Janita Sassen / MAX / zaterdag 14 februari, om 20.25 uur, op NPO2
Bijna zestig jaar zijn ze nu bij elkaar. Boerendochter Jo en timmerman Jan uit Haaksbergen. Het Amsterdamse stel Gerard en Johan. En Fenny en haar Molukse echtgenoot Mesach uit woonoord Schattenberg in Drenthe. In deze uit het leven gegrepen documentaire van Geertjan Lassche getuigen ze, in de aanloop naar hun diamanten bruiloft, van hun Eeuwige Liefde (79 min.).
Die begon bij Jo en Jan met jarenlang verkering zonder ‘handtastelijkheden’. Dat deed je niet. Ze pasten ook wel op. Gerard kon intussen gewoon blijven slapen bij Johan, die van zijn hospita immers alleen ‘geen damesbezoek’ mocht ontvangen. En Fenny moest thuis flink ruziën over haar nieuwe liefde. Geen zwarten over de vloer, hadden haar ouders gezegd. Zij liet zich daardoor echter niet afschrikken.
Sindsdien is er veel veranderd en toch relatief weinig. Ze hebben geluk gekend en tegenslag. Ze zijn ouder geworden en kwetsbaarder. En ze hebben (klein)kinderen gekregen – of juist niet. En al die jaren, waarin ook het leven in Nederland veranderde, zijn ze samengebleven. Tot de dag, nu niet meer ver weg, waarop de burgemeester op bezoek komt om hen te feliciteren met hun zestigjarige huwelijk.
Die feestelijke gelegenheid vormt het vanzelfsprekende eindstation van een fijne film, waarin deze door de wol geverfde koppels, die elk een ander perspectief op liefde en leven belichamen, (proberen te) doen wat ze al zolang doen en ondertussen levenswijsheden delen, hun zegeningen tellen en een intiem inkijkje geven in wat het betekent om samen oud te worden. Tot de dood ook hen ooit zal scheiden….
Violet du Feng / VPRO / zondag 8 februari, om 22.40 uur, op NPO2
Regeren is vooruit zien. Maar hoever? Met de omstreden eenkindpolitiek probeerde China vanaf 1979 de geboortegroei te beteugelen. De voorkeur van aanstaande ouders was duidelijk: een jongetje. Zo’n tien jaar na het beëindigen van dit beleid zijn er ‘dus’ dertig miljoen meer mannen dan vrouwen in China. Vooral jongens uit de arbeidersklasse vissen daardoor nogal eens achter het net op de relatiemarkt. En door dit mannenoverschot/vrouwentekort (*) dreigt ook het geboortecijfer enorm te dalen.
Enter de populaire/aalgladde (*) datingcoach Hao. Volgens eigen zeggen heeft ie zo’n drieduizend klanten. ‘De meeste van mijn cliënten worden beschouwd als mislukkelingen’, zegt hij aan het begin van de zeer vermakelijke documentaire The Dating Game (90 min.) van Violet Du Feng. ‘Maar ook zij hebben recht op liefde.’ Hao neemt dus de single mannen Zhou (36), Li (24) en Wu (27) een week lang flink onder handen, zodat ook zij aan de vrouw geraken. Ze beginnen met een grondige make-over.
Want Hao’s werkwijze is te omschrijven als ‘strategische misleiding’. Hij ontdoet de ongewilde vrijgezellen van alles wat niet populair zou kunnen zijn en stuurt hen vervolgens geheel vernieuwd de straat op. Letterlijk. Ze moeten aantrekkelijke meisjes aanspreken en vragen of ze hun contactgegevens op WeChat mogen hebben. Zonder al te veel/ook maar enig succes (*). En als een meisje voor de verandering geen nee zegt, vergeet zijn klant ook nog om een gesprekje met haar, in real life dus, aan te knopen.
Hao stuurt z’n trainees tevens op golftraining. Want meisjes houden van golfende jongens. Toch? De aantrekken & afstoten-techniek die hij hen wil aanleren lijkt al even onsuccesvol. En dus spreekt hij hen, als een ervaren coach/goedkope amateurpsycholoog (*), aan op hun gedrag. ‘Je stilte verraadt dat je hart afgesloten is’, zegt hij bijvoorbeeld tegen Wu, die te midden van mannen is opgegroeid op het platteland en geen idee heeft hoe vrouwen denken. ‘Meisjes worden daar ongemakkelijk van.
Violet Du Feng kijkt mee hoe de matchmaker en zijn pupillen van de ene in de andere ongemakkelijke/grappige (*) situatie belanden en serveert die met zwier en lekkere muziek uit. Intussen dreigt Hao zelf uit de smaak te vallen bij zijn eigen geliefde Wen. De manier waarop haar echtgenoot zich profileert begint haar steeds meer tegen de borst stuiten. ‘Jij bent vergiftigd door die technieken’, bijt ze hem toe. Veel vrouwen zijn volgens haar helemaal niet alleen zo op uiterlijk gericht. Zij willen juist een man die authentiek is.
Sterker: ruim tien miljoen Chinese vrouwen verkiezen naar verluidt een virtuele dating game boven daten met een echte man. En dus wordt de nood steeds hoger, laat Du Feng zien. Chinese ouders ontmoeten elkaar bijvoorbeeld tijdens groepsbijeenkomsten om een partner te vinden voor hun volwassen kind. En de overheid organiseert grootschalige koppelevenementen. Tijdens een rollenspel kunnen de mannen zich dan als gewonde generaals laten verbinden door verpleegsters, de vrouwen. Met toiletrollen als verband.
Zulke grappige scènes, waarin de traditionele genderrollen nog eens worden bevestigd, kunnen/mogen (*) evenwel niet verhullen dat er echt wat op het spel staat. Want de geschiedenis wijst uit, vermeldt Violet Du Feng fijntjes aan het einde van The Dating Game, dat een overschot aan mannen doorgaans leidt tot politieke instabiliteit. Met alle gevolgen van dien.
Met terugwerkende kracht zijn de voorgaande zeven fasen vaak duidelijk te herkennen. Een gewelddadig relatieverleden, fase 1. Twee: love bombing. En de derde: dwingende controle. Gaandeweg ontspoort de situatie steeds verder. Al snel zijn de incidenten niet meer op de vingers van één hand te tellen. De laatste fase, nummer acht, kondigt zich dan al min of meer aan: dodelijk geweld.
Aan de hand van vierhonderd gevallen van partnerdoding constateerde de Britse crimonoloog Jane Monckton-Smith dat femicide zich doorgaans in acht opeenvolgende fasen voltrekt. De Nederlandse slachtofferadvocaat Ine Avontuur neemt ze in de tweede aflevering van de vierdelige serie Fase 8: Femicide (170 min.) van Henk van der Aa en Jessica Villerius stapsgewijs door. Enkele geanonimiseerde vrouwen voegen daar hun eigen ervaringen aan toe, met een ex die wellicht in staat is tot vrouwenmoord.
Sinds 2014 worden er elk jaar ruim veertig vrouwen vermoord in Nederland, stelt Marieke Liem, hoogleraar Veiligheid en Interventies aan de Universiteit Leiden. Zij houdt al ruim tien jaar een femicide monitor bij. Ongeveer zestig procent van de slachtoffers, om en nabij de 25 vrouwen dus, wordt vermoord door hun huidige of ex-partner. Dat cijfer is niet onomstreden: soms lijkt het misschien alsof een vrouw zelf een einde aan haar leven heeft gemaakt, maar zijn er ook aanwijzingen dat er iets anders is gebeurd.
Layla, de zus van Laura van Zaal, is er bijvoorbeeld van overtuigd dat Laura begin 2024 is vermoord. De advocaat van de verdachte, haar ex-partner, brengt daar tijdens de rechtszaak tegenin dat dit ‘bevestigingsdenken’ is: zodra de term ‘femicide’ valt, kleurt die alle bevindingen rond een sterfgeval. Tegelijk is er die andere pijnlijke constatering: aan gevallen van femicide gaan volgens hoogleraar Marieke Liem doorgaans 33 tot 35 meldingen van huiselijk geweld vooraf. En toch is fase 8 onafwendbaar gebleken.
Voor Claudia is het bijvoorbeeld niet de vraag óf het ooit misgaat, zegt ze, maar wánneer haar ex toeslaat. Zij begint haar verhaal anoniem, maar besluit daarna om dit toch herkenbaar te doen. Wat heeft ze te verliezen? Behalve met slachtoffers en nabestaanden spreken Van der Aa en Villerius ook met rechtbankverslaggever Saskia Belleman, advocaat Richard Korver, forensisch psycholoog Madeleine Rijckmans, speciaal officier ‘femicide’ Berte van Heemst en Alfred Folkeringa, coördinator Zorg & Veiligheid bij de politie.
Ze laten ook enkele onherkenbaar gemaakte daders aan het woord. ‘Kijk, een man die z’n vrouw vermoordt, hij doet dat niet voor niks, hoor’, stelt Hannes, die is veroordeeld voor huiselijk geweld, bijvoorbeeld bijna vergoelijkend. ‘Daar zit echt iets achter.’ ‘Ruben’ zit al jaren in een TBS-kliniek. Hij heeft geen ex vermoord, maar een vrouw waarop hij zijn zinnen had gezet. ‘Dat wil ik hebben’, dacht hij toen ie haar zag. Zij wilde alleen geen relatie met hem. Terugdenkend aan zijn daad zegt Ruben letterlijk wat je met daders van vrouwenmoord associeert: als ik je niet mag hebben, dan mag niemand je hebben.
In de veelheid aan slachtofferverhalen en medewerking van enkele mannen zit ook de meerwaarde van deze interviewdocuserie, die is aangekleed met donkere shots en stemmige muziek. Femicide wordt zo in al z’n facetten behandeld, als het eindstation van een inktzwarte dynamiek. Het verhaal daarna, van hoe het leven verder gaat als je dochter, zus of moeder is vermoord, komt ook nog even aan de orde. Dit thema werd onlangs overigens ook behandeld in de indringende documentaire Blauwdruk, waarin vier vrouwen vertellen over de impact van de moord op hun moeder op hun eigen levens.
Uit deze en andere producties over dit veelbesproken onderwerp blijkt steeds weer: er is geen profielschets voor dé dader. Aan iemands uiterlijk, achtergrond of cultuur valt niet af te lezen of hij wellicht in staat is om datgene te doen wat iedereen vreest en verafschuwt. Zijn gedrag, vervat in die acht tragische fasen, zou wel voorspellende waarde kunnen hebben.
Voor wie nog twijfelde of de spichtige man met die baard en dat lange haar, die in de openingsscène van Tortelduifjes 20 min.) een duif uit z’n kooitje haalt en met Amsterdamse tongval tegen het dier kletst, misschien ‘Dennis van de Dierenwinkel’ zou kunnen zijn, haalt Ester Gould direct zijn vaste bluesy muziekje uit de veelgeprezen serie Schuldig (2016) weer van stal.
Haar ontwapenende hoofdpersoon zet ondertussen een container en een plant buiten, zodat zijn zaak in de Amsterdamse Vogelbuurt weer open kan. Als de telefoon gaat, nadat hij ook de dieren in zijn winkel heeft begroet, neemt de man die zo’n tien jaar geleden een cultheld werd op vertrouwde toon op. ‘Dierenspeciaalzaak Ambulia’, klinkt ‘t, alsof de tijd heeft stilgestaan. ‘Goedemorgen, met Dennis.’
Alleen staat de vader van Dennis van den Burg niet meer achter toonbank. Die is enige tijd geleden overleden. Dat is heel snel gegaan. ‘Dus toen was het wel stil, ja’, constateert Dennis mismoedig. Een eenzaam bestaan lonkte. Totdat hij Swindey ontmoette. Op een vrijdagmiddag. In de winkel, natuurlijk. Zij was eenzaam en op zoek naar twee vogels. Ze vond een liefdevolle paradijsvogel.
Samen doen ze nu het hartverwarmende verhaal van hun late liefde, dat door Gould vanzelfsprekend is afgehecht met een sfeervolle soundtrack. Zingt Nick Cave daar bijvoorbeeld dat hij niet gelooft in een interveniërende God? Je zou er bijna (weer) van gaan geloven. Zoals ook de liefdevolle manier waarop de twee over elkaar vertellen – en hoe ze kijken als de ander dan spreekt – raakt.
‘O-o, wat ken een mens een sachte aap worden’, zegt Dennis zelf treffend in Tortelduifjes, als zijn liefde met Swindey definitief is bezegeld. Deze lekker onschuldige Schuldig-nabrander is dan al een kostbaar kleinood geworden voor de donkere dagen van het jaar. Een kerstverhaal, dat helemaal niet in december speelt en toch meer dan genoeg hoop en troost biedt voor een zalig uiteinde.
Ze zijn als pasgeboren baby’s wanneer ze Zuid-Korea binnenkomen, stelt Yujin Han, de oprichtster van het datingbureau LoveStorya in Seoul. Na twee jaar nog altijd slechts te vergelijken met peuters. En Noord-Koreanen hebben zeker negen jaar nodig om te kunnen worden vergeleken met een gewoon kind.
Zelf is Yujin eveneens afkomstig uit Kim Jong-uns totalitaire staat. Ze had vier pogingen nodig om de democratie aan de andere zijde van de zwaarbewaakte grens te bereiken. De matchmaker is inmiddels ook getrouwd met een man uit Zuid-Korea, Yurok Jin. Samen hebben ze twee kinderen. Hun Noord-Zuid huwelijk is een uithangbord voor haar werk – al is die relatie helemaal niet zo’n doorslaand succes als ie in eerste instantie lijkt voor de buitenwereld.
Noord-Koreaanse mannen willen naar verluidt vooral een dienstmeid. Zo zijn de verhoudingen in de communistische dictatuur. Voor hun vrouwen lijken de mannen uit Zuid-Korea dus een ‘match made in’, nou ja, ‘heaven’. Zij zijn, zo wil de volkswijsheid, zeer netjes, uiterst zorgzaam en welgemanierd. En deze ridders op het witte paard vinden het volgens Yujin dan weer fijn dat Noord-Koreaanse vrouwen een totaalpakket bieden: ‘een geweldige kokkin, een zorgzame moeder en een lieve schoondochter’.
In North South Man Woman (54 min.) volgen Morten Traavik en Sun Kim ook een koppel waarvoor Yujin heeft bemiddeld. Voor hun eerste afspraakje gingen Jaewu Jeong en zijn Noord-Koreaanse vrouw Hyoju Han, op initiatief van de ridder in kwestie, naar de gedemilitariseerde zone. Hij moest daarvoor wel tien uur achter het stuur zitten. Een hele zit. ‘Dat onze eerste date aan de grens tussen Noord en Zuid-Korea plaatsvond, was betekenisvol’, zegt Hyoju beleefd. ‘Een gedenkwaardige dag.’
Ze had haar geboorteland toen al zeven jaar niet gezien. Ondanks de geste van haar echtgenoot botert het duidelijk niet zo tussen het tweetal. Er was ook niet direct een klik – althans bij haar. Jaewu was wel direct enthousiast. ‘Wauw, die fee kan praten!’ dacht hij volgens eigen zeggen bij hun ontmoeting. Hyoju koos uiteindelijk echter eieren voor haar geld: deze man was dan misschien niet zo netjes, zorgzaam en welgemanierd als ze had gehoopt, hij kon haar wel een basis geven – en een kind.
Noord- en Zuid-Koreanen, zo blijkt steeds weer in deze afwisselend komische en schrijnende film, zien er misschien hetzelfde uit, maar zijn totaal anders gebakken. Die cultuurverschillen spelen hen parten. Ze zorgen voor vooroordelen, onbegrip en frictie. Traavik en Kim volgen hun hoofdpersonen gedurende vijf jaar en tonen hoe er in die tijd weer een grens tussen hen in komt te staan. Zij omkleden alle verwikkelingen met kleurrijk archiefmateriaal, treffende interactiescènes en een lekker plastic soundtrack.
Achter al die opsmuk komen gaandeweg ook steeds meer verhalen vanuit de totalitaire staat Noord-Korea vandaan: de hongersnood in de jaren negentig die onvoorstelbare aantallen inwoners het leven kostte, de heropvoedingslessen voor gewone Noord-Koreanen die de vlucht hadden gewaagd en de algehele wanhoop die post vatte in de burgerbevolking. Zulke ervaringen speelt een mens niet zomaar kwijt, laat North South Man Woman zien, die bepalen ook z’n relationele leven. Zeker als vrijheid en welvaart voor de ander vanzelfsprekend zijn.
Zij moet van hem toegeven dat ze zijn transitie moeilijk vindt. Sterre Mulder vindt dat alleen wel meevallen – ook al haat haar geliefde dan zichzelf. Ollie Launspach, de maker van Kus Kus Beng Beng (28 min.), wil via zijn vriendin zijn eigen proces weergeven. Zij wil echter ‘geen projectie’ van hem zijn, zegt ze.
In deze sprankelende korte film botsen de perspectieven van de twee geliefden regelmatig. Tegelijk is ook duidelijk dat ze verkikkerd op elkaar zijn én blijven. ‘Ik weet niet hoe ik je kan vertellen hoeveel ik van je hou’, schrijft Ollie in beeld. ‘Ik weet ook niet hoe ik je kan vertellen hoeveel ik mezelf verafschuw.’
‘Trans zijn is mislukken’, heeft hij dan ook al geconstateerd, in deze wervelende vertelling over liefde in tijden van verandering. Launspach zet de camera op z’n vriendin, laat Sterre testosteron-spuiten zetten en bestookt haar – en ons – met een wirwar van woorden: voice-over, vragen en dagboekteksten.
Totdat Sterre er schoon genoeg van heeft. In de tweede helft van deze egodocu, waarmee Launspach is afgestudeerd aan de Filmacademie, neemt zij het heft in handen met haar eigen woorden. ‘Als aasgieren singelen we om elkaars verhaal heen’, schrijft ze dan. ‘Jij maakt een film over mij en ik schrijf over jou.’
Alle elementen – Launspach heeft er ook nog homevideo’s, biootjes van de één over de ander en krasse muziek bij geklutst – ballen zich samen in een energieke, straf gemonteerde klap voor je kanis, die helemaal van deze tijd is.
Frank Dan Nørgaard Jørgensen is pas een maand weg bij zijn echtgenote Louise Larsen, de moeder van twee van zijn kinderen, als hij iets met Maibrit Wessel Busk Atydning krijgt. En zij woont dan nog samen met haar ex Mathias Wessel Busk. Terwijl hij iets heeft met Maibrit, begint Frank ook nog aan een relatie met de ruim tien jaar jongere Rikke Andersen.
Wanneer de drie Deense vrouwen ontdekken hoe de vork in de steel zit, beginnen ze druk te sms’en. En dan is de veertigjarige werkeman/charmeur uit Djursland op 14 juli 2022 plotseling verdwenen. Vier dagen later wordt zijn uitgebrande bus gevonden in het bos, vlakbij de hunebedden. In de plaatselijke supermarkt Min Købmand kunnen ze er niet over uit. ‘Zat hij nog in de auto?’
Nog dezelfde dag worden er op een boerderij in het dorp Nimtofte twee stellen opgepakt. Zij zouden achter een moordcomplot tegen Frank zitten. En dat wordt in de vierdelige true crime-serie Hestepigen Fra Helvede (Engelse titel: Horses & Hangmen, 165 min.) vervolgens stapsgewijs ontrafeld met enkele direct betrokkenen, twee misdaadjournalisten en de openbaar aanklager.
Zij leggen een web van intriges bloot – van aantrekken en afstoten, neuken en kinderen verwekken, bedriegen en bedrogen worden – dat nog heel wat gedoe zal veroorzaken. De filmpjes, foto’s en (geheime) geluidsopnames waarmee Christina Ehrenskjöld en Camilla Marie Nielsen alle verwikkelingen omkleedt zijn ontluisterend. Ze ontdoen de samenzwering van elke vorm van allure of sexappeal.
Dit is namelijk geen gezelschap nihilistische cokesnuivers uit Beverly Hills dat God noch gebod kent en zo uit een slicke Hollywood-thriller lijkt te zijn weggelopen, maar een stelletje uit de klei of stront getrokken plattelandstypes, die varkens houden, aan de weg werken of paarden fokken – en ondertussen, ogenschijnlijk zonder twijfel of wroeging, een brute moord beramen.
Geduldig loopt Faust met zijn gesprekspartners alle aspecten van deze onsmakelijke zaak door: het motief voor het misdrijf, de botte uitvoering en ronduit knullige afwikkeling ervan en tenslotte de rechtszaak waarin de één de ander voor de bus gooit – en de ander de één – en uiteindelijk alle puzzelstukjes op hun onwelriekende plek vallen.
Met haar vriendin in de spiegel heeft Wil een uitstekende verstandhouding. Zij begrijpen elkaar. Ze maken permanent oogcontact, genieten van hun koffie en lachen om precies dezelfde grapjes. Tegelijkertijd lijkt de oudere vrouw haar echtgenoot Hans, met wie ze al twee jaar in een camper Europa doorkruist, soms nauwelijks meer op te merken. Ze weet ook al enige tijd zijn naam niet meer. Hans houdt desondanks de moed erin. ‘Wil heeft lol en hele gesprekken met haar vriendin in de spiegel’, schrijft hij op hun Facebook-accountOns Campertje (70 min.), waarmee hij een alsmaar groeiende achterban op de hoogte houdt van zijn belevenissen met z’n vrouw Willemien.
‘Toen het gezegd werd dat Wil Alzheimer-dementie heeft, heb ik zitten huilen’, vertelt Hans Hanswijk aan documentairemaker Diny van Hoften. ‘En Wil heeft mij getroost, hoewel ze geen idee had waarom ik huilde’. Als oud-militair is Hans echter gewend om in oplossingen te denken in plaats van in problemen. Hij slaat alle adviezen van professionals dus in de wind en veegt ook de bezwaren van hun kinderen aan de kant. Hans koopt een camper. Samen zijn de echtelieden, die na bijna vijftig jaar nog altijd onafscheidelijk zijn, sindsdien permanent en route met hun rijdende thuis. ‘Voor ons samen is het beter als we reizen’, zegt Hans tegen hun casemanager. Dat geeft rust.
Van Hoften en haar crew reizen met hen mee naar Tsjechië, Spanje, Bulgarije, Griekenland en Duitsland, maar blijven daarbij volledig onzichtbaar. Als de spreekwoordelijke vliegen op de muur, in de krappe leefruimte van de camper waar Wil volledig is aangewezen op haar zorgzame echtgenoot – en hij, zo wordt steeds duidelijker, eigenlijk ook niet zonder haar kan. Hans moet er niet aan denken dat Willemien naar een verzorgingstehuis moet. Misschien ook wel omdat hij dan afscheid moet nemen van zijn eigen idee van een geslaagde oude dag, samen in een camper de wereld verkennen. Voorlopig kan hij zulke sombere gedachten over de toekomst parkeren.
Zo ontvouwt zich een zeer intieme roadmovie, die zowel de fraaie gebieden die het Nederlandse echtpaar bezoekt fraai in beeld brengt als de interactie – en de beperkingen daarvan – tussen Hans en Wil met veel empathie toont. Kalm observeert Ons Campertje, gestructureerd via de Facebook-berichten van Hans en aangekleed met een nostalgische soundtrack, het echtpaar dat de vlucht naar voren heeft gekozen. Waarbij het natuurlijk onvermijdelijk is dat de tijd hen ooit inhaalt. Tot dat moment modderen ze samen aan, zo goed en zo kwaad als dat gaat. Levend in reservetijd, gevangen in hun eigen vrijheid. Liefdevol, dat wel. En samen, niet alleen.
Richard Spencer heeft het ogenschijnlijk goed voor elkaar: een groot vrijstaand huis, een jaguar voor de deur en een ideaal gezin, met een knappe vrouw en drie dochters. Achter de voordeur is de spanning echter te snijden bij het Britse gezin. Totdat in 2021 ineens de politie voor die deur staat om een einde te maken aan het huiselijk geweld. En het is niet Richard die wordt ingerekend. Hij is juist het slachtoffer. Zijn echtgenote Sheree wordt aangehouden en naar het politiebureau gebracht voor verhoor.
In My Wife, My Abuser (90 min.) doet Spencer, ondersteund door agenten die de zaak destijds behandelden, zijn verhaal. Over hoe hij in het uitgaansleven een aantrekkelijke vrouw ontmoette die lekker sarcastisch uit de hoek kon komen. Richard was in de veronderstelling dat een schoonheid zoals Sheree nooit voor een jongen zoals hij zou kunnen vallen. Dat deed ze wel. Tijdens hun bruiloft in Thailand begon de ellende echter. En in de navolgende twintig jaar zou ‘t van kwaad tot erger gaan.
In deze tweedelige tv-docu maakt regisseur David Ward regelmatig gebruik van het bewijsmateriaal dat Richard op een gegeven moment ging verzamelen van de intimidatie, mishandelingen en vernederingen door Sheree – ook om zichzelf te beschermen tegen mogelijke beschuldigingen van zijn vrouw, die hem daarmee regelmatig onder druk zette. Deze verborgen camera-beelden en stiekeme geluidsopnames, met wel heel veel echo ingezet, onderstrepen zijn lezing van de feiten.
In het huiselijk geweld waarmee Richard werd geconfronteerd is een duivels patroon te herkennen: de excessen worden steeds heftiger, vaak aangejaagd door drankmisbruik. Omdat de man in dit geval nu eens niet de dader maar het slachtoffer is – in 2017 maakte Elena Lindemans overigens al de documentaire Vrouw Slaat Man over twee bewoners van een Nederlandse mannenopvang – lijkt dit met nóg meer schaamte gepaard te gaan dan sowieso al gebruikelijk is bij relationeel geweld.
Ward ruimt heel veel tijd in voor verhalen over en opnames van Shiree’s intimiderende gedrag en gewelddadige uitspattingen. Dat krijgt na verloop van tijd iets ongemakkelijks. Zoals ook de beelden van haar politieverhoor voyeuristisch aandoen. Naar de mogelijke achtergronden van Shiree’s gedrag blijft het dan weer gissen. Serieuze duiding ontbreekt. Wat zou een moeder kunnen bewegen om haar man, ten overstaan van hun drie kinderen bovendien, zo agressief te bejegenen?
My Wife, My Abuser lijkt echter vooral een omkering van het aloude ‘good women love bad men’-adagium te willen worden: good man, bad woman. En dat is, hoewel pijnlijk en schokkend, uiteindelijk toch nét iets te gemakkelijk.
Achteraf bezien was het volgens José van de Vliets broer Albert een veeg teken dat ze op die dag in 2012 haar vlucht miste. Want aan India had de 35-jarige Brabantse vrouw haar hart verpand. Met een eigen hulporganisatie probeerde ze leprapatiënten en minder validen te ondersteunen. Nu had José alleen helemaal geen zin om het vliegtuig in te stappen. Want hij ging ook mee, de man die haar leven al een hele tijd onmogelijk maakte en die er ook voor zou zorgen dat die vlucht naar India haar allerlaatste zou worden.
De vijfdelige docuserie Toxic (115 min.) van Nicole Theuns en Ricardo Paz Belvis is een eerbetoon aan het veel te korte leven van José van de Vliet (1976-2012), een reconstructie van hoe dat reislustige bestaan voorgoed werd ontregeld door haar relatie met de Limburgse controlfreak Remco en een overzicht van de gevolgen daarvan. Want, zoals wijlen Peter R. de Vries placht te zeggen: een moord kost meer levens. En dus bezweek José’s moeder Mien bijna onder haar gemis, verdronk haar echtgenoot zijn verdriet tot hij eraan kapot ging en moest hun zoon en José’s broer Albert, ofwel de bekende PSV-fan Appie, naar ‘agressieregulatietherapie’.
En ook haar vriendinnen Ellen en Anita zijn nog altijd lamgeslagen door wat hun maatje José op 21 maart 2012 is overkomen in de Indiase tempelstad Mahabalipuram. ‘Waarom heb je me niet in vertrouwen genomen?’ vraagt Ellen zich regelmatig af. ‘Waarom kon ik je niet helpen?’ Toch kwam dat drama aan de andere kant van de wereld, achteraf bezien, bepaald niet uit de lucht vallen. In 2010 was José al eens zonder bericht een half jaar in India gebleven, in plaats van de geplande zes weken. Later bleek dat ze in het ziekenhuis was beland, waarschijnlijk omdat ze door Remco was mishandeld. Pas naderhand vielen alle puzzelstukjes echter in elkaar.
Theuns en Paz Belvis hebben dit schrijnende familieverhaal opgeknipt in vijf hoofdstukken van ongeveer twintig minuten. Die ogen als een klassieke true crime-productie, met duistere beelden, een onheilszwangere soundtrack, de verplichte deskundigen (hoogleraar forensische psychologie Corine de Ruiter, voormalig cold case-rechercheur Leo Simaïs en forensisch patholoog Bela Kubat) én een archetypische engerd, die onherkenbaar in beeld wordt gebracht. Een man van wie het Anita al bij de eerste ontmoeting opviel hoe hij José claimde – al kan die herinnering natuurlijk ook een beetje zijn gekleurd door wat hij later heeft aangericht.
Vanaf aflevering 4 krijgt de miniserie ineens een ander karakter als de filmmakers namens de familie op onderzoek uitgaan en de hand weten te leggen op een deel van het oorspronkelijke politiedossier. ‘Sommige dingen zullen voor jou wel pittig zijn, denk ik’, waarschuwt Theuns dan José’s broer Albert, die vervolgens voor de camera wordt geconfronteerd met allerlei details van het misdrijf – niet héél subtiel – en daarna meer informatie over de dader krijgt toegespeeld. Een maand later vertrekt zij naar India om als een vrouwelijke variant op Peter R. de Vries zelf poolshoogte te gaan nemen en liefst ook Remco K. in beeld ter verantwoording te roepen.
Het wordt de tamelijk ongemakkelijke apotheose van een tragisch verhaal over een toxische relatie die op de ergst denkbare manier is geëindigd.
Het was nu niet direct liefde op het eerste gezien toen Linda Riss in september 1957 Burton Pugach ontmoette. Ze hield de boot af toen hij haar, een lookalike van Elizabeth Taylor, overlaadde met rozen. Enkele dagen later ging Linda, die eruit zag als een flirt maar volgens vriendinnen in werkelijkheid heel braaf was, toch overstag. Voor een ritje in zijn… vliegtuig.
Samen met vrienden, collega’s, journalisten en deskundigen vertellen de twee tortelduifjes vijftig jaar later het brisante verhaal van hun Crazy Love (91 min.). Hij, de man die het breed kon laten hangen, was stapelverliefd op haar. En zij was op haar beurt best onder de indruk van de playboy, die graag liet zien dat hij een man van de wereld was. Burt was alleen wel getrouwd. En zij wilde pas seks als ze zelf getrouwd waren.
Toen het daarna helemaal misging tussen Linda en Burt, kreeg hij volgens eigen zeggen ‘primitieve gedachten’. In de trant van: als ík haar niet kan hebben… De onverbeterlijke charmeur nam z’n toevlucht tot een wanhoopsdaad, die de loop van hun levens voorgoed zou veranderen – en waardoor ze meteen het favoriete stel werden van de roddelpers, die in chocoladeletters uitpakte over hoe liefde letterlijk blind kan maken.
Met fraaie zwart-wit foto’s, ronkende krantenkoppen en een nostalgische soundtrack tekenden Dan Klores en Fisher Stevens in 2007 deze onnavolgbare liefdesgeschiedenis op. Over twee mensen die blijkbaar tot elkaar veroordeeld waren. Haar gedrag en keuzes bleven voor menigeen volstrekt onbegrijpelijk, terwijl het tegelijkertijd heel begrijpelijk was dat hij in de tabloids werd uitgeroepen tot ‘America’s most horrible husband’
En dan hadden zelfs die waarschijnlijk niet kunnen voorzien dat ook deze oude vos wel z’n haren zou verliezen, maar niet z’n streken. Evangeline Borja, 27 jaar jonger, kon ervan getuigen. In 1996, bijna veertig jaar later, zou ook zij de donkere kant van Burton Pugach leren kennen. ‘Ik mag Burt echt heel graag’, zegt zijn vriend Bob Janoff daarover. Waarna hij er lachend aan toevoegt: ‘Echt waar! Ze zeggen dat zelfs Hitler vrienden had.’
Met zulke vrienden heb je geen vijanden meer nodig. Of Pugach een soort slachtoffer van zijn eigen obsessies was of toch ‘gewoon’ een psychopaat, valt op basis van deze bedrieglijk nostalgische film nauwelijks te zeggen. Hij oogt als een goedmoedige oude baas, met een vrouw die hém het leven zuur maakt. Zoals schijn nu eenmaal kan bedriegen. Ook bij deze Crazy Love, die vast niemand echt gelukkig heeft gemaakt.
‘Tot de dood ons scheidt’ wordt in Iran, met goedkeuring van de sjiitische geestelijk leiders, soms vervangen door ‘tot het einde van onze overeenkomst’. Tijdelijke huwelijken, ofwel ‘Sigheh’, vormen voor Iraanse mannen een ideale oplossing voor als hun vrouw ziek is, een kind draagt of sowieso niet zoveel zin heeft in seks. Want anders vraag je er, stelt ayatollah Qara’ati tijdens z’n tv-praatje, bijna om dat ze een prostituee bezoeken. En op ‘normaal’ overspel staan ferme straffen.
Als er dan een kind voortvloeit uit zo’n tijdelijke verbintenis, aan strikte voorwaarden verbonden natuurlijk, dan komt dat geheel voor rekening van de moeder in kwestie – al kan de verwekker ervan zijn zoon of dochter vanaf het zevende levensjaar nog altijd opeisen. Tot die tijd wordt zo’n kind beschouwd als een bastaard en kan het, zonder officiële erkenning van de vader, geen geboortebewijs krijgen. Zodat het net als andere Iraanse kinderen naar school mag.
In die positie bevindt Nila Rahmati uit de heilige stad Mashad, een schattig meisje dat houdt van schilderen, vliegeren en het maken van filmpjes, zich al haar hele leven. En haar moeder Leyla Biouk, de hoofdpersoon van deze film van de Iraans-Duitse maakster Niloufar Taghizadeh, leeft al die tijd tussen hoop en vrees. Haar lot ligt in de handen van Nila’s vader, die gedurende de jaren nog wel vaker een tijdelijk huwelijk blijkt te hebben gesloten en weinig aanstalten maakt om z’n dochter te erkennen.
Nilas Traum Im Garten Eden (Engelse titel: Nila’s Dream In The Garden Of Eden, 97 min.) is de tamelijk rommelige weerslag van Leyla’s pogingen om officiële erkenning voor haar dochter te krijgen – en voogdijschap voor haarzelf. Taghizadeh, een voormalige klasgenoot van moeder, bivakkeert met de camera gedurende langere tijd aan haar zijde. In het openbaar moet ze meestal stiekem filmen, op andere momenten steekt ze Leyla en haar dochter ook de helpende hand toe.
En dat kunnen zij goed gebruiken in de wirwar van gebeurtenissen, procedures en emoties die op hen wacht. In een Iraanse variant op Kafka, waarin vrouwen eigenlijk altijd aan het kortste eind trekken, worden Leyla en haar kind tot het uiterste getest – en moeten ze zich ook Nila’s biologische vader nog van het lijf houden.
‘Goed zo, stop maar’, zegt de voormalige dansleraar Han de Bra tegen het oudere echtpaar dat aan hem laat zien dat ze het dansen nog altijd niet is verleerd. ‘Wat kom je eigenlijk doen?’ grapt hij. ‘We hebben de schwung eigenlijk niet meer zo’, antwoordt Mies Maas opvallend serieus. ‘Het is een beetje stijvig.’
Nadat Mies als zestienjarig meisje op dansles was gekomen bij ‘meneer De Bra’, vroeg die aan haar of ze ook op woensdagmiddag wilde komen. Sommige jongens hadden namelijk nog geen danspartner. En daar ontmoette Mies, in 1959 alweer, haar echtgenoot Ben. Voor hem was het hartstikke mooi dat ie zo zomaar in aanraking kwam met ‘de andere kunne’. Sindsdien zijn de twee onafscheidelijk, ruim 56 jaar getrouwd inmiddels. ‘Mijn relatie met Ben?’ zegt Mies glunderend. ‘Vlinders in mijn buik. Ja. Dat gebeurt nog wel eens.’
In de fijne korte documentaire De Laatste Dans (15 min.) laat Marieke de Bra nog twee andere echtparen aan het woord, die elkaar hebben ontmoet in de dansschool van haar ouders in Roosendaal. Dansschool De Bra, gevestigd aan de Stationsstraat, sloot in 2019 na 83 jaar z’n deuren. In een replica van de school, nagebouwd in 2022, ontvangt Marieke nu koppels die daar, (mede) door het dansen, verliefd werden op elkaar. De aanrakingen, het samenwerken en de omgang bleken een voorportaal naar veel meer.
Ergens op die Roosendaalse dansvloer sloeg in 1969 bijvoorbeeld de vonk over tussen Andrien en Ria Schrijvenaars. Twee jaar later was het opnieuw raak bij Coby en Cees van Ginneken. Terwijl ze deze paren op die vloer nog eenmaal toevertrouwt aan de kennersblik van haar vader Han, vraagt Marieke, die eerder ook al allerlei danskoppels uit de school van De Bra fotografeerde, hen naar het geheim van een (gelukkige) relatie voor het leven. En hoe kijken ze eigenlijk aan tegen de laatste dans?
Het is een eenvoudig concept, dat echter prima werkt. Via de quickstep of cha-cha-cha tonen de stellen zichzelf en elkaar, hun verhalen doen vervolgens de rest. Samen leven is immers als een dans: elkaar goed vastpakken, hetzelfde ritme vinden, de ander een beetje ruimte geven en dan lekker op gevoel doorgaan tot de muziek stopt.
Met zijn camera bivakkeert hij voortdurend in de schemerzone van het bestaan. Als Roy Dames niet is te vinden in Willems Kantine, rondhangt met zijn Foute Vrienden of de strijd aangaat met randfiguren zoals Emile Ratelband, Frank Masmeijer of Rob Scholte, dan filmt hij wel met de vrouwen die ooit hun brood verdienden op de inmiddels gesloten tippelzone in Rotterdam.
Dat resulteerde in 2000 in de rauwe docuserie Meiden Van De Keileweg, met een ongefilterde kijk in de levens van verslaafde vrouwen die hun lichaam verkochten ‘voor een snuif, een base of een shot’. Een kwart eeuw later pakt Dames de draad weer op in Meiden Van De Keileweg. 25 Jaar Later (144 min.), om te kijken hoe ‘t nu met de vrouwen gaat, hoe zij destijds in de straatprostitutie zijn beland en hoe het dagelijks leven daar – in dat hellehol van junks, pooiers en hoerenlopers – nu eigenlijk was.
Lieke zorgde in de oorspronkelijke serie voor enkele onvergetelijke scènes (die sommige mensen nochtans graag zouden vergeten) en is opnieuw van de partij. Ze lijkt clean en woont in een gewoon rijtjeshuis, ergens in Oost-Brabant. Tegelijkertijd heeft ze heel wat te stellen met haar veel jongere vriend Mike. Terwijl Lieke Dames een inkijkje in haar ziel en verleden geeft, vechten de twee vechten als kat en hond. Roy Dames filmt dan gewoon door, ook als de ruzies volledig ontsporen, niet alleen fysiek.
Het leven van Sonja lijkt inmiddels in rustiger vaarwater te zijn gekomen. De vrouw die 25 jaar geleden oogde als een menselijk wrak – graatmager, verwilderde blik in de ogen en nauwelijks een tand in haar mond – zit er tegenwoordig netjes bij, in een opgeruimde woning. Als BDSM-meesteres lijkt ze bovendien verzekerd van een stabiel inkomen. Toch kijkt Sonja met een zekere romantiek terug op de Keileweg, waar ’t volgens haar, op z’n heel eigen manier, ook wel gezellig was. De vrouwen probeerden er te zijn voor elkaar.
Huismoeder Wendy, ook allang afgekickt, heeft soortgelijke gevoelens. De onderlinge kameraadschap op de Keileweg was volgens de immigrante uit de Dominicaanse Republiek, die overigens niet in de oorspronkelijke reeks zat, werkelijk onbetaalbaar. Op de tippelzone voelde ze zich thuis. En dat is minder vreemd dan ‘t lijkt. Als Wendy uitweidt over haar jeugd, waarin geweld en misbruik bijna vanzelfsprekend waren, is het bijna de vraag waar ze anders terecht had moeten komen dan op een soort Keileweg.
Christel tenslotte leeft in geleende tijd. Ze is ernstig ziek. En de man die haar uit het wereldje haalde, een voormalige klant, is inmiddels ook al enkele jaren dood. Door zijn overlijden moest ze tevens hun huis verlaten. Daar heeft ze nog altijd geen vrede mee. In de rug gedekt door een draaiende camera gaat Christel verhaal halen bij zijn familie. En Roy Dames sluit ook aan als ze zich alsnog probeert te verzoenen met haar vader. Die wil daar niets van weten. Hij heeft al lang en breed afscheid genomen van zijn dochter.
Zo bevat deze vierdelige update met de vrouwen van de Keileweg opnieuw een aaneenschakeling van schrijnende verhalen. Over een traumatisch verleden, vervat in nog altijd schokkende beelden, dat vaak al lang vóór die tippelzone begon en waaraan nauwelijks valt te ontsnappen. En een heden dat niet altijd héél veel beter is dan die periode op straat. De aanwezigheid van een camera – van Dames en/of zijn rechterhand Sven Jacobs – helpt ook niet: conflicten lijken eerder en heftiger te escaleren.
Daarmee krijgt ook deze wat fragmentarische miniserie soms een ranzige realityfeel en een trieste ondertoon – hoewel de meiden er, ondanks alle beschadigingen die ze hebben opgelopen, wel degelijk het beste van proberen te maken.
‘Dena, wat heb je nu weer gedaan?’ vraagt haar moeder, als ze ziet wat haar volwassen dochter in haar eigen huis heeft aangericht met een honkbalknuppel. De vader van Dena Holmes brengt het ernstig gewonde slachtoffer naar het ziekenhuis, terwijl moeder direct begint met het schoonmaken van de woning. Even later zijn alle bloedsporen weggepoetst. En het slachtoffer, Dena’s eigen echtgenoot, wil bij nader inzien toch geen klacht tegen haar indienen bij de Britse politie.
Het is een bizar tafereel, aan het einde van de tweede aflevering van Black Widow (135 min.), een driedelige docuserie van Paula Wittig over een Britse vrouw die daadwerkelijk een zwarte weduwe mag worden genoemd. Dena windt mannen moeiteloos om haar vinger en brengt ze vervolgens, als een rasmanipulator, in de meest onmogelijke posities. Alsof ze daadwerkelijk hun leven vergiftigt. Het zijn verhalen die door allerlei getuigen moeten worden bevestigd. Anders waren ze nauwelijks te geloven.
Het begint in deze serie met Julian Webb, een 31-jarige Brit die in juni 1994 ineens blijkt te zijn overleden. Zijn moeder Rosemary kan niet geloven dat hij zelf een einde aan zijn leven heeft gemaakt – ook al houdt zijn echtgenote staande dat Julian een overdosis medicijnen heeft ingenomen. Deze Dena heeft tot dusver geen geluk gehad in de liefde. Haar vorige echtgenoot Lee Wyatt heeft haar meermaals mishandeld en is nu al enige tijd spoorloos. Welke rol speelt hij in dit ongelooflijke drama?
Met Dena’s slachtoffers schetst Wittig een op het eerste oog tamelijk onopvallende femme fatale. Bij Dena lijkt liefde – of wat daarvoor moet doorgaan – altijd uit te monden in ‘coercive control’, een vorm van psychologische oorlogsvoering waarmee haar geliefde wordt gereduceerd tot een zielig hoopje mens. Dood of levend. En Dena haalt alles uit de kast om haar doel, to-ta-le onderwerping, te verwezenlijken. Van de Ierse maffia tot emigreren naar Florida en een terminale vorm van kanker.
Black Widow, slinks opgebouwd, inventief vormgegeven en voorzien van gelikte reconstructiescènes, tekent de onwaarschijnlijke geschiedenis van deze parasietachtige vrouw, die zichzelf helemaal verliest in ‘dwingende controle’ adequaat op, maar heeft als psychologisch portret zo z’n beperkingen. Want waarom zuigt Dena eigenlijk al die mannen leeg? Wat beoogt ze daarmee? En waarom heeft ze steeds nieuwe slachtoffers nodig? Daarnaar blijft ’t toch enigszins gissen.
Als er voor zulke vragen al bevredigende antwoorden bestaan…
‘Hoe gelukkig bent u, naar uw mening, op een schaal van nul tot en met tien?’ vraagt Amber Kumar Gurung, in zijn hoedanigheid van Agent Of Hapiness (90 min.), namens de Bhutanese overheid aan een jonge man die in een dorp in het Himalaya-gebergte hout staat te hakken. ‘Ik ben op dit moment gelukkig omdat ik nu in mijn dorp ben’, antwoordt die. Hij is blij dat ie terug is van enkele jaren studeren in de stad. ‘Hier in mijn dorp heb ik het gevoel dat ik begrijp wat het ware geluk is.’
Op de geluksindex – waarop cijfers zijn ingevuld voor de topics woede, aantal ezels, vergevingsgezindheid, saamhorigheidsgevoel en tevredenheid – scoort de geënquêteerde uiteindelijk een geluksniveau van negen. ‘Dat was een gelukkig man’, constateren Amber en zijn collega Guna Raj Kuikel als ze wegrijden uit het dorp, op weg naar nieuwe inwoners om te bevragen. Samen met 73 andere ‘geluksagenten’ zijn de twee door de koning van Bhutan op pad gestuurd om het ‘Bruto Nationaal Geluk’ vast te stellen. Zodat dit daarna met gericht beleid kan worden verhoogd.
De enquêteurs hebben 148 vragen meegekregen, in negen verschillende categorieën. Vragen als hoe bang of jaloers bent u op een schaal van nul tot tien?. Maar ook: hebt u een trekker, grondfrees of geit? Trouw noteren Amber en Guna alle antwoorden. Of ze zo daadwerkelijk een beeld krijgen van hoe gelukkig hun landgenoten zijn, blijft de vraag. Ze krijgen in elk geval heel persoonlijke verhalen te horen. Van een man die 108 gebedsvlaggen heeft geplant voor zijn overleden vrouw bijvoorbeeld. Het zorgelijke meisje, met een moeder die te veel drinkt. Of de transvrouw die optreedt in een bar.
Ze ontmoeten ook een rijke boer met drie vrouwen. Hij schat z’n eigen geluk in op tien. ‘Hoe gelukkig is uw eerste vrouw?’ vraagt Amber het viertal. ‘Als ze niet volkomen gelukkig was, zouden we niet zo samenleven’, antwoordt hij direct. ’Ze is gelukkig, want zelfs al ben ik niet mooi en zij niet knap, ik zal altijd voor haar zorgen.’ De vrouwen doen er verder het zwijgen toe. Als hun echtgenoot uit de buurt is, komen ze echter los. ’Als we goed voor hem zijn, is hij geweldig. En anders is hij verschrikkelijk.’ Samen zijn ze ’t overigens wel goed eens. ‘Wij drieën hebben het geluk bij elkaar gevonden.’
Intussen heeft Amber Kumar Gurung zelf ook geluksissues in deze fijne kalme film van Arun Bhattarai en Dorottya Zurbó. Hij is inmiddels boven de veertig, maar woont nog altijd bij zijn oude, fragiele moeder. Hoog tijd om spijkers met koppen te slaan tijdens het daten. Amber heeft alleen één duidelijk minpunt: hij is z’n staatsburgerschap kwijt. Na een etnisch conflict in Bhutan is hem dat in de jaren negentig ontnomen, als kind van twee. Hij realiseert zich dat hij daardoor geen goed huwelijksmateriaal is. Als Amber een jonge vrouw ontmoet, hapt hij dan ook veel te gretig toe.
Via de aandoenlijke enquêteur en de gewone inwoners die hij in alle uithoeken van Bhutan ondervraagt, tekenen Bhattarai en Zurbó het leven op in het fraaie en uitgestrekte ‘Land van de Donderdraak’. De meeste Bhutanezen moeten met weinig genoegen nemen en proberen desondanks, ieder op z’n eigen manier, het geluk te vinden. En de Koning houdt in de gaten of dat een beetje wil lukken.
Toegegeven: het woord ‘catfish’ zet de meeste kijkers al behoorlijk op het spoor. En met de wijsheid achteraf is het natuurlijk gemakkelijk oordelen. Kiran Assi, een marketeer van Keniaanse komaf uit West-Londen, stapt alleen wel héél naïef in haar relatie met Bobby Jandu, een man die eveneens afkomstig is uit de lokale sikh-gemeenschap en die ze dan al enkele jaren niet heeft gezien. Na een heftig schietincident in Kenia is hij, zwaargewond, opgenomen in een getuigenbeschermingsprogramma te New York. Ze kan hem dus niet ontmoeten. Hun enige contact verloopt via een net aangemaakt Facebook-account, waarbij ze hem, vanwege veiligheidsmaatregelen natuurlijk, ook nooit mag zien. Trouwplannen laten desondanks niet lang op zich wachten.
Dit klassieke good-woman-loves-bad-man verhaal – een verhaal is ‘t, overduidelijk; een gepolijste versie wat er zich waarschijnlijk echt, min of meer dan, heeft afgespeeld – heeft z’n geloofwaardigheid dan al een heel eind verloren. Het is overigens ook al eens eerder uitgeserveerd door Kiran, tevens radiomaakster, in de podcast Sweet Bobby, waarop deze docu-light van Lyttanya Shannon dan weer is gebaseerd. De liefdesgeschiedenis die zo idyllisch is begonnen – natuurlijk, zegt diezelfde sceptische stem, de hoofdpersonen van dit soort producties beleven altijd gróte liefdes en belanden nooit in suffe relaties – krijgt gaandeweg een naargeestig karakter. Bobby blijkt – verrassing! – een onvervalste creep en natuurlijk niet de man die hij zei te zijn.
Sweet Bobby: My Catfish Nightmare (82 min.) heeft zich dan al lang en breed gepositioneerd tussen Catfish-achtige hap-slik-weg producties zoals The Tinder Swindler, Bad Vegan en The Puppet Master. Een gecompliceerde en tegelijk vederlichte vertelling over een jonge vrouw die zich op onnavolgbare wijze – en eerlijk gezegd toch vrij voorspelbaar – door een rasmanipulator in de luren laat leggen. Een beetje oplettende kijker ziet de ontknoping eigenlijk al wel een tijdje aankomen. Na afloop weet die desondanks nauwelijks wie of wat ie werkelijk heeft gezien. Want sommige personen in de docu zijn vanwege privacyoverwegingen vervangen door acteurs. Maar om wie ’t precies gaat en wat dit dan betekent voor het verhaal dat ons is voorgeschoteld?
Kiran Assi wordt als hoofdrolspeelster intussen ook nadrukkelijk opgezet als een personage: de sikh-vrouw van dik in de dertig – aantrekkelijk en tot spijt van haar familie toch nog altijd ongehuwd – die nu eindelijk eens aan de man wil en die zich vervolgens negen jaar lang aan het lijntje laat houden door een kerel die ze nooit te zien krijgt. Het lijkt soms bijna alsof ze zichzelf acteert in het gelikte Catfish-verhaal dat hier van haar leven wordt gemaakt – en dat ze, daarvoor hoef je ziener te zien, nog héél vaak zal vertellen.
‘Ik identificeer mij als een meisje of een vrouw’, begint Peter ‘Musa’ van Maaren het kennismakingsgesprek waarmee hij zijn les ‘culturele, religieuze en seksuele diversiteit’ voor leerlingen van de basis- en middelbare school opent. De meisjes uit de kring staan op. En de jongens kijken toe. Volgende stelling: ‘anderen zien mij als een meisje of een vrouw.’ Verbazing alom. Want Peter staat zelf ook op. ‘Écht?’ vraagt de jongen naast hem. ‘Ja’, antwoordt Peter. ‘Ja, dat kan.’ Volgende stelling: ‘ik geloof in een God.’ En ook dan staat Peter op. Hij is moslim.
In de korte documentaire Ik Zeg Je Eerlijk (24 min.) volgt Eva Nijsten wat Van Maaren te weeg brengt bij verschillende groepen pubers. Haar film is opgebouwd uit verschillende kringgesprekken, waarbij net zo vaak luisterende jongeren in beeld zijn als degenen die het woord nemen of krijgen. Onderwerpen als zoenen (voor de huwelijksnacht), internetporno en geaardheid passeren de revue. Op gezette tijden toont Nijsten bovendien als intermezzo wat er zoal op schoolmuren is geschreven, gekalkt of gekerfd. Grappige, seksueel getinte of onverdraagzame tekeningen of boodschappen.
Halverwege confronteert Peter van Maaren de diverse groepen jongeren met zichzelf: als kleine katholieke jongen was Petertje verliefd op Zwarte Piet. Later als tiener had hij ‘voor de schijn’ verkering met Monique. Totdat haar ouders eens een avondje weg waren…. ‘Ik was gewoon een vette homo’, vertelt hij over die tijd, zonder omhaal van woorden. ‘Maar ik probeerde wel hetero te worden.’ Het noopt een islamitische jongen, rechts van hem, tot een reactie: ‘De dingen die u nu doet is allemaal voor niks’, zegt die gedecideerd. ‘Want homo is niet geaccepteerd in de Islam.’
Peter van Maaren lijkt echter niet op zoek naar de confrontatie. Hij blijft de dialoog aangaan, op zoek naar verbinding. En daarmee lijkt hij de meeste tieners – en vast ook het leeuwendeel van de kijkers van deze boeiende gespreksfilm – wel te kunnen ontwapenen.
‘Relatie-oriëntatie…’, leest Veronique voor vanaf haar laptop. ‘Je kan maar één ding aanklikken’, zegt ze tegen haar partner Juan. ‘Open minded, swinger, polyamoreus of monogaam.’ Samen zijn ze op zoek naar een man-vrouw. Hij heeft alvast een tekstje bedacht voor een contactadvertentie. ‘Leuk en ondeugend stel is op zoek naar een ander leuk en ondeugend stel – of een single vrouw.’
Veronique, die als enige niet herkenbaar in beeld wordt gebracht in deze documentaire van Jesse Bleekemolen, heeft al dertien jaar een relatie met de zestiger Juan. Bij eerdere relaties heeft ze gemerkt dat ze na een jaar of twaalf steeds behoefte kreeg aan een ander. Veronique zou daarom nu wel eens ‘een fijne ontmoeting met alles wat op dat moment respectvol is’ willen uitproberen.
Waar Veronique en Juan op latere leeftijd nog aan het begin van hun swingersbestaan staan, hebben de twee andere stellen uit Samen Vreemdgaan? (62 min.) al beduidend meer ervaring. De twintigers Jolieke en Casper, die al zeven jaar een relatie hebben, maken zich op voor een SpicyMatch-vakantie op Sicilië. En Mendy en Jelle zijn inmiddels zelf feesten voor swingers van onder de veertig gaan organiseren.
Bleekemolen bespreekt met hen allerlei aanverwante thema’s. Van de schaamte, jaloezie en onzekerheid die kunnen opspelen bij bezoeken aan parenclubs of swingersdates tot afspraken, grenzen en biseksualiteit. Geen onderwerp lijkt taboe, zonder dat het ongemakkelijk of juist té gemakkelijk wordt. Voor de stellen is swingen simpelweg de relatievorm die hun voorkeur heeft.
Mendy vergelijkt swingen met een vakantiewoning. ‘In je eigen huis kan je harstikke leuk wonen’, zegt ze nuchter. ‘Maar soms wil je effe gewoon in een andere omgeving zitten.’ Swingen is voor Jelle en haar niets minder dan een ‘way of life’ geworden. Doordat ze nu feesten organiseren, zijn ze zelf alleen minder in de gelegenheid om te swingen. Want dat die je nu eenmaal niet op je eigen party.
Samen Vreemdgaan? volgt hoe de twee zo’n feest voorbereiden, maar reist ook mee naar het swingende Sicilië en volgt Juan en Veronique bij hun eerste bezoek aan een parenclub. Dat is niet direct een succes. Hij ziet ’t wel zitten, maar zij is duidelijk nog niet zover. Als ze vervolgens thuis een ander stel uitnodigen, waarschuwt Veronique hem meteen: het wordt zeker niet meteen ‘een honkiebonkie doen’.
Met sfeerimpressies van swingers in actie – niet braaf gefilmd en gemonteerd, maar zeker ook niet ranzig – en intense danssequenties brengt Jesse Bleekemolen de documentaire op temperatuur. Waarna hij tot slot nog bij zijn hoofdpersonen aftast wat dat swingen voor hen betekent. Het gaat niet louter om seks, maar ook om escapisme en (zelf)vertrouwen.
‘Lief dagboek, ik vond het hotel eerst vreselijk’, leest Manon van Eijk voor uit wat ze als meisje neerpende tijdens die vakantie op een all inclusive resort in het buitenland. ‘Nou, ik zat er he-le-maal naast. Ik heb het reuze naar mijn zin. En het animatieteam is geweldig. Ze zijn echt zooo knap.’
Één van die jongens, de leider van het team, zag ‘t ook wel in haar zitten. Ze hadden een kortstondige zomerliefde. Seks. Manon dacht er de eerste jaren met plezier aan terug. En toen begon ‘t toch te knagen. Hij was 25, zei hij – al waren haar ouders ervan overtuigd dat hij 28 was.
Als Manon nu naar foto’s uit die tijd kijkt, schat ze hem echter in op 35, een jaar of twintig ouder dan zij zelf was. Een vijftienjarig meisje. Een kind nog, als was in zijn handen. Ze wordt tegenwoordig overmand door een wirwar van schaamte, walging, schuldgevoel en woede als ze eraan terugdenkt.
Vijftien jaar na dato besluit Manon om terug te gaan naar dat bewuste hotel, om haar eigen gevoelens over die All Inclusive Love (46 min.) nader te onderzoeken. Ze wil de ervaring ook delen met haar ouders. Die waren er toentertijd bij, maar weten nog altijd helemaal van niets.
Hun dochter herinnert zich ‘het goeie leven’ dat zo’n resort biedt: het aquagymmen, liggen aan het zwembad en dansen in de disco. Er hangt alleen grauwsluier overheen. Van een jong en naïef meisje dat misbruik van zich heeft laten maken. Grooming, noemen ze dat tegenwoordig.
Regisseur Kim Smeekes sluit aan bij de jonge vrouw, die haar verdriet en boosheid nog even koelt op een boksbal, en volgt haar naar zo’n typisch all inclusive-hotel, waar hele volksstammen genieten van het luxueuze zwembad, grootschalige entertainment en overvloedige eten en drinken.
Zoals dat dan gaat in dit soort films maakt haar hoofdpersoon daar een ontwikkeling door: de gevoelens die ze al zo lang heeft over wat er toen, vijftien jaar geleden op een achterafplek, met haar is gebeurd – wat ze heeft láten gebeuren – maken ruimte voor nog andere realisaties en emoties.
Manon van Eijk was en is natuurlijk niet de enige. Smeekes laat kort ook nog enkele andere meisjes met soortgelijke ervaringen aan het woord. Ook zij hebben zichzelf naderhand verwijten gemaakt over wat ooit een gewone zomerliefde leek en die ervaring later een plek moeten geven.
En dan rest er in deze vlotte docu, op maat gesneden voor een jonge doelgroep, nog maar één vraag: lukt ’t Manon om haar toenmalige animator op te sporen? En oh ja, als dat toevallig lukt, nóg één: zou hij nog weten wie ze is?