Bombshell: The Hedy Lamarr Story

‘Any girl can look glamorous, all she has to do is stand still and look stupid.’ Was getekend: Hedy Lamarr, de Hollywood-ster die naar verluidt model stond voor Disneys Sneeuwwitje en Catwoman. ‘Ze had één van de herkenbaarste gezichten van haar tijd’, zegt schrijver Richard Rhodes in deze schrijnende documentaire van Alexandra Dean. ‘En toch zei ze dat ze nooit werd gezien zoals ze werkelijk was.’ Achter die prachtige facade, in latere jaren bijeen gehouden door een overdaad aan plastische chirurgie, zat een geëngageerde vrouw, feministe avant la lettre én begenadigde uitvindster verscholen.

De traditioneel opgezette biografie Bombshell: The Hedy Lamarr Story(89 min.) is opgebouwd rond een onlangs ontdekt audio-interview met de gewezen wereldster. Samen met haar eigen (klein)kinderen en een bonte verzameling vrienden, filmmakers, acteurs, wetenschappers en historici schetst ze een veelbewogen leven dat in 1914 begon in een bevoorrecht Joods gezin te Oostenrijk en ruim 75 jaar later tamelijk troosteloos eindigde als gefrustreerde eenzaat in Florida.

Als tiener maakte ze in eigen land een film die haar de rest van haar leven zou blijven achtervolgen: Ecstacy (1933). Ze was daarin niet alleen naakt te zien, maar speelde zelfs een expliciete masturbatie-scène. De film werd echter verboden door Adolf Hitler omdat de hoofdrolspeelster Joods was. Uiteindelijk vluchtte Lamarr naar het land van de onbegrensde dromen – en úit haar eerste huwelijk met een veertien jaar oudere industrieel, die munitie leverde aan de nazi’s.

Haar vertrek naar Amerika vormde het startschot voor een duizelingwekkende filmcarrière, zeven mislukte huwelijken als ‘trophy wife’ en een alles ontregelende verslaving aan allerlei stimulerende middelen. Intussen zag de vrouw, die niet alleen om haar uiterlijk beoordeeld wilde worden, hoe de uitvinding die ze aan het begin van de Tweede Wereldoorlog patenteerde, een geheim communicatiesysteem, stelselmatig werd genegeerd. Dit postume portret ontrukt de wetenschapper Lamarr, die met haar vondst wifi, bluetooth en navigatiesystemen mogelijk maakte, alsnog aan de vergetelheid en doet haar eindelijk recht.

Muhi – Generally Temporary


Al zolang hij leeft, zit de dood Muhammad, liefkozend Muhi genoemd, op de hielen. Het vierjarige jongetje heeft een auto-immuunziekte die hem zomaar fataal zou kunnen worden. Deze aandoening heeft Muhi al zijn handen en voeten gekost. Om zijn prille leven te redden moesten die worden geamputeerd.

Het leven heeft Muhi nóg een beroerde kaart gegeven; hij is Palestijns en verblijft in een Israëlisch ziekenhuis. Vanwege veiligheidsoverwegingen mag hij het gebouw niet verlaten. Hij heeft zijn moeder, die is achtergebleven in Gaza, dus al enkele jaren niet gezien. Alleen zijn grootvader Abu Naim, een familieman met een groot hart, bivakkeert al vier jaar aan zijn zijde.

Als Muhi’s moeder voor 48 uur een visum krijgt om de vijfde verjaardag van haar zoon bij te wonen, is ze verrast dat hij haar überhaupt nog herkent. Ze ziet ook voor het eerst hoe hij tóch heeft leren lopen. Tegelijkertijd ontdekt ze dat Muhi langzaam maar zeker vervreemd raakt van zijn roots. Hij telt nog steeds in het Arabisch, maar zingt Joodse liedjes.

De observerende documentaire Muhi – Generally Temporary (87 min.) van Rina Castelnuevo-Hollander en Tamir Elterman laat zien hoe het schattige jongetje gedijt in zijn eigen kleine wereldje waarin tegenstellingen verdampen, terwijl zijn opa en de rest van de familie steeds weer worden opgeslokt door het Palestijns-Israëlische conflict en de praktische complicaties die dat met zich meebrengt. Zeker als het noodlot weer ongenadig toeslaat…

I Will Speak, I Will Speak!

I_will_speak_I_will_speak_Shrey_trap

 

Ooit was het niet minder dan een doodvonnis: de mededeling dat je hiv-positief was. Aids richtte in de jaren tachtig en negentig een waar slagveld aan in de internationale homoscene en hield ook gruwelijk huis in Afrika. Nieuwe medicijnen maakten van de fatale ziekte sindsdien een chronische aandoening. Inmiddels valt er behoorlijk goed en lang te leven met hiv. Het stigma is alleen gebleven.

Wereldwijd hebben bijna 37 miljoen het afschrikwekkende virus. Regisseur Willem Aerts en ‘verhalenverteller’ Erwin Kokkelkoren leven zelf al dertig jaar met hiv. Drie jaar lang reisden ze de wereld rond om lotgenoten te ontmoeten en hun verhalen op te tekenen voor de tentoonstelling I Will Speak, I Will Speak! Atlas2018, die komend weekend wordt geopend in de Beurs van Berlage in Amsterdam.

In de bijbehorende documentaire I Will Speak, I Will Speak! (54 min.) worden vijf dragers van het virus geportretteerd: een oudere homoseksueel uit San Francisco die de ‘plaag’ overleefde, de Britse maker van het online tijdschrift Beyond Positive, het Afrikaanse meisje dat bij geboorte al was besmet, een transgender-sekswerker in Cambodja en een voormalige Russische gedetineerde die ooit een drank-en drugsprobleem had.

Stuk voor stuk kampen ze met gevoelens van schaamte, krijgen ze te maken met onbegrip, of zelfs vijandigheid, vanuit hun omgeving en worstelen ze met welke plek het virus inneemt in hun leven. Veertig jaar nadat de onbekende aandoening genadeloos toesloeg, lijkt het acute levensgevaar rond hiv en aids verdwenen. Gebleven is echter de wijze waarop het virus zijn dragers definieert.

Robin Williams: Come Inside My Mind

HBO

De twee kanten van zijn persoonlijkheid zijn nog altijd moeiteloos te herkennen in het werk van Robin Williams. De manische mafketel, even vaak irritant als grappig, duikt bijvoorbeeld op in de comedyserie Mork and Mindy, zijn standup-optredens en allerlei bezoekjes aan talkshows. Terwijl de introverte somberaar daarachter zijn opwachting maakt in speelfilms als Dead Poets Society, Awakenings en Good Will Hunting.

Hij was een typische clown, zou je kunnen zeggen; in het openbaar altijd de lach aan zijn kont, maar intussen privé volledig gevangen in zijn eigen wurggreep. Dat beeld rijst in elk geval op uit de documentaire Robin Williams: Come Inside My Mind (116 min.) van Marina Zenovich, waarin intimi, vrienden en collega’s als Dave Letterman, Eric Idle (Monty Python), Steve Martin en Whoopi Goldberg terugblikken op het leven van de man die in 2014 koos voor de dood.

Zo vertelt Mark Romanek, die Williams regisseerde in de ijzingwekkende thriller One Hour Photo, bijvoorbeeld hoe zijn hoofdrolspeler tussen de geladen opnames door dwangmatig grappig deed. De drang om mensen te laten lachen was bijna ziekelijk, onderdeel van een niet te stillen honger naar bevestiging. ‘Die lach is een drug’, zegt zijn boezemvriend en comedian Billy Crystal daarover. ‘Die acceptatie, die opwinding, daar kan niets tegenop.’

Zonder publiek aan zijn voeten bleef er verdacht weinig over van de Hollywood-ster Robin Williams. Hoe kon een man die zo succesvol was zich zo’n minkukel voelen? vraagt zijn zoon Zak zich af in deze klassieke biopic. Zijn vader was vaak lange periodes weg van zijn gezin en zocht regelmatig zijn toevlucht tot zelfmedicatie, in de vorm van drank en drugs. Aan het eind kwam daar Lewy Body-dementie bij. ‘De terrorist in zijn hoofd’, volgens zijn weduwe Susan Schneider Williams in het tijdschrift Neurology. Totdat hij echt geen uitweg meer zag.

Wat na bijna twee uur archiefmateriaal, televisie-interviews en persoonlijke bespiegelingen van de man zelf rest, is het beeld van een tragische figuur, die zichzelf op virtuoze wijze overschreeuwde. Die constatering zorgt er tegelijkertijd voor dat al die bekende grappen en grollen zwaar op de maag gaan liggen. In essentie zijn het vooral tot mislukken gedoemde pogingen om eigenwaarde te verkrijgen. Waar anderen kostelijk om konden lachen, dat dan weer wel.

Hypnose Op Recept

28mei_patiënte_Samantha_onder_hypnose

 

Als je het woord ‘psychisch’ in de mond neemt bij ouders en patiënten heb je verloren, meent professor Marc Benninga van het Academisch Medisch Centrum. Omdat ze zich dan niet serieus genomen voelen en het gevoel krijgen: die dokter denkt dat ik gek ben. ‘En dat is absoluut niet het geval.’ Hij zegt het er voor de zekerheid even bij.

Talloze Nederlanders kampen met onverklaarde pijnklachten. Daarop kun je allerlei etiketten plakken: het Chronisch Vermoeidheidssyndroomfibromyalgie of het Prikkelbare Darm Syndroom. Die pijn zit, behalve in hun lijf, ook tussen de oren, maar die conclusie mag je eigenlijk niet hardop uitspreken. In reguliere ziekenhuizen wordt niettemin steeds vaker gebruik gemaakt van hypnotherapie, een behandeling die tot voor kort echt in het alternatieve circuit thuishoorde. Je moet er wel in geloven, vertelt Benninga erbij aan geïnteresseerden.

De journalistieke documentaire Hypnose Op Recept (55 min.) van Nieuwsuur-verslaggever Mirjam Bartelsman volgt enkele artsen die kinderen en volwassenen met onverklaarde pijnklachten behandelen. Hypnose is volgens hen veel effectiever gebleken dan de reguliere behandeling van een kinderarts. Het is zowel voor de doktoren als de patiënten (en hun ouders) wennen. ‘Daar wordt niet in aangeraakt?’ wil de moeder van de tiener Samantha, die al jaren met buikpijn kampt, vooraf graag weten. ‘Dat jij aan haar zit, zeg maar?’ Benninga: ‘Hoe bedoelt u?’ Nou ja, dat als jij die hypno doet, dat je met strelingen enne…’

De gehypnotiseerden worden niet aangeraakt, hooguit door een aangename stem, maar ze lijken getuige deze degelijke film wel te varen bij de therapie. De met weelderige droomsequenties geïllustreerde behandelingen zorgen eerst voor ontlading en daarna voor verlichting. Er komt van alles los; tussen oren en in lijven. Bij mensen, dat vooral.

End Game

Netflix

Je rent niet weg van lijden. Dat is volgens één van de artsen de kern van het Zen Hospice-project. Op z’n negentiende heeft deze B.J. Miller zelf bij een ongeluk zijn twee benen en linkeronderarm verloren. Nu bekommert hij zich, samen met enkele zeer betrokken collega’s en vrijwilligers, om mensen die in de eindfase van hun leven zijn aanbeland. Zij kúnnen ook helemaal niet weglopen voor hun lijden.

In het Medisch Centrum van de Universiteit van San Francisco krijgen ze palliatieve zorg en worden hen tegelijkertijd onmogelijke beslissingen voorgelegd: hoe en waar moet het leven eindigen en – ook – waarom eigenlijk? In het aangrijpende End Game (40 min.), een korte registrerende documentaire van Rob Epstein en Jeffrey Friedman, worden enkele doodzieke mensen en hun directe omgeving gevolgd terwijl ze zich voorbereiden op het definitieve afscheid van het leven.

De filmmakers concentreren zich daarbij in het bijzonder op de 45-jarige Mitra, een van oorsprong Iraanse vrouw met een achtjarige zoon. Ze ondergaat zichtbaar helse pijnen en is regelmatig helemaal van de wereld. Haar artsen en verwanten proberen intussen een soort lijn in het zand te trekken: wanneer is het lijden echt ondraaglijk geworden en welke stappen zetten we dan? Wat zou Mitra zélf willen? Hoewel ze een enorm verdriet delen, hebben haar familieleden daarbij elk hun eigen afwegingen.

Hoe breng én houd je zulke volledig ontwrichte mensen, in de donkerste dagen van hun bestaan, bij elkaar? Die vraagt dringt zich steeds nadrukkelijker op als het einde in deze kleine menselijke film naderbij komt. ‘Gezonde mensen denken over hoe ze willen sterven’, merkt arts Steve Pantilat daarover met een milde glimlach op tijdens een werkoverleg met zijn collega’s. ‘En zieke mensen over hoe ze willen leven.’

Michel – Acteur Verliest De Woorden


Hoe is het als je lippen de woorden niet meer kunnen vinden, die je zo verdomd hard nodig hebt? De Vlaamse acteur Michel van Dousselaere ervaart het aan den lijve als in 2014 bij hem een zeldzame vorm van progressieve afasie wordt ontdekt. Zijn vrouw Irma Wijsman maakte er, samen met Patrick Minks, een film over: Michel – Acteur Verliest De Woorden (84 min.).

Intussen wil Van Dousselaere gewoon nog een rol spelen in de theatervoorstelling Borgen. Met een souffleur zou het moeten lukken. De ervaren acteur kan de ingefluisterde woorden debiteren alsof ze uit zijn binnenste komen. Zo weet hij zich staande te houden. Maar dan roept het normale leven weer – en die oprukkende ziekte en steeds kleiner wordende uitdrukkingsvaardigheid.

De woorden ontbreken hem vaak om te zeggen wat hij voelt of denkt. Of voelt en denkt hij ook minder? Niemand die het zeker weet. Van Dousselaere wordt daarmee steeds afhankelijker van zijn vrouw. Irma Wijsman moet verwoorden wat er in hem omgaat en fungeert daarmee automatisch ook als verteller van deze documentaire. Zij zegt wat hij niet meer kan zeggen en legt tevens het onbespreekbare op tafel; hoe en wanneer eindigt dit?

Met oud-collega’s reconstrueert ze daarnaast de respectabele carrière van haar echtgenoot. Stuk voor stuk steken ze de loftrompet over de karakteracteur. Soms, tot hun eigen schrik, al in de verleden tijd. De man zelf doet ondertussen waar hij nog altijd goed in blijkt te zijn en speelt een monoloog van Erik-Ward Geerlings, die speciaal voor deze gelegenheid werd geschreven.

Met een krachtige performance laat de imposante podiumpersoonlijkheid zo (voor de laatste keer?) zien wat hij in zijn mars heeft. Tegelijkertijd toont Michel: Acteur Verliest De Woorden hoe hij zich, in eendrachtige samenwerking met zijn vrouw, staande probeert te houden in het normale leven. Het feit dat ze een camera toelaten op de kwetsbaarste momenten van Van Dousselaere getuigt zonder meer van moed en behoort tot de uitgesproken troeven van deze treffende film.

Over de zanger Glen Campbell werd enkele jaren geleden een vergelijkbare documentaire gemaakt. Nadat hij was gediagnosticeerd met alzheimer wilde de Rhinestone Cowboy nog eenmaal op tournee, ondersteund door zijn eveneens musicerende kinderen. De film Glen Campbell: I’ll Be Me is de ontroerende weerslag daarvan.

Scenario’s Voor Een Normaal Leven

KRO-NCRV

Rond de achtjarige Jonathan heeft zich een heel team verzameld. Hij heeft moeite om de wereld te begrijpen. En de wereld heeft moeite om hem te begrijpen. Jonathan heeft een autisme spectrum stoornis en komt maar moeilijk mee in de neurotypische (we zeggen ook wel: normale) wereld. Tijd voor een nieuw vriendje: KASPAR, een robot die door de Universiteit van Hertfordshire is ontwikkeld om het gedrag van mensen met autisme positief te beïnvloeden.

Met zijn neutrale en voorspelbare manier van reageren blijkt KASPAR, die door een begeleider wordt aangestuurd, de ideale kameraad voor het Limburgse jongetje, dat hem al bij de allereerste ontmoeting zijn beste vriendje noemt. De chemie tussen de mechanisch sprekende robot en het onstuimige kind levert memorabele momenten op in de documentaire Scenario’s Voor Een Normaal Leven (66 min.), die woensdag op NPO2 wordt uitgezonden in het kader van de Autismeweek.

Regisseur Sander Burger, die eerder al een film maakte over de zorgrobot Alice, observeert kalm hoe Jonathan zich onder invloed van KASPAR verder ontwikkelt, maar maakt ook de worsteling van met name Jonathans ouders inzichtelijk om contact te houden met een kind dat evident anders bedraad is. Want de dagelijkse praktijk is en blijft lastig en heeft, net als deze documentaire, ook geen duidelijk eindpunt; elke uitdaging vormt in dat opzicht slechts een opmaat naar de volgende uitdaging en de volgende en de volgende…

Het thema autisme spreekt tot de verbeelding van Nederlandse documentairemakers en heeft dan ook al tot diverse aansprekende films geleid. Het Beste Voor Kees van Monique Nolte was bijvoorbeeld een enorme kijkcijferhit (al beantwoordde hoofdpersoon Kees Momma misschien nét iets te goed aan het sterotiepe beeld dat veel mensen hebben van autisten).

De hoofdpersoon van De Regels Van Matthijs, een film die wereldwijd in de prijzen is gevallen, heeft helemaal niets van een neurotisch typetje van Kees van Kooten. Matthijs is knap, welbespraakt en duidelijk heel intelligent. Toch kan hij nauwelijks aarden in de reguliere maatschappij, zo maakt deze verpletterende documentaire van zijn vriend Marc Schmidt glashelder.

Take Your Pills

Netflix

Waar de zelfmedicatie van de Amerikaanse white trash, middels verwoestende heroïne- en meth-verslavingen, inmiddels voor een heuse ‘opioid crisis’ heeft gezorgd, is in de hogere echelons van de Amerikaanse samenleving het gebruik van smart drugs als Adderall, Ritalin en Concerta enorm toegenomen.

Het consumeren van deze stimulerende middelen, al dan niet officieel voorgeschreven, gaat gelijk op met het aantal diagnoses ADD en ADHD. En Amerika zou Amerika niet zijn als daaromheen niet een heuse ADHD-industrie zou zijn ontstaan, die een groeimarkt zag in deze middelen en alles in het werk stelde om de vraag ernaar te vergroten. Dat is gelukt. Inmiddels is gebruik van smart drugs min of meer algemeen geaccepteerd. Van studenten en computerprogrammeurs tot topsporters en bankiers.

Regisseur Alison Klayman maakt in Take Your Pills (87 min.) samen met gebruikers, doktoren en wetenschappers de balans op;  is er eigenlijk een wezenlijk verschil tussen Adderall, Concerta en Ritalin enerzijds en beruchte harddrugs als heroïne en cocaïne anderzijds? Behalve de beoogde doelgroep dan. Hoe verhouden deze middelen zich eigenlijk tot voorlopers als benzedrine, LSD en amfetamine? En waarom is er in de huidige westerse maatschappij zoveel behoefte aan?

‘Ik grap wel eens dat ze in mijn studententijd drugs gebruikten om te ontspannen’,  legt neuropsycholoog Anjan Chatterjee de vinger op de zere plek. ‘Nu doen ze het bij inspanning. Dat zegt wel iets over onze cultuur.’ Deze informatieve documentaire is in dat opzicht niet alleen een vlot exposé over smart drugs maar ook een staalkaart van deze tijd, waarin mensen zich soms in de vreemdste bochten moeten wringen om bij te blijven. Smartdrugs kunnen daarbij helpen, zoveel is duidelijk, maar brengen onvermijdelijk ook risico’s met zich mee.

Een Nieuwe Morgen

Human

Uit noodzaak geboren, maar toch. Je zou de ontwikkelingen in Tuindorp Oost kunnen beschouwen als een bescheiden experiment met de participatiesamenleving. Nadat het Utrechtse verzorgingshuis te maken kreeg met leegstand, opende het zijn deuren voor een veel jongere populatie: 41 woningzoekenden. Zouden zij hun plek vinden te midden van de hoogbejaarde bewoners?

Niet iedereen zit overigens te wachten op vers bloed, blijkt uit de gestileerde documentaire Een Nieuwe Morgen (53 min.) van Kim Brand. ‘Ach gut, dat oudje’, schmiert Ans Stockschen. ‘Dat oudje wil ook nog meedoen.’ Ans is sceptisch als haar wordt gevraagd of er echt contact zal ontstaan tussen de oorspronkelijke en de nieuwe bewoners. Ze heeft ook wel wat anders aan haar hoofd: haar doodzieke echtgenoot Wim. Ans wil het liefst met rust gelaten worden.

Judith Raupp, 105 jaar oud, ziet de komst van de jongeren wel zitten. Misschien kan zij surrogaat-oma worden voor hun kroost. Zo hoopt ze de eenzaamheid van haar laatste levensjaren een beetje te kunnen verdrijven. En de kwieke Arie Nagel, 91 jaar jong, zit na het overlijden van zijn vrouw ook wel verlegen om een praatje. Hij fleurt zichtbaar op bij (vrouwelijk) gezelschap en kan dan ook wel eens nét iets te lang blijven hangen.

Die omgang tussen nieuwe en oude bewoners gaat niet altijd vanzelf. In een training vraagt één van de jongeren aan een geriater of het normaal is dat de ouderen vooral over zichzelf praten. Niet veel later zit dezelfde jongen samen met Arie een ijsje te eten en vinden ze elkaar toch. ‘Fucking chill.’ Bij al die ontmoetingen voor de camera blijft het wel gissen naar de motieven van de nieuwe bewoners. Proberen ze gewoon goede buren te zijn of is het de verplichte tegenprestatie die hoort bij het betrekken van een woning in een ouderencomplex?

Een Nieuwe Morgen rapporteert zo over een actuele ontwikkeling die op diverse plekken in Nederland gaande is, zoals bijvoorbeeld hier is te lezen, en wordt opgefleurd door fraaie geluidscollages van Erik de Jong (alias Spinvis), die er ook een podcast aan wijdde. Hij geeft een geheel eigen draai aan interviewsegmenten van de nieuwe bewoners, waarmee hij spannende muzikale sequenties construeert. Die fungeren als weldadig voegmiddel voor deze overtuigende documentaire over samenleven in het hedendaagse Nederland.

Atomic Homefront

HBO

Het is heerlijk weer. En de kinderen van Dawn Chapman willen buiten spelen. Moeder is echter onvermurwbaar: blijf maar binnen. Vanuit haar bedompte keuken kijkt ze naar buiten, de verte in. Maar radioactiviteit kun je niet zien. Het is lastig, onmogelijk misschien, om haar kroost in deze omgeving te beschermen, zo realiseert ze zich. Nee, Dawn en haar kinderen wonen niet in Tjernobyl of Fukushima, maar ‘gewoon’ in St. Louis, in het hart van de Verenigde Staten. Een plek waar een doodgewone huismoeder (noodgedwongen) kan uitgroeien tot een zeer effectieve activist.

In 1942 besloot de Amerikaanse regering om er, in het diepste geheim, de atoombommen te gaan ontwikkelen, die later hun weg zouden vinden naar de Japanse steden Hiroshima en Nagasaki. Aan afval dacht niemand. Dat dumpten ze gewoon aan de noordzijde van de stad. 75 Jaar later is de omgeving een Atomic Homefront (96 min.) geworden, een soort horrorvariant op ons eigen Groningen, het slagveld van de Nederlandse gaswinning. Met de bijbehorende persoonlijke tragedies, bureaucratische onverschilligheid en – als onvermijdelijk gevolg daarvan – empowerment van enkele betrokken burgers.

Tijdens een informatiebijeenkomst wil één van deze bewoners van de medewerkers van het Amerikaanse milieu-agentschap EPA weten of zij hier misschien zouden willen wonen. ‘Ik zou daar geen problemen mee hebben’, luidt het verplichte antwoord van de voorzitter van de bijeenkomst. Hoon valt haar ten deel. Een vrouw staat op en vraagt het woord. ‘Ik heb iets te zeggen. Ik ben geboren in Spanish Village. Ik heb mijn dochter zien sterven aan een hersentumor. Ik heb nog drie andere kinderen ziek thuis. En jij wilt hier leven?’ Ze kijkt de vrouw op het podium nog eens diep in de ogen. ‘Wil jij écht hier leven? Want ik kan het lichamelijk niet aan om nog een kind te begraven.’

Deze observerende documentaire van Rebecca Cammisa volgt gewone mensen zoals deze radeloze moeder en Dawn Chapman, die zich niet langer (willen) laten vermalen door de molens van het systeem. Ze vormen actiegroepen met nuchtere namen als Coldwater Creek – Just The Facts Please en Just Moms STL. En nemen plaats in sfeerloze zaaltjes met ongemakkelijke stoelen, beroerde koffie en systeemplafonds. Tegenover op zichzelf goedwillende functionarissen, die ook weinig kunnen uitrichten (en natuurlijk ook niet verantwoordelijk zijn voor de ellende die ooit, in de hitte van de Tweede Wereldoorlog, is veroorzaakt). De navolgende woede en onmacht laten zich raden.

Slikken of stikken? Concreet: strijden of verhuizen? Of beide? Het beurtelings wanhopig, hoopvol en woedend stemmende Atomic Homefront stelt elementaire vragen over leven op gevaarlijk terrein. Met een vertrouwd aanvoelende cast van strijdvaardige slachtoffers, Oostindisch-doven, klokkenluiders, meel in de mond-praters, vakbondstypes en goede bedoelers vertelt Cammisa zonder fratsen het universele verhaal van nietige mensen tegenover een apparaat met een al te grijs gelaat. Na alweer een teleurstellend bericht trekt Dawn Chapman boos een sombere conclusie: ‘Beleefde mensen worden vergiftigd.’ Even later heeft ze zichzelf hervonden en alweer een boodschap voor andere bezorgde moeders: ‘Superman gaat niet komen. Soms moet je je eigen superheld zijn.’

Donordrama

donordrama

 

Er is blijkbaar behoefte aan en wie zijn wij dan om daar niet aan te voldoen? In zijn voorstelling Ruwe Pit (2001) vat cabaretier Theo Maassen op geheel eigen wijze de kapitalistische basisgedachte samen. Vanuit dat uitgangspunt is het niet zo vreemd dat er zoiets als een levendige handel in menselijke organen is ontstaan.

Joost van der Valk en Mags Gavan, het filmende stel dat ook al met verve doordrong tot de wereld van de Haagse Crips-gang en de beruchte Molukse motorclub Satudarah, begeeft zich in de internationale orgaanhandel. Als potentiële afnemers van een ‘gedoneerde’ nier. Met een eigen Facebook-pagina, flink gevulde portemonnee én meerdere verborgen camera’s.

Van der Valk fungeert als verteller in Donordrama (47 min.), Gavan doet zich voor als de vrouw die een nier nodig heeft – voor haar zus, zo stellen ze het verhaal al snel bij. Hun zoektocht brengt hen in schimmige kringen in India en Bangladesh. Letterlijk schimmig overigens, want het leeuwendeel van handelaren, doktoren en advocaten waarmee ze op weg naar een transplantatie moeten dealen is onherkenbaar gemaakt.

Gaandeweg dringt het duo ook door tot enkele donoren, voor wie het verkopen van een orgaan bittere noodzaak was om het hoofd boven water te houden en die sinds de operatie nog dagelijks kampen met de gevolgen daarvan, lichamelijke klachten en sociale uitsluiting. Als tegenhanger portretteren Van der Valk en Gavan de Friese man Lammert die, vanwege het tekort aan donornieren in Nederland, al heel lang wacht op een transplantatie en zienderogen aftakelt.

Gewone mensen die, gedwongen door de omstandigheden, producent en consument worden van een product dat je eigenlijk niet wilt verhandelen. Ze worden bijeen gebracht door handige handelslieden, die vakkundig vraag en aanbod op elkaar afstemmen – en ook best een centje willen bijverdienen. Want er is, blijkt maar weer eens uit deze schrijnende documentaire, blijkbaar behoefte aan…

Unrest


Zolang er nog geen breed gedragen consensus bestaat over de precieze oorzaak blijft er waarschijnlijk altijd een zweem van twijfel hangen rond het Chronische Vermoeidheidssyndroom (ook wel ME of CVS genaamd). Gaat het om louter psychosomatische klachten (en is het dus een hedendaagse variant op wat ze vroeger hysterie noemden)? Of bestaat er wel degelijk een lichamelijke trigger voor al die ontwrichtende pijn en vermoeidheid?

In de indringende documentaire Unrest (97 min.) belicht Jennifer Brea de aandoening vanuit haar eigen persoonlijke perspectief. Hoe ze zelfs tijdens de geringste inspanning, zoals bijvoorbeeld een trap oplopen, vaak even moet uitrusten. Hoe ze door een overdaad aan prikkels volledig overstuur kan raken en dan alleen nog onverstaanbare klanken uitbrengt. En hoe ze uiteindelijk (vrijwel) elke dag volledig uitgeput en afgebrand in bed belandt, te moe en terneergeslagen om te leven.

Vanuit datzelfde bed heeft Brea ook een belangrijk deel van deze egodocu gemaakt; via haar laptop legt ze contact met medepatiënten, doctoren en wetenschappers en bespreekt met hen de oorzaken en gevolgen van het bestaan achter de dichtgetrokken gordijnen. Die persoonlijke betrokkenheid geeft de documentaire een echte meerwaarde: dit is niet zomaar een film over CVS-patiënten, maar een film ván en mét gewone mensen die gebukt gaan onder een ontluisterende aandoening, die behalve allerlei lichamelijke en geestelijke consequenties ook allerlei sociale implicaties meebrengt.

Met de ferme stomp in de maag Unrest, die inmiddels allerlei prijzen won en op de short list staat voor de Oscars, geeft Jennifer Brea het veelal verborgen leed van de CVS-lijder en zijn/haar directe omgeving een gezicht – twee, als je haar partner Omar meetelt, wiens leven ook volledig is ontregeld. Intussen doet Brea een dringend beroep op de (medische) wereld om de ziekte te erkennen en het gevecht ertegen met vereende kracht aan te gaan.

Motherland


Aan de naamkeuze zijn soms heuse brainstormsessies vooraf gegaan, de inrichting van de kinderkamer heeft waarschijnlijk tot menige echtelijke crisis geleid en het geboortekaartje moet getuigen van evenveel levenswijsheid als goede smaak. In Nederland kan het krijgen van een kind uitgroeien tot een zogenaamd ‘life changing event’, waarbij liefst niets aan het toeval wordt overgelaten.

Niet op de Filipijnen. Daar worden kinderen gewoon geboren. Punt. Amechtig kermend komen ze ter wereld, net als bij ons. Maar dat is dan ook vrijwel de enige gelijkenis. Het Dr. Jose Farella Memorial Hospital heeft geen goed geoutilleerde verloskamers, waarin privacy en comfort optimaal zijn gegarandeerd. Moeder en kind leren met elkaar leven op een enorme, zwaar overbevolkte kraamzaal. Het is zelfs maar de vraag of er voor iedereen een eigen bed is.

Aan geboorteplanning doen ze ook nauwelijks in de straatarme sloppenwijken van Manilla, zo blijkt uit deze trefzekere documentaire, die dit jaar op het Sundance Film Festival werd bekroond met de World Cinema Documentary Special Jury Award. Op de afdeling verloskunde worden dagelijks zo’n honderd kinderen geboren. En daar zijn ze op geen enkele manier op berekend. Net als de prille ouders overigens, die het ook maar lijkt te overkomen.

Motherland (94 min.) is desondanks geen sombere film. Regisseur Ramona S. Diaz heeft oog voor de humor binnen ‘De Baby Fabriek’ en laat ook de kameraadschap tussen de (veelal letterlijk) jonge moeders en vaders zien. Bijvoorbeeld als één van de vrouwen haar kind kwijt is en te midden van al die andere baby’s op zoek moet. Binnen deze opmerkelijke omgeving voltrekt zich intussen, met de regelmaat van de klok, het wonder van nieuw leven. Als de normaalste zaak van de wereld.

Pilotenmasker

EO

Owen blaast op zijn oranje fluit. Hij wil die tunnel niet in. En papa en mama vinden dat hij er wel in moet. Alleen even een foto maken. Ze beloven een kadootje. Owen gaat uiteindelijk overstag. Hij houdt zijn knuffel stevig vast. Op de achtergrond klinkt Kinderen Voor Kinderen. Raar Maar Waar.

De openingsscène van Simonka de Jongs aangrijpende film Pilotenmasker (94 min.) is een voorbode van wat de kijker nog te wachten staat: kleuters met ‘gemene celletjes’ in hun lichaam, die noodgedwongen worden blootgesteld aan ingrijpende medische onderzoeken en behandelingen. Normale kinderen die verzeild zijn geraakt in volstrekt abnormale situaties.

In de allerbeste ‘direct cinema’-traditie, zonder interviews en met een camera die intiem de (rauwe) werkelijkheid registreert, worden de gebeurtenissen op de afdeling kinderoncologie van het Prinses Máxima Centrum in Utrecht vereeuwigd. De focus ligt daarbij volledig op de kinderen. Ouders, verpleegkundigen en doktoren blijven vaak helemaal buiten beeld of figureren aan de rand van het frame.

Simonka de Jong, kleindochter van de bekende historicus Loe (over wie ze ook een film maakte), verplaatst zich af en toe ook letterlijk in het perspectief van de kinderen en geeft hen een camera in de hand, zodat ze hun eigen belevingswereld kunnen vastleggen. Onderwijl blijven de medici voor hen vechten met hun ziekte.

Laat Het Los, zingt een schattig meisje tegen het einde van Pilotenmasker hartstochtelijk mee met Elsa van de Disney-film Frozen, die ze voor zich ziet op een mobiele telefoon. ‘Laat het gahaaan!’ En haar directe omgeving heeft het even te kwaad.

Het is de opmaat naar de indrukwekkende slotscène van deze afwisselend pijnlijke, vertederende en hartverscheurende film, die terecht kans maakt om te worden uitgeroepen tot beste Nederlandse documentaire tijdens het IDFA.

Pilotenmasker is hier te bekijken. In 2023 maakte Simonka de Jong een soort vervolg op Pilotenmasker. In Stil Water legt ze echter de focus op de ouders, broertjes en zusjes van een kind met kanker.

Tijd Om Te Sterven

tijdomte

 

De jongeren die worden gevolgd in de televisieserie Over Mijn Lijk, waarvan over enkele weken een nieuw seizoen begint, leven in overdrive. Ze zijn letterlijk doodziek. ‘Maar rustig wachten op de dood willen ze niet’, zo geeft de vlotte voiceover de kijker steeds weer mee. ‘Ze proberen er juist nog een mooie tijd van te maken.’

Die drang om alles te halen uit de tijd die hen nog rest wordt gesymboliseerd door de verplichte bucketlist: reizen naar verre oorden, symbolische tatoeages en vette feesten. Voordat het leven met goed fatsoen kan worden afgerond, moeten er zoveel mogelijk zelf opgelegde taken en doelen worden weggestreept.

In de documentaire Tijd Om Te Sterven (53 min.), waarin de terminaal zieke mensen van middelbare leeftijd die verblijven in Hospice de Winde worden geportretteerd, is dat Carpe Diem-gevoel doorgaans ver te zoeken. Tot op zekere hoogte lijken de bewoners zich te hebben verzoend met hun lot. Één van hen wil op de valreep nog trouwen met zijn nieuwe vriendin. Tijdens het bruiloftsfeest valt hij in slaap. Dat is het wel zo’n beetje.

Anne Christine Girardot, zelf ook vrijwilliger van De Winde in Deventer, legt de laatste dagen van de stervenden en hun naasten geserreerd vast in deze traditioneel gemaakte documentaire. Hoewel de vorm en toon hemelsbreed verschillen van de Sturm & Drang van Over Mijn Lijk, zijn de thema’s en onderwerpen die worden opgeworpen vergelijkbaar. Met als centrale vraag: wanneer is het leven voltooid of nog waard om (verder) te leven?

Ik Hoor Alles – Vincent Bijlo


Alsof de kamer waarin je je levenlang comfortabel hebt gewoond elke dag nét een beetje kleiner wordt. Totdat je er uiteindelijk niet meer kunt staan, zitten of liggen. Zo ongeveer, weet ik veel, moet het voelen voor de blinde cabaretier Vincent Bijlo. Zijn gehoor, de levenslijn naar andere mensen én zijn liedjes, gaat zienderogen achteruit.

Ik Hoor Alles – Vincent Bijlo (51 min.) van Floris Alberse, afgelopen donderdag te zien bij Het Uur Van De Wolf, is een film in de direct cinema-traditie. De camera volgt en observeert, ogenschijnlijk zonder dat de maker ingrijpt. Met subtiele geluidseffecten probeert hij de kijker echter wel degelijk mee te nemen naar Bijlo’s belevingswereld, waarin oorsuizingen zijn communicatie met de wereld en muzikale werk beginnen te bedreigen.

Ogenschijnlijk gelaten accepteert Vincent Bijlo zijn lot. Als hij een luistertest moet ondergaan, en zijn gehoor weer blijkt te zijn verslechterd, voel je als kijker echter de onderliggende wanhoop. Even later spreekt hij die uit in een lied: ’Er zit helemaal geen klootzak in mijn oren die langzaam de volumeknop dichtdraait. Het is gewoon een stom genetisch foutje.’

Het is een van de spaarzame momenten waarop de aimabele hoofdpersoon het onzegbare uitspreekt: een wereld waarin hij niet kan zien én horen. Zover zal het hopelijk niet komen. Waarschijnlijk wacht hem een toekomst waarin zijn natuurlijk gehoor wordt vervangen door een implantaat. Met een beetje pech draait dat gehoorapparaat alleen wel elk gevoel voor melodie de nek om.

Dat vooruitzicht hangt in deze sensitieve film als een zwaard van Damocles boven Vincent Bijlo’s al even sensitieve hoofd.

Krijg Nou Tieten

AVROTROS

De maaksters van deze documentaire, Annemiek Brumsteede en Deborah van der Starre, delen een verwoestende aandoening: borstkanker. Toch is Krijg Nou Tieten (53 min.) geen egodocu, waarin ze hun eigen ziekte- en/of genezingsproces hebben vastgelegd.

Annemiek blijkt draagster van het BRCA-gen, een erfelijke variant van BReast CAncer. Dat zet de filmmaaksters op het spoor van andere vrouwen, die borstkanker hebben of kunnen krijgen en die samen met hun partners en kinderen een uitweg proberen te vinden.

Zo belicht deze informatieve documentaire de wereld van erfelijk belaste families, die en masse voor de keuze komen te staan of ze preventief hun eierstokken, eileiders en borsten willen laten verwijderen en wat dit betekent voor hun eventuele kinderwens.

Thin


Vorig jaar scoorde de Nederlandse documentairemaakster Jessica Villerius (opnieuw) bij het grote publiek met een film over Emma, een meisje met een fatale vorm van anorexia nervosa.

De ‘nooit eerder vertoonde kijk in de strijd tegen anorexia’ in Emma Wil Leven deed me sterk denken aan de cinéma vérité-klassieker Thin (102 min.) uit 2006, waarin fotografe Lauren Greenfield vier jonge vrouwen volgt, die zijn opgenomen in de Renfrew-kliniek in Florida.

Zelf blijft Greenfield, in tegenstelling tot de altijd op de voorgrond tredende Villerius, afwezig in de documentaire. Als een vlieg op de muur documenteert ze de turbulente gebeurtenissen in en rond haar hoofdpersonen (met wie ’t niet altijd even goed afliep, zoals is te lezen op de Wikipedia-pagina van de docu). Dat levert een indringende film op, die je nog wel even bijblijft.

Vegas Baby

Netflix

Maak een leuke video, zorg ervoor dat jij de meeste stemmen krijgt en win een gratis, gratisss, IVF-behandeling. Het idee waarmee Vegas Baby(77 min.) aan de man wordt gebracht – en ik ben in de vorige zin en de start van deze nieuwsbrief natuurlijk geen haar beter – doet de film eigenlijk geen recht.

Die wedstrijd, uitgeschreven door een privékliniek uit Las Vegas die onvervulde kinderwensen toch in vervulling probeert te laten gaan, is niet meer dan een startpunt om drie persoonlijke verhalen te vertellen. Van twee stellen en een alleenstaande vrouw die niets liever willen dan een kind.

Regisseur Amanda Micheli zoomt zo in op het grote, veelal in stilte gedragen verdriet dat ongewenste kinderloosheid kan worden. Van een liefdesdaad, gericht op het doorgeven van het leven, verwordt het verwekken van een kind tot een zenuwslopend medisch traject, waarbij ook de doktoren zijn overgeleverd aan zoiets stoms als toeval.

In de kantlijn stipt Micheli in deze aangrijpende documentaire nog een bijkomend onrecht aan: behandelingen tegen onvruchtbaarheid worden niet of nauwelijks vergoed, zodat de diepte van iemands zakken uiteindelijk bepaalt hoeveel kans hij of zij werkelijk heeft op nageslacht.