Wise Guy: David Chase And The Sopranos

HBO Max

‘Remember when’ is the lowest form of communication, liet David Chase maffiabaas Tony Soprano ooit zeggen in The Sopranos (1999-2007). De showrunner van de serie die wordt beschouwd als het hoogtepunt van ‘the golden age of American television’, heeft zich desondanks door documentairemaker Alex Gibney laten verleiden om te reflecteren op zijn eigen meesterwerk. In een spreekkamer die verdacht veel lijkt op de werkruimte van dokter Melfi, de psychiater waar Chase’s alter ego Tony zijn hart luchtte tijdens intense therapiesessies, laat de Italiaans-Amerikaanse schrijver/regisseur zich bevragen.

De tweedelige documentaire Wise Guy: David Chase And The Sopranos (157 min.) is een traktatie voor iedereen die zich jarenlang heeft verlustigd aan de lotgevallen van de maffioso uit New Jersey, met allerlei gezworen vrienden (die zomaar uit de gratie kunnen raken), altijd wel ergens geld te verdienen en doorgaans meer dan één ‘comare’, een liefje buiten de deur, om te onderhouden. Een opvliegende man die tegelijkertijd ook een doodnormaal gezin heeft, depressies buiten de deur probeert te houden én dealt met zo’n godsonmogelijke Italiaanse moeder (gemodelleerd naar Chase’s eigen godsonmogelijke Italiaanse moeder, een levenslange bron van frustratie en inspiratie).

Behalve Chase komen in deze overdadig – met scenariocitaten, screentests, b-roll beelden, outtakes en, natuurlijk, scènes uit de serie – belegde terugblik ook vaste medewerkers aan de serie, hotshots van de betaalzender HBO en de acteurs Edie Falco (Tony’s vrouw Carmela), Steven Van Zandt (Silvio), Michael Imperioli (Christopher), Drea de Matteo (Adriana) en Lorraine Bracco (dokter Melfi) aan het woord. Zij halen herinneringen op aan de productie die zonder enige twijfel tot de hoogtepunten van hun creatieve carrière behoort. Van de gedurfde keuze om The Sopranos op te zadelen met een antiheld als hoofdpersoon en hoe die ‘likable’ moet worden gehouden tot de steeds terugkerende angst bij acteurs dat (ook) hun personage wordt gedood – en zij de serie dus moeten verlaten.

De halve Sopranos-cast blijkt te hebben ‘gelezen’ voor de rol van Tony. Steven Van Zandt lijkt ’t dan te gaan worden, maar heeft bij nader inzien toch te weinig ervaring. Als James Gandolfini, inmiddels overleden en via archiefinterviews toch aanwezig in deze docu, een screentest doet, is het pleit snel beslecht. Van Zandt krijgt de rol van Soprano’s consigliere Silvio Dante. En Gandolfini groeit als Tony Soprano uit tot één van de meest tot de verbeelding sprekende televisiepersonages aller tijden. Daarvoor moet hij wel héél diep in zichzelf reiken. Hij vindt daar bijvoorbeeld nauwelijks te beteugelen woede. Gibney illustreert dit met een onvergetelijke scène, waarin Soprano razend een koelkast te lijf gaat. In het scenario staat nochtans slechts één enkel zinnetje: Tony sluit boos de koelkast.

Intussen worstelt de even aimabele als getormenteerde Gandolfini ook gedurig met verslavingen. Daardoor laat hij nogal eens verstek gaan op draaidagen. Elke dag komt hem op een boete van 100.000 dollar te staan. Zes jaar na het einde van de serie bezwijkt de hoofdrolspeler tenslotte aan een hartaanval, waarna showrunner David Chase een hartroerende speech geeft tijdens de uitvaart, nog altijd een mokerslag. Wise Guy schuwt echter ook Chase’s donkere kant niet. Die zorgt bijvoorbeeld voor een toxische werksfeer in de ‘writers room’, waardoor weinig schrijvers van de serie ’t echt lang uithouden. Het zijn verhalen die vaak al hun weg hebben gevonden naar boeken als Difficult Men en Pandora’s Box, maar nu weldadig met beeld en geluid kunnen worden uitgeserveerd.

Zodat de kijkhonger om direct weer aan de eerste van in totaal 86 afleveringen van The Sopranos te gaan beginnen nauwelijks is te beteugelen – ook al wacht aan het einde van die enerverende, dolkomische en aangrijpende kijkervaring dan een onmogelijk open einde, waarover menigeen zeventien jaar na dato nog altijd niet is uitgespro

Stevie Van Zandt: Disciple

HBO Max

Hij is één van de weinige frontmannen die ook genoegen kan nemen met een rol als rechterhand van The Boss – of als consigliere van een lokale maffiabaas. Zelfs in dit verrukkelijke portret van Steven Van Zandt komt eerst Bruce Springsteen en pas daarna de hoofdpersoon zelf aan het woord. Tony Soprano, de licht ontvlambare Jersey-boss van Stevies personage Silvio Dante, meldt zich pas na ruim één uur en drie kwartier, als de carrière van de Amerikaanse zanger, gitarist en producer al over hoge toppen en door diepe dalen is gegaan en dan nog een nieuwe dimensie krijgt via een prominente rol in één van de beste televisieseries aller tijden, The Sopranos.

‘s Mans leven lijkt in Stevie Van Zandt: Disciple (140 min.) sowieso op een zorgvuldig gearrangeerde productie. Soms letterlijk. Als hij in het huwelijk treedt met Maureen Santoro, wordt dit ingezegend door één van zijn helden, Little Richard. Bruce is natuurlijk getuige, de band uit The Godfather verzorgt de muziek en soulzanger Percy Sledge komt nog even When A Man Loves A Woman zingen. En dan stapt Van Zandt begin jaren tachtig uit Springsteens E Street Band. ‘Toen hij z’n eerste plaat maakte, nam hij afstand van Bruce’, vertelt scenarioschrijver en recensent Jay Cocks. ‘Ze hielden van elkaar. Het was niet de grote broer van wie hij afstand nam. Hij wilde zich niet langer het kleine broertje voelen.’ De man die tot dan bekend heeft gestaan als ‘Miami Steve’ begint zich ‘Little Steven’ te noemen. Zijn band dubt hij ‘The Disciples Of Soul’.

Eenmaal solo (her)ontdekt Van Zandt zijn maatschappelijke betrokkenheid. Hij begint de rock & lol die hij sinds jaar en dag aan de mens bracht met Springsteen en die andere band uit New Jersey, Southside Johnny & The Asbury Jukes, te injecteren met een fikse dosis politiek activisme. Stevie neemt bijvoorbeeld het voortouw in de strijd tegen Apartheid in Zuid-Afrika. Voor de hitsingle Sun City (1985), zijn eigen militante variant op de benefietsongs Do They Know It’s Christmas? en We Are The World, verzamelt hij een opvallend diverse en inclusieve groep artiesten, die publiekelijk uitspreken dat ze nooit zullen gaan spelen in het Las Vegas van Zuid-Afrika. Met zijn activisme schildert hij zichzelf alleen in een hoek, waar uiteindelijk verdacht weinig geld valt te verdienen. Een lange loopbaan lijkt begin jaren negentig tot een halt te komen.

Volgens eigen zeggen houdt Steven Van Zandt zich dan een jaar of zeven vooral onledig met ‘het uitlaten van de hond’. Totdat Southside Johnny hem vraagt voor een productieklus, Bruce zijn inmiddels ontmantelde band weer opstart en showrunner David Chase de non-acteur cast in The Sopranos. Het is een mooi rond verhaal over onmetelijke liefde voor muziek, hechte vriendschap en het vinden, verliezen en weer heruitvinden van jezelf. Dat wordt verteld door de man zelf, prominente vakbroeders (Paul McCartney, Bill Wyman, Jackson Browne, Bono en Eddie Vedder) en Sopranos (David Chase, Vincent ‘Pussy Bonpensiero’ Pastore en Maureen Van Zandt, alias Silvio’s echtgenote Gabriella Dante). De documentaire concentreert zich volledig op Van Zandts artistieke carrière. Zijn persoonlijke leven blijft vrijwel volledig buiten beeld.

In bijna tweeëneenhalf uur, volgepropt met een eindeloze serie (bijna) hits, moet regisseur Bill Teck nochtans alle zeilen bijzetten om alle aspecten van zijn kleurrijke protagonist te belichten. Want behalve artiest, acteur, producer en onmisbare schakel (inmiddels opnieuw 25 jaar!) binnen Springsteens gereanimeerde E Street Band heeft Steven Van Zandt zich met de radioshows Little Steven’s Underground Garage en Outlaw Country ook ontwikkeld tot een soort Leo Blockhouse, een rock & soul-professor die Amerika’s jeugd de juiste weg wil wijzen: richting muziek. Valse of kritische noten ontbreken verder vrijwel volledig in deze film, die daarom, met enige kwade wil, een hagiografie kan worden genoemd. Een mensch moet alleen wel een hart van steen hebben om géén discipel van Stevie te worden.

War Game

Matador Content

Oud-hoogleraar bestuurskunde Uri Rosenthal, die van 2010 tot en met 2012 ook minister van Buitenlandse Zaken was, participeerde in 1997 in een vijfdelige serie op de Nederlandse televisie, genaamd Crisis, waarin beslissers waren samengebracht in een soort ‘war room’ en werden geconfronteerd met een gesimuleerde ramp. De Amerikaanse documentaire War Game (94 min.) kent een vergelijkbare opzet – al is de crisis ditmaal wel erg levensecht.

Op 6 januari 2023, precies twee jaar na de bestorming van het Capitool in Washington, organiseert de onafhankelijke Vet Voice Foundation een geheime oefening op het terrein van nationale veiligheid. Uitgangspunt is dat er op 6 januari 2025 opnieuw een opstand komt na de presidentsverkiezingen en dat ditmaal extremistische elementen uit het Amerikaanse leger zich in het strijdgewoel mengen. Het is een zorgwekkend scenario, waarin elementen van 6 januari 2021 zijn verwerkt.

‘Jullie hebben zes uur om een burgeroorlog te voorkomen en een vreedzame overdracht van de macht te garanderen’, houdt game designer Ben Radd de deelnemers aan het begin van deze film voor. Die hebben hun sporen verdiend in de hoogste echelons van de Amerikaanse overheid als leidinggevende bij het leger, generaal, senator, woordvoerder of medewerker van de FBI en CIA. Voormalig gouverneur van Montana Steve Bullock treedt op als president John Hotham.

De beslissers worden vanuit een studio bestookt met informatie over de snel escalerende situatie, waarbij een afvallige generaal, gemodelleerd naar generaal en QAnon-propagandist Michael Flynn, de verkiezingen bestempelt als frauduleus en oproept tot strijd. Hij sluit daarmee aan bij acties ter plaatse van de extreemrechtse Order of Columbus. En Hothams politieke tegenstander, gouverneur Robert Strickland, gooit olie op het vuur door daarvan geen afstand te nemen.

Het rollenspel, dat een steeds serieuzer karakter krijgt, wordt door de documentairemakers Jesse Moss en Tony Gerber zo nu en dan afgewisseld met de persoonlijke verhalen van direct betrokkenen. Zo raakte de vader van game producer Janessa Goldbeck in de ban van QAnon, heeft oud-veteraan en Order Of Columbus-leider Kris Goldsmith zelf een problematisch verleden en getuigde consultant Alexander Vindman in 2019 tegen president Trump tijdens de eerste afzettingsprocedure tegen hem.

Onder hun ogen voltrekt zich een onrustbarend scenario. Hotham en zijn team overwegen al snel om de zogenaamde Insurrection Act in werking te stellen, die de president in de gelegenheid stelt om het Amerikaanse leger in eigen land in te zetten. Daarmee zou het gefingeerde conflict, geïllustreerd met berichtgeving over soortgelijke situaties in de recente Amerikaanse geschiedenis die helemaal uit de hand zijn gelopen, wel eens ernstig kunnen escaleren.

Burgeroorlog is niet het meest voor de hand liggende scenario, constateert voormalig senator Heidi Heitkamp ergens halverwege het burgeroorlogspel, maar ook beslist niet onmogelijk. Dat is een ongemakkelijke conclusie, die dit ogenschijnlijk zeer realistische en spannende experiment onvermijdelijk oproept. In ‘the fog of war’, zo bleek eveneens tijdens Trumps gewelddadige revolte op 6 januari 2021, kan het kwartje ook zomaar de verkeerde kan op vallen.

Zoals hij dat eerder deed in Crisis, zou Uri Rosenthal na afloop van War Game nog wel enkele harde noten hebben te kraken – al zou ook hij waarschijnlijk kippenvel hebben gekregen van de geïmproviseerde speech van president Hotham. Die is Amerikaans goed.

The Rise Of The Murdoch Dynasty

BBC

Volgens een recent profiel van Rupert Murdoch in Vanity Fair was Murdochs zoon Lachlan ervan overtuigd dat z’n broer James verhalen over hun vader lekte naar de schrijvers van de populaire dramaserie Succession. En iemand uit de directe omgeving van James meldde dat die er dan weer vanuit ging dat Rupert en Lachlan de pers op het spoor hadden gezet van verhalen over hem.

Het zijn taferelen die de gemiddelde televisiekijker inderdaad direct associeert met de infame mediafamilie Roy uit Succession. Hoezeer de pater familias van de Murdochs ook aan ‘damage control’ probeert te doen. Bij de scheiding van zijn vierde echtgenote Jerry Hall, het voormalige fotomodel dat eerder breed in de pers uitgemeten relaties had met Bryan Ferry en Mick Jagger, liet Rupert Murdoch bijvoorbeeld expliciet vastleggen dat zij geen verhaallijnen mocht lekken naar het schrijversteam van de serie. Wie weet wat er anders via de fictieve stamvader Logan Roy nog was onthuld over de man die de pers en politiek in zijn geboorteland Australië, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten in de afgelopen halve eeuw danig naar zijn hand heeft gezet.

The Rise Of The Murdoch Dynasty (180 min.) heeft zulke omwegen niet nodig. In dit drama in drie bedrijven van regisseur Jamie Roberts (Four Hours At The Capitol/Escape From Kabul), waarin overigens geen enkel lid van de Murdoch-familie participeert, wordt het echte leven van de oerconservatieve mediamagnaat gekoppeld aan de strijd om zijn opvolging en de schandalen die door de jaren aan hem zijn blijven kleven. In deel 1 staat bijvoorbeeld zijn opmerkelijke kongsi met de Britse Labour-leider Tony Blair centraal. Het tweede deel belicht het afluisterschandaal rond Murdochs beruchte Britse tabloid News Of The World, dat zelfs leidt tot parlementaire hoorzittingen. In de slotaflevering worden ten slotte het door Rupert Murdoch bepleite Brexit en de verkiezing van Donald Trump tot president van de Verenigde Staten, met hulp van Murdochs Fox News, behandeld.

Roberts laat daarbij prominente medestanders zoals Les Hinton (die ruim een halve eeuw voor de man werkte), Piers Morgan (voormalig editor van News Of The World), Trump-fluisteraar Steve Bannon en Brexiteer Nigel Farage aan het woord. Hij geeft echter ook spreektijd aan gezworen tegenstanders zoals acteur Hugh Grant en Formule 1-baas Max Mosley, die ernstig zijn belaagd en belasterd door Murdochs schandaalkranten, en onderzoeksjournalist Nick Davies en hoofdredacteur Alan Rushbridger van de krant The Guardian, die het hack- en afluisterschandaal rond News Of The World aan het licht brachten. Zij kenschetsen hem als een rücksichtslose ondernemer, een man die veel kan en tot nog veel meer, zo niet alles, bereid is om zijn wil op te leggen aan de wereld.

Toen deze gedegen miniserie in 2020 werd uitgebracht konden ook zij niet vermoeden dat de door Trump en Fox opgepookte volkswoede begin 2021 bijna zou leiden tot een tweede Burgeroorlog in de Verenigde Staten (die onlangs overigens ook zijn weg vond naar Succession, via de dubieuze acties van de Fox News-achtige nieuwszender van de familie Roy, ATN, bij fictieve Amerikaanse presidentsverkiezingen). Al waren er vanaf het begin wel degelijk ferme criticasters. De Britse schrijver Dennis Potter vond bijvoorbeeld al in 1994 dat Murdoch het mediaklimaat en de politiek in zijn land had vergiftigd. Vlak voor zijn dood vertelde de inmiddels ernstig zieke schrijver tijdens een interview dat hij zijn kanker daarom maar ‘Rupert’ had genoemd.

Ook Potter had toen echter niet kunnen vermoeden hoever de ‘kanker’ Rupert Murdoch en zijn dynastie zich in de navolgende dertig jaar zouden verspreiden – en dat er nog altijd geen effectieve remedie is gevonden tegen zijn gevaarlijke vermenging van activisme, entertainment en journalistiek.

Tony, Een Observatie In Het Pieter Baan Centrum

Human

Hij is in zijn leven inmiddels tot 28 jaar gevangenisstraf veroordeeld. Tony van H. is desondanks pas 43. Met zoveel veroordelingen is het wonderlijk dat hij nog zoveel tijd heeft gehad om delicten te plegen, vindt psychiater Pieter Ronhaar van het Pieter Baan Centrum, een psychiatrische observatiekliniek in Almere waar de geanonimiseerde veelpleger zeven weken lang wordt onderzocht door een multidisciplinair team.

‘Ik word gewoon gedreven door iets’, heeft ‘de observandus’ zelf al tijdens een politieverhoor gezegd. ‘Ik weet niet door wat. Het lijkt of het mij niet gegund is om een goed leven te leiden.’ In eerste instantie lijkt de hoofdpersoon van de fascinerende film Tony, Een Observatie In Het Pieter Baan Centrum (62 min.) nochtans van goede wil. Hij begint direct met het schoonmaken van zijn nieuwe kamer, maakt gezellig een praatje en is ogenschijnlijk ook bereid om naar zichzelf te kijken.

Naarmate deze observerende documentaire van Ditteke Mensink uit 2011 vordert, wordt Tony echter defensiever. Want écht kijken – vóórbij het helpen van oude vrouwtjes, wat hij ook regelmatig schijnt te doen – doet soms pijn. Dat betekent de confrontatie aangaan. Met je verleden en wat jou toen is aangedaan, maar vooral ook met je huidige zelf, jouw daden en de gevolgen daarvan. Voor de vrouw die je koelbloedig overviel, bijvoorbeeld. En je zoon, die je meesleepte in de criminaliteit.

Mensink legt die ontwikkeling, waarin Tony steeds meer van zichzelf moet prijsgeven, via de onderzoekers vast: een psychiater, klinisch psycholoog of een milieurapporteur, die zijn levensloop uitpluist. Zij is erbij als ze met hem afspreken, leest mee in hun rapportages en spreekt, ogenschijnlijk zonder al te veel beperkingen, over hun bevindingen. Via deze ene casus wordt zo inzichtelijk gemaakt wat er gebeurt in de zwarte doos die een plek zoals het Pieter Baan Centrum soms lijkt.

Dat gewroet in Tony’s psyche, delicten en privéleven moet uiteindelijk leiden tot een conclusie. ‘Hoe wilsvrij is iemand nu eigenlijk geweest om tot dit delict te komen?’ vat Michaël van Ekeren die samen. Als procespsychiater spreekt hij Tony zelf niet, maar is hij wel verantwoordelijk voor het gezamenlijke advies aan de rechter. Dan wordt de vraag beantwoord: heeft iemand een keuze kunnen maken om dit delict te plegen? Of had ie ook de keuze kunnen maken om er vanaf te zien?’

Deze conclusie, tevens het logische eindpunt van een film die de deur naar een doorgaans verborgen wereld open wrikt, bepaalt hoe het verder gaat met ‘de observandus’: kan die gewoon z’n straf ondergaan voor een delict dat hij blijkbaar willens en wetens heeft begaan? Of is er toch een stoornis in het spel, die ervoor heeft gezorgd dat hij tot zijn daad is gekomen? Dat laatste lijkt in eerste instantie misschien een prettige uitkomst, maar wordt door veel daders beschouwd als een doodvonnis.

Want daarna volgt dan onvermijdelijk dat ene advies aan de rechter: TBS met dwangverpleging.

Hoe het Tony van H. na de observatie in het Pieter Baan Centrum verging is in dit artikel te lezen.

De documentaire Tony, Een Observatie In Het Pieter Baan centrum is hier te bekijken.

Mijn Vader De Hasjkoning

Videoland

Will Falize’s vader Jan groeide op in de beruchte Venlose volkswijk Genooi. Van zijn vader, Wills opa, erfde hij de bijnaam De Pinda. Tijdens Carnaval ontmoette Jan Falize vervolgens Lisa Betje Weiss, een meisje van het plaatselijke woonwagenkamp met serieuze aspiraties als zangeres. De lefgozer vertelde haar meteen dat hij vóór zijn dertigste miljonair wilde zijn. Dat zou zowaar nog lukken ook. Want via de handel in bloemen en auto’s belandde Jan Pinda al snel in een nog veel lucratievere business: de smokkel van hasj en wiet.

Hij was vroeger bang voor die man, bekent Will Falize in de documentaire Mijn Vader De Hasjkoning (68 min.), die hij samen met Ruud Lenssen heeft gemaakt. ‘Je kunt geen leeuw in de bek kijken als je nog een welpje bent’, zegt hij daar nu over. Toen Will op zijn zestiende begon te spijbelen en rondhing in de coffeeshop, werd hij door zijn vader direct aan het werk gezet in z’n eigen bedrijf. Daarna ging het van kwaad tot erger met Will, die zich uiteindelijk slechts met heel veel moeite los heeft weten te maken van het drugscircuit.

Enkele decennia later toont hij zich een prima chroniqueur van het Venlose criminele milieu. Als sfeertekening is deze in twee delen geknipte film sowieso erg geslaagd. Met fraaie foto’s en videobeelden en de herinneringen van vader Jan, moeder Betje, Jans zus Beppie, zijn jeugdvrienden ‘Toeta’ en ‘Rooie Wiel’ en kleurrijke lokale figuren zoals kroegbaas Frankie, bodyguard ‘De Neus’, coffeeshophouder ‘Tony’ en smokkelaar ‘Teuntje’ schetst Will een levendig beeld van de plaatselijke drugshandel en de prominente rol die zijn eigen vader daarin speelde.

Daarbij kon het er soms stevig aan toegaan. Zo werd Jan Pinda bijvoorbeeld eens met grof geweld ontvoerd (vermoedelijk door een vriend, die hem zo ‘geen dolk, maar een zwaard’ in de rug zou hebben gestoken). Na die ijzingwekkende ervaring vertrouwde de hasjhandelaar volgens eigen zeggen niemand meer. Toch zou hij zich nog eens lelijk in de val laten lokken door de politie. ‘Gabbertje moest hangen’, aldus Jan zelf, die een flinke tijd moest gaan brommen en gedag kon zeggen tegen het fortuin dat hij had vergaard.

Hoewel Wills vader en zijn voormalige kornuiten sterke verhalen in overvloed hebben en van hun hart ook geen moordkuil maken, laat Mijn Vader De Hasjkoning, ingekleurd met de zwaar dooraderde songs van de Limburgse zanger Arno Adams, in eerste instantie de nodige vragen over de Falizes onbeantwoord. Een deel daarvan komt alsnog aan bod in de epiloog, waarin voor de meeste hoofd- en bijrolspelers de balans wordt opgemaakt en buitenstaanders voor zichzelf kunnen bepalen of een leven in de misdaad loont of niet.

Will Falize’s antwoord laat zich raden. Maar of zijn vader, ondanks alle schade en schande die hem ten deel zijn gevallen, nu werkelijk voor een ander bestaan zou kiezen?

Merkel

Madman Films

Het is blijkbaar onvermijdelijk dat Angela Merkel, de voormalige bondskanselier van Duitsland (2005-2021), ook in deze biografie van Eva Weber wordt afgezet tegen de mannen, waarmee ze in haar lange politieke loopbaan heeft gewedijverd, samengewerkt en gestreden. Dit begint al direct in de openingsscène als Weber een speech van Frau Merkel (96 min.) versnijdt met toespraken van de voormalige Amerikaanse president Donald Trump. Hij, het rijkeluiskind dat in volledige vrijheid groot is geworden, kan die nauwelijks meer op waarde kan schatten. Terwijl zij, het kind van de DDR, als geen ander weet hoe het is om in onvrijheid op te groeien. Ze koestert de vrijheid daarom en weet ook dat die moet worden beschermd.

Haar jeugd in de communistische heilstaat Oost-Duitsland, waar de geheime dienst Stasi overal zijn tentakels had uitgeslagen, is net als die (alfa)mannen natuurlijk ook alomtegenwoordig in deze boeiende documentaire, waarin collega’s, journalisten, haar biograaf en prominenten zoals Hillary Clinton, Condoleezza Rice en Tony Blair hun licht laten schijnen over de vrouw die zo’n vijftien jaar de facto de leider van West-Europa was. ‘Veel politici willen overschat worden’, stelt de voormalige Britse premier Blair. ‘Zij wordt liever onderschat.’ Want nadat Angela Merkel de verwachtingen, over zichzelf of de voorliggende politieke kwestie, vooraf kundig heeft getemperd, valt het uiteindelijke resultaat vaak ontzettend mee. Zo zet ze menige kerel buitenspel of laat hem in z’n eigen zwaard vallen – en zo nodig draait ze dat zelf dan nog een keer om, zoals bij haar mentor, oud-bondskanselier Helmut Kohl.

Eva Weber besteedt tevens uitgebreid aandacht aan Angela Merkels gecompliceerde relatie met de Russische leider Vladimir Poetin, de man voor wie de ontmanteling van de Sovjet-Unie en het Warschaupact, die Merkel zoveel vrijheid hebben gebracht, het grootste drama van de twintigste eeuw is. Een man ook die heeft moeten aanzien hoe zij zijn grote vriend, de toenmalige bondskanselier Gerhard Schröder, versloeg bij de verkiezingen van 2005. Een man, kortom, die uit lijkt op wraak en zijn Duitse tegenspeelster (die tegenwoordig de kritiek krijgt dat ze haar land heeft overgeleverd aan Russische energiebedrijven) op alle mogelijke manieren probeert te intimideren, bijvoorbeeld door het meebrengen van een hond naar hun ontmoetingen. Een dier waarvan hij weet zij er doodsbang voor is. Ook dan laat Merkel zich echter niet kennen. ‘Een dappere bondskanselier moet ook met een hond overweg kunnen’, zegt ze tijdens een openbaar interview, tot grote hilariteit van het publiek.

En daarmee is meteen een ander belangrijk kenmerk aangestipt van deze beeldbepalende vrouw en het portret dat hier van haar wordt geschilderd: haar gevoel voor humor. Daarmee haalt ze de angel uit menig conflict en relativeert zij, machtspoliticus die ze nu eenmaal ook is, slim haar eigen positie. Zelf is Angela Merkel voor deze film overigens niet meer bevraagd, maar via oude tv-interviews, speeches en publieke optredens, ondersteund met muziek van favoriete Duitse artiesten zoals Nina Hagen, The Scorpions en Hildegard Knef, komt ze toch uitgebreid aan het woord en in beeld. Daarbij valt met terugwerkende kracht nog meer op wat en wie ze allemaal heeft moeten overwinnen. Van relatief onschuldig, maar wel alomtegenwoordig seksisme – een muizig mannetje in een Peek & Cloppenburg-pak bijvoorbeeld, dat uitgebreid de kledingstijl van Frau Merkel bekritiseert – tot een misogyne macho zoals Donald Trump, die haar aan het eind van haar carrière (en deze film) portretteert als een vrouw die haar land te gronde richt.

Ook als het gaat het om deze man waarmee ze duidelijk he-le-maal niets heeft, weet ze echter: Wir schaffen das. Al gaat dat, net als bij de vluchtelingencrisis van 2015 waarbij zij in Europa het voortouw nam, niet vanzelf – en in dit specifieke geval ook zichtbaar niet van harte.

Tony Hawk: Until the Wheels Fall Off

HBO Max

Vallen en opstaan. Vallen en opstaan. Vallen en wéér opstaan. En vloeken. Schreeuwen. Huilen zelfs. De openingsscène van Tony Hawk: Until The Wheels Fall Off (129 min.) heeft meteen de essentie van de befaamde skateboarder te pakken. Tony Hawk wil zich een nieuwe truc eigen maken. Het gaat steeds mis. Na elke valpartij raapt hij zichzelf weer bijeen en probeert het opnieuw. ‘Ik was altijd bereid om geblesseerd te raken’, zegt hij er zelf over. ‘Ik zag het alleen niet voor me dat ik ook daadwerkelijk geblesseerd zou raken. Ik ging er altijd vanuit: dit gaat lukken, ik krijg dit voor elkaar.’

Deze erg lijvige film van Sam Jones is opgebouwd als een traditioneel sportportret, waarin Tony Hawk zelf, zijn oudere broers en zussen en concullega’s als Stacy Peralta, Duane Peters en Steve Caballero het commentaar verzorgen bij zijn met fraai beeldmateriaal tot leven gebrachte carrière. Eerst is er Hawks opkomst als ‘new kid on the board’ in de skatescene, daarna volgt de periode waarin hij eerst de top binnen zijn métier bereikt en daarna begint te denken dat de bomen daadwerkelijk tot in de hemel groeien.

Na de onvermijdelijke terugval, herneemt hij zichzelf en formuleert een bijna onbereikbaar doel: het volbrengen van een zogenaamde 900-gradenspin, die wordt beschouwd als de heilige graal van het skateboarden. Dat had de climax van deze degelijke docu, opgeleukt met veel spectaculaire wedstrijdbeelden en een hele zwik nét iets voor te land liggende muziekjes, kunnen zijn. Ware het niet Hawk nog moet dealen met enkele persoonlijke thema’s en maar niet wil accepteren dat al dat vallen en opstaan inmiddels zijn weerslag heeft op z’n lichamelijke gesteldheid als (oud-) sporter van in de vijftig.

Secrets Of Playboy

Hij overleed een maand voordat in oktober 2017 de #metoo-affaire rond Harvey Weinstein losbarstte. Hugh Hefner bleef dus buiten schot. Enkele jaren na zijn dood komt de oprichter van Playboy echter alsnog aan de beurt. Met de twaalfdelige (!) docuserie Secrets Of Playboy (506 min.) gaat zijn zorgvuldig gecultiveerde imago van gedistingeerde ladiesman, met pijp, badjas en verheven woorden over emancipatie en de vrijheid van meningsuiting, alsnog aan gruzelementen. Maar of ‘Hef’ daar, nadat hij ruim zestig jaar onbekommerd zijn gang heeft kunnen gaan, nu echt last van zal hebben?

Hugh Hefner (1926-2017) kon al die tijd doorgaan voor een typische representant van de Mad Men-periode. Voor mannen zoals hij waren (jonge) vrouwen toch vooral ‘eye candy’ of – als je een beetje een geslaagde vent was – ‘arm candy’. En ja, dat hij van seks hield en het ‘geen handvol, maar een land vol’-principe huldigde, daarvan maakte Hef ook nooit een geheim. En dat het bed met hem delen de kans vergrootte om Playmate Of The Year te worden, lag ook wel min of meer voor de hand. Zo ging dat nu eenmaal in de ideale wereld van machtige mannen. De vleesgeworden Playboy leefde gewoon de droom van elke gezonde kerel.

Getuige deze serie van Alexandra Haggiag Dean waren zijn Playboy Mansion en de Playboy-clubs in de rest van het land, waar de zogenaamde Bunnies in hun ultrakorte jurkjes met konijnenoren, strikje en staart werkzaam waren, echter ook het toneel voor drugsgebruik en -handel en grootschalig seksueel misbruik: opgedrongen plastische chirurgie, stiekeme seksopnames, (groeps)verkrachting, bestialiteit en het bekijken van ‘snuff films’. Waarbij ieders grenzen werden overschreden als dat het ‘male chauvinist pig’ Hefner of bekende vrinden zoals Tony Curtis, Roman Polanski, Jim Brown en Bill Cosby te pas kwam. Intussen kon hij zijn façade van sociaal bewogen voorvechter van burgerrechten ophouden.

Met voormalige playmates, bunnies en medewerkers, gereconstrueerde scènes en natuurlijk veel fraai archiefmateriaal, waarin het naakt overigens consequent is weggeretoucheerd, schetst Secrets Of Playboy – glad, overcompleet en écht te sensatiebelust – een ontluisterend beeld van Hugh Hefner, zijn seksverslaving, narcisme en machtshonger, en de entourage waardoor hij die in stand kon houden. Een aantal van zijn medewerkers, inclusief ook enkele vrouwen, hebben zijn gedrag jarenlang goedgepraat en gefaciliteerd. Nu, na zijn dood, spreken zij zich alsnog uit en worden die getuigenissen verbonden aan vullis die al eerder werd opgediept over Mr. Playboy.

Van weerwoord is verder geen sprake. Deze serie is een onvervalste – en waarschijnlijk ook niet geheel onterechte – lynchpartij. Zodat het misschien tóch zou kunnen dat Hef zich nu, als hij daar tenminste alleen in is gaan liggen, spontaan omdraait in zijn graf.

El Caso Wanninkhof – Carabantes

Netflix

Als El Caso Wanninkhof – Carabantes (89 min.) een half uur onderweg is, lijkt duidelijk wie in oktober 1999 het 19-jarige Spaanse meisje Rocío Wanninkhof Hornos, dat onderweg naar de plaatselijke kermis plotseling is verdwenen, heeft vermoord. Dan heeft de true crime-documentaire van Tània Balló echter nog bijna een uur te gaan. De kijker weet genoeg: hiermee is de zaak beslist niet afgehandeld.

Niet veel later introduceert de filmmaakster nóg een vermist meisje: de 17-jarige Sonia Carabantes. Enkele dagen later wordt ze dood aangetroffen. De zaak blijkt – natuurlijk! – verband te houden met het trieste lot van Rocío. En dan verschijnt er een vrouw op het toneel, de Britse Cecilia King, die wellicht nieuw licht op de tragische kwesties kan werpen. Ze is jarenlang voor gek verklaard door haar directe omgeving.

Met direct betrokkenen, advocaten en de gebruikelijke deskundigen en journalisten reconstrueert Balló in deze degelijke docu (Engelse titel: Murder By The Coast) de spraakmakende misdaad in de Costa del Sol, die jarenlang goed zou zijn voor een absoluut mediacircus in Spanje. Gaat het om een crime passionel? Een trieste wraakzaak? Of toch een ordinaire lustmoord? De dader lijkt doelbewust een dwaalspoor te hebben uitgezet.

De whodunnit-vraag is natuurlijk leidend in El Caso Wanninkhof – Carabantes, maar ook de rol van de media komt nadrukkelijk aan de orde: hebben die bijgedragen aan de zoektocht naar de moordenaar? Of juist ernstig in de weg gezeten? En uiteraard kent ook deze schrijnende zaak – het mag geen verbazing wekken – te langen leste louter verliezers.

Soul Boys Of The Western World

Natuurlijk, dit is zo’n typische banddocu. Die chronologisch uiteenzet hoe de som uiteindelijk – pas na een slordige 24 minuten – meer werd dan de delen. Waarin de grote successen van de helden (True, Gold en natuurlijk Through The Barricades) vanzelfsprekend uitbundig worden gevierd. En die niet geheel toevallig werd uitgebracht toen hun groep, Spandau Ballet, na ruim twintig jaar een onverwachte comeback had gemaakt.

Soul Boys Of The Western World (110 min.) is niettemin een joyeuze viering van hoe de ‘working-class lads’ uit Noord-Londen, na diverse valse starts, ergens in de jaren tachtig de synthesizer ontdekten, zich precies het juiste imago aanmaten en een eigentijdse en poppy draai gaven aan hun voorliefde voor soul. Ze werden er even héél succesvol mee: echte popsterren, de vervulling van al hun jongensdromen. En toen begonnen de steeds verder opgeblazen ego’s, gepersonifieerd door zanger Tony Hadley en songschrijver Gary Kemp, ongenadig te botsen. Vanwege een ordinaire centenkwestie kwamen de bandleden zelfs tegenover elkaar te staan bij de rechter.

Regisseur George Hencken serveert dat al duizenden malen vertelde verhaal over de opkomst, ondergang en wederopstanding van een popgroep aanstekelijk uit, laat het off screen becommentariëren door de individuele bandleden en heeft daarnaast genoeg oog voor de maatschappelijke context in het toenmalige Verenigd Koninkrijk, straf geleid door ‘iron lady’ Margaret Thatcher, om er nét iets meer van te maken dan alleen een routineuze vertelling over een dertien-in-een-dozijn bandje. Ook als je weinig hebt met hun muziek – understatement – en zelfs wel een beetje moet grinniken om hun uitbundige kapsels, zorgvuldige gestylede kostuums en nét iets te kleine speedo’s – bekentenis – houdt deze film je bijna twee uur bij de les.

Slechts enkele jaren na het uitbrengen van deze popdocu uit 2014 was er overigens tóch weer herrie in de tent bij Spandau Ballet. Sindsdien moeten de overjarige glamourboys het doen zonder frontman Tony Hadley. Totdat ook die in zijn portemonnee weer de dringende noodzaak begint te voelen om zich en plein publique te verzoenen met zijn jeugdvrienden. En de camera’s wellicht kunnen gaan draaien voor Soul Boys Of The Western World – The Sequel.

Filmworker

Hij behoort zonder twijfel tot de grootste filmmakers aller tijden. Voor cinefielen is Stanley Kubrick zowat een halve godheid. Hij gedroeg zich op de filmset en daarbuiten ook regelmatig als zodanig. De man kon een ongelofelijke charmeur zijn, maar boezemde tevens angst in en verlangde van zijn medewerkers, onderdanen bijna, totale overgave. Voor Kubrick telde elk detail. En dat zou zijn omgeving weten. Goedschiks dan wel kwaadschiks.

‘Het leek alsof hij erop wachtte totdat je iets verknalde’, vertelt actrice/regisseuse Lisa Leone. ‘Hoeveel je ook gaf, hij wilde altijd meer en meer en meer. En zo werd Leon uiteindelijk helemaal opgevreten.’ Leon is Leon Vitali, een verdienstelijke Britse acteur die halverwege de jaren zeventig een rol scoorde in Kubricks film Barry Lyndon en vervolgens als een soort rechterhand, manusje van alles en allround-voetveeg in diens entourage bleef hangen. Samen werkten ze aan filmklassiekers als The Shining,Full Metal Jacket en Eyes Wide Shut.

In de documentaire Filmworker (94 min.) stapt Vitali, die na zijn ontmoeting met Kubrick vreemd genoeg nog maar zelden acteerde, uit de schaduw van de al bijna twintig jaar geleden overleden regisseur. In zekere zin, tenminste. Want hoewel deze film van Tony Zierra officieel een portret is van ‘s mans favoriete waterdrager, de centrale figuur is en blijft Stanley Kubrick zelf. Vitali lijkt er vrede mee te hebben. Hij vindt het nog altijd een ongelofelijke eer dat hij heeft mogen werken voor ‘de meest briljante en fantastische filmmaker van de twintigste eeuw’.

Dat is ook een beetje de makke van deze anekdotische documentaire. Ondanks talloze verhalen van medewerkers aan Kubricks film over hoe de regisseur maniakaal aan zijn films werkte en Vitali zich ondertussen volledig wegcijferde, krijgt het hoofdpersonage nooit echt kleur op de wangen. Filmworker doet geen serieuze poging om te begrijpen waarom hij zijn eigen ambities aan de kant heeft geschoven ten faveure van zijn heer en meester, maar beperkt zich grotendeels tot alleraardigste inkijkjes bij de films die ze samen hebben gemaakt – en het werk dat dit vervolgens opleverde voor Vitali.

Leonard Cohen, Bird On A Wire


Bij een erkende ladiesman als Leonard Cohen verwacht je dat hij in het hiernamaals inderdaad is begroet door ruim zeventig bereidwillige maagden. De Canadese zanger met de sonore stem en zwaarmoedige muziek is nu precies een jaar dood. Ter gelegenheid daarvan vertoont Het Uur Van De Wolf vrijdag de klassieke documentaire Leonard Cohen, Bird On A Wire (106 min.), een film uit 1974 die enkele jaren geleden is gerestaureerd.

De Britse regisseur Tony Palmer volgt de romantische bard tijdens zijn Europese tournee van 1972. Het levert taferelen op die we sindsdien talloze malen hebben gezien in muziekdocumentaires: overvolle kleedkamers, flirtende dames, technische problemen, verplichte interviews, ontmoetingen met handtekeningenjagers en optredens op bijzondere plekken.

Toch blijft deze archetypische tourfilm, hoewel voor hedendaagse kijkers vast wat traag, over de hele linie boeien. De documentaire laat een artiest in topvorm zien. Een man die zijn kwetsbaarheid durft te tonen en die zichzelf gelukkig ook niet altijd even serieus neemt. ‘Leonard Cohen zingt zijn liederen van leed en vertwijfeling’, roept hij tijdens een concert vol zelfspot in de microfoon. ‘Daar komt hij, mensen.’

Behalve talloze memorabele scènes – zoals bijvoorbeeld een verhitte confrontatie met ontevreden fans, die de zanger na een mislukt concert hoogstpersoonlijk hun geld teruggeeft – bevat deze documentaire die van de aardbodem leek te zijn verdwenen ook een uitgebreide selectie Cohen-evergreens (waarvan de teksten voor de liefhebber bovendien netjes in het Nederlands zijn vertaald).

Bird On A Wire is een prima manier om (alsnog) te beginnen aan Leonard Cohen, die nu alweer een jaar de eeuwige jachtvelden afstruint en intussen ook gewoon op dit ondermaanse blijft voortleven.