Naomi Osaka

Netflix

Als je toevallig aardig tegen een bal kunt slaan, een jonge vrouw bent en van Aziatische afkomst, dan word je geacht om je te gedragen als rolmodel, ligt er gigantische druk op elke wedstrijd die je speelt en maken ze je ook nog eens wijs dat je een stijlicoon bent. De tennisser Naomi Osaka moet zich, kortom, ontwikkelen tot het merk Naomi Osaka (111 min.). En tussendoor gewoon aardig tegen een bal blijven slaan.

Dat is lastig genoeg. Osaka’s eerste successen worden gevolgd door smadelijke nederlagen en elementaire twijfel. Na een kansloos verlies tijdens de Australian Open van 2020 tegen de vijftienjarige Coco Gauff, die ze eerder nog van de baan had geveegd en daarna publiekelijk getroost, loopt Osaka bijvoorbeeld met haar ziel onder haar arm door het holst van de nacht. ‘Ik wandel maar, want slapen kan ik niet’, vertelt ze in deze driedelige serie van Garrett Bradley (Time) aan haar eigen smartphone. ‘En dan word ik gek. Want slapen zit er echt niet in.’

Als vlak daarna haar mentor, oud-topbasketballer Kobe Bryant, omkomt bij een helikoptercrash, stevent Naomi Osaka in dit serene portret af op een soort catharsis. Wie is zij eigenlijk, als dochter van een Japanse vrouw en een zwarte Haïtiaanse vader? Japans of Amerikaans? Aziatisch of zwart? En: een ster die netjes binnen de lijnen kleurt of toch een jonge vrouw die zich uit durft te spreken over de wereld om haar heen? ‘Wat ben ik als ik geen goede tennisser ben?’, heeft de jonge topsporter, die zich kwetsbaar durft op te stellen voor Bradleys camera, zich eerder al afgevraagd.

De dood van George Floyd fungeert uiteindelijk als vliegwiel in deze gestileerde productie: Osaka zegt een belangrijke wedstrijd af om te kunnen deelnemen aan een Black Lives Matters-demonstratie en begint bij de US Open van 2020 bovendien mondkapjes met de namen van zwarte slachtoffers te dragen: Breonna Taylor, Elijah McClain, Ahmaud Arbery, Trayvon Martin… Ze heeft er zeven: genoeg voor elke ronde, inclusief de finale. Waarna Naomi Osaka in de laatste akte van de vertelling – zoals dat gaat in dit soort moderne heldenfilms – natuurlijk ook weer aardig tegen een bal begint te slaan.

The Last Cruise

HBO

De vergelijking met de Titanic is onvermijdelijk: op een gegeven moment beginnen de passagiers en bemanningsleden van The Diamond Princess te beseffen dat ze wel eens hun ondergang tegemoet zouden kunnen varen. Niet die van het cruiseschip zelf, op 20 januari 2020 vertrokken uit de haven van Yokohama, maar van alle mensen die daarop bivakkeren. Want met hen is ook het Coronavirus stiekem aan boord gekomen in Japan.

‘Zoals u kunt zien, dames en heren, is de situatie onder controle’, meldt de omroeper van dienst als de eerste van in totaal ruim zevenhonderd slachtoffers van COVID-19 is getraceerd. ‘Er is geen enkele reden tot zorg.’ En dus laten de passagiers van The Diamond Princess zich de maaltijd nog eens goed smaken in de korte documentaire The Last Cruise (49 min.) van Hannah Olson. Ze genieten van het uitzicht en wagen een dansje. Voorlopig het laatste, dat wel.

Want daarna moet het schip, dat inmiddels tien positief getesten telt, toch echt in quarantaine. De passagiers worden geacht de komende veertien dagen op hun kamer te blijven. ‘Bedankt voor de medewerking.’ Nu begint de boodschap bij alle aanwezigen door te dringen. Ze zitten vast op een ‘ghost ship’, waar al snel nog veel meer besmettingen worden bekendgemaakt. Zullen we onze familie ooit nog zien? vraagt kok Maruja, één van de geportretteerde crewleden in deze ‘real life’-rampenfilm, zich zelfs af.

Uit de beelden die de opvarenden zelf maakten tijdens hun verblijf op het ‘Coronaschip’ wordt hun gemoedstoestand duidelijk: bezorgd, onverstoorbaar, melig, opgesloten of wanhopig. Zo wordt bijvoorbeeld een echtpaar gescheiden omdat de vrouw naar de ziekenboeg moet. Haar man probeert zijn gedachten te verzetten met het entertainment dat de achterblijvers krijgen aangeboden: een quiz, enkele goocheltrucs en de cursus servet vouwen. Ditmaal maken ze een roos. ‘Diamond Princess-familie’, klinkt het enthousiast via de intercom. ‘We zijn hier en we staan naast jullie!’

En dat zullen ze blijven doen, in deze beklemmende film. Totdat de bijna drieduizend passagiers, al dan niet veilig, van boord zijn gehaald en terug naar huis kunnen worden vervoerd, in een vliegtuig waarin de Coronapatiënten in een soort plastic tent moeten blijven. Pas dan mogen ook de crewleden, die zich volledig hebben moeten wegcijferen, eindelijk huiswaarts. De Indonesische medewerkers verlaten als allerlaatsten het schip in lockdown, dat ruim een maand wereldnieuws was omdat het de helft van het totale aantal Coronabesmettingen ter wereld, buiten China, aan boord had. Veertien van hen hebben het niet overleefd.

The Cove

Als Walt Disney een eigen dier had mogen ontwerpen, dan zou het vast lijken op een dolfijn. Een aaibaar, gewillig en uiterst intelligent wezen. Geen mens zou zo’n dier kwaad willen doen. Toch vindt er een levendige jacht plaats op dolfijnen. Vanuit het Japanse Taiji worden voor grof geld exemplaren geleverd aan dolfinaria zoals Sea World. En daarnaast is er een geheimzinnige baai, waar de dieren die ongeschikt zijn voor de amusementsindustrie een gruwelijk lot wacht.

In het kielzog van activist Ric O’Barry, een man die jarenlang als dolfijnentrainer werkte voor de klassieke televisieserie Flipper en gaandeweg tot de conclusie kwam dat dolfijnen in gevangenschap nooit gelukkig kunnen zijn en beschermd moeten worden, formuleert filmmaker Louie Psihoyos in de activistische documentaire The Cove (91 min.) uit 2009 een aanklacht tegen de wereldwijde handel in en slacht van dolfijnen, een edelmoedig dier dat menselijke gedachten en gevoelens wordt toegedicht.

Daarvoor duikt Psihoyos in de schimmige wereld van de internationale dolfijnhandel én stelt hij een ‘Ocean’s Eleven’-achtig team samen, dat met geavanceerde verborgen camera’s probeert vast te leggen hoe de dolfijnen in die Japanse inham aan hun einde komen. ‘De dolfijnenslachting in Taijii begint altijd in september’, meldt de film na de indringende slotscène, waarbij het water in de Japanse inham letterlijk bloedrood kleurt. Tenzij wij er een eind aan maken.’ Nee: ‘Tenzij JIJ er een eind aan maakt.’

The Cove, beloond met een Oscar voor beste documentaire en talloze andere filmprijzen, hamert die boodschap erin met een bijna karikaturale verdeling tussen helden en slechteriken, dik aangezette muziek en een Disney-achtige benadering van de dolfijn – een dier dat (blijkbaar) te verfijnd is om als een willekeurige koe of varken te worden gedood, gegeten en verhandeld. Subtiel is anders, maar de boodschap bereikte zo wel een groot publiek.

In Japan veroorzaakte met name het beeld van Japanse dolfijnenjagers als niets ontziende dierenbeulen voor de nodige controverse. In 2015 volgde zelfs een tegendocumentaire: Behind The Cove, een film die vanuit het perspectief van de vissers uit Taiji wordt verteld.

My Soul Drifts Light Upon A Sea Of Trees

IDFA

‘Toen ik op de basisschool zat pleegde mijn oom zelfmoord’, vertelt de Japanse Zen-priester Ittetso Nemoto bij aanvang van de contemplatieve documentaire My Soul Drifts Light Upon A Sea Of Trees (65 min.). ‘Later verhing een klasgenoot, die ik erg graag mocht, zichzelf. Op de middelbare school zat ik in een band en de zanger van de band pleegde ook zelfmoord.’ Het zijn ervaringen die zijn leven hebben gevormd. ‘Ik denk dat ik daarom priester ben geworden’, concludeert hij.

Nemoto wijdt zijn leven aan het helpen van suïcidale mensen. Zodat ze ín het leven willen stappen, in plaats van eruit. Hij heeft een groep opgericht, een zogenaamde zelfmoordpreventiecirkel, waarmee hij hen met muziek, dans, meditatie en gesprekken richting levensgeluk probeert te leiden. In deze verstilde film van Heinrich Dahms en Michèle Aimé gaat de Zen-meester aan de slag met een vrouw die opgroeide met een geesteszieke moeder en daarna in de seksindustrie belandde, een getormenteerde man die zijn kinderen niet meer mag zien en een zangeres die de zin van/in het leven niet meer kon zien.

Op indringende wijze vertellen deze inwoners van Japan, een land dat de reputatie heeft dat er veel mensen zelfmoord plegen en dat met seppuku en harakiri bovendien een traditie heeft op dat gebied, over hoe ze zich op een bepaald moment van hun leven niet meer konden voorstellen dat er licht aan het eind van de tunnel zou kunnen zijn. Het bestaan was een vloek geworden die maar op één manier kon worden uitgebannen. ‘Mensen die piekeren of afzien in het leven zijn het contact verloren met wie ze werkelijk zijn’, stelt Ittetso Nemoto daarover. ‘Ze kunnen de weg niet terugvinden naar hun ware zelf vanuit de sociale zelf die ze voor zichzelf hebben gecreëerd.’

Volgens hem zijn mensen echter in staat om het verleden te veranderen – op zijn minst hun eigen interpretatie daarvan. Met een opnieuw geframed zelfbeeld kunnen ze hun zoektocht naar geluk met meer succes hervatten. Ook over dit onderwerp heeft de Zenmeester in deze kalme film, die een actueel maatschappelijk thema met compassie en een positieve insteek behandelt, enkele diepere levenswijsheden voorhanden. ‘We lachen niet omdat we gelukkig zijn’, zegt hij bijvoorbeeld. ‘We zijn gelukkig omdat we lachen.’

Ants On A Shrimp


Voor René Redzepi was de allergrootste lol er blijkbaar vanaf. Zijn restaurant Noma in Kopenhagen werd jaar op jaar gekozen tot beste van de wereld. In totaal vier keer. En dus ging de Deense chefkok/restauranteigenaar op zoek naar een nieuwe uitdaging.

 


Die vond hij in Japan. Zo laat deze gestileerde fooddocumentaire van Maurice Dekkers, die je kunt kennen van het televisieprogramma Keuringsdienst Van Waarde, met verve zien. Redzepi stuurt zijn topmedewerkers naar Tokyo om daar in ijl tempo een pop-up restaurant op te starten, dat de vertrouwde Noma-kwaliteit kan bieden.


Het spannende, fraai gefilmde en uiterst sfeervolle Ants On A Shrimp (88 min.) geeft de kijker letterlijk een kijkje in de keuken bij Noma, waar Redzepi’s wil wet is en zijn hipster-secondanten alles op alles zetten om Zijn standaard te halen. And if you can’t stand the heat…


Donderdag is er op NPO3 overigens nóg een documentaire te zien over het Deense toprestaurant Noma (die ik zelf overigens nog niet heb bekeken).