Crazy, Not Insane

HBO

‘Vraag je je nooit af waarom jij geen moorden pleegt?’, vraagt forensisch psychiater Dorothy Lewis aan het begin van Crazy, Not Insane (117 min.) aan Alex Gibney. ‘Dat doe ik zeker’, antwoordt de Amerikaanse documentairemaker. Diezelfde vraag stelde Lewis aan het begin van haar carrière ook aan zichzelf, toen ze met getroebleerde kinderen werkte. Bij hen ontdekte Lewis steeds weer dat misbruik en mishandeling z’n weerslag hadden gehad op de werking van de hersenen. Dat maakte hun gestoorde gedrag verklaarbaar.

Op basis van die bevindingen was het eigenlijk onvermijdelijk dat ze op het terrein van ernstige misdrijven zou belanden. En toen was ook de stap snel gemaakt naar het summum daarvan, de seriemoordenaar. Lewis ontwikkelde de hypothese dat er bij hen sprake kon zijn van een meervoudige persoonlijkheidsstoornis. Hun gruwelijke daden zouden ze dan hebben gepleegd tijdens dissociatieve episoden (die in deze film zijn verbeeld met duistere animaties).

Dat idee – een kwestie van nurture, in plaats van het toch enigszins geruststellende nature – werd (en wordt) door haar vermaarde vakgenoot Park Dietz direct afgedaan als klinkklare nonsens. Dit soort monsters zijn gewoon ‘born evil’ en kun je dus – als logisch uitvloeisel van dat uitgangspunt – ook rustig ter dood brengen. Dorothy Lewis is daar vanzelfsprekend mordicus tegen en beijvert zich voor behandeling.

Ze zet haar pleidooi in deze film, waarvoor actrice Laura Dern teksten uit de boeken van Lewis insprak, kracht bij met een verwijzing naar de zaak van de ter dood veroordeelde Ricky Ray Rector. Hij was gewend was om zijn toetje voor later te bewaren. Op de dag van zijn executie liet Rector z’n pecannotentaart apart zetten voor ná de executie. ‘Op basis daarvan zou ik zeggen dat hij niet begreep wat het betekende om geëxecuteerd te worden. Maar mijn collega’s zagen er geen been in om de doodstraf te laten uitvoeren.‘ Ze laat een korte stilte vallen. ‘Ik weet niet wie er uiteindelijk dat stuk taart heeft opgegeten.’

Via bekende voorbeelden van beruchte seriemoordenaars en een angstaanjagende ontmoeting met een professionele beul, die in opdracht van de Amerikaanse overheid in heel het land executies uitvoert, belandt de forensisch psychiater in deze boeiende en tamelijk lang uitgevallen documentaire uiteindelijk aan tafel bij de ultieme killer, Ted Bundy. Was dat nou – de traditionele visie – een man die met een zwart hart op de wereld kwam? Of tóch een slachtoffer van zijn jeugd en omstandigheden? Het antwoord van Dorothy Lewis laat zich raden, maar komt toch stevig binnen.

Waterlijken

oliviernijs.nl

De hoofdpersoon van deze documentaire is dood. Gevonden in het water. De titel zegt het al: hij is één van de Waterlijken (55 min.), die jaarlijks worden aangetroffen in Nederland. De man heeft zijn bril nog op als hij door politieagenten uit het water wordt gevist. Hij wordt onderdeel van een moordonderzoek. Of is de hoofdpersoon misschien toch van de brug gesprongen?

De hoofdpersoon zal in deze observerende documentaire van Nelleke Koop uit 2014 nog geconfronteerd worden met talloze professionals: waterpolitieagenten, een schouwarts, technisch rechercheurs, een forensisch patholoog en obductie-assistenten die de identificatie door familieleden voorbereiden. Stuk voor stuk doen die consciëntieus hun werk. Intussen vertellen ze, buiten beeld, wat hen beroepsmatig bezighoudt en hoe ze de ervaringen van hun werk in hun vrije tijd weer kwijtspelen.

De hoofdpersoon heeft een groot gat in zijn schedel, constateert een arts, maar die twee kleine gaatjes vindt ze pas echt verdacht. Daarmee mag het Nederlands Forensisch Instituut straks aan de slag. En wie zou de man, die in deze sobere film anoniem wordt gehouden, bij leven en welzijn eigenlijk zijn geweest? Niet dat ze echt geïnteresseerd zijn in wie hij was. De hoofdpersoon moet gewoon geïdentificeerd worden.

De man is eerst en vooral een object om te onderzoeken. Vetlaag buik/borst: 40/30, wordt er op een bord genoteerd. Middenrif r/l: 4/5. En: blaasinhoud: 350 cc. De menselijke dood, gereduceerd tot een optelsom van klinische cijfertjes. Dit is nu eenmaal niet de gelegenheid om zijn persoon of leven te gedenken, maar om de oorzaak en gevolgen van zijn overlijden vast te stellen. Het blijft natuurlijk wel mensenwerk, uitgevoerd door personen van vlees en bloed.

Koop legt het werk aan de man gedetailleerd vast, zonder dat het een bloederige bedoening wordt, en geeft nauwelijks details prijs over de werkers aan de man, die desondanks behoorlijk tot leven komen. Over hemzelf (of moeten we zeggen: henzelf?) worden we verder weinig wijzer. Behalve dat deze hoofdpersoon een aansteker, bosje sleutels, een horloge en tien euro op zak had. Tastbare herinneringen aan een voortijdig afgebroken leven.