Cocaine Cowboys: The Kings Of Miami

Netflix

Het waren getapte jongens, Sal Magluta en Willy Falcon. In hun powerboats maakten ze in de jaren tachtig zo’n beetje onderling uit wie er met het Amerikaanse kampioenschap vandoor ging. En zoals dat gaat bij dit soort onweerstaanbare schelmen waren er in hun aanwezigheid altijd feestjes, mooie vrouwen en drugs. Cocaïne, om precies te zijn. Waar de twee Cubaanse Amerikanen dan weer zelf op grote schaal in handelden.

Als eerste generatie-immigranten hadden ze aan den lijve ondervonden wat armoe was, vertellen familie, vrienden en collega’s in de zesdelige serie Cocaine Cowboys: The Kings Of Miami (272 min.). En dus kon je het Sal en Willy toch moeilijk verwijten dat ze gevoelig waren voor het snelle geld? Daarbij gedroegen ze zich overigens netjes, hoor: het olijke duo uit ‘The Sunshine State’ Florida hield zich altijd ver van geweld.

Tenminste, tótdat de grond hen echt te heet onder de voeten werd. Toen ze in de jaren negentig voor de rest van hun leven in de cel dreigden te verdwijnen, lieten hun advocaten in een juristen- en gevangenistijdschrift een lijst met potentiële getuigen van justitie publiceren. Die werden rücksichtslos uit de weg geruimd. It’s all in a day’s job for cocaine cowboy (die het appartement waar ze gingen feesten doodleuk ‘Scarface‘ noemden).

En regisseur Billy Corben laat alle ‘muchachos’, gangsterliefjes, consiglieres en domme krachten in deze pastiche op Miami Vice, The Sopranos en Narcos nu gewoon lekker leeglopen. Kritische kanttekeningen blijven achterwege. Hij voorziet hun sterke verhalen liever van kekke montagetrucs, popi humor en – natuurlijk – een overload aan latin-muziekjes, onderbroken door een enkele eighties-klassieker.

Want het moet natuurlijk wel leuk blijven, zo’n trip nostalgia door de gouden jaren van de cokebusiness. Gaandeweg krijgt Cocaine Cowboys een iets grimmiger karakter, als het politieonderzoek naar en de rechtszaken tegen de drugsbaronnen en hun trawanten de aandacht beginnen op te eisen. Deze gladde miniserie verzuimt echter om hun wereld écht bloot te leggen en blijft daardoor aan de, weliswaar best vermakelijke, oppervlakte steken.

They Call Me Dr. Miami

Met vermeldingen in songs als I Don’t Care, Cuddle My Wrist en 4 AM droegen de rappers Snoop Dogg, Future en 2 Chains eraan bij Dr. Miami een begrip werd in de Amerikaanse plastische chirurgie. Dé man om een snelle ‘boob job’, ‘tummy tuck’ of ‘butt lift’ te krijgen. Op social media laat deze karikaturale variant op onze eigen Robert Schumacher zich ook zelf niet onbetuigd. Via popi filmpjes op Instagram en Snapchat geeft hij potentiële klanten alvast een kijkje in zijn catalogus, operatiekamer of slechte gevoel voor humor.

Achter het personage van de supersnelle dokter, die je voor een paar duizend dollar van een ‘perfect’ en volstrekt inwisselbaar uiterlijk kan voorzien, blijkt in deze documentaire van Jean-Simon Chartier de gladjanus Michael Salzhauer schuil te gaan. Deze Joodse businessman hoopt dat hij nog maar een dikke tien jaar hoeft te werken en daarna lekker kan gaan rentenieren. Tot die tijd gaat hij z’n product ongegeneerd aan de man/vrouw brengen – en die op de loer liggende burn-out op afstand proberen te houden.

Die geldingsdrang moet zijn onzekerheid compenseren, stelt echtgenote Eva in het tamelijk treurige portret They Call Me Dr. Miami (78 min.). Ze lijkt zich soms behoorlijk te generen voor de publieke escapades van haar man, die zich voor wat extra aandacht nergens voor lijkt te schamen en die thuis bovendien de gelovige familieman uithangt. Salzhauers dochter heeft zich zelfs afgewend van de sociale media. Dat lijkt bepaald geen onnatuurlijke reactie voor een kind dat zich moet zien te verhouden tot een vader, die zo’n beetje alles representeert wat de influencer-cultuur zo intens leeg kan maken.

Al te veel om het lijf heeft deze film, die met de Franse slag ook nog wat ethische kwesties rond cosmetische chirurgie aan de orde stelt, uiteindelijk niet. Het is vooral een ontluisterend portret van een man die zich, ondanks zijn innig beleefde relatie met het Joodse geloof, met recht een plastic arts mag noemen.

The Miami Showband Massacre

Ze waren zomaar een Iers bandje. Heel populair, dat wel. Ook bij de meisjes. De Ierse Beatles, zeggen ze nu zelf. Maar dat is natuurlijk zwaar overdreven. Ruim veertig jaar na dato zou er waarschijnlijk geen haan meer kraaien naar The Miami Showband als de groep in 1975 niet betrokken zou zijn geraakt bij het bijzonder gewelddadige conflict over Noord-Ierland.

In ruim drie decennia raakten zo’n 40.000 gewone burgers gewond tijdens ’The Troubles’. 3700 Ieren, vaak op geen enkele manier betrokken bij de strijd om Ulster, stierven een gewelddadige dood. Waaronder drie muzikanten die nu anders waarschijnlijk in het golden oldies-circuit zouden hebben gespeeld: zanger Fran O’Toole, gitarist Tony Geraghty en trompettist Brian McCoy. Ze kwamen op 31 juli 1975 om bij een bloedige bomaanslagThe Miami Showband Massacre (71 min.).

Twee bandleden, bassist Stephen Travers en saxofonist Des McAlea, zaten ook in het Volkswagenbusje dat de band naar huis moest brengen na een optreden in de Castle Ballroom in Banbridge, maar overleefden de tragedie. Een derde, drummer Ray Miller, was in zijn eigen auto op weg naar huis en ontsprong de dans eveneens. Zes Ieren. Vier katholieken, twee protestanten. Al was dat volgens de overlevende bandleden nooit een thema binnen de groep.

In een burgeroorlog is echter niemand veilig en worden er bovendien regelmatig vieze spelletjes gespeeld. In deze boeiende tv-docu belicht Stuart Sender de pogingen van Stephen Travers om de ware toedracht te ontdekken achter de tragedie die drie van zijn muzikale vrienden het leven kostte. Was het een volledig uit klauw gelopen blokkade van de loyalistische Ulster Volunteer Force? Of ging het zelfs om een clandestiene actie van de Britse geheime dienst MI5, die Noord-Ierland koste wat het kost bij Groot-Brittannië wilde houden?