegen Amerika’s brute oorlogsdrift heeft gezien.

Zwarte Soldaten

Zuidenwind

Kun je zeggen dat ze nauwelijks wisten waaraan ze begonnen? Zeker is dat de zes Nederlandse mannen met geen mogelijkheid konden vermoeden wat de navolgende jaren allemaal zouden brengen. Ze waren nog tieners toen de Tweede Wereldoorlog begon. In die jaren zouden ze een keuze maken die we nu collectief als ‘fout’ bestempelen: de Nederlanders meldden zich bij de Waffen-SS. En daarover zouden ze hun leven lang rekenschap moeten afleggen – of zorgvuldig zwijgen.

In de documentaire Zwarte Soldaten (48 min.), die in 2011 voor de nodige ophef zorgde en werd bekroond met een Gouden Kalf, laat Joost Seelen de zes los van elkaar hun relaas doen. Hij omkleedt hun herinneringen, recht in de camera uitgesproken, met stemmige en unheimische muziek en archiefmateriaal in al even stemmig en unheimisch zwart-wit. Van een groep ferm marcherende SS’ers bijvoorbeeld. ‘Wij zijn de zwarte soldaten’, zingen die fier, terwijl ze door toegesnelde landgenoten enthousiast met de Hitlergroet worden begroet. ‘Eens met Anton Mussert zijn we in ‘t gevecht. Daarom zijn wij de zwarte soldaten. Want wij strijden voor vrijheid en voor recht.’

Daarvan hadden zij blijkbaar een heel ander idee dan wij nu. Seelen heeft intussen weinig beelden nodig om die donkere periode weer op te roepen. Verder zijn ‘t de verhalen die het moeten doen in deze schurende interviewfilm. Van Jan bijvoorbeeld, die zichzelf kenschetst als een naïeve tiener. Hij zag ooit wel een Germaanse jongen in zichzelf. Géén overtuigde nationaalsocialist, zegt hij er overigens meteen bij. Een heel contrast met de rabiate antisemiet Klaas, die nog altijd trots is op dat ontzagwekkende SS-uniform en enthousiast kan verhalen over die keer feit dat hij een hand kreeg van Hitler. ‘Dat was een geweldige kerel. Die heeft Duitsland helemaal opgebouwd.’

Cornelis kreeg vanwege zijn verrichtingen bij de Waffen-SS een IJzeren kruis. Hij voelt zich echter bepaald geen held. Trek je niks aan van die blikken dingen, zegt hij ferm. ‘Ze verdoezelen dat je angst gehad hebt.’ Hij vindt verder dat hij had moeten weten dat de Joden het slecht hadden. Dat verwijt hij zichzelf. Zo heeft iedereen zijn eigen bagage overgehouden aan die tijd. ‘Ik heb volop Joden daar in Polen zien hangen’, vertelt Willem bijvoorbeeld, een zwarte soldaat met een onmiskenbaar Brabantse tongval. ‘Ausradieren!’ Wat ie dan zag? wil Seelen weten. ‘Niks. Want je moet aan jezelf denken. Niks! Je moet niet zeggen: O, wat is het erg. Want dan ga je naar de godverdomme.’

Dat ‘niks’ speelt Willem duidelijk nog parten. Zoals ze alle zes, overmand door wroeging of juist niet, moeten leven met dat aardedonkere verleden. Ook als de voormalige zwarte soldaten daarover dus ‘helemaal geen berouw’ hebben of nog altijd zweren bij de eensgezindheid, de ‘fantastische kameraadschap’ in de Waffen-SS. En dat kan ook nu, ruim driekwart eeuw later, nog altijd een storm van verontwaardiging veroorzaken.

El Equipo

Movies That Matter

Als Clyde Snow in 1984 voor het eerst naar Argentinië vertrekt, heeft de junta van de beruchte generaal Jorge Videla pas kort daarvoor plaatsgemaakt voor een burgerregering en kunnen de militairen zomaar opnieuw de macht grijpen. De Amerikaanse forensisch antropoloog, die eerder slachtoffers van seriemoordenaar John Wayne Gacy heeft geïdentificeerd en de stoffelijke resten van de Nazi-kampbeul Josef Mengele onderzocht, gaat samen met een team van Argentijnse archeologiestudenten op zoek naar mensen die zijn verdwenen tijdens de militaire dictatuur (1976-1983).

De jeugdige Argentijnen van El Equipo (80 min.) realiseren zich direct: als Videla terugkeert, kan Snow altijd terugkeren naar huis en zijn wij opgejaagd wild. Voor het oog van de wereld – en de wanhopige familieleden van ‘Los Desaparecidos’ – gaan ze desondanks aan het werk met het opgraven en identificeren van lijken en daarna het vaststellen van hun doodsoorzaak. ‘Als je je emoties je bevindingen laat beïnvloeden, dan verlies je je geloofwaardigheid als expert’, zegt Clyde Snow daarover. ‘Van de andere kant: als je die botten simpelweg als objecten gaat zien, dan verlies je uit het oog dat dit mensen waren.’

Hij houdt zijn jonge pupillen in deze stevige documentaire van Bernardo Ruiz, waarin sleutelfiguren uit het team terugblikken op hun werk en dilemma’s, daarom voor: als je wilt huilen, doe dat dan ’s nachts. Dit wordt het mantra van het idealistische onderzoeksteam. Ook als dat z’n vleugels uitslaat. Eerst naar vergelijkbare landen zoals Chili, Guatemala en El Salvador. Later ook naar Afrika, waar ze de bloedige erfenis van dictatoriale regimes in Congo, Ethiopië en Zimbabwe gaan onderzoeken. Equipo Argentino de Antropología Forense (EAAF), door de jaren actief in meer dan zestig landen, wordt een autoriteit in de hele wereld.

Hun delicate en belastende werk leidt hen uiteindelijk naar Mexico, de moeilijkste klus tot nu toe. Daar zoeken ze naar 43 verdwenen studenten en doen ze onderzoek naar de honderden vermoorde vrouwen uit Ciudad Juárez. In Mexico is alles anders dan anders voor hen. Familieleden zijn bijvoorbeeld helemaal niet dankbaar als zij een lichaam aantreffen. Die mededeling betekent immers geen einde aan alle onzekerheid, maar het vermorzelen van elke vorm van hoop. Intussen spelen de Mexicaanse autoriteiten, in het bijzonder bij de studentenverdwijning, ook een dubieuze rol en bemoeilijken zij EAAF’s werk.

Daar wordt El Equipo, in 2020 genomineerd voor een Nobelprijs voor de Vrede, tot het uiterste op de proef gesteld: kan het team in elke politieke en maatschappelijke context z’n belangrijke werk doen en welke tol eist dit dan van de individuele leden?

Tantura

Real Peek Films

Toen Teddy Katz eind jaren negentig zijn masterthesis over de gebeurtenissen in Tantura publiceerde, gebaseerd op gesprekken met meer dan honderddertig direct betrokkenen, brak de hel los. Zijn conclusie dat Israëlische soldaten na de inname van het Palestijnse stadje in 1948 een bloedbad hadden aangericht, waarbij zo’n tweehonderd inwoners werden vermoord, bleek onverteerbaar. Katz werd gedwongen om publiekelijk het boetekleed aan te trekken, zijn thesis werd bovendien in de ban gedaan. Maar had hij het ook bij het verkeerde eind?

Gewapend met diens opnametapes wil regisseur Alon Schwarz ruim twintig jaar later voor Tantura (94 min.) opnieuw een ronde maken langs mensen die bij de zaak betrokken raakten, wetenschappers, historici én de inmiddels hoogbejaarde mensen die Katz destijds sprak voor zijn onderzoek, om ze eens te laten luisteren naar wat er destijds is besproken. Let op, waarschuwt Teddy Katz, die door deze kwestie een soort volksvijand is geworden in Israël, de documentairemaker nog: ‘Voor je het weet word je net zo opgejaagd als ik.’ 

‘Dit is niet wie wij zijn’, zegt Gavriel Kofman, een voormalig lid van de Israëlische Alexandroni Brigade, als hij even later naar een tape van zijn medesoldaat Micha Vitkon luistert. Vitkon vertelt dat een commandant, die later een belangrijke functie op het ministerie van Defensie zou krijgen, de ene na de andere Arabier doodschoot in Tantura. Kofman weigert het te geloven: ‘Iemand in zijn hoofd schieten met een Parabellum, dat is precies wat de Nazi’s deden. Ik geloof dat niet. Ik heb er destijds niets van gehoord, dat staat vast, maar ik geloof er nu ook niks van.’

Dat blijkt later toch nét even anders te liggen, als in deze fascinerende documentaire gebeurtenissen rond de stichting van de staat Israël – ‘Al-Nakba’, ofwel De Catastrofe, noemen Palestijnen diezelfde periode – kritisch tegen het licht worden gehouden. Want ook al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt hem wel. Ooit, welteverstaan. Als de strijd allang is gestreden, of als er weinig meer is te verliezen. Want het tragische relaas van Teddy Katz toont tevens aan dat diezelfde leugen, als er maar genoeg vanaf hangt, verdacht lang kan worden volgehouden.

Zeker als dit woekeren met de waarheid één van de fundamenten vormt onder het signatuurverhaal van de nobele natie, die een veilige haven moest worden voor een volk dat getraumatiseerd uit de Tweede Wereldoorlog kwam. Zo’n verhaal mag niet bezoedeld raken door zaken die het daglicht niet kunnen velen – en die, zoals de gebeurtenissen in Tantura, zelfs wel eens aan de wandaden van de nazi’s zouden kunnen doen denken. Daarbij past zwijgen en zo nodig keihard ontkennen, ook als daarmee een wetenschapper, en met hem de waarheid, wordt geslachtofferd.

Alon Schwarz neemt de kijker mee in zijn eigen zoektocht door het doolhof dat rond Tantura is opgetrokken, plaatst de gebeurtenissen binnen hun historische context en laat zien hoe de publieke opinie met een slinkse mediacampagne doelbewust werd gemanipuleerd. Het blijft onwerkelijk en schokkend om te zien hoe enkele oud-militairen, aaibare oudjes inmiddels, 75 jaar na dato nog altijd volharden in aperte onwaarheden – of hoe anderen, al even schokkend, nu ineens met een verontschuldigende glimlach alsnog bekennen.

Soldaat Amitzur Vohen van de Alexandroni Brigade vertelt bijvoorbeeld dat hij nooit over Tantura sprak, ook niet met zijn vrouw. ‘Wat moest ik haar vertellen?’ zegt de vriendelijke oude baas met de markante snor. ‘Dat ik een moordenaar was?’

Verdwaalde Veteranen

Submarine

Ze komen uit een caravan, van het leger des heils of uit het bos. Daar kwamen ze dan weer terecht door ‘vredesmissies’ in Libanon, Bosnië, Rwanda, Cambodja, Haïti, Irak en/of Afghanistan. En nu hebben ze een plek gevonden bij de Thuisbasis Veteranen in het Drentse Eelde, ver weg van de burgermaatschappij waar ze ooit voor hebben gevochten, maar nu niet meer kunnen aarden. Omdat ze als oud-militairen nu eenmaal altijd ‘aan’ staan.

In deze veilige omgeving voor Verdwaalde Veteranen (72 min.) weten ze hoe ‘t voelt als de structuur en broederschap van het leger definitief zijn weggevallen, herkennen ze ‘veteranenogen’ en kunnen ze ermee dealen als het verleden weer eens een slinkse inhaalmanoeuvre maakt. Zelfs als je daardoor met een bijl tekeer gaat in huis. Dan trekt iedereen zich even terug op zijn kamer, doet de deur op slot en laat de storm uitrazen.

Daar ook is de camera van regisseur Marjoleine Boonstra (SpiegeldromenHet Wonder Van Le Petit Prince en Code Groen), die hun posttraumatische stressstoornis (PTSS) diep in de ogen tuurt en er tegelijkertijd omheen probeert te kijken: naar gebroken en geknakte mannen die hun psyche en leven maar al te graag op orde brengen. Net als hun begeleiders heeft ook de filmmaakster gelukkig soms aan een half woord genoeg.

Boonstra laat hen zien binnen de omgeving waar ze nu leven: in de keuken, met agressieve metalmuziek. Bij een nabijgelegen meertje opdrukkend, elke keer net een keertje meer, en daarna ontspannen in het water. En in een kapel, in een intieme dialoog met hun God. Hoewel de thuisbasis ongetwijfeld rust brengt, kan een enkel beeld of geluid zomaar een herinnering triggeren, hen terugbrengen naar een tijd van dood en verderf.

Zij maakt die herbelevingen tastbaar, door ze letterlijk in hun huidige leven en omgeving te plaatsen. Deze sensitieve film wordt zo bijna een zintuiglijke ervaring. Gewone burgers krijgen daardoor de kans om even in de belevingswereld te stappen van een getraumatiseerde veteraan, die bepaalde ervaringen, (schuld)gevoelens en ‘moordlust’ maar niet kan kwijtspelen – en daardoor zijn baan, huis en/of gezin is kwijtgeraakt.

Schrijfster Céline Linssen heeft zulke ervaringen, dat verlies vooral, bovendien in woorden weten te vatten, die door acteur Pierre Bokma aan de buitenwereld worden toevertrouwd. Al die bouwstenen tillen Marjoleine Boonstra’s film uit boven de individuele ervaring, naar dat universele gevoel van de gewonde soldaat. Van iemand, zoals één van de veteranen ‘t treffend uitdrukt, die keihard moet werken om normaal te doen.

Even Vergeten

Kenny / BNNVARA

In zijn eigen hoofd is hij nog altijd de man die hij ooit was. En op het eerste gezicht lijkt er ook weinig mis met de Antilliaanse oud-militair Kenny. Hij kletst ontspannen met de begeleiders en andere bewoners van De Markenhof in Beekbergen en maakt best een heldere indruk. Kenny wil alleen wel zijn vrijheid terug.

Hij is één van de 138 patiënten van de Gelderse zorginstelling. Als gevolg van excessief alcoholmisbruik kampen ze stuk voor stuk met het syndroom van Korsakov. Daardoor werkt ook Kenny’s hoofd niet meer zoals het ooit deed. Hij is bijvoorbeeld voortdurend bang dat iemand er met zijn geld vandoor gaat. Intussen is er ook altijd de zucht naar drank. Omdat er op De Markenhof niet mag worden gedronken, verzint hij samen met zijn vriendin Loes regelmatig een list om tóch te kunnen innemen.

Vanwege zijn dwarse gedrag wil de instelling Kenny naar een gesloten afdeling overplaatsen. ‘Ik word gestraft alsof ik een crimineel ben’, foetert hij in Even Vergeten (69 min.). ‘Fuck off, man!’ Uiteindelijk moet er een rechterlijke machtiging aan te pas komen. Zijn volwassen dochter Danielle onderkent ondertussen wel degelijk de ernst van zijn problemen. Sinds enkele maanden heeft ze het contact hersteld met de man, die met zijn alcoholverslaving de nodige littekens heeft achtergelaten in de familie.

Dit geldt ogenschijnlijk voor alle mensen in deze wat onevenwichtige film, waarin regisseur Kim Smeekes behalve Kenny verder alleen Christina, een oudere vrouw die ooit op de Canarische eilanden woonde, echt uitwerkt als personage. Zij heeft nauwelijks meer contact met haar vier kinderen en kan of wil maar niet aarden tussen al die ‘lelijke kerels’ op de Veluwe. ‘Hoe kom ik hier weg?’ vraagt ze zich hardop af. Christina wil terug naar haar vroegere leven, naar de persoon die ze ooit in de drank is kwijtgeraakt.

Zo kampt elke bewoner van de Markenhof met zijn eigen uitdagingen. Voor een afgewogen impressie van het leven in de instelling, waarbij een alwetende verteller de geest van het leven met Korsakov probeert te vatten en de individuele bewoners er slechts beperkt toe doen, is Kenny alleen wel erg dominant aanwezig. En voor een volwaardig portret van de Antilliaanse man had de film nog wel wat extra context en verdieping kunnen gebruiken. Even Vergeten opent vooral een treurige wereld, waarvan de deuren doorgaans gesloten blijven.

Wildcat

Prime Video

‘Hij redt mij’, stelt Harry Turner tevreden vast. ‘En ik red hem.’ Zo simpel zou het inderdaad kunnen zijn. Hij, de getraumatiseerde soldaat, gaat een pasgeboren ocelot, een pardelkat die lijkt op een klein luipaard, de komende anderhalf jaar voorbereiden op het leven in de jungle en leert intussen via de katachtige ook weer van zichzelf houden. Zo simpel wordt het alleen niet in Wildcat (106 min.), waarin Harry en zijn roofdier danig op de proef worden gesteld.

Als achttienjarige jongen is de Brit op missie gegaan naar Afghanistan. Hij kwam terug met een depressie en PTSS en kon in zijn gewone leefomgeving niet meer aarden. In een onbezonnen bui heeft hij alles achtergelaten en is vertrokken naar het Amazone-regenwoud in Peru. Te midden van de wilde dieren en weelderige natuur, zo’n vijf uur reizen verwijderd van het dichtstbijzijnde stadje, probeert hij zichzelf – of tenminste de tegenwoordige versie daarvan – terug te vinden. 

In de Zuid-Amerikaanse jungle is de getroebleerde jongeling aangewezen op zichzelf én op Samantha Zwicker, een jonge Amerikaanse biologe die met haar organisatie Hoja Nueva de strijd aanbindt met alles wat het Peruviaanse regenwoud bedreigt. Intussen neemt ze ook gewonde of achtergelaten dieren onder haar hoede. Harry en Samantha lijken voor elkaar gemaakt. Zeker als de twee zich samen kunnen ontfermen over een jong roofdier dat de wetten van de jungle nog moet leren kennen.

‘Ik ga je leren om een killer te worden’, roept Harry zijn ‘kindje’ enthousiast toe als hij hem in deze film van Melissa Lesh en Trevor Beck Frost, die veelvuldig gebruik maken van (nacht)beelden die Turner en Zwicker zelf hebben gemaakt, leert hoe hij andere dieren moet aanvallen en doden. Als de ocelot wil overleven in het wild, dan is dit bittere noodzaak. Tegelijk mag hij zich ook niet te veel hechten aan zijn menselijke beschermers. Want de mens, dat moet hij goed begrijpen, kan gevaarlijk zijn.

Tijdens de even intieme als intense trainingen blijft Harry Turners mentale gezondheid intussen uiterst fragiel. Elke tegenslag kan oude wonden openrijten en elk klein succesje brengt het eindpunt van het traject (en deze fijne en aangrijpende film) dichterbij: het moment waarop ze na achttien maanden afscheid van elkaar nemen. Als de één zijn rechtmatige plek in het regenwoud moet gaan opeisen en de ander wellicht weer wil proberen om zich staande te houden in de menselijke jungle.