Ultras

Story / Autlook

Wat er op het veld gebeurt lijkt bijzaak. De belangrijkste bijzaak van de wereld, dat wel. Zowel voor de Ultras (88 min.) zelf als in deze documentaire van Ragnhild Edner over hen. De Zweedse filmmaakster, zelf fanatiek supporter van IFK Göteborg, richt haar camera op de mensen voor wie voetbal een religie lijkt. Ze vormen één grote (vul de clubkleuren in:) … familie. In hun kerken, de stadions, belijden ze samen hun geloof. In zichzelf, elkaar en hun club. Verbonden voor het leven, van de wieg tot de kist. Ook in hun weerzin tegenover de eeuwige rivaal, de vijand, de staat.

De club is van hen en in elk geval véél groter dan willekeurig welke topvedette of succescoach. Zíj – en niemand anders – zíjn Boca JuniorsLech Poznan of Manchester City. En dat gevoel is in Europa of Zuid-Amerika niet wezenlijks anders dan in Afrika of Azië. Edner focust zich op het collectief en slechts beperkt op het individu daarbinnen. Geen exotische varianten dus op Jan met de pet en een Ajax-hart, de onverbeterlijke Feyenoord-hooligan of een boerse Eindhovenaar die z’n stem stuk zingt op hoe PSV eens per jaar kampioen wordt. Wel op wat mensen zoals zij van hun club krijgen.

Ultras is een portret van een – afhankelijk van je gezichtspunt – al jaren florerende subcultuur, van vooral mannen, die zich dwars door rangen, standen en klassen beweegt. Met z’n geheel eigen regels, codes en uitingsvormen. Individuele supporters doen er in wezen niet toe in deze observerende film en blijven dus volledig buiten beeld. Zij willen vaak zelf ook niet herkenbaar zijn voor rivaliserende clans, problemen met de wet vermijden én geen doelwit worden voor de autoriteiten. Want een autocratische regime kan het stadion ook zomaar gebruiken als een proeftuin voor repressie.

Ultras uit Egypte ontdekten tijdens de Arabische Lente in 2011 bijvoorbeeld welke maatschappelijke kracht ze konden ontwikkelen, de feminiene supportersgroep Ladies Curva Sud van PSS Sleman probeerde in Indonesië de positie van vrouwen te verbeteren en fans van het inclusieve Eastbourne Town maakten, met de slogan ‘this club belongs to you and me’, een vuist tegen het grootkapitaal in de Britse Premier League. Het sleutelwoord voor al deze fanatieke clubs lijkt ‘samen’. Door goede en slechte tijden. Dik en dun. Waarbij ook hier natuurlijk niemand groter is dan die vermaledijde club.

Ragnhild Edner probeert dat collectieve gevoel te vatten in grootse beelden van de supportersschare als familie, leger of meute en heeft van haar documentaire, aangestuurd met een persoonlijke voice-over over haar eigen ervaringen als voetbalfan, dus eerst en vooral een kijkfilm gemaakt. Die de ultra-cultuur met een antropologische blik beziet en toegankelijk maakt voor eenieder die zich eens wil verdiepen in deze bijzondere mensensoort.

The Tony Blair Story

VPRO

Even lijkt hij de wereld, of op zijn minst Groot-Brittannië, in zijn hand te hebben. Tony Blair slaagt er in 1998 zowaar in om vrede te sluiten in Noord-Ierland, iets wat zijn conservatieve voorgangers Thatcher en Major niet wilden of konden. Tegenwoordig staat de voormalige Britse premier, die met zijn geheel vernieuwde Labour-partij een einde heeft gemaakt aan achttien jaar heerschappij van The Tories, er véél minder goed op.

Als premier ontwikkelt Blair zich destijds, aan de zijde van zijn Amerikaanse geestverwant Bill Clinton, tot een erkende wereldleider. Ook met Clintons opvolger George W. Bush ontwikkelt hij een ‘special relationship’. Na de terroristische aanslagen van 11 september 2001 volgt ie Bush dus ook bij diens zeer omstreden inval in Irak in 2003. En dan begint ook Blairs ogenschijnlijk onverwoestbare imago af te bladderen.

De hoofdpersoon gaat er zelf eens goed voor zitten aan het begin van deze driedelige serie van Michael Waldman. Hij wordt in The Tony Blair Story (156 min.) in de rug gedekt door zijn echtgenote Cherie, de Amerikaanse politici Bill Clinton en Condoleezza Rice en z’n getrouwen Anji Hunter, Alastair Campbell en de onlangs door de zaak Epstein ernstig in opspraak geraakte Peter Mandelson. Daartegenover staan (zeer) kritische partijgenoten zoals Jack Straw, Clare Short en Jeremy Corbyn.

Tijdens zijn eerste campagne is Tony Blair net een bloem die tot bloei komt in de zonneschijn, stelt schrijver/journalist Robert Harris, die ziet hoe de jurist groeit in zijn rol als politicus, in deel 1 van deze miniserie. Op het toppunt van Blairs roem, wanneer hij in 1999 een sleutelrol heeft gespeeld in het bezweren van het gewapende conflict in Kosovo, bespeurt Harris ook dat de premier losgezongen begint te raken van de realiteit.

Dat neemt tragische vormen aan als hij Groot-Brittannië meesleept in een oorlog in Irak, het onderwerp van aflevering 2, om nooit aangetroffen massavernietigingswapens onschadelijk te maken. Die beslissing was volgens z’n vrouw Cherie in eerste instantie helemaal niet zo vanzelfsprekend. ‘Je moet kiezen. En als Tony eenmaal heeft gekozen, kan hij anderen ervan overtuigen dat dit altijd al de voor de hand liggende keuze was.’

Of dat een teken van te veel zelfvertrouwen is? wil Waldman weten. Daarover houdt Cherie zich op de vlakte. Duidelijk is dat de beeldvorming rond haar man dan definitief verandert: Tony Blair wordt de leugenaar Tony Bliar. De man zelf weigert intussen om zich echt in de kaarten te laten kijken. ‘Als mensen een eerlijk verhaal willen, vraag een leider dan niet om zichzelf te beoordelen. Want dan krijg je een politiek antwoord.’

Hij toont zich strijdbaar in dit breed opgezette en genuanceerde portret, overtuigd van wie hij is, wat hij heeft gedaan en welke resultaten hij heeft geboekt. Een man die door sommigen nog altijd diep wordt geminacht en bij anderen juist op een zekere herwaardering mag rekenen. Een politicus die, wat je ook van hem vindt, tot de beeldbepalende leiders van de afgelopen dertig jaar moet worden gerekend.

Trailer The Tony Blair Story

The Eukrainian

Viktor Nordenskiöld / Freetown Films

Hoe kom je Europa binnen – en dan ook nog in tijden van oorlog? Voor die opdracht ziet de Oekraïense vicepremier Olha Stefanishyna zich gesteld in deze documentaire van Viktor Nordenskiöld. Sinds de Russische aanval op 24 februari 2022 zoekt Oekraïne toenadering tot de Europese Unie. En zij is degene die de entree van haar land uiteindelijk moet bewerkstelligen.

Aan het begin van deze film kijkt The Eukrainian (90 min.) recht in de camera. Stefanishyna ziet daarin zichzelf. ‘Het zou interessant zijn om mezelf te vergelijken met hoe ik eruit zag toen je begon te filmen’, zegt ze tegen de Zweedse documentairemaker. ‘Op beelden heb ik gezien dat ik veranderd ben.’ Waarna Nordenskiöld teruggaat in de tijd, naar die februari-dag waarop ze dat ene verontrustende telefoontje krijgt: Rusland is zojuist haar land binnengevallen.

Hij volgt Stefanishyna in de navolgende twee jaar als zij voorop gaat in het diplomatieke gevecht achter de oorlog, dat eerder ook al inzichtelijk werd gemaakt in films zoals Un Président, l’Europe Et La Guerre (2023) en Facing War (2025). Omdat de strijd zich nu eenmaal niet alleen afspeelt aan de frontlinie of onderhandelingstafel, maar tevens wordt uitgevochten in de publieke ruimte. Ook beeldvorming bepaalt uiteindelijk de uitkomst van die verlammende oorlog.

Met haar idealisme en daadkracht is Olha Stefanishyna een uitstekend visitekaartje voor een land met de aspiratie om lid te worden van de Europese familie – en daarnaast is ze ook gewoon een feilbaar mens. Als ze na een bilateraaltje haar eigen visitekaartje wil overhandigen aan de Zweedse minister Hans Dahlgren, merkt Stefanishyna bijvoorbeeld net op tijd dat ze hem bijna de verkeerde versie geeft. Het kaartje zónder haar telefoonnummer. Grappend: ‘This is for bad people.’

Een cruciaal moment in Stefanishyna’s campagne om haar land de Europese gemeenschap binnen te loodsen is voorzien op 15 december 2023. Dan bespreken Europese regeringsleiders een voorstel om te gaan onderhandelen over Oekraïnes toetreding. De Hongaarse premier Viktor Orbán ligt vooralsnog dwars. Intussen ontstaat er in eigen land discussie over een wetsvoorstel om de rechten van minderheden beter te beschermen, een voorwaarde voor die toetreding.

Tussen de bedrijven door probeert Stefanishyna mens te blijven. Om precies te zijn: moeder. Gedwongen door de omstandigheden moet ze soms afstand nemen van haar kinderen. Zij verblijven vermoedelijk bij haar ex-echtgenoot (die overigens niet in deze boeiende kijk achter de schermen participeert). ‘Het enige wat ik voor mijn kinderen wil, is dat ze de kans krijgen om hun eigen leven te leiden, zegt de vicepremier aan het eind van de film, als ze weer recht in de camera kijkt.

Waarna Olha Stefanishyna, terwijl ze hen langzaam voor haar geestesoog haalt, voorzichtig begint te glimlachen.

De Deal Met Iran

VRT

‘Wat zijn we goedgelovig’, zegt Nasimeh Naami tegen haar vriend Amir Saadouni, die in de cel naast haar zit. ‘Waarom heb ik niet in die tas gekeken?’

De Belgische politie heeft het gesprek tussen de twee geliefden uit Wilrijk, die aan het begin van deze eeuw van Iran naar Europa zijn gevlucht, stiekem afgeluisterd. Zij worden ervan verdacht dat ze in juni 2018 hebben geprobeerd om in Parijs een bomaanslag te plegen bij een bijeenkomst van de Iraanse Volksmoedjahedien (MEK), de oppositie in ballingschap. Zijn zij daadwerkelijk om de tuin geleid, zoals hun gesprek lijkt te suggereren? Of proberen de twee achteraf hun eigen straatje schoon te vegen?

In De Deal Met Iran (46 min.), een driedelige documentaireserie van Maarten en Lennart Stuyck, staat in eerste instantie de enerverende klopjacht op deze ‘sleeper cell’ van het Iraanse regime centraal. Gaandeweg wordt duidelijk dat Nasimeh en Amir onderdeel zijn van een groter netwerk. De Belgische politie arresteert vervolgens ook hun opdrachtgever, de Iraanse diplomaat Assadollah Assadi. En die zal in 2023 onderdeel worden van een zéér omstreden ‘overbrengingsverdrag’ met de schurkenstaat Iran.

Want sinds februari 2022 wordt daar de Belgische humanitair hulpverlener Olivier Vandecasteele vastgehouden in de beruchte Evin-gevangenis. Hij is veroordeeld tot veertig jaar gevangenisstraf, 74 zweepslagen en één miljoen dollar boete. Zijn familie en vrienden in België zetten alles op alles om hem weer thuis te krijgen, het thema van de slotaflevering van deze spannende miniserie, waarin de Belgische premier De Croo en minister van Buitenlandse Zaken Lahbib het diplomatieke steekspel toelichten.

Stuyck en Stuyck ontleden de hele affaire vanuit Belgisch perspectief, maar kijken ook naar hoe het huidige regime aan de macht is gekomen en hoe dit nu al ruim veertig jaar met ijzeren hand regeert. Duidelijk is ook dat Iraanse veiligheidsdiensten zich niet laten beperken door de landsgrenzen. Ze slaan hun tentakels rustig uit naar het buitenland, om daar onwelgevallige stemmen te laten verstommen. Tegelijkertijd proberen tegenstanders op alle mogelijke manieren aandacht te vragen voor zulke misstanden.

Olivier Vandecasteele participeert zelf overigens niet in deze geopolitieke thriller. De honneurs worden waargenomen door Washington Post-journalist Jason Rezaian en enkele dissidenten die de Iraanse gevangenis van binnen hebben leren kennen. Zij schetsen een huiveringwekkend beeld van een land waar elke vorm van kritiek op de staat met wortel en tak wordt uitgeroeid. Een land ook dat internationaal de confrontatie durft te zoeken – en de tegenpartij dan voor allerlei lastige ethische keuzes zet.

Coexistence, My Ass!

Autlook

Nu ze al 32 is, maakt het haar familie niet meer uit of ze met een Jood trouwt of niet, vertelt de Israëlische stand-up comedian Noam Shuster Eliassi in 2019 op de Arabische televisiezender i24 News. Zolang ze maar trouwt. In die tijd zoeken de gezworen vijanden Israël en Saoedi-Arabië net toenadering tot elkaar. Noam ziet haar kans schoon. Één en één is twee. ‘Ik dacht bij mezelf: ik wil niet zomaar iemand’, stelt ze olijk. ‘Ik mik hoog. En weet je wie ik zie als ik omhoog kijk? MBS.’ Ze kijkt recht in de camera en richt zich direct tot de omstreden Saoedische kroonprins Mohammad bin Salman: ‘You want peace in the Middle East, you’ll have a piece of this. Wink-wink.’

Ze gaat direct ‘viral’. Het blijkt een breekpunt voor Shuster, die haar carrière als vredeszoeker bij de Verenigde Naties heeft ingeruild voor een microfoon en podium en ineens een groot publiek bereikt. Ze kan daar overigens smakelijk over vertellen in haar one-woman show Coexistence, My Ass! (91 min.). Zoals ook haar jeugd in de ‘oase van vrede’ Neve Shalom / Wahat Al-Salam, een dorp waar Israëliërs en Arabieren uit vrije wil zijn gaan samenwonen, met een vette knipoog wordt belicht. Ze leerde er als kind zowel Hebreeuws als Arabisch, ontmoette haar beste (Palestijnse) vriendin Ranin en mocht bloemen overhandigen aan prominente gasten zoals Hillary Clinton en Jane Fonda.

Die stand-up comedyshow vormt tevens de onderlegger voor deze ferme documentaire van Amber Fares, die via haar protagonist de recente historie van de Israëli’s en Palestijnen belicht. Dat begint nog tamelijk luchtig, met veel ruimte voor Shusters (zelf)relativerende humor, maar wordt richting de verkiezingen van 2023, waarbij Benjamin Netanyahu en enkele radicaal-rechtse partijen aan de macht komen, allengs grimmiger. Een man noemt Noam bijvoorbeeld ‘een vijand van de staat’. Ja, beaamt zij, ‘een vijand van de fascistische staat’. De terroristische aanslagen van 7 oktober 2023 en Israëls vernietigende respons in Gaza moeten op dat moment nog komen.

Ook de overtuigingen van vredesactivisten zoals Noam Shuster Eliassi worden dan, getuige deze verfrissende film over een zwaarbeladen onderwerp, danig op de proef gesteld. Haar gevoel voor humor, broodnodig in deze hachelijke tijden, dreigt haar in de steek te laten – ook al lijkt ze zowaar, op de valreep, nog wel een kerel aan de haak te hebben geslagen.

Prime Minister

Magnolia Pictures

Als de Nieuw-Zeelandse Labour Party op weg naar de verkiezingen van 2017 langzaam wegglijdt in de peilingen, stapt politiek leider Andrew Little plotseling op en neemt Jacinda Ardern het partijleiderschap over. Tien weken later wordt de 37-jarige politica zowaar gekozen tot Prime Minister (102 min.) van Nieuw-Zeeland. Alleen echtgenoot Clarke Gayford, die haar in de komende jaren achter de schermen zal blijven filmen, weet op dat moment dat ze ook zwanger is van haar eerste kind. In stilte vraagt Ahern zich af: hoe ga ik dit doen met een baby?

Zeven jaar later blikt Jacinda Ardern in deze documentaire van Lindsay Urtz en Michelle Walshe terug op de periode waarin ze een wereldwijd symbool voor vrouwen wordt. Als jonge moeder weet ze eerst de juiste woorden te vinden na de huiveringwekkende aanslagen op de Christchurch-moskee en daarna ook nog eens vrijwel direct strengere wapenwetten in te voeren. Ook internationaal doet ze van zich spreken, als stem van rede en compassie. Aan het Coronavirus krijgt de politica echter een harde dobber. En al die tijd blijft echtgenoot Clarke haar filmen: in hun eigen huis, als ze tijdens het werk borstvoeding geeft of wanneer ze dochter Neve meeneemt naar de Verenigde Naties.

Intussen participeert Ardern ook in een Oral History Project van de Alexander Turnbull Library. Tijdens haar ambtsperiode laat ze zich regelmatig interviewen. Dit politieke audiodagboek fungeert nu als onderlegger voor deze film. Als zij in 2020 met een overweldigende meerderheid is herkozen, wil haar gesprekspartner bijvoorbeeld weten hoe ze naar het premierschap kijkt. ‘Ik denk niet dat ik me ooit op mijn gemak zal voelen’, antwoordt Ardern, die volgens eigen zeggen last heeft van het ‘imposter syndrome’. ‘De baan bezorgt me constant angst.’ Haar beleid om COVID-19 in te dammen heeft dan al voor enorme weerstand gezorgd – en serieuze bedreigingen aan haar eigen adres.

Als zij in het regeringsgebouw wordt belegerd door gewelddadige demonstranten, is Jacinda Ardern duidelijk ontdaan. ‘Wat een gekmakende gebeurtenis om te moeten aanzien’, verzucht ze dan. Even later probeert ze als leider van het land in het parlement alweer paal en perk te stellen aan het geweld, dat een reprise lijkt van de bestorming van het Amerikaanse Capitool op 6 januari 2021. Achter de schermen probeert ze zich ook, voor de camera van haar man, staande te houden als vrouw, echtgenote en moeder. Ardern realiseert zich dat haar eigen populariteit tanende is. Ze mag dan levens hebben gered, ze slaagt er niet meer in om het land bijeen te houden. Tijd voor een ferme keuze.

Deze film past intussen perfect bij het profiel dat Jacinda Ardern in haar regeerperiode heeft opgebouwd. Behalve als politica met een progressieve agenda, die tegenwicht kan bieden aan de alfamannen waarmee ze zowel nationaal als internationaal wordt geconfronteerd, toont de documentaire haar vooral als mens. Utz en Walshe staan duidelijk ook positief tegenover hun hoofdpersoon. Ze volgen het narratief dat Ardern zelf schetst van haar carrière. De parallel die zij trekt met een expeditie naar Antarctica, waarbij de illustere ontdekkingsreiziger Ernest Shackleton zijn bemanning redt, en de manier waarop die met archiefbeelden is geïncorporeerd, voelt alleen wat gekunsteld.

Prime Minister schetst desondanks overtuigend de achterkant van ‘Jacindamania’ en ontwikkelt zich zo tot een geslaagd portret van een vrouw die een beduidend andere toon heeft proberen aan te slaan dan de mannen die doorgaans het hoogste woord hebben. 

Fortuyn: On-Hollands

Mint Film Office / KRO-NCRV

Dat dit kon gebeuren. In Nederland. Een politicus doodgeschoten. De toekomstige premier, nota bene. Tien dagen voor de verkiezingen stond hij torenhoog in de peilingen. En toen werd ie vermoord – en met hem de democratie. Als ‘t maar ‘gewoon’ een Nederlander is geweest, dacht menigeen in stilte. Géén moslim. Of een andere buitenlander. Het land, zijn stad Rotterdam in het bijzonder, stond al op knappen. Als geluk bij een wel héél tragisch ongeluk won Feyenoord twee dagen later de UEFA Cup. Anders was het leed waarschijnlijk echt niet te overzien geweest.

De eerste aflevering van Fortuyn: On-Hollands (535 min.) weet de pure paniek, het ongeloof en de volkswoede in ons land, dat na de moord op Pim Fortuyn op maandag 6 mei 2002 op z’n grondvesten schudde, uitstekend te vatten. Daarna zet de epische achtdelige documentaireserie een stap terug in de tijd: naar het Nederland van de jaren tachtig en negentig, waar de tegenstellingen tussen rijk en arm en tussen autochtone en allochtone inwoners in de grote steden, Fortuyns thuisbasis Rotterdam in het bijzonder, voor fikse spanningen en aanhoudende onvrede hadden gezorgd. 

Regisseur Menna Laura Meijer is niet zozeer geïnteresseerd in de persoon Fortuyn – behoudens zijn homoseksualiteit, een persoonlijke drijfveer, komt zijn privé- of familieleven nauwelijks aan de orde – maar in de opkomende politieke kracht en de samenleving die hem heeft voortgebracht. Daarvoor kan ze teruggrijpen op héél bijzonder beeldmateriaal. De archieven, zowel van de nationale en regionale televisie als van Fortuyns (oud-)partij Leefbaar Nederland en de LPF, zijn helemaal leeg getrokken en ontsluiten een land dat voor het eerst openlijk worstelt met immigratie.

Waar dat thema eerst nog was voorbehouden aan Hans Janmaat van de extreemrechtse Centrumpartij en Centrum Democraten, een politicus die consequent naar de zijlijn werd gedirigeerd, bracht Fortuyn dit eind jaren negentig nadrukkelijk onder de aandacht van een groot publiek. Na de aanslagen van 11 september 2001 kreeg de bijzonder mediagenieke opiniemaker en columnist de wind goed in de zeilen en leek hij, na een eclatante overwinning bij de gemeenteraadsverkiezingen in Rotterdam, ook af te stevenen op een enorme zege bij de Tweede Kamerverkiezingen van 15 mei 2002.

In de eerste delen van deze serie is de hoofdpersoon soms nochtans een behoorlijke tijd afwezig en concentreert Meijer zich met een selecte groep bronnen, zowel intimi van Fortuyn als biculturele Nederlanders, op de toenmalige stand van het land. In de laatste afleveringen trekt ‘professor Pim’ ook in deze serie de aandacht steeds meer naar zich toe. Want waar Fortuyn kwam, kwam reuring. De ene Nederlander hoorde voor het eerst een politicus zeggen wat hij/zij zelf dacht, een ander walgde van zijn messcherpe statements over moslims of voelde zich erdoor aangevallen of in het nauw gedreven.

Achteraf bezien heeft de ‘Hollandse Haider’ als bruggenhoofd gefungeerd tussen de weerzin tegenover buitenlanders van Janmaat, die overigens best veel aandacht krijgt in Fortuyn On-Hollands, en de strijd tegen de islam van Geert Wilders (PVV), wiens naam dan weer geen enkele keer valt in de serie. Zoals ook Fortuyns moordenaar Volkert van der G., het kabinet met vechtende LPF-ministers en de moord op Theo van Gogh in 2004 daarin bijvoorbeeld geen rol spelen. Meijer beperkt zich tot hoe Pim Fortuyn – met de bravoure, humor en onbezonnenheid die hem eigen waren – het land grondig veranderde, niet in het minst voor Nederlanders van kleur, en daarvoor de hoogste prijs betaalde.

En daaruit valt ook ruim twintig jaar dato nog altijd lering te trekken.

Football’s Financial Shame: The Story Of The V11

BBC

Zijn ze gewoon slecht geadviseerd? Of toch keihard voorgelogen en opgelicht? Ooit speelden de leden van The V11 in The Premier League en wonnen ze kampioenschappen, bekers en internationale titels. Nu balanceren de Britse voetballers al jaren op de rand van de financiële afgrond.

Neem Danny Murphy (V7). De middenvelder speelde ruim vierhonderd duels voor clubs zoals Liverpool, Tottenham Hotspur en Fulham en schat in dat hij uiteindelijk zo’n vier tot vijf miljoen pond kwijt is geraakt aan beroerde investeringen. ‘Veel mensen vinden dat ik sowieso te veel betaald kreeg’, stelt de voormalige Engelse international in Football’s Financial Shame: The Story Of The V11 (94 min.). ‘Zo erg kan het dus niet zijn voor mij. Je was bevoorrecht en hebt er zelf een rotzooi van gemaakt, zeggen ze dan. En nu ben je net als wij. En ze denken dat ik nog wel een miljoen of vier heb liggen. Nou, niet dus.’

Murphy is één van de zogeheten V11, een ‘elftal’ oud-profs dat een groep van zo’n tweehonderd betaald voetballers vertegenwoordigt. Op advies van Kingsbridge Asset Management, de investeringsmaatschappij van David McKee en Kevin McMenamin, staken zij hun geld in speelfilms, aandelen en onroerend goed en gingen daarmee gigantisch het schip in. Bekende spelers zoals Michael ThomasRod Wallace en Brian Deane zitten daardoor al jaren op zwart zaad. Niet in het minst omdat ze, opgelicht of niet, daarna ook nog een kolossale aanslag van de belastingdienst ontvingen.

Regisseur Richard Milway volgt de oud-voetballers gedurende enkele jaren, waarin ze hun recht proberen te halen en ondertussen een faillissement – en de bijbehorende huisuitzettingen, echtscheidingen, verslavingen en/of depressies – proberen af te wenden. Zij worden bijgestaan door gedreven juristen en financieel deskundigen, die ervan overtuigd zijn geraakt dat hun cliënten doelbewust zijn getild door lieden die ze jarenlang tot hun dierbaarste vrienden rekenden. Variërend van ‘dit is in orde, teken maar bij het kruisje’ tot slinkse valsheid in geschrifte en doelbewuste oplichting.

Milway maakt zeer aannemelijk dat er inderdaad sprake is van kwade opzet. McKee en McMenamin laten zich daarover echter niet aan de tand voelen. Zij houden ’t bij een schriftelijke verklaring, die als een nogal laf weerwoord steeds terugkeert in deze schrijnende journalistieke docu. Ze werpen daarin alle beschuldigingen ver van zich. En ook de bekende Engelse trainer en oud-bondscoach Howard Wilkinson, die tot 2024 maar liefst 32 jaar voorzitter was van de invloedrijke League Managers Association en in die hoedanigheid warme contacten onderhield met Kingsbridge, geeft niet thuis.

De Britse politie is er intussen eveneens van overtuigd geraakt dat dit zaakje stinkt, maar daarmee is dat nog niet wettig en overtuigend bewezen. En dus staat het water sommige V11’ers – de V staat overigens, een mooi staaltje ‘wishful thinking, voor ‘victors’, overwinnaars – aan de lippen. Als eerste generatie Premier League-spelers, die vermoedelijk dachten dat hun geld nooit meer op zou raken, vielen zij ten prooi aan de haaien die grootverdieners nu eenmaal altijd omcirkelen. Football’s Financial Shame maakt van deze voormalige voetbalsterren weer kwetsbare mensen van vlees en bloed.

Nadat zij voor het oog van de wereld hun jongensdroom hadden waargemaakt, werden ze na hun sportcarrière onder een wel héél koude douche gezet.

Flight 149: Hostage Of War

SkyShowtime

Vlucht 149 van British Airways, vertrokken vanuit Heathrow Airport in Londen, zal op 2 augustus 1990 een uur halt houden in Koeweit City en daarna doorvliegen naar de Indiase stad Madras. Al snel merken de passagiers en crewleden van het Britse vliegtuig echter dat de luchthaven van Koeweit onder vuur wordt genomen. Niet gek: buurland Irak is net binnengevallen bij het oliestaatje. Ze zijn midden in een oorlogssituatie terechtgekomen, die bijna vraagt om ingrijpen door de Verenigde Staten en Groot-Brittannië.

Ruim dertig jaar later leeft bij de inzittenden van het toestel nog altijd de vraag waarom de Britse regering en luchtvaarmaatschappij niet hebben voorkomen dat een regulier passagiersvliegtuig midden in een invasie terechtkwam. In Flight 149: Hostage Of War (90 min.) volgt Jenny Ash de aanloop naar de rechtszaak die een aantal direct betrokkenen willen aanspannen om klaarheid in deze zaak te brengen. In gesprek met de juristen Jennifer Sayles en Jack Beeston blikken zij terug op de maanden waarin zij gegijzeld waren. Deze gesprekken – en het nogal nadrukkelijk geënsceneerde overleg op het betrokken advocatenkantoor McCue Jury & Partners – worden behalve met archiefbeelden van het schrikbewind van de Iraakse dictator Saddam Hoessein, diens brutale aanval op Koeweit en de gevolgen daarvan ook geïllustreerd met gereconstrueerde scènes.

Zo wordt een krasse voetnoot bij de aanloop naar de eerste Golfoorlog, die half januari 1991 onder de naam Desert Storm definitief zou losbarsten, aan de vergetelheid ontrukt. En dat roept nog altijd fundamentele vragen op: waarom boden de Britten de Iraakse agressor zo’n vierhonderd onschuldige burgers, waarmee Hoessein goede sier kon maken en die hij desgewenst ook kon inzetten als menselijk schild dan wel kannonnenvoer, op een presenteerblaadje aan? Was de regering van Margaret Thatcher er werkelijk niet van op de hoogte dat een Iraakse aanval op Koeweit aanstaande was? En wie waren dan de geheimzinnige mannen die anoniem meereisden op Vlucht 149 naar Koeweit City en die zich The Increment noemden? De bemanning, passagiers en hun familieleden willen dat de waarheid boven tafel komt.

En Jenny Ash zet hun zaak, over een traumatische periode die nog faltijd opspeelt in hun huidige levens, kracht bij met deze gedegen film.

Attack On London: Hunting The 7/7 Bombers

Netflix

De Britse politie vraagt passagiers uit de metro, waarop zojuist een aanslag is gepleegd, naar hun naam. De 24-jarige Mustafa Kurtuldu weet al hoe laat ‘t is. Mustafa. Echt? ‘Ze vragen of ze m’n tas mogen zien’, herinnert hij zich van de bomaanslagen op de Londense metro van 7 juli 2005, de ergste terreuraanslag ooit in de hoofdstad van het Verenigd Koninkrijk. ‘Ze zien de naam Mustafa, Mohammed of Achmed en denken: oké, hij is één van hen. Ik zag ze niemand anders fouilleren, maar na 9/11 gaan er bij hen alarmbellen af als ze de naam Mustafa zien.’

Sinds Al-Qaeda’s terreurdaden op 11 september 2001 is zo’n beetje elke moslim direct verdachte als er weer een aanslag wordt gepleegd in het westen. Na de metroaanslagen richten de Britse politie en geheime diensten zich in hun nietsontziende jacht op de daders dus direct op islamitische zelfmoordterroristen. ‘Ik ben een soldaat’, klinkt ‘t even later in de vierdelige serie Attack On London: Hunting The 7/7 Bombers (180 min.) van Liza Williams, met een kille stem vanuit een duistere flat. ‘Onze woorden zijn dood. Totdat we ze leven geven met ons bloed. We geven deze strijd niet op.’

De daders zijn vermoedelijk zelf ook omgekomen bij de aanslagen, die ruim vijftig Britse burgers het leven kosten en zevenhonderd gewonden veroorzaken. Bij het station van Luton treft de politie een auto aan, met daarin nog veel meer explosieven. Het spoor leidt naar Leeds, waar een groepje lokale jongeren meermaals op training in Pakistan blijkt te zijn geweest. In hoeverre behoren deze ‘homegrown terrorists’ tot een groter netwerk? Volgens jeugdwerker Mohammed geloven de verdachten dat hun land sinds de invallen in Irak en Afghanistan in oorlog is. ‘Ze noemen dat Dar al Harb.’

In zulke omstandigheden, blijkt al snel, lijkt alles gerechtvaardigd. Óók bij de Britse veiligheidsdiensten en politie. Met direct betrokkenen – onder wie de toenmalige Britse premier Tony Blair, MI5-directeur Eliza Manningham-Buller en het hoofd van de antiterreureenheid Doug McKenna – tekent Williams het onvermijdelijke vervolg op: een genadeloze klopjacht op (vermeende) daders en verdachten, een logische weerslag van de paranoia die het Verenigd Koninkrijk in de navolgende weken in z’n greep krijgt. Er wordt een ‘shoot to kill’-beleid afgekondigd. En daarbij gaat ‘t gigantisch mis.

Deze grimmige miniserie reconstrueert deze tragische keten van gebeurtenissen met nieuwsbeelden, archiefmateriaal en nogal dikke gedramatiseerde scènes. Zo schetst Williams hoe ook de door haatpredikers verkondigde heilige oorlog, Jihad, gewoon een smerige oorlog wordt, uitgevochten in de straten van Londen en andere Britse steden, met gewone burgers, moslim of niet, als belangrijkste slachtoffers.

Grenfell: Uncovered

Netflix

In de nacht van 13 op 14 juni 2017 ontstaat er bij appartement nummer 16, op de vierde verdieping van de Grenfell-torenflat in de Londense wijk Kensington, een onschuldige keukenbrand. De brandweerlieden ter plaatse lijken de brand snel de baas te zijn, maar ontdekken op de valreep dat het vuur zich toch heeft verspreid naar andere verdiepingen. Dan gaat het snel. ‘Net The Towering Inferno’, zegt een omstander terwijl hij de brand staat te filmen. ‘Onze eigen 9/11’, concludeert een hulpverlener ter plaatse.

In Grenfell: Uncovered (101 min.) reconstrueert Olaide Sadiq met bewoners van de flat, familieleden en hulpverleners het menselijke drama dat zich in die fatale nacht afspeelt in de betonnen kolos. Veel huurders verschansen zich in hun eigen woning als het vuur wild om zich heen grijpt. Dat is ook volstrekt logisch. In Groot-Brittannië is er zoiets als een ‘stay put’-beleid. Blijf bij brand in je eigen flat. Daar ben je zeker twee uur veilig. Behálve als het gaat om een toren met ‘ontvlambare gevelbekleding’, blijkt later.

De Grenfell-toren, gebouwd in de jaren zeventig, heeft net een renovatie achter de rug. Dat lijkt vooral een cosmetische operatie, zodat de flat van de woningcorporatie niet langer uit de toon valt bij nieuwere en duurdere panden in de wijk. Bij die opknapbeurt is ook gevelbekleding aangebracht. In de oorspronkelijke plannen was er nog sprake van zinken panelen. Die werden gaandeweg echter vervangen door goedkopere exemplaren van het Franse bedrijf Arconic. En die blijken zeer brandbaar plastic te bevatten.

Met deze bezuiniging is grofweg vijfduizend pond gemoeid, becijfert journalist Peter Apps, die zich al jaren vastbijt in de Grenfell-brand. Ook andere leveranciers, zoals Celotex en Kingspan, hebben rücksichtslos op de kosten beknibbeld en ondeugdelijk materiaal geleverd. ‘Laat me een positief voorbeeld zien, iemand die de juiste beslissing neemt, iemand die de held is binnen dit verhaal’, stelt brandexpert Guillermo Rein in deze film, die tevens de aanloop naar de ramp grondig analyseert. ‘Maar die is er niet.’

Arconic maakt het wel heel bont, blijkt uit interne correspondentie. Tests wijzen al in 2007, tien jaar vóór Grenfell, uit dat hun product extreem brandgevaarlijk is. ‘Oh, mijn god!, schrijft Arconics technisch manager Claude Wehrle in een bericht, dat hij ‘confidential!!!!’ dubt. ‘Houd die testresultaten weg bij de klant.’ Het rapport verdwijnt dus in de diepste lade. En de verkoop gaat ondertussen, natuurlijk, gewoon door. Ook na verwoestende branden in flats in Boekarest, Shanghai, Lille, Melbourne en Dubai.

Veel landen treffen dan veiligheidsmaatregelen. In het Groot-Brittannië van premier David Cameron, dat in de ban is van grootschalige deregulering, worden echter geen restricties gesteld. En ook de gemeente, brandweer en woningbouwvereniging slaan niet aan. Er is, stelt een verslaggever naderhand, sprake van ‘zoveel nalatigheid dat het bijna onvoorstelbaar is’. Zo bezien is de Grenfell-ramp, de brand met (ruim) zeventig doden die een Arconic-medewerker al aankondigde in een alarmerende mail, bijna onvermijdelijk.

Alle ellende is kernachtig vervat in een blog die Grenfell-bewoner Ed Daffarn, publiceert in november 2016, zes maanden vóór de ramp: ‘De woningbouwvereniging speelt met vuur. Het is een angstaanjagende gedachte dat de Grenfell-actiegroep ervan overtuigd is dat alleen een rampzalige gebeurtenis, waarbij veel mensen sterven, een licht zal werpen op de praktijken die het schadelijke bestuur karakteriseren van deze niet-functionerende organisatie.’ Bangmakerij oordeelt de woningcorporatie dan nog.

En naderhand blijft zo’n beetje iedereen – de Britse premier ten tijde van Grenfell, Theresa May, uitgezonderd – met de vinger naar anderen wijzen. Het is de somber stemmende conclusie van deze ontluisterende ‘rampenfilm’, die toont hoe gewone burgers, veelal mensen van buitenlandse afkomst, in het streven naar efficiëntie en winstmaximalisatie worden gereduceerd tot een soort bijkomende schade.

Hillsborough

ESPN

‘Open die hekken!’ riep een collega via de walkie talkie’, herinnert politieagent Martin McLoughlin van de South Yorkshire Police zich. ‘Als we die hekken niet opendoen, vallen er doden!’ Het is zaterdag 15 april 1989, even na half drie ‘s middags. Over een klein half uur moet er afgetrapt worden in de halve FA Cup-finale tussen Liverpool en Nottingham Forest. Hillsborough (122 min.), het stadion van Sheffield Wednesday, stroomt vol met voetbalfans. Zodra de hekken worden opengegooid, ontstaat er op de staantribune achter het doel van Liverpool-doelman Bruce Grobbelaar echter een enorm gedrang. Terwijl de wedstrijd gewoon begint, raken supporters alsmaar meer in de verdrukking.

Na zes minuten speeltijd dringt ook tot de rest van het stadion door dat er zich een ramp voltrekt in hun midden, laat Daniel Gordon zien in deze indringende reconstructie uit 2016. Toeschouwers klimmen over de hekken om hun vak te verlaten en komen het veld op. ‘De scheidsrechter moet de wedstrijd stilleggen’, constateert de vermaarde BBC-commentator John Motson. Even later snellen ook de Bobbies toe. In eerste instantie zijn die nog in de veronderstelling dat het om rellende hooligans gaat, maar al snel realiseren ze zich dat ze getuige zijn van gewone voetbalfans die vechten voor hun leven. Op het veld wordt met vereende kracht geprobeerd om te redden wie er te redden valt. Voor bijna honderd fans mag de hulp niet baten, nog eens 400 anderen raken gewond.

Politiecommissaris David Duckenfield, nog geen maand in functie, weet het zeker: de ramp is veroorzaakt door dronken Liverpool-fans zonder kaartjes, die zich illegaal toegang tot het stadion hebben verschaft. En dat draagt hij ook direct uit. To add insult to injury. Gewone politieagenten krijgen te horen dat dit het officiële standpunt is. Zo wordt van de Hillsborough-ramp een heel nare affaire gemaakt. Het blijkt de start van een heel lange nachtmerrie. Die wordt vervolgd met de identificatie van de slachtoffers. Familieleden krijgen te horen dat ze naar het stadion moeten komen. Op een wand met polaroidfoto’s moeten ze zelf hun geliefden maar vinden. ‘Zijn die allemaal dood?’ vraagt Doreen Jones, op zoek naar haar zoon Richard. ‘En iemand knikte bevestigend.’

Daarna moet de schuldvraag beantwoord worden. En ook die begint bij de nabestaanden. Rookte hij? vragen agenten hen. Nee. Dronk hij dan? Weer nee. Waarna een agent zou hebben gezegd: ‘Straks probeer je ons nog wijs te maken dat hij maagd is’. Een dag na de ramp komt de Britse premier Thatcher poolshoogte nemen. ‘Op dat moment werd de leugen in het hoofd van politici de waarheid’, stelt criminoloog Phil Scraton, die het boek Hillsborough – The Truth schreef. Een bezopen meute heeft de ramp veroorzaakt. Punt. Volgens enkele tabloids zouden sommige ‘fans’ zelfs slachtoffers hebben beroofd en over agenten, die eerste hulp verlenen, hebben geürineerd. Met andere woorden: die slachtoffers hebben ‘t aan zichzelf te wijten.

In Hillsborough, dat net zo goed over de ramp ná de ramp als over de ramp zelf gaat, tekent Daniel Gordon trefzeker de ontluisterende ervaringen op van overlevenden, familieleden en politieagenten. Zij hebben ieder hun eigen trauma opgelopen in het stadion en tijdens het navolgende onderzoek naar de tragische gebeurtenissen, dat eigenlijk maar één uitkomst mag hebben: het is de schuld van de Liverpool-fans, op de organisatie en beveiliging van de wedstrijd valt helemaal niets aan te merken. Nabestaanden die willen dat het échte verhaal wordt verteld, lopen ruim twintig jaar (!) tegen een muur op. Het is niet moeilijk om er, ruim 35 jaar na die ramp, nog altijd woedend van te worden. Zoveel verdriet, gevolgd door zoveel onrecht.

Facing War

Dox Division

Jens Stoltenberg heeft zijn vrouw Ingrid beloofd dat hij naar huis komt. Na negen jaar als secretaris-generaal van de NAVO, waarbij zijn termijn al driemaal tussentijds is verlengd, vindt hij ’t welletjes. Daarmee neemt de Amerikaanse president Joe Biden echter geen genoegen. Tijdens een persoonlijk onderhoud in de zomer van 2023 vraagt hij hem dringend om langer aan te blijven. Stoltenberg geeft uiteindelijk toe: op wereldschaal valt zijn eigen huwelijk natuurlijk in het niet bij de oorlog in Oekraïne. En met dat extra jaar creëert hij onbedoeld ruimte voor een Nederlandse opvolger: Mark Rutte.

In Facing War (105 min.) krijgt de Noorse filmmaker Tommy Gulliksen een unieke kijk in het werkleven van zijn landgenoot Stoltenberg tijdens een turbulent jaar, waarin hij als NAVO-baas de Oekraïense president Volodymyr Zelensky blijft ondersteunen, zich beijvert om Finland en Zweden ondanks bezwaren van Turkije te laten toetreden tot de NAVO en intussen de rijen gesloten moet zien te houden in de inmiddels 75-jarige alliantie van Noord-Amerikaanse en Europese landen. Een ideale klus dus voor een netwerker pur sang, die bereid is om zijn ego aan de kant te schuiven en tegelijkertijd mee kan doen met de grote jongens.

Stoltenberg is erg aanrakerig, vertelt een medewerker. Hij is zeer gericht op menselijke relaties. En soms pakt hij ineens resoluut door, zoals wanneer de Turkse leider Erdogan dwars ligt. De topdiplomaat is ook een politiek dier, de zoon van een vader die ‘t schopte tot minister van Defensie en een moeder die staatssecretaris was. Als premier van Noorwegen maakte Stoltenberg al in 2000 kennis met zijn huidige Nemesis, Vladimir Poetin, en werd hij later geconfronteerd met een bloedbad op het eiland Utøya, waar Anders Breivik in 2011 bijna zeventig jongeren van ‘zijn’ Arbeiderspartij vermoordde.

Als NAVO-boegbeeld is Jens Stoltenberg duidelijk in zijn element. Gulliksen kijkt mee terwijl hij met zijn team onderhandelingen voorbereidt, stuurt en evalueert, tijdens internationale tops wereldleiders de goede kant op probeert te masseren en steeds z’n ogen op de bal houdt: het verzekeren van de steun aan Oekraïne. ‘We hebben een belofte gedaan waar we ons misschien niet aan kunnen houden’, zegt hij somber, tijdens één van de vele tussendoorinterviewtjes die hij onderweg heeft met de documentairemaker. En zet er vervolgens weer onvermoeibaar z’n tanden in.

Hij voelt zich soms net de hoofdpersoon uit z’n favoriete serie The Sopranos, bekent Stoltenberg op een onbewaakt ogenblik. Net als Tony Soprano – een maffiabaas, is dat nu een handige vergelijking? denkt ie er meteen achteraan – heeft de NAVO-baas het gevoel dat iedereen aan hem trekt en iets van hem wil. Intussen blijft zijn blik altijd gericht op wat wenselijk en haalbaar is. Zo biedt Facing War, verrijkt met een Röyksopp-soundtrack, via deze onverwoestbaar optimistische man een intrigerende blik achter de schermen bij ‘s werelds ultieme ‘old boys network’, waar wordt beslist over oorlog en vrede.

Schmeichel

SkyShowtime

Als je een foutje maakte, vertelt ploeggenoot Gary Neville, stond Peter Schmeichel tegen je te schreeuwen alsof je het handtasje van z’n oma had gestolen. Het is een act, houdt de Deense keeper van Manchester United zichzelf toen nog voor. Een manier om te overleven in de jungle die het internationale topvoetbal ook in de jaren negentig al was. Na verloop van tijd komt hij er echter niet meer los van. Na een tegenvaller is Schmeichel ook thuis niet te harden.

Je leert het leven met terugwerkende kracht begrijpen, heeft hij aan het begin van de tweedeIige docu Schmeichel (92 min.) van Owen Davies al geconstateerd, maar je moet altijd vooruit leven. Uiteindelijk haalt dat verleden je dan toch in. Die geschiedenis begint eigenlijk al in Polen, een land waarmee Peter Schmeichel geen enkele band heeft. Daar wordt echter zijn vader Antoni geboren. Diens vader, Peters opa, sterft direct bij het begin van de Tweede Wereldoorlog, tegen het einde ervan wordt bovendien ook zijn moeder afgevoerd naar de concentratiekampen.

Als Antoni zich tijdens de Koude Oorlog in Denemarken bij Peters moeder Inger besluit te voegen, wil Polen hem alleen laten gaan als hij in het westen gaat spioneren. Al die gebeurtenissen zetten zich in hem vast. Hij wordt een man met een aanzienlijke woede. En die wordt weer geprojecteerd op zijn enige zoon. Die moet, net als hijzelf, muzikant worden. Pianist.  Peter, getuige de bewaard gebleven familiefilmpjes zo’n typisch Scandinavisch joch met helblond haar, heeft alleen andere ambities: hij wil op doel, bij zijn favoriete club: Manchester United. 

En daar zal hij deel gaan uitmaken van het legendarische team van Sir Alex Ferguson – al dreigt een hoog opgelopen conflict in de kleedkamer daar nog voortijdig een einde aan te maken. Schmeichel biedt z’n excuses aan en redt zo het vege lijf. Geen idee hoe hij dat anders had moeten oplossen, bekent Ferguson nu. Samen met oud-teamgenoten Eric Cantona en Gary Neville blikt de manager terug op een zéér succesvolle periode met de Vikingachtige doelman. Die in 1999 wel héél ondoordacht – zelf vindt hij ‘t tegenwoordig een blunder – z’n afscheid bij ManU aankondigt.

Als de druk hem na enkele tropenjaren te veel dreigt te worden, kiest Peter Schmeichel, om maar controle te houden, de vlucht naar voren. 25 Jaar later lijkt de streber van weleer tot rust te zijn gekomen – al is ook glashelder dat dit niet vanzelf is gegaan. Zijn zus Margrethe, huidige vrouw Laura von Lindholm en kinderen Cecilie en Kasper Schmeichel (eveneens doelman van een Premier League-club en het Deense nationale elftal) kunnen ervan getuigen. De ‘natural born winner’ probeert het leven, getuige dit alleraardigste sportportret, tegenwoordig te nemen zoals ‘t komt.

En dan blijkt de appel in huize Schmeichel toch minder ver van de boom te zijn gevallen dan z’n vader Antoni, met wie hij zoveel heeft gestreden, altijd had gedacht.

Free At Last: Onopgeloste Verhalen Over Apartheid

VPRO

Ruim veertig jaar was Zuid-Afrika, onder de noemer Apartheid, een volledig gesegregeerd land. Een kleine minderheid van witte Afrikaners, veelal van Nederlandse afkomst, regeerde met harde hard over de zwarte meerderheid van de bevolking. Nelson Mandela, de leider van het African National Congress (ANC) zat bijvoorbeeld bijna dertig jaar in de beruchte gevangenis van Robbeneiland.

Premier Hendrik Verwoerd (1958-1966), die wordt beschouwd als de architect van Apartheid, bleef volgens zijn kleinzoon Wilhelm altijd stug volhouden dat het systeem een voorbeeld van ‘goed nabuurschap’ was: iedere etnische groep kreeg immers z’n eigen thuisland. Toen Apartheid in 1990 officieel werd afgeschaft en Mandela enkele jaren later president werd namens het ANC, had de zwarte bevolking echter nog heel wat wonden te likken.

Via een Truth & Reconciliation Commission (TRC) probeerde Zuid-Afrika in die jaren schoon schip te maken. De driedelige docuserie Free At Last: Onopgeloste Verhalen Over Apartheid (152 min.) van Xoliswa Sithole, Misha Wessel en Thomas Blom laat zien dat zo’n waarheidscommissie zeker geen wondermiddel is. Van de driehonderd zaken die de TRC destijds wilde laten vervolgen, heeft er nog niet één tot een veroordeling of gevangenisstraf geleid.

De wonden van het bloedbad in Sharpeville in 1960, waarbij de Zuid-Afrikaanse politie het vuur opende op ongewapende demonstranten tegen de Apartheidspolitiek, blijken ruim zestig jaar later bijvoorbeeld nog altijd niet geheeld. Volgens nabestaanden en direct betrokkenen waren er destijds veel meer doden dan het officiële aantal van 69. Erkenning daarvoor is altijd uitgebleven – zoals ook het lot van sommige slachtoffers nog altijd onduidelijk is.

De politieke activist Ahmed Timol zou verder in 1971 uit het raam zijn gesprongen bij het John Vorster Square Police Station in Johannesburg. Zijn broer Mohammad is ervan overtuigd dat hij in werkelijkheid naar beneden is geduwd. Die mening wordt gedeeld door Tilana Stander, de dochter van politieman Joao Rodrigues. Hij zou verantwoordelijk zijn geweest voor de marteling en dood van Timol. Zijn dochter besluit nu om het onderzoek een handje te helpen.

Via zulke voorbeelden toont deze krachtige miniserie, waarvoor de Zuid-Afrikaanse journaliste Iman Rappetti als verteller fungeert, hoe het verleden nog altijd de hedendaagse verhoudingen dicteert. Chappie Klopper, die als voormalig lid van het moordcommando Vlakplaas tegen z’n ex-collega’s getuigde en zich nu voor het eerst voor de camera uitspreekt over zijn eenheid, moet bijvoorbeeld nog altijd over zijn schouder kijken. Hij voelt zich nergens veilig.

Ephraim Mfalapitsa wordt eveneens gehaat. Hij was ooit lid van de gewapende ANC-vleugel MK, maar verliet de organisatie omdat hij medeplichtig werd gemaakt aan een interne afrekening. Tegenwoordig staat hij te boek als de informant die in 1982 de de zogenaamde ‘Cosas Four’ verlinkte bij Vlakplaas. De vader van Tshepo Mokgatle werd daarna vermoord door het commando. Sindsdien vecht zijn zoon, destijds nauwelijks een maand oud, tevergeefs voor gerechtigheid.

‘Mensen zoals ik, die hebben gemoord, moeten praten’, stelt Stefaans Coetzee, een voormalig lid van een witte extreemrechtse militie dat tot inkeer is gekomen. ‘Die verhalen zijn nodig om Zuid-Afrika te laten helen.’ Dat gaat alleen zeker niet vanzelf. Zolang bepaalde (in)direct betrokkenen de verantwoordelijkheid voor hun daden kunnen ontlopen, blijven het verdriet en de pijn van slachtoffers en nabestaanden onverminderd opspelen en voor spanningen zorgen.

Afgaande op Free At Last gaan er nog wel wat jaren overheen voordat Zuid-Afrika zich definitief heeft bevrijd van het juk van Apartheid.

Who Downed MH17?

Eliot Higgins, Bellingcat

Op 17 juli 2014 wordt niet alleen vlucht MH17 van Malaysian Airlines, op weg van Amsterdam naar Kuala Lumpur, uit de lucht geschoten boven Oost-Oekraïne. Bellingcat, het internationale onderzoekscollectief dat zojuist is opgericht door de Britse burgerjournalist/blogger Eliot Higgins, vindt op datzelfde moment z’n missie: het achterhalen van wie er verantwoordelijk is voor het neerhalen van dat passagiersvliegtuig en de dood van de 298 inzittenden, waaronder 196 Nederlanders.

Higgins en zijn multidisciplinaire team ontmoeten elkaar online, in de tijd dat Twitter nog een platform is om kennis en informatie uit te wisselen. Bellingcats uitgangspunt daarbij is: trust no one, test everything. Met behulp van Open Source Intelligence – ofwel: OSINT – krijgen de burgerjournalisten zo steeds meer zicht op wat er zich op die fatale donderdag heeft afgespeeld in Donetsk. Ze achterhalen essentieel bewijsmateriaal over het drama, dat zich heeft voltrokken in moeilijk toegankelijk oorlogsgebied. Het digitale spoor leidt naar een Russische BUK-raket.

In de driedelige docuserie Who Downed MH17? (132 min.) reconstrueert Jack Rampling met Higgins en getrouwen zoals Veli-Pekka Kivimäki, Iggy Ostanin en de Nederlander Robert van der Noordaa dat online-onderzoek waarmee Bellingcat doordringt tot het hart van het MH17-mysterie en meteen uitgroeit tot aartsvijand van Poetins Rusland. Dat heeft speciale trollenfabrieken ingericht om de schuld voor het neerhalen van het toestel bij Oekraïne neer te leggen. Heel lang ontbreekt echter het antwoord op twee cruciale vragen: wie vuurde die raket af en waarom?

Daarvoor meldt Christo Grozev, die later ook een sleutelrol zal spelen in het onderzoek naar de moordaanslag op de Russische oppositieleider Aleksej Navalny (zoals vervat in de Oscar-winnende documentaire Navalny), zich bij het onderzoekscollectief. Hij weet samen met de Russische journalist Roman Dobrokhotov audio-opnamen van de mogelijke daders te verbinden aan concrete personen. Zo voeden zij tevens het officiële MH17-onderzoek, waarin aanklager Digna van Boetzelaer, die eveneens participeert in deze miniserie, een centrale positie inneemt.

Who Downed MH17? laat zo treffend zien hoe ‘the wisdom of the crowd’ daadwerkelijk voor maatschappelijke doeleinden wordt ingezet. Om de impact van de aanslag duidelijk te maken en zijn vertelling extra emotionele lading te geven, introduceert Rampling bovendien, naast de toenmalige Nederlandse premier Mark Rutte en minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans, de nabestaanden van twee slachtoffers: de familie van de Britse passagier Richard Mayne en de moeder van de Nederlander Bryce Frederiksz die samen met z’n vriendin Daisy om het leven is gekomen.

Tijdens de rechtsgang moeten zij aanzien hoe de verantwoordelijken voor hun immense verdriet de dans proberen te ontspringen.

De Illusie Aan De Macht – 1412 Dagen Kabinet Den Uyl

Joop den Uyl (l), koningin Juliana en Dries van Agt (r) / Aanpak Film

Alles is veranderd – en tegelijk helemaal niets. Zo’n linkse regering als het kabinet Den Uyl (1973-1977) had Nederland nog nooit en (vooralsnog) ook nooit meer. En tegelijkertijd ging ‘t er in de jaren zeventig, getuige de tweedelige documentaire De Illusie Aan De Macht – 1412 Dagen Kabinet Den Uyl (110 min.), niet zoveel anders aan toe dan nu: premier Joop den Uyl en bewindslieden van de partijen PvdA, KVP, ARP, PPR en D66 werden met de ene na de andere crisis geconfronteerd, kregen te maken met aanzienlijke weerstand en vochten elkaar soms, tot diep in de nacht, de tent uit.

Hun gekrakeel speelde zich alleen af in een grotendeels zwart-witte wereld en werd gekenmerkt door vormelijkere omgangsvormen. De uitgangspunten van de grote vormgever, Joop den Uyl, waren echter glashelder: een eerlijkere verdeling van macht, kennis en inkomen. Het PvdA-kopstuk geloofde in een maakbare samenleving, zijn progressieve regering was ‘van en voor gewone mensen’. En dat betekende dan weer vrij schieten voor de oppositie. ‘Sinterklaas bestaat’, kreeg VVD-leider Hans Wiegel, wijzend naar Den Uyl, bijvoorbeeld de lachers op zijn hand. ‘Daar zit ie, achter de tafel.’

Toen André van der Hout en Chris Vos werkten aan deze historische reconstructie, in 1999 beloond met een Gouden Kalf, was die ‘goedheiligman’ al overleden. Andere bekende kabinetsleden zoals de ministers Dries van Agt, Ruud Lubbers, Jos van Kemenade, Henk Vredeling, Jan Pronk, Tjerk Westerterp en Max van der Stoel en de Kamerleden Willem Aantjes, Hans van Mierlo en Frans Andriessen schoven wel aan om terug te blikken op een tijd die in het teken stond van pak ‘m beet de oliecrisis, Surinaamse onafhankelijkheid, abortus, de Lockheed-affaire en Molukse treinkapingen.

En ergens in die aaneenschakeling van kleinere en grotere crises ontstond er een verwijdering tussen de PvdA, geleid door de zuinige calvinist Den Uyl, en de katholieke minister van justitie Van Agt, die in 1977 de lijst zou gaan aanvoeren van het CDA, een nieuwe politieke partij die uit drie christelijke partijen was ontstaan. En die zou er uiteindelijk voor zorgen dat er, ondanks een enorme verkiezingsoverwinning voor de PvdA, géén tweede kabinet Den Uyl kwam. Dries van Agt werd minister-president in een kabinet met de VVD. Met Wiegel had Van Agt duidelijk meer chemie dan met Den Uyl.

Van der Hout en Vos tekenen die geschiedenis zonder al te veel opsmuk op. Ze verlaten zich op de fraaie archiefbeelden, laten die inkaderen door de toenmalige hoofdrolspelers en zorgen zelf voor een hoofdstukindeling en dienende muziek. Het resultaat is een film die de tijdgeest moeiteloos te pakken krijgt en tevens een aansprekend portret wordt van het gezicht daarvan: Joop den Uyl, een zeer principiële, gedreven en polariserende man, die regelmatig gebukt leek te gaan onder de enorme opdracht die hij zichzelf had gesteld: een Nederland van en voor iedereen.

Premier Passions

Peter Reid (l) en Nial Quinn (r) / BBC

Vóór de drie seizoenen van de veelgeprezen documentaireserie Sunderland ‘Til I Die (2018-2024), een meeslepend feuilleton over de voetbalclub die permanent in zwaar weer lijkt te zitten, was er in 1998 al Premier Passions (237 min.), een vijfdelige serie waarin de Britse club werd gevolgd tijdens het seizoen 1996-1997. En ook toen zat alles al tegen bij de trots van de arbeidersstad in Noordoost-Engeland, die in het voorgaande jaar nog was gepromoveerd naar de hoogste Engelse divisie, de Premier League.

De clubleiding heeft grootse ambities. Een nieuw stadion bijvoorbeeld: Roker Park wordt na dit seizoen ingeruild voor een nieuw hypermodern thuis. Daar gaat Sunderland zich meten met de allerbeste teams. Intussen moet manager Peter Reid, die zo’n beetje elke zin van zijn coaching lardeert met één of meerdere ‘fucks’, tijdens de eerste de beste wedstrijd in deze voetbalserie van John Alexander aanzien hoe zijn ‘jongens’ kansloos ten onder gaan tegen de ‘mannen’ van concurrent Watford.

Premier Passions is gemaakt volgens hetzelfde procedé als Sunderland ‘Til I Die zo’n twintig jaar later: de camera kijkt als een vlieg op de muur mee in het stadion, bij de trainingen en in de kleedkamer van het eerste elftal, hangt daarnaast rond op de burelen van de club en probeert ook de beleving van gewone supporters nog te vatten. Daarbij mag iedereen zijn zegje doen over de belangrijkste bijzaak van de wereld en de club waartegen eigenlijk geen enkele andere club in de hele wereld op kan.

Bij de start van deze vermakelijke docuserie, halverwege het seizoen, bivakkeert Sunderland nog comfortabel in de middenmoot. Daarna wordt de gang naar de onderste regionen van de League ingezet, begeleid door sacrale muziek en verteller Gina McKee, een actrice en Sunderland-fan die van het begin af aan al ziet aankomen dat het wel eens helemaal mis kan gaan met haar favoriete club. Want aankoop Nial Quinn is vrijwel direct geblesseerd geraakt. En nu staat er voorin niemand die een goal kan scoren.

Peter Reid weigert echter om de poeplap te trekken of een vervanger aan te trekken, die hij eigenlijk niet ziet zitten. En als hij dan wel iemand heeft gevonden om zijn elftal uit de brand te helpen, de Israëlische spits Ronen Harazi, komt die bij lange na niet door de medische keuring. De geplaagde coach begint gaandeweg steeds meer te lijken op Ajax-coach Jan Wouters in Ajax: Daar Hoorden Zij Engelen Zingen, Roel van Dalens docu over het tragische jubileumjaar 1999-2000 van de Amsterdamse voetbalclub.

En dan op de valreep tekent Reid alsnog een gekende naam, voor de laatste allesbeslissende zeven wedstrijden van het seizoen. Het is niet Pierre van Hooijdonk, een naam die rondzingt bij de fans, of Heerenveen-aanvaller Jon Dahl Tomasson, die al eens op het sportcomplex is wezen kijken, maar financieel te hoog in de boom zit. Voor Sunderland staan er dan alleen nog zes punten-wedstrijden op het programma. Elke nederlaag kan fataal zijn. Waarna Reid er weer enkele ‘fucks’ tegenaan mag gooien.

Moet Sunderlands nieuwe stadion, waarvan de naam nog in de lucht hangt, straks in gebruik worden genomen in het Championship, de tweede Britse divisie?

Ruim twee jaar later verscheen er overigens nog een soort bonusaflevering, Premier Pressures (42 min.), aan de vooravond van Sunderlands terugkeer in de Premier League.

The Bibi Files

September Film

De zaak is in wezen redelijk simpel, stelt journalist Raviv Drucker. Benjamin ‘Bibi’ Netanyahu en zijn derde vrouw Sara zouden cadeaus ter waarde van een kwart miljoen dollars hebben gekregen van Arnon Milchan. In ruil daarvoor heeft Netanyahu allerlei hand- en spandiensten verricht voor de Joodse Hollywood-producer. Een eenvoudig geval van omkoping. Het betreft alleen wel de langst zittende premier van Israël.

Voor een man in zijn positie lijkt Bibi zich wel heel goedkoop te hebben laten strikken. Voor sigaren, champagne en juwelen, werkelijk waar. Het goeie leven, dat hem uiteindelijk zwaar is bekomen. Kwestie van ‘L’etat c’est moi’, stelt de politieke insider Nimrod Novik in The Bibi Files (115 min.). Geen onderscheid meer zien tussen de staat en jezelf. Dat zou zijn begonnen bij zijn onverwachte verkiezingsoverwinning in 2015.

Volgens deze krachtige documentaire van Alexis Bloom heeft Netanyahu ook geïntervenieerd voor een andere tycoon, Shaul Elovitch. In ruil voor positieve berichtgeving op Elovitch’s nieuwswebsite Walla. ‘We begonnen ons te voelen als een restaurant dat aan slechts één gast serveert’, stelt voormalig hoofdredacteur Avi Alkalay. Ook hiervoor geldt: corruptie, klip en klaar. Als het tenminste kan worden aangetoond.

Om haar betoog te stutten maakt Bloom gebruik van uitgelekte beelden van de politieverhoren van Benjamin Netanyahu en andere direct betrokkenen. King Bibi komt er niet goed vanaf. De man die erom bekend staat dat hij het geheugen van een olifant heeft, kan zich opvallend vaak niets meer herinneren. Hij beweert bovendien consequent dat hij zich van geen kwaad bewust is en bijt flink van zich af naar zijn verhoorders.

Ook zijn vrouw Sara, die hele tirades houdt tegen haar gesprekspartners, en hun zoon Yair, een activist/podcaster met zéér rechtse denkbeelden, schminken zichzelf flink af op de verhoorbeelden. Ze ogen als Israëlische varianten op Imelda Marcos of Don Trump Jr., die liegen alsof ‘t gedrukt staat en routineus afgeven op critici en de linkse media. Ook zij kunnen echter niet voorkomen dat er een rechtszaak wordt opgestart tegen Netanyahu.

Door die beschuldigingen komt Bibi ook politiek steeds meer alleen te staan. Andere partijen besluiten hem te boycotten. Om toch premier te blijven – en uit de handen van zijn eigen minister van justitie, die hem in staat van beschuldiging heeft gesteld – wendt Bibi zich tot de extremisten Itamar Ben-Gvir en Bezalel Smotrich, politici die hij enkele jaren geleden nog meed als de pest. Nu zijn ze allebei minister in zijn kabinet.

Met zulke onverzoenlijke lieden aan z’n zijde werd Netanyahu met de terroristische aanslagen van Hamas op 7 oktober 2023 geconfronteerd. De navolgende vergeldingscampagne in Gaza, het eindpunt van The Bibi Files, was in zekere zin dus te voorspellen. Een permanente oorlog, stellen critici cynisch in dit ontluisterende portret, is sowieso een ideaal middel om aan de macht en uit de cel te blijven.

Inquilab Di Kheti

IDFA

‘Als deze wetten niet worden ingetrokken, zal ik, Rakesh Tikait, een einde aan mijn leven maken’, verklaart de geëmotioneerde Indiase vakbondsleider, woordvoerder van de verzamelde sikh-boeren uit de Punjab-regio, met overslaande stem tegenover een cameraploeg. Het is 26 januari 2021, Onafhankelijkheidsdag. De Indiase premier Narendra Modi heeft net hard laten ingrijpen bij de massale boerenprotesten tegen het landbouwbeleid van zijn regering.

De schokkende uitspraak van de vakbondsman markeert het dieptepunt in de confrontatie en is door regisseur Nishtha Jain precies halverwege de documentaire Inquilab Di Kheti (Engelse titel: Farming The Revolution, 105 min.) geplaatst. Het conflict is enkele maanden eerder, in het najaar van 2020, begonnen met zeer omstreden nieuwe wetgeving van de regering om grote bedrijven toegang te geven tot landbouwgrond, ten koste van plaatselijke boeren en landarbeiders.

Daarmee heeft premier Modi een epische ‘stare down’ met de boerenvakbond in gang gezet. Al snel wordt de hoofdstad New Delhi omsingeld door enkele honderdduizenden demonstranten, die de snelweg blokkeren en met hun tractoren een gigantisch tentenkamp inrichten. Ze zijn gekomen om te blijven, totdat Modi zijn desastreuze plannen intrekt. En zijn regering probeert de boeren op z’n beurt, via regeringsgezinde media, te framen als terroristen en religieuze fanatici.

Dat boerenprotest is overigens een kleurrijke bedoening, met die enorme verzameling sikhs en hun tulbanden en hoofddoeken, vlaggen en tenten. Terwijl zij zich met elkaar verpozen, luisteren naar vurige toespraken over binnen- en buitenlandse ‘parasieten’ en worden opgezweept met protestsongs, laat Farming The Revolution ook zien hoe het gewone leven in Punjab doorgaat. Bij toerbeurt reizen plaatselijke mannen en vrouwen af naar de frontlinie om te participeren in de demonstraties. 

Nishtha Jain richt zich op het collectieve karakter van de actie en licht er enkele individuele activisten een klein beetje uit. Los van elkaar kunnen zij de loop der dingen niet beïnvloeden, zo lijkt de klassieke arbeidersboodschap, maar samen staan ze sterk. En dat gevoel houdt hen ook bij elkaar, als de weersomstandigheden beginnen op te spelen en er echt Ausdauer wordt gevraagd in deze degelijke registratie van een cruciale gebeurtenis in de recente Indiase historie.

Het zal uiteindelijk ruim een jaar duren voordat duidelijk wordt wie er voor het eerst met z’n ogen knippert: de regering Modi of toch de verzamelde boeren.