Finding Sally

Documentairemaakster Tamara Mariam Dawit groeide op in Canada. Haar wortels liggen echter in Ethiopië. Als kind van een vooraanstaande diplomaat, die keizer Haile Selassie in het buitenland moest vertegenwoordigen, raakte ze vervreemd van haar moederland. Toen Dawit als dertiger besloot om weer in Addis Abeba, de hoofdstad van het Afrikaanse land, te gaan wonen, ontdekte ze dat ze een tante had, waarover altijd zorgvuldig was gezwegen: Selamawit. Ofwel: aunt Sally.

In de egodocu Finding Sally (75 min.) gaat de verwesterde filmster op zoek naar dat vergeten lid van haar aristocratische familie, een stralende jonge vrouw van wie alleen enkele foto’s bewaard zijn gebleven. En via haar herontdekt Dawit tevens de recente historie van Ethiopië, waar in 1974 rigoureus een einde werd gemaakt aan zowel de geest van de sixties als het regime van de hoogbejaarde Haile Selassie. Het land werd een militaire dictatuur, onder leiding van de nietsontziende militaire junta Derg.

En de goedlachse en idealistische Sally, zo vertellen haar vier zussen en enkele vriendinnen vier decennia later, werd verliefd op de communistische revolutionair Tselote en ging vervolgens ondergronds met hem. Van daaruit bevochten ze samen de nieuwe machthebbers, die een ‘red terror’ ontketenden. De sporen daarvan zijn nog altijd zichtbaar in het Afrikaanse land. En de strijd zou ook het lot van Selamawit en haar echtgenoot bezegelen.

Behalve een zoektocht naar wie haar tante was en wat haar dreef is Finding Sally voor Tamara Dawit ook een manier om haar andere tantes, de geschiedenis van haar familie en de getroebleerde historie van Ethiopië beter te leren kennen. Elk op hun eigen manier moesten ze leren te leven onder zo’n typisch militair schrikbewind. In elke uithoek van de wereld krijgen ze daarmee wel eens te maken. En dat leidt dan jaren later onvermijdelijk tot persoonlijke exploraties van het verleden, zoals deze persoonlijke en ontwapenende film.

The Swedish Theory Of Love

Cinema Delicatessen

Hoe kan het dat in Zweden, één van de welvarendste landen van de wereld, de helft van de bevolking alleen leeft en een kwart zelfs alleen sterft? De Italiaans-Deense filmer Erik Gandini denkt in The Swedish Theory Of love (76 min.) een antwoord te hebben gevonden in een breed omarmd manifest over ‘de familie van de toekomst’ uit 1972. Het idee was toentertijd dat vrouwen zich los zouden maken van hun mannen en jongeren werden bevrijd van hun ouders. Traditionele familiestructuren moesten wijken voor volledige (economische) onafhankelijkheid.

In deze patchwork-achtige documentaire uit 2015 probeert Gandini vat te krijgen op het doorgeslagen individualisme dat daaruit volgens hem is voortgevloeid. ‘Iedereen gaat zijn eigen weg’, constateert een vrouw bijvoorbeeld somber, terwijl ze rondkijkt in de woonkamer van een man die een einde aan zijn leven heeft gemaakt. ‘Er is geen cement tussen ons.’ De vrouw heeft een beroep gekozen dat past bij zo’n samenleving: als een soort postume sociaal werker moet ze op zoek naar verwanten van mensen die (soms al enige tijd geleden) moederziel alleen zijn gestorven. De ‘onafhankelijke samenleving’, kortom, als een wereld waarin iedereen het zelf (moet) uitzoeken.

Gandini portretteert bijvoorbeeld mensen die in hun vrije tijd meedoen aan zoekacties naar verdwenen landgenoten en volgt vrouwen die zichzelf insemineren met sperma dat door een gespecialiseerd bedrijf netjes thuis wordt bezorgd. Je kunt het nog nét niet tot twee weken na ontvangst terugsturen, met daarbij de garantie dat je je geld terugkrijgt. Veel mensen denken dat geluk een leven zonder problemen inhoudt, stelt de hoogbejaarde Poolse socioloog Zygmunt Bauman niet voor niets. Echt geluk vereist volgens hem echter het overwinnen van tegenslag. ‘En dat gaat verloren als het comfort groeit.’ Zonder zulke uitdagingen is de individuele mens in Baumans ogen verloren. ‘Aan het eind van onafhankelijkheid wacht geen geluk’, stelt hij met gevoel voor drama aan het eind van deze docu. ‘Maar leegheid, zinloosheid en totale verveling.’

Het is geen opwekkende conclusie voor een film, die desondanks lekker vlot is gemonteerd, een gezonde dosis koddige muziekjes bevat en in het algemeen gewoon erg vermakelijk is. Tegenover de verweesde individuen in het hedendaagse Zweden (lees ook gerust: Nederland) plaatst Gandini bovendien, enigszins simplistisch, de Zweedse chirurg Erik Erichsen, die is verkast naar Ethiopië, daar het eenvoudige leven heeft (terug)gevonden en met zeer primitieve middelen zijn vak uitoefent, te midden van de mensen waarvoor hij werkt. Alsof een dergelijke manier van leven een oplossing zou bieden voor de ondraaglijke leegte van het onafhankelijke bestaan. Het lijkt me een even naïeve als aanlokkelijke gedachte.

Diezelfde Erik Erichsen is tevens de hoofdpersoon van Erik Gandini’s volgende documentaire. In The Rebel Surgeon uit 2017 wordt de arts geportretteerd tijdens zijn werk in Ethiopië. Hij helpt bijvoorbeeld een plaatselijk meisje met een afschuwelijk abces in haar mond, een aandoening die je na afloop van de film nog dagenlang blijft achtervolgen.

Girl In Return

Haar vorige film over geadopteerde Ethiopische kinderen veroorzaakte in eigen land heel wat commotie. In Mercy Mercy (2012) maakte de Deense filmmaakster Katrine Rijs Kjær inzichtelijk hoe een adoptie helemaal fout kan lopen. Met alleen maar slachtoffers: Masho’s biologische ouders in Afrika, haar Scandinavische adoptie-ouders en het verweesde meisje zelf, dat uiteindelijk verstrikt raakte in de jeugdhulpverlening. Ook Kjær zelf kwam onder vuur te liggen: had ze niet moeten ingrijpen?

Enkele jaren later is er nu een soort vervolg, Girl In Return (55 min.). Ander meisje, hetzelfde liedje: het botert niet met de adoptie-ouders, tegen alle afspraken in is het contact met de biologische ouders rigoureus verbroken en ook dit kind dreigt een speelbal te worden van hulpverleners en de bijbehorende instanties. Ze is alleen wat ouder en al flink aan het puberen. Het adoptiekind in kwestie heet Amy Rebecca Steen. Althans, dat is de naam die ze van haar adoptiegezin heeft gekregen. Eigenlijk heet ze Tigist Anteneh. En ze zit gevangen tussen haar biologische, adoptie- en pleegouders.

Haar verhaal is ronduit treurig stemmend: op tienjarige leeftijd samen met haar zusje overgekomen naar Denemarken, slechts twee jaar later alweer uit huis geplaatst, in een pleeggezin terecht gekomen en daar weer weggehaald. Inmiddels is ze terug bij pleegmoeder Hanne, met wie ze een warme band lijkt te hebben, maar haar adoptieouders die de officiële voogdij hebben liggen dwars. Snapt u het nog? En zou het meisje zelf, dat terugverlangt naar Ethiopië en haar biologische moeder en zus, het dan kúnnen begrijpen? Intussen zit haar jongere zusje Buzayo nog gewoon in het adoptiegezin (en niet in deze film).

Kjær volgt Amy/Tigist van haar veertiende tot haar achttiende en filmt ook haar biologische familie in Addis Abeba, die (aan) haar blijft trekken. Waar ze in Mercy Mercy nog een rol als alwetende verteller claimde, blijft de documentairemaakster in deze wederom zeer schrijnende film geheel buiten beeld. Ze stelt alleen zo nu en dan een vraag aan het verweesde meisje, dat zich inmiddels afvraagt of de adoptie kan worden teruggedraaid. Van de Deense autoriteiten mag ze echter niet naar Ethiopië reizen om de band met haar familie te herstellen. Het is een hopeloos stemmende patstelling. Wie voelt zich geroepen, of genoodzaakt, om die te doorbreken?

Mercy Mercy

DK Sales

Een heel enkele keer veroorzaakt een documentaire een storm van verontwaardiging, die maar nauwelijks wil gaan liggen. De IDFA-favoriet Mercy Mercy (56 min.), donderdag opnieuw te zien op NPO2, zorgt in 2012 voor parlementaire enquêtes en kamervragen. Hoe kan dit zomaar gebeuren en waarom grijpt niemand in?

Dat verwijt wordt ook filmmaakster Katrine Rijs Kjær gemaakt. Gedurende vijf jaar volgt zij de lotgevallen van het Ethiopische meisje Masho en haar broertje Roba, die in 2008 op vier- en tweejarige leeftijd worden geadopteerd door een Deens stel. Wat een succesverhaal had moeten worden – kinderen vinden nieuw thuis in liefdevol gezin – mondt uit in een nachtmerrie.

Henriette en Gert probeerden al jaren kinderen te krijgen, maar als het eenmaal zover is blijken ze er niet voor in de wieg gelegd. De adoptieouders kunnen de soms wat obstinate Masho, die hechtingsproblematiek zou hebben, nauwelijks de baas en nemen uiteindelijk een dramatische beslissing. Kjær legt dat hele proces van héél dichtbij vast, zónder tussenbeide te komen.

Intussen snakken de biologische ouders van Masho en Roba, die met AIDS besmet zijn geraakt en waarschijnlijk niet lang meer hebben te leven, in Ethiopië tevergeefs naar contact met hun kinderen. Dat is hen immers meerdere malen beloofd door het bemiddelende adoptiebureau. Ze horen echter niets meer van hen. Hun wanhoop gaat door merg en been.

Mercy Mercy belicht de schaduwzijde van de adoptie van (Afrikaanse) kinderen, zorgt voor een nauwelijks weg te slikken brok in de keel en werpt tevens vragen op over de rol van een documentairemaker: is die film (en wat je daarmee eventueel zou kunnen bereiken) werkelijk zo belangrijk dat menselijke waarden ervoor aan de kant gaan? Of prevaleert uiteindelijk toch de directe verantwoordelijkheid die je hebt als je wordt geconfronteerd met lijden dat je zou kunnen voorkomen of verminderen?

Dead Donkeys Fear No Hyenas

IDFA

Kan een land waar nog altijd mensen de hongerdood sterven tegelijkertijd voedsel exporteren naar het buitenland? Filmmaker Joakim Demmer ziet het voor zijn ogen gebeuren in Addis Abeba, de hoofdstad van Ethiopïe. Als je iedereen in het Afrikaanse land te vriend wilt houden, zijn dat echter geen vragen die je stelt, zo ondervindt de plaatselijke journalist Argaw al snel aan den lijve.

De Ethiopische regering heeft intussen de rode loper uitgelegd voor buitenlandse investerdeerders, constateert  Demmer in de verontrustende documentaire Dead Donkeys Fear No Hyenas (58 min.). Zij zien dat er goed geld is te verdienen en slaan dus onmiddellijk toe. ‘Ze vroegen een beruchte Amerikaanse bankovervaller ooit waarom hij banken overviel’, stelt vermogensbeheerder Paul McMahon droog. ‘Omdat daar het geld te halen is.’

Buitenlandse investeerders zoals Saudi Star zijn in het bijzonder geïnteresseerd in landbouwgrond. En als de plaatselijke boeren daarvoor moeten wijken, dan is dat maar zo. Je verzint er gewoon een mooi verhaal omheen (schoon water, gezondheidszorg en voedselhulp) en bedenkt er een lekkere term bij waarom ze moeten verhuizen: villagization. Voordat ze goed en wel door hebben wat er aan de hand is, zijn ze afgevoerd naar een vluchtelingenkamp.

En zo worden de verhoudingen steeds verder op scherp gezet in deze krachtige documentaire, waarin ook ‘do gooders’ aan het woord komen die het tij proberen te keren. Dead Donkeys Fear No Hyenas borduurt thematisch voort op de klassieke documentaire Darwin’s Nightmare, waarmee Hubert Sauper in 2004 op schrijnende wijze aantoonde hoe westerse belangen werkelijk alle facetten van het leven in een Afrikaanse land kunnen schaden. Deze film laat zien dat die thematiek bijna vijftien jaar later nog steeds actueel is.