9/11: Inside The President’s War Room

Apple TV+

De dag begon met een lekker rondje joggen. Toen kreeg George W. Bush zijn dagelijkse CIA-briefing. En daarna stond er een bezoek aan de Emma E. Booker-basisschool in Florida op het programma voor de Amerikaanse president. Daar zouden uiteindelijk klassieke beelden van Bush worden gemaakt: terwijl hij geacht werd om te luisteren naar spellende kinderen, probeerde ‘Dubya’ zijn gezicht in de plooi te houden. Hij was zojuist geïnformeerd over huiveringwekkende gebeurtenissen in New York.

‘Het eerste vliegtuig leek op een ongeluk,’ vat hij de situatie op die hachelijke dinsdagochtend in september 2001 twintig jaar later samen. ‘Het tweede maakte duidelijk dat het een aanval was. En het derde toestel betekende niets minder dan een oorlogsverklaring.’ Hij omschrijft de situatie in 9/11: Inside The President’s War Room (90 min.) als ‘een psychologische tsunami’. Voor deze gebeurtenis bestond geen draaiboek. Zijn regering zou moeten improviseren, zo bevestigen ook vicepresident Dick Cheney, stafchef Andy Card, veiligheidsadviseur Condoleezza Rice, minister van buitenlandse zaken Colin Powell en adviseur Karl Rove.

De uitputtende bronnenlijst, inclusief talloze onderknuppels, behoort meteen tot de uitgesproken troeven van deze nauwgezette reconstructie van hoe Amerika’s belangrijkste gezagsdragers de terroristische aanslagen van 11 september beleefden. Vrijwel alle belangrijke spelers binnen de Republikeinse regering Bush leveren een bijdrage en geven de documentaire van Adam Wishart, waarvoor acteur Jeff Daniels als verteller fungeert, een gezaghebbend karakter. Dit is hoe de beslissers destijds hebben gedacht en gehandeld – of hoe ze het zich nu herinneren.

Saillant is bijvoorbeeld de situatie rond het door Al-Qaeda-terroristen gekaapte vliegtuig United 93. Cheney geeft het bevel ‘take the track’. Ofwel: haal het toestel neer. Ook Bush geeft zijn goedkeuring om het vliegtuig, waarin zich ook onschuldige Amerikaanse passagiers bevinden, te attaqueren. ‘Was ik blij met die beslissing?’ zegt de voormalige president nu. ‘Nee. Maar stond ik achter dat besluit? Zeker.’ Als United 93 even later inderdaad uit het luchtruim is verdwenen, weten Bush en zijn medewerkers vreemd genoeg niet of zij dat zelf op hun geweten hebben of niet.

Want de tv-ontvangst en telefoonverbinding in het regeringsvliegtuig Air Force One waren ronduit slecht. En ‘the leader of the free world’ was voor zijn nieuwsvoorziening veelal gewoon aangewezen op televisiezenders. Uiteindelijk bleken enkele dappere passagiers de kapers te hebben overmeesterd, waarna het vliegtuig was neergestort. De gedachte aan de moed van de United 93-passagiers en het lot dat hen ten deel viel zorgen nog altijd voor emoties bij de direct betrokkenen, die zich 9/11 sowieso herinneren als een emotionele achtbaan: twijfel, onzekerheid en ook angst vochten om voorrang, zo nu en dan gepareerd met galgenhumor.

Zulke momenten zijn tevens terug te zien op officiële foto’s van die fatale dag, die het optreden van Bush tijdens dit scharnierpunt in de moderne Amerikaanse historie in beeld brengen. De dag eindigde met de afkondiging van de zogenaamde Bush-doctrine: hij maakte in niet mis te verstane bewoordingen duidelijk dat ze terug gingen slaan naar de terroristen én naar degenen die hen onderdak verschaften. Een kleine maand later zouden Amerikaanse troepen in Afghanistan landen. En anderhalf jaar later vielen de Verenigde Staten het Irak van Saddam Hoessein binnen.

White Riot

Ruim veertig jaar na dato doet het onwerkelijk aan, maar in het Verenigd Koninkrijk van halverwege de jaren zeventig liet menigeen zich openlijk racistisch uit. De extreemrechtse partij The National Front fulmineerde bijvoorbeeld met de regelmaat van de klok tegen kleurlingen en stond hoog in de peilingen. Ook celebrities uitten zich soms in xenofobe termen. ‘Get the wogs out’, riep Eric Clapton, niet in de beste periode van zijn leven en carrière, bijvoorbeeld tijdens een concert in Birmingham. ‘Get the coons out.’

De Britse gitarist sprak daarnaast zijn steun uit aan de omstreden conservatieve politicus Enoch Powell. Die had in 1968 gewaarschuwd voor ‘rivieren van bloed’ als de aanhoudende immigratie niet werd gestopt. Volgens Clapton zou Groot-Brittannië nu binnen tien jaar zelf een kolonie kunnen worden. De popfotograaf Red Saunders kon zijn oren niet geloven en besloot actie te ondernemen. Hij formuleerde een openbare reactie naar de man die groot was geworden van/met de blues, van oorsprong toch echt slavenmuziek. ‘Come on, Eric. you’re rock music’s biggest colonialist’, schreef Saunders venijnig. ‘P.S. Who shot the sheriff, Eric? It sure as hell wasn’t you, mate…’

Saunder’s  open brief aan het poptijdschrift NME zou het startpunt betekenen voor Rock Against Racism. Regisseur Rubika Shah tekent de activistische organisatie in White Riot (80 min.), vernoemd naar de klassieke eerste single van de punkband The Clash, van binnenuit op en schetst met kopstukken als Mykaell Riley (Steel Pulse), Tom Robinson en Pauline Black (The Selekter) het explosieve politieke klimaat in Groot-Brittannië, dat de ideale voedingsbodem zou blijken te zijn voor zowel punk als antifascisme. Bewegingen die, geheel naar de tijdgeest, gekenmerkt werden door roestvrijstalen overtuigingen, een echte Do It Yourself-mentaliteit en lekker schreeuwerige esthetiek.

Aan de vooravond van de Britse verkiezingen van 1979, waarbij het National Front hoge ogen leek te gaan gooien, culmineerden de activiteiten van Rock Against Racism in een gratis concert in het Londense Victoria Park, tevens de climax van deze degelijke film, waarbij zo’n 100.000 Britse jongeren letterlijk kleur bekenden. Het werd een soort Woodstock voor de punkgeneratie en bleek tevens een ideale generale repetitie voor groots opgezette evenementen in latere jaren, zoals het ultieme Gutmensch-evenement Live Aid.

American Anarchist


Voor u, beste kijker, zit William Powell, een vriendelijke, intelligente en welbespraakte zestiger waar u zo op de koffie zou gaan. Eind jaren zestig schreef hij als boze 19-jarige The Anarchist Cookbook, hét instructieboek voor elke zichzelf respecterende Amerikaanse terrorist en schoolschutter.


Van Timothy McVeigh, de man achter de bomaanslag in Oklahoma City tot Eric Harris en Dylan Klebold, de twee tieners die twaalf medeleerlingen en een leerkracht neer maaiden op hun middelbare school Columbine High. Stuk voor stuk maakten ze gebruik van het zelfhulpboek voor lieden met snode plannen. Zelfs IS schijnt er vrolijk uit te hebben geput.

Voor Powell is het boek een jeugdzonde die hem al bijna een halve eeuw blijft achtervolgen. In American Anarchist (80 min.) zet regisseur Charlie Siskel hem soms ongenadig de duimschroeven aan. De film is beslist aan de lange kant, maar blijft door de actuele thematiek, en het daaruit voortgevloeide persoonlijke drama, toch boeien.