Some Kind Of Heaven

Hulu

Op hun oude dag leven ze (alsnog) ‘The American Dream’. Uitroepteken. Bij The Villages, de grootste ouderengemeenschap van de Verenigde Staten in de enige echte ‘Sunshine State’ Florida, horen nu eenmaal uitroeptekens. Dat is… een droomstad voor babyboomers! Het nirvana! Disneyworld voor gepensioneerden! De fontein van de jeugd! Elke dag vakantie! Of zoals het Amerikaanse droomstadje zichzelf enthousiast afficheert: Florida’s Friendliest Hometown!

Some Kind Of Heaven (83 min.) kortom. Een bepaalde variant op wat voor sommigen onder ons de hemel op aarde is. Een enclave met meer dan 100.000 bejaarden. All inclusive, natuurlijk. Met de verplichte tennisbanen, palmbomen, zwembaden, kerkdiensten en golfbanen. En met een slagboom, dat ook. Regisseur Lance Oppenheim laat in deze gestileerde film ongenadig de achterkant van de idylle zien. Hij portretteert enkele ‘gewone’ ouderen die door het plastic paradijs dolen.

Reggie wil zijn leven eindigen met ‘een glimlach op mijn gezicht’, maar zijn echtgenote Anne maakt zich na 47 jaar huwelijk echt zorgen over hoe zijn ontremde gedrag steeds vaker voor problemen zorgt, ook met de wet. Vrijgezel Dennis sneakt elke dag de stad binnen vanuit de bus waarin hij leeft, in de hoop een gefortuneerde dame aan de haak te slaan. En de weduwe Barbara kan ternauwernood het hoofd boven water houden en is intussen aan het daten met een nét iets te getapte (oudere) jongen.

Net als een verwante documentaire als King Of The Cruise, van de Nederlandse maakster Sophie Dros, toont Some Kind Of Heaven de schijn van het zijn. Een perfecte perfide wereld – vereeuwigd met een zekere compassie, veel symmetrie en warme kleuren – waar alles ‘goed verzorgd’ is, behalve de menselijke ziel. En die eigenlijk alleen met een mengeling van gêne en mededogen is aan te zien.

Listening To Kenny G

IDFA

Hij kan doorgaan voor de Dinand Woesthoff van de Amerikaanse jazz. Net als de zanger van de Nederlandse rockband Kane weet saxofonist Kenny G als geen ander het grote publiek te behagen én alle critici en ‘serieuze liefhebbers’ serieus tegen de haren in te strijken. Waar Woesthoff en zijn groep voortdurend met weerstand hadden te maken – men neme bijvoorbeeld de Facebook-groep Bij Een Miljoen Likes Stopt Kane – is in de Verenigde Staten het ridiculiseren van de toeterende krullenbol uitgegroeid tot een soort volkssport.

De verzamelde jazzkenners aan het begin van Listening To Kenny G (96 min.) bijten dan ook op hun lip om niet al te laatdunkend over de man en zijn instrumentale muziek te spreken. ‘Hij maakt “leuke” muziek voor “leuke” mensen’, zegt criticus Will Layman van Popmatters bijvoorbeeld. ‘Ik maak mezelf alleen wijs dat ik beter ben dan dat.’ Wat jazz interessant maakt is de dialoog tussen verschillende muzikanten, stelt hij even later. ‘En wat je in Kenny G’s muziek hoort is totaal geen gesprek. Dat is een soloproject. Dit is geen seks, dit is masturbatie.’

Toch zijn er hele volksstammen bereid om ook buiten de wachtkamer, lift of slaapkamer naar Kenny Gorelick te luisteren. En zelf snapt hij dat wel. Hij heeft nu eenmaal een geweldig oor voor melodieën. Logisch. ‘s Mans ontwapenende eerlijkheid is een belangrijke troef van deze film. Net als de speelse manier waarop regisseur en interviewer Penny Lane hem tegemoet treedt. De twee hebben duidelijk chemie. En dat maakt deze documentaire – ook al verafschuw je Kenny G’s smooth jazz – tot een hartstikke aardige traktatie.

Behalve de muziek van die ene omstreden saxofonist – en vader, golfer, piloot en investeerder – behandelt Lane ook de vraag wat nu eigenlijk goede kunst is en wie dat dan bepaalt. Kenny wil zich intussen buigen over/vergrijpen aan het oeuvre van erkende jazzhelden zoals John Coltrane en Stan Getz. Net als Dinand weet hij dat de strontkar sowieso over hem wordt uitgereden. Hij maakt zich echter allang niet meer zo druk om de jazzpolitie. Zegt ie. En als Kenny G dat met een ontspannen glimlach beweert, is het lastig om dat niet te geloven.

Becoming Cousteau

Disney+

Gedurende zijn leven zag hij de wereld onder water ernstig verschralen. Hij, Jacques-Yves Cousteau (1910-1997), had die hoogstpersoonlijk toegankelijk gemaakt voor een groot publiek. Met zijn boot De Calypso en vaste bemanning, waaronder zijn ferme echtgenote Simone, bevoer hij jarenlang de wereldzeeën. Hij produceerde in die tijd onder andere de Oscar-winnende documentaire Le Monde De Silence (1956) en werd een graag geziene gast op televisie met de serie The Undersea World Of Jacques Cousteau. Niet eerder was het leven onder de zeespiegel zo (prachtig) in beeld gebracht.

‘Duiken is de beste afleiding die je kunt hebben’, zegt hij daarover aan het begin van Becoming Cousteau (96 min.). ‘Als ik uit het water kom, voel ik me beroerd. Het is alsof je kennis hebt mogen maken met de hemel en dan wordt terug gesmeten op aarde.’ Je ziet hem meteen weer staan op zijn schip: met die kamerbrede glimlach, pregnante haviksneus en eeuwige rode beanie. Een ranke gestalte, verder meestal slechts gekleed in een zwembroek. De archetypische ‘oceanaut’, zoals hij zijn stiel, met een knipoog naar de toentertijd eveneens immens populaire ruimtevaart, zelf ooit dubde.

Regisseur Liz Garbus slaagt er vervolgens in om de man achter de missie vandaan te halen. Met dagboekfragmenten, ingesproken door de Franse acteur Vincent Cassel, kleurt ze het fraaie beeldmateriaal in en schetst ze ook de achtergronden daarvan, inclusief een persoonlijk drama dat Cousteau zal tekenen. Daarnaast laat Garbus bemanningsleden en intimi, off screen, aan het woord over de man waarmee hele generaties natuurliefhebbers zijn opgegroeid. Daarbij komen tevens de achtergronden van zijn publieke leven aan de orde: het auto-ongeluk dat ervoor zorgde dat hij geen piloot kon worden, een fatale diepzeeduikmissie met een collega bij de Franse marine en het feit dat hij zijn expedities ooit financierde met olie-onderzoek.

In het licht van ‘s mans latere klimaatactivisme, de vanzelfsprekende derde akte van dit aansprekende portret, is met name dat laatste saillant. Kapitein Cousteau en zijn crew zouden bijvoorbeeld het leeuwendeel van de olievelden van Abu Dhabi hebben ontdekt. Toen hij een half leven later zag wat de mensheid op aarde had aangericht, bijvoorbeeld bij het koraalrif dat hem zo dierbaar was, restte Jacques Cousteau nog maar één ding: al zijn prestige in de strijd gooien om het tij alsnog te keren. Bijna 25 jaar na z’n dood echoot ‘s mans boodschap nog altijd na – al is er in die tijd tragisch weinig bereikt.

The Men Who Sold The World Cup

Discovery+

Hij wordt beschreven als een maffiabaas, het hoofd van een door en door corrupte organisatie. Toch neemt Sepp Blatter, voormalige topman van de FIFA, goedgehumeurd plaats voor de camera. Van 1998 tot en met 2015 zwaaide de Zwitser de scepter over de wereldvoetbalbond. In deze periode kwam de organisatie, die onder zijn voorganger Joao Havelange al in de ban van het grote (smeer)geld was geraakt, steeds weer in het nieuws vanwege nieuwe schandalen.

In het tweeluik The Men Who Sold The World Cup (109 min.) buigen Morgan Pehme en Daniel DiMauro zich bijvoorbeeld over de toewijzing van de wereldkampioenschappen voetbal van 2018 en 2022 aan respectievelijk Rusland en Qatar. Die keuzes worden omgeven door hardnekkige verhalen over omkoping. ‘Het is opvallend hoe gemakkelijk Rusland dat WK binnenhaalde’, wast Blatter zijn handen in onschuld. ‘Hebben ze daarvoor betaald?’ En over Qatar: ‘Ik weet niet of ze hebben betaald. Ik heb dat niet gezien. Maar om de wereldkampioenschappen te krijgen is alles mogelijk in voetbal.’

De documentairemakers laten zich in het eerste deel bij de hand nemen door de Britse journalisten Heidi Blake en Jonathan Calvert van The Sunday Times, die de kwestie grondig onderzochten en er een boek over schreven (The Ugly Game). In deel 2 sluiten ze aan bij de in georganiseerde criminaliteit gespecialiseerde FBI-agent Michael Gaeta. Samen met de belastingdienst van de Verenigde Staten heeft hij zijn tanden gezet in Chuck Blazer, de voorzitter van de Amerikaanse voetbalbond en lid van het almachtige uitvoerende comité van de FIFA.

Via dit larger than life-personage, die zijn bevoorrechte positie jarenlang ten volle uitnut, proberen ze de voetbalbond zelf in de tang te krijgen. Pehme en DiMauro dreggen uitgebreid in de beerput die zo zichtbaar wordt met Blazers lekker naïeve vriendin, voormalig FIFA-functionaris Guido Tognoni en oud-geheimagent Christopher Steele (die namens de Britse regering onderzoek deed naar misstanden bij de bond). Het zijn kwesties die al vaker onder de loep zijn genomen, maar in deze tweedelige documentaire nog eens zorgvuldig worden uitgeplozen en bovendien toegankelijk opgediend.

En Blatter zelf? Er is volgens onderzoeksjournalist Calvert geen bewijs dat ook hij geld aannam. Misschien is hij daar gewoon te gewiekst voor. De mannen om hem heen – geen vrouw te bekennen bij de FIFA – werden bijna letterlijk slapend rijk en zorgden er dus wel voor dat hij, de man die officieel van niets wist, in het zadel kon blijven. ‘Was de FIFA een maffia-achtige organisatie?’ willen Pehme en DiMauro nog weten van Blatter. ‘Nee’, antwoordt de voormalige baas, die inmiddels persona non grata is bij organisatie die hij ruim veertig jaar diende, minzaam glimlachend. ‘Beslist niet. Dat is zo’n onzin.’

Convergence: Courage In A Crisis

Netflix

De vermoeidheid die ons tijdens de pandemie zelf al overviel – niet alwéér een persconferentie, nóg meer beperkingen of tóch weer onvoorziene complicaties bij het vaccineren/testen – dreigt nu ook de bijbehorende documentaires te overschaduwen. Hoeveel producties over overvolle ziekenhuizen, stervende patiënten, bezorgde of rouwende familieleden, afgelaste activiteiten en volledig ontwrichte samenlevingen kunnen we nog aan? Of beter: zijn we nog bereid om te kijken?

Laat ik voor mezelf spreken. En over deze concrete film: Convergence: Courage In A Crisis (114 min.). Die opent met een lang citaat van de Indiase schrijfster Arundhati Roy, dat eindigt met deze zinsnede: ‘Some believe it’s God’s way of bringing us to our senses.’ Check. Als de vertelling dan begint in de eerste COVID-19 brandhaard Wuhan, is het me direct zwaar te moede: oh nee, we gaan die pandemie nog eens helemaal opnieuw beleven. Zover gaat documentairemaker Orlando von Einsiedel uiteindelijk niet in deze ambitieuze ode aan de helden van de Coronacrisis, maar vrijwel alle elementen in zijn film voelen bekend en vertrouwd – ook al spelen ze zich dan niet af op vertrouwd terrein, maar in Teheran, Sao Paulo of Miami.

Het kost me daardoor moeite om echt mee te gaan in al die persoonlijke verhalen van (buiten)gewone mensen uit alle windstreken die plotseling worden geconfronteerd met het Coronavirus. Hoe persoonlijk en/of indringend die ook zijn en hoe vaardig Von Einsiedel ze ook vertelt. Het interessantst wordt Convergence als de docu misstanden in de periferie van de pandemie (Black Lives Matters of discriminatie op de werkvloer) weergeeft, registreert hoe de universiteit van Oxford in ijl tempo een vaccin probeert te ontwikkelen of een inkijkje geeft bij de World Health Organisation (WHO), de gezondheidsorganisatie die de wereldwijde strijd tegen het virus moet coördineren en intussen voortdurend aanvallen van leiders zoals Donald Trump moet zien te ontwijken.

Bij de WHO hebben ze geen vaccin tegen misplaatst nationalisme, ongelijkheid en armoede, zegt directeur-generaal Tedros Adhanom Ghebreyesus vilein. Hij noemt het Coronavirus een signaal voor de wereldgemeenschap om zich te gaan gedragen en gebruikt daarbij de slogan ‘Build back better’, toevallig ook de leus waarmee Joe Biden op dat moment de presidentsverkiezingen van Trump probeert te winnen. Dat is uiteindelijk ook de boodschap van deze in wezen optimistische film: samen gaan we het anders doen. Right. Tegen de gemeenschapszin in de collectieve versie van de Bill Withers-klassieker Lean On Me, waarmee Convergence wordt afgesloten, blijkt echter zelfs de ernstige vorm van Coronamoeheid die mij al enige tijd in zijn greep houdt uiteindelijk niet bestand.

The Most Beautiful Boy In The World

Amstelfilm

Hij heeft in de afgelopen jaren al in Finland, Hongarije en Rusland gekeken, maar geen enkele jongen heeft ‘het’. Totdat op een koude februaridag in 1970 de vijftienjarige Björn Andrésen binnenstapt tijdens een screentest in Stockholm. De Italiaanse regisseur Luchino Visconti is totaal overdonderd.

Een goddelijke jongen. Die prachtige verlegen glimlach. De werkelijk onweerstaanbare ogen. En dat ranke bovenlijf, speciaal op zijn verzoek ontbloot. Visconti heeft Tadzio gevonden, de held voor zijn verfilming van Thomas Manns novelle Death In Venice! Als de speelfilm, over de liefde van een oudere man voor een onschuldige jongen, een jaar later in première gaat tijdens het festival van Cannes, groeit de Zweedse tiener direct uit tot een wereldwijd idool. Een leeg canvas waarop eenieder – begerige kerels voorop – zijn verlangens kan projecteren.

Een halve eeuw is ‘Tadzio’ allang niet meer The Most Beautiful Boy In The World (94 min.), de geuzennaam die de Italiaanse regisseur hem gaf. Hij oogt als een slonzige oude man, met een onverzorgde baard en lang grijs haar. Zijn huisbaas wil hem uit zijn vervuilde woning zetten. Andrésens buren voelen zich niet meer veilig sinds hij op een onbewaakt ogenblik het gas aan heeft laten staan. Intussen ligt Björn gedurig in de knoop met zichzelf en zijn jongere vriendin Jessica.

Na Death In Venice verloor Visconti snel zijn interesse in hem. De jongen was inmiddels zestien en onmiskenbaar onderweg naar volwassenheid. Op de plotselinge roem die hem ten deel viel – van een carrière als popster en inspiratiebron voor mangatekenaars in Japan tot een rol als ‘trophy boy’ voor Franse homoseksuelen – was hij echter op geen enkele manier toegerust. De mediahype zou hem alleen maar confronteren met de butsen die hij in zijn jeugd had opgelopen.

Andrésens gecompliceerde levensverhaal wordt in handen van Kristina Lindström en Kristian Petri een even sfeervolle als melancholieke vertelling. Over een door het leven getekende man die nooit de ongerepte Tadzio is geweest die Visconti in hem zag, eerder een slachtoffer van ’s werelds oppervlakkige fixatie op uiterlijk en beroemdheid. Een zwaarmoedige man bovendien, die nog altijd bezig is om de wonden uit zijn verleden een plaats te geven in zijn huidige bestaan.

9/11 – Life Under Attack

VPRO

‘Kijk, daar links zie je het World Trade Center’, zegt Randy Rousseau tegen zijn vrouw en twee kinderen. ‘Een paar jaar geleden was daar een terroristische aanslag.’ Het Californische gezin is op bezoek in New York. Op dinsdag 11 september 2001, de dag waarop er een nog veel grotere aanslag op de WTC-torens zal worden uitgevoerd. En vader Rousseau en diverse andere gewone Amerikanen zullen die fatale dag vastleggen met hun camera’s.

Hun ooggetuigenverslagen vormen de basis voor 9/11 – Life Under Attack (85 min.). Van het onbekommerde begin van de dag tot eerst het ongeloof en daarna de totale ontzetting dat het geen ongeluk of bom is, maar vliegtuigen die het World Trade Center zijn binnengevlogen. En dan gaan de wolkenkrabbers – die met geen mogelijkheid omver te krijgen zijn, volgens een overtuigde omstander – ook nog genadeloos onderuit. Om over het nieuws van buiten New York, toestel United 93 dat op weg is naar het Witte Huis of Capitool in Washington, nog maar te zwijgen.

Via de persoonlijke bijdragen van New Yorkers die hun ogen niet kunnen geloven vangt Karen Edwards de paniek, het verdriet en de chaos van deze rampdag, die zal fungeren als een belangrijk plotpoint in de moderne wereldgeschiedenis. De Britse filmmaakster laat het schokkende beeldmateriaal zijn werk doen en voegt slechts beperkt elementen toe: verbindende teksten in beeld, een sinistere soundtrack en het huiveringwekkende radiocontact met hulpverleners, mensen die vastzitten in de WTC-torens en stewardessen en passagiers van de gekaapte vliegtuigen.

Twintig jaar na dato wordt dat tragische etmaal zo weer probleemloos opgeroepen. Door mensen die de aanslagen moesten ondergaan kunnen wij, stuk voor stuk kinderen van de post-911 wereld, deze in zekere zin alsnog van minuut tot minuut beleven.

De zesdelige docuserie 9/11: One Day In America kent overigens een enigszins vergelijkbare opzet.

Greta Thunberg: A Year To Change The World

Greta Thunberg heeft haar schoolcarrière weer een jaar op pauze gezet. Niet om te backpacken in Azië, Zuid-Amerika of Australië, maar om overal haar boodschap over de zorgwekkende toestand van de aarde kracht bij te zetten. Te beginnen in oktober 2019, bij een groots opgezette klimaatdemonstratie tegen de gevolgen van oliewinning in Canada.

Een maand eerder heeft ze tijdens een klimaattop in New York de leiders van die wereld nog van onder uit de zak gegeven. ‘Hoe durven jullie?’ voegde ze hen woedend toe tijdens een speech, die haar definitief tot ‘s werelds bekendste klimaatactivist zou maken. Het bizarre tafereel – van een tiener die haar woede ongegeneerd botviert op de machtigste mannen op aarde – vormde tevens de krachtige climax van het meeslepende portret I Am Greta (2020).

Wij zijn als de keizer zonder kleren, doceert de Zweedse tiener nog maar eens bij de start van Greta Thunberg: A Year To Change The World (173 min.). En alleen een kind durft daarover de waarheid te zeggen. In deze driedelige BBC-serie wordt de activiste gevolgd tijdens haar jaar vrijaf, waarin het Coronavirus (als aankondiging van nóg ingrijpendere ontwrichting?) de aarde in zijn greep zal krijgen en ook Greta zelf te pakken neemt.

Samen met vader Svante, die zijn dochter gaandeweg los zal moeten laten, bezoekt ze niet alleen conferenties en demonstraties, maar ook de plekken waar klimaatverandering nu al voor problemen zorgt. Het Californische stadje Paradise bijvoorbeeld, dat ten prooi viel aan natuurbranden. Lapland, waar de plaatselijke Sami-bevolking merkt dat hun rendieren steeds moeilijker kunnen overleven. Of de Poolse regio Silezië, waar de laatste mijnwerkers bang zijn dat ze hun baan kwijtraken.

Dat reizen gebeurt overigens consequent zonder vliegtuig. Want idealen beleid je nu eenmaal niet alleen met je mond. Als Greta in november 2019 met een zeilboot de Atlantische Oceaan wil oversteken, beleeft Svante ‘de meest stressvolle dag van mijn leven’. Voor hun reis van de Amerikaanse oostkust naar Madrid zullen ze opnieuw enkele weken op zee moeten verblijven, in een tijd van het jaar waarin die woest tekeer kan gaan.

De persoonlijke wederwaardigheden van Thunbergs reis en het publieke leven waarvoor ze, ondanks zichzelf, heeft gekozen, staan in deze serie echter nadrukkelijk in dienst van het educatieve karakter van haar missie. Greta’s tocht, die ook ontmoetingen met geestverwant David Attenborough en allerlei deskundigen omvat, is doorsneden met quotes van wetenschappers die de door haar geschetste klimaatcrisis van een feitelijke fundering voorzien.

En dan gooit de Coronacrisis ook bij haar roet in het eten, moet Greta Thunberg zich in deze gedegen serie bezinnen op haar ideaal en hoe dat het beste kan worden verwezenlijkt en staat er tenslotte ook weer een nieuw schooljaar voor de deur.

Trump Takes On The World

VPRO

Een golf van ontzetting gaat op dit moment door de wereldwijde journalistiek: het besef begint in te dalen dat Donald Trump – om zijn illustere voorganger Richard Nixon te parafraseren – er niet meer is om als voetveeg te gebruiken (en de kijkcijfers op te krikken). In documentaireland kunnen ze gelukkig nog wel even vooruit met de voormalige Amerikaanse president, die in slechts vier jaar elke denkbare code, norm of grens voor zijn ambt heeft geschonden.

In zijn buitenlandbeleid bijvoorbeeld. En dat begint en eindigt in het drieluik Trump Takes On The World (177 min.) met twee woorden: America en First. Die betekenden bij de start van Trumps ambtstermijn een enorme cultuurshock na het behoedzame/laffe (*) internationale opereren van zijn voorganger Barack Obama (waarvan het laatste jaar werd gevangen in de observerende documentaire The Final Year). Die schok werd ook gewoon gevoeld door zijn eigen medewerkers, bekennen veiligheidsadviseurs zoals H.R. McMaster, John Bolton en K.T. McFarland, minister van defensie James Mattis, de economisch adviseurs Gary Cohn en Larry Kudlow, en de Amerikaanse NAVO-ambassadeur, Kay Bailey Hutchison. Als de spreekwoordelijke ‘adults in the room’ moesten ze hun eigen president in het gareel zien te houden.

Daarmee is de sprekerslijst van deze gedegen serie van Tim Stirzaker, namens het toonaangevende Britse productiehuis Brook Lapping, overigens nog niet compleet. Ook de Franse president François Hollande, de Australische premier Malcolm Turnbull, de ministers van buitenlandse zaken van Groot-Brittannië en Iran, en de ambassadeurs van Duitsland, Groot-Brittannië en Israël geven acte de présence. Gezamenlijk bevestigen ze het beeld van een leider die erg gevoelig is voor pracht en praal, spierballenvertoon en vleierij. Een man bovendien die er zeer onconventionele ideeën en methoden op nahoudt – of gewoon totaal geen idee heeft van wat hij aan het doen is. En dat zorgde internationaal voor heel wat verwarring, woede en onzekerheid.

Sommigen wisten Trump voor hun karretje te spannen, anderen kregen met geen mogelijkheid vat op hem of werden stelselmatig geschoffeerd. Positief bezien: hij schudde de zaken behoorlijk op. Binnen de NAVO, in het Midden-Oosten of ten aanzien van Aziatische leiders als Kim Jong-un en Xi Jinping, de thematiek van de drie afleveringen. Louter rituele diplomatie, zonder het idee dat er ook daadwerkelijk iets bereikt kan of moet worden, was er niet meer bij. Daarvoor bleek de leider van de westerse wereld veel te onvoorspelbaar. Met de regelmaat van de klok liet hij een golf van ontzetting door de bedaagde wereld van de internationale diplomatie gaan.

En zoals ook een stilstaande klok wel eens de juiste tijd aangeeft, lijkt de impliciete boodschap van deze grondige terugblik op ’s mans mondiale ambities, zo had ook het zelfverklaarde ‘stable genius’ ‘t wel eens bij het rechte eind met zijn ongegeneerde Diplomatie Van de Grote Bek.

(*) doorhalen wat niet van toepassing is

Soul Boys Of The Western World

Natuurlijk, dit is zo’n typische banddocu. Die chronologisch uiteenzet hoe de som uiteindelijk – pas na een slordige 24 minuten – meer werd dan de delen. Waarin de grote successen van de helden (True, Gold en natuurlijk Through The Barricades) vanzelfsprekend uitbundig worden gevierd. En die niet geheel toevallig werd uitgebracht toen hun groep, Spandau Ballet, na ruim twintig jaar een onverwachte comeback had gemaakt.

Soul Boys Of The Western World (110 min.) is niettemin een joyeuze viering van hoe de ‘working-class lads’ uit Noord-Londen, na diverse valse starts, ergens in de jaren tachtig de synthesizer ontdekten, zich precies het juiste imago aanmaten en een eigentijdse en poppy draai gaven aan hun voorliefde voor soul. Ze werden er even héél succesvol mee: echte popsterren, de vervulling van al hun jongensdromen. En toen begonnen de steeds verder opgeblazen ego’s, gepersonifieerd door zanger Tony Hadley en songschrijver Gary Kemp, ongenadig te botsen. Vanwege een ordinaire centenkwestie kwamen de bandleden zelfs tegenover elkaar te staan bij de rechter.

Regisseur George Hencken serveert dat al duizenden malen vertelde verhaal over de opkomst, ondergang en wederopstanding van een popgroep aanstekelijk uit, laat het off screen becommentariëren door de individuele bandleden en heeft daarnaast genoeg oog voor de maatschappelijke context in het toenmalige Verenigd Koninkrijk, straf geleid door ‘iron lady’ Margaret Thatcher, om er nét iets meer van te maken dan alleen een routineuze vertelling over een dertien-in-een-dozijn bandje. Ook als je weinig hebt met hun muziek – understatement – en zelfs wel een beetje moet grinniken om hun uitbundige kapsels, zorgvuldige gestylede kostuums en nét iets te kleine speedo’s – bekentenis – houdt deze film je bijna twee uur bij de les.

Slechts enkele jaren na het uitbrengen van deze popdocu uit 2014 was er overigens tóch weer herrie in de tent bij Spandau Ballet. Sindsdien moeten de overjarige glamourboys het doen zonder frontman Tony Hadley. Totdat ook die in zijn portemonnee weer de dringende noodzaak begint te voelen om zich en plein publique te verzoenen met zijn jeugdvrienden. En de camera’s wellicht kunnen gaan draaien voor Soul Boys Of The Western World – The Sequel.

Personae

Nederlands Film Festival

Preludes To Face The World, luidt de tagline voor deze korte documentaire van Maartje Bakers, die onlangs werd genomineerd voor een Gouden Kalf. Een beeldessay over vrouwelijkheid, aan de hand van de ochtendrituelen van zes verschillende vrouwen. Bakers observeert hen terwijl ze zich gereed maken om de wereld weer tegemoet te treden. Vanaf het moment dat ‘s ochtends de wekker gaat totdat ze zich uiteindelijk blootstellen aan andermans blik.

Kalm en aandachtig laat Personae (25 min.) hen zien in hun eigen domein, waar ze zich overgeven aan hun vaste gewoonten. Van ochtendmens transformeren de vrouwen, in de badkamer, aan de make-up tafel en bij de kledingkast, langzaam in een toonbare variant van zichzelf. Dat is een heel intiem proces, waarbij ze letterlijk veel van zichzelf laten zien. Van zowel hun persoonlijke ruimte als van hun lichaam. En waarbij ze ook heel nadrukkelijk naar zichzelf kijken. Niets zo indringend immers als The Female Gaze.

Gesproken wordt er verder niet. De camera, gesitueerd op een vaste plek, moet het werk doen, aan het begin en einde in de rug gedekt door doeltreffende muziek. Zo dwingt deze film om echt te kijken, in een poging om de vrouwen te zien voor wie ze werkelijk zijn. En daaruit komen onvermijdelijk vragen naar voren over wat vrouwelijkheid is en behoort te zijn en hoeveel vrouwen in zichzelf moeten investeren, teneinde de wereld te kunnen trotseren.

Wonderful Losers: A Different World

VPRO

Alleen de benaming al: knecht. Grigario, in het Italiaans. In die term zit de totale ondergeschiktheid van hun rol opgesloten. Zij zijn er voor het vuile werk. De volledige dienstbaarheid aan hun kopman: de klassementsrenner, klimgeit of klassiekerkoning. Die natuurlijk geen trap te veel zet. Zodat-ie aan het eind van de rit misschien als allereerste zijn wiel over de finishlijn kan duwen.

Tijdens wielerkoersen zijn zij ‘t die het eten halen, zo nodig een wiel afstaan en – vooral – zich helemaal het apezuur rijden. Voor de overwinning van een ander, die hen misschien een héél klein beetje laat meedelen in het succes. Als dat er komt, tenminste. De kans daarop is immers klein. Dan hebben ze alles helemaal voor niets gedaan. En morgen, en overmorgen en de dag dáárna, moeten ze gewoon wéér.

Regisseur Arunas Matelis richt zich in Wonderful Losers: A Different World (73 min.) volledig op deze naamloze helden van het wielerpeloton. Mannen van stavast als Svein Tuft, Paolo Tiralongo en de Nederlander Jos van Emden (die zijn vriendin halverwege de werkdag, een tijdrit in de Giro d’Italia, nog even ten huwelijk vraagt). Hij toont ze zwoegend of juist rustig pedalerend tijdens de koers, plassend lang de kant van de weg, ontspannend op de massagetafel of kermend van de pijn op het asfalt en laat hen daarnaast leeglopen over hun vak.

Met zijn camera observeert Matelis tevens de entourage van de renners en neemt plaats in de ploegleidersauto, van waaruit artsen de mannen tijdens de koers met veel pappen en nathouden bijstaan. Een eenduidig verhaal bevat deze ode aan de werkemannen van de topsport verder niet. En nieuwe inzichten levert Wonderful Losers ook niet op. De documentaire is vooral een heel geslaagde sfeertekening, met een eenmalige hoofdrol voor kerels die doorgaans in stilte hun beulswerk verrichten en aan de meet nooit de rondemiss mogen kussen.

Of …voor deze ene keer… toch wel?

The Forum

Klaus Schwab & Jair Bolsonaro / idfa.nl

‘Een pastoor wil de zondaren ook binnenhalen in zijn kerk’, zegt Klaus Schwab, de inmiddels 81-jarige oprichter en directeur van het World Economic Forum in Davos. ‘Die ziet hij nog liever komen dan zijn vaste parochianen.’ De man wordt op zijn wenken bediend. Tijdens The Forum (118 min.) van 2018 mag hij de Amerikaanse president Donald Trump ontvangen, een jaar later volgt diens al even omstreden Braziliaanse tegenhanger Jair Bolsonaro.

Deze fascinerende documentaire van Marcus Vetter volgt de geboren diplomaat Schwab van de ene naar de andere editie en kijkt achter de schermen mee bij zijn non-profit organisatie en het jaarlijkse terugkerende forum, dat geldt als het ultieme podium voor al die witte mannen die wereldwijd de politiek en economie bestieren. Schwab is daarvoor een perfect boegbeeld. Hij oogt niet alleen een beetje als een schildpad, hij lijkt ook zo te opereren. Behoedzaam, zorgvuldig en altijd attent. Met oog voor ieders belangen en alle mogelijke gevoeligheden.

‘Het is niet altijd zo slecht als het eruit ziet’, meent de man in kwestie als hij aan de filmmaker probeert uit te leggen waarom zijn organisatie samenwerkt met omstreden bedrijven als Nestle en Monsanto. Het World Economic Forum bestaat nu eenmaal bij de gratie van de stille dialoog, stelt Schwab, in plaats van openlijke confrontatie. ‘Mega-groepsdenken’, werpt Jennifer Morgan van Greenpeace tegen. Zij vraagt zich af of de deelnemers aan het WEF ooit écht iets goeds doen voor de wereld. Volgens haar bestendigen ze vooral de status quo. Intussen wordt de situatie rond het klimaat steeds nijpender.

Het knappe aan The Forum is dat de film nooit een gemakkelijke aanval op de gevestigde orde wordt. Tegelijkertijd besteedt de documentaire aandacht aan loffelijke initiatieven van Schwab en de zijnen, zoals betere distributie van medicijnen in Rwanda en pogingen om ontbossing tegen te gaan in Indonesië, maar zonder dat dit een kritiekloze lofzang wordt op de organisatie, die zich profileert met de slogan ‘Committed To Improving The State Of The World’.

En aan het eind slaagt Vetter er zowaar in om van al die speeches, overleggen en bilateraaltjes meeslepende cinema te maken, waarbij de klimaatdiscussie twee uitersten als gezicht krijgt: de Braziliaanse Amazone-verwoester Bolsonaro versus de jeugdige klimaatactiviste Greta Thunberg. Het is zo’n beetje het levenswerk geworden van Klaus Schwab om dergelijke tegenstellingen in Davos te overbruggen. Met zalvende woorden, een zuinig mondje en ontzettend veel ausdauer.

The Kinks: Echoes Of A World

The Kinks / Alamy

Volgens Ray Davies is het album ‘de meest succesvolle flop aller tijden’. Het duurde in elk geval een halve eeuw voordat er 100.000 exemplaren waren verkocht van The Kinks Are The Village Green Preservation Society, de zesde studioplaat van zijn band uit 1968. Zanger en songschrijver Ray, zijn gitarende broer Dave en drummer Mick Avory blikken in The Kinks: Echoes Of A World (71 min.) terug op het laatste album dat ze in de originele bezetting van de band maakten.

Ze worden vergezeld door het gebruikelijke contingent aan musicerende bewonderaars, zoals Paul Weller (The Jam), Suggs (Madness) en Graham Coxon (Blur), dat zich, ook al zoals gebruikelijk, in louter superlatieven uitlaat over The Kinks en dit conceptalbum in het bijzonder, dat toentertijd desondanks geen enkele hitsingle opleverde. ‘Het is net zo belangrijk als Sergeant Pepper’, stelt Oasis-spil Noel Gallagher, die de plaat vergelijkt met de Beatles-klassieker. ‘Voor mij is het een soort vervolg.’ En stuk voor stuk zouden deze beroemde fans zich zelf ook schuldig maken aan eigen ‘vervolgen’ op het Kinks-oeuvre.

‘We waren niet de beste band die er ooit bestond’, blijft de bewierookte songschrijver Ray Davies nochtans bescheiden. ‘Maar we hadden momenten waarop we de hele wereld aankonden.’ Deze eikenhouten televisiedocumentaire van Charlie Thomas gebruikt het welbekende Classic Albums-stramien, waarin een klassieke popplaat track voor track wordt doorgenomen, om de schijnwerper te zetten op één van die momenten. Toen de wereld nog niet klaar leek voor wat de typisch Britse Kinks hadden te bieden.

Thomas’ enige echt opmerkelijke keuze komt in de gedaante van acteur Danny Horn, die in de succesvolle musical Sunny Afternoon een jonge Ray Davies vertolkte en nu op camera diens herinneringen verwoordt aan de langspeler waarmee hij de (imaginaire) wereld van zijn jeugd opnieuw tot leven wekte. Die toevoeging voelt uiteindelijk wat als een fremdkörper in een verder heel traditioneel opgezette popdocu.