Trust Me: The False Prophet

Netflix

Nadat ze eerder als buikspreker, Miss Michigan, meesterontsnapper, levenscoach en kleuterjuf van zich deed spreken, heeft Christine Marie zich nu in haar hoofd gehaald dat ze gewone vrouwen van The Church Of Jesus Christ Of The Latter-Day Saints (FLDS) wil redden. Christine was zelf ooit lid van de Mormoonse kerk en heeft toen de schadelijke invloed, die een almachtige profeet kan hebben, aan den lijve ondervonden. Samen met haar partner Tolga Katas, muziekproducer en fotograaf van beroep, begint ze nu te filmen in de gemeenschap, waarvan de leider, Warren Jeffs, dan al enige tijd in de gevangenis zit vanwege seksueel misbruik.

De twee ontdekken dat een ander kerklid, Samuel Bateman, bezig is om z’n eigen splintergroep op te starten. Alle reden om de camera te zetten op deze nieuwe profeet, die al snel een hele verzameling jonge vrouwen – beslist niet allemaal meerderjarig – om zich heen lijkt te verzamelen. En deze Sam, een boers ogende man die zienderogen aan zelfvertrouwen wint, krijgt er zelf ook al snel lol in. Hij begint Tolga te regisseren, alsof ie zijn persoonlijke cameraman is. Christine’s man verzamelt zo meteen overvloedig bewijsmateriaal tegen de zelf benoemde profeet. En dat vormt nu het fundament onder deze vierdelige serie van Rachel Dretzin.

Trust Me: The False Prophet (195 min.) is de tamelijk onwerkelijke weerslag van het jarenlange dubbelspel dat Christine en Tolga spelen met Sam Bateman en zijn broeders, in de hoop dat uiteindelijk ook de vrouwen en meisjes in hun omgeving uit de school willen klappen. De manier waarop de profeet in de val wordt gelokt krijgt al snel iets van een slecht toneelstuk, met karikaturale helden en schurken, een archaïsche mise-en-scène en een plot dat soms trekt en altijd vragen oproept. De twee infiltranten slagen er weliswaar in om echt achter het gordijn te kijken bij de polygame sekte, maar hun rol roept ook allerlei ethische vragen op.

Heeft Christine gewoon last van een ‘savior complex’? Of schuilt er nog een ander verhaal achter de clandestiene operatie? Dretzin, die eerder de opkomst en neergang van FLDS-leider Warren Jeffs belichtte in de miniserie Keep Sweet: Pray And Obey (2022), mijdt zulke lastige kwesties zoveel mogelijk en focust zich liever op het spannende verhaal. Van het afrekenen met een valse profeet, wiens ‘goddelijke ingevingen’ wel heel vaak leiden tot seks met (minderjarige) meisjes, tot een Mormoonse variant op een populair spelprogramma die vervolgens in Batemans geperverteerde ‘extended family’ op gang komt: wie zijn de mollen?

Uiteindelijk boeken Christine Marie en Tolga Katas met hun participerende journalistiek/entertainment, ondersteund door de FBI, wel concreet resultaat: de profeet blijkt te langen leste toch een gewone man die zich, net als ieder ander, aan de wet heeft te houden.

Snoepjes

Canal+

Jack ‘Den Regelaar’ heeft, zoals ze dat in Brabant zeggen, ‘unne verrekeskop’. Niet dat de man zo’n dikke kop heeft – althans, niet dat we weten. De ‘XTC Kingpin’ heeft letterlijk een varkenskop op, zodat zijn anonimiteit is gewaarborgd. Vermoedelijk weten insiders uit het Brabantse criminele milieu desondanks direct wie hij is, want hij behoort tot de (voormalige) kopstukken van de lokale drugscriminaliteit. Die opereerde overigens bepaald niet alleen in de regio. Ooit was Jack goed voor zo’n miljoen pillen per week.

Zijn vakbroeder, Aad ‘De Kluiskraker’, ook al met ‘zonne verrekeskop’ op, was lid van de beruchte West-Brabantse York-bende, draaide eerst zijn hand niet om voor een bankoverval en zette daarna echt wereldwijd pillen af. En die werden gefabriceerd op het platteland, in pak ‘m beet paardenmaneges of struisvogelbedrijven of – vandaar die kop – varkensstallen. Want er was altijd wel een boer te vinden die een centje wilde bijverdienen – of die zich gedwongen voelde om ‘an offer you can’t refuse’ te accepteren.

In de vierdelige docuserie Snoepjes (176 min.), die kan worden beschouwd als de missing link tussen Amsterdam Narcos, De IRT Affaire, De Godfather Van Oss en Over Grenzen, laat Bart van den Aardweg leden van de Brabantse maffia leeglopen over hun ervaringen in de designer drugsbusiness, waar kerels met bijnamen zoals ‘De Man Op De Berg’, ‘De Zigeunerkoning’ en ‘De Commissionaris’ de toon zetten en een sleutelrol is weggelegd voor ‘De Gekke Professor’, chemicus Robert Hollemans.

Hun herinneringen zijn door Van den Aardweg omlijst met fraaie archiefbeelden en gereconstrueerde scènes en worden verder van kleur voorzien door hardcore-DJ Dano, feestorganisator Ilja Reiman, Roxy-portier Remco Doorn en Bhagwan-volgeling en XTC-therapeut Peter den Haring. De misdaadjournalisten Hessel de Ree en Jens Olde Kater, oud-officieren van justitie Monique Klinkenbijl en Cees Spierenburg en ex-minister van Justitie Winnie Sorgdrager zorgen voor context en tegenwicht.

Die is broodnodig. Anders waren de varkenskoppen en al die andere pillenboeren wellicht overgekomen als relatief onschuldige geinponems. Deze smeuïge miniserie maakt er echter geen geheim van: de Brabantse drugscriminaliteit mocht dan provinciaals overkomen, het was wel degelijk een internationaal vertakte business, die gepaard ging met geweld, ripdeals en liquidaties. En ter plaatse, in het beruchte dorp Sint Willebrord bijvoorbeeld, werd daarover zorgvuldig gezwegen. Omerta, juist.

Snoepjes toont nog maar eens ondubbelzinnig aan: Nederland – lees Brabant – deed (en doet) dienst als een internationaal zenuwcentrum voor de productie van en handel in synthetische drugs.

Love, Ted Bundy

Oxygen

Hij werkte als vrijwilliger voor een zelfmoordpreventiehulplijn, publiceerde over hoe seksueel geweld kan worden voorkomen en was actief binnen een misdaadcommissie van de Amerikaanse stad Seattle. Edna Cowell Martin vond haar knappe neef Ted een moordkerel. Ze adoreerde hem als een oudere broer. De twee waren samen opgegroeid en belandden daarna allebei op de Seattle University. En toen begonnen er in 1974 in hoog tempo jonge vrouwen te verdwijnen in de staat Washington, meisjes die zomaar vriendinnen hadden kunnen zijn van Edna. De gedachte dat Ted in de buurt woonde gaf haar toch wel enig gevoel van veiligheid.

Bijna een halve eeuw heeft de Amerikaanse vrouw gezwegen over deze neef, de man die tegenwoordig als ‘de popster onder de seriemoordenaars’ te boek staat. In 1986 nam Edna weer contact op met Ted Bundy, die toen al lang en breed in een dodencel zat te wachten op zijn executie. Ze hadden in de voorgaande tien jaar geen contact met elkaar gehad. Zijn nicht had besloten om Ted te schrijven, in de hoop hem informatie over zijn (nog onbekende) slachtoffers te kunnen ontfutselen. De neef, die z’n hele leven dus een complete vreemde voor haar was gebleven, beantwoordde haar brieven. Hij ondertekende die alsof er niets aan de hand was: Love, Ted Bundy (85 min.).

Edna Cowell Martin wil haar briefwisseling met die beruchte neef nog altijd alleen met handschoenen aanraken. Ze heeft haar schroom om over hem te vertellen inmiddels wel laten varen. Ze was bepaald niet de enige die zich door Ted in de luren had laten leggen. Haar latere echtgenoot Don vond het een ‘goeie gast’, vertelt hij aan documentairemaker Christopher Cassel, die hun herinneringen omkleedt met een mixture van archiefmateriaal en erg gelikte reconstructies. De twee kunnen een uniek persoonlijk perspectief toevoegen aan wat er al bekend is over de diabolische killer – al tasten ook zij nog altijd, letterlijk, in het duister over wat er écht in hem omging.

Edna kan zich met terugwerkende kracht nog wel een paar momenten herinneren, waarin zijn ogen letterlijk zwart werden en haar geliefde neef even een totaal andere man leek. Het monster dat zich in eigen kring altijd verscholen had gehouden, zou later diepe schaamte veroorzaken bij alle mensen die hem ooit tot hun familie of vriendenkring hadden gerekend. Anna, het enige kind van Edna en Don, ontdekte zelfs pas later dat haar moeder verwant was aan Ted Bundy, de seriemoordenaar over wie we bijna veertig jaar na zijn dood, getuige ook Edna’s boek Dark Tide en deze degelijke true crime-docu die daarop is gebaseerd, nog altijd niet zijn uitgepraat.

La Fiscal

Netflix

‘Waarom is straffeloosheid de norm?’ vraagt de zojuist benoemde hoofdofficier van justitie Femicide van Mexico-stad, de activistische advocate Sayuri Herrera Román, zich af bij aanvang van La Fiscal (internationale titel: The Prosecutor, 176 min.). In 2020 zijn er bijna 3800 vrouwen vermoord in Mexico, waaronder zo’n duizend gevallen van femicide. Op de dag dat zij aantreedt, nemen alle openbaar aanklagers echter ontslag. Ze weigeren om samen te werken met deze linkse ‘herrieschopper’.

Onrecht voor één vrouw betekent onrecht voor alle vrouwen, vindt Herrera. Overal op het kantoor van het Parket Femicide liggen gigantische stapels papieren, dossiers van allerlei openstaande cases. ‘Deze samenleving genereert geweld omdat het sociale weefsel gewelddadig is’, vertelt ze in de driedelige docuserie van Paula Mónaco Felipe en Miguel Tovar. ‘We lossen één moord op en er komen drie nieuwe bij.’ En desondanks blijft ze zich met haar team vastbijten in de lijvige onderzoeksdossiers.

Enkele van die zaken worden in La Fiscal verder uitgewerkt. Jonge vrouwen die plotseling zijn verdwenen of bruut vermoord, met doorgaans hun (ex-)partner als voornaamste verdachte. Als Sayuri Herrera en haar gedreven collega’s zich in zulke casussen verdiepen, ontdekken ze hoe weinig een vrouwenleven soms waard is in hun land en hoe moeilijk ‘t is om mannen daarvoor veroordeeld te krijgen, ook omdat die regelmatig in de rug worden gedekt door machtige vrienden of corrupte autoriteiten.

De strijd tegen femicide krijgt zo ook een politiek karakter, waarbij Herrera en haar beschermvrouwe, procureur-generaal Ernestina Godoy, zich opwerpen als pleitbezorgers van de vermoorde vrouwen en hun nabestaanden. Intussen besluit zij, als alleenstaande vrouw, ook om een kind te adopteren – een verhaallijn waarvan de achtergronden slechts beperkt wordt uitgewerkt. De keuze voor het moederschap dwingt Herrera tot zelfreflectie: is haar missie wel te combineren met het opvoeden van een kind?

Deze schrijnende miniserie toont hoe weerbarstig dat gevecht om gerechtigheid is. Hoe hard de hoofdofficier van justitie Femicide, haar medewerkers en de familieleden en vrienden van de slachtoffers ook hun best doen om de waarheid boven tafel te krijgen, veel daders blijven tot hun grote verdriet en frustratie onbestraft. Terwijl het, in de woorden van Sayuri Herrera, in wezen heel simpel is: gerechtigheid is de beste therapie. Voor de nabestaanden, Mexicaanse vrouwen en hun land in het algemeen.

Overal waar ze komt, ontmoet zij echter vrouwen – moeders, zussen, vriendinnen – die een foto omhoog houden. Van nóg een slachtoffer dat op gerechtigheid wacht.

Traces

2Brave Productions / Stranger Films

Met elk individueel ervaringsverhaal wordt het collectieve verdriet verder ingekleurd. Iedere Oekraïense vrouw in de stemmige documentaire Traces (84 min.) heeft haar eigen beelden, geluiden en geuren vastgehouden, van de dag dat Russische soldaten hun leven binnendrongen. Ze kon nog net tegen haar echtgenoot en zoon zeggen hoeveel ze van hen hield. Ze voelde de loop van een geweer in haar mond. Ze was volgens de mannen ‘een ster van het internet’ geworden. Ze kreeg elektroshocks toegediend. Of ze hoorde tot haar grote ontzetting naderhand dat de soldaten onderling Oekraïens spraken.

In deze film van ervaringsdeskundige Alisa Kovalenko, geregisseerd met Marysia Nikitiuk, doen Oekraïense slachtoffers van seksueel geweld hun verhaal. Buitene beeld. Alleen. In hun eigen omgeving. Die duidelijk ook betere tijden heeft gekend. Later proberen ze daaraan hun eigen hoofdstuk toe te voegen. Onder aanvoering van de onverzettelijke Irina Dovhan, die de organisatie SEMA Oekraine heeft opgericht, beginnen ze getuigenissen over seksueel geweld op te tekenen, te beginnen met die van henzelf, in de hoop dat ze deze oorlogsmisdaden kunnen inbrengen bij het Internationaal Strafhof in Den Haag.

Met een klein team vertrekt Tania bijvoorbeeld naar een volledig kapotgeschoten huis op het platteland, om de slachtofferverklaring van Nina op te halen. ‘Ik zei: wat wil je van me?’ begint de duidelijk getraumatiseerde vrouw, die wakker werd gemaakt door een soldaat die met een schijnwerper in haar gezicht scheen, te vertellen. ‘Je had mijn zoon kunnen zijn. Wat zou je ervan vinden als iemand dit bij jouw moeder zou doen? Toen sloeg hij me met de kolf van zijn geweer. Ik heb er nog een litteken van. Hij sloeg me. Mijn lip raakte opgezwollen, ik bloedde. Het was zo beangstigend dat ik me ervoor schaam om het te vertellen…’

Terwijl ze zulke tragische herinneringen verzamelen, de schade van het systematische seksuele geweld tijdens de oorlog inventariseren en zo stukje bij beetje ook hun eigen machteloosheid overwinnen, ontstaat er een zusterschap tussen de vrouwen. Hun strijdbaarheid is het levende bewijs dat de vijand uiteindelijk niet heeft gewonnen. En deze film doet dienst als een indringend pamflet om, ondanks de pijn en de schaamte, vooral niet te zwijgen over wat vrouwen – al zo lang als er oorlog is, in Oekraïne dus al vanaf 2014 – wordt aangedaan: Do Not Stay Silent.

How To Catch A Butterfly

Docmakers

‘De jongen die geloofde dat hij een jager moest zijn om een man te worden’ begint brieven te ontvangen. Ze zijn afkomstig van ‘het meisje dat geloofde dat ze jouw exotische fantasie moest worden’.

Hij is Robert Aaron Long, de man achter de Atlanta Spa Shooting. Op 16 maart 2021 vermoordde de Amerikaan, die was gediagnosticeerd met een seksverslaving, acht mensen, waaronder zes Aziatische vrouwen.

Zij is Kiriko Mechanicus, een Nederlands-Japanse vrouw en de maker van deze flonkerende film over culturele stereotypen rond Aziatische vrouwen en etnische fetisjes – en haar eigen verhouding daartoe.

Ze kennen elkaar niet als zij hem begint te schrijven in de Fulton-gevangenis, waar hij zijn straf uitzit. Is hij zo’n typische eenzame, door anime geobsedeerde jongen? Een man die bevangen is geraakt door ‘yellow fever’?

En wie is zij zelf, een vrouw die zich door diezelfde stereotypen in het keurslijf van de stille en volgzame Aziatische huisvrouw heeft laten wringen? Een exotische trofee voor mannen met een etnische fetisj?

In de korte documentaire How To Catch A Butterfly (26 min.) komen ze samen: mannen zoals hij met een Aziatische kick en vrouwen zoals zij die zich een ‘vlinderkostuum’ (hebben laten) aanmeten.

Mechanicus vertrekt daarbij vanuit Madama Butterfly, Puccini’s opera over een geisha, en gaat naar Japan met haar moeder, die niet meer aan het stereotiepe beeld van de gedweeë Aziatische vrouw wil en kan voldoen.

Het wordt een broeierige, ravissant vormgegeven tocht door een donkere wereld, langs culturele clichés, Aziatische porno en vrouwen die zich als een vlinder laten vangen. Op weg naar een onbegrijpelijke haatmisdaad.

Is haar vernietiging altijd onderdeel van jouw genot? vraagt de ‘exotische fantasie’ onderweg aan ‘de jager’.

Gedwongen Geloften

BNNVARA

Het onzegbare is misschien nog wel uit te spreken, maar hoe breng je dit dan in beeld? Roxanne Herder en Eva Strating hebben voor Gedwongen Geloften (53 min.), hun documentaire over Nederlandse vrouwen die werden gedwongen om te trouwen en/of getrouwd te blijven, een creatieve oplossing gevonden: ze introduceren enkele jonge actrices die eerst via een koptelefoon het persoonlijke verhaal van een slachtoffer beluisteren en dit daarna zelf, vanuit een neutraal ingerichte kamer, uitspelen voor de camera.

Zo werd ‘Sarah’ door haar ouders verplicht om naar Somalië te gaan, om daar met een oom te trouwen. Die zou dan ook een Nederlands paspoort krijgen. ‘Nadia’ werd in Afghanistan voor 10.000 dollar verkocht. Haar paspoort werd afgepakt, de beoogde echtgenoot ontmoette ze pas op de huwelijksdag. En ‘Zainab’, die in Nederland een vriendje had gekregen, dreigde door haar familie naar Turkije te worden gebracht, zodat haar vader haar daar kon uithuwelijken. Bij een supermarkt in Bulgarije sloeg ze op de vlucht.

Behalve Nederlandse vrouwen van buitenlandse komaf, met een islamitische achtergrond, introduceren Herder en Strating ook ‘Deborah’, een vrouw die opgroeide in een zwaar gereformeerde omgeving. Toen haar huwelijk uitmondde in huiselijk en seksueel geweld, wilde zij zich daarvan losmaken. Als dochter van een dominee was een echtscheiding echter niet aan de orde. En hoewel haar echtgenoot later werd veroordeeld, was het toch Deborah die door haar gemeenschap als de dader werd aangemerkt.

Hun tragische verhalen worden in deze indringende film ingekaderd door de Pakistaans-Nederlandse mensenrechtenactiviste Shirin Musa, die de vrouwen op alle mogelijke manieren bijstaat en die zich met haar organisatie Femmes For Freedom sterk maakt voor hen. Ze ijvert bijvoorbeeld voor de zogeheten ‘dochterregeling’, zodat voormalige (kind)bruiden die hier zijn opgegroeid en tijdens een gedwongen verblijf in het buitenland hun nationaliteit en verblijfsrecht zijn kwijtgeraakt, weer kunnen terugkeren naar Nederland.

Musa kent de problematiek van binnenuit. Haar betrokkenheid is volgens eigen zeggen ontstaan ‘vanuit persoonlijke wanhoop en groot verdriet’. Zij weet dus hoe belangrijk ‘t is om een bondgenoot te vinden, liefst ook in de Nederlandse overheid, en om een stem te krijgen als je mensenrechten met voeten worden getreden.

The London Railway Murders

Videoland

De nacht is van ons, scanderen Londense vrouwen halverwege de jaren tachtig. De ‘Women Against Rape’ zijn de straat opgegaan om aandacht te vragen voor een serieverkrachter die nu al enkele jaren huishoudt in hun stad. Deze ‘Railway Rapist’ attaqueert zijn slachtoffers in de buurt van treinstations. Er worden inmiddels ruim twintig aanvallen aan hem toegeschreven. Al snel blijkt dezelfde man ook in verband te kunnen worden gebracht met de moorden op de jonge vrouw Alison Day en een vijftienjarig Nederlands meisje, Maartje Tamboezer.

De politie stuit op een verdachte, John Francis Duffy, die op basis van zijn kille ‘laserogen’ ook kan worden geïdentificeerd door slachtoffers. Hij wordt in 1988 daadwerkelijk veroordeeld. Tot een levenslange gevangenisstraf. Case closed, zo lijkt het. Tien jaar later wordt de Britse rechercheur Caroline Murphy echter geconfronteerd met een aantal verkrachtingszaken in Hampstead Heath, die toch wel heel erg aan Duffy doen denken. Zit hij nog steeds in de zwaarbewaakte Whitemoor-gevangenis? Of is er misschien een ‘copycat’ of handlanger actief geworden?

In de tweedelige true crime-docu The London Railway Murders (90 min.) ontleedt Naomi Pallas de twee reeksen misdrijven en bekijkt samen met de betrokken politiemensen en enkele deskundigen of die misschien gerelateerd zijn. Daarbij hebben ze in 1998 een nieuw bewijsmiddel tot hun beschikking: DNA. En Duffy zelf kan eveneens worden gebruikt als een belangrijke informatiebron. Óók in deze gedegen vertelling, die steeds op en neer springt tussen de oorspronkelijke verkrachtingen en moorden in de jaren tachtig en de heropening van het onderzoek daarnaar, ruim tien jaar later.

En dat behelst óók het opnieuw benaderen van slachtoffers van vreselijk seksueel geweld, voor wie ook de aangifte bij de politie en de argwaan waarmee ze toen zijn benaderd soms traumatiserend heeft gewerkt.

De Indische Tafel: Jongens Van De Japanse Kampen

Pieter van Huystee Film / NTR

Nadat hij met een belletje heeft geklingeld, spreekt Hans Rasker de andere genodigden aan de Indische tafel toe. ‘Hartelijk welkom bij deze laatste maaltijd voor de zomervakantie’, zegt hij tegen de leden van de tamelijk chique mannenclub, waarna ie even recht in de camera kijkt. ‘En Pieter, jij ook van harte welkom en je medewerkers.’

Pieter is documentaireproducent Pieter van Huystee, de maker van Als Ik Mijn Ogen Sluit (2024), een persoonlijke film over de ervaringen van zijn eigen moeder en oma en andere Nederlandse vrouwen, die tijdens de Tweede Wereldoorlog in een Jappenkamp zaten. Nu laat hij de mannen, bij wie zijn vader ooit aan tafel zat, de ogen sluiten en speelt dan in op wat er bij hen bovenkomt, verhalen die ze verder alleen met elkaar delen.

Verhalen ook die ze, vanwege hun jonge leeftijd, soms alleen uit de overlevering kennen – hoewel hun ouders er lang niet altijd happig op waren om ze na de oorlog te vertellen. De inmiddels gepensioneerde ‘jongens’ verlaten zich op hun prille geheugens en op wat er bewaard is gebleven van hun levens in het voormalige Nederlands Indië: dagboeken, brieven, foto’s, tekeningen, boeken, knuffels en andere herinnerdingen.

De Indische Tafel: Jongens Van De Japanse Kampen (70 min.) is hun gezamenlijke relaas over een kindertijd die een kwestie van overleven werd. Dat lukte niet iedereen. Zoals ook sommige moeders zouden bezwijken aan de ontberingen van het kamp. Honger, ziekte en geweld werden menigeen te veel. Intussen raakte hun vader, met wie ze na de oorlog herenigd hoopten te worden, steeds verder op de achtergrond.

Van Huystee omlijst de herinneringen van deze ontheemde mannen, die zich tachtig jaar later nog steeds niet altijd thuis voelen in Nederland, met een uitgebreide collectie archieffoto’s en -beelden en versterkt de dramatische loop van zijn vertelling met een uitgesproken soundtrack. Zo roept hij de klamme hitte, zoemende krekels en geur van kretek-sigaretten op van een verloren wereld, die maar niet vergeten kan worden.

Als ze tien worden – halverwege deze geladen film – moeten de jongens het kamp verlaten, weg bij hun moeders. Ze hebben geen idee waar ze naartoe gaan. ‘Niemand huilde’, herinnert één van hen zich. ‘De vrouwen hielden zich allemaal goed. En wij waren ook stil. Ik geloof niet dat er één jongetje huilde.’ Op de dag vóór zijn vertrek wordt er, bij gebrek aan foto’s, een tekening van hem gemaakt. En dan wacht het onbekende…

Silenced

Stranger Than Fiction Films

In The Six Billion Dollar Man, de definitieve film over WikiLeaks-voorman Julian Assange, claimt ze al één van de belangrijkste bijrollen als verteller en Assanges steun en toeverlaat in zijn jarenlange juridische gevecht. Nu is de Australische mensenrechtenadvocate Jennifer Robinson onbetwist de centrale figuur van de documentaire, Silenced (97 min.). Ook ditmaal blijft ze echter dienstbaar aan een groter thema: seksueel geweld tegen vrouwen – en dan in het bijzonder hoe vrouwen door (misbruik van) het rechtssysteem het zwijgen wordt opgelegd.

Filmmaker Selina Miles volgt Robinson als ze de Amerikaanse actrice Amber Heard bijstaat. Zij is in een geruchtmakende rechtszaak over (vermeend) huiselijk geweld verwikkeld geraakt met haar ex Johnny Depp. De bijbehorende mediastorm wordt gekenmerkt door een enorme Amber-haat, bijvoorbeeld vervat in wijd verspreide billboards met de tekst ‘Ditch the witch’. En die zou wel eens het gevolg kunnen zijn van een gerichte online-campagne om haar zwart te maken. Een schoolvoorbeeld van ‘victim blaming’, aldus Robinson en Heard zelf.

Vanuit deze aansprekende casus maakt Miles uitstapjes naar andere zaken, waarbij vrouwen juridisch in het nauw worden gedreven door mannen die ze hebben beschuldigd. In Mexico wordt journaliste Catalina Ruiz-Navarro van het online-magazine Volcánicas bijvoorbeeld aangeklaagd, omdat ze heeft gepubliceerd over #metoo-klachten tegen de Colombiaanse filmmaker Ciro Guerra. Ook politiek medewerker Brittany Higgins moet in Australië voor de rechter verschijnen nadat ze haar collega Bruce Lehrmann heeft beschuldigd van verkrachting.

Vrouwen zoals zij worden intussen publiekelijk met pek en veren overgoten. Pure misogynie. En bepaald geen toeval, aldus onderzoeksjournalist Alexi Mostrous van The Observer, maker van de podcast Who Trolled Amber?. Vijftig procent van de negatieve tweets over Heard is bijvoorbeeld afkomstig van verdachte bronnen. Een vuile oorlog die zich vervolgens heeft herhaald in de zaak waarin Blake Lively haar tegenspeler Justin Baldoni, bijgestaan door dezelfde public relations-deskundige als Johnny Depp, beschuldigde van wangedrag op de filmset van It Ends With Us.

Jennifer Robinson, die het thema van geweld tegen vrouwen ook kent vanuit haar eigen familie, brengt Amber Heard, Catalina Ruiz-Navarro en Brittany Higgins samen in deze film. Selina Miles maakt zo meteen de stand van zaken op in het dossier #metoo, een kleine tien jaar nadat dit werd opgestart met beschuldigingen aan het adres van filmproducent Harvey Weinstein. Alles overziend, met ook de geruchtmakende zaken rond de gebroeders Tate en het Franse misbruikslachtoffer Gisèle Pelicot in het achterhoofd, is het de vraag of er in die tijd werkelijk vooruitgang is geboekt.

Deze bewogen film, gebaseerd op het boek How Many More Women? dat Robinson schreeft met Keina Yoshida, schetst in elk geval geen rooskleurig beeld.

Twisted Yoga

Apple TV+

Als Ashleigh Freckleton zich inschrijft voor een yogazomerkamp in de Roemeense badplaats Costineşti – waar speciale technieken voor vrouwen worden onderwezen, ideaal voor hun transformatie – wordt ze geacht om een foto in bikini mee te sturen. Bij aankomst moet de jonge Australische vrouw bovendien op de Bijbel zweren dat ze alles wat daar gebeurt geheim zal houden. Ze vragen haar ook om de simkaart van haar mobiele telefoon in te leveren. Tot besluit wordt ‘Ash’ naakt gefotografeerd, zodat alvast haar aura kan worden gecheckt.

Het vervolg laat zich raden. En dit behelst, zo zal natuurlijk al snel blijken in Twisted Yoga (137 min.) verdacht weinig spirituele bevrijding. De vrouwen participeren nog wel in de techniek Het Gouden Elixer: na het bedrijven van de liefde, het ‘opladen’, wisselen de geliefde ook hun urine uit. ‘Dat is de ultieme verbinding en nabijheid’, zegt Ashleigh met droge ogen. ‘Want je drinkt en belichaamt de kwaliteiten van je partner.’ Ze heeft daarna echter weinig zin in de follow-up – die lijkt verdacht veel op een orgie – en ervaart een blokkade om daadwerkelijk te participeren in ‘sexual activity for the purpose of accelerating spiritual evolution’. Ash: ‘Ik zou hebben gewild dat ik dit ook wilde.’

De naam van de, natuurlijk, man achter deze vrijgevochten beweging/sekte/bende, Gregorian Bivolaru, is dan nog alleen zijdelings aan de orde gekomen. Pas in de tweede aflevering van deze driedelige serie van Rowan Deacon komt de werkwijze van de goeroe zelf beter in beeld, te beginnen met zijn initiaties van nieuwe leden. Samen met hun gids gaan zij een berg beklimmen, met de liefdesgod Shiva aan de top. Het spirituele pad naar seksueel misbruik, mensenhandel en georganiseerde misdaad ligt dan meteen wijd open. Waarna in deze netjes opgedeelde miniserie alleen nog het antwoord rest op de elementaire vraag: wie is de man achter deze schimmige bedoening?

Die informatie bewaart Deacon voor de slotaflevering van deze met spirituele beelden, kaarslicht en licht erotische poses aangeklede miniserie. De wortels van de meester liggen in het communistische Roemenië, waar yoga verboden is en hijzelf vanwege zijn afwijkende voorkeuren al snel de aandacht trekt van de Securitate, de binnenlandse veiligheidsdienst. Met De Roemeense Revolutie, die in 1989 een einde maakt aan Ceausescu’s communistische dictatuur, breekt echter ook voor Bivolaro, die overigens niet participeert in deze productie en alle beschuldigingen ontkent, een periode van vrijheid aan. En die zal vrouwen zoals Ashleigh Freckleton nog flink opbreken.

Zij zetten de toon in Twisted Yoga met schrijnende ervaringsverhalen die al talloze malen eerder, in documentaires over andere sektes, zijn verteld – maar blijkbaar nog altijd niet vaak genoeg.

En Ven, En Morder

Netflix

Het zijn mensen uit de directe omgeving van de moordenaar die nu zijn tragische geschiedenis uit de doeken doen. Elke aflevering van deze driedelige true crime-serie van Christian Dyekjær heeft een andere verteller. Een meisje uit de Deense vriendengroep had zich nooit kunnen voorstellen dat één van hen verantwoordelijk zou kunnen zijn voor de verdwijning van een zeventienjarige studente, die de regio West-Seeland jarenlang in z’n greep zou houden. De geliefde van zijn beste vriend was blij dat hij eindelijk een eigen huis kreeg, maar zag verder geen kwaad in hem. En die beste vriend dacht, totdat het tegendeel op pijnlijke wijze werd bewezen, dat hij zelfs aseksueel was.

Toen de studente – die net als ’s mans andere slachtoffers door Dyekjær is geanonimiseerd – op 10 juli 2016 niet verscheen bij de repetities van het kerkkoor, gingen direct alle alarmbellen af in het Deense stadje Korsør. Jane Valsted, zelf moeder van drie kinderen, vertelt in En Ven, En Morder (internationale titel: A Friend, A Murderer, 127 min.) hoe ze meteen een grootschalige zoekactie opzette. Later, veel later, toen helder werd wat het meisje was overkomen, zou zij ook de onvermijdelijke stille tocht organiseren. De plaatselijke pastor Anna Helleberg Kluge probeerde zich intussen te ontfermen over het verdriet en ongeloof binnen de gemeenschap – en zichzelf.

En in die vriendenkring vochten angst en ongeloof om voorrang. Kon je als meisje nog wel veilig over straat? Die vraag had nooit eerder op tafel gelegen, maar domineerde nu elk gesprek. Ze hadden er geen idee van dat het gevaar zich in eigen kring bevond, letterlijk aan tafel zat. Wanneer dat zich in de slotaflevering begint af te tekenen, laat ook deze miniserie zijn ware gezicht zien. Dan wordt En Ven, En Morder méér dan de zoveelste true crime-productie over de jacht op een onbekende man, die een spoor van vernieling trekt door de levens van nietsvermoedende jonge vrouwen en hun directe omgeving. Een dader die vooral zo snel mogelijk in de kraag moet worden gegrepen.

Christian Dyekjær richt zich in deze slim opgebouwde miniserie ook nadrukkelijk op het andere trauma dat zo’n man veroorzaakt: de schaamte, het verdriet en de schuldgevoelens die hij achterlaat bij zijn directe omgeving. Die in hem een vriend zagen, misschien wel hun allerbeste. Die door hem, doordat hij zijn slachtoffers ook in hun omgeving zocht, bijna medeplichtig werden gemaakt. Wie zijn zij zonder hem – en door hem geworden? Hoe zien zij hun toekomst, als vriend van een moordenaar?

Ultras

Story / Autlook

Wat er op het veld gebeurt lijkt bijzaak. De belangrijkste bijzaak van de wereld, dat wel. Zowel voor de Ultras (88 min.) zelf als in deze documentaire van Ragnhild Edner over hen. De Zweedse filmmaakster, zelf fanatiek supporter van IFK Göteborg, richt haar camera op de mensen voor wie voetbal een religie lijkt. Ze vormen één grote (vul de clubkleuren in:) … familie. In hun kerken, de stadions, belijden ze samen hun geloof. In zichzelf, elkaar en hun club. Verbonden voor het leven, van de wieg tot de kist. Ook in hun weerzin tegenover de eeuwige rivaal, de vijand, de staat.

De club is van hen en in elk geval véél groter dan willekeurig welke topvedette of succescoach. Zíj – en niemand anders – zíjn Boca JuniorsLech Poznan of Manchester City. En dat gevoel is in Europa of Zuid-Amerika niet wezenlijks anders dan in Afrika of Azië. Edner focust zich op het collectief en slechts beperkt op het individu daarbinnen. Geen exotische varianten dus op Jan met de pet en een Ajax-hart, de onverbeterlijke Feyenoord-hooligan of een boerse Eindhovenaar die z’n stem stuk zingt op hoe PSV eens per jaar kampioen wordt. Wel op wat mensen zoals zij van hun club krijgen.

Ultras is een portret van een – afhankelijk van je gezichtspunt – al jaren florerende subcultuur, van vooral mannen, die zich dwars door rangen, standen en klassen beweegt. Met z’n geheel eigen regels, codes en uitingsvormen. Individuele supporters doen er in wezen niet toe in deze observerende film en blijven dus volledig buiten beeld. Zij willen vaak zelf ook niet herkenbaar zijn voor rivaliserende clans, problemen met de wet vermijden én geen doelwit worden voor de autoriteiten. Want een autocratische regime kan het stadion ook zomaar gebruiken als een proeftuin voor repressie.

Ultras uit Egypte ontdekten tijdens de Arabische Lente in 2011 bijvoorbeeld welke maatschappelijke kracht ze konden ontwikkelen, de feminiene supportersgroep Ladies Curva Sud van PSS Sleman probeerde in Indonesië de positie van vrouwen te verbeteren en fans van het inclusieve Eastbourne Town maakten, met de slogan ‘this club belongs to you and me’, een vuist tegen het grootkapitaal in de Britse Premier League. Het sleutelwoord voor al deze fanatieke clubs lijkt ‘samen’. Door goede en slechte tijden. Dik en dun. Waarbij ook hier natuurlijk niemand groter is dan die vermaledijde club.

Ragnhild Edner probeert dat collectieve gevoel te vatten in grootse beelden van de supportersschare als familie, leger of meute en heeft van haar documentaire, aangestuurd met een persoonlijke voice-over over haar eigen ervaringen als voetbalfan, dus eerst en vooral een kijkfilm gemaakt. Die de ultra-cultuur met een antropologische blik beziet en toegankelijk maakt voor eenieder die zich eens wil verdiepen in deze bijzondere mensensoort.

De driedelige serie Ultras: Pasion Y Muerte zoomt in op hooligangeweld in Spanje.

Kidnapped: Elizabeth Smart

Netflix

Als de veertienjarige Elizabeth Smart op 5 juni 2002 door een onbekende wordt ontvoerd uit haar eigen slaapkamer in de chique wijk Federal Heights in de Amerikaanse stad Salt Lake City, is er maar één getuige: haar jongere zus Mary Katherine.

‘Als je schreeuwt, schiet ik je neer’, zou de ontvoerder tegen Elizabeth hebben gezegd, volgens de verklaring van het negenjarige meisje bij de politie. ‘Anders doe ik je niets.’ Of ze de stem van de man herkende, wil de agent weten. ‘Ja’, zegt Mary Katherine bedremmeld. Daarmee richt ze, zonder dat ze het zelf doorheeft, de aandacht van de politie op haar eigen familie. En dan blijkt dat het huisalarm die avond toevallig was uitgeschakeld en dat het slaapkamerraam van de zussen helemaal geen braaksporen bevat. Rechercheurs bijten zich dus vast in Elizabeths directe familieleden.

Ruim twintig jaar later kijken Mary Katherine Smart, vader Ed, diens broers Dave en Tom én het slachtoffer zelf in de true crime-docu Kidnapped: Elizabeth Smart (91 min.) terug op wat er zich destijds heeft voltrokken in Salt Lake City, de hoofdstad van de Amerikaanse staat Utah en de Mormoonse Kerk die daar zetelt. In een tragische geschiedenis die onvermijdelijk doet denken aan de geruchtmakende zaken rond Madeleine McCann en JonBenét Ramsey. Alleen heeft het slachtoffer van deze kwestie, dat staat vanaf het begin vast, ’t er dus levend vanaf gebracht.

Bijna halverwege spoelt regisseur Benedict Sanderson zijn film terug en vertelt het verhaal van de ontvoering nóg eens, nu vanuit een ander perspectief. Zo wordt langzaam maar zeker duidelijk wat er is gebeurd met de vrome tiener, die negen maanden spoorloos is geweest en in die tijd een hel op aarde heeft leren kennen, en werkt deze degelijke docu, die nog wel wat dieper had mogen gaan, toe naar een enigszins Amerikaans einde.

Fase 8: Femicide

Posh Productions / BNNVARA

Met terugwerkende kracht zijn de voorgaande zeven fasen vaak duidelijk te herkennen. Een gewelddadig relatieverleden, fase 1. Twee: love bombing. En de derde: dwingende controle. Gaandeweg ontspoort de situatie steeds verder. Al snel zijn de incidenten niet meer op de vingers van één hand te tellen. De laatste fase, nummer acht, kondigt zich dan al min of meer aan: dodelijk geweld.

Aan de hand van vierhonderd gevallen van partnerdoding constateerde de Britse crimonoloog Jane Monckton-Smith dat femicide zich doorgaans in acht opeenvolgende fasen voltrekt. De Nederlandse slachtofferadvocaat Ine Avontuur neemt ze in de tweede aflevering van de vierdelige serie Fase 8: Femicide (170 min.) van Henk van der Aa en Jessica Villerius stapsgewijs door. Enkele geanonimiseerde vrouwen voegen daar hun eigen ervaringen aan toe, met een ex die wellicht in staat is tot vrouwenmoord.

Sinds 2014 worden er elk jaar ruim veertig vrouwen vermoord in Nederland, stelt Marieke Liem, hoogleraar Veiligheid en Interventies aan de Universiteit Leiden. Zij houdt al ruim tien jaar een femicide monitor bij. Ongeveer zestig procent van de slachtoffers, om en nabij de 25 vrouwen dus, wordt vermoord door hun huidige of ex-partner. Dat cijfer is niet onomstreden: soms lijkt het misschien alsof een vrouw zelf een einde aan haar leven heeft gemaakt, maar zijn er ook aanwijzingen dat er iets anders is gebeurd.

Layla, de zus van Laura van Zaal, is er bijvoorbeeld van overtuigd dat Laura begin 2024 is vermoord. De advocaat van de verdachte, haar ex-partner, brengt daar tijdens de rechtszaak tegenin dat dit ‘bevestigingsdenken’ is: zodra de term ‘femicide’ valt, kleurt die alle bevindingen rond een sterfgeval. Tegelijk is er die andere pijnlijke constatering: aan gevallen van femicide gaan volgens hoogleraar Marieke Liem doorgaans 33 tot 35 meldingen van huiselijk geweld vooraf. En toch is fase 8 onafwendbaar gebleken.

Voor Claudia is het bijvoorbeeld niet de vraag óf het ooit misgaat, zegt ze, maar wánneer haar ex toeslaat. Zij begint haar verhaal anoniem, maar besluit daarna om dit toch herkenbaar te doen. Wat heeft ze te verliezen? Behalve met slachtoffers en nabestaanden spreken Van der Aa en Villerius ook met rechtbankverslaggever Saskia Belleman, advocaat Richard Korver, forensisch psycholoog Madeleine Rijckmans, speciaal officier ‘femicide’ Berte van Heemst en Alfred Folkeringa, coördinator Zorg & Veiligheid bij de politie.

Ze laten ook enkele onherkenbaar gemaakte daders aan het woord. ‘Kijk, een man die z’n vrouw vermoordt, hij doet dat niet voor niks, hoor’, stelt Hannes, die is veroordeeld voor huiselijk geweld, bijvoorbeeld bijna vergoelijkend. ‘Daar zit echt iets achter.’ ‘Ruben’ zit al jaren in een TBS-kliniek. Hij heeft geen ex vermoord, maar een vrouw waarop hij zijn zinnen had gezet. ‘Dat wil ik hebben’, dacht hij toen ie haar zag. Zij wilde alleen geen relatie met hem. Terugdenkend aan zijn daad zegt Ruben letterlijk wat je met daders van vrouwenmoord associeert: als ik je niet mag hebben, dan mag niemand je hebben.

In de veelheid aan slachtofferverhalen en medewerking van enkele mannen zit ook de meerwaarde van deze interviewdocuserie, die is aangekleed met donkere shots en stemmige muziek. Femicide wordt zo in al z’n facetten behandeld, als het eindstation van een inktzwarte dynamiek. Het verhaal daarna, van hoe het leven verder gaat als je dochter, zus of moeder is vermoord, komt ook nog even aan de orde. Dit thema werd onlangs overigens ook behandeld in de indringende documentaire Blauwdruk, waarin vier vrouwen vertellen over de impact van de moord op hun moeder op hun eigen levens.

Uit deze en andere producties over dit veelbesproken onderwerp blijkt steeds weer: er is geen profielschets voor dé dader. Aan iemands uiterlijk, achtergrond of cultuur valt niet af te lezen of hij wellicht in staat is om datgene te doen wat iedereen vreest en verafschuwt. Zijn gedrag, vervat in die acht tragische fasen, zou wel voorspellende waarde kunnen hebben.

Predators

MTV

Oprah Winfrey omarmt het Candid Camera-achtige programma. Jon Stewart is eveneens enthousiast over het concept. En Jimmy Kimmel noemt de show gekscherend ‘Punk’d For Paedophiles’. To Catch A Predator is, als onderdeel van Dateline NBC, van 2004 tot en met 2007 een doorslaand succes op de Amerikaanse televisie. Zelden zal ‘trial by media’ bevredigender hebben gevoeld dan bij het te kijk zetten van deze volwassen mannen, die het hadden voorzien op onschuldige kinderen.

In elke aflevering wordt zo’n kerel met behulp van een ‘decoy’, een volwassene die dienst doet als lokaas en zich voordoet als een kind, naar een met verborgen camera’s uitgerust huis gelokt. Daar wacht presentator Chris Hansen al op hem. Hij ontmaskert het ‘roofdier’ voor het oog van de natie en probeert meteen een gesprek met hem aan te knopen. Buiten staat er dan al een arrestatieteam van de plaatselijke politie paraat, dat de pedo vervolgens met veel machtsvertoon in de boeien zal slaan.

Een kleine twintig jaar later probeert documentairemaker David Osit te vatten waarom ook hij destijds aan de buis gekluisterd zat als Hansen een perverseling op heterdaad wist te betrappen. Hij legt deze vraag ook voor aan etnograaf Mark de Rond. Die begint hardop te denken. ‘Hoe kunnen volwassenen zich zo walgelijk gedragen tegenover wat zij denken dat kinderen zijn?’ probeert hij de fascinatie te vatten in Predators (97 min.). En: ‘Waarom genieten wij er zo van dat zij op televisie worden vernederd?

‘Op dat moment stopt de tijd’, stelt De Rond. ‘Wat we in feite zien is hoe het leven van een ander eindigt.’ Via interviews met lokazen, politiemensen en officieren van justitie en met behulp van ruw materiaal van de uitzendingen en het navolgende politieverhoor neemt Osit nu een grondige kijk achter de schermen bij de ontmaskering van deze verdachten en hun confrontatie met presentator Chris Hansen. Politiewerk kwam, zo is al snel duidelijk, in dienst te staan van het maken van spraakmakende televisie.

‘Ik wil niet dat dit de rest van mijn leven ruïneert’, zegt een man bijvoorbeeld, die na zijn ontmaskering om therapie vraagt. Deze opnames hebben de montage niet overleefd, want dat was niet het doel van To Catch A Predator. Het programma wilde hem vooral portretteren als een beest, dat het best uit zijn lijden kon worden verlost. Hansens vaste gespreksopener ‘help me understand’ moest dus niet worden verstaan als een poging om de ander te begrijpen, maar als de start van een volkstribunaal. Tot het fout ging…

Daarmee eindigt de eerste akte van Osits film. In het vervolg sluit hij aan bij een verborgen camera-actie van een erfgenaam van Chris Hansen, een YouTuber die zich Skeet Hansen noemt. Dan maakt de documentairemaker zelf ook vuile handen, een bewuste keuze die nog eens wordt bestendigd met een scène waarin zijn eigen producer Jamie Gonçalves de verdachte een ‘quit claim’ probeert te laten ondertekenen, zodat hij ook in Predators herkenbaar in beeld mag. Skeet stelt die vraag helemaal niet.

In het laatste deel van deze documentaire haalt David Osit tenslotte Chris Hansen zelf voor de camera. Op z’n eigen YouTube-kanaal borduurt die nog altijd voort op zijn succesformule, met alle morele dilemma’s van dien. Osit wil die natuurlijk aankaarten, maar maakt er geen gemakkelijk volkstribunaal van – ook omdat hij als maker van true crime-achtige producties zelf evenmin brandschoon is. Bovendien heeft hij zo z’n eigen reden om juist Hansens programma te onderzoeken. En die geeft deze film extra lading.

Predators is intussen tot tweemaal toe volledig van karakter veranderd en voelt toch als een coherente vertelling, die steeds dieper in de thematiek verdwijnt en die tenslotte op een even logische als dramatische manier wordt afgewikkeld. Zonder gemakkelijke conclusies. Met oog voor zowel de slachtoffers als hun belagers. Een genuanceerde film die prikkelt, wroet en raakt. Één van de beste documentaires, kortom, van het jaar.

Sean Combs: The Reckoning

Netflix

Achter de schermen moet er iemand vuil spel gespeeld hebben. Omdat het doel de middelen blijkbaar rechtvaardigt – of omdat er genoeg geld op tafel is gekomen. Hoe dan ook: de beelden die Sean ‘Puff Daddy / P. Diddy’ Combs in september 2024 achter de schermen laat maken door een cameraman, als hij in New York zijn alsmaar benardere positie probeert te managen, zijn gelekt naar de makers van deze vierdelige serie. Tot woede van de megalomane entertainer en businessman zelf, die volgens mensen uit zijn omgeving een ‘God-complex’ heeft.

Want laat Sean Combs: The Reckoning (242 min.) nu net door Curtis James Jackson III, ofwel zijn aartsrivaal 50 Cent, zijn geproduceerd. Dat moet dus wel een lynchpartij worden volgens Team Diddy. Daarover later meer. Want ook dit verhaal begint bij het begin: Combs’ jeugd in Harlem, ’s mans opmars als hitproducent bij Uptown Records, de heldenstatus die hij verwerft met z’n eigen Bad Boy Entertainment en tenslotte de geruchtmakende oorlog tussen hiphoppers van de West- en de Oostkust, die halverwege de jaren negentig achtereenvolgens de rappers Tupac Shakur en The Notorious B.I.G. het leven kost en die hier nog eens dunnetjes wordt overgedaan.

Want ook daarin had Diddy, althans volgens Bad Boy mede-oprichter Kirk Burrowes, een sleutelrol. Nu is Burrowes, die zichzelf beschouwt als één de eerste facilitatoren van de hiphopmagnaat, ook al een hele tijd gebrouilleerd met Combs. Misschien kleurt dat zijn herinneringen, die zijn voormalige compagnon bepaald niet in een goed daglicht stellen. Dat is overigens ook een terugkerend thema in het leven van deze machtige man (en figuren zoals hij): zolang ze tot zijn entourage behoren, voelen veel bronnen nooit de aandrang om hem aan te spreken op zijn gedrag. Nu ze los van hem zijn gekomen en zijn macht en status tanende lijken, krijgt Combs alsnog van onder uit de zak.

Ook deze pijnlijk gedetailleerde en rijk gedocumenteerde miniserie van Alexandria Stapleton maakt met graagte gebruik van de docu-industrie die direct rond een gevallen ster wordt opgetrokken. Zo waren Combs’ jeugdvriend Tim ‘Dawg’ Patterson, producer Rodney ‘Lil Rod’ Jones en beveiliger Roger Bonds bijvoorbeeld ook al te zien in The Fall Of Diddy en draafden Patterson, alweer hij, en Al B. Sure! tevens op in Diddy: The Making Of A Bad Boy. Ditmaal krijgen ze ondersteuning en rugdekking van Diddy’s personal assistant Capricorn Clark, rapper Erick Sermon, gigolo Clayton Howard en beschadigde Bad Boy-artiesten zoals Mark CurryKalenna Harper en Aubrey O’Day.

Zij schetsen hem als een ongelooflijke controlefreak. Een man die alles wil bepalen en ook alles wil hebben, inclusief de vrouw van een ander. Zijn leven, zoals dit door Stapleton wordt opgetekend, is een aaneenschakeling van conflicten, geweld én seksueel misbruik. Dat begint al in 1991. Diddy’s collega Joi Dickerson-Neal zou door hem gedrogeerd en misbruikt zijn. En daarvan maakte hij naar verluidt een ‘obscene videoband’. Tijdens feestjes liet hij die zien op een groot scherm. Geëmotioneerd leest Dickerson voor de camera een brief voor die haar ouders in 1992, ruim dertig jaar voordat ze een aanklacht zou indienen, aan Seans ouders schreven.

Sean heeft nooit het verschil tussen goed en kwaad geleerd, stelt zijn jeugdvriend Tim Patterson dan. Hij werd thuis flink geslagen door zijn moeder Janice, keek op tegen zijn gangstervader Melvin en leerde dat alles geoorloofd is om te overleven en winnen. Dit is in zijn hele verdere levensloop, tenminste zoals die in Sean Combs: The Reckoning wordt neergezet, te herkennen. En dat brengt hem in 2006, halverwege aflevering 3, in het leven van Cassie Ventura. In het najaar van 2023 spant zij een rechtszaak tegen hem aan vanwege allerlei vormen van geweld. Er duikt zelfs een video op waarin zij door hem wordt mishandeld. Naar ‘t zich nu laat aanzien markeert die het begin van zijn einde.

Dat proces wordt inzichtelijk gemaakt met de gelekte beelden, waarover Team Diddy zich zo kwaad maakt, als hij in september 2024, enkele dagen voordat de rechtszaak tegen hem van start staat, de PR-machine in gang zet die de schade voor hem moet zien te beperken. En dan is hij, op een totaal verknipte manier, in zijn element. Deze serie – noem het gerust een lynchpartij, al heeft Diddy dan wel zelf de strop om zijn nek gedaan – zet een uitroepteken achter de ondergang van deze man, die lijdt aan een God-complex en ook anderen daaronder laat lijden. Als Sean Combs echter daadwerkelijk is wie hij zelf denkt te zijn, dan kan er natuurlijk altijd nog een wederopstanding komen.

El Monaguillo, El Cura Y El Jardinero

Nativo Cine / Biofilms

Het verhaal is overal min of meer hetzelfde. In Ierland, België óf Costa Rica. Een priester vergrijpt zich aan een onschuldig kind, dat geen idee heeft wat het overkomt. En als het slachtoffer zich dan toch meldt bij de kerk, wordt de zaak doorgaans zorgvuldig toegedekt. De misbruiker verdwijnt dan meestal stilletjes van het toneel – en kan zijn kwalijke praktijken veel te vaak elders gewoon voortzetten. En met een beetje pech is de zaak verjaard als ie alsnog aanhangig wordt gemaakt. In Costa Rica gebeurt dat al wanneer het slachtoffer achtentwintig wordt. Dan is hij of zij officieel tien jaar volwassen en zou de ergste zielenpijn blijkbaar geleden moeten zijn.

Anthony Venegas Abarca, die van zijn dertiende tot zijn zeventiende werd misbruikt door de priester Mauricio Víquez Lizano, laat ‘t er echter niet bij zitten. Als de verdorven geestelijke na een officiële aanklacht stiekem de wijk neemt naar Mexico, gaat hij erachteraan. Documentairemaker Juan Manuel Fernández volgt met draaiende camera in zijn kielzog, voor wat El Monaguillo, El Cura Y El Jardinero (internationale titel: The Altar Boy, The Priest And The Gardener, 87 min.) is geworden. Een film die al veel vaker is gemaakt, op allerlei plekken in de wereld, en vermoedelijk nog vaak gemaakt zal worden. Verhalen van misbruikte minderjarigen te over. 

Venegas’ slachtofferverhaal, en dat van een lotgenoot genaamd Josué Alvarado, klinkt pijnlijk herkenbaar. Als kwetsbaar kind, uit een gezin waar elk dubbeltje moest worden omgedraaid, kon hij een centje bijverdienen in de pastorie van Patarra. Venegas had geen idee waarmee – of met wie – hij zich zo inliet. En Víquez, tevens actief als professor theologie aan de universiteit, zag er geen been in om de financiële nood van een misdienaar of tuinhulp genadeloos te exploiteren. Met die ene verplichte boodschap erbij: mondje dicht. Niemand hoeft hiervan te weten. Gelukkig ziet God alles, denkt menigeen erachteraan, desnoods via deze documentaire.

Fernández volgt in deze Costa Ricaanse inzending voor de Oscars hoe het net zich uiteindelijk toch sluit rond de gevallen priester en hoe zijn slachtoffers hun dag in de rechtbank krijgen. Dat is de onvermijdelijke climax van deze rudimentaire observerende film, die vermoedelijk echter geen potten zal gaan breken bij de uitreikingen van de Academy Awards. Daarvoor volgt El Monaguillo, El Cura Y El Jardinero toch te trouw het vaste stramien voor dit soort aanklachtdocu’s. De film is vooral de weerslag van een belangrijk maatschappelijk proces, waarbij nu eens de katholieke kerk, liefst niet letterlijk overigens, met de billen bloot moet.

Slave Island

Periscoop Film

In de koloniale tijd stond het Indonesische eiland Sumba bekend om slavenmarkten, die werden gerund door adellijke families. Sumba kan echter nog steeds voor een Slave Island (93 min.) doorgaan. De Maramba, de plaatselijke ‘upper class’, bezitten ook nu nog huisslaven, de zogeheten Ata. Voor activist Jeremy Kewuan is dit een onverteerbare kwestie. Hij bijt zich vast in de benarde positie van deze bedienden/slaven en stelt die aan de kaak in deze schrijnende film, die hij maakte met Jimmy Hendrickx.

Kewuan bekommert zich in het bijzonder om de drie kinderen Witta, Rangga en Kedo. Zij worden beschouwd als het bezit van Meester Lucky, die tot de bovenklasse van het dorp Noha behoort. Hun gepijnigde blik en de littekens op hun lijf verraden de behandeling die hen al hun hele leven ten deel valt. Als afstammelingen van de slaven zijn Ata zoals zij in Lucky’s ogen, in tegenstelling tot fijnbesnaarde lieden zoals hijzelf, lomp en grof in de mond. ‘Het zijn mensen’, vertelt hij aan Kewuan. ‘Maar ze denken als dieren.’

 ‘Zie het niet als iets wreeds’, zegt de meester even later. ‘Als een kat iets verkeerds doet, geven we die ook een tik. Terwijl we er nog steeds van houden.’ Hij herhaalt: ‘Terwijl we er nog steeds van houden.’ Niet alleen katten krijgen dus geregeld een pedagogische tik. Ook bedienden, kinderen soms nog, worden zo nodig hardhandig gecorrigeerd. En als ze komen te overlijden, dan wacht een anoniem graf, bij het huis van hun meester. Sterker: als die overlijdt, gaan zij volgens de overlevering mee het graf in. Levend.

De hele gemeenschap weet van deze eeuwenoude praktijken, maar niemand op Sumba grijpt in. Het Robinson Crusoë-achtige eiland is van een bedrieglijke schoonheid, die door Kewuan en Hendrickx ook volledig wordt uitgenut. Een tropisch paradijs uit vervlogen tijden, met stiekem ook de slavenarbeid en mensenhandel die eeuwenlang goed gebruik waren. En Jeremy Kewuan moet behoedzaam manoeuvreren om zijn kritiek daarop bespreekbaar te maken, zonder dat hij Lucky tegen zich in het harnas jaagt.

Als het verlegen meisje Witta ineens verdwenen blijkt te zijn, lopen de gemoederen desondanks hoog op en beginnen ook de andere dorpelingen zich uit te spreken…