Voyeur

Netflix

Het boek The Voyeur’s Motel moet in 2016 de kroon op de glorieuze carrière van Gay Talese als literaire journalist worden. Hij schreef over Frank Sinatra, Joe DiMaggio en de onlangs overleden Charles Manson en onderzocht in het veelbesproken boek Thy Neighbour’s Wife de seksuele moraal van Amerika in de jaren zestig en zeventig. Zo’n mooi verhaal, over een gluurder met zijn eigen motel, werd hem in zijn lange en imposante carrière echter niet eerder in de schoot geworpen.

De tintelende documentaire Voyeur (95 min.) belicht de pas de deux van twee hoogbejaarde mannen die hun leven en carrière met een daverende klap willen besluiten: de gevierde schrijver Talese, representant van de New Yorkse elite, en de schmutzige moteleigenaar Gerald Foos uit Colorado, die jarenlang via speciaal aangelegde roosters zijn eigen gasten bespiedde. Sinds 1980 hebben de mannen contact met elkaar. Ruim 35 jaar later besluiten ze om eindelijk naar buiten te treden.

De filmmakers Myles Kane en Josh Koury volgen de schrijver en zijn heerlijke ‘larger than life’-personage in de aanloop naar de publicatie van Taleses long read over Foos in The New Yorker, waarmee zijn boek lekker in de markt moet worden gezet. Niet veel later slaat de twijfel toe bij de oude rot Gay Talese, die alles al meegemaakt denkt te hebben: is dit een mooi verhaal óf gewoon te mooi om waar te zijn?

Het spannende verhaal van Talese en ‘peeping tom’ Gerald Foos heeft natuurlijk ook de interesse van Hollywood gewekt. Steven Spielberg en Sam Mendes hadden zelfs concrete plannen om er een speelfilm van te maken. Toen ze hoorden van de documentaire Voyeur hebben ze die echter afgeblazen.

Score


Zodra dat uit duizenden herkenbare surfgitaarloopje weerklinkt, waan je je direct in de wereld van Agent 007 die wordt bedreigd door het Spectre van Ernst Stavro Blofeld. Bij die overbekende pompeuze synthesizerklanken krijg je direct de neiging om als een ongetrainde Rocky Balboa een enorme trap te beklimmen en vervolgens zegevierend je vuisten ten hemel te heffen. En het dreigende Jaws-thema zorgt ervoor dat je zelfs in het poedelbadje van je kinderen op zoek gaat naar een opstomende haaienvin.

In Score (89 min.) zet regisseur Matt Schrader de schijnwerper op (de geschiedenis van) filmmuziek en de invloed die soundtracks hebben gehad op de ontwikkeling van het medium film. Aan de hand van grote componisten als John Williams, Thomas Newman en Hans Zimmer stoomt de documentaire van filmklassieker naar blockbuster. Behalve een feest der herkenning voor cinefielen levert dat ook tips en tricks van de musici op en inzicht in de psychologische betekenis van filmmuziek.

‘De componist fungeert bijna als een soort therapeut’, beweert Hollywood-icoon James Cameron. ‘Uit wat de regisseur zegt haalt hij de essentie.’ Soms wordt bijna tastbaar hoe dat in zijn werk gaat. Kijk bijvoorbeeld hoe Rachel Portman live op haar piano meespeelt met een voorlopige montage van de film Race, op zoek naar de juiste toon. Score, waarin ook de Nederlander Tom Holkenborg (Mad Max: Fury Road) uitgebreid aan het woord komt, is gelardeerd met zulke fascinerende scènes, aangevuld met een stortvloed aan hoogtepunten uit de filmhistorie.

Radiohead: Meeting People Is Easy


Als je er al je hele leven van droomt om eens met een wereldberoemde band de wereld rond te toeren, neem dan beslist Meeting People Is Easy (93 min.) tot je. Geloof me, deze documentaire van Grant Gee over Radiohead werkt als een ontmoedigingscursus en geneest je vast voorgoed van die behoefte.

Het is nu twintig jaar geleden dat de Britse groep zijn derde langspeler OK Computer uitbracht, een plaat die in de hele wereld werd onthaald als een absoluut meesterwerk. Tot afgrijzen van de band zelf. Niet veel later ging Radiohead op wereldtournee. En Gee’s camera mocht mee. Nooit eerder (of later) werd het leven ‘on the road’ zo genadeloos opgetekend.

Het Engelse vijftal laat het zich eerst nog braaf aanleunen; de overspannen loftuitingen, schijninterviews, tijdvretende fotosessies, ongemakkelijke ontmoetingen met hysterische fans, zenuwslopende clipopnames, kunstjes in televisieprogramma’s waarnaar ze zelf nooit zouden kijken, meetings met plaatselijke platenmaatschappijmedewerkers en tergend trage reisuren. Alsof het nooit, echt nooit, genoeg is.

Gaandeweg begint de alternatieve popgroep uit Oxford te morren en komt voorzichtig in verzet. Vanuit het besef dat deze lopende band, niet voor niets de muziekindustrie genoemd, pas halt houdt als je he-le-maal bent leeg getrokken en alles uit je handen laat vallen – of dreigt om dat te doen. Als een vijfkoppige zombie gaat Radiohead uiteindelijk ruim een jaar later huiswaarts.

Je kunt Grant Gee verwijten dat hij zijn roze bril bewust thuis heeft gelaten en elk willekeurig tafereel grijsgrauw inkleurt. Dat levert nochtans onvergetelijke scènes op – zoals het moment waarop zanger Thom Yorke tegen heug en meug het popblad NME bedankt voor het uitroepen van OK Computer tot album van het jaar – die bovendien wonderwel aansluiten bij de atmosfeer van Radioheads zwaarmoedige muziek.

Meeting People Is Easy is een soort eindeloze treurmars door de hele godganse popwereld, die je langzaam maar zeker, in het kielzog van Radiohead zelf, helemaal verzwelgt. De vervreemdende videotrack bij de collectie lijfliederen waarmee een complete generatie alto’s is opgegroeid in de jaren negentig.

Boudewijn Büch: Verdwaald Tussen Feit En Fictie

NTR

Hij heeft zich wat mij betreft onsterfelijk gemaakt, schrijver/televisiepersoonlijkheid Boudewijn Büch, met zijn messcherpe aanklacht tegen de publiek beleefde rouw na de moord op Pim Fortuyn in 2002: ‘De dood dient dood te blijven: stil, verdrietig en ongelooflijk doodstil.’

Enkele maanden later overleed Büch zelf, op 53-jarige leeftijd. Zoals hij zelf al had aangekondigd: hij kon niet meer leven met Het Carnaval Der Rouwenden. Na Büchs dood bleven de raadselen over zijn leven, die inmiddels de grondstof hebben gevormd voor de biografie Boud en twee documentaires.

In Boudewijn Büch  – De Dichter, De Dodo En Het Demasqué (52 min.) uit 2008 probeert Coen Verbraak samen met intimi en prominenten, zoals Diederik van Vleuten, Gerrit Komrij en Maarten ’t Hart, de ‘trieste ADHD-dichter’ (Harry de Winter), ‘dancing clown’ (vriendin Loan Son) en ‘een raar, dik, klein presentatortje uit Holland’ (Büch zelf) te duiden.

Centrale thema daarin is de fascinerende manier waarop hij in zijn verhalen, zowel zijn beweringen tegenover vrienden als de gebeurtenissen die uiteindelijk in romanvorm werden gegoten, omgaat met de (on)waarheid. ‘Het verzonnen leven’, zoals Adriaan van Dis dit noemt. Of ‘het personage Boudewijn Büch’, met zijn eigen breed uitgemeten fascinaties. Voor Mick Jagger, Goethe en blonde jongetjes bijvoorbeeld.

Die verhalen – waar, flink aangedikt of geheel verzonnen – domineren ook Boudewijn Büch – Verdwaald Tussen Feit & Fictie (56 min.) uit 2016. Deze spannende film van Leo de Boer, die donderdag wordt herhaald in Het Uur Van De Wolf, voert zijn biografe Eva Rovers op als verteller. Zij doorzocht Büchs persoonlijke archieven en diepte daaruit ook allerlei persoonlijke geschriften op, die worden voorgelezen door mensen uit zijn directe omgeving.

Waar Verbraak via Büchs werk en carrière stiekem bij hem naar binnen probeert te sluipen, richt De Boer zich vrijwel volledig op Boudewijns innerlijke leven. Tezamen schetsen de twee documentaires een indringend portret van een kleurrijke, gecompliceerde en tragische figuur, die blijkbaar niet met de naakte waarheid kon of wilde leven.

Chasing Trane


Halverwege de jaren vijftig lijkt zijn kostje gekocht. John Coltrane heeft een plek bemachtigd in de band van jazzlegende Miles Davis. De wereld ligt open voor de Amerikaanse stersaxofonist. Net als veel andere grootheden uit zijn metier heeft hij echter één probleem: die godvergeten naald. Eerder werd hij al eens door Dizzy Gillespie ontslagen vanwege drugsgebruik.

Coltrane heeft geen keuze, zo realiseert hij zich. Hij moet afkicken en gaat dus ‘cold turkey’, waarna hij zonder die eeuwige aap op zijn rug z’n loopbaan vervolgt. ‘Trane’ komt terecht bij alweer een jazzicoon (Thelonious Monk), start een solocarrière en mag later zowaar terugkeren bij Davis om het legendarische album Kind Of Blue op te nemen. Hij is terug van eigenlijk nooit weggeweest. Op weg naar muziek waarin hij ziel en zaligheid kan leggen, vereeuwigd op de langspeler A Love Supreme.

Chasing Trane (84 min.) van John Scheinfeld is een liefdevol portret van de ongrijpbare saxofonist, waarbij acteur Denzel Washington een stem geeft aan Coltrane zelf, met teksten uit interviews en liner notes. Hij wordt in de rug gedekt door een keur aan Amerikaanse prominenten; zijn jazzcollega’s Sonny Rollins en Jimmy Heath, de Afro-Amerikaanse intellectueel Cornel West, amateursaxofonist (en o ja, oud-president) Bill Clinton en popmuzikanten zoals Carlos Santana, Common en John Densmore (The Doors).

Hun verhalen en bespiegelingen, gepaard aan Coltranes weldadige muziek en fraaie archiefbeelden van de man in topvorm, schetsen een gloedvol beeld van de rasmuzikant, die op veertigjarige leeftijd overleed en in 1992 postuum een Grammy Lifetime Achievement Award kreeg.

Jim & Andy: The Great Beyond – Featuring A Very Special, Contractually Obligated Mention Of Tony Clifton

Netflix

Met de speelfilm Man On The Moon uit 1999 presteerden enkele grootheden uit het metier op de top van hun kunnen. Had topregisseur Milos Forman zijn oude dag bijvoorbeeld beter kunnen beginnen dan met deze ontroerende film? Schreef de Amerikaanse band R.E.M. in zijn lange carrière een mooier liedje dan de melancholieke titeltrack? En was de Amerikaanse komiek Jim Carrey ooit beter op dreef als serieus acteur?

Carrey verloor zich tijdens de opnames volledig in zijn personage, de dwarse comedian Andy Kaufman en diens helemaal onmogelijke alter ego Tony Clifton. Ook als de camera’s niet draaiden bleef hij op de filmset volledig ‘in character’ alles en iedereen ontregelen. Waaronder zichzelf. Vóóral zichzelf, zou je kunnen zeggen.

‘Ging ik te ver?’, vraagt hij zich nu af voor de camera van Chris Smith. De ronduit fascinerende documentaire Jim & Andy: The Great Beyond – Featuring A Very Special, Contractually Obligated Mention Of Tony Clifton (93 min.) wordt volledig verteld vanuit het point of view van Jim Carrey. Via Andy Kaufman (her)ontdekt hij zichzelf.

Hij krijgt die kans letterlijk. Voor Man Of The Moon werd een zogenaamde Electronic Press Kit gemaakt, die nooit is uitgebracht. De filmmaatschappij wilde destijds niet dat mensen door het filmpje ‘Andy Lives’ zouden gaan denken dat Carrey ‘een asshole’ was – of dat ze, ook niet onlogisch, aan zijn geestelijke vermogens zouden gaan twijfelen.

Het is bijna eng om te zien hoe Jim in die achter de schermen-beelden Andy wordt. Leven en kunst zijn volledig met elkaar verknoopt geraakt. Hoe kom je daar weer gezond uit? De openhartige acteur zelf verwoordt het nu vrij simpel: hij had vakantie van Jim Carrey. Naderhand wachtte gewoon weer zijn eigen leven, met al z’n gebruikelijke tekortkomingen en frustraties.

An Open Secret


#MeToo. Sinds de schandalen rond onder anderen Harvey Weinstein, Kevin Spacey en Job Gosschalk is seksuele intimidatie, en de bijbehorende doofpotcultuur, ‘the talk of town’ in zowel Hollywood als Hilversum. Drie jaar geleden maakte Amy Berg al een film over dit thema, An Open Secret (99 min.)

En een geheim zou het ook blijven. Er kraaide geen haan naar de film, die nochtans was gemaakt door een gerenommeerde filmmaakster die enkele jaren daarvoor nog een Oscar-nominatie had gekregen voor Deliver Us From Evil. In die documentaire richtte Berg zich op seksueel misbruik binnen de katholieke kerk. Toen ze haar aandacht verlegde naar Hollywood, kwam daar echter aanmerkelijk minder respons op.

Is An Open Secret simpelweg aan de aandacht ontsnapt of – samenzwerinnggg! – doelbewust onschadelijk gemaakt? Wie zal het zeggen? Omdat de film nu ineens heel actueel is geworden, heeft Amy Berg hem in zijn geheel op Vimeo gezet. Zodat iedereen alsnog kan kijken naar het relaas van enkele kinder- en tieneracteurs die in handen vielen van onvervalste Hollywood-roofdieren.

De film begint met fragmenten uit een aflevering van de populaire eighties-sitcom Diff’rent Strokes, waarin een oudere man het schattige joch Arnold probeert te verleiden. Voor de acteur Todd Bridges, die Willis speelde in de Amerikaanse televisieserie, kwam dat nét iets te dichtbij. Hij liep al enkele jaren rond met een geheim, dat hij maar niet kreeg kwijtgespeeld.

En daarin blijkt Bridges bepaald niet de enige. In deze schokkende documentaire komen zowat alle situaties en voorbeelden voorbij, die in de afgelopen weken al zoveel tumult hebben veroorzaakt in Medialand. De slachtoffers zijn alleen (nog) jonger. Afgaande op de beerput die in An Open Secret voorzichtig open wordt getrokken, zal de stroom geruchten, beschuldigingen en ontkenningen/bekentenissen uit de entertainmentindustrie voorlopig niet opdrogen.

La Chana

IDFA

‘Als ik danste, was ik gelukkig’, zegt Antonia Santiago Amador met gebroken stem. ‘Want ik ben geboren om te dansen.’ Die constatering spat werkelijk vanaf de allereerste seconde van La Chana (83 min.). Als de muziek weerklinkt, haar handen en voeten dat duizelingwekkende ritme vinden en ze haar kin weer fier omhoog steekt, wordt Antonia wie ze in wezen altijd is gebleven: de grootste flamencoster van haar tijd.

In deze intense documentaire, de publieksfavoriet van het IDFA in 2016, is ook een andere Amador te zien, die in weinig doet denken aan de gewezen flamencodanseres La Chana: een bejaarde zigeunervrouw die lam is geslagen door het leven, nadat ze dertig jaar geleden van het ene op het andere moment de schijnwerpers moest verlaten die haar zo gesierd hadden.

In het uiterst sfeervolle La Chana van regisseur Lucija Stojevic neemt de Spaanse danseres nog eenmaal de handschoen op. Hoewel ze tegenwoordig breekbaar oogt en bovendien minder goed ter been is, besluit Amador uit haar eigen schaduw te stappen en opnieuw de bühne, die haar ooit zo vertrouwd was, op te stappen en de confrontatie aan te gaan met haar publiek.

Leonard Cohen, Bird On A Wire


Bij een erkende ladiesman als Leonard Cohen verwacht je dat hij in het hiernamaals inderdaad is begroet door ruim zeventig bereidwillige maagden. De Canadese zanger met de sonore stem en zwaarmoedige muziek is nu precies een jaar dood. Ter gelegenheid daarvan vertoont Het Uur Van De Wolf vrijdag de klassieke documentaire Leonard Cohen, Bird On A Wire (106 min.), een film uit 1974 die enkele jaren geleden is gerestaureerd.

De Britse regisseur Tony Palmer volgt de romantische bard tijdens zijn Europese tournee van 1972. Het levert taferelen op die we sindsdien talloze malen hebben gezien in muziekdocumentaires: overvolle kleedkamers, flirtende dames, technische problemen, verplichte interviews, ontmoetingen met handtekeningenjagers en optredens op bijzondere plekken.

Toch blijft deze archetypische tourfilm, hoewel voor hedendaagse kijkers vast wat traag, over de hele linie boeien. De documentaire laat een artiest in topvorm zien. Een man die zijn kwetsbaarheid durft te tonen en die zichzelf gelukkig ook niet altijd even serieus neemt. ‘Leonard Cohen zingt zijn liederen van leed en vertwijfeling’, roept hij tijdens een concert vol zelfspot in de microfoon. ‘Daar komt hij, mensen.’

Behalve talloze memorabele scènes – zoals bijvoorbeeld een verhitte confrontatie met ontevreden fans, die de zanger na een mislukt concert hoogstpersoonlijk hun geld teruggeeft – bevat deze documentaire die van de aardbodem leek te zijn verdwenen ook een uitgebreide selectie Cohen-evergreens (waarvan de teksten voor de liefhebber bovendien netjes in het Nederlands zijn vertaald).

Bird On A Wire is een prima manier om (alsnog) te beginnen aan Leonard Cohen, die nu alweer een jaar de eeuwige jachtvelden afstruint en intussen ook gewoon op dit ondermaanse blijft voortleven.

Joan Didion: The Center Will Not Hold


‘Ik zit hier op dit eiland midden in de Stille Oceaan in plaats van een scheiding aan te vragen’, schrijft de Amerikaanse auteur Joan Didion in 1969 over haar huwelijksproblemen in Life Magazine. Haar echtgenoot, de schrijver John Gregory Dunne, heeft de tekst – zoals altijd – geredigeerd.

‘Hoe werkte dat dan?’, wil haar neef en filmmaker Griffin Dunne weten in de documentaire Joan Didion: The Center Will Not Hold (97 min.). ‘Welke afspraak hadden jullie over het schrijven over jullie innerlijke publieke leven?’ Er was geen deal volgens Didion: ‘Je gebruikte je materiaal. Je schreef wat je had.’

Het dagelijks leven dat nu eenmaal moet worden geleefd, zodat je het vervolgens als voedingsbodem voor boeken, essays en artikelen kunt gebruiken. Connie Palmen en haar toenmalige man Ischa Meijer kozen tijdens een gezamenlijke reis ooit een heel praktische aanpak en verdeelden eerlijk wat ze meemaakten. Over leven om te schrijven gesproken.

Het huwelijk van Joan Didion en haar John, die als echte schrijvers natuurlijk regelmatig elkaars zinnen afmaakten, loopt als een rode draad door deze oerdegelijke film, die via Didions oeuvre tevens de grote Amerikaanse thema’s en persoonlijkheden van de laatste vijftig jaar schetst. Van Charles Manson tot Dick Cheney.

Het is ook een verhaal geworden over het schrijven zelf (want daar schrijven schrijvers nu eenmaal ook graag over) en over hoe dat schrijven het leven van de schrijver drijft, beïnvloedt en – als dat leven je uit handen glijdt – helpt. Een onderhoudend verhaal, geen onbetwiste bestseller.

Een Hart Voor Heerlen

hartvoor

 

Heerlen, de lelijkste stad van het zuiden. Verslaggever Aart Zeeman was er in de jaren negentig vaste gast. Als hij verloedering, prostitutie of drugsoverlast in beeld wilde brengen, kon hij bijna blind afreizen naar het gevaarlijke stadscentrum van Heerlen. Gegarandeerd slecht nieuws. Sinds de sluiting van de plaatselijke steenkoolmijnen, een halve eeuw geleden, had de Limburgse stad elke vorm van grandeur verloren.

Enter Heerlenaar Michel Huisman. Kunstenaar van beroep en een uitgesproken hater van de goedkope en smakeloze architectuur die zijn geboortestad grondig heeft verpest. In een onbezonnen bui stampte hij een ambitieus plan voor een nieuw stadshart uit de grond, dat tot zijn eigen verbazing werd omarmd door het stadsbestuur.

Aart Zeeman zoekt de flamboyante Huisman op en loopt in Een Hart Voor Heerlen (50 min.) samen met hem door zijn geesteskind in aanbouw, het Maankwartier. Met het eigenzinnige project, dat over ruim een jaar klaar zou moeten zijn, heeft hij zowel vrienden voor het leven als gezworen vijanden gemaakt. Sommigen zien in hem een ziener, anderen vinden hem maar een vervelende praatjesmaker en luchtfietser.

Die tegenstanders hebben zijn leven behoorlijk verziekt, aldus Huisman. Nooit eerder kreeg hij in zijn carrière zoveel stront over zich heen als tijdens dit ene, toevallige uitstapje naar de architectuur. Die botsing tussen de droom van een kunstenaar en de zakelijke dadendrang van bepaalde politici en vastgoedmannen geven deze onderhoudende journalistieke documentaire een lekker kartelrandje.

De Erfenis Van Luther


Zou de hedendaagse westerse wereld een moderne Maarten Luther kunnen gebruiken? Die vraagt dringt zich onvermijdelijk op tijdens het bekijken (nee: ondergaan) van De Erfenis Van Luther (55 min.), het eigenzinnige filmessay van Peter Greenaway over Maarten Luther die 500 jaar geleden de protestantse Reformatie in gang zette.

Het vertrekpunt voor dit beeldenbombardement (is het een documentaire?) was nu eens niet het woord. Nee, in den beginne was het beeld, constateert de alom aanwezige verteller Jochum ten Haaf in de openingsscène. Met behulp van schilderijen, tekeningen en prenten uit de zestiende en zeventiende eeuw verbindt hij het leven van Luther en zijn verzet tegen de dominantie en arrogantie van de katholieke kerk vervolgens op onnavolgbare wijze met hedendaagse thema’s.

Het virtuoze De Erfenis Van Luther heeft een behoorlijk hoog instapniveau en verteltempo, waardoor de film waarschijnlijk slechts een select publiek zal bereiken. Greenaways bespiegelingen over de grote hervormer Maarten Luther zijn echter moeiteloos te vertalen naar onze eigen wereld, waarin de aanbidders van Mammon, de God van het (grote) geld, bijvoorbeeld ook wel wat weerwoord en verzet kunnen gebruiken.

Jan Wolkers Spreekt…

NTR

‘Een andere Wolkers dan het cliché van de letterkundige branieschopper.’ Deze documentaire, die tien jaar na zijn dood wordt uitgebracht, legt de lat vanaf het begin hoog. Is het werkelijk mogelijk om het beeld van een gevierde schrijver/kunstenaar, die een heel publiek leven heeft geleid, te doen kantelen?

Voor Jan Wolkers Spreekt… (55 min.) heeft Wim van der Aar toegang gekregen tot privé-opnamen van Jans weduwe Karina Wolkers, die hij heeft aangevuld met een variëteit aan beeld- en geluidsmateriaal, zoals bijvoorbeeld b-roll beelden van de verfilming van Turks Fruit en Wolkers’ allereerste televisie-interview, waarin hij zich opmerkelijk dienstbaar opstelt naar de letterlijk hoog boven hem verheven interviewer.

Van der Aar vist die grabbelton met liefde leeg, waarbij de nadruk ligt op Wolkers’ Amsterdamse bloeiperiode van 1963 tot 1977. Uit dat laatste jaar stamt ook een interviewfragment met Jan Fillekers, dat helemaal aan het eind van de film is geplaatst. Daarin neemt de schrijver alvast een voorschot op zijn eigen nalatenschap.

Jan Wolkers beweert dat hij altijd zijn manuscripten verbrandt en zojuist het originele typoscript van zijn onlangs verschenen roman De Kus heeft geslachtofferd. ‘Ze vinden van mij niks terug’, zegt hij ferm (nadat we bijna een uur naar materiaal uit ‘s mans archief hebben zitten kijken). ‘Het boek, het eindproduct, dat is het. Dat ben ik.’

Zou Jan Wolkers destijds al hebben geweten dat dit je reinste onzin was? Op 19 oktober jongstleden, zijn tiende sterfdag, verscheen ook al Het Litteken Van De Dood. Een boek, geschreven door Onno Blom, de biograaf die Wolkers vlak voor zijn dood zelf aanwees. Blijkbaar wilde de grote schrijver toen allang zijn sporen niet meer uitwissen.

Ik Hoor Alles – Vincent Bijlo


Alsof de kamer waarin je je levenlang comfortabel hebt gewoond elke dag nét een beetje kleiner wordt. Totdat je er uiteindelijk niet meer kunt staan, zitten of liggen. Zo ongeveer, weet ik veel, moet het voelen voor de blinde cabaretier Vincent Bijlo. Zijn gehoor, de levenslijn naar andere mensen én zijn liedjes, gaat zienderogen achteruit.

Ik Hoor Alles – Vincent Bijlo (51 min.) van Floris Alberse, afgelopen donderdag te zien bij Het Uur Van De Wolf, is een film in de direct cinema-traditie. De camera volgt en observeert, ogenschijnlijk zonder dat de maker ingrijpt. Met subtiele geluidseffecten probeert hij de kijker echter wel degelijk mee te nemen naar Bijlo’s belevingswereld, waarin oorsuizingen zijn communicatie met de wereld en muzikale werk beginnen te bedreigen.

Ogenschijnlijk gelaten accepteert Vincent Bijlo zijn lot. Als hij een luistertest moet ondergaan, en zijn gehoor weer blijkt te zijn verslechterd, voel je als kijker echter de onderliggende wanhoop. Even later spreekt hij die uit in een lied: ’Er zit helemaal geen klootzak in mijn oren die langzaam de volumeknop dichtdraait. Het is gewoon een stom genetisch foutje.’

Het is een van de spaarzame momenten waarop de aimabele hoofdpersoon het onzegbare uitspreekt: een wereld waarin hij niet kan zien én horen. Zover zal het hopelijk niet komen. Waarschijnlijk wacht hem een toekomst waarin zijn natuurlijk gehoor wordt vervangen door een implantaat. Met een beetje pech draait dat gehoorapparaat alleen wel elk gevoel voor melodie de nek om.

Dat vooruitzicht hangt in deze sensitieve film als een zwaard van Damocles boven Vincent Bijlo’s al even sensitieve hoofd.

De Stamhouder


Een onvervalste bestseller is nog geen garantie voor een overrompelende film. In het boek De Stamhouder heeft journalist en voormalig correspondent in Moskou Alexander Münninghof op meeslepende wijze zijn bijzondere familiehistorie opgetekend.

De gelijknamige documentaire van Ger Poppelaars voelt een beetje als een herhalingsoefening. De Stamhouder (55 min.) is traditioneel van opzet, erg praterig (met bovendien een tamelijk statige voice-over) en raakt slechts zelden het grote drama aan dat het boek zo bijzonder maakt.

Waar het verhaal van Münninghofs moeizame relatie met zijn vader, die in de tweede wereldoorlog voor de Waffen-SS koos, in zijn autobiografie bijvoorbeeld vonkt en schrijnt, blijft die in de film tamelijk vlak. Alexander is een uitstekende, beschouwende verteller, maar wordt voor de camera nooit echt zoon.

De geschiedenis van de Münninghofs, die de familie van Riga tot pak ’m beet Oss heeft gevoerd, blijft niettemin een heel bijzonder verhaal. En op de momenten dat de hoofdpersoon wordt geportretteerd te midden van zijn eigen gezin, weet deze verfilming zich soms heel even aan de schaduw van het boek te ontworstelen.

One More Time With Feeling

Pulse Films

Als een grauwsluier hangt het drama boven elke scène van de diep ontroerende documentaire One More Time With Feeling (113 min.), zonder dat het tragische ongeluk zelf steeds ter sprake komt. Arthur, de vijftienjarige zoon van zanger Nick Cave, viel van een klif. Sindsdien is niets meer hetzelfde.

Cave liep nooit voorop in de polonaise binnen het feesten- en partijencircuit. In zijn zwartgeblakerde muziek zocht hij nadrukkelijk de schaduwzijden en rafelranden van het leven op. Die Cave had nochtans iets onaantastbaars. Alsof de zwaarmoedigheid van zijn muziek nooit écht vat kreeg op de man zelf.

Tot die fatale veertiende juli in 2015 kon hij moeiteloos doorgaan voor de ongenaakbare hogepriester van de alternatieve popmuziek. Een positie die hij in de overrompelend mooie documentaire 20.000 Days On Earth uit 2014 nog op weergaloze wijze uitbuit. Welnu, die Nick Cave bestaat niet meer. Nooit meer, vermoedelijk.

In de man die in stemmig zwart-wit wordt geportretteerd in One More Time With Feeling (2016) is iets kapot gegaan. Via muziek probeert hij samen met zijn gezin en muzikale partners de weg terug naar het leven te vinden. Regisseur Andrew Dominik vertelt dat verhaal niet lineair, doet nauwelijks aan duiding en hengelt ook niet opzichtig naar grote emoties.

Met aangrijpende interviewfragmenten, verloren scènes en prachtige muziek, die uiteindelijk zijn weg heeft gevonden naar het Nick Cave-album Skeleton Tree, laat hij een man in verwarring zien. Rouw is nu eenmaal geen logisch proces waarin je stapsgewijs alle verplichte fasen doorloopt, waarna aan het eind van de tunnel altijd prachtig licht gloort.

Sinds hij ooit woest aan de rock & roll-deur klopte met zijn band The Birthday Party is Nick Cave een geliefd onderwerp van Nederlandse televisiemakers. Zo portretteerde Bram van Splunteren Cave bijvoorbeeld dertig jaar geleden in Stranger In A Strange Land, een portret dat integraal op YouTube is te vinden.

Echt Herman Koch

Witfilm

De literatuurlijst op middelbare scholen moet onmiddellijk worden afgeschaft. Dat is niet mijn mening, maar die van Neerlands succesvolste schrijver Herman Koch. Als je iets moois de nek wilt omdraaien, zo is zijn stellige overtuiging, dan moet je het verplicht stellen op school.

In de boeiende documentaire Echt Herman Koch (52 min.) portretteert regisseur Pieter Verhoeff de eeuwige rebel, die ooit bekend werd via het satirische televisieprogramma Jiskefet en zich daarna toelegde op het schrijverschap.

Verhoeff kan daarbij putten uit prachtig beeldmateriaal (Herman Koch in een bandje, met (lang) haar en schmierend in obscure filmpjes en klassieke Jiskefet-scènes) en spreekt met (jeugd)vrienden zoals Michiel Romeyn, Frans Thomése en Griet op de Beeck.

Met hen probeert hij de enigmatische Koch te duiden. De hoofdpersoon zelf, ‘een Mexicaanse sluipschutter’ aldus Romeyn, komt voornamelijk aan het woord via voorgelezen boekfragmenten en publieke optredens in het kader van de Boekenweek. Vanaf de buitenkant probeert Verhoeff zo aan Kochs binnenkant te komen.

Gaga: Five Foot Two

Netflix

Afgelopen week moest Lady Gaga vanwege (fysieke) klachten haar Europese tournee afzeggen. Het klinkt cru, maar in wezen was dat bericht een passend vervolg op de documentaire Gaga: Five Foot Two(100 min.), die enkele dagen later op Netflix zou verschijnen. Het zorgde bovendien voor een nieuwsmomentje waarmee die film nog eens extra onder de aandacht kon worden gebracht.

Gaga’s noodgedwongen pitstop levert ongetwijfeld ook ooit weer een nieuwe plaat of creatie op. Zo werkt dat in het door haar gecreëerde universum. Zoals de dood van haar 19-jarige tante Joanne, veertig jaar eerder, de basis vormde voor het album, waaraan de zangeres werkte tijdens de filmopnames voor deze intrigerende documentaire.

Die tante, waarmee Lady Gaga zich gaandeweg is gaan identificeren, levert de fly on the wall-film van Chris Moukarbel tevens een memorabele scène op als Gaga een aan haar opgedragen liedje voor het eerst laat horen aan Joannes moeder, haar eigen oma. Die wil alleen maar niet zo emotioneel worden als haar kleindochter waarschijnlijk had verwacht/gehoopt.

Als het bijbehorende album, tevens Joanne getiteld, enige tijd later uitkomt, is de naam van Gaga’s tante inmiddels uitgewerkt tot een soort logo, dat is te vinden op billboards en trainingsjacks. Het innerlijk lijkt in Lady Gaga’s wereld zo steeds volledig te worden veruiterlijkt.

De camera betrapt Gaga (de échte, welteverstaan) in de documentaire op haar kwetsbaarste momenten – en voor de liefhebbers ook topless. De echte Stefani Germanotta, een uiterst getalenteerde artieste, laat zich nochtans zelden zien in de voorstelling die Lady Gaga opvoert in Five Foot Two. Imago en identiteit zijn ogenschijnlijk helemaal door elkaar gaan lopen.

Het lijkt soms alsof ze geen idee meer heeft wie ze was, is of wil zijn. Of juist veel te goed. Als kijker zie je ’t met een gevoel van opperste vervreemding aan. Alsof je met de armen over elkaar langs de kant van de weg staat te wachten tot dat gruwelijke ongeluk gebeurt, waaraan je je vervolgens kunt verlekkeren.

Deze film, waarin Lady Gaga zelf wordt opgevoerd als producer, is uiteindelijk niets minder dan een (onbedoeld) demasqué. Niet zozeer van de persoon Stefani Germanotta, als wel van de wereld waarvan zij het gloriërende, supergedreven of juist diepbedroefde middelpunt moet zijn. Het prinsesje dat, ondersteund door haar gedienstige hofhouding en joelende onderdanen, moet zien te overleven in Gagaland.

Metallica: Some Kind Of Monster


Samen met zijn inmiddels overleden samenwerkingspartner Bruce Sinofsky heeft Joe Berlinger op zijn minst drie onvervalste documentaireklassiekers op zijn naam staan: het tragische relaas van enkele wereldvreemde broers in Brother’s Keeper, de hartverscheurende true crime-trilogie Paradise Lost en deze nietsontziende blik in het zwarte hart van ’s werelds grootste metalband.

Metallica: Some Kind Of Monster (141 min.) werd door Berlinger en Sinofsky gefilmd in de jaren 2001-2003 en was oorspronkelijk gewoon bedoeld als een verslag van de opnames van album nummer zoveel, St. Anger. Niemand kon voorzien dat de pleuris zou uitbreken bij de Amerikaanse methalheads.

Eerst ruimt bassist Jason Newsted het veld, daarna raakt zanger James Hetfield helemaal verstrikt in zichzelf en laat hij zich opnemen in een ontwenningskliniek. Na zijn terugkeer barst de echte crisis los: de frontman komt lijnrecht tegenover drummer en voormalige boezemvriend Lars Ulrich te staan. Er moet zelfs een therapeut aan te pas komen, die de boel, ondanks talloze groepssessies, maar niet gelijmd krijgt.

Terwijl de twee haantjes elkaar naar de keel vliegen blijft de camera genadeloos draaien. Intussen is er ook nog altijd geen nieuwe bassist gevonden. Het voortbestaan van de band Metallica, die eigenlijk te groot is geworden voor z’n individuele leden, hangt in deze zinnenprikkelende documentaire voortdurend aan een zijden draadje.

Whitney: Can I Be Me

Showtime

Je kunt het meisje wel uit ‘the hood’ halen, maar haal je ‘the hood’ daarmee ook uit het meisje? Whitney Houston, de zwarte zangeres die in de jaren tachtig werd verkocht als een blanke popster, kon er eigenlijk geen vrede mee hebben. Mag ik alstjeblieft mezelf zijn?, schijnt ze regelmatig te hebben gevraagd.

De aangrijpende documentaire Whitney: Can I Be Me (100 min.) van Nick Broomfield en Rudi Dolezal komt achter de facade van het wereldwijde fenomeen Whitney Houston en richt zich op het meisje met de koosnaam ‘Nippy’, dat opgroeide in een volksbuurt van Newark en daar een tragische voorliefde voor drugs opdeed.

Whitney: Can I Be Me is te vergelijken met de Oscar-winnende film over de Britse zangeres Amy Winehouse, die eveneens aan een langverwachte overdosis overleed. Eigenlijk vind ik deze documentaire zelfs beter omdat ie er ook echt in slaagt om Houstons onvermijdelijke ondergang te duiden.

Hoewel diverse familieleden en direct betrokkenen van de zangeres, onder wie haar zingende moeder Cissy Houston, aan het woord komen is Whitney een ongeautoriseerde film. Kevin MacDonald (Marley) werkt intussen aan een officiële documentaire over de zangeres, die ook binnen afzienbare tijd moet uitkomen.