Amazing Grace

Paradiso Films

Bijna een halve eeuw lag het beeldmateriaal dat regisseur Sydney Pollack in 1972 maakte van de opnames voor het Aretha Franklin-album Amazing Grace, achter slot en grendel. Eerst wilde het maar geen eenheid vormen met het opgenomen geluid, dat inmiddels was uitgegroeid tot het best verkochte gospelalbum aller tijden. Later, toen producer Alan Elliott er alsnog in slaagde om beeld en geluid met elkaar te verbinden, begon de zangeres zelf dwars te liggen. Ze startte allerlei juridische procedures om het uitbrengen van deze documentaire te verbieden.

Pas toen Franklin in augustus 2018 was overleden, en haar nabestaanden bereid bleken om alsnog een deal te sluiten, kon Amazing Grace (89 min.) het licht zien. De film, opgenomen in de New Temple Missionary Baptist Church in Los Angeles, toont een artiest in topvorm. De Amerikaanse soulzangeres heeft zich in de voorgaande jaren met een indrukwekkende stroom hits opgeworpen als de ‘First Lady of music’ en wil nu terug naar haar basis: de gospelmuziek die ze thuis met de paplepel ingegoten heeft gekregen van dominee C.L. Franklin. Op de tweede avond van de opnames komt Aretha’s vader ook nog even het podium op, om de loftrompet over haar te steken. ‘Ze is niet alleen mijn dochter. Ze is een gewoon een geweldige zangeres.’

De bewierookte zangeres laat het zich aanleunen en luistert bescheiden toe. Het betrekken van haar publiek bij de opnames en weldadige muziek laat ze over aan dominee James Cleveland, de spreekstalmeester en pianist van The Southern California Community Choir dat haar glansrijk terzijde staat. Totdat ze haar strot opentrekt, zou de verlegen Aretha zomaar kunnen doorgaan voor een backbencher van het koor. Eenmaal op gang brengt ze alle aanwezigen, onder wie Mick Jagger en Charlie Watts (die op dat moment werken aan het Rolling Stones-album Exile On Main Street), echter helemaal in vervoering. Menigeen pinkt een traantje weg of begint oncontroleerbaar mee te bewegen.

Deze weerslag van twee gedenkwaardige opnamedagen en de repetities daarvoor is bewust sober gehouden: geen commentaar, interviews of montagetrucs (behalve spaarzaam gebruik van split screen). Let the music do the preachin’. In die zin is Amazing Grace een aardige tegenhanger van het eveneens dit jaar verschenen Homecoming, waarin Beyoncé als een echte diva haar eigen interpretatie van de Amerikaanse zwarte muziekgeschiedenis geeft. De benadering van beide dames is zowat tegengesteld, maar wat ze beogen lijkt min of meer hetzelfde: de muziek die henzelf heeft gevormd naar een hoger plan tillen, zodat iedereen, Afro-Amerikaans of niet, lid wil worden van De Zwarte Kerk.

Ring Of Dreams

‘Realiteit is gewoon een kwestie van perspectief’, zegt Tengkwa, de gemaskerde verteller van deze documentaire over Nederlandse showworstelaars. ‘Als je dat snapt, is alles mogelijk.’ Regisseur Willem Baptist begint Ring Of Dreams (70 min.) niet voor niets met deze constatering van de worsteltrainer met het skeletmasker. Die kan tevens dienst doen als leidmotief voor deze surreële film.

Binnen enkele minuten is duidelijk dat dit geen doorsnee observerend portret wordt van een subcultuur met geheel eigen mores. Waarbij doodgewone burgermannen in de ring transformeren tot gemankeerde superhelden, die gezamenlijk een choreografie van spectaculaire gevechtsroutines uitvoeren – al komt dat aspect natuurlijk ook aan de orde in Baptists eigenzinnige kijk op het vaderlandse showworstelwereldje.

De filmmaker benadert de worstelaars van Pro Wrestling Holland eerder als een ensemblecast voor een absurde komedie. Hij alterneert daarbij tussen gestileerde scènes, waarin de eeuwige jongens een soort lullige Hollandse variant op het welbekende Amerikaanse wrestlemania ten tonele voeren, en backstagebeelden van trainingen, kleedkamers en thuis, die echter al even geënsceneerd ogen. De grens tussen realiteit en fictie vervaagt zienderogen.

‘Pro-worstelen is voor het ongetrainde oog een Amerikaans spektakel’, doceert de selfkicker Emil Sitoci, als professioneel worstelaar actief in binnen- en buitenland, tijdens een soort beginnersles voor aspirant-leden. ‘Gespierde, beetje viezige, bezwete mannen, die mekaar in een veel te strak broekje te lijf gaan. Maar dat is voor het ongetrainde oog.’ Sitoci wijst naar zijn flipover. Griekse tragedie, staat erop. Pro-wrestling is volgens hem kunst. ‘Weten jullie überhaupt iets van kunst?’

Hij oogt als een doelbewust gecreëerde karikatuur, de patser die zich onoverwinnelijk waant. Totdat zijn hoogmoed, onvermijdelijk, wordt afgestraft. Het gevaar lijkt in elk geval niet te komen van het nieuwe lid Christian Ace, een slungelige jongen die er nou niet direct uitziet als een absolute prijsvechter. Of van oudgediende UFO Joe, die overweegt om zijn alienbril en blauwe cape definitief op te bergen. ‘Als je moet kiezen tussen schreeuwende fans en je kind dat om je aandacht vraagt’, zegt deze. ‘Dat is lastig.’ Alleen de Dominicaanse beul El Chico lijkt echt een bedreiging. Hij heeft maar één zwakke plek: zijn moeder.

Baptist is er duidelijk niet op uit om van zijn personages mensen van vlees en bloed te maken. Ze blijven ogen alsof ze met een vette knipoog zichzelf acteren. In die zin sluiten vorm en inhoud van Ring Of Dreams, dichtgesmeerd met een plastic synthesizersoundtrack, uitstekend op elkaar aan. Dat maakt het alleen niet direct ook tot een prettige kijkervaring. Of een boeiende vertelling. Uiteindelijk ontworstelt de film zich, net als z’n protagonisten, nooit aan het predicaat ‘aardige gimmick’.

Al kan dat natuurlijk ook aan het ongetrainde oog van deze kijker liggen.

Instant Dreams

 

‘De dood van een vriend’, noemt Christopher Bonanos, de schrijver van het boek Instant: The Story Of Polaroid, ‘t met gevoel voor drama. Dat fatale moment in 2008 waarop Polaroid besloot om te stoppen met de productie van direct klaar-films. Tien jaar later, in een tijdsgewricht waarin letterlijk iedereen aan de lopende band digitale foto’s maakt, zijn er nog steeds romantici die zweren bij analoge fotografie.

De instant film moet opnieuw worden uitgevonden, vinden zij. Zoals bepaalde muziekliefhebbers een terugkeer naar vinyl of cassettebandjes bepleiten. Terug naar imperfectie, de menselijke maat. Het gecompliceerde chemische proces waarmee een Polaroid-foto zichzelf binnen enkele minuten realiseert is alleen bepaald niet gemakkelijk te reproduceren, stelt de gepensioneerde chemicus Stephen Herschen die ooit werkte met de grote man van Polaroid, Edwin Land.

In Instant Dreams, waarvan donderdag de televisieversie (53 min.) wordt uitgezonden, belicht regisseur Willem Baptist een kleine parallelle wereld waarin de Polaroid wordt geïdealiseerd. Dat is beslist een socialere wereld, betoogt pleitbezorger Bonanos. Terwijl je wacht op hoe de foto die je zojuist hebt geschoten zich ontwikkelt, ontstaan er als vanzelf gesprekken. En niet veel later worden de verschillende Polaroids natuurlijk met elkaar vergeleken. Nu gunnen we elkaar niet meer zoveel tijd en aandacht, wil hij maar zeggen.

Baptist laat zijn personages, waaronder ook de Duitse fotografe Stefanie Schneider die de laatste Polaroids uit een speciale koelkast wegwerkt tijdens fotosessies in de Californische woestijn, uitgebreid filosoferen over de hedendaagse tijd en plaatst hun gedachtespinsels in een zinnenprikkelende trip van beeld, geluid en muziek. Instant Dreams bevat geen lineair verteld verhaal en roept meer vragen op dan worden beantwoord, maar overtuigt als volledig gesatureerde snapshot van een verloren tijd, waarin je als kijker even helemaal kunt verdwijnen.