Les Chant Des Forêts

Periscoop Film / vanaf donderdag 5 maart in de bioscoop

Michel Meunier kan het zich nog als de dag van gisteren herinneren – ook al is ‘t toch al ruim een halve eeuw geleden. Eind jaren zestig, vertelt de oudere Franse natuurliefhebber, bijna fluisterend, aan zijn kleinzoon Simon, zag hij voor het eerst een auerhoen. ‘We liepen door het bos’, herinnert de oude man zich. ‘Er lag een pak sneeuw van twee meter dik. Het leek net een kathedraal, met hoge stammen, hoge sparren.’

Michels zoon, de filmmaker Vincent Meunier, luistert eveneens aandachtig toe in die knusse boshut in de Vogezen. Hij kijkt ook naar wat opa’s verhaal losmaakt bij zijn zoon Simon. Later heeft Vincent nog bijna mythische beelden toegevoegd aan de anekdote, die in zijn documentaire Les Chant Des Forêts (internationale titel: Whispers In The Woods, 94 min.) wordt opgedist als een spannend verhaal. ‘Toen de mist weer dichttrok, zei ik bij mezelf: je hebt gedroomd’, vervolgt zijn vader/opa Michel. ‘Dat beeld is me altijd bijgebleven. Het beeld van een fantoom. De fantoomvogel.’

Michel Meunier is al net zo’n bevlogen verteller als zijn zoon Vincent, die enkele jaren geleden een fikse hit scoorde met de zinderende film The Velvet Queen (2021), over zijn zoektocht naar een sneeuwluipaard in het Tibetaanse hoogland. Ditmaal zoekt de Franse natuurfilmer en -fotograaf ‘t in alle opzichten dichter bij huis, met een documentaire over hoe zijn vader ook zijn eigen zoon Simon inwijdt in de geheimen van moeder natuur. Michel neemt hen daarvoor mee op een ontdekkingstocht door hun eigen omgeving, om te kijken én luisteren naar al wat daar leeft. 

Hun belevenissen in het uitgestrekte bos, waar ze uilen, eekhoorns en een lynx observeren en het gehamer van nijvere spechten, bronstig brullende herten en het gezang van een lijster proberen te vangen, worden begeleid door muziek van Warren Ellis, ditmaal ondersteund door Dom La Nena en Rosemary Standley. Les Chant Des Forêts, met z’n schilderachtige luchten, imposante bomen en dierenpracht, ziet er bovendien schitterend uit – al voelen de familiegesprekken in die knusse, fraai uitgelichte boshut soms wel enigszins opgeprikt.

Intussen wordt de auerhoen, een vogel die sinds de laatste ijstijd in de Vogezen leeft, met uitsterven bedreigd. ‘Voor mij is dat hartverscheurend’, vertelt Michel aan zijn kleinzoon. ‘Vooral omdat we ons hebben ingezet om z’n bos te behouden.’ Waarna de drie generaties Meunier een list bedenken om Simon alsnog z’n eerste auerhoen te laten aanschouwen, in het winterse Noorwegen. En met het laten zien en horen van de schoonheid van de aarde, liefst in een goed geoutilleerd filmtheater, werpen Michel, Vincent en Simon meteen een deugdelijke verdedigingswal op.

Wie via de Meuniers kennis maakt met de geheimen van het bos, kan er nooit meer onverschillig doorheen wandelen.

Folktales

Cherry Pickers / vanaf donderdag 1 januari in de bioscoop

‘De honden leren ons om meer mens te worden,’ stelt Thor-Atle, zo’n oudere docent die je elke opgroeiende tiener toewenst, in de documentaire Folktales (105 min.). Samen met z’n jongere collega Iselin, een sensitieve en begripvolle vrouw, krijgt hij voor de rest van het schooljaar enkele jongeren onder zijn hoede. Zij hebben zich ingeschreven voor een tussenjaar op de Pasvik Folkehøgskole in Finnmark. Daar, in het uiterste noorden van Noorwegen, leren zij omgaan met sledehonden en buiten overleven in arctische omstandigheden.

Het gerenommeerde Amerikaanse documentaireduo Heidi Ewing en Rachel Grady (Jesus Camp12th & Delaware en One Of Us) volgt dit jaar via drie van hun leerlingen: het Noorse meisje Hege, dat de moord op haar vader een plek probeert te geven. Haar nerdy landgenoot Bjørn Tore, voor wie vrienden maken net zo moeilijk lijkt als ze houden. En de achttienjarige Groningse tiener Romain, die is vastgelopen op school en eigenlijk ook die negen maanden in barre Noorse omstandigheden helemaal niet ziet zitten.

Stuk voor stuk zullen zij hun eigen ontwikkeling doormaken in deze klassieke coming of age-docu. Uitgedaagd door elkaar, hun honden en de winterse omstandigheden – zie bijvoorbeeld maar eens een oog dicht te doen als je ergens in de besneeuwde bossen alleen met die hond in een ‘beervrije’ tent ligt – en begeleid door mentoren die empathie aan daadkracht paren, beleven zij momenten van opperste wanhoop, boeken ze kleine overwinningen en komen ze steeds iets dichter bij de mens die ze kunnen worden.

Het resultaat van zo’n jaartje volkshogeschool in het noorden van Noorwegen, niet voor niets populair bij jongeren die na de middelbare school zichzelf willen ontdekken, laat zich raden: de meeste deelnemers stappen met een hernieuwd zelfbewustzijn de rest van hun leven in. Althans, zo kennen we dat uit tal van documentaires. Deze film vormt daarop geen uitzondering – al weten Ewing en Grady de emotionele ontwikkeling van hun hoofdpersonen met fraaie observerende scènes ook echt geloofwaardig te maken.

De honden claimen daarbij inderdaad een sleutelrol. Zij ontwapenen de jongeren die zich op hen verlaten volledig. Wat ook ontzettend helpt is het imposante decor waarin zij acteren. Waar elk ogenblik de Noorse God Odin, aangehaald in een steeds terugkerend mythisch verhaal, lijkt te kunnen verschijnen tussen de bomen, sneeuw en rendieren. Een wereld die bovendien eerst naar een schijnbaar eeuwige Poolnacht toewerkt en daarna zoekt naar een sprankje hoop, dat zich aandient met het eerste zonlicht.

Met prachtig camerawerk, waarin het natuurschoon met veel oog voor mystiek en symboliek is vereeuwigd, sublimeert Folktales zowel de individuele mensen en dieren als de ontzagwekkende wereld waarvan zij deel zijn gaan uitmaken. Het resultaat is een machtig mooie film, die zowel jong als oud weer een beetje vertrouwen kan geven in de toekomst.

Portrait Of A Confused Father

UpNorth Film / DR Sales

Als de Noorse documentairemaker doet Gunnar Hall Jensen wat natuurlijk voelt als hij vader wordt: hij begint z’n zoon Jonathan in 2002 direct vanaf z’n geboorte te filmen. En zichzelf, in de ouderrol die onwennig blijft voelen. Zo wil hij in contact blijven met zijn kind. Inmiddels is ie daarmee opgehouden. Noodgedwongen. Jonathan is dood, verklapt Jensen aan het begin van Portrait Of A Confused Father (93 min.).

En dan begint die film over hun gezamenlijke leven. De documentairemaker loodst ons, als argeloze kijkers, erdoorheen met een reflectieve voice-over. Hij weet wat ie doet: Jensen maakte al diverse egodocu’s. Zijn naasten zijn er inmiddels ook min of meer aan gewend dat er altijd wel een camera meekijkt terwijl ze hun leven leven – al heeft Gunnars vrouw Jonna ervoor gekozen om zoveel mogelijk buiten beeld te blijven.

Jonathan is die luxe niet vergund. Waar zijn vader is, is een camera. Tijdens persoonlijke gesprekken, in de auto en op reis. Als ze samen gaan kamperen in de sneeuw bijvoorbeeld. Dat idee is dan weer geïnspireerd door zijn grote held Roald Amundsen. Deze Noorse ontdekkingsreiziger ondernam aan het begin van de twintigste eeuw allerlei ambitieuze poolexpedities. Hij is al sinds jaar en dag Gunnar Hall Jensens rolmodel.

Want zijn eigen vader, kapitein op cruiseschepen, heeft hij slechts één keer ontmoet, op z’n dertigste. En na diens overlijden heeft hij zichzelf met hem gefilmd, natuurlijk. Dat filmen – en het doen van dingen voor de camera – krijgt al snel iets exhibitionistisch. En wat is nog waar van wat er wordt vastgelegd? Vader en zoon dansend op een balkon, met zicht op de hemelsblauwe zee? Spontane actie? Of toch vooral een act?

En als Jensen Jonathan naar een militair boot camp stuurt, om de discipline aan te halen, is het ook de vraag: hard nodig, of ook wel goed voor ‘hun’ film? Feit is dat zijn zoon gaandeweg toch uit het zicht verdwijnt. Als Jonathan Jensen op z’n achttiende samen met een vriend een huisje in de bergen betrekt, ontglipt hij zijn vader en diens alziende oog. Dan ontwikkelt dit zelfgemaakte dubbelportret zich tot een zoektocht.

De jongen is terechtgekomen in een voor zijn vader volstrekt onbekende ‘manosfere’ en daarmee helemaal buiten het bereik van Gunnar geraakt. Stukje bij beetje weet die, de camera altijd paraat, toch bij elkaar te puzzelen waarin zijn zoon – en zoveel andere jongens van zijn generatie – verzeild is geraakt en welke rolmodellen hem op dat pad naar roem en snel geld hebben gezet. Met uiteindelijk bijzonder tragische gevolgen.

Portrait Of A Confused Father wordt daarmee een actuele en urgente film – al is het ook een grillige vertelling, met losse flodders en eindjes. Over een rusteloze en op zichzelf betrokken man, die zijn kind uiteindelijk niet kan behoeden voor de hedendaagse gevaren waarvoor mensen zoals zij zo gevoelig zijn. Bij het laatste afscheid ontbreekt natuurlijk ook de camera niet: Gunnar Hall Jensen filmt er ook zijn eigen tranen mee.

Hoe Te Verdwijnen

Doxy

Via een ander vind je jezelf – of althans een deel ervan. Via vier vrouwen portretteert Marc Schmidt in deze persoonlijke film als het ware zichzelf. De relatie tot zijn onlangs overleden vader in het bijzonder – en de leegte die hij heeft achtergelaten. Niet door zijn dood, maar juist door het leven dat hij heeft geleid. Met jou, via jou en (dwars) door jou.

In Hoe Te Verdwijnen (90 min.) richt Schmidt rechtstreeks het woord tot die man. ‘Joost, vader, ik voelde een onverwachte opluchting toen je overleed’, begint hij. ‘Niet langer jouw excessieve, alles verzwelgende, onverzadigbare honger naar kunst, drank, pijn, seks, liefde.’ Waarna hij via anderen de leegte in zijn eigen binnenste exploreert.

Via een Nederlandse vrouw die in een zeilboot helemaal alleen de Atlantische oceaan is overgestoken. Via een jonge vrouw die al een half leven leeft met een eetstoornis. Via een met deepfake onherkenbaar gemaakte vrouw met een seksverslaving. En via een bedremmelde vrouw die zich geneert voor haar ongenadige woede-uitbarstingen.

Stuk voor stuk leveren ze een gevecht met het beest dat het leven ook kan zijn. Met excessen, dwang en onverzadigbaarheid. Om een gat te dichten, niet in de afgrond te tuimelen, de parasiet in hen tevreden te stellen of zichzelf niet te laten vernederen. Want altijd seks willen hebben lijkt misschien een ‘joyride’, ‘maar dat is het natuurlijk niet.’

Daarmee wordt Hoe Te Verdwijnen – een film die ooit de werktitel De Onverzadigbaren heeft meegekregen – tevens een staalkaart voor onze tijd: de innerlijke leegte waarmee wij, moderne mensen, nogal eens hebben te dealen, de zoektocht naar zingeving die daarop kan volgen en de kwetsbaarheden die we dan op ons pad treffen.

Net als eerdere Schmidt-films zoals In De Armen Van Morpheus en Als De Nacht Maar Niet Valt is deze documentaire rijk aan beelden: iemand die zichzelf met krijt omlijst (om te bewijzen dat ie bestaat) bijvoorbeeld. Een volledig witte ruimte die het totale niets lijkt te representeren. En een uitgestrekt sneeuwlandschap om compleet in te… 

Uiteindelijk komt in dat secuur opgetrokken bouwwerk van beelden, klanken en indrukken – halverwege onderbroken door Der Atem Gottes, een muziekstuk van John Cage dat in een kerk in Halberstad zo langzaam mogelijk wordt uitgevoerd, van 5 september 2001 tot vermoedelijk 4 september 2640 – ook Marc Schmidt zelf in beeld.

Met zijn inmiddels overleden vader als spiegel laat hij, even maar, zichzelf zien in deze persoonlijke queeste, waarin geen hap-slik-weg levensverhalen worden geoffreerd om onze vermaakdwang te bevredigen. De film appelleert liever aan verbeeldingskracht en inlevingsvermogen.

Staal

Human

Beter een goede buur dan een verre vriend, zegt een medewerker van Tata Steel. De relatie met de bewoners van de buurgemeenten IJmuiden en Wijk aan Zee is essentieel voor het voortbestaan van de staalfabriek. Het voormalige Hoogovens zorgt al ruim honderd jaar voor werkgelegenheid in de IJmond-regio, maar ligt de laatste jaren steeds meer onder vuur vanwege de uitstoot van enorme hoeveelheden CO2 en stikstof.

Staal (200 min.), een vierdelige serie van Pelle Asselbergs en Maaik Krijgsman, belicht het protest tegen de grafietregens en zwarte sneeuw die Tata Steel in de omgeving achterlaat. Die zorgen voor gezondheidsproblemen bij zowel mens als dier. Tegelijkertijd is er aandacht voor het bedrijf zelf, dat onder leiding van de alomtegenwoordige directeur Hans van den Berg z’n deuren opent en permanent in dialoog is met z’n (kritische) buren en de onvrede daar probeert weg te nemen.

Tata Steel is tevens een bron van trots voor de talloze medewerkers van het bedrijf, zoals het ’lastige’ ondernemingsraadlid Mendes Stengs. Zijn zoon werkt inmiddels ook alweer twee jaar bij de fabriek en vertegenwoordigt daarmee de vierde generatie van de familie in het bedrijf, dat zich tegenwoordig sterk maakt om ‘groen staal in een gezonde omgeving’ te gaan produceren. Tot het zover is, moet de huidige productie op peil blijven. Stengs is kritisch en dat wordt niet door iedereen gewaardeerd.

Behalve enkele medewerkers portretteert Staal ook enkele omwonenden die zich verzetten tegen de emissie van Tata of zelfs een tijdje naar het buitenland vertrekken om gezondheidsklachten voor te zijn. Intussen blijft journalist Bart Vuijk van het Noordhollands Dagblad kritische artikelen publiceren over de staalfabriek onder vuur en lopen de spanningen steeds verder op. Ook intern begint ’t wat te rommelen en worden enkele medewerkers, soms tot hun eigen verbazing, op een zijspoor gezet.

De verhalen van al deze personages, waarbij hier en daar nog wel wat losse eindjes blijven liggen, spelen zich af tegen het bijzonder fotogenieke decor van de IJmond, dat door Asselbergs en Krijgsman ook zeer fraai in beeld wordt gebracht. Het industriële karakter van de omgeving wordt bovendien nog eens benadrukt met een rauwe, garage-achtige soundtrack die er erg vet onder – of beter: op – is gelegd. En in de leadermuziek lijkt hart & ziel-zanger Tom Waits zowaar de titel ‘Staal’ te grommen.

Staal wordt daarmee een heel aardig portret van een arbeidersgemeenschap in transitie, waarbij de mastodont uit het industriële tijdperk die nog altijd ieders leven bepaalt zich staande moet zien te houden in de 21e eeuw.

Full Circle

Netflix

‘Kom op. Bewegen, tenen’, zegt Trevor Kennison, terwijl hij de camera van z’n telefoon op zijn eigen voeten richt. ‘Bewegen, tenen. Kom op, grote tenen. Jullie kunnen het.’ De 22-jarige Amerikaanse loodgieter is op 15 november 2014 gevallen na het snowboarden bij Vail Pass, kwam toen op zijn rug terecht en is sindsdien vanaf z’n middel verlamd. In het revalidatiecentrum Craig Hospital in Englewood, Colorado, werkt hij aan zijn herstel. Maar wat is realistisch als je op jonge leeftijd een dwarslaesie hebt opgelopen? En hoe bouw je met dat perspectief weer een leven op?

De jongeling zal zichzelf uiteindelijk opnieuw uitvinden in het winterresort Jackson Hole. Hij wordt in 2009 de eerste zitskiër die van de befaamde piste Corbet’s Couloirs afgaat. Kennisons relaas wordt in Full Circle (103 min.) door regisseur Josh Berman gespiegeld aan het levensverhaal van de naamgever van die skipiste, Barry Corbet (1936-2004). Deze befaamde alpinist en skiër liep bij een helikoptercrash in 1968 eveneens een dwarslaesie op en ontwikkelde zich vervolgens tot een belangrijke pleitbezorger voor mensen met deze lichamelijke beperking.

‘Ik wil niet zeggen dat het leven makkelijker wordt of de keuzes eenvoudiger’, schreef hij bijvoorbeeld in het boek Options: Spinal Cord Injuries And The Future (1980), waarvan Scott Burns enkele kenmerkende citaten heeft ingelezen voor deze film. ‘Of dat een dwarslaesie op de één of andere manier gunstig is voor iemands mentale en fysieke gezondheid. Want dat is niet waar. Ik wil je wel zeggen dat je dit monumentale ongemak kunt doorstaan, dat je ermee kunt leven, liefhebben, lachen, dat je het kunt overwinnen, delen en overstijgen en dat je niet zonder keuzes bent.’

En dat is natuurlijk ook de boodschap van deze (soms wat te) Amerikaanse documentaire, waarin de levensverhalen van twee mensen, die zich uiteindelijk door niks of niemand laten kisten, samenkomen in een optimistische vertelling, afgezet tegen een buitengewoon fraai decor, over hoe tegenslag je sterker kan maken. Zolang je je er maar voor open stelt. En Trevor Kennison demonstreert dat nog maar eens als freestyle skiër op Vail Pass, de plek waar zijn tweede leven ooit begon, met een spectaculaire manoeuvre.

Stranded

Zeitgeist Films

Over sommige onderwerpen raken we nooit uitgesproken – of gefilmd. De Vliegramp in de Andes bijvoorbeeld, nu ruim een halve eeuw geleden. Een vliegtuig met aan boord een Uruguayaans rugbyteam en aanhang, op weg naar een toernooi in Chili, crasht in oktober 1972 op een bergtop. Het toestel wordt uiteengereten, diverse bemanningsleden en passagiers zijn op slag dood en de overlevenden moeten zich te midden van de bergen, sneeuw en ijzige kou zien te redden. Een deel van hen overleeft uiteindelijk maar liefst 72 dagen, onder meer door hun gestorven medepassagiers (deels) op te eten.

Dit ongelooflijke, afschuwwekkende en toch hoopvolle verhaal heeft inmiddels twee ijzersterke speelfilms opgeleverd: Alive (1993) en, ruim dertig jaar later, de Spaanse Oscar-kandidaat La Sociedad De La Nieve (2024). En behalve talloze tv-docu’s heeft de Andesvliegramp ook al geresulteerd in een gezaghebbende documentaire: Stranded (112 min.) uit 2007. Regisseur Gonzalo Arijon groeide op met enkele inzittenden van vlucht 571 van 13 oktober 1972 en wist alle overlevenden van de ramp en enkele familieleden zover te krijgen dat ze wilden meewerken aan zijn film. Samen keerden ze, soms vergezeld door hun inmiddels volwassen kinderen, terug naar de plek des onheils.

De stap om mensenvlees te gaan eten – waarbij de kwalificatie ‘kannibalisme’ toch echt misplaatst lijkt – krijgt daarbij vanzelfsprekend de nodige aandacht. ‘Als je de stap eenmaal hebt gezet en zogezegd aan de overkant bent beland, zie je dat er niets vreemds gebeurt’, vertelt Roberto Canessa, die als arts in opleiding een bijzondere verantwoordelijkheid voelde. ‘Natuurlijk, het was bizar, maar dit was een probleem dat we tenminste zelf konden oplossen.’ Contact met de buitenwereld was een andere zaak. Terwijl hun familie steeds hoop bleef koesteren, hadden de plaatselijke autoriteiten hen eigenlijk al opgegeven. Gewoon wachten op een reddingsactie zou hen dus fataal zijn geworden.

De zestien overlevenden waren volledig op zichzelf en elkaar aangewezen. Daar – in menselijkheid, solidariteit, moed en verbondenheid – zit de kern van hun ontzagwekkende verhaal en deze al even imposante film, die met de getuigenissen van de direct betrokkenen, gereconstrueerde scènes een bezoek aan die ijzige en verlaten gletsjer in de Andes hun ervaring op de grens van leven en dood in het midden van helemaal nergens heel behoorlijk weet te benaderen. Stranded komt tot een climax tijdens een emotioneel weerzien bij de Vallei van de Tranen, waar een gedenkplaats is ingericht voor de 29 slachtoffers van de vliegramp, die er met hun lijf voor zorgden dat de anderen konden leven.

‘Onze ouders leven verder in jullie’, zegt een zoon geëmotioneerd tegen de Andes-veteranen, terwijl ze met zijn allen gearmd in een kring gaan staan.

Life Is Beautiful

IDFA

Het zou een culturele uitwisseling worden van een maand. De jonge Palestijnse filmmaker Mohamed Jabaly wordt in 2014 met open armen ontvangen door een gastgezin in de Noorse zustergemeente Tromsø. Dan gaat echter onverwacht en voor onbepaalde tijd de grens naar Gaza dicht en zit hij vast in een kleine gemeenschap boven de poolcirkel. De Noorse regering wil bovendien zijn Palestijnse paspoort niet erkennen. Jabaly wordt beschouwd als ’statenloos’.

En daarmee komt in de aardige egodocu Life Is Beautiful (originele titel: Al Haya Helwa, 86 min.) een lang en slopend bureaucratisch proces op gang. Want terwijl zijn debuutfilm Ambulance, afgerond in Tromsø, is te zien op alle internationale filmfestivals, wordt hij als autodidact door de Noorse autoriteiten niet erkend als filmmaker. Mohamed Jabaly komt dus ook niet in aanmerking voor een nieuw visum en wordt geacht om het land weer te verlaten.

Hoewel de goedlachse Palestijn alle steun krijgt van de plaatselijke gemeenschap lijkt het verdict, na diverse slepende beroepszaken, eind 2016 wel duidelijk: hij zal nog vóór Kerstmis moeten vertrekken. Maar waar moet hij heen? De situatie lijdt tot een steunbetuiging vanuit de Scandinavische filmwereld: ‘Mohamed is mijn collega.’ Deze docu heeft een soortgelijk effect: het is moeilijk om niet te sympathiseren met de Palestijnse filmer die zich in korte tijd geliefd heeft gemaakt.

Intussen zit Mohamed jarenlang vast in een soort niemandsland, tussen de winterse taferelen van Noord-Noorwegen, waar hij zich welkom voelt maar niet mag blijven, en Gaza, waar hij thuis is maar al jaren niet naartoe kan. Die patstelling krijgt gaandeweg steeds meer vat op zijn gemoed. Elke keer valt er weer, voor het oog van de camera, een nieuwe beslissing op de digitale deurmat. Waarop hij samen met zijn medestanders en de moed der wanhoop dan weer moet anticiperen.

Mohamed Jahaby’s situatie lijkt tevens exemplarisch voor de benarde positie van zijn volk, dat al decennia in de verdrukking zit en zich door de actuele politieke situatie in Gaza weer even in de belangstelling van de rest van de wereld mag verheugen. Het leven is mooi, de optimistische titel van deze documentaire waarmee de Palestijnse filmer op het IDFA de prijs voor beste regie won, valt ondertussen alsmaar moeilijker vol te houden. Waar dan? En hoe valt het tij te keren?

Smoke Sauna Sisterhood

Vedette Film

Het is er te klein, donker en vooral te heet om te filmen, waarschuwen collega’s Anna Hints. En hoe krijg je de vrouwen zo op hun gemak dat ze zich niet belemmerd voelen door jou en je cameraploeg? De Estse documentairemaakster is echter vastbesloten: ze wil haar debuutfilm situeren in een rooksauna, waar vrouwen elkaar ontmoeten, verzorgen en aanhoren.

Toen ze elf jaar oud was, overleed haar grootvader, vertelde Hints onlangs in dit interview. Samen met haar oma, tante en nicht ging ze toen naar een rooksauna. Grootmoeder deelde daar dat hij haar jarenlang had bedrogen met een ander. Ze gooide al haar pijn en verdriet eruit, sloot vervolgens vrede met haar overleden echtgenoot en was toen in staat om hem waardig naar zijn laatste rustplaats te begeleiden.

In een sauna, stelde de jonge Anna Hints vast, kun je dus niet alleen het vuil van je lichaam wassen, maar ook je ziel reinigen. Dat is meteen ook het uitgangspunt voor Smoke Sauna Sisterhood (88 min.). De film, waarmee ze begin 2023 een regieprijs won op het Amerikaanse Sundance Film Festival, verbeeldt en verklankt op zinnenprikkelende wijze de rooksaunatraditie van Vana-Võromaa in het Zuidoosten van Estland.

In de beslotenheid van zo’n kleine sauna, ergens in de Estse natuur, kunnen de vrouwen hun diepste zielenroerselen met elkaar delen: (niet) aantrekkelijk zijn voor mannen, ziek worden, alleen blijven, verliefd blijken op een andere vrouw, ouders trotseren, abortussen ondergaan, seksueel geweld overleven, gaan scheiden en afscheid nemen van je kind. Ieder brengt zijn eigen verhaal mee, hoewel sommigen alleen luisteren en bekrachtigen.

Als zusters tonen ze zich aan elkaar. Naakt, kwetsbaar en bezweet brengen de vrouwen hun trauma’s onder woorden, in de hoop ze zo onschadelijk te maken. Hints en haar cameracrew zitten hen intussen ongelooflijk dicht op de huid, al blijven ze zelf verscholen in de duisternis. Rituelen spelen een essentiële rol. Net als bezwerende chants. ‘We zweten alle pijn uit,’ declameren ze bijvoorbeeld, steeds luider. ‘We zweten alle angst uit.’

Tussendoor lopen de vrouwen door de sneeuw naar een wak in een nabijgelegen meertje, waarin ze een ijskoude duik nemen. Of ze genieten juist van de voorjaarszon en zingen bloot, liggend in het gras, ontspannen een lied. Ze vormen een zusterschap – in werkelijkheid overigens bestaande uit zo’n 25 vrouwen, gefilmd in vijf verschillende sauna’s – dat door deze knap gemaakte, bijzonder sfeervolle en zeer intieme documentaire nog eens wordt geheiligd.