Crooked Lines Of Beauty – My Grandfather The Architect Carl Nyrén

AVROTROS

‘s Man gebouwen interesseerden hem eerlijk gezegd weinig, bekent Sven Blume. Hij herinnert zich zijn opa vooral als middelpunt van uitbundige familiefeesten in de gerieflijke villa die hij samen met oma Marianne bestierde. Die werden nogal eens afgesloten met een potje pingpong, waarbij opa zich een geduchte tegenstander betoonde. Hij liet zijn kleinzoon echt niet zomaar winnen. En die betaalde hem vervolgens met gelijke munt terug en sprak nooit met hem over architectuur. Ook omdat hij daar als jongen maar geen vat op scheen te krijgen.

Carl Nyrén (1917-2011) was nochtans een toonaangevende architect. In heel Zweden staan huizen, kerken, scholen, kantoren, fabrieken, musea en treinstations van zijn hand. Wat kunnen zijn gebouwen Blume nu vertellen over opa ‘Calle’? ‘Ik snap de architecturale grootheid er niet van’, constateert hij tijdens een eerste wandeling door het voormalige hoofdkwartier van Pharmacia op een industrieterrein bij Uppsala. ‘Het lijkt alsof niemand van dit gebouw houdt.’ Voor de mensen die er tegenwoordig actief zijn, constateert Sven enigszins somber, is het niet meer dan hun werkplek.

Terwijl hij in Crooked Lines Of Beauty – My Grandfather The Architect Carl Nyrén (58 min.) via oude interviews, 8mm-filmpjes en bezoeken aan allerlei gebouwen door het leven en werk van zijn grootvader struint, leert Sven Blume de man daarachter, een kind van het landschap Småland (dat ook Ikea voortbracht) veel beter kennen. Gaandeweg begint hij in zijn gebouwen echt Calle’s oog en hand te ontwaren, lukt het ook om de schoonheid daarvan te ontdekken en krijgt hij vat op diens architectonische erfenis. Achter elke afzonderlijke creatie zit echt een gedachte, een ideaal zelfs.

‘Als een gebouw klaar is, heb ik, de architect, er in mijn hoofd al jaren gewoond’, schreef zijn opa eens heel treffend. ‘De weg naar het eindresultaat is echter lang en bochtig. Als je daaraan begint, weet je nooit hoe en waar het eindigt.’

De Rijksbouwmeester: De Kracht Van De Verbeelding

VPRO

Architecten moeten ontwerpen voor de problemen die de samenleving op dit moment kent, vindt Rijksbouwmeester Floris Alkemade. Als ‘architect des konings’ wil hij de Nederlandse steden bijvoorbeeld ‘intelligenter’ maken. Zodat sociale inwoners zich niet, of in elk geval minder, sociaal geïsoleerd voelen of minder afhankelijk worden van verschralende zorg. En: hoe kunnen we positiever gaan denken over het platteland?

Tegelijkertijd houdt Alkemade zich bezig met grote projecten, die in het oog van pers en publiek – met bijzondere aandacht voor eventuele kostenoverschrijding – moeten worden uitgevoerd. Regisseur André de Laat volgt hem in De Rijksbouwmeester: De Kracht Van De Verbeelding (60 min.) bijvoorbeeld tijdens de totstandkoming van de renovatie van het Binnenhof, verbouwing van paleis Het Loo en realisatie van het Holocaust Namenmonument in Amsterdam. Elk project kent zijn eigen uitdagingen en zorgt onvermijdelijk ook voor frictie met stakeholders.

Die worden in deze degelijke documentaire door de hoofdpersoon wel benoemd, maar slechts zelden echt zichtbaar gemaakt (zoals bijvoorbeeld wel gebeurt in het portret van Winy Maas, zijn voormalige collega bij meesterarchitect Rem Koolhaas). De hoofdpersoon wordt ook vooral geportretteerd binnen zijn vak en functie. De persoon daarachter, kind van twee huisartsen uit het Brabantse dorp Sint-Oedenrode, komt slechts zijdelings aan de orde. Of het moet zijn via de ‘Wunderkammer’, waarin zijn vader, een halve kunstenaar, bezielde voorwerpen verzamelde en zo het fundament legde voor de missie van zijn zoon.

De Rijksbouwmeester is uiteindelijk vooral een interessante inkijk in het werk van ‘s lands toonaangevende architect (die deze zomer afscheid neemt en ter gelegenheid daarvan ook Zomergast was) en zijn voornaamste uitgangspunt: ‘de belofte dat het anders kan’.

Door De Ogen Van Arna: Architect Van Verbinding

BNNVARA

Vanuit de architectuur wil Arna Mackic de sociale cohesie bevorderen. In dat opzicht kan haar huidige thuisbasis Amsterdam, volgens haar een gesegregeerde gemeenschap, nog wel wat leren van de stad waar ze werd geboren: Mostar in Bosnië-Herzegovina. Mackic was vier toen er in 1992 oorlog uitbrak in het voormalig Joegoslavië. Een jaar later moest ze vluchten. Ze zou uiteindelijk in Zoetermeer terecht komen.

Intussen werd in haar geboorteland het idee van een inclusieve stad aan flarden geschoten: de oude brug, van waar stadsbewoners vroeger de Neretva-rivier indoken. Het was niets minder dan ‘een aanval op de multi-etniciteit van de stad’, aldus Mackic. De ziel moest kapot. In het huidige Mostar heeft ze nu plannen voor een duikmonument, waarmee het oude ritueel nieuw leven kan worden ingeblazen. ‘De meest logische manier om mensen weer met elkaar in contact te brengen.’

Nu is er juist op die plek echter een Kroatisch nationaal theater verrezen, een symbool van alles wat ze wil bestrijden. En dus zal Arna vooral in Nederland bruggen moeten bouwen. Letterlijk. In Groningen bijvoorbeeld, waar ze meedingt naar een prestigieuze opdracht. Deze documentaire van Frederick Mansell en Laurens Samsom kijkt mee Door De Ogen Van Arna: Architect Van Verbinding (55 min.) en laat zien wat zij (voor haar geestesoog) ziet.

Dan worden de tralies van de allang gesloten Bijlmerbajes in Amsterdam, waar de ambitieuze architecte kantoor houdt, bijvoorbeeld ineens veel meer dan een geprononceerd stukje stadsgeschiedenis. Zeker als je bedenkt dat de voormalige gevangeniscellen duidelijk zichtbaar zijn voor de bewoners van een nabijgelegen asielzoekerscentrum. Welke boodschap geef je nieuwkomers in Nederland op deze manier mee?

Mansell en Samsom volgen Mackic terwijl ze stedenbouwkundige plannen ontwikkelt, steden in Nederland en Bosnië bezoekt en op allerlei plekken lezingen geeft. Dat levert zeker interessante observaties op, maar maakt de film ook wel wat praterig. Waarbij het aansprekende persoonlijke verhaal van hun protagoniste bovendien tamelijk rationeel wordt afgehandeld. Haar persoonlijk leven blijft sowieso grotendeels buiten beeld. Door De Ogen Van Arna wordt daardoor een portret, dat vooral aan het hoofd appelleert en slechts een enkele keer het hart beroert.