The Boy From Medellin

Amazon Prime

Terwijl J Balvin zich voorbereidt op het belangrijkste optreden van zijn leven, een stadionconcert in zijn geboortestad Medellin, raakt zijn land Colombia in het najaar van 2019 steeds nadrukkelijker in de greep van protesten tegen de rechtse president Duque. Die krijgen bovendien een steeds grimmiger karakter. De druk op The Boy From Medelin (95 min.) om zich ook uit te spreken neemt zienderogen toe.

Reggaeton-ster José Alvaro Osorio Balvin, één van de populairste artiesten van deze aardkloot, heeft echter wel wat anders aan zijn hoofd: de druk om te presteren, bijvoorbeeld, en het op afstand houden van de depressies en paniekaanvallen die hem al vaker parten hebben gespeeld. En tussen alle promotionele verplichtingen moet de latin-superster ook zijn fans tevreden zien te stellen – of gewoon van het lijf houden.

Regisseur Matthew Heineman (die in de afgelopen jaren verantwoordelijk was voor de topdocumentaires Cartel Land en City Of Ghosts, twee seizoenen van de serie The Trade en de speelfilm A Private War) begeeft zich een week lang in Balvins kielzog en probeert de gekte om hem heen, en soms ook in hem, te vereeuwigen. De politieke context fungeert daarbij als geluk bij een ongeluk en tilt de film uit boven het niveau van een routineus portret over een artiest met evenveel twijfels als fans (en acute stemproblemen die natuurlijk nét voor het moment suprême moeten worden bezworen).

Hoezeer hij het ook probeert te vermijden, ‘El Niño de Medellin’ wordt gedwongen om stelling te nemen. Terwijl hij volgens eigen zeggen toch echt meer verstand heeft van ‘dromen’ dan van politiek. Uiteindelijk moet zijn manager, talentmanager pur sang Scooter Braun, er zelfs aan te pas komen om hem, in een spannende scène, op zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid te wijzen. Hij is het als muzikant aan zijn stand verplicht om zijn platform te benutten en zich uit te spreken.

J Balvin zal echt kleur moeten bekennen. Een kleurspoelinkje, waarmee hij zichzelf tot dusver steeds heeft heruitgevonden, volstaat niet meer. Nadat hij al zijn rituelen heeft doorlopen, door zijn directe entourage grondig is opgepept en via zijn mobiel de succeswensen van vakbroeders zoals DJ Khaled, Jay-Z en will.i.am van The Black Eyed Peas in ontvangst heeft genomen, volgt tijdens dat swingende thuisconcert het moment van de waarheid, de vanzelfsprekende apotheose van deze boeiende documentaire.

Tiger

HBO/Ziggo

Hij was zegge en schrijve acht maanden oud toen vader Earl hem kennis liet maken met golf. Een kleine anderhalf jaar later waren ze samen te gast in de tv-show van Bob Hope, waar de peuter zijn beste slagen mocht laten zien. Tiger Woods was voorbestemd om een grootheid op de golfbaan te worden, zeker in de ogen van zijn ouders Earl en Kultida. Zij hadden een heus masterplan voor hun kind: hij moest de eerste zwarte topgolfer worden.

En zo geschiedde. Tiger (192 min.) werd een legende in zijn sport. Een merk ook, van zo’n honderd miljoen dollar per jaar. En een ideale schoonzoon. Totdat de zeepbel vakkundig werd doorgeprikt. Volgens deze meeslepende biografie kwam de ommekeer na het overlijden van zijn vader, die in Tiger een soort kruising tussen Mahatma Gandhi en Nelson Mandela zag, en de brave huisvader een ongezonde voorliefde ontwikkelde voor wilde avonturen in Sin City, Las Vegas. Seks als pijnbestrijding, aldus zijn biograaf Armen Keteyian. Dat ene adagio – what happens in Vegas, stays in Vegas – zou alleen niet opgaan voor Tiger Woods. Zijn wilde escapades haalden hem uiteindelijk aan alle kanten in.

In het eerste deel van dit tweeluik schetsen de filmmakers Matthew Heineman en Matthew Hamachek met pakkend beeldmateriaal van de ene na de andere golftriomf en interviews met z’n vrienden, kleuterjuf, eerste vriendin, concurrenten, marketeers en vaste caddie de opmars van de Amerikaanse ‘golfrobot’. In deel 2 tekenen ze vervolgens met biografen, sportjournalisten en z’n bekendste maîtresse Rachel Uchitel diens dubbelleven en ondergang op. Waarna er op de valreep, zoals in een echte Hollywood-evergreen, toch nog een wederopstanding volgt.

Dit is nu eenmaal een klassiek verhaal over een held, die eerst zonder voorbehoud op het schild wordt gehesen en er daarna en plein publique vanaf sodemietert – of vanaf wordt geduwd. Gadegeslagen door talkshowgasten met ferme meningen, comedians met gemakkelijke grappen en bobo’s die niet weten hoe snel ze afstand van hem, de zwarte jongen in de witte wereld, moeten nemen. In dat opzicht is Tiger tevens een nauwelijks verhulde aanklacht tegen de celebritycultuur, die de protagonist bijna de kop heeft gekost. Opgevreten door zijn eigen populariteit.

En deze tweedelige docu is tenslotte ook nog het aangrijpende relaas van een jongetje dat roofbouw op zijn lijf en persoonlijkheid pleegt om de droom van zijn ouders, vader Earl in het bijzonder, te verwezenlijken. Want Nike mocht voor hem dan de slogan ‘winning takes care of everything’ hebben bedacht, Tiger Woods werd er te langen leste op hardhandige wijze mee geconfronteerd dat zo’n uitgangspunt alleen verliezers kon opleveren.

The Trade – Season 2

Showtime

In 2015 bracht Matthew Heineman in Cartel Land op een meeslepende manier de bloedige drugsoorlog in beeld, die in Mexico en het grensgebied met de Verenigde Staten wordt uitgevochten. Die geweld(dad)ige film kreeg drie jaar later een onofficieel vervolg met de vijfdelige documentaireserie The Trade, waarin de Amerikaanse filmmaker alle hoeken en gaten van de Amerikaanse Opioid Crisis belichtte: van de Mexicaanse drugsdons en federale agenten die daar poppyvelden laten platbranden tot de gewone dealers en gebruikers in de Verenigde Staten en de politieagenten die fanatiek op hen jagen.

En nu is er seizoen 2 van The Trade (200 min.), waarin Heineman het spoor verlegt van de handel in drugs naar de handel in mensen: vluchtelingen, illegale immigratie, smokkel, slavernij, seksuele uitbuiting en Amerikanen zonder geldige verblijfsvergunning. De documentairemaker richt zich in deze vierdelige reeks op enkele hoofdpersonen, die elk een deel van de problematiek representeren, en observeert hen terwijl ze hun eigen kleine rolletje spelen in het drama dat zich in Midden- en Noord-Amerika voltrekt. Van zulke gewone mensen maakt hij memorabele personages.

Een vrouw uit Honduras die na de moord op haar echtgenoot, een voormalig bendelid van het beruchte MS-13, met haar dochtertje aanhaakt bij de vluchtelingenkaravaan naar de Verenigde Staten. Texaanse rechtshandhavers die de wacht houden bij de grens met Mexico. Een mensenrechtenactivist die strijdt tegen vrouwenhandel en seksueel misbruik. Mensen die al decennia illegaal in de Verenigde Staten verblijven en nu, met achterlating van hun partner en kinderen, dreigen te worden uitgezet. En een vrouw, een beetje een fremdkörper in deze vertelling, die getuigt tegen de leider van een invloedrijke Mexicaanse kerkgemeente, die stelselmatig kinderen zou hebben misbruikt.

Ook in dit tweede seizoen van The Trade, hoewel wellicht wat minder overweldigend dan z’n voorganger, legt Matthew Heineman met oog voor detail, de menselijke natuur en het grotere geheel een welhaast duivels systeem bloot, waarin gewone mensen helemaal vast kunnen komen te zitten en het beste/slechtste uit zichzelf naar boven halen.

The Trade


Een man belt in bij het hulpnummer 911: ‘Ik denk dat mijn dochter dood is’, klinkt het nog redelijk nuchter. ‘Ze ligt in de badkamer, ik kom net binnen. Oh, mijn God! Er komt spul uit haar mond. Uit haar neus. Oh, mijn God, Ashley. Oh, Ashley. Ashley!’ Ashley Staub sterft uiteindelijk aan een overdosis heroïne. Haar twee kinderen speelden in de kamer verderop. Ashleys ouders zitten in zak en as. Zij weet bovendien dat hij ook ooit met een verslaving kampte. Heeft hij die zwakte doorgegeven aan zijn dochter? Agenten nemen de zaak in onderzoek. Haar verslaafde ex-vriendje lijkt erbij betrokken te zijn. Maar hoe komt hij aan zijn dope?

De agenten zoeken door. Terwijl ze speuren naar Ashleys leveranciers krijgen ze meer begrip voor ‘die junkies’, die ze voorheen vooral beschouwden als op te jagen wild. Het blijken gewoon mensen. The Trade (258 min.), een vijfdelige serie van Matthew Heineman over de zogenaamde ’opioid crisis’, belicht de catastrofe die zich in de afgelopen jaren heeft afgetekend via een mozaïek van direct betrokkenen. Gewone – en, opvallend genoeg, vrijwel altijd blanke – mensen uit alle uithoeken van de Verenigde Staten en Mexico. Columbus, Ohio. Juarez, Chihuahua. Atlanta, Georgia. Voetsoldaten en burgerslachtoffers van de opnieuw oplaaiende ’war on drugs’.

Een moeder die haar verslaafde zoons in het gareel probeert te houden (en er één uiteindelijk buiten moet trappen). Don Miquel, het hoofd van de heroïnebende van Guerrero dat zijn territorium wil beschermen. De hoogzwangere dealer. Een Amerikaanse ‘cop’ die in de buurt probeert te komen van de hoogste echelons van een drugskartel. De Mexicaanse man op zoek naar zijn vermiste broer. Een federale agent die in Mexico rücksichtslos poppyvelden laat platbranden. De koelbloedige professionele killer. Een oudere zus die de was doet voor haar verslaafde broer. En alle uitgeteerde lijven, die allang de geest lijken te hebben gegeven en zweren bij die godvergeten naald.

Met de voortreffelijke docuserie The Trade borduurt Matthew Heineman voort op zijn geweldige documentaire Cartel Land uit 2015. Hij zit het drugsspook dat door heel Noord-Amerika waart voortdurend op de hielen en laat zien hoe het in allerlei verschillende, veelal oerlelijke, gedaanten steeds weer de kop opsteekt. Daarbij schakelt hij voortdurend tussen meta- en microniveau; de majestueuze poppyvelden die voor welvaart zorgen aan de ene kant van de grens, zaaien dood en verderf aan de andere kant, bij twee tot elkaar veroordeelde junks in een troosteloos drugspand.

Heineman hanteert intussen met verve het principe ‘show, don’t tell’. Interviews blijven in het fascinerende The Trade vrijwel volledig achterwege. Hij laat van heel dichtbij zien hoe zijn personages grip proberen te krijgen op hun leven en geeft hen diepte middels een ‘monologue interieur’, interviewfragmenten buiten beeld waarmee hij de kijker als het ware in hun hoofd laat kruipen. Soms lijkt wat er voor Heinemans uiterst doeltreffende camera gebeurt bijna te ‘mooi’ om waar te zijn. Alsof hij een real life mash-up van Narcos en The Wire heeft gemaakt, waarin iedere speler, door een wrede speling van het lot gecast, zich netjes aan zijn uitgeschreven rol houdt.

In The Trade – Season 2 belicht Matthew Heineman de handel in mensen: vluchtelingen, illegale immigratie, smokkel, slavernij, seksuele uitbuiting en Amerikanen zonder geldige verblijfsvergunning.

Cartel Land


Als het aan de huidige Amerikaanse president ligt, had er allang een muur gestaan in Cartel Land (94 min). Betaald door Mexico, vanzelfsprekend. Deze geweld(dad)ige documentaire uit 2015 dateert echter nog van ruim voor Trumps (imaginaire) afscheiding tussen de Verenigde Staten en zijn zuiderbuur, als in Mexico en het grensgebied met de Verenigde Staten ook al een bloedige drugsoorlog wordt uitgevochten.

Regisseur Matthew Heineman, die sindsdien de huiveringwekkende IS-documentaire City Of Ghosts en het vijfdelige drugsepos The Trade (een soort verdere uitwerking van Cartel Land) maakte, begeeft zich als een vlieg op de muur in het heetst van de strijd en belandt zo in hachelijke omstandigheden. Dat resulteert in talloze onvergetelijke scènes, zoals bijvoorbeeld de hardhandige arrestatie van Chaneque, de leider van het uiterst bloeddorstige Tempeliers-kartel, die ondertussen woedende dorpsbewoners van zich af moet zien te houden.

Heineman vindt ook diverse kleurrijke personages. Amerikaanse vigilantes, die het recht in eigen hand nemen en bij de grens doodgemoedereerd burgerarrestaties verrichten. En aan de andere kant van diezelfde grens volkshelden zoals de enigmatische Mexicaanse arts José Manuel Mireles en zijn rechterhand ‘Papa Smurf’, die als leiders van de Autodefensas-burgermilitie terugvechten en dorpen proberen te veroveren op het Tempeliers-kartel. Ook in deze oorlog is echter niets wat het lijkt.

Cartel Land brengt zo behalve de hardheid van de drugsoorlog ook het ambigue karakter ervan op weergaloze wijze in beeld: wie zijn eigenlijk de good guys in dit vuile gevecht om de ziel van het land? En wanneer worden de middelen om de kartels uit te roeien erger dan de oorspronkelijke kwaal?

City Of Ghosts


Het zou me niet hebben verbaasd, zo schreef ik in mijn jaaroverzicht voor 2017, als Matthew Heineman de Oscar voor beste documentaire zou winnen met City Of Ghosts (92 min.), een onontkoombare film over Syrische burgerjournalisten die met gevaar voor eigen leven berichten over de gruwelen van IS. De prijs zou echter gaan naar Icarus, een fascinerende documentaire over het Russische dopingprogramma.

In 2016 was Heineman al eens dichtbij een Oscar met Cartel Land (nog steeds te zien op Netflix), een geweldige film over de drugsoorlog die op de grens van de Verenigde Staten en Mexico wordt uitgevochten (en die onlangs een krachtig vervolg kreeg met de miniserie The Trade). Zijn volgende film City Of Ghosts is opnieuw een mokerslag die je nog dagen op je bakkes voelt: actueel, urgent en superspannend. Niet eerder werd de nefaste ideologie van Islamitische Staat, dat alles wat het Kalifaat voor de voeten loopt letterlijk de kop probeert af te hakken, zo pregnant in beeld gebracht.

De Amerikaanse filmmaker volgt de burgerjournalisten van het collectief Raqqa Is Being Slaughtered Silently, die met gevaar voor eigen leven, en dat van hun dierbaren, proberen te berichten over de dagelijkse dreiging van het leven met/onder IS. Zelfs in het buitenland zijn deze onbekende helden, die de Duivel brutaal in de bek hebben gespuugd, niet meer veilig als IS-cellen worden ingezet om hen met grof geweld uit de weg te ruimen.

De angst die hen begeleidt bij elke stap die ze zetten, elk stuk dat ze schrijven en elke misstand die ze fotograferen of filmen – en de moed die ze ergens diep van binnen toch steeds weer vinden om hun missie te vervolgen – wekt evenveel bewondering als verbazing. Hoe blijf je mens in dit genadeloze kat- en muisspel? Gaandeweg dringt in deze doodenge docu echter het besef door dat ze helemaal geen keuze meer hebben: ‘Of we winnen of ze doden ons allemaal.’